John Coetzee, Thomas Bernhard, Kees Verheul, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Maurits Sabbe

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: The Schooldays of Jesus

“He was expecting Estrella to be bigger. On the map it shows up as a dot of the same size as Novilla. But whereas Novilla was a city, Estrella is no more than a sprawling provincial town set in a countryside of hills and fields and orchards, with a sluggish river meandering through it. Will a new life be possible in Estrella? In Novilla he had been able to rely on the Office of Relocations to arrange accommoda-tion. Will lie and Ines and the boy be able to find a home here? The Office of Relocations is beneficent, it is the very embodiment of beneficence of an impersonal variety; but will its beneficence extend to fugitives from the law? Juan, the hitchhiker who joined them on the road to Estrella, has suggested that they find work on one of the farms. Farmers always need farmhands, he says.The larger farms even have dor-mitories for seasonal workers. If it isn’t orange season it is apple season; if it isn’t apple season it is grape season. Estrella and its surrounds are a veritable cornucopia. He can direct them, if they wish, to a farm where friends of his once worked. He exchanges looks with Ines. Should they follow Juan’s advice? Money is not a consideration, he has plenty of money in his pocket, they could easily stay at a hotel. But if the authorities from Novilla are really pursuing them, then perhaps they would be better off among the nameless transients. ‘Yes,’ says Ines:Let us go to this farm.We have been cooped up in the car long enough. Bolivar needs a run: ‘I feel the same way,’ says he, SimOn.’However, a farm is not a holiday camp. Are you ready, Ines, to spend all day picking fruit under a hot sun?’ ‘I will do my share, says Ines:Neither less nor more.’ ‘Can I pick fruit too?’ asks the boy ‘Unfortunately no, not you, says Juan.’That would be against the law.That would be child labour: ‘I don’t mind being child labour, says the boy. ‘I am sure the farmer will let you pick fruit, says he, Simon. ‘But not too much. Not enough to turn it into labour: They drive through Estrella, following the main street. Juan points out the marketplace, the administrative buildings, the mod-est museum and art gallery. They cross a bridge, leave the town behind, and follow the course of the river until they come in sight of an imposing house on the hillside. ‘That is the farm I had in mind, says uan.`That is where my friends found work.The refugio is at the back. It looks dreary, but it’s actually quite comfortable. The trfitgio is made up of two long galvanized-iron sheds linked by a covered passage; to one side is an ablution block. He parks the car. No one emerges to greet them save a grizzled, stiff-legged / dog who, from the limit of his chain, growls at them, baring yellowed fangs.”

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)
Cover

Lees verder “John Coetzee, Thomas Bernhard, Kees Verheul, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Maurits Sabbe”

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Amy Lowell, Maurits Sabbe

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: De kinderjaren van Jezus (Vertaald door Peter Bergsma)

“De man bij de poort wijst hen op een laag, vormeloos gebouw halverwege. ‘Als jullie haast maken,’ zegt hij, ‘kunnen jullie je melden voordat ze hun deuren voor de rest van de dag sluiten.’
Ze maken haast. ‘Centro de Reubicación Novilla’ staat er op het bord. Reubicación: wat betekent dat? Geen woord dat hij heeft geleerd.
Het kantoor is groot en leeg. Warm ook – nog warmer dan buiten. Aan de andere kant strekt een houten balie zich uit over de hele breedte van het vertrek, opgedeeld door matglazen ruiten. Tegen de muur een rij archiefladen van gelakt hout.
Boven een van de hokjes tussen glas hangt een bord: Recién Llegados, zwart gesjabloneerde woorden op een rechthoekig stuk karton. De baliebediende, een jonge vrouw, begroet hem met een glimlach.
‘Goedendag,’ zegt hij. ‘Wij zijn nieuwkomers.’ Hij spreekt de woorden langzaam uit, in het Spaans dat hij met moeite onder de knie heeft gekregen. ‘Ik ben op zoek naar werk, ook naar een plek om te wonen.’ Hij pakt de jongen onder zijn oksels en tilt hem op zodat ze hem goed kan zien. ‘Ik heb een kind bij me.’
Het meisje pakt de hand van de jongen. ‘Hallo, jongeman!’ zegt ze. ‘Is hij uw kleinzoon?’
‘Niet mijn kleinzoon, niet mijn zoon, maar ik ben verantwoordelijk voor hem.’
‘Een plek om te wonen.’ Ze werpt een blik op haar papieren. ‘We hebben een kamer vrij hier in het Centrum die u kunt gebruiken terwijl u naar iets beters zoekt. Luxe is het niet, maar dat vindt u misschien niet erg. Wat werk betreft, laten we daar morgenochtend naar kijken – u ziet er moe uit, u wilt vast wel uitrusten. Komt u van ver?’
‘We zijn de hele week onderweg geweest. We komen uit Belstar, uit het kamp. Bent u bekend met Belstar?’
‘Ja, ik ken Belstar goed. Ik ben zelf via Belstar gekomen. Heeft u daar uw Spaans geleerd?’
‘We hebben zes weken lang elke dag les gehad.’
‘Zes weken? Dan boft u. Ik was drie maanden in Belstar. Ik ging er bijna dood van verveling. Het enige wat me op de been hield waren de Spaanse lessen. Had u toevallig les van señora Piñera?’
‘Nee, wij hadden les van een man.’ Hij aarzelt. ‘Mag ik iets anders te berde brengen? Mijn jongen’ – hij werpt een blik op het kind – ‘voelt zich niet goed. Dat komt deels doordat hij van streek is, van streek en in de war, en niet goed gegeten heeft. Hij vond het eten in het kamp vreemd, niet lekker. Kunnen we ergens een fatsoenlijke maaltijd krijgen?’

