P. C. Hooftprijs 2018 voor Nachoem M. Wijnberg

P. C. Hooftprijs 2018 voor Nachoem M. Wijnberg

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem M. Wijnberg krijgt de P. C. Hooftprijs 2018. In mei volgend jaar wordt hem de oeuvreprijs van 60 duizend euro overhandigd in het Haagse Literatuurmuseum. Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961.

Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog en eveneens mijn blog van 13 april 2009 en ook mijn blog van 10 april 2009 en ook mijn blog van 13 april 2008.

Avond

In plaats van een sigaret
aan te steken met een brandend bankbiljet
steek je een biljet aan
met een ander,
als iemand je vuur geeft.

Je bestelt porties
die groter zijn dan je op kan,
als je bijvoorbeeld water wil drinken
bestel je een fles zo groot als dat meisje
dat haar ogen dichthoudt.

Wil je een sigaret?

Je rookt zelf niet, maar hebt er wel een bij je.

Herinner je je,
kijk hoe zij danst,
met een brandende sigaret
in haar hand
alsof dat straks het enige licht is?

Wat is de kans
dat een meisje
je vraagt te helpen zoeken
naar haar parels,
op straat, in het donker?

Brak de parelketting
om je hals?

Ja, zoiets, je hebt niet toevallig
een zaklantaarn bij je
of een paar lucifers?

 

Marcel Proust

Marcel Proust kwam tenslotte
hij droeg meerdere lagen kleren
zijn gezicht is nu bijna kleurloos
deze man is zo plotseling oud geworden
schoonheid ligt misschien in herhaling
voordat hij kwam belde zijn huishoudster
driemaal om te vragen of een bepaalde thee
voor hem gereedstond

vraag hem niet zijn jas uit te trekken
hij heeft vrijwel geen tijd meer, laat hem
zijn handschoenen verwarmen aan het glas thee.

 

Bekrachtiging

Om de overeenkomst waarde te geven
betasten de twee mannen elkaars testikels
elk van hen zoekt onder het lichtgekleurde kleed
van de ander met de vingers van zijn rechterhand
naar het behaard en ineengekrompen geslachtsdeel
van de ander, zo wordt deze overeenkomst meer
dan een willekeurige afspraak tussen vreemden

nadat de zon ondergaat zijn zij als mannen
die zonder dwang water verdeeld hebben.

 
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

Helen Dunmore

De Britse dichteres en schrijfster Helen Dunmore werd geboren op 12 december 1952 in Beverley, Yorkshire. Zij was het tweede kind van haar ouders en volgde de school in Nottingham. In haar romans behandelde ze herhaaldelijk de psychologie van interpersoonlijke relaties, vooral in crisissituaties. Helen Dunmore studeerde Engels aan de Universiteit van York en doceerde twee jaar in Finland voordat ze haar eerste roman publiceerde. Naast het schrijven, bleef ze lesgeven en schreef zij ook recensies voor The Times en de Observer. Zij werkte ook mee aan programma’s over kunst op radio BBC. Dunmore won de eerste Orange Prize for Fiction in 1996 “A Spell of Winter”. In 2001 was ze genomineerd voor de Orange Prize for Fiction en de shortlist voor de Whitbread Book Award met “The Siege”. Haar boek “The Betrayal” stond op de longlist van de Booker Prize 2010. Helen Dunmore zat in de jury voor zowel de T. S. Eliot-prijs als de Whitbread Book Award en was lid van de Royal Society of Literature. In maart 2017 had ze publiekelijk aangekondigd dat ze aan kanker leed en een lage kans op genezing had. Op 25 april 2017 schreef ze haar laatste gedicht, dat ze naar haar uitgever stuurde. In het gedicht met de titel “Hold out your arms”, spreekt zij rechtstreeks tot de dood.

