Alain Mabanckou, Robert Gray

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: The Death of Comrade President (Vertaald door Helen Stevenson)

“That’s the third time Maman Pauline’s asked us to switch off the radio because it’s time to sit down to eat. She says it’s not good to eat while you’re listening to Soviet music, you won’t appreciate the flavour of the food. Also, if you’re at table it’s better not to know what’s going on in the world, that way if you hear bad news it will be too late, you’ll already have eaten and belched.
My father and I don’t budge, even though Maman Pauline’s calling, we stay put under the old mango tree, which is one of our three fruit trees, along with the papaya and the orange tree outside the kitchen. Maman Pauline planted this tree when she bought the land; she likes to tell you how she brought the seed directly from her native village, because the best mango trees in the whole country grow there, and not in Pointe-Noire, where the mangoes look beautiful on the outside but are rotten on the inside. Besides, the mangoes from here are not as sweet as the ones from Louboulou, even the flies know that, they leave them alone.
This tree is a kind of second school for me, and sometimes my father jokingly calls it the ‘talking tree’. This is where he always comes to listen to the radio when he gets home from the Victory Palace Hotel. His work is very tiring, so at the weekends he rests here, from morning till sundown, just sitting in his cane chair, with the radio right up close. He could go and lie in his bed and take it easy, but the trouble is, the aerial doesn’t really work inside the house, it’s like you can hear the sound of popcorn bursting in boiling oil coming from inside the Grundig. Also, it’s often just when the news is really important that the voices get all jumbled up and in the end the transistor tells stories that are just not true. A radio should never lie, especially if it was really expensive, and the batteries are still new, because my father sends me to buy them at Nanga Def’s, the West African seller with a shop two minutes on foot from Ma Moubobi’s.
I’m serious about this thing with a school under the mango tree. For example, this is where my father told me lots of secrets about the war in Biafra, because the Voice of the Congolese Revolution was always talking about it. Our radio informed us that Olusegun Obasanjo, the President of Nigeria, where the war took place, had been congratulated that year by Pope Paul VI for organising a huge meeting of blacks from all over the world. Our journalists, who wanted to be in the good books of the government and Comrade President Marien Ngouabi, started off saying it was a scandal, shouldn’t they be congratulating our leader of the Revolution, who’d been working 24/7 to develop our country? They criticised President Olusegun Obasanjo, saying he never wore a collar and tie, he never smiled, he was a disgrace to our continent, and anyway, their war in Biafra was just a war between prostitutes about who was in charge of the streets in Lagos.”

 

Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

Vlammen en bungelende draden

Op een snelweg door het moerasgebied.
Aan de ene kant, de rook van verschillende vuren op een rij,
als vingers gespreid en versleept om uit te vegen.
Het is de altijd brandende vuilnisbelt.

Achter ons, de stad
als palen in de aarde gedreven.
Een watervogel stijgt op boven dit moeras
Zoals een schildpad beweegt op de Galapagos-kust.

We slaan een grindweg in,
naderen de vuilnisbelt. De hele lucht trilt
in een goedkope spiegel.
Er hangt een mist voor de hete zon.

Nu zijn de verre gebouwen in de rook geprint.
En we komen bij een landschap van blikjes,
van auto’s als schedels,
dat rolt in zijn zandduinvormen.

Tussen deze enorme grijze plastic platen van hitte,
schimmige figuren
die bezig lijken met het identificeren van de doden –
het zijn de assistenten, in overall en stofbril,

die tussen het afval in de smeulende vuren snuffelen.
Een zure rook
wordt overal naar buiten geblazen,
dun, als touw. En er beweegt nog iets anders – aaseters.

Zoals in de hel de duivels
misschien porren door onze ziel, naar restjes
van eetlust
om zich te herstellen,

zo lijken deze figuren
wanhopig rond te dwalen, in een eeuwigheid
waarin ze een eigenaardige sensatie
zouden kunnen vinden.

We stappen uit en lopen ook wat rond.
De stank is enorm,
blaast onze mond droog:
de tonnen rotte kranten, en grote ballen gras of stof …

En waar ik sta, met de luchtspiegeling van de stad voor ogen
realiseer ik me dat ik in de toekomst ben.
Dit is hoe die zal zijn als er geen mensen zijn.
Die zal bestaan uit dingen die hebben gewerkt.

Een arbeider hijst een niet-identificeerbare brei
op zijn vork, gooit hem in de vlammen:
er klapt iets
zoals de lap die wordt opgehouden in ‘Het vlot van de Medusa’.