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)
Cover

Lees verder “John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker, Jacques Schreurs, Amy Lowell, Maurits Sabbe”

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit:Die Kindheit Jesu (Vertaald door Reinhild Böhnke)

„Der Mann am Tor zeigt auf ein niedriges, langgestrecktes Gebäude in einiger Entfernung. »Wenn ihr euch beeilt«, sagt er, »könnt ihr euch noch anmelden, bevor sie für heute schließen.«
Sie beeilen sich.
Centro de Reubicación Novilla steht auf dem Schild.Reubicación – was bedeutet das? Das Wort hat er nicht gelernt.
Das Büro ist groß und leer. Auch heiß – noch heißer als draußen. Ganz hinten nimmt ein hölzerner Schalter die gesamte Raumbreite ein, unterteilt durch Milchglasscheiben. An der Wand steht eine Reihe niedriger Aktenschränke aus lackiertem Holz.
Über einem der Abteile hängt ein Schild: Recién Llegados, die Wörter wurden mittels einer Schablone schwarz auf ein Papprechteck gemalt. Die Beamtin hinter dem Schalter, eine junge Frau, begrüßt ihn mit einem Lächeln.
»Guten Tag«, sagt er. »Wir sind Neuankömmlinge.« Er spricht die Worte langsam aus, in dem Spanisch, das er sich mühevoll angeeignet hat. »Ich suche Arbeit, auch eine Unterkunft.« Er fasst den Jungen unter den Achseln und hebt ihn hoch, damit sie ihn richtig sehen kann. »Ich habe ein Kind dabei.«
Die junge Frau streckt dem Jungen die Hand hin.
»Hallo, junger Mann!«, sagt sie. »Ihr Enkel?«
»Nicht mein Enkel, auch nicht mein Sohn, aber ich bin für ihn verantwortlich.«
»Eine Unterkunft.« Sie schaut in ihre Unterlagen. »Wir haben hier im Zentrum ein freies Zimmer, das Sie nutzen können, während Sie sich nach etwas Besserem umsehen.
Es wird nicht besonders komfortabel sein, aber vielleicht macht Ihnen das nichts aus. Was eine Arbeit angeht, lassen Sie uns das morgen früh erkunden – Sie sehen müde aus, sicher wollen Sie sich ausruhen. Sind Sie weit gereist?«
»Wir sind die ganze Woche unterwegs gewesen. Wir kommen aus Belstar, aus dem Lager. Kennen Sie Belstar?«
»Ja, ich kenne Belstar gut. Ich bin selbst über Belstar hergekommen. Haben Sie dort Spanisch gelernt?«

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

Lees verder “John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker”

John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook alle tags voor John Coetzee op dit blog.

Uit: Youth

“Foyles, the bookshop whose name is known as far away as Cape Town, has proved a disappointment. The boast that Foyles stocks every book in print is clearly a lie, and anyway the assistants, most of them younger than himself, don’t know where to find things. He prefers Dillons, haphazard though the shelving at Dillons may be. He tries to call in there once a week to see what is new.
Among the magazines he comes across in Dillons is The African Communist. He has heard about The African Communist but not actually seen it hitherto, since it is banned in South Africa. Of the contributors, some, to his surprise, turn out to be contemporaries of his from Cape Town – fellow students of the kind who slept all day and went to parties in the evenings, got drunk, sponged on their parents, failed examinations, took five years over their three-year degrees. Yet here they are writing authoritative-sounding articles about the economics of migratory labour or uprisings in rural Transkei. Where, amid all the dancing and drinking and debauchery, did they find the time to learn about such things?
What he really comes to Dillons for, however, are the poetry magazines. There is a careless stack of them on the floor behind the front door: Ambit and Agenda and Pawn; cyclostyled leaflets from out-of-the-way places like Keele; odd numbers, long of date, of reviews from America. He buys one of each and takes the pile back to his room, where he pores over them, trying to work out who is writing what, where he would fit in if he too were to try to publish.”

 

 
John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

Lees verder “John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Herman Pieter de Boer, Alice Walker”

Alice Walker, Alina Reyes, Amy Lowell, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia Zie ook alle tags voor Alice Walker op dit blog.

Uit: The Color Purple

“Dear God,
It took him the whole spring, from March to June, to make up his mind to take me. All I thought about was Nettie. How she could come to me if I marry him and he be so love struck with her I could figure out a way for us to run away. Us both be hitting Nettie’s schoolbooks pretty hard, cause us know we got to be smart to git away. I know I’m not as pretty or as smart as Nettie, but she say I ain’t dumb.
The way you know who discover America, Nettie say, is think bout cucumbers. That what Columbus sound like. I learned all about Columbus in first grade, but look like he the first thing I forgot. She say Columbus come here in boats call the Neater, the Peter, and the Santomareater. Indians so nice to him he force a bunch of ‘em back home with him to wait on the queen.

 
Scene uit de film van Steven Spielberg uit 1985

 

But it hard to think with gitting married to Mr. ______ hanging over my head.
The first time I got big Pa took me out of school. He never care that I love it. Nettie stood there at the gate holding tight to my hand. I was all dress for first day. You too dumb to keep going to school, Pa say. Nettie the clever one in this bunch.
But Pa, Nettie say, crying, Celie smart too. Even Miss Beasley say so. Nettie dote on Miss Beasley. Think nobody like her in the world.”

 

 
Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)

Lees verder “Alice Walker, Alina Reyes, Amy Lowell, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer”

Alice Walker, Alina Reyes, Amy Lowell, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer, Maurits Sabbe

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia Zie ook alle tags voor Alice Walker op dit blog.

 

Uit: Possessing the Secret of Joy

„Negro women, said the doctor, are considered the most difficult of all people to be effectively analyzed. Do you know why?
Since I was not a Negro woman I hesitated before hazarding an answer. I felt negated by the realization that even my psychiatrist could not see I was African. That to him all black people were Negroes.
I had been coming to see him now for several months. Some days I talked; some days I did not. There was a primary school across the street from his office. I would listen to the faint sound of the children playing and often forget where I was, forget why I was there.