Uit: A Spell of Winter

‘I saw an arm fall off a man once,’ said Kate. She turned the toasting-fork to see how the muffin was browning, then held it up to the fire again. We stared at her.
‘Yes,’ she went on, ‘it was in my grandfather’s house in Dublin. They were bringing my uncle Joseph down the stairs. Narrow, twisty stairs they put in houses where they’d given no thought to the living or the dead. You couldn’t get a coffin up them. But my grandmother had kept the body too long in the house. She was mad with grief, she didn’t want him to go. She kept putting more flowers in the room, shovelling flowers in on top of him to hide the smell. Then she’d be sitting with him all night long.’
‘Was that your grandmother O’Neill?’ I whispered to the flames.
‘Who else would it be? You know my daddy was the eldest of the twelve. But this one, Joseph, was his next brother and the favourite. If there was meat or meal, it would be Joseph got the meat.’
‘Did you know him before he was dead?’
‘Who’s telling this story? He was twenty-six when he died with a kick from a cart horse. How could I not know my own uncle?
‘Well now, Joseph must have been up there a week or more, with my grandmother lighting fresh candles round him and saying prayers enough to wear out the saints. No one else’s prayers were good enough for Joseph, only hers. I remember the talk in the house. We were giving scandal. It was the middle of summer, and hot. My mother wouldn’t go near the house in her condition, and the smell had driven everyone but my grandmother from the room. That was when it was decided that they would force her to have him brought down and taken out of the house for burial. She wouldn’t even see the priest, so it was my father had to go up and talk to her. But she wouldn’t listen. In the end four of them had to take her by the ankles and elbows, kicking and screaming to wake the dead. They shut her in the scullery until it was done.’
‘Did they lock her in?’
‘There was no lock on the door. My aunts sat in with her and there were two men set to guard it so she couldn’t burst out. But the noise she made was terrible. So it was left to my father to bring Joseph down, with only Dodie to help. That was his next brother after Joseph.’
We nodded. We knew about Dodie, who never held a job or went out of the house if he could help it.”

 
Helen Dunmore (12 december 1952 – 5 juni 2017)

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher, Helene Uri, Birago Diop, Janko Ferk

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit:Ein fast perfektes Wunder (Vertaald door Marja Pflug)

“Am späten Nachmittag des 18. November 2015 gab es im gesamten Stadtgebiet von Fayence, Däpartement Var, Region Provence-Alpes-Cöte d’Azur, einen Blackout, der sich auf den ganzen öffentlichen Verkehr, die Telekommunikation, die Radio- und Fernsehsender, die Konservierung der Lebensmittel, die Sicherheitssysteme, Computernetz-werke und verschiedenste kommerzielle Unternehmen aus-wirkte, einschließlich der Eisdiele La Merzwille Imparfaite am Anfang der gepflasterten Gasse, die in Stufen von der Rue Saint-Clair zum Marktplatz vor der Kirche hinunter-rührt. Kurz davor war Milena Migliari, die Eisfrau, aus ihrer Ladentür getreten und dachte gerade, dass man nicht in den Kalender zu schauen brauchte, um zu merken, dass die Touristensaison längst vorbei war. Man musste nur spüren, wie unbewegt die Luft war, in der man noch den Nach-hall des spätsommerlichen Gelächters, die Rufe, die Blicke, das Rascheln, das Trippeln, das Klicken der Handys wahr-zunehmen meinte. Ein Blick auf die Hauptstraße um die Ecke genügte: Nur wenige Autos kamen durch den Torbo-gen des Rathauses mit der kursiven Aufschrift Höreidetülle, den blassblauen Fensterläden, den Töpfen mit welkenden Hängegeranien, der Flagge Frankreichs und der Europäischen Union, fuhren an den Schaufenstern von Restaurants, Bäckereien und Immobilienbüros vorbei und weiter berg-auf, nach Mons oder Tourrettes oder Callian oder wer weiß wohin. Es herrschte eine unbestimmte Kälte, in die sich noch ein schwaches, laues Lüftchen mischte; der Himmel war von kraftlosem Blau, das scheinbar dem Grau nicht weichen wollte. In der allgemeinen Stille vernahm man das Gehämmer eines Arbeiters, der in einer der Gassen weiter unten zugange war, und die Musik aus dem Radio in Milena Migliaris Werkstatt. Plötzlich gingen in der Eisdiele die Lichter aus, das Radio verstummte, nur die fernen Hammerschläge blieben übrig. Milena Migliari sah sich um, ging wieder hinein, wechselte einen erstaunten Blick mit ihrer Assistentin Guadalupe hinter der Theke und lief in die Werkstatt: Auch das hyp-notische, beruhigende Brummen der Kühlapparate war ver-schwunden. Sie eilte wieder hinaus, bog um die Ecke an der Hauptstraße und merkte nach wenigen Schritten, dass der Strom im ganzen Ort ausgefallen war. Eis tendiert naturgemäß zum Schmelzen, auch wenn es einige Zeit dauert, bis wirklich nichts mehr zu retten ist. Und Instabilität hat Milena Migliari schon immer eine Mischung aus Angst und Faszination eingeflößt: Mag sein, dass das auch mit ihrer persönlichen Geschichte zusammen-hängt, wie Viviane behauptet, damit, dass sie keinen soliden Familienhintergrund hat, sich nie irgendwo verwurzelt gefühlt hat.“

