Ad Zuiderent, Linda Pastan

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Elegie

1.
Niet de stilte beschrijven van dodenmuziek
en de voeten in zachte wol – luxe;
er is geen einde aan romantische vioolconcerten
rond de presidentiële baar.

Waarschijnlijk had de componist gelijnd papier en een ganzeveer
er is wel een tekening van te vinden –
liet hij een lied zingen en de piano iets anders
totdat hij gansch verloren in klank zichzelf bewoog:…

‘Ik belijd mijn onmacht om de ganzepen te roeren
mijnheer de president
het vetbultig pathos staat op ons gezicht
en de hand tussen twee lijnen.’

2.
Maar de structuur van 5 tikken geven
bij 16 een tremolo op de trom
de s betekent hier slow (lui van klank)
dat ribbelen weer en zo gaat dat door.

de staafspeelster moet fast/snel
het moet wel sterk worden (doen we straks wel;
dat hokje is een registeromvang
dat boogje betekent: de klank zet zich door)

‘Akwariumvis’
proberen om razendsnel en hard te fluisteren
en nog een keer – zonder mannen.
Willen die zich er niet mee bemoeien!

Wij hebben onze zee, met zon erop.
Wij hebben onze bomen met bladeren.
Dag en nacht gaan wij maar, naar achter en naar voor
tussen onze zee en onze bomen.’

 

Lokaties voor een film

Geïntimideerd door het toevallige:
er lag een bootje in de ringvaart
Verhalen die hoe langer hoe minder verhaal
met storm tegen het haar in

Dus deze mogelijkheden:
een fietser, een bootje (kajuit),
tochtje naar het Nieuwe Meer
waar bv. ontdekt
dat vlakbij Amsterdam je op de fiets
nog een bloedneusgevoel kunt hebben

Drie auto’s onderweg en een stuk afgeschafte
autoweg (Rijkswaterstaats Eigen Weg);
geen tegenliggers, vakantiegangers o.i.d.
maar het eerste herfstweekend, een zaterdag
tegen zessen

Weg wezen

Vanwaar de bloedneus, de auto’s (het detail
van de rotte achterband van de fiets erbij betrekken).
Geheimzinnig doen? Misdaad? Liefde?
En niet te vergeten: hoe schokkend het is
rond die tijd de pasgemaaide gazons te zien
van de ontvolkte volkstuinen,
een lokaas voor
ontroering op zijn minst.

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Terugtellen

Hoe ben ik zo oud geworden
vraag ik me af,
met mijn 67ste verjaardag
voor ogen.
Dyslexie lacht:
ik ben eigenlijk 76.

Er zijn plaatsen
waar ze bij 60 beginnen
terug te tellen;
in Japan
beginnen ze opnieuw
vanaf een.

Maar de cijfers
doet er nauwelijks toe.
Het is de fysica
van versnelling die ik erg vind,
de manier waarop de tijd versnelt
alsof die de bestemming

niet heeft doorzien-
maar kijk!
Ik zie mijn moeder
en vader met een cake,
op mij wachten
bij de startlijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ook mijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

ACCIDENTS

There is no infant
this time,
only my own life swaddled
in bandages
and handed back to me
to hold in my two arms
like any new thing,
to hold to my bruised breasts
and promise
to cherish.

The smell of cut
flowers encloses this room,
insistent as anesthetic.
It is spring.
Outside the hospital window
the first leaves have opened
their shiny blades,
and a dozen new accidents
turn over in their sleep.
waiting to happen.

 

ANGELS

Are you tired of angels?
Myra Sklarew

I am tired of angels,
of how their great wings
rustle open the way a curtain opens
on a play I have no wish to see.
I am tired of their milky robes,
their star-infested sashes,
of their perfect fingernails
translucent as shells
from which the souls
of tiny creatures have already fled.

Remember Lucifer, I want to tell them,
his crumpled bat wings
nose-diving from grace.
But they would simply laugh
with the watery sound a harp makes
cascading through bars of music.
Or they would sing to me in
my mother’s lost voice,
extracting all the promises
I made to her but couldn’t keep.