We naderen een ander, door de rook
en even lijkt hij die demon met de vaarboom.
Het is een man die zijn ogen afveegt.
Iemand die hier werkt, moet huilen,

en zo praten we. De randen onder zijn ogen zijn nat
als een oester, en rood.
Alles wetend wat hij over ons weet,
hoe kan het dat hij mensen niet haat?

Terwijl ik verder loop, zie ik een oude radio die
zijn bungelende draden uitspuwt-
en ik realiseer me dat ergens de stemmen die hij ontving
nog steeds rondreizen,

wegglijdend, oplossend, rond de boog van het universum;
en met hen, het luide gelach en de Chopin
die het geluid was van de gordijnen die zich openden,
ooit, naar een kust van licht.

 

Vertaaald door Frans Roumen

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Etel Adnan

De Syrisch-Amerikaanse dichteres, essayiste en beeldend kunstenares Etel Adnanwerd op 24 februari 1925 in Beiroet, destijds de hoofdstad van Frans-Libanon, geboren. Haar moeder was een Grieks-orthodoxe vrouw uit Smyrna, terwijl haar vader een Turkse officier uit Damascus (Ottomaans Syrië) was. Haar ouders ontmoetten elkaar in Smyrna tijdens de Eerste Wereldoorlog, waar haar vader als gouverneur van Smyrna diende. Nadat het Ottomaanse Rijk was ingestort en Smyrna verbrand werd tijdens de bezetting, vluchtten haar ouders naar Beiroet. Adnan groeide op in Beiroet en sprak thuis Turks en Grieks, terwijl Arabisch de belangrijkste taal van de Libanese samenleving was. Ze kreeg onderwijs op Franse kloosterscholen en Frans werd de taal waarin ze haar vroege werk schreef. Ze studeerde later ook Engels, waardoor haar latere werk vooral in deze taal is geschreven. Ze volgde opleidingen aan de Universiteit van Parijs, Harvard en de Universiteit van Californië – Berkeley. In haar latere leven identificeerde Adnan zichzelf als lesbienne en verruilde Beiroet in de jaren tachtig samen met haar partner Simone Fattal (geb. 1942) voor Californië.In 2003 werd Adnan door het academische tijdschrift MELUS “de meest gevierde en ervaren Arabisch-Amerikaanse auteur die vandaag de dag schrijft” genoemd. Naast haar literaire output, bleef Adnan visuele werken produceren in verschillende media, zoals olieverfschilderijen, films en wandtapijten, die in galerieën over de hele wereld zijn tentoongesteld.In 2017 was het werk van Adnan opgenomen in ‘Making Space: Women Artists and Postwar Abstraction’, een groepstentoonstelling georganiseerd door het MoMA, die prominente kunstenaars samenbracht, waaronder Ruth Asawa, Gertrudes Altschul, Anni Albers, Magdalena Abakanowicz, Lygia Clark en Lygia Pape.

Uit: In the Heart of the Heart of Another Country

 To Be In A Time Of War

To say nothing, do nothing, mark time, to bend, to straighten up,
to blame oneself, to stand, to go toward the window,
to change one’s mind in the process, to return to one’s chair, to

stand again, to go to the bathroom, to close the door, to then open
the door, to go to the kitchen, to not eat nor drink, to return to
the table, to be bored, to take a few steps on the
rug, to come close to the chimney, to look at it, to find it dull,
to turn left until the main door, to come back to the
room, to hesitate, to go on, just a bit, a trifle, to stop, to
pull the right side of the curtain, then the other side, to stare
at the wall.

To look at the watch, the clock, the alarm clock, to listen to
the ticking, to think about it to look again, to go to the tap, to
open the refrigerator, to close it, to open the door, to feel the
cold, to close the door, to feel hungry, to wait, to wait for –
dinner time, to go to the kitchen, to reopen the fridge, to take
out the cheese, to open the drawer, to take out a knife, to carry
the cheese and enter the dining room, to rest the plate on the
table, to lay the table for one, to sit down, to cut the cheese in
four servings, to take a bite, to introduce the cheese in the ;
mouth, to chew and swallow, to forget to swallow, to day-dream,
to chew again, to go back to the kitchen, to wipe one’s mouth,
to wash one’s hands , to dry them, to put the cheese back into the
refrigerator, to close that door, to let go of the day.

To listen to the radio, to put it off, to walk a bit, to think,
to give up thinking, to look for the key, to wonder, to do nothing,

to regret the passing of time, to find a solution, to want to go to
the beach, to tell that the sun is coming down, to hurry, to go down
with the key, to open the car’s door, to sit, to pull in the door,
put in the key, turn it on, heat the engine, to listen, to make
sure nobody’s around, to pull back, to go ahead, to turn right, then
left, to drive straight on, to follow the road, to take many
curbs, to drive down the coast, look at the ocean, to admire it,
to feel happy, to go up the hill, to reach the other side, then
go straight, to stop, to make sure that the ocean has not disappeared,
to feel lucky, to stop the engine, to open the door, to exit, to
close the door, to look straight ahead, to appreciate the breeze,
to advance into the waves.