 

 
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

Lees verder “Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, Marie Kessels, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher, Helene Uri, Birago Diop, Janko Ferk”

St. Peter and the Angel (Denise Levertov)

 

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 
De bevrijding van de Heilige Petrus door Bartolomé Esteban Murillo, 1665 – 1667

 

St. Peter and the Angel

Delivered out of raw continual pain,
smell of darkness, groans of those others
to whom he was chained—

unchained, and led
past the sleepers,
door after door silently opening—
out!
And along a long street’s
majestic emptiness under the moon:

one hand on the angel’s shoulder, one
feeling the air before him,
eyes open but fixed . . .

And not till he saw the angel had left him,
alone and free to resume
the ecstatic, dangerous, wearisome roads of
what he had still to do,
not till then did he recognize
this was no dream. More frightening
than arrest, than being chained to his warders:
he could hear his own footsteps suddenly.
Had the angel’s feet
made any sound? He could not recall.
No one had missed him, no one was in pursuit.
He himself must be
the key, now, to the next door,
the next terrors of freedom and joy.

 

 
Denise Levertov (24 oktober 1923 – 20 december 1997)
Valentines Park in Ilford, Essex, de geboorteplaats van Denise Levertov

 

Zie voor de schrijvers van de 10e december ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmarm, Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

On the Paradox of Advent

The Infinite a sudden Guest
Has been assumed to be —
But how can that stupendous come
Which never went away?

 

The Savior must have been

The Savior must have been
A docile Gentleman—
To come so far so cold a Day
For little Fellowmen—

The Road to Bethlehem
Since He and I were Boys
Was leveled, but for that ’twould be
A rugged Billion Miles—

 

Heaven is so far of the Mind

Heaven is so far of the Mind
That were the Mind dissolved –
The Site – of it – by Architect
Could not again be proved –

‘Tis vast – as our Capacity –
As fair – as our idea –
To Him of adequate desire
No further ’tis, than Here –

 

 
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
De UMASS-campus in Amherst

Lees verder “Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Reinhard Kaiser Mühlecker, Jorge Semprún, Gertrud Kolmarm, Jacquelyn Mitchard, Nelly Sachs, Cornelia Funke”

Carolyn Kizer, Pierre Louÿs, Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden

De Amerikaanse dichteres Carolyn Ashley Kizer werd geboren op 10 december 1925 in Spokane, Washington. Zie ook alle tags voor Carolyn Kizer op dit blog.

 

Where I’ve Been All My Life

II.
Move to my room beside the Golden Horn
Where minarets strike fire against the sky.
The architecture: breasts and phalluses.
Where are the words to say that words are lies?
Yeats lied. And here Byzantium lies dead.
Constantinople? Syllables in a text.
Istanbul. Real. Embalmed in dancing dust.

Everywhere the dark-brown past gives way
To the beige of progress, that wide vacant lot.
Turkey without coffee! Endlessly we sip tea
From bud vases, and I lust for the guide,
A sultry, serious, pedantic boy
In a tight brown suit, thirsting to get out
Of the triple city weighing on his mind.

Oh, he was doomed, doomed like the dogs
On Dog Island, in the sea,
Netted and dumped and exiled, left to die,
Then skinned. We heard imaginary canine howls,
Like the rustlings of a thousand gauzy girls,
Film-eyed cattle, perishing of ennui
In abandoned harems where he guided me.

Meanwhile the Faithful, prostrate and intoning,
Stare into the light as blind as death,
Knowing for sure their end is instant Heaven.
We Infidels concede them Paradise,
Having seen heaven-as-harem, a eunuch God
In charge: the virgin slowly fattening to blubber.
Love, become feminized, tickles like a feather.

The saints of Art? Sophia, that vast barn
Holds no small Savior waiting to get born.
The formal scribble on the assaulted walls—
Five hundred years of crossing out His name!
Some famous, glittering pebbles mark the place
As God’s most grandiose sarcophagus.
Decay, decay. And the mind, a fetus, dies.

