Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

 

Grmbl

ik ben een volleerd paaldanser
dat dank ik aan de cursusleidster rouwverwerken voor gevorderden
alles was sex haar overheadprojector haar whiteboard haar markers
haar kutgekopieerde readers te dik voor het nietje uitwaaierend als pamfletten
uit een helicopter over de hoofden van een bevrijde bevolking

als iemand op zijn gezicht valt voel ik niets
ik wil best mijn armen om ‘m heen slaan
ik wil best vragen hoe het staat
ik begrijp alleen niet waarom juist dán
en niet als bijv de klok slaat of de telefoon niet opgenomen
na een blik op de nummermelder overgaat en overgaat

verder hou ik van saté
en een la die dicht gaat en weer open
ik excelleer in hangmatten
kan goed mijn lachen inhouden
en een plank op mijn hoofd raakt me niet

tony taalt niet naar de tumor in zijn nek want zo is tony

als ik op iemands gezicht zit zegt-ie au
het bevreemdt me dan dat het niet uitmaakt of je op een chinees
of op een creool of op een fin gaat zitten
het is linksom au en rechtsom
alsof de dingen buiten ze om gebeuren en in de verste verte geen vat

je bek ging van dittum en dattum
terwijl je feitelijk geen panharing te melden had

dit is mijn credo edo
als ik paaldans vergeet ik alles
behalve de paal en mijn passen
een zakjapanner en de e op het display
ik dit niet uitrekenen gaan
dat de maan er is verder los van die maan
en hij ernaar wijst als een kok zijn klanten op de kaart
als een uitsmijter zijn poffers op de klok

uitgeteld en blootgewoeld
de wereld is licht en hoempa

marktkooplui willen me niet achter hun kraam
en vice versa

 

Schuttebreek

dit is mijn huis hier woon ik
alles is goed een haan bloeit op de barbecue
als een texaan waakt erik
jan h over zijn lap groot als een deken
mijn buren zie ik niet soms
hoor ik iets dan sterft het

als de maan zich uit de voeten maakt weewhen close harmony sony
dreammachines we starten de motor ruften en rijen een tunnel in en uit

we hebben een krant
die wordt bezorgd

het is alsof een niet zichtbare hand ons leidt van woon naar werk
we zijn geen trein maar volgen toch steeds dezelfde route
we zijn geen trein maar vertrekken iedere dag op dezelfde tijd

hier ben ik gelukkig
en ik wil niet weten hoe het daar is
dat merk ik vanzelf als het klaar is

in mijn onderhoudsarme tuin word ik herinnerd als een beest

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Zomerregen. Zwarte avond. Langs de rand

Zomerregen. Zwarte avond. Langs de rand
van een overlijdensbericht gekrabbeld de beschikbare gegevens,
die het interview in gang zetten, de herinnering
aan lang voorbije ontmoetingen, waarvan
we ons meer toekomst hadden voorgesteld.

De nieuwe New Yorker blijft open liggen.
Wat betekent toekomst als het laatste gesprek
per magneetband eindeloos kan worden herhaald
en een in memoriam tien jaar ligt in het archief.
Droge zomer. De avond is helder.

Een reis moet men voorbereiden. Men moet
door een mistig front waarvan het wit zo wit
als Chinees verdriet is. Liever geen citaten.
Onderwerp van tafel. De gerstvelden zijn leeg,
en men leest, de steden zijn ingewikkeld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Gerard Walschap, Jürgen Becker

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook alle tags voor Gerard Walschap op dit blog.