 

THE COMING ON OF NIGHT

When ambition, like a faulty
pilot light, sputters
and goes out and the abstract
spark of hunger with it;

when even those whose fiery
eccentricities seemed
inextinguishable have faded into
darkness or been snuffed out,

we are left with the peace
of evensong, with night
coming on in the midst
of what yesterday

was simply afternoon.
All the clocks are changed now.
It is almost time to feel our way
out of the world.

 

ENGELEN

Ben je engelen beu?
Myra Sklarew

Ik ben engelen beu,
beu hoe hun grote vleugels
openruisen zoals een gordijn opengaat
voor een toneelstuk dat ik niet wil zien.
Ik ben hun melkachtige gewaden beu,
hun met sterren besmeurde gordels,
hun perfecte vingernagels
doorschijnend als schelpen,
van waaruit de zielen
van kleine schepselen al zijn gevlucht.
Denk aan Lucifer, wil ik tegen ze zeggen,
aan zijn verfrommelde vleermuisvleugels
in een duikvlucht uit de genade.
Maar ze zouden gewoon lachen
met het waterige geluid dat een harp maakt,
die neer tuimelt over muzikale ritmes.
Of ze zouden voor me zingen met
de vervlogen stem van mijn moeder,
alle beloften bovenhalen,
die ik haar deed, maar niet kon houden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Alan Hollinghurst, Maxwell Bodenheim

De Britse schrijver Alan Hollinghurst werd geboren op 26 mei 1954 in Stoud, Gloucestershire. Zie ook alle tags voor Alan Hollinghurst op dit blog.

Uit: The Stranger’s Child

“She heard a faint familiar sound, the knock of the broken gate against the post at the bottom of the garden; and then an unfamiliar voice, with an edge to it, and then George’s laugh. He must have brought Cecil the other way, through the Priory and the woods. Daphne ran up the narrow half-hidden steps in the rockery and from the top she could just make them out in the spinney below. She couldn’t really hear what they were saying, but she was disconcerted by Cecil’s voice; it seemed so quickly and decisively to take control of their garden and their house and the whole of the coming weekend. It was an excitable voice that seemed to say it didn’t care who heard it, but in its tone there was also something mocking and superior. She looked back at the house, the dark mass of the roof and the chimney-stacks against the sky, the lamp-lit windows under low eaves, and thought about Monday, and the life they would pick up again very readily after Cecil had gone.
Under the trees the dusk was deeper, and their little wood seemed interestingly larger. The boys were dawdling, for all Cecil’s note of impatience. Their pale clothes, the rim of George’s boater, caught the failing light as they moved slowly between the birch-trunks, but their faces were hard to make out. George had stopped and was poking at something with his foot, Cecil, taller, standing close beside him, as if to share his view of it. She went cautiously towards them, and it took her a moment to realize that they were quite unaware of her; she stood still, smiling awkwardly, let out an anxious gasp, and then, mystified and excited, began to explore her position. She knew that Cecil was a guest and too grown-up to play a trick on, though George was surely in her power. But having the power, she couldn’t think what to do with it. Now Cecil had his hand on George’s shoulder, as if consoling him, though he was laughing too, more quietly than before; the curves of their two hats nudged and overlapped. She thought there was something nice in Cecil’s laugh, after all, a little whinny of good fun, even if, as so often, she was not included in the joke. Then Cecil raised his head and saw her and said, ‘Oh, hello!’ as if they’d already met several times and enjoyed it.
George was confused for a second, peered at her as he quickly buttoned his jacket, and said, ‘Cecil missed his train,’ rather sharply.
‘Well, clearly,’ said Daphne, who chose a certain dryness of tone against the constant queasy likelihood of being teased.
‘And then of course I had to see Middlesex,’ said Cecil, coming forward and shaking her hand. ‘We seem to have tramped over much of the county.’
‘He brought you the country way,’ said Daphne. ‘There’s the country way, and the suburban way, which doesn’t create such a fine impression. You just go straight up Stanmore Hill.’