 

 
Carolyn Kizer (10 december 1925 – 9 oktober 2014)

Lees verder “Carolyn Kizer, Pierre Louÿs, Clarice Lispector, Thomas Lux, Ara Baliozian, Christine Brückner, Rumer Godden”

George MacDonald

De Schotse dichter en schrijver George MacDonald werd geboren op 10 december 1824 in Huntly, Aberdeenshire, Schotland als zoon van George Macdonald en Helen MacKay. Hij bezocht er de plattelandsscholen en vervolgens ging hij in 1840-41 en 1844-45 naar de universiteit van Aberdeen, waar hij scheikunde en natuurfilosofie studeerde. Vervolgens werkte hij drie jaar als tutor in Londen. Daarna volgde hij een theologische opleiding aan hett Independent College, Highbury. Hij werd predikant in Arundel in 1850, maar na drie onbevredigende jaren vond hij het nodig om ontslag te nemen. Hij werd predikant in Manchester; maar hij moest omwille van zijn gezonheid ook daar zijn werk neerleggen en vertrok naar Algiers. Toen hij terugkeerde naar Engeland had hij besloten om ​​professioneel schrijver te worden. Zijn gedicht “Within and Without” verscheen in 1855; “Poems” in 1857; en “Phantastes” in 1858. Zijn eerste echte succes kwam echter met zijn romans over het Schotse landleven, “David Elginbrod” (1862), “Alec Forbes” (1865) en “Robert Falconer: (1868). Hij raakte bevriend met Lady Byron, die hem later een erfenis naliet, en ontmoette Ruskin, Arnold, Carlyle, Tennyson, Ruskin en anderen. Hoewel zijn Schotse romans en zijn kinderboeken zoals “At the Back van de North Wind”, “The Princess and the Goblin” en “The Princess and Curdie” succesvol waren, was Macdonalds financiële rendement uit zijn werken niet toereikend om te voorzien in de behoeften van zijn vrouw en familie, en in 1877 werd hem op verzoek van koningin Victoria een pensioen toegekend. Toen zijn dochter in 1877 voor haar gezondheid naar Italië ging – een reis die in haar dood eindigde – vond Macdonald het klimaat zo gunstig voor zichzelf dat hij het grootste deel van elk jaar van 1881 tot 1902 doorbracht in Bordighera, in het huis hij had gebouwd met de hulp van vrienden, Casa Coraggio. Zijn vrouw werd daar organist van de katholieke kerk. De Macdonalds hadden zes zonen en vijf dochters. Een van de zonen, Greville Macdonald, werd later een schrijver. Hij is de auteur van de biografie van zijn vader.

The Old Garden

I.
I stood in an ancient garden
With high red walls around ;
Over them grey and green lichens
In shadowy arabesque wound.

The topmost climbing blossoms
On fields kine-haunted looked out ;
But within were shelter and shadow,
With daintiest odours about.

There were alleys and lurking arbours,
Deep glooms into which to dive.
The lawns were as soft as fleeces,
Of daisies I counted but five.

The sun-dial was so aged
It had gathered a thoughtful grace ;
‘Twas the round-about of the shadow
That so had furrowed its face.

The flowers were all of the oldest
That ever in garden sprung ;
Red, and blood-red, and dark purple
The rose-lamps flaming hung.

Along the borders fringed
With broad thick edges of box
Stood foxgloves and gorgeous poppies
And great-eyed hollyhocks.

There were junipers trimmed into castles,
And ash-trees bowed into tents
For the garden, though ancient and pensive,
Still wore quaint ornaments.

It was all so stately fantastic
Its old wind hardly would stir ;
Young Spring, when she merrily entered,
Scarce felt it a place for her.

 

Love Is Strength

Love alone is great in might,
Makes the heavy burden light,
Smooths rough ways to weary feet,
Makes the bitter morsel sweet:
Love alone is strength!

Might that is not born of Love
Is not Might born from above,
Has its birthplace down below
Where they neither reap nor sow:
Love alone is strength!

Love is stronger than all force,
Is its own eternal source;
Might is always in decay,
Love grows fresher every day:
Love alone is strength!

Little ones, no ill can chance;
Fear ye not, but sing and dance;
Though the high-heaved heaven should fall
God is plenty for us all:
God is Love and Strength!