He’d been taken aback by the fact that I had only one child. He thought this unusual for a colored woman, married or unmarried. Your people like lots of kids, he allowed.
But how could I talk to this stranger of my lost children? And of how they were lost? One was left speechless by all such a person couldn’t know.
Negro women, the doctor says into my silence, can never be analyzed effectively because they can never bring themselves to blame their mothers.
Blame them for what? I asked.
Blame them for anything, said he.
It is quite a new thought. And, surprisingly, sets off a kind of explosion in the soft, dense cotton wool of my mind.
But I do not say anything. Those bark-hard, ashen heels trudge before me on the path. The dress above them barely clothing, a piece of rag. The basket of groundnuts suspended from a strap that fits a groove that has been worn into her forehead. When she lifts the basket down, the groove in her forehead remains. On Sundays she will wear her scarf low in an attempt to conceal it. African women like my mother give harsh meaning to the expression “furrowed brow.”
Still, the basket itself is lovely and well made, with a red and ochre “sisters elbow” design that no one weaves more neatly than she. That is all I care to think about. But not all that I will.
I did not carry you to term, she has told me, because one day when I was coming back from bathing I was frightened by a leopard. She was acting strangely, and charged me.“

Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)

Lees verder “Alice Walker, Alina Reyes, Amy Lowell, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer, Maurits Sabbe”

Alice Walker, Alina Reyes, Amy Lowell, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer, Maurits Sabbe

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia. Zie ook mijn blog van 9 februari 2008 en ook mijn blog van 9 februari 2009 en ook mijn blog van 9 februari 2010.

Uit: The Color Purple

„Dear God,
Mr. ___ finally come right out an ast for Nettie hand in marriage. But He won’t let her go. He say she too young, no experience. Say Mr. ___ got too many children already. Plus What about the scandal his wife cause when somebody kill her? And what about all this stuff he hear bout Shug Avery? What bout that?
I ast our new mammy bout Shug Avery. What it is? I ast. She don’t know but she say she gon fine out.
She do more then that. She git a picture. The first one of a real person I ever seen. She say Mr. __ was taking somethin out his billfold to show Pa an it fell out an slid under the table. Shug Avery was a woman. The most beautiful woman I ever saw. She more pretty then my mama. She bout ten thousand times more prettier then me. I see her there in furs. Her face rouge. Her hair like somethin tail. She grinning with her foot up on somebody motocar. Her eyes serious tho. Sad some.
I ast her to give me the picture. An all night long I stare at it. An now when I dream, I dream of Shug Avery. She be dress to kill, whirling and laughing.

Dear God,
I ast him to take me instead of Nettie while our new mammy sick. But he just ast me what I’m talking bout. I tell him I can fix myself up for him. I duck into my room and come out wearing horsehair, feathers, and a pair of our new mammy high heel shoes. He beat me for dressing trampy but he do it to me anyway.
Mr. ___ come that evening. I’m in the bed crying. Nettie she finally see the light of day, clear. Our new mammy she see it too. She in her room crying. Nettie tend to first one, then the other. She so scared she go out doors and vomit. But not out front where the two mens is.
Mr. ___ say, Well Sir, I sure hope you done change your mind.
He say, Naw, Can’t say I is.
Mr. ___ say, Well, you know, my poor little ones sure could use a mother.“ 


Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)

 

 

Lees verder “Alice Walker, Alina Reyes, Amy Lowell, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer, Maurits Sabbe”

Alice Walker, Alina Reyes, Natsume Soseki, Herman Pieter de Boer, Maurits Sabbe

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia. Zie ook mijn blog van 9 februari 2008 en ook mijn blog van 9 februari 2009.

 

Uit: We are the Ones We Have Been Waiting For

 

„It is the worst of times. It is the best of times. Try as I might I cannot find a more appropriate opening for this volume: it helps tremendously that these words have been spoken before and, thanks to Charles Dickens, written at the beginning of A Tale of Two Cities. Perhaps they have been spoken, written, thought, an endless number of times throughout human history. It is the worst of times because it feels as though the very Earth is being stolen from us, by us: the land and air poisoned, the water polluted, the animals disappeared, humans degraded and misguided. War is everywhere. It is the best of times because we have entered a period, if we can bring ourselves to pay attention, of great clarity as to cause and effect. A blessing when we consider how much suffering human beings have endured, in previous millennia, without a clue to its cause. Gods and Goddesses were no doubt created to fill this gap. Because we can now see into every crevice of the globe and because we are free to explore previously unexplored crevices in our own hearts and minds, it is inevitable that everything we have needed to comprehend in order to survive, everything we have needed to understand in the most basic of ways, will be illuminated now. We have only to open our eyes, and awaken to our predicament. We see that we are, alas, a huge part of our problem. However: We live in a time of global enlightenment. This alone should make us shout for joy.”

 

Walker

Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)

 

De Franse schrijfster Alina Reyes (pseudoniem van Aline Patricia Nardone) werd geboren op 9 februari 1956 in Bruges. Zie ook mijn blog van 9 februari 2008 en ook mijn blog van 9 februari 2009.

 

Uit: Le carnet de Rrose

 

“Je préfère de beaucoup les hommes qui ne sont pas persuadés de leur excellence, ou qui ne s’imaginent pas en savoir assez. Je les aime souples d’esprit, prêts à communiquer leurs goûts, leurs désirs, leur expérience, mais aussi à accepter mes propres envies et fantaisies. Sans se sentir humiliés par certains gestes ou certaines demandes qui les mettent, le temps d’un round parmi d’autres, dans une situation plus féminine que virile. Je les aime capables d’autorité mais aussi d’abandon. Je les aime, je les aime profondément tels qu’ils sont venus au monde, dans leur brutale innocence.”

(…)

 

“Il y en avait un qui recelait de drôles de fantasmes. Jouer au viol, de l’une par l’un ou de l’un par l’une. La femme en lui croyait que la femme cherchait l’envahissement par le viol. La femme en moi veut l’envahissement par l’amour, je le lui ai montré et fait, il a compris.”

 

Reyes

Alina Reyes (Bruges, 9 februari 1956)

 

De Japanse schrijver Natsume Sōseki werd geboren als Natsume Kinnosuke op 9 februari 1867 in Edo. Zie ook mijn blog van 9 februari 2009

 

Uit: Kokoro (Vertaald door Edwin McClellan)

 

„I ALWAYS called him “Sensei.” I shall therefore refer to him simply as “Sensei,” and not by his real name. It is not because I consider it more discreet, but it is because I find it more natural that I do so. Whenever the memory of him comes back to me now, I find that I think of him as “Sensei” still. And with pen in hand, I cannot bring myself to write of him in any other way.