 

Alan Hollinghurst (Stoud, 26 mei 1954)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Oude dag

In mij zit een klein geschilderd pleintje,
Omzoomd door oude winkels, met opzichtige luifels.
En voor de winkels zitten oude mannen met open hemden te roken,
Zonlicht te drinken.
De oude mannen zijn mijn gedachten:
En ik kom elke avond naar ze toe, in een krakende kar,
En laad stilletjes voorraden uit.
We vullen slanke pijpen en praten,
En inhaleren geuren van bleke bloemen in het midden van het pleintje. . . .
Sterke mannen, rinkelende vrouwen en druipende, jengelende kinderen
Kuieren aan ons voorbij, of de winkels in.
Ze groeten de winkeliers en tikken voor mij tegen hun hoed of voorhoofd. . . .
Op een avond zal ik niet terugkeren naar mijn mensen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Egyd Gstättner, Theodore Roethke

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Mein Leben als Hofnarr

„Auf der Heimfahrt, den Kirchturm von St. Egyd im Blick, habe ich gedacht: Sollte ich entgegen meiner ursprünglichen Absicht, diese geheimen Aufzeichnungen mein Leben, mein Werk, mein Land, meine Stadt betreffend nur für mich zu machen, doch eines fernen Tages eine Veröffentlichung anstreben, dann müsste ich der Publikation folgendes Vorwort voranstellen: Dieser Roman ist ein Roman. Also genau genommen ein Tagebuchroman. Also genau genommen ein Tagebuch. Aber das darf man unter gar keinen Umständen sagen. Schriftwerke über zweihundert Seiten sind Romane, sonst verkaufen sie sich nicht, das ist ein unumstößliches Gesetz. Natürlich sind einige der besten Romane Briefromane oder Tagebuchromane, also Briefsammlungen oder Tagebücher, und ob sie erfunden oder gefunden, das heißt real und echt sind, wenn kümmert das? Wahr müssen sie sein. Ein Beispiel müssen sie geben. Und im Heterogenen spiegelt sich das Authentische. Man darf nicht gleich einen Bauplan erkennen können, wenn es keinen gibt. Jede Ähnlichkeit mit real existierenden Personen ist selbstverständlich! Das genaue Gegenteil von »rein zufällig und unbeabsichtigt«. Niemand schreibt ein Tagebuch, in dem die Ähnlichkeit mit den Menschen seiner Umgebung rein zufällig ist! Von Ähnlichkeit kann gar keine Rede sein: Ich bilde sie genauso ab, wie ich sie sehe, wahrnehme, empfinde! Von Identität kann man nur deswegen nicht sprechen, weil Literatur und Leben zwei verschiedene Medien sind. Natürlich könnte jede einzelne dieser Tagebuchromanfiguren, die ich bei ihrem richtigen Namen nenne, auf ihre Persönlichkeitsrechte pochen und Klage gegen mich einbringen. Sollen sie nur! Alle! Jeder Jurist und jeder Germanist weiß, dass das nur mir nützt! Klagen Sie ohne Weiteres, Betroffene! Die interessantesten Romane spielen im Gericht! Work in Prozess! Zwölf Geschworene? Zwölf Millionen hätte ich gern! Nein, nein, wenn diese Figuren, sofern noch am Leben, halbwegs bei Verstand und bei Trost sind, schweigen sie dieses Buch tot, so wie sie alle meine Bücher tot-geschwiegen haben – in der irrigen Meinung, bloß weil sie es totschweigen, würde es nicht gelesen; in der irrigen Meinung, bloß weil sie es nicht lesen, existiere es nicht. Jedenfalls ist dieser Roman ein Roman. Die Frage ist: Will ich mich auf das Politische konzentrieren oder lieber aufs Private? Als ich das abgelaufene Jahr nachgelesen habe, musste ich zu meiner Verwunderung feststellen, dass ich viel weniger politisch geschrieben habe als selbst vermutet: Die meisten Eckdaten des politischen Lebens habe ich nicht nur nicht kommentiert, sondern nicht einmal erwähnt. Ich kann mich nur an Ekel erinnern. Pornografische Stellen werde ich streichen, umbauen oder abmildern: Erstens sind die privat, zweitens hebe ich mir die für postum auf. Außerdem mache ich mich auf diese Weise gleich interessant. Man sollte schließlich auch noch einen Nachlass hinterlassen, der ein letztes Mal alle schockiert und »ein völlig neues Bild« zeichnet. Mal sehen. So werde ich also starten. So oder so ähnlich.“