 

XLIV from The Arab Apocalypse

Where do you want ghosts to reside?
In our wakeful hours there are flowers which produce nightmares
We burned continents of silence the future of nations
the breathing of the fighters got thicker became like oxen’s

there is in that breath sparkles of scorched flesh and the fainting of stars

we crucify Gilgamesh on a TANK Viking II reaches Mars
Imam Ali dances over a nuclear blast
cursed are the clouds which repel water
cursed are the Arabs who fell tall and haggard eucalyptus trees

 

Etel Adnan (Beiroet, 24 februari 1925)

César Aira, Robert Gray

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: Een episode uit het leven van een landschapsschilder (Vertaald door Adri Boon)

“In het Westen zijn er maar weinig echt goede landschapsschilders geweest. De beste die we kennen, en over wie veel documentatie bestaat, was de onvolprezen Rugendas, die twee keer in Argentinië is geweest; de tweede keer, in 1847, kreeg hij de gelegenheid in het Río de la Plata-gebied landschappen en de bewoners ervan op het doek vast te leggen – en dat deed hij zo geestdriftig dat het aantal schilderijen dat op deze plek van de wereld in handen van particulieren is gekomen op wel tweehonderd stuks wordt geschat. Daarmee verloochende hij zijn vriend en bewonderaar Humboldt, of liever gezegd leende hij zich voor een simplistische interpretatie van de theorie van Humboldt, die het talent van deze schilder had willen reserveren voor de orografische en botanische weelde van de Nieuwe Wereld. Maar de kiem van die verloochening was in feite al tien jaar eerder gelegd, tijdens het eerste korte en dramatische bezoek, onderbroken door een opmerkelijke episode die een blijvende stempel op zijn leven zou drukken.
Johann Moritz Rugendas werd geboren op 29 maart 1802 in de keizerstad Augsburg als zoon, kleinzoon en achterkleinzoon van prestigieuze genreschilders; een voorzaat, Georg Philipp Rugendas, was befaamd om zijn doeken van veldslagen. Op zoek naar een vriendelijker klimaat voor hun protestantse geloofsovertuiging was het gezin Rugendas in 1608 weggetrokken uit Catalonië (hoewel de familie een Vlaamse afkomst had) om neer te strijken in Augsburg. De eerste Duitse Rugendas was een artistieke klokkenmaker; diens nakomelingen waren stuk voor stuk schilder. Al op vierjarige leeftijd gaf Johann Moritz blijk van zijn roeping. Begaafd tekenaar als hij was viel hij eerst op in het atelier van Albrecht Adam en vervolgens op de kunstacademie van München. Op zijn negentiende kreeg hij de kans om een reis te maken naar Amerika als lid van een expeditie onder leiding van baron Langsdorff en gefinancierd door de tsaar van Rusland. Zijn taak was iets waarvoor honderd jaar later een fotograaf zou worden meegevraagd: de vondsten die ze deden en de landschappen die ze doorkruisten in beeld vastleggen.
Om een duidelijker idee te krijgen van datgene waaraan de jonge kunstenaar begon moeten we eerst een stukje teruggaan in de tijd. De familiegeschiedenis was minder lang dan uit het bovenstaande wellicht lijkt. Johanns overgrootvader, Georg Philipp Rugendas (1666-1742), was de grondlegger van het schildersgeslacht.”

 

César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

Vleugelslag

Als er een laatste balans wordt opgemaakt
zal ik een seizoen zijn kwijtgeraakt,
de zomer
die een andere hemisfeer me heeft ontnomen.
Voor wie daarheen de evenaar
oversteekt, treft in het jaar
een tweede winter. Bladen van ijs in hun folianten
staan er op planken van lucht, en kantelen
een voor een als scherp papier in de wind – ik zal gaan
naar de kreupele sneeuw die langzaam
over de kruispunten dwalend
hinkt in de koplampen van een vroege avond.
Hoe heerlijk is niet de zomer voor iemand
die maar een glimp van de zoom ervan opvangt.
‘Een kleine ruimte, vijftig lentes’, zo is het misschien
voor een kenner van verliezen, maar statistisch gezien
mag ik nog een tiental zomers begroeten
voordat de blauwe hoogten sluiten.
Al ben ik noordwaarts gegaan,
wanneer de tuin en de bomen in bloei staan,
zal ik het grasveld thuis, op mijn gemak,
oversteken, in de spiegel in een leeg vertrek.