Uit: Houtekiet

“Zij zou zijn naam moeten uitschreeuwen, zingen, zoet uitspreken, uitsnikken, zoo brandt hij in haar. De muziek ’s zondags in de kerk zou moeten zingen Houtekiet. Bij het werk is plots zijn hand op haar lichaam, nu hier, dan daar. Het snijdt haar den adem af, ze moet stilstaan tot het over is. Simon, de oudste van haren boer, zweert dat hij haar niet aangrijpt om zoo maar eens, maar om te trouwen, trouwen al gaan ze hier allemaal op hunnen kop staan. Met een ruk en een stoot werpt ze hem tegen den muur. Het is of ze nagelt er hem aan vast met den trotschen hoon dat ze hem nog niet ziet staan. Schor kan hij eindelijk vragen of ze dan iemand beters ziet staan, zij een meid, gotvernonde. Heilige naam van Jan Houtekiet, als een hostie moet zij u telkens inslikken want wie draagt u? Niet eens een stalknecht, niet eens een mensch: een everzwijn waarop de boschwachter jaagt. Na de eerste ontmoeting heeft zij den naam genoemd, den man beschreven. Een na een grinnikten de mannen, eerst Mandus, dan Docus den paardenknecht, dan de twee zonen Simon en Leo. Naar die twee pinkoogde Liza, de boerin vroeg of Lien zich niet schaamde en de boer zelf, Busschops: Is ’t nu genoeg?
Maar de naam blijft groeien, zwellen. In verrukking ligt haar hoofd aan de flank van de dwarsche koe, die zij nu liefheeft. Met trage, trillende hand doet ze een straal melk op haar bloote scheen spuiten en kreunt zacht.
Aan Liza’s bed gaat ze eindelijk den naam altijd maar uitspreken. Deze denkt eerst dat zij gek geworden is, dan dat het in geen geval Houtekiet kan geweest zijn, ten slotte dat het de duivel was. Bedriegt die niet de jonge meisjes met baard en haren zooals die van Christus? En wekken gewone mannen zulk vrouwenvuur? Nemen zij niet het plezier en laten de vrouw de schande als het uitkomt, na den trouw de kinderen? Daarom, Lien, was het soms de duivel niet? Het baat Lien niet zich opnieuw op te hitsen met de herinnering, hem opnieuw te beschrijven, hard en zoet, krachtig, nog te herhalen dat daarna zijn mond is als die van een klein kindje. Helpt niet, onmogelijk, ze heeft zich aan den duivel gegeven. Wild gebiecht trekt ze haar nachtkleed op, laat zich zwijmelend op het bed neer en fluistert dat als het de duivel geweest is en hij wil hier komen, zij hem nog wil, kom. Het pleit voor Houtekiet dat de duivel er nog niet is, als Liza eindelijk uit de dekens durft te voorschijn komen, rood en bezweet. Ze neemt aan, mee over de plank te gaan om Houtekiet te zien.”

 

Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)
Portret door zijn dochter Lieven Walschap, jaren 1980

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

Bestemming

Westfaalse heuvels, de Breisgau dan Dresden … geen week
voor ansichtkaarten en uitgeruste residenties; Vallend blad, diep
hangende lucht tussen Elbe en Rijn.

Schuiven met datums, geen afscheid voor lang; wat zoek je
in het zuiden? Ik dacht in de restauratiewagen aan mijn vader
en hoe hij reisde in de jaren dertig … Excelsior,
Majestic De jongen bij het raam begrijpt niet wat
de volwassenen zeggen: Marienborn, destijds de zone –

Leeg terrein tussen restanten hek; twee kraaien fladderen
rond een toren die bleef staan. De hand
in de hartstreek, reiken naar het paspoort; er zijn
gewoonten die de trein met zich meevoert. Zorgeloze
reizigers laten de kranten liggen.

Kijk naar buiten. De nabijheid van het landschap dat je
kunt herwinnen. Een kans die zich elk uur
herhaalt. Hongkong gaat langzaam verloren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2019 en ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Micha Hamel, Richard Aldington

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Afdwalende gedachten (tijdens een vergadering)

Sloop die flatgebouwen en je ziet de horizon. De echte horizon
echter is geen lijn maar een ring. (Kijk maar om je heen.)

Voor lange mensen ligt de horizon verder weg dan voor
korte. (Leven zij dus in een grotere wereld misschien?)

Als je met een raket de aarde verlaat wordt de ring steeds
wijder totdat hij gelijk wordt aan de omtrek van de aarde.