 

Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

De bezwering

I
De grijze schapen kwamen. Ik vluchtte,
Mijn lichaam half in brand.
(Vader van bloemen, wie durft
Het ding te zien dat hij is?)

Of puur bestaan ontwaakte,
Stoof het stof op en sprak;
Een vorm riep uit een wolk,
Riep krachtig tot mijn bloed.

(En toch was ik niet daar,
Maar ging door lange gangen,
Mijn eigen, mijn geheime lippen
Wauwelend in urinoirs.)

II
In een donker woud zag ik –
Zag ik mijn menige zelven
Aanrennen uit de bladeren,
Platte, achteloze leventjes
Die onder stenen schoten,
Of braken, maar niet wilden gaan.
Ik draaide om mijn as,
En nog en nog een maal,
Een kille Godskwade man
Kronkelend tot de laatste
Vormen van zijn heimelijk leven
Lagen naast de zooi van de dood.

Ik werd mezelf, alleen.

Ik ontkwam die helse plek
Trager mijn adem halend,
Koud, in mijn eigen dode zout.

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 

Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Pfingsten (Ferdinand Schmatz), Joseph Brodsky, Michael Chabon

 

Prettige Pinksterdagen!

 

The Pentecost Painting door Mark Durham, z.j.

 

Pfingsten

brabbelnd dreht sich
ein, was eins will sein,
am zettel, schrift –
so züngelts halt das an,
was braust, und oben hallt
als mancher töne stoss,
so stimmt es das, was sausend
alle himmel formt, die lautwand hoch
– wo sprache weinend fliesst
besagten brabblern durch
der kehle fell,
getränkt hin bis zum bruch,
gespalten
(nun das buch) –

ja, so walten sie des ganzen,
teil für heil, der stift jedoch,
der hellt im schein
des fackelns nicht so richtig auf
was sinnt –
denn richtig grell
brennt nichts mehr an,
gefeuertes geht aus,
entgeistert schlägt es
mundwärts selbst das tor
– zu kunden – nur noch auf,
und lockt mit glocken
zu feste, das was hellt,
das bildet aber nichts mehr aus,
doch brockt es ein:
was rede ruhe war, wird schal,
im rauch der bilder liegen worte,
brach
(im brauch) –

sirren sie dann los,
was jetzt war freut sich
– unten –
nicht mal an sich selbst,
weil sichs verdreht
und nichts versteht
(was ist, geschrieben steht) –
gesetzt hinüber
bleibt es,
unlesbar und süsst
der reben sinn im dann,
danach (ist wann):
vom eigenen gelöst
durch fremder zunge stock
schlägt es das eine wie das andre auf
– taub –
und legt sich so das ganze
wieder einmal hin und aus
– so dass die glosse lallt

 

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februari 1953)
De Egidiuskerk in Korneuburg

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

God woont niet op het dorp…

God woont niet op het dorp in kamerhoeken
zoals de spotter denkt, maar overal.
Hij zegent dak en bord en schouderdoeken
en maakt geen deur te breed of ooit te smal.
Hier op het land leeft God in alle dingen,
kookt ’s zaterdags zijn linzen in de pan,
danst loom op vuur, hurkt neer om op te springen,
knipoogt mij toe als zijn vertrouwensman.
Hij maakt het hek, maakt meisjes echtgenote
van koddebeiers en zorgt voor de grap
dat wéér de stroper er heeft naast geschoten,
de eend weer aan de weitas is ontsnapt.