 

Vertaald door Maarten Elzinga

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Arnon Grunberg, Ishmael Reed

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Bezette gebieden

“Het transport van moeder naar Amsterdam is voor alle betrokkenen ingrijpend. Moeder wilde eerst niet naar Zeeland, nu wil ze daar niet weg en Michettes vader zegt: ‘Ik begin te beseffen dat het definitief is, Michette komt niet terug.’
‘Vermoedelijk niet definitief,’ antwoordt Kadoke, ‘maar langdurig, zo langdurig dat ik mijn moeder niet alleen in dit hotel wil achterlaten.’
Gelukkig heeft moeder niet veel spulletjes. In afwachting van het definitieve einde gooide ze het meeste al weg.
Ze rijden zwijgend naar Amsterdam. Moeder is nukkig en als ze in de namiddag aan haar vertrouwde eettafel zit begint ze te klagen. ‘Wat heb je met mijn huis gedaan?’ vraagt ze. ‘Het stinkt hier naar zweetvoeten.’
‘Ik ruik niets,’ antwoordt Kadoke, maar na een paar minuten moet hij toegeven dat er een eigenaardige lucht in het huis hangt. ‘Ik zal de boel eens goed laten doorluchten,’ belooft hij.
‘En dan die rotzooi,’ zegt moeder, ‘wat een vreselijke rotzooi. Alsof hier beesten hebben gewoond, geen mensen.’
‘Je bent onverwacht thuisgekomen, ik had niet veel tijd alles zo in te richten als jij het graag wil.’
Hij zet thee, zoekt een sweater voor moeder tegen de kou. Als hij terugkomt ziet hij dat ze haar pruik heeft afgetrokken en de medicijnen die voor haar stonden op de grond heeft gegooid.
‘Wat doe je nou?’ vraagt Kadoke. ‘Je bent toch geen kind.’
‘Het heeft te lang geduurd,’ antwoordt ze.
‘Wat?’ vraagt Kadoke. ‘Wat heeft te lang geduurd?’
‘Deze onzin.’
‘Welke onzin?’
‘Dit,’ zegt ze. Ze wijst op de pruik. ‘Nu ik hier terug ben voel ik het. Waar is moeder? Waar is ze?’
‘Jij bent moeder,’ zegt Kadoke.
Ze schudt haar hoofd en Kadoke begint de medicijnen op te rapen.
‘Voor wie doen we dit?’ vraagt ze. ‘Voor wie voeren we deze komedie op? Zolang het meisje er was, was zij mijn publiek. Maar nu ze me verlaten heeft, weet ik dat zij er ook nooit echt in heeft geloofd. Hoe heb je me al die tijd zo voor de gek kunnen houden, waarom ben je erin meegegaan, waarom heb je me niet tegen mezelf beschermd, waarom heb je me deze komedie laten opvoeren?’
Kadoke mist een tablet. Hij zoekt verder.
‘Deze farce,’ roept moeder. ‘Hoor je me? Ik ben moeder niet. Ik wil het ook niet meer zijn. Ik kan het niet meer zijn. Ze is dood. Ze is morsdood.’ En opnieuw gooit moeder haar medicijnen op de grond.
Nog steeds op zijn knieën pakt Kadoke moeders hand en hij zegt: ‘Je moet ophouden. Ik begrijp dat dit ingrijpende veranderingen zijn, maar zo gaat dit niet. Je kunt je niet als een opstandig kind gedragen, lieverd. Je moet blijven wie je bent.”

 

Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

Gezichtspunten

De pioniers en de indianen
zijn het over veel dingen oneens
de pionier zegt bijvoorbeeld dat
als je een beer in het bos tegenkomt
je naar hem moeten schreeuwen en als dat
niet werkt, je hem moet neerslaan
De indianen zeggen dat je
hem zachtjes moet toefluisteren en roepen met
liefdevolle koosnaampjes
Niemand nam de moeite de beer te vragen
wat hij denkt

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ishmael Reed (Chattanooga, Tennessee, 22 februari 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2019 en ook mijn blog van 22 februari 2015 deel 1 en ook deel 2.