 

 
George MacDonald (10 december 1824 – 18 september 1905)

Thomas Verbogt, Eileen Myles, Michael Krüger, Gioconda Belli, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit: Kleur van geluk

“Wat zal met mij sterven wanneer ik kom te sterven, welke hartroerende of vergankelijke vorm zal de wereld dan verliezen?’ Hierna komt er nog een zin, een lange zin, en dan is het verhaal klaar.
Ik knik en zeg dat het goed is dat hij me dit verhaal leerde kennen. Ik weet zeker dat we vrienden zijn geworden.
We hebben het alleen maar over boeken. Hij vooral over het werk van Kafka, ik over Nabokov, van wie ik een paar jaar eerder voor het eerst iets las, de verhalenbundel Lente in Fialta. Ik sloeg die open in de boekhandel en las daar over de geur die aan een dorp in zee hing. Ik las: ‘De lucht is stil en warm, met een vage branderige geur. Het zout van de zee verdrinkt in een oplossing van regen en de zee zelf is meer grauw dan zeegroen, met golven die te traag zijn om schuimend te breken.’ En ik róók die geur, de geur die in het dorp hing, de geur van de zee. Er gebeurde wat daar stond!
Hij gaat twee keer naar beneden om flessen bier te halen.
Als hij het grote raam achter hem verder openzet, komt er ergens boven in de gordijnen enige beweging en dan maakt zich uit de stof een dier los. Het lijkt een zwarte vogel, maar dat is het niet, het is een groot insect. Het maakt een geluid dat lijkt op twee vellen dik papier die tegen elkaar gewreven worden, met iets metaligs erbij, iets wat je achter je tanden voelt. Het is net alsof het zich traag laat vallen tot halverwege de raamopening, waar het even tot stilstand komt, om vervolgens weg te vliegen. We kijken het na, het verdwijnt achter de hoge heg in de tuin.
‘Heb je ooit zoiets gezien?’ vraag ik.
Hij schudt zijn hoofd, verbaasd, maar ook geamuseerd.
We hebben het er die middag niet meer over. Pas een jaar of tien later, als we samen worden geïnterviewd door een journalist van een regionaal tijdschrift. Die vraagt uiteraard hoe we elkaar hebben leren kennen. Als hij weg is, komt het insect ter sprake.
‘Het was toch een insect?’ zeg ik. ‘Geen vogel.’
‘Het was een insect. Nog nooit zag ik zo’n groot exemplaar.’

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees verder “Thomas Verbogt, Eileen Myles, Michael Krüger, Gioconda Belli, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda”

Ödön von Horváth, John Milton, Jan Křesadlo, Maksim Bahdanovič, Dalton Trumbo

De Hongaars-Duitse schrijver Ödön von Horváth werd geboren op 9 december 1901 in Fiume. Zie ook alle tags voor Ödön von Horváth op dit blog.

Uit: Glaube, Liebe, Hoffnung

„Präparator Da sind Sie ja, Sie Betrügerin Sie! Sie Hochstaplerin Sie! Ihr Vater ist ja gar kein Zollinspektor. Wenn Sie mir das gleich gesagt hätten, daß der kein Zollinspektor ist, sondern bloß so ein Versicherungsinspektor, ja glaubens denn, ich hätte Ihnen hernach eine Existenz verschafft?
Elisabeth Aber das hab ich doch niemals behauptet –
Präparator unterbricht sie: Jawohl haben Sie das behauptet!
Elisabeth Nein! Nie!
Präparator schlägt mit seinem Spazierstock auf der Prantl ihren Schreibtisch, daß die Geschäftspapiere nur so herumflattern und brüllt: Zollinspektor! Zollinspektor! Zollinspektor!
Die Prantl rettet ihre Geschäftspapiere und kreischt: Halt! Halt! Stille.
Präparator verbeugt sich chevaleresk zur Prantl und zur Frau Amtsgerichtsrat hin: Entschuldigens meine Herrschaften, daß ich so aus heiterem Himmel, aber neben einem Versicherungsinspektor ist ja sogar noch ein lumpiger Oberpräparator eine Kapazität und diese gefährliche Person dort hat mir mein gutes bares Geld herausgelockt.
Elisabeth unterbricht ihn: Ist ja garnicht wahr!
Die Prantl Ruhe!
Präparator Ruhe!
Die Prantl droht mit dem Zeigefinger: Fräulein, Fräulein – wer schreit hat unrecht.
Präparator schreit: Unrecht! Jawohl!!“