De kans dat je dit allemaal bekijkt
– wanneer de herfstwind fluit of als het mist –
is in het dorp daarbij het enig blijk
van Gods genade voor de atheïst.

 

Vertaald door Charles B. Timmer

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Portret door Aleksey Moroz, 2011

 

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: Telegraph Avenue

“Thank you for telling me that,” Obama said. “You know, I could hear it in his playing. Something grieving. But I didn’t know what it was.”
“Mr. Jones was his own kind of shiftless fool,” she said gently. “A musician. He made, I guess he made, all these elaborate plans for his funeral, a marching band, a Cadillac hearse.” She shook her head. “The past two weeks, when we could have been getting ready for the baby, en­joying our last time alone together? My husband chose to spend them in the garage, repairing that dusty old dinosaur of an amplifier over there. Now, with a month to go? He’s going to get caught up in all this funeral foolishness. Instead of what he should be focusing on.”
“But you know,” the senator said, “I, I understand your frustration. We’ve all heard, we all know how musicians can be. But traveling around, campaigning, at home, around the country, I have seen a lot of people, met a lot of people. The lucky ones are the people like your husband there. The ones who find work that means something to them. That they can really put their heart into, however foolish it might look to other people.”
“You’re right,” she said. “I have been wasting my life.”
“Oh, don’t be too hard on the brother, now,” he said, trying to keep his tone light.
“I don’t mean him,” she said. “I mean, I do, but I don’t. I mean what you said about work. About putting your heart and soul into something meaningful. Thank you for that.”
She shook his hand with a puzzling solemnity.
The band was silenced, the guests assembled, and Barack Obama loped into the living room, at ease and smiling. He stood against a high wall painted cinnamon brown, under a display of retablos, battered squares of scrap tin and steel on which credulous souls of Mexico had painted, with painful and touching simplicity of technique, scenes that depicted their woes and expressed in stark terms their gratitude to the Holy Mother of God or various santos and santas for the granting of relief. The state senator seemed to at least one observer to feel the weight of such wishes upon him. He paused for a couple of seconds before opening his remarks.

 

Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2019 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Am heiligen Pfingstfest (Maximilian von Schenkendorf), Jane Kenyon

 

Prettige Pinksterdagen!

 

Pinksteren door Emil Nolde, 1909

 

Am heiligen Pfingstfest

Du bist nicht ganz von uns geschieden,
Du nimmst dich unser ewig an,
Dein großes Herz ist nicht zufrieden
Mit allem, was es schon gethan.

Du hast den Tröster uns gesendet,
Den scharfen, reinen, klaren Geist,
Der Licht und Trost und Wahrheit spendet,
Und deine Zukunft uns verheißt.

O, jede Seele sei ihm offen,
Dem werthen, gottgesandten Freund,
Er stärke unser liebend Hoffen,
Bis der Geliebte selbst erscheint.

 

Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817) De Neue Kirche in Tilsit (Tegenwoordig: Sovjetsk), de geboorteplaats van Maximilian von Schenkendorf.

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Laat de avond komen

Laat het licht van de late middag
door de spleten van de schuur schijnen, langs
het hooi omhoog met de neergaande zon.

Laat de krekels beginnen met tsjirpen
terwijl een vrouw haar naalden pakt
en haar draad. Laat de avond komen.

Laat dauw zich verzamelen op de zeis in het
hoge gras. Laat de sterren opkomen
en de maan z’n zilveren hoorn openbaren.

Laat de vos teruggaan naar z’n zanderige hol.
Laat de wind gaan liggen. Laat de keet
binnen donker worden. Laat de avond komen.

Tot de fles in de sloot, tot de spade
tussen de haver, tot de lucht in de long
laat de avond komen.

Laat ‘m komen zoals ie wil en wees
niet bang. God laat ons niet zonder
troost, dus laat de avond komen.