Herman de Coninck, W. H. Auden

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

Ballade van de traagheid

ik hou van de traagheid van liggen in gras, als een vorst:
ik, uitkijkend over mijn aanhangers,
mijn ledematen, zeggend tot mijn linkerarm:
jij daar, breng mijn hand eens voor
mijn mond, dat ik geeuw, in orde,
ga maar weer liggen, goed zo,
tucht moet ik hier hebben.

ik hou van de traagheid van zijn,
zen, zegt men in het oosten, ik geloof dat het
hetzelfde is.
ik hou van de traagheid van liggen in bed,
jij naast mij, je knieën in mijn knie-
holtes, als twee s-sen, de traagheid waarmee je me
niet gezegd hebt dat je al wakker was,
je uit lippen bestaande ontvankelijkheid,
de traagheid waarmee ik sneller en sneller kom,
de kalmte waarmee ik wilder en wilder word
de traagheid van jouw diplomatisch lichaam
dat geeft en neemt, jouw corps diplomatique,

en de traagheid van een sigaar nadien,
de traagheid van grandeur, de traagheid van wie
zich te pletter rijdt tegen een boom in vertraagde
film, het majestuoso van een ontploffing, plechtig,
plechtig eindigt dit leven.

 

Ik

ik, de bij gebrek aan beter
dan maar mezelf zijnde: een soort
De Slegte voor tweedehandse
onverkochte emoties,

ik kwam mezelf tegen, je was zo lief
voor mijn melancholie, dat soort
reuma van het gevoelsleven,
maar als ik het warmhield,
bijvoorbeeld in jouw armen,
viel het best te harden.

eigenlijk pasten we zo mooi bij elkaar
dat ik sinds je weggaan een derde
ben geworden.
ik herinner me nu na 2 jaar nauwelijks wie het is
die jou mist.

 

44

Zonder ik, zonder onderwerp.
Lier aan wilgen gehangen.
Ander instrument aangeschaft.

Met voorhamer van grote
gevoelens op xylofoon
van ziel. Ziel kapot, natuurlijk.

Met hark ziel in hoek
geveegd en opgestookt.
Meer ziel dan hij dacht.

En vervolgens op hark viool
gespeeld, met zaag als strijkstok.
Een liedje.

 

Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook alle tags voor Wystan Hugh Auden op dit blog.

 

Johnny

O ’s zomers in de dalen waar ik met mijn John
Langs de brede rivier zo fijn wandelen kon,
Bloemen in het gras en vogels in het blauw
We zeiden wel duizend keer: ik hou zoveel van jou
Ik hing aan zijn schouders: Johny, ik ben smoor”
Maar hij ging er als de donder en bliksem ervandoor.

Op vrijdag voor Kerstmis, nooit raak ik het kwijt,
Op een matinee voor de liefdadigheid
De vloer was zo glad en de band was zo knots
En Johny zo knap en ik was zo trots
Ik zei: “Johnny, we dansen de hele nacht door”
Maar hij ging er als de donder en bliksem ervandoor.

Die keer in de Opera vergeet ik nooit meer
Die muziek en die sterren, die fantastische sfeer;
Parels, juwelen in duizendvoud
Zijden japonnen van zilver en goud
“Dit is de hemel, John,” zei ik in zijn oor
Maar hij ging er als de donder en bliksem ervandoor.

O hij was de knapste, een bloem in het gras
Zo slank en zo groots als de Euromast
We walsten en walsen, zijn blik en zijn lach
Troffen mijn hart elke keer als ‘k hem zag.
“Jij bent de man, die ik toebehoor”
Maar hij ging er als de donder en bliksem ervandoor.

Vannacht in mijn droom, John, zag ik je staan
Met in je armen de zon en de maan
Het gras was groen, de zee was blauw
De sterren maakten muziek op jou;
Diep was de put waarin ik lag en in mijn oor
Klonk jouw donder en bliksem …. en je ging er vandoor.

 

Vertaald door Arie van der Krogt

 

W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973)    

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e februari ook mijn blog van 21 februari 2019 en ook mijn blog van 21 februari 2016 deel 2.

P. C. Boutens, Björn Kuhligk

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook alle tags voor P. C. Boutens op dit blog.

 

Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren

Waar tijd en eeuwigheid elkaar beroeren,
Worden de sterren in de nacht geboren,
Vuurbloemen die de rijzendranke roeren
Van donkre aardtochten naar Gods ooglicht boren.

En waar de heemlen van voor Hem vervloeren
Tot glazen glansbaan eindelozer koren,
Lijnen der stelslen weemlende contouren
Door ’t klaar kristal donkervermoede voren:

Door weerszijds-open venstren als door ogen
Schijnen de heemlen in elkaar en de aarde:
Liefde met liefde wisslen wondre waarden,

Aarddonker tegen Godslicht opgewogen ….
In evenwicht van gulden ruil geheven
Wandelt de wereld vleugelloos te zweven.

