Dolce far niente, F. Starik, Michael Longley, Theodore Dreiser, Graeme C. Simsion

 

Dolce far niente

 

 
Amsterdam, Kostverlorenvaart

  

Kleine vooruitzichten 4

Ik fiets nog altijd naar huis.
Langs de Kostverlorenvaart zie ik
het schip Ambitie varen. Diepliggend,
als gevuld met slap zand.

De gangboorden maken veel water.
Zijdelings weggewerkt, terug in de gracht.
Rondpompen is het devies. Niks geen verlies.
Minder is later. En later weer minder.

Ik dacht aan Jan Kostwinder,
die ons kort geleden heeft verlaten.
Hij hield tenminste echt van veel praten.
Veel van echt praten.

Het onstuitbare praten
dat de eenzame doet. Hij wil niet, hij moet.
Ik niet, ik niet, dat zeg ik. Ik groei een baard.
Dat ziet. Men moet zich nuttig maken.

 

 
F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

Lees verder “Dolce far niente, F. Starik, Michael Longley, Theodore Dreiser, Graeme C. Simsion”

Dolce far niente, Hans Kloos, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry, Hanya Yanagihara

Dolce far niente

 

 
De Piramides, Jan van Galenstraat, Amsterdam

 

Interview met het bushokje
Marcanti-eiland

achter me stonden vroeger
op een zandvlakte in de winter
de kermisgasten
die zijn nu verstopt aan de overkant
tussen de markthallen en de begraafplaats

soms ben ik een bed
en vaak slachtoffer
van vandalisme
ik zat een keer
vol met kogelgaten

als iemand bus na bus
niet instapt de ogen gesloten
het hoofd tegen mij rustend
wou ik dat ik de rokken
van zijn moeder was

mijn glas rammelt
zachtjes bij het remmen
en optrekken van mijn vrienden
de nachtbussen

om de zoveel jaar krijg ik gratis
een complete makeover
ik begin nu te rotten
in mijn betonpoeren
maar zo lang de stad blijft
zal ik wel blijven

ik word ook op gezette tijden gereinigd
eind jaren tachtig
was er een klein punkmeisje
dat steeds weer glasnost op mij spoot
vorige week verkondigde ik nog:
weg met de kazen!

het mooist is het
als ik vol stroom
met lijven op zoek
naar de gewenste afstand
van elkaar en de regen

ik heb een keer gedroomd
dat ik midden op straat stond
en iedereen dwars door me heen reed

de volgende dag
was ik tijdelijk opgeheven
wegens wegwerkzaamheden

dat moeten ze niet te vaak doen
dat is niet goed
voor het zelfvertrouwen van een bushalte

ik heb een neef
waar nooit iemand uitstapt

 
Hans Kloos (Baarn, 23 december 1960)

Lees verder “Dolce far niente, Hans Kloos, Arthur Japin, Gregoire Delacourt, Yves Petry, Hanya Yanagihara”

Dolce far niente, Siegfried Sassoon, Stephen Vincent Benét, Maria Janitschek

 

Dolce far niente

 

Gewitterlandschaft (Nach dem Gewitter) door Otto Modersohn, 1930

 

Storm and Sunlight

I
In barns we crouch, and under stacks of straw,
Harking the storm that rides a hurtling legion
Up the arched sky, and speeds quick heels of panic
With growling thunder loosed in fork and clap
That echoes crashing thro’ the slumbrous vault.
The whispering woodlands darken: vulture Gloom
Stoops, menacing the skeltering flocks of Light,
Where the gaunt shepherd shakes his gleaming staff
And foots with angry tidings down the slope.
Drip, drip; the rain steals in through soaking thatch
By cob-webbed rafters to the dusty floor.
Drums shatter in the tumult; wrathful Chaos
Points pealing din to the zenith, then resolves
Terror in wonderment with rich collapse.