 

Vertaald door Daan Bronkhorst

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

De Straten

Vogels vliegen op

naar vreemd geworden takken. De zon
hangt laag. De tijd bewijst zich en
plukt loof, bederf – de vruchten
van zichzelf, maar steeds opnieuw en

anders. Geen jaar is vergelijkbaar
met een ander jaar, tenzij door
weglating, verzwijgen. Elk seizoen is
slechts zichzelf en al wat

namen draagt ontsnapt. Zodat er
enkel deze herfst is en dat maar
voor heel even. Zoals de rook
boven het brandend loof meteen

verwaait. Zoals de straten amper nat zijn
na een bui.

 

Er zat

Er zat
dit kleine zwarte spatje
op mijn oog.

(Iets prikte ook nog
bovendien.)

Zo kende ik niet de trekken terug
van haar mijn liefste
maakten vrachten sneeuw
haast geen verschil
en keek ik
nachtblind in
het stralen van een zonsopgang.

Maar door dit spatje
lijdzaam en geduldig
wetend uit te staan

kon ik veel
harder gaan.

 

Adolf, gelukkige wolf

Adolf, gelukkige wolf.

Verzonnen zwarte alfaman
die zich op sexy horden,
de boeleerders van het
oergezonde roedel stort.

Oom wolf, gekaplaarsde gezelligheid:
de zwarte as waarrond geolied
en bloedwarm ons leven draait.
Aanbeden graal van onze enigheid:
de ogen dicht, de oren neergelegd,
onz’ borstkas raakt de bodem haast.

Maar dat was ooit.
Vandaag koopt elke wolf zijn BMW,
Defender, Porsche of Chevy Corsica
en tart zijn medewolf.

Ons kijkt ons boudweg in het oog.

De strijd en huiselijkheid verlegd
naar het spookachtig lijf-aan-lijfgevecht
op markten, airconditioned, overdekt.

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Een week alleen

Ik heb een hoop kleren gewassen
en te drogen gehangen.
Toen ging ik naar de stad
en was de hele dag bezig.
De mouw van je beste overhemd
ging ceremonieel omhoog
toen ik naar binnenreed; onze nacht-
kleding verstrengeld en losgeraakt in
een kleine windvlaag.

Voor mij werd het laat;
voor jou, waar je was, niet.
De oogstmaan was vol
maar schaarse wolken maakten zijn licht
niet helemaal betrouwbaar.
Het bed aan jouw kant leek
zo breed en plat als Kansas;
jouw kussen stevig, koel,
en allegorisch. . . .

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.

Maria Semple, Robert Creeley

De Amerikaanse schrijfster en scenariste Maria Keogh Semple werd geboren op 21 mei 1964 in Santa Monica, Californië. Zie ook alle tags voor Maria Semple op dit blog.

Uit: Where’d You Go, Bernadette

“That night at dinner, I sat through Mom and Dad’s “We’re-so proud-of-you’s and “She’s-a-smart-one’s until there was a lull.
“You know what it means,” I said. “The big thing it means.”
Mom and Dad frowned question marks at each other.
“You don’t remember?” I said. “You told me when I started Galer Street that if I got perfect grades the whole way through, I could have anything I wanted for a graduation present.”
“I do remember,” Mom said. “It was to ward off further talk of a pony.”
“That’s what I wanted when I was little,” I said. “But now I want something different. Aren’t you curious what it is?”
“I’m not sure,” Dad said. “Are we?”
“A family trip to Antarctica!”
I pulled out the brochure I’d been sitting on. It was from an adventure travel company that does cruises to exotic places. I opened it to the Antarctica page and passed it across the table.
“If we go, it has to be over Christmas.”
“This Christmas?” Mom said. “Like in a month?” She got up and started stuffing empty take-out containers into the bags they’d been delivered in.
Dad was already deep into the brochure. “It’s their summer,” he said. “It’s the only time you can go.”
“Because ponies are cute.” Mom tied the handles in a knot.
“What do you say?” Dad looked up at Mom.
“Isn’t this a bad time for you because of work?” she asked him.
“We’re studying Antarctica,” I said. “I’ve read all the explorers’ journals, and I’m doing my presentation on Shackleton.” I started wiggling in my chair. “I can’t believe it. Neither of you are saying no.”
“I was waiting for you,” Dad said to Mom. “You hate to travel.”
“I was waiting for you,” Mom said back. “You have to work.”
“Oh my God. That’s a yes!” I jumped out of my chair. “That’s a yes!” My joy was so infectious that Ice Cream woke up and started barking and doing victory laps around the kitchen table.
“Is that a yes?” Dad asked Mom over the crackling of plastic take­out containers being crammed into the trash.
“That’s a yes,” she said.”