 

 
Ödön von Horváth (9 december 1901 – 1 juni 1938)
Scene uit een opvoering in Neurenberg, 2013

Lees verder “Ödön von Horváth, John Milton, Jan Křesadlo, Maksim Bahdanovič, Dalton Trumbo”

Margot Vanderstraeten

De Belgische schrijfster en journaliste Margot Vanderstraeten werd geboren in Zonhoven op 9 december 1967. Zij ging naar school (kleuter- en lager onderwijs- in Meulenberg, Houthalen. Ging daarna naar drie middelbare scholen, de laatste werd het internaat Agnetendal in Peer. Vanderstraeten deed vervolgens een studie vertaler Frans-Spaans aan het Hoger Instituut voor Vertalers en Tolken in Antwerpen. Aanvankelijk werkte ze freelance voor reclamebureaus en tijdschriften zoals Steps, de Gazet van Antwerpen en Trends, later verschenen haar stukken vooral in De Standaard en De Morgen. Naast haar journalistieke werk schrijft ze fictie. Ze won in 2003 als prominente het Groot Dictee der Nederlandse Taal. Voor haar roman” Alle mensen bijten “ ontving zij in 2003 de Debuutprijs. Haar roman “Mise en Place” werd in 2009 genomineerd voor de Halewijnprijs. In 2014 verscheen “Het vlindereffect”. In 2009 kreeg de schrijfster een column op de voorpagina van dagblad De Morgen, in een beurtrol met Hugo Camps. Haar non-fictieboek “Mazzel Tov” (2017), over haar periode als gouvernante bij een orthodox-joodse familie werd bekroond met De Prijs voor het religieuze boek 2017 van de Vereniging der Uitgevers van de Katholieke Periodieke Pers. Momenteel schrijft zij vooral diepte-interviews voor deze krant. Ook schrijft ze columns voor Feeling, Gentleman en Boekenkrant. Sinds 2009 is ze lid van de raad van de Nederlandse Taalunie.

Uit:Het vlindereffect

“Ze zijn westers gekleed, inclusief honkbalpet en sportieve horloges. De ene draagt een donkere jeans en een zwart t-shirt, de andere een cargobroek en een grijs t-shirt met lange mouwen. Ze hebben het soort vest aan dat je bij de kampeerwinkel kunt kopen en dat zowel duur als winddicht is. Bij hen zal het vooral kogelvrij zijn. Om hun schouders spant een bolle rugzak. Ze klemmen kalasjnikovs vast. Ik weet niet wat er gebeurt. Er gebeurt niets en veel tegelijk. Het is zoals wanneer je de trein neemt. Je zit in je stilstaande wagon. Op het spoor naast je zet een andere trein zich in beweging, en heel even ben je in de war en weet je niet of jij het bent die voor- of achteruitbolt, of het treintoestel naast je. Alleen door je ogen pijlsnel op een vast punt recht voor je te richten, krijg je uitsluitsel. Ik heb geen vast punt. Het ene moment liggen Theo, Jacky en ik te genieten op onze ligbedden, het volgende schieten we rechtovereind. Nog een nanoseconde later zitten we ineengedoken achter een brede struik met dicht loof waaraan botergele bloemen groeien. Vraag me niet of Theo ons naar deze plek achter de ligstoelen, tegen de zijwand van het hotel, heeft getrokken, of dat Jacky of ik de aangever was. Theo heeft in ieder geval nog de reflex gehad om zijn rugzak vanonder zijn stoel te grissen. Die van Jacky, én mijn handtas, liggen nog naast de stoelen, waar ook mijn notitieblokje is achtergebleven. Gehurkt achter de struik, met mijn trillende armen om de jongens heen geslagen, denk ik: wat ik hier zie, is niet echt. We wonen – dat zal het zijn – een filmopname bij zonder dat we daarvan op de hoogte werden gesteld. Mumbai is India’s filmstad en een hotel als dit is het ideale decor voor een vete of romance. Ik ken al deze Bollywood-acteurs en -actrices natuurlijk niet, dat is logisch. Wat weten wij van India, behalve dat het land Gandhi heeft voortgebracht en dat Gandhi dan weer Ben Kingsley heeft voortgebracht?”

 
Margot Vanderstraeten (Zonhoven, 9 december 1967)