II
Now from drenched eaves a swallow darts to skim
The crystal stillness of an air unveiled
To tremulous blue. Raise your bowed heads, and let
Your horns adore the sky, ye patient kine!
Haste, flashing brooks! Small, chuckling rills, rejoice!
Be open-eyed for Heaven, ye pools of peace!
Shine, rain-bow hills! Dream on, fair glimpsèd vale
In haze of drifting gold! And all sweet birds,
Sing out your raptures to the radiant leaves!
And ye, close huddling Men, come forth to stand
A moment simple in the gaze of God
That sweeps along your pastures! Breathe his might!
Lift your blind faces to be filled with day,
And share his benediction with the flowers.

 

Siegfried Sassoon (8 september 1886 – 1 september 1967)
St Luke’s Church, Matfield. Siegfried Sassoon werd geboren in Matfield.
Lees verder “Dolce far niente, Siegfried Sassoon, Stephen Vincent Benét, Maria Janitschek”

Dolce far niente, Dennis Gaens, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, Hart Crane

 

Dolce far niente – Bij de Nijmeegse Vierdaagse

 

 
Wandelaars richting Nijmegen via de Oosterhoutse dijk door Annemieke Martinus-Claus, 2008

 

Met afstand heeft het niets te maken

Het is kijken hoe zwaar je je lichaam kunt laten worden,
hoeveel pijn ademen kan veroorzaken. Het is je ogen op
de volgende bocht, rubber ruiken en teer trappen. Het is
weg van wat dan ook.

Het is lopen en laten gaan.

 

 
Dennis Gaens (Susteren, 1982)
Nijmegen tijdens de Vierdaagse. Dennis Gaens was in 2011 en 2012 stadsdichter van Nijmegen.

Lees verder “Dolce far niente, Dennis Gaens, Ernest Hemingway, Belcampo, Boris Dittrich , Hans Fallada, Hart Crane”

Dolce far niente, Frans Bastiaanse, Hans Lodeizen, Henk Hofland

Dolce far niente

 

Cattle Watering door Thomas Moran, 1888

 

Zomer

Ik zat waar zon op ’t warme water scheen
En gele bloemen bloeiden aan de kant;
Het grazend vee ging door de weiden heen,
De zomerlucht hing walmend over ’t land.

De wilgen waren zilverbleek en stil
Voor ’t stralend blauw, van wolk en nevel vrij;
Een glazenmaker vloog, met lichtgetril
Op ’t parelmoerig vleugelgaas, voorbij.

De schuwe vissen, in ’t koeldonker diep,
Verschoten snel, of stonden lang op wacht,
Waar d’aarde zich, in beeld, nog schoner schiep,
Dromend de zomerdroom van eigen pracht.

En over ’t hooiland, waar een wagen stond
Met vers-groen gras te geuren in de zon,
En verder waar het drachtig korenblond
Met brede golving boog ten horizon,

Tot waar een scheem’rend bos zich flauw verhief,
De wereld wegsmolt in der hemelen gloed,
Dreef mijn gedacht, hoe schoon de dag was, lief
Uw schone ziel verlangend tegemoet.

 

Frans Bastiaanse (14 mei 1868 – 12 juni 1947)
Utrecht, Oude Gracht, rond 1900. Frans Bastiaanse werd geboren in Utrecht.
Lees verder “Dolce far niente, Frans Bastiaanse, Hans Lodeizen, Henk Hofland”

Dolce far niente, Prosper van Langendonck, Anna Enquist, Gottfried Keller

Dolce far niente

 

 
Mortlake Terrace door J. M. W. Turner, 1827

 

Zomeravond

O zomeravond, smachtend neergevlijd
op ’t gele veld, in ’t Westen goudgetint…
Teerkreunend ruisen van de avondwind,
die langs de vlakte in zware weemoed glijdt…
O melodie uit lang verleden tijd,
waarvan ik zin noch woorden wedervind…

O rust, o stilte, blauwige avonddoom!
Doorzichtig ligt ge op verre velden neer…
Zo schouwt mijn geest de beelden van weleer
door ’t wazig scheemren van een weke droom.
’t Verleden rimpelt, onbepaald en loom,
– verzonken stad in ’t stilgevallen meer.