 

Maria Semple (Santa Monica, 21 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichter Robert Creeley werd geboren op 21 mei 1926 in Arlington, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Robert Creeley op dit blog.

 

De regen

De hele nacht was het geluid
teruggekomen,
en weer valt
deze stille, aanhoudende regen.

Wat ben ik voor mezelf
dat moet worden onthouden,
waarop zo vaak
moet worden aangedrongen? Is het

dat nooit de behaaglijkheid,
zelfs de hardheid,
van vallende regen
voor mij iets anders

zal hebben dan dit,
iets dat niet zo indringend is-
ik moet opgesloten worden in deze
laatste onbehaaglijkheid.

Lief, als je van me houdt,
Kom naast me liggen.
Wees voor mij, zoals regen,
de ontsnapping

aan de vermoeidheid, de dwaasheid, de semi-
lust van opzettelijke onverschilligheid.
Wees nat
met een gepast geluk.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Creeley (21 mei 1926 – 30 maart 2005)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e mei ook mijn blog van 21 mei 2020 en eveneens mijn blog van 21 mei 2019 en ook mijn blog van 21 mei 2018.

Ellen Deckwitz, William Michaelian

De Nederlandse dichteres en schrijfster Ellen Deckwitz werd geboren op 20 mei 1982 in Deventer. Zie ook alle tags voor Ellen Deckwitz op dit blog.

Opstaan. En rol die grasmat van je af.
Wat sliertjes ziel in je haren, ik strijk ze
weg gelijk aarde, maak er leeslinten van.
Leg ze in je album, tussen de kliekjes
waarop licht brandt dat nooit oplaait.

En ik wrijf een steentje uit je oogkas
en ik wrijf je voeten warm. En ik wrijf
een steentje uit je album
en ik sla je vel dan om.

 

Hut

Toen ik de hut verliet waren er mensen
tegen wie ik aankroop, bij enkelen meende ik het.
Ik weet niet wat er dooide, er kwam al zoveel in me om.

Wat was hij even een baby. Bleef maar jengelen
om verhalen van de walvis in de man. Hechtte wat
waterpsalmen af. Ik dein

op een matras. Alsof me iets wiegt maar het gaat
te hard. Weinigen komen onder smeltwater vandaan,
weinigen komen van smeltwater af.

De poel op de vloer neemt toe. De rimpelingen
aan het oppervlak lijken vingerafdrukken
die in elkaar overgaan.

 

Ontwaken

De stoel, de lift, dit tijdschrift: ze zijn niet levenloos
maar rusten gewoon even. De wijk doet haar dutje,
gerangschikt in huizenblokken, trottoirs en bruggen.
Het huis kraakt als het zich omdraait in haar slaap.
De pinautomaat is kunststof dat alleen maar geld gaf
om te kunnen doordromen, de mannen met baarden

zagen het al. Onze wereld is aan het sluimeren,
haar ontwaken zal zich openbaren in brokstukken,
puin, ijzeren staken. Niet uit de bewusteloze treden
van de brandtrap, de comateuze betonplaten. Banken,
ziekenhuizen, scholen, het bleken slechts cocons.
Wacht maar tot ze zijn ontdaan van slaap. Ons huis
is een knop, waarin de ontploffing al bloesemt.

 

Ellen Deckwitz (Deventer, 20 mei 1982)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver William Michaelian werd geboren op 20 mei 1956 in Dinuba, Californië. Zie ook alle tags voor William Michaelian op dit blog.