Als je oneindig klein bent, heeft de hoepel zich samengesnoerd
tot een stip en bevindt de horizon zich theoretisch gesproken

onder je voeten. Maar dat kan natuurlijk niet. Kan het ook anders? Kan ik
op de horizon lopen? Jazeker. Want dit is geen gedicht maar een handleiding.

Straaljagerpiloten hebben er last van. Als je hard gaat, trekt je blikveld samen. Stel, je rent over een weg waar aan beide kanten een boom staat. Ga je harder, dan wordt de weg smaller. De horizonnen links en rechts komen dichterbij. Het lijkt alsof je maar nét tusen de bomen door kunt. Dat heeft te maken met hoeveelheid informatie je hersenen kunnen verwerken (überhaupt het probleem, eigenlijk). Kortom, als je maar hard genoeg rent, loop je op een streep

die misschien de weg is die je zocht.

 

O maskergezicht

ooit was je van jezelf
en ineens loop je verloren
door deze plexiglazen stad
deze door tentspoed geteisterde
mensenhoop waar uit solidariteit
de vlijtige samenschool sluit en de
vochtige wolkhoest de straattest tart

o huilmaskergezicht

buk plechtig onder bittere hulpnood
sinds wij de minzestigste nulpatient
bejammerden de persoon waaraan
blijkbaar te veel ondeugdelijk was

o lachmaskergezicht

nu scharniert opgelucht jouw
haafhand aan de groetelleboog
wuivend richting visiteraam teder
harp spelend op de tinkelspijlen
van het zonovergoten bingobalkon

o angstmaskergezicht

in jouw kweekhaard
duim je voor een levensreddend
serum voor jouw faalorgaan

o hongerhuid

denk niet aan het naamloze partnerbed
aan de hand die je pakken kon

 

Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

 

De Engelse schrijver en dichter Richard Aldington werd geboren op 8 juli 1892 in Portsmouth. Zie ook alle tags voor Richard Aldington op dit blog.

Au Vieux Jardin

Ik heb hier gelukkig gezeten in de tuinen,
Kijkend naar de stille plas en het riet
En de donkere wolken
Die de wind van de bovenlucht
Scheurde als de groene bladerrijke takken
Van de divers getinte bomen van de late zomer;
Maar hoewel ik enorm geniet
Hiervan en van de waterlelies,
Dat wat mij het dichtst bij huilen brengt
Is de roze en witte kleur van de gladde stapstenen,
En de lichtgele grassen
Ertussen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Aldington (8 juli 1892 – 27 juli 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2019 en ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.

Ivo Victoria, June Jordan

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Billie & Seb

“Hoewel ze zich niets van haar prille jeugd in Azië kon herinneren, had ze altijd het idee gehad dat ze in een onbreekbare cocon rondliep dat haar verhinderde echt tot de wereld te behoren. Ook Seb leek altijd elders te vertoeven. Sprak in korte, wankele zinnetjes, woorden die op handen en voeten naar buiten kwamen gekropen en hun ogen dichtknepen tegen het zonlicht. Behalve wanneer hij iets hoorde waaraan anderen een betekenis gaven die verschilde van de exacte waarde die de woorden zelf bezaten. Bijvoorbeeld. Wanneer iemand zei dat hij niet bij de pakken neer moest blijven zitten. Terwijl hij gewoon stond en er geen pak in de wijde omgeving te zien was. Op zulke momenten konden die stille wankele zinnetjes ontploffen als splinterbommen en schreeuwde hij zijn broze stembanden aan flarden in korte, explosieve uithalen waarna zijn woorden zich snel terug naar binnen haastten. Ook die woede herkende Billie. Maar samen waren ze onkwetsbaar. Iedereen vond er wat van: raar, lief, voor elkaar bestemd. Ze gingen met elkaar om alsof ze een geheim deelden. Vroeger, wanneer Seb alleen over de speelplaats slenterde, in zichzelf gekeerd, was hij vreemd en onheilspellend geweest, en zelfs zijn beste vrienden wisten niet wat ze moesten doen wanneer hij in zo’n bui verkeerde. Zodra Billie met hem mee liep, viel het iedereen op hoe zorgvuldig en traag hij de ene voet voor de andere zette, alsof hij over een strakgespannen kabel liep die boven een honderd meter diepe kloof gespannen was. Op die momenten had hij de ongenaakbare houding van iemand die iets ongelofelijks ten uitvoer bracht met een verbijsterende vanzelfsprekendheid terwijl er een glimlach op zijn lippen speelde als een kind, en het was voor iedereen zonneklaar dat het Billie was die iets in hem naar boven bracht wat hem in de werkelijkheid verankerde.
‘Is Seb gek?’ vroegen andere leerlingen.
‘Dat weet alleen Seb,’ zei Billie, en ze giechelde.
En zo, tijdens die hemelse dagen en weken, bevonden ze zich samen in een bel van zuivere lucht en ideeën en elke vorm van achterdocht kwam hun belachelijk voor. Het mooiste van die twee was dat ze nooit de kans hadden gekregen om aan elkaar te wennen – zo lang hebben ze elkaar niet gekend. Misschien daarom dat ze elkaar zo misten, omdat ze precies wisten hoe de ander was. Immers, het enige moment waarop de mensen elkaar echt konden kennen was het moment waarop ze elkaar voor het eerst zagen. Al de rest was gewenning, en zodra die was ingezet konden ze van alle duizenden mogelijkheden die het leven in zich droeg, slechts één iemand zijn en dat was wie de anderen dachten dat ze waren.”