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

Tiende strofe (Fragment)

En geen van hen die alle leed en vreugd
vergeten voor den dagelijkschen slaap,
geen maag, geen vriend, geen lief blijft hun nabij,
of spant den schijn van zijn aanwezigheid
tot gouden aandacht die hun lijden deelt.
In eenzaamheid van angst en zelfverwijt
ontluiken langzaam hun verlaten oogen
tot helderdiep ontzag en zoetste schaamte,
de zuivre ootmoedigheid waardoor hun god
zich openbaren kan: hun onbewustheid
glijdt als een blinddoek weg voor hun gezicht.
Daar breekt door dien verteederde’ oogenbloei
het witte licht van zijn onzienlijkheid
in duizendvoudig geschakeerde glanzen
en spiegelt zich in ieder aardeding,
en allerweeg ontvonken zijne spranken
als sterren meerdren in den vroegen nacht –
en hij die nergens was, is overal.
Zoo draagt voor éen verrukten ademtocht
de ziel de weerld als haar doorzichtig kleed,
allevend middelpunt van ’t evenwicht
oneindger sferen siddrend overdauwd
met het versch vuur van haar verzaligd leed…
Doch als een bloem, door overfelle zon
verblind, den nacht nabij vreest en heur hart
wegsluit voor de overdaad van licht, zoo draagt
zij d’ aanblik niet van haar verheerlijking:
haar oogen schuw Gods vollen dag te zien
en huiverend voor zijn verdonkering,
dekken, onwetend dat hun eigen glans
hem schiep, in zich de wellen weg van ’t licht
waarvan hun schroom den weêrschijn wil ontgaan,
en haasten tastend naar den veilgen avond
de schaduw binnen van vertrouwden droom.
En als een minnaar ’t lang verloochend lief
verrast waar zij hem minst verwachten zou,
en wint de schuwheid van haar zaalgen schrik
met teederheid verdubbeld en bewijs
van volle en onvoorwaardlijke overgaaf,
zoo in de binnenkaamren van den slaap
onthult zijn duistre tegenwoordigheid
zich voor het eerst in schoonheid zoo volkomen
als geen oog langer dan éen blik beleven
en geen herinnering vasthouden kan.

 

Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)
Portret door Max von Seydewitz, 1923

 


De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

Wat vaststaat

Ik ontken de tijdstippen, de oppervlakken
de plaatsen die moeten worden vastgepind

Ik hou van wat ik niet kan verpatsen
Ik haat waar ik anders van zou houden

Ik vertrouw het water, het onvermogen
de vaagheid, het zand

zolang ik me kan herinneren, begint
het wensen steeds weer van voren af aan

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2019 en ook mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Michiel Stroink, Björn Kuhligk

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: Wandelen in een Escher

Ik haat de middagdienst. Als het even kan ruil ik met Jeffrey of Ronald. Als zij de boel om tien uur ’s avonds afsluiten stoppen ze vaak nog even bij café De Hoek voor een potje biljart. En soms, als ze meer in de stemming zijn voor de droeve stilte, fietsen ze door naar café Babbels, waar mensen bestellen door een vinger op te steken. De stamgasten ontwijken elkaars blikken door naar het geflikker van de gokkasten te kijken of ze betrappen elkaar als ze via de spiegel achter de toog naar de billen van de barvrouw proberen te gluren. Middagdienst betekent dat je pas om twee uur op je werk hoeft te verschijnen. Uitslapen dus. Al heeft de status van de roes maar weinig invloed op de kwaliteit van het werk van een parkeerbeambte. Nee, ik haat de middagdienst en dan druk ik me nog zwak uit. Het komt door de mensen op straat. De dame op het bankje van het Kastanjeplein die altijd naar me zwaait terwijl haar ongezond kleine hondje door zijn bevende pootjes zakt om een drol te produceren die groter is dan hijzelf. Of de kinderen van de Oranje Nassauschool die elkaar verdringen rond het trapveldje terwijl ze elkaars kreten imiteren en dingen schreeuwen als: ‘Doorfietsen, ouwe!’ En: ‘Aan de kant voor de commandant!’ En dan de rokende vrouwen voor de van Haren die stug paffend pauzeren, of het nu min vier is of tijdens een hoos-of hoestbui. Ze stoppen alleen maar met kuchen om te lachen als ik nét voorbij ben, zodat ik niet meer kan achterhalen of het nou over mij ging of niet. Of de oude mannen met hun mening op het bankje bij het stoplicht op de Brielbrug. Onverstaanbaar mompelen ze zaken zuur als de garnering bij hun haring-in-stukjes. De straat is een circusvoorstelling die rond het middaguur altijd is uitverkocht en ik ben de clown die zich afvraagt of hij moet lachen of huilen. Daarom heb ik een voorkeur voor de kalmere en koelere ochtenddiensten. Dan zijn de straten nog rustig en de mensen die zich er wagen zijn druk met zichzelf bezig. In beslag genomen door de tijd en hun bestemming en te druk om nog op mij te letten. En natuurlijk moet ik na een ochtenddienst ook weer de straat op, maar dat is het slotakkoord. Dan is de dag afgelopen en zijn de mensen op de straat mijn grootste angst. Als ik ermee moet beginnen kan het altijd nog erger. Nee, geef mij maar de ochtenden. Dan ben ik alleen en dat is al druk genoeg. Ze valt me op zodra ik de hoek om fiets. Omdat ze een roze regenjas draagt, maar ook omdat ze het straatbeeld verstoort. Ze staat op de oprijlaan van de parkeergarage en ze hoort daar niet. Als een roze verkeerskegel verspert ze de toegang tot mijn werkplek, dus knijp ik in mijn handrem en stap ik bij de containers van mijn fiets om de situatie te evalueren. Het is een vrouw, al zou de opvallend gekleurde regenjas nog een meisje van haar kunnen maken.”