It was at Kamakura, during the summer holidays, that I first met Sensei. I was then a very young student. I went there at the insistence of a friend of mine, who had gone to Kamakura to swim. We were not together for long. It had taken me a few days to get together enough money to cover the necessary expenses, and it was only three days after my arrival that my friend received a telegram from home demanding his return. His mother, the telegram explained, was ill. My friend, however, did not believe this. For some time his parents had been trying to persuade him, much against his will, to marry a certain girl. According to our modern outlook, he was really too young to marry. Moreover, he was not in the least fond of the girl. It was in order to avoid an unpleasant situation that instead of going home, as he normally would have done, he had gone to the resort near Tokyo to spend his holidays. He showed me the telegram, and asked me what he should do. I did not know what to tell him. It was, however, clear that if his mother was truly ill, he should go home. And so he decided to leave after all. I, who had taken so much trouble to join my friend, was left alone.

There were many days left before the beginning of term, and I was free either to stay in Kamakura or to go home. I decided to stay. My friend was from a wealthy family in the Central Provinces, and had no financial worries. But being a young student, his standard of living was much the same as my own. I was therefore not obliged, when I found myself alone, to change my lodgings.“

Natsume_Soseki_photo

Natsume Sōseki (9 februari 1867 – 9 december 1916)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Herman Pieter de Boer werd geboren op 9 februari 1928 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008 en ook mijn blog van 9 februari 2009.

 

Uit: De onvergetelijkheden van Hillegersberg

 

Ergens in de herfst van 1934 stak er een geweldige storm op. Het water in de Hoyledesingel tuimelde over zijn eigen golven, de jonge oeverboompjes bogen angstig. De wind ranselde een wanhopig flappende kartonnen doos over straat, een houten hekje sloeg radeloos open en dicht, ginds kletterde een ruit stuk. De muts was me van het hoofd gerukt, de stormwind joeg en jankte. Ik vluchtte het portiek in van de winkel tegenover de kerk. Daar bleef ik staan, rillend, met mijn armen om mezelf geslagen, bang ventje van zes…
…De slagersjongen kwam naar beneden uit de Kerkstraat, de wind pakte de fietsmand en daar zeilde hij naar links tegen het kerkehek, een grote klap, alles ondersteboven….
…Ik beet op mijn lip, keek weer schuw naar de straat, naar de Hillegondakerk, en toen gebeurde het wonder. Met de hand aan haar hoed, voorovergebogen, kwam een dame de hoek om. Was zij het werkelijk?…
…Ik had een wollen bivakmuts gekregen. alleen mijn neus, ogen en mond waren bloot, en als ik niet hoefde te praten, trok ik hem op tot over mijn neus, want het was erg koud. Ik stond op de hoek van de Berglustlaan en keek naar een grote kraai die zwart afstak tegen de besneeuwde boom waar hij in zat…
…Gelukkig ebde de onrust weer weg. Een neef van Ma was aan de Hoyledesingel komen wonen met zijn vrouw en kinderen. Ma moest altijd lachen om de lange oom Rients. Die lui hadden in Indië gewoond, langs de trapmuur kronkelde een slangevel omhoog, hier hingen een paar krissen, daar wajangpoppen, en oom Rients had verhalen uit de Oost, hij deed Javanen na met rollende r’s en rollende ogen. Op vrijdagavond kwamen ze vaak bridgen. Ma vond het nu weer gezellig in Hillegersberg. Pa opgelucht! De kinderen blij! Want al was het huis niet groot, de omgeving was geweldig. Als er geen geruchten waren over de Ziekte van Weil, kon je lekker naar openluchtzwembad ’t Zwarte Plasje…

 

Herman-pieter-de-boer

Herman Pieter de Boer (Rotterdam, 9 februari 1928)

 

De Vlaamse schrijver Maurits Sabbe werd op 9 februari 1873 te Brugge geboren. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2009.

 

Uit: Brugsche Liederen over den Veldtocht van Frederik Hendrik in Vlaanderen (1631)

 

„In 1631 ondernam Frederik Hendrik in Vlaanderen een veldtocht, die op een totale mislukking uitliep.

Het doel was Duinkerken te overmeesteren. Zooals wij het reeds in een vorig hoofdstuk schreven, maakte deze stad de zee onveilig voor den Hollandschen handel en veroorzaakte aan de Staten-Generaal groote onkosten, door hen te verplichten de koopvaardijschepen te laten convoyeeren.

De prins liet eenige troepen liggen te Wezel en bij de Schencke-schans om de Hollandsche grenzen te verzekeren, en met het gros van zijn leger trok hij naar Vlaanderen.

Hij scheepte in met 250 vendelen voetvolks, 70 cornetten ruiters en 50 stuks geschut; landde te Watervliet en rukte op naar Brugge, waar hij een viertal dagen voor de wallen bleef liggen.

Daar vernam hij echter, dat het leger van den Spaanschen koning op hem afkwam, ten getale van 17.000 man voetvolk, 5000 ruiters en 43 stuks geschut. De prins vond het geraadzaam die aanzienlijke macht niet af te wachten en vertrok, weer inschepende om zich m veiligheid te gaan leggen te Druynen bij Heusden en te Oostgeest bij Bergen op Zoom.

De aftocht van het prinselijk leger wekte niet alleen veel vreugde in Vlaanderen en Brabant, maar prikkelde ook den spotlust onzer voorouders, die in deze gebeurtenis een welgekomen gelegenheid vonden om zich over den geduchten Hollandschen veldheer vroolijk te maken.“

 

Sabbe_Maurits

Maurits Sabbe (9 februari 1873 – 12 februari 1938)

 

John Coetzee, Brendan Behan, Geerten Gossaert, Rainer Maria Gerhardt, Amy Lowell, Thomas Bernhard, Alice Walker, Alina Reyes

De Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008.