 

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

De Afro-Amerikaanse schrijfster, dichteres en politiek activiste June Jordan werd geboren op 9 juli 1936 in New York. Zie ook alle tags voor June Jordan op dit blog.

 

Deze gedichten

Deze gedichten
het zijn dingen die ik doe
in het donker
reikend naar jou
wie je ook bent
en
ben je klaar?

Deze woorden
het zijn stenen in het water
die wegrollen

Deze graatmagere regels
het zijn wanhopige armen voor mijn verlangen en liefde.

Ik ben een vreemde
die de vreemden leert aanbidden
om mij heen

wie je ook bent
wie ik ook word.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

June Jordan (9 juli 1936 – 14 juni 2002)  

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Openbaringen

“De bar op het dakterras van het Bukowski Hotel. Hier op de vierentwintigste verdieping heb je uitzicht over de hele stad: van het Olympisch Park tot het nieuwe winkelcentrum, van de zelfmoord-torens tot de Sint-Joriskathedraal. Glazen schotten voorkomen dat je wordt weggeblazen door de harde zeewind en dat malloten de snelle route naar beneden kiezen. Het is een al te bekend limbo waarin Xavi nu verkeert; de propofol is uitgewerkt en de alcohol nog niet ingewerkt. Zijn gebrek aan diepteperceptie nu hij slechts één lens in heeft geeft het echter een nieuwe, surrealistische dimensie. Als hij de blik te lang op een persoon of voorwerp fixeert, ontspringt er een kloppende hoofdpijn achter zijn ogen. Hij houdt zijn gin-tonic omhoog, als ware hij Hamlet en de cocktail de schedel van Yorick de nar. Het glas fluoresceert in het blacklight van de bar. De anesthesist voelt een vlaag van melancholie opkomen. Is het nobeler de slingerkogels en pijlen van het noodlot te ondergaan, of om de wapenen op te nemen tegen de oceaan van zorgen, ze te beëindigen? Te sterven, te slapen, en niets meer dan dat…‘Wat zit je stom in je glas te turen,’ onderbreekt Eduard Xavi’s mijmeringen. ‘Wil je dat niet doen waar ik bij ben? Je lijkt wel een autist.’ Eduard is waarschijnlijk Xavi’s beste vriend. Toen Xavi en Alexandra voor het eerst uit elkaar gingen, nam Eduard hem twee maanden in huis. En hij hielp hem met zijn investeringsportefeuille, die helaas niets meer waard is. Net zo belangrijk, hij is een van de weinige personen met wie Xavi het niet erg vindt in het openbaar te worden gezien. Beiden zijn ze vastbesloten hun mislukkingen volledig te ontkennen en te leven in hun fantasie. Eduard tracht al bijna een uur het telefoonnummer te bemachtigen van de serveerster, een geblondeerd kind met een push-up-bh die zichzelf heel bijzonder vindt omdat alle oude of minder oude, rijke of minder rijke, dronken, eenzame mannen met haar trachten te flirten. Alles aan de serveerster is fout, alles waarschuwt je uit haar buurt te blijven, en juist dat maakt haar zo woest aantrekkelijk. Ze draagt een zwart t-shirt en een witte cowboyhoed. De cowboyhoed is een alarmsignaal. Iemand die in het Europa van de eenentwintigste eeuw met een hoed op rondloopt, heeft zo’n vijftig procent kans op een theatrale, narcistische of borderline persoonlijkheidsstoornis.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