 

Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Pécser rhapsodie

Daar komt de vrouw van wie ik hou
onder de bloeiende kastanjes
is haar gang licht

ze gaat bij mij aan tafel zitten, oh
geprezen en naar het museum van schoonheid
gebracht zij de hemel

waaronder ze vloekt als de ober
de wijn morst, geprezen
zij haar volle mond

onder de boog van haar rechterschouder draagt ze
een moedervlek zo groot als een vuist, ik kus haar
wanneer de tram stopt voor het park

daar komt de vrouw van wie ik hou de hoek om
ze zal spoedig grijs haar krijgen, als ik haar
van opzij aankijk, wordt ze mooier

daar komt de vrouw en als ze het niet is, moet het wel
de volgende zijn, misschien vanaf de heuvel, uit de seringengeur
van wie ik hou, hoe ze langzaam de hoek om

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2019 en eveneens mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Nick McDonell, Björn Kuhligk

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: An Expensive Education

“The shifta, twenty-two of them by Teak’s count, waited for him. They were younger than he expected and rich, with the van and that gate, which they had set up across the track. Might be a particularly shrewd crew, Teak thought. Two men stood directly in front of the gate. One wore camouflage pants and a T-shirt with the D.A.R.E. antidrug logo. The other wore mesh shorts and a khaki safari shirt. Both carried Kalashnikovs. The man in shorts also wore a leather shoulder holster. “Hello,” said Teak, sticking his head out the window as he slowed. Best to use English, lingua idiota. “Checkpoint,” said the man in the antidrug shirt. Teak stopped and let the Land Cruiser idle. He looked off to the sides of the track. He could drive around them but then they might chase him, shoot at his tires, probably miss, but maybe break his windows. Maybe worse. Better to talk. A boy holding a cleaver sat cross-legged on the side of the track, staring at Teak. Strange. Usually no children with the shifta. Teak winked at the child but the child just stared. “Checkpoint?” said Teak, in his best baffled colonial, “on whose authority?” The two men in front looked at each other. Mesh Shorts theatrically drew an old .38 from his shoulder holster. “Authority of General Hatashil,” he said, tapping the rear door of the car with his pistol. “What’s here?” “Shit,” Teak said for their benefit, putting his head in his hands. They opened the doors, pulled the suitcases out onto the dirt, and ripped one open. “You know, there’s a zipper on that you could use,” said Teak. A cheer went up when they saw that grey-green khat filled the case. Teak shook his head. “You have a problem?” asked the shoulder-holster boss. “No,” said Teak, suddenly brightening and extending a hand out the window. “I’m Teak.” “I am Commander Moalana,” said the man in mesh shorts, surprised, briefly taking Teak’s hand in a kind of half shake. Teak smiled at him and Moalana began to stroke his chin. He was almost gleeful, toying with Teak for his men, extremely grateful that this lone man with his bags full of drugs had crossed his path. Moalana’s men had been frustrated that morning. But then, Moalana reflected, they’re frustrated all the time. He could take the car, too, but orders were orders. Restraint, Hatashil had said. After they had killed that last man as a spy, Hatashil had been angry.”

 

Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Liefde in de tijden van de EU

Zoals een grenswachter weer
een lijn trekt, dat moet, er
mag geschoten worden, dat
moet, er mag worden gefilmd

hoe wereldvreemd dit continent is
met sterretjes op de revers, hoe het
de verdediging opbouwt, mama doet
nog snel de afwas

toen in het zuiden de eerste gymschoenen
werden aangespoeld, later twee drie
tweevoeters werden opgevist, dat moet
er mag worden teruggeschoten

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2019 en eveneens mijn blog van 18 februari 2018 deel 2.