 

Verzen

Een oude dichter zijn, is jong zijn.

Jeugd is oude poëzie.

Vogellied.

Grijze wolken op de rug van een locomotief,
Een kreet bij elke kruising.

Een cent op je pad.

De prijs voor wat niet kan zijn.

Warm, de geur van blote huid in de zomer.

Rijpe perziken, die op tafel tegen elkaar fluisteren.

En zo ontstond de eerste kus.

Oude poëzie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Michaelian (Dinuba, 20 mei 1956)
William Michaelian. Portret door Rahina, 2010

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e mei ook mijn blog van 20 mei 2020 en eveneens mijn blog van 20 mei 2019.

Helen Steiner Rice

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Helen Steiner Rice werd geboren op 19 mei 1900 in Lorain, Ohio. Haar vader, een spoorwegarbeider, stierf tijdens de griepepidemie van 1918. Steiner Rice begon te werken voor een openbaar nutsbedrijf en groeide door tot de functie van reclamemanager, wat zeldzaam was voor een vrouw in die tijd. Ze werd ook de Ohio State voorzitter van de Women’s Public Information Committee van de Electric Light Association, en voerde campagne voor de rechten van vrouwen en verbeterde arbeidsomstandigheden. In 1929 trouwde ze met Franklin Dryden Rice, een vicepresident van een bank in Dayton, Ohio. Na de beurscrash in oktober van dat jaar verloor Franklin zijn baan en zijn investeringen. Hij raakte in een depressie waarvan hij nooit herstelde en pleegde zelfmoord in 1932. Rice werd een succesvolle zakenvrouw en docente, maar vond haar meest bevredigende uitlaatklep in het schrijven van verzen voor het wenskaartbedrijf Gibson Greetings. Haar gedichten kregen veel aandacht in de jaren zestig, toen er verschillende werden voorgelezen in de poëzierubriek van de televisieshow van Lawrence Welk. De vraag naar haar gedichten werd zo groot dat haar boeken na vele drukken nog steeds gestaag verkopen, en ze is geprezen als “Amerika’s geliefde inspirerende poet laureate”. Van de boeken met poëzie van Helen Steiner Rice zijn inmiddels bijna zeven miljoen exemplaren verkocht. Ze stierf op de avond van 23 april 1981, een maand voor haar 81ste verjaardag, en werd begraven op Elmwood Cemetery in Lorain, Ohio.

 

God Knows Best

Our Father knows what’s best for us,
So why should we complain
We always want the sunshine,
But He knows there must be rain

We love the sound of laughter
And the merriment of cheer,
But our hearts would lose their tenderness
If we never shed a tear…

Our Father tests us often
With suffering and with sorrow,
He tests us, not to punish us,
But to help us meet tomorrow…

For growing trees are strengthened
When they withstand the storm,
And the sharp cut of a chisel
Gives the marble grace and form…

God never hurts us needlessly,
And He never wastes our pain
For every loss He send to us
Is followed by rich gain…

And when we count the blessings
That God has so freely sent,
We will find no cause for murmuring
And no time to lament…

For our Father loves His children,
And to Him all things are plain,
So He never sends us pleasure
When the soul’s deep need is pain…

So whenever we are troubled,
And when everything goes wrong,
It is just God working in us
To make our spirit strong.

 

Everyone Needs Someone

People need people and friends need friends
And we all need love for a full life depends
Not on vast riches or great acclaim,
Not on success or on worldly fame,

But just in knowing that someone cares
And holds us close in their thoughts and prayers-
For only the knowledge that we’re understood
Makes everyday living feel wonderfully good,

And we rob ourselves of life’s greatest need
When we ‘lock up our hearts’ and fail to heed
The outstretched hand reaching to find
A kindred spirit whose heart and mind

Are lonely and longing to somehow share
Our joys and sorrows and to make us aware
That life’s completeness and richness depends
On the things we share with our loved ones
.

 

Helen Steiner Rice (19 mei 1900 – 23 april 1981)