Uit: Elizabeth Costello

„We skip. They have reached Williamstown and have been conveyed to their hotel, a surprisingly large building for a small city, a tall hexagon, all dark marble outside and crystal and mirrors inside. In her room a dialogue takes place.
‘Will you be comfortable?’ asks the son.
‘I am sure I will she replies. The room is on the twelfth floor, with a prospect over a golf course and, beyond that, over wooded hills.
‘Then why not have a rest? They are fetching us at six thirty I’ll give you a call a few minutes beforehand.’
He is about to leave. She speaks.
‘John, what exactly do they want from me?’
‘Tonight? Nothing. It’s just a dinner with members of the jury. We won’t let it turn into a long evening. I’ll remind them you are tired.’
‘And tomorrow?’
‘Tomorrow is a different story. You’ll have to gird your loins for tomorrow, I am afraid.’
‘I have forgotten why I agreed to come. It seems a great ordeal to put oneself through, for no good reason. I should have asked them to forget the ceremony and send the cheque in the mail.’
After the long flight, she is looking her age. She has never taken care of her appearance; she used to be able to get away with it; now it shows. Old and tired. ‘It doesn’t work that way, I am afraid, Mother. If you accept the money, you must go through with the show.’
She shakes her head. She is still wearing the old blue raincoat she wore from the airport. Her hair has a greasy, lifeless look. She has made no move to unpack. If he leaves her now, what will she do? Lie down in her raincoat and shoes?“

 

 

jm_coetzee

John Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

 

De Ierse dichter en schrijver Brendan Behan werd geboren op 9 februari 1923 in Dublin. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008.

 

The Dead March Past

 

Behind the files of Easter Week

And rank, battalioned tread of twenty-one

Close behind the lime-stained dead of twenty-two

Sean Russell* at their head they come.

 

The two that swung in Birmingham, with ordered step

from off the gallows floor,

Now march beside McGrath and Harte, and the boys blown up at Castlefin,

Its fiery roar lights the wasted flesh of D’Arcy and McNeela,

Kelly, Reynolds, McCafferty made whole again to join in strict array

this dead march past on Easter Day.

 

Come now the lonely ones, all solitary they pass,

Maurice O’Neill, Dick Goss, George Plant, young Williams, Casey, Glynn, O’Callaghan,

On Jackey Griffith’s right, comes Paddy Dermody,

So quick avenged by one as dear to us – tho’ not as yet departed to the Columns of the Night.

‘Rocky’ Burns rises up from Chapel Lane, Charlie Kerins lives, and laughs again.

Perry and Malone from Parkhurst come to march beside McCaughey and greet the Easter dawn.

 

Behind the files of Easter Week,

And all the gallant dead of yesteryear they come,

Their step a hope, a dread salute

To you who march their way,

And pledge your word this Easter Day. 

 

Behan

Brendan Behan (9 februari 1923 – 20 maart 1964)
Standbeeld in Dublin

 

De Nederlandse dichter, essayist, historicus en politicus Geerten Gossaert (eig. Frederik Carel Gerretson) werd geboren in Kralingen op 9 februari 1884. Gerretson studeerde sinds september 1906 te Utrecht. Hij volgde er colleges wijsbegeerte. In Utrecht leerde hij P.H. Ritter jr. kennen, met wie hij een levenslange vriendschap zou onderhouden, en Marcellus Emants, met wie hij overwoog samen een roman te schrijven. Van december 1906 tot oktober 1907 verbleef hij in de Verenigde Staten en Mexico, waar hij rondzwierf en lessen Latijn gaf op een Public High School te El Paso (Texas). Na terugkeer naar Europa in oktober 1907 vestigde hij zich te Brussel voor de studie sociologie aan het Institut Solvay.Gerretson reisde in 1919 voor de BPM naar Nederlands-Indië, China, Korea, Japan, Venezuela, Mexico en de Nederlandse Antillen. In 1925 werd hij aan de Rijksuniversiteit Utrecht benoemd tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van Nederlandsch-Indië, vergelijkende koloniale geschiedenis en volkenkunde van Nederlandsch-Indië en van 1938 tot 1954 ook als buitengewoon hoogleraar in de constitutionele geschiedenis van het Koninkrijk.Hij behoorde, samen met P.N. van Eyck en Pieter Geyl, tot de redactie van het tijdschrift Leiding (1930-1931). Daarnaast werkte hij mee aan Ons Tijdschrift (1911-1914) en Dietsche Stemmen (1915-1917). Verder was hij in de loop der tijd medewerker van De Beweging, Polemios, Roeping en De Groene Amsterdammer. Als dichter werd hij bekend onder
het pseudoniem Geerten Gossaert met het gedicht “De moeder” uit de bundel Experimenten van 1911.

 

De Moeder

 

Hij sprak en zeide
In ’t zaêl zich wendend:
Vaarwel, o moeder,
Nooit keer ik weer…
En door de lanen
Zag zij hem gaan en
Sprak geen vervloeking maar weende zeer.

Sprak geen vervloeking…
Doch, bijna blijde,
Beval de maagden:
Laat immermeer
De zetels staan en
De lampen aan en
De poort geopend, de slotbrug neer.

En toen, na jaren,
Melaats, een zwerver
Ter poorte klaagde:
Uw zóon keert weer…
Zag zij hem aan en
Vond gene tranen,
Voor zoveel vréugde geen tranen meer.

 

 

 

De bloeiende amandeltak

 

Ik sluimerde in den bloemenhof, in ’t malsche gras gelegen;

Toen wekte mij een zwoele geur de heuchnis van weleer…

En op mijn’ moeden wenkbrauwboog voelde ik, vertroostend, wegen

Een wichtelooze vrouwehand, zacht streelend, héén en wéér.

 

En ‘k stamelde in mijn droom: Waarom? Gunt gij dan geen vergéten?

Dit weinige, o liefste mijn, is àl wat ik begeer:

Eén uur van ongestoorden slaap uw goedheid niet te wéten,

Eén stonde niet van ú te zijn, o liefde wreed en teer!

 

Maar als ik mijnen blik ontlook ontwaarde ik slechts een venkel

Bezwangrend met zijn zwoelen geur de broeiende atmosfeer,

En over mijne leedverwoeste trekken wiegelde enkel

Een bloeiende amandeltak zijn schaduw, héén en wéér.