Ash Wednesday (T. S. Eliot), Jack Gilbert

 

Bij Aswoensdag

 

Meditaties. Aswoensdag door Witold Wojtkiewicz, 1908

 

Ash Wednesday (T. S. Eliot)

V
If the lost word is lost, if the spent word is spent
If the unheard, unspoken
Word is unspoken, unheard;
Still is the unspoken word, the Word unheard,
The Word without a word, the Word within
The world and for the world;
And the light shone in darkness and
Against the Word the unstilled world still whirled
About the centre of the silent Word.

O my people, what have I done unto thee.

Where shall the word be found, where will the word
Resound? Not here, there is not enough silence
Not on the sea or on the islands, not
On the mainland, in the desert or the rain land,
For those who walk in darkness
Both in the day time and in the night time
The right time and the right place are not here
No place of grace for those who avoid the face
No time to rejoice for those who walk among noise and deny
the voice

Will the veiled sister pray for
Those who walk in darkness, who chose thee and oppose thee,
Those who are torn on the horn between season and season,
time and time, between
Hour and hour, word and word, power and power, those who wait
In darkness? Will the veiled sister pray
For children at the gate
Who will not go away and cannot pray:
Pray for those who chose and oppose

O my people, what have I done unto thee.

Will the veiled sister between the slender
Yew trees pray for those who offend her
And are terrified and cannot surrender
And affirm before the world and deny between the rocks
In the last desert before the last blue rocks
The desert in the garden the garden in the desert
Of drouth, spitting from the mouth the withered apple-seed.

O my people.

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
St. Alphonsus Liguori Catholic Church, Saint Louis, Missouri, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

De Amerikaanse dichter Jack Gilbert werd geboren in Pittsburgh op 17 februari 1925. Zie ook alle tags voor Jack Gilbert op dit blog.

 

Tot schande van poëzie

Toen de koning van Siam een hoveling niet mocht,
schonk hij hem een prachtige witte olifant.
Het fabelachtige dier had recht op zoveel ceremonieel
dat er goed voor zorgen je ondergang betekende.
Toch was het erger om er slecht voor te zorgen.
Het schijnt dat het geschenk niet kon worden geweigerd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jack Gilbert (17 februari 1925 – 13 november 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Satans Karneval (Josef Weinheber), Elke Erb

 

Bij Carnaval

 

Maskers door Cesare Sofianopulo, 1930

 

Satans Karneval

Sichelmond und Galgenwind! Ich geige,
daß das Blut mir aus den Nägeln springt.
Ich – der Satan selbst! Nur keine Neige!
Trinkt mir! Blut ist gut! Die Fiedel singt!
Her! Herbei, ihr, meine nackten Schönen!
Nur nicht fremd getan und zimperlich –
Karneval des Irrsinns euch zu krönen,
ist der Teufel fast zu tugendlich.

Wein aus Blut und dampfender Punsch aus Tränen!
Spürt mir, wie das süß zu Gaumen geht.
Dirnen, Schieber, östliche Hyänen,
dreht euch! Tanzt! Der Wind ist Pest, der weht.
Keine Scham, hier seid ihr wie zu Hause!
Könnt mal auch ein kleines Spielchen tun.
Hockt euch herl Nur keine Atempause!
Was steht auf dem Spiel? Ein Volk – Je nun!

Volk ist dumm und lausig. Soll’s uns kümmern?
Gilt für uns denn läppisch ein Gebot?
Sauft und tanzt nur! Auf der Menschheit Trümmern
tanzt mit euch mein Spießgesell, der Tod –
Dreht euch, elegante Lumpenhunde!
Auf, herbei zum letzten Bacchanal!
Not und Tod -! dies ist doch unsre Stunde,
aller Höllen Fest – Mein Karneval!

 

Josef Weinheber (9 maart 1892 – 8 april 1945)
De Ottakringer brouwerij in Wenen- Ottakring, de geboorteplaats van Josef Weinheber

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Rondom

Zevengesternte van een vogel boot
Het water van de kade of ochtend
Levenloos niet Niemand /
roeit Het laait op

loedert bootskiel scheepskiel boeg
Zoals de maagd profiel vissenvrouw
vissenstaart het buikje kogelrond
danst Zij rustten niet toen de maan

scheen Zij waren goed
bij hun hoofd rechts links
zoals onlangs Vergrijzen-
het bosje restje struikgewas

op de heuvel
Op de heuvelrug Langs de maïs
kwam de avond, kleurde hem Daar was het
opengespannen zomer

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

Zie voor meer schrijvers van de 16e februari ook mijn blog van 16 februari 2019 en ook mijn blog van 16 februari 2018 en ook mijn blog van 16 februari 2016 en ook mijn blog van 16 februari 2015.