Verheerlijkt glinstren! onbereikbre trans!
O vloeiend zilverlicht zo hoog verbreid…
De zwoele nacht doortrilt uw majesteit,
de aarde is een matte weerschijn van uw glans;
zacht om mijn slapen vloeit uw stralenkrans;
mijn zwellend harte vult de onmeetlijkheid.

 

 
Prosper van Langendonck (15 maart 1862 – 7 november 1920)
Brussel op een zomeravond. Prosper van Langendonck werd geboren in Brussel

Lees verder “Dolce far niente, Prosper van Langendonck, Anna Enquist, Gottfried Keller”

Kees Stip, Marcel Proust, Erik Jan Harmens, J.C. Noordstar, Hermann Burger, Alice Munro

 

Dolce far niente

 

Tuinpad in Giverny door Claude Monet, 1902

 

De zomers

Klaprozen, korenbloemen, barstenvolle
goudgele aren streelden mijn gezicht.
Groengouden vliegen zoemden een gedicht.
Rood liet het ooft de appelwangen bollen.

Zomernachtdonker is gesmolten licht.
Niet bang zijn voor kabouters en voor trollen.
Ze komen ’s nachts het grasveld voor je rollen.
Alleen een dom kind houdt zijn ogen dicht.

Zullen wij dit soort zomers nooit meer zien?
Ging dan het paradijs voorgoed verloren
omdat wij aan de wereld toebehoren?
Huil niet, huil niet, de hemel zal misschien
een zolder in een huis zijn zonder zorgen.
Daar hebben ze die zomers opgeborgen.

 

Kees Stip (25 augustus 1913 – 27 juni 2001)
Veenendaal, Oude Kerk. Kees Stip werd geboren in Veenendaal
Lees verder “Kees Stip, Marcel Proust, Erik Jan Harmens, J.C. Noordstar, Hermann Burger, Alice Munro”

Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe

 

Dolce far niente – Bij de Tour de France

 

 
 Mark Cavendish

 

Uit: Mark Cavendish, een tijdbom op twee wielen

“Cavendish is, naast de beste sprinter van het afgelopen decennium, een onhandelbaar klein kind dat niet tegen zijn verlies kan. Als hij een keer niet wint, schreeuwt en scheldt hij iedereen verrot – en smijt hij met alles wat hij in zijn handen krijgt.
Hij riskeert alles in de laatste kilometers van de koers. Hij duikt in gaatjes die alleen hij ziet, hij stuurt onderdoor in blinde bochten en hij rijdt renners van de fiets; eerder in deze Tour veegde hij Bauke Mollema ook al van een rotonde. In de Ronde van Zwitserland van drie jaar terug waren zijn collega’s zó klaar met zijn kamikazeacties, dat ze twee minuten staakten om de jury ervan te overtuigen dat er moest worden opgetreden tegen het Engelse testosteronbommetje. En o wee als een andere renner een gevaarlijke actie uithaalt waarvan hijzelf het slachtoffer is. De klassementsrenners moeten van hem opzouten uit de voorposten van het peloton in de aanloop naar een sprint en hij bestempelde een legertje jonge sprinters als brokkenpiloten. Vorig jaar riep hij in de Giro dat Roberto Ferrari naar huis moest toen die van links naar rechts zwiepte en daarmee het halve peloton op zijn muil legde.
Daar was ik het destijds mee eens, overigens. Wie lijf en leden van zijn collega’s riskeert door bodychecks, kopstoten of zwiepers verdient het niet om in het peloton te rijden. Daarom had de jury van de Tour Cavendish van mij ook naar huis mogen sturen na zijn actie van gisteren.
Cavendish kreeg uiteindelijk geen enkele sanctie. Hij werd niet teruggezet naar de laatste plaats, hij werd niet uit de koers gezet, hij hoefde geen boete te betalen. Het is een schoolvoorbeeld van klassenjustitie. Als Veelers of een onbekende Kazak hetzelfde had gedaan, was de beslissing van de jury heel anders uitgevallen.
Dat Cavendish er zonder straf vanaf kwam, was maar aan één ding te danken: zijn status.”