 

gossaert

Geerten Gossaert (9 februari 1884 – 27 oktober 1958)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Rainer Maria Gerhardt werd geboren op 9 februari 1927 in Karlsruhe. Hij volgde een opleiding bij een verzekeringsbedrijf. Na bij een bombardement in 1942 zijn huis verloren te hebben zette hij de opleiding voort in Wenen. In 1947 bezocht hij lezingen over filosofie aan de universiteit van
Freiburg en probeerde hij aansluiting te vinden bij de moderne Amerikaanse po
ëzie  (Ezra Pound, William Carlos Williams, Charles Olson en Robert Creeley). Samen met zijn vrouw vertaalde hij hun werk ook en publiceerde het in door hem uitgegeven tijdschrift „fragmente“ en in zijn gelijknamige uitgeverij. Hij kreeg wel waardering voor zijn werk: in Duitsland van Ernst Robert Curtius, Alfred Andersch und Hans Magnus Enzensberger, internationaal van William Carlos Williams, André Breton, Max Ernst en Jean Arp, maar niet bij een breder publiek. Dat dreef hem er toe in 1954 een einde aan zijn leven te maken. Naar aanleiding van zijn 80e geboortedag werd in 2007 zijn verzameld werk uitgegeven onder de titel »Umkreisung«.

 

 

für renate

 

der wind bricht auf diese nacht
quirrt weint
habe die nacht gesehen
kann nicht schlafen
der bruder ist fortgegangen
ich höre
die tür hat geknarrt
nun ist sie verschlossen
ich habe fusstapfen gesehen
in frischer erde
CATULLUS
CATULLUS
keine kraft
wenn nicht diese: eine geschichte von dir und mir
keine kraft wenn nicht diese
von dir und mir
hat kein auge sich aufgetan
hat kein vogel berichtet
hat der wind nicht geschrien
keine kraft
wenn nicht du und ich
eine passage
metaphysik oder liebe
CATULLUS
CATULLUs
pauper amavi
CATULLUs.

 

 

1. satz: ausfahrt

 

I

Keinem ist hauch gegeben.

Es schwingen, fallen tauben ins gebreite.

Vergilbter neben kräuselt welke weite,

Und schwarze stümpfe stossen ins gewölk.

Der wunde wald stürzt dunkel hin zum bache,

Und schreiend wälzen sich zur falben flache

Purpurne himmel über rot gebälk.

Die feste stadt streckt kalte schattenarme

zur erzesader und zum vogelschwarme.

Die Fischer aus den faulen flächen fliehn.

Und häuser neben häusern auferstehen

Und fallen nieder und die winde wehen.

Es treibt der blauen tauben flug dahin.

 

gerhardt

Rainer Maria Gerhardt (9 februari 1927 – 27 juli 1954)

 

De Amerikaanse dichteres Amy Lowell werd geboren op 9 februari 1874 in Brookline, Massachusetts.  Zij stamde uit een voorname familie uit Boston. Haar broer Percival Lowell werd een beroemde astronoom en een andere broer Abbott Lawrence Lowell werd president van Harvard. Zelf studeerde zij niet, maar ontikkelde zij zich door ontzettend veel te lezen. In 1910 werden haar eerste gedichten gepubliceerd in de Atlantic Monthly en in 1912 verscheen haar eerste bundel A Dome of Many-Coloured Glass die tot haar grote teleurstelling maar een bescheiden succes kende. Voor haar bundel What’s O’Clock kreeg zij postuum de Pulitzer Prijs. In 1912 leerde Lowell haar levenspartner da Russell kennen, met wie zij tot aan haar dood samen bleef.

 

 

Aubade

As I would free the white almond from the green husk
So I would strip your trappings off,
Beloved.
And fingering the smooth and polished kernel
I should see that in my hands glittered a gem beyond counting.

 

 

 

The Matrix

  

Goaded and harassed in the factory

That tears our life up into bits of days

Ticked off upon a clock which never stays,

Shredding our portion of Eternity,

We break away at last, and steal the key

Which hides a world empty of hours; ways

Of space unroll, and Heaven overlays

The leafy, sun-lit earth of Fantasy.

Beyond the ilex shadow glares the sun,

Scorching against the blue flame of the sky.

Brown lily-pads lie heavy and supine

Within a granite basin, under one

The bronze-gold glimmer of a carp; and I

Reach out my hand and pluck a nectarine.

 

 

The Taxi

When I go away from you
The world beats dead
Like a slackened drum.
I call out for you against the jutted stars
And shout into the ridges of the wind.
Streets coming fast,
One after the other,
Wedge you away from me,
And the lamps of the city prick my eyes
So that I can no longer see your face.
Why should I leave you,
To wound myself upon the sharp edges of the night?

amylowell

Amy Lowell (9 februari 1874 – 12 mei 1925)

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard werd geboren op 9 februari 1931 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007 en ook mijn blog van 9 februari 2008.

Uit: Meine Preise

„Zur Verleihung des Grillparzerpreises der Akademie der Wissenschaften in Wien mußte ich mir einen Anzug kaufen, denn ich hatte plötzlich zwei Stunden vor dem Festakt eingesehen, daß ich zu dieser zweifellos außerordentlichen Zeremonie nicht in Hose und Pullover erscheinen könne und so hatte ich tatsächlich auf dem sogenannten Graben den Entschluß
gefaßt, auf den Kohlmarkt zu gehen und mich entsprechend feierlich einzukleiden, zu diesem Zwecke suchte ich das mir von mehreren Sockeneinkäufen her bestens bekannte Herrengeschäft mit dem bezeichnenden Titel Sir Anthony

auf, wenn ich mich recht erinnere, war es Dreiviertelzehn, als ich den Salon des Sir Anthony betrat, die Verleihung des Grillparzerpreises sollte um elf stattfinden, ich hatte also noch eine Menge Zeit. Ich hatte die Absicht, mir, wenn schon von der Stange, so doch den besten Reinwollanzug in Anthrazit anzuschaffen, dazu die passenden Socken, eine Krawatte und einHemd von Arrow, ganz fein, graublau gestreift. Die Schwierigkeit, sich in den sogenannten feineren Geschäften gleich verständlich zu machen, ist bekannt, auch wenn der Kunde sofort und auf die präziseste Weise sagt, was er will, wird er zuerst einmal ungläubig angestarrt, bis er seinen Wunsch wiederholt hat. Aber natürlich hat der

angesprochene Verkäufer auch dann noch nicht begriffen”.

  

Bernard

Thomas Bernhard (9  februari 1931 — 12 februari 1989)

 

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia. Zie ook mijn blog van 9 februari 2008.

Uit: By the Light of My Father’s Smile

 “I am a man you can trust, is how my customers view me. Or at least, I’m guessing it is. Why else would they hand me their house keys before they leave for vacation? Why else would they depend on me to clear their attics for them, heave their air conditioners into their windows every spring, lug their excess furniture to their basements? “Mind your step, young fellow; that’s Hepplewhite,” Mrs. Rodney says, and then she goes into her kitchen to brew a pot of tea. I could get up to anything in that basement. I could unlock the outside door so as to slip back in overnight and rummage through all she owns–her Hepplewhite desk and her Japanese lacquer jewelry box and the six potbellied drawers of her dining-room buffet. Not that I would. But she doesn’t know that. She just assumes it. She takes it for granted that I’m a good person.
Come to think of it, I am the one who doesn’t take it for granted.
On the very last day of a bad old year, I was leaning against a pillar in the Baltimore railroad station, waiting to catch the 10:10 a.m. to Philadelphia. Philadelphia’s where my little girl lives. Her mother married a lawyer there after we split up.

Ordinarily I’d have driven, but my car was in the shop and so I’d had to fork over the money for a train ticket.“

 

walker

Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)

 

De Franse schrijfster Alina Reyes (pseudoniem van Aline Patricia Nardone) werd geboren op 9 februari 1956 in Bruges. Zie ook mijn blog van 9 februari 2008.

 

Uit: La Dameuse

 

C’est le caméraman qui est venu la chercher. Il lui a dit que Gilles voulait la voir, que c’était très important, qu’il fallait venir tout de suite car ils reprenaient la route aussitôt après, qu’il n’y en avait que pour quelques minutes. Elle l’a suivi, ils ont pris la petite rue derrière l’église, ils sont descendus au bord du torrent, à l’abri des regards. Personne n’a vu l’homme qui l’attendait la prendre dans ses bras, personne n’a vu la petite Marie se dégager de son étreinte, personne ne l’a entendue crier : Qu’est-ce que c’est que cette histoire ? Personne ne l’a vue envoyer une gifle à cette vedette de télévision locale, personne n’a vu cet homme policé se saisir violemment de la jeune fille, par peur qu’elle n’attire l’attention lui bâillonner la bouche avec sa main, l’entraîner dans la neige“.

 

Alina_ReyesEA

Alina Reyes (Bruges, 9 februari 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn andere blog van vandaag.

 

Alice Walker, Alina Reyes, John Coetzee, Thomas Bernhard, Brendan Behan, Herman Pieter de Boer, Maurits Sabbe

De Amerikaanse schrijfster en feministe Alice Malsenior Walker werd geboren op 9 februari 1944 in Eatonton, Georgia. Haar familie stamde uit Cherokee, Schotland en Ierland. Na de middelbare school ging ze naar het Spelman College in Atlanta en kreeg haar diploma in 1965 van het Sarah Lawrence College in Yonkers. Gedurende haar eerste jaar op de school ging ze naar Oeganda als uitwisselingsstudent. Walker won de Pulitzer-prijs voor fictie voor het boek The Color Purple.

Uit: The Color Purple

“You better not never tell nobody but God. It’d kill your mammy.

Dear God,

I am fourteen years old. I am I have always been a good girl. Maybe you can give me a sign letting me know what is happening to me.

Last spring after little Lucious come I heard them fussing. He was pulling on her arm. She say It too soon, Fonso, I ain’t well. Finally he leave her alone. A week go by, he pulling on her arm again. She say Naw, I ain’t gonna. Can’t you see I’m already half dead, an all of these chilren.

She went to visit her sister doctor over Macon. Left me to see after the others. He never had a kine word to say to me. Just say You gonna do what your mammy wouldn’t. First he put his thing up gainst my hip and sort of wiggle it around. Then he grab hold my titties. Then he push his thing inside my pussy. When that hurt, I cry. He start to choke me, saying You better shut up and git used to it.

But I don’t never git used to it. And now I feels sick every time I be the one to cook. My mama she fuss at me an look at me. She happy, cause he good to her now. But too sick to last long.

walker

Alice Walker (Eatonton, 9 februari 1944)

 

De Franse schrijfster Alina Reyes (pseudoniem van Aline Patricia Nardone) werd geboren op 9 februari 1956 in Bruges. Zij werd beroemd met haar internationale bestseller Le Boucher. Zij volgde een opleiding aan het Lycée de Royan tot 1974. Zij studeerde o.a. Grieks, moderne literatuur en journalistiek. Kenmerkend voor haar werk is de speelse, geestrijke en moedige omgang met hedendaagse sexualiteit.

Uit: Satisfaction

 

“Quand les corps de Bobby Smith et de Babe Wesson pénétrèrent dans les fours du crématorium de World Village, l’infernale chaleur qui fusa dans l’instant autour de leurs cercueils les extirpa des torpeurs de la mort pour les propulser en des rêves brûlants, ultimes fantaisies de leur morne existence.

Bobby, qui sa vie durant avait fantasmé sur les corps sculptés en série des filles qui posaient cuisses ouvertes dans les magazines de charme, ou livraient à tout va, en des vidéos ressassantes, leurs appâts siliconés à la mâlitude voyeuse de ces temps, Bobby en une fulgurante rétractation-dilatation du Temps, accéda une dernière fois aux jouissances terrestres grâce à la grasse, vulgaire et plus très fraîche Shirley Gordon, sa voisine.