 

 
Thijs Zonneveld (Leiden, 28 september 1980)

Bewaren

Lees verder “Thijs Zonneveld, Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel, June Jordan, John Heath-Stubbs, Ann Radcliffe”

Down By The Carib Sea (James Weldon Johnson)

 

Dolce far niente

 

 
Caribbean Sea door Dmitry Spiros, 2013

 

Down By The Carib Sea

I
Sunrise in the Tropics

Sol, Sol, mighty lord of the tropic zone,
Here I wait with the trembling stars
To see thee once more take thy throne.

There the patient palm tree watching
Waits to say, ‘Good morn’ to thee,
And a throb of expectation
Pulses through the earth and me.

Now, o’er nature falls a hush,
Look! the East is all a-blush;
And a growing crimson crest
Dims the late stars in the west;
Now, a flood of golden light
Sweeps acress the silver night,
Swift the pale moon fades away
Before the light-girt King of Day,
See! the miracle is done!
Once more behold! The Sun!

II
Los Cigarillos

This is the land of the dark-eyed
gente,

Of the
dolce far niente,

Where we dream away
Both the night and day,
At night-time in sleep our dreams we invoke,
Our dreams come by day through the redolent smoke,
As it lazily curls,
And slowly unfurls
From our lips,
And the tips
Of our fragrant cigarillos.
For life in the tropics is only a joke,
So we pass it in dreams, and we pass it in smoke,
Smoke — smoke — smoke.

Tropical constitutions
Call for occasional revolutions;
But after that’s through,
Why there’s nothing to do
But smoke — smoke;
For life in the tropics is only a joke,
So we pass it in dreams, and we pass it in smoke,
Smoke — smoke — smoke.

 

 
James Weldon Johnson (17 juni 1871 – 26 juni 1938)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2015.

Dolce far niente, Simon Vestdijk, Robert Franquinet, E. E. Cummings

 

Dolce far niente

 

 
Onbevlekte Ontvangenis door El Greco, 1613

 

Duif, bloem en engels
(naar El Greco’s “Inmaculada Concepción”)

Hoe steil werd gij, gebenedijde, afgeschilderd
In uw zoet concilie van eng’len overschoon,
Die uit de volle luitkelk toon om toon
Doen drupp’len naar waar ’t middenlicht verwildert.

Baart daar een diamanten baaierd eng’lenlijven?
De vleug’len der geknielde adorant
Lijken uw voet ontsproten in ’t vruchtbaar verband
Van dit verzaligd op elkander drijven,

Dat pas in de afgrond vindt die enk’le bloemen,
Een twintigtal, ontbloeiend aan de hemelhel, –
Want ied’re hemel kent zijn eigen keerzij wel, –
Om zich op aardscher oorsprong te beroemen.

Baarzieke wondergolf van deinen en heupwiegen
In heuplooze en gewichtlooze contour:
Zoo stijgt, vorstin, gij door de hemelvloer,
Uw gansche aanhang meebetoov’rend tot dit vliegen

Ten hoog’ren hemel, war hoog boven ’t karnen
Van engelinnenmelk tot godd’lijk geelgoud spook,
Tot drielingen van licht uit zwangere rook,
De duif, aanwiekend, pas een rustpunt vindt in ’t barnen.

 

 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Standbeeld in Doorn, ontworpen door Jaap te Kiefte

Lees verder “Dolce far niente, Simon Vestdijk, Robert Franquinet, E. E. Cummings”