Le décor de son rêve d’incinéré était en tous points semblable à celui de la zone pavillonnaire où Babe et lui avaient acheté, quelques années plus tôt, la maison de leurs rêves. À tel point qu’il est permis de douter que cette illusion lui fut bel et bien inspirée par les feux de la malemort. Après tout, le fantasme qui ce jour-là s’échappa en grésillant de son cadavre n’était peut-être qu’une vieille élucubration, forgée au cours de l’infini chapelet de nuits où il avait dû, pour pallier à ses frustrations conjugales, s’autostimuler dans le secret, le poignet ardent, afin de pouvoir ensuite rejoindre dans le sommeil sa tendre et froide moitié.”

 

Reyes

Alina Reyes (Bruges, 9 februari 1956)

 

De ZuDe Zuidafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007.idafrikaanse schrijver John Maxwell Coetzee werd geboren op 9 februari 1940 in Kaapstad. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007.

Uit: Disgrace

 

“FOR A MAN of his age, fifty-two, divorced, he has, to his mind, solved the problem of sex rather well. On Thursday afternoons he drives to Green Point. Punctually at two p.m. he presses the buzzer at the entrance to Windsor Mansions, speaks his name, and enters. Waiting for him at the door of No. 113 is Soraya. He goes straight through to the bedroom, which is pleasant-smelling and softly lit, and undresses. Soraya emerges from the bathroom, drops her robe, slides into bed beside him. ‘Have you missed me?’ she asks. ‘I miss you all the time,’ he replies. He strokes her honey-brown body, unmarked by the sun; he stretches her out, kisses her breasts; they make love.

Soraya is tall and slim, with long black hair and dark, liquid eyes. Technically he is old enough to be her father; but then, technically, one can be a father at twelve. He has been on her books for over a year; he finds her entirely satisfactory. In the desert of the week Thursday has become an oasis of luxe et volupté.

In bed Soraya is not effusive. Her temperament is in fact rather quiet, quiet and docile. In her general opinions she is surprisingly moralistic. She is offended by tourists who bare their breasts (‘udders’, she calls them) on public beaches; she thinks vagabonds should be rounded up and put to work sweeping the streets. How she reconciles her opinions with her line of business he does not ask.

Because he takes pleasure in her, because his pleasure is unfailing, an affection has grown up in him for her. To some degree, he believes, this affection is reciprocated. Affection may not be love, but it is at least its cousin. Given their unpromising beginnings, they have been lucky, the two of them: he to have found her, she to have found him.

His sentiments are, he is aware, complacent, even uxorious. Nevertheless he does not cease to hold to them.”

coetzee

John Maxwell Coetzee (Kaapstad, 9 februari 1940)

 

De Oostenrijkse schrijver Thomas Bernhard werd geboren op 9 februari 1931 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007.

Uit: Ein Kind

 

““Wenn ich nur sterben könnte!” war mein ununterbrochener Gedanke. Wenn ich an Seekirchen zurückdachte, schüttelte es mich vor Weinen. Ich heulte laut aus mir heraus, wenn ich sicher war, daß mich niemand hörte. Ich ging auf den Dachboden und schaute auf den Taubenmarkt hinunter, senkrecht. zum erstenmal hatte ich den Gedanken, mich umzubringen. Immer wieder streckte ich den Kopf durch die Dachbodenluke, aber ich zog ihn immer wieder ein, ich war ein Feigling. Die Vorstellung, ein Klumpen Fleisch auf der Straße zu sein, vor welchem jedem ekelte, war absolut gegen meine Absicht. Ich mußte weiterleben, obwohl es mir unmöglich erschien. “Vielleicht ist der Wäschestrick die Rettung?” dachte ich. Ich klügelte eine Konstruktion mit den am Dachbalken festgebundenen Strick aus, ich ließ mich geschickt in die Schlinge fallen. Der Strick riß ab, und ich stürzte die Dachbodenstiege hinunter in den 3. Stock. Vor ein Auto oder den Kopf auf das Bahngeleise. Ich hatte überhaupt keinen Ausweg.”

 

Bernhard

Thomas Bernhard (9  februari 1931 — 12 februari 1989)

 

De Ierse dichter en schrijver Brendan Behan werd geboren op 9 februari 1923 in Dublin. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007.

THE LAUGHING BOY

 

It was on an August morning, all in the moring hours,
I went to take the warming air all in the month of flowers,
And there I saw a maiden and heard her mournful cry,
Oh, what will mend my broken heart, I’ve lost my Laughing Boy.
So strong, so wide, so brave he was, I’ll mourn his loss too sore
When thinking that we’ll hear the laugh or springing step no more.
Ah, curse the time, and sad the loss my heart to crucify,
Than an Irish son, with a rebel gun, shot down my Laughing Boy.
Oh, had he died by Pearse’s side, or in the G.P.O.,
Killed by an English bullet from the rifle of the foe,
Or forcibly fed while Ashe lay dead in the dungeons of Mountjoy,
I’d have cried with pride at the way he died, my own dear Laughing Boy.
My princely love, can ageless love do more than tell to you
Go raibh mile maith Agath, for all you tried to do,
For all you did and would have done, my enemies to destroy,
I’ll prize your name and guard your fame, my own dear Laughing Boy.

 

Behan

Brendan Behan (9 februari 1923 – 20 maart 1964)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Herman Pieter de Boer werd geboren op 9 februari 1928 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 9 februari 2007.

EEN LERARES DIE IK LIEFHAD

 

Zij droeg een jurk, lang uit de mode,
en was zo mager als een lat,

een rare stokvis, maar ze had

zo’n zeldzaam mooie lesmethode,

 

voor die tijd eigenlijk verboden:
het scheen, ze praatte zomaar wat,

alsof je in haar kamer zat

te kletsen om de tijd te doden.

 

Het leek gezellig en verkeerd,
maar was, dat blijft, geraffineerd:

ik ben in aardrijkskunde thuis.

 

Wat heb ik veel van haar geleerd,
ik had haar lief, mijn versje eert

mejuffrouw Schelts van Kloosterhuis.

 

DeBoer

Herman Pieter de Boer (Rotterdam, 9 februari 1928)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 9 februari 2007.

De Vlaamse schrijver Maurits Sabbe werd op 9 februari 1873 te Brugge.