op mijn knokige rug speel je de tekst uit,
en ik sta smal voor mijn raam: glinsterend licht
onder miljoenen kleine sterren en rondom jij
mooi zwart dat over alles heen rolt, verandert
wat overdag somber rommelt, de wiegende hoofden (bedwelmd en verdoofd)
in flikkerende lichten. wat in de zon zachtjes in zenuwkanalen dommelt,
dat sla je uit het donker het licht in (geheimzinnig)
en je hebt niets weg te geven. voorbij de stoere idealistische eigendunk
over het feit van slaap, het onweer barst los, de lucht
roert zich niet, geen donker worstelen van wolken, geen enkele bedreiging,
het firmament is heroïsch, een stabiel pact van voorheen
oorlogszuchtige elementen, hoe ze elkaar inspireren in verraderlijke
helderheid, allemaal één grote deal, geen subjectorgaan,
hierbinnen rust de geest op dit gladde oppervlak,
net voor het hyperventileren neemt hij de bocht naar het bed
van het vergeten. en terwijl de mussen de stilte verjagen,
al snel de uitademing van de tijd doen vergeten, schemeren
de talrijke hoofden op de grond, in een ander heelal. “

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn drie blogs van 6 juli 2019.

Zomernacht (Hélène Swarth)

Dolce far niente

 

Zomernacht  door Harald Sohlberg, 1899

 

Zomernacht

De sterren bloeiden in den zomernacht;
De zuidewind suisde in de boomen zacht.
Op de oude huizen trilde manelicht,
Hunne oogen loken stil de zwanen dicht,
Die straks nog dreven op den donkren gracht.
De sterren bloeiden in hun flonkerpracht.

Wij togen droomend door de straten heen.
– De erinnring troost me als ik, verlaten, ween. –
In kalmen sluimer lag de stille stad.
De maan dreef langzaam langs haar zilvren pad
En langzaam togen we over de oude brug.
– Die oude erinnring komt zoo trouw terug! –

‘En zoekt ge een rots waarop gij leunen moogt?
O neem mijn arm, die u te steunen poogt!
En zoekt ge een warme, vaak doorgriefde borst?
O neem de mijne en stil uw liefdedorst!
En zoekt ge een ziel, die zegge: – “Doode, ontwaak!”
O neem de mijne voor die godetaak!’

En jaren vloden na dien zomernacht.
Weer ruischt een koeltje door de boomen zacht.
Ik zie die oogen, blauw in ’t sterrenlicht,
Die stille stad, als in een vergezicht.
En ’t woord dat mij zijn liefde gaf, dien nacht,
Dat zal ik hooren in mijn graf… heel zacht.

 

Hélène Swarth (25 oktober 1859 – 20 juni 1941)
De Grimburgwal in Amsterdam, de geboorteplaats van Hélène Swarth

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

Een korte wandeling

een korte wandeling door het park een vrouw
filmt de familie van haar zoon en zwenkt
nadat alles is vastgelegd richting kinderwagen archivering
heet dat een verleden produceren een
dat tastbaar is zichtbaar & hoorbaar voor lange tijd
de behoefte aan herinneringen stilt aan de kindertijd &
om ze onsterfelijk te maken de uren van de eerste
stapjes hoe schattig moet op een dag
iemand zeggen die ervoor zit voor de een of andere
toekomstige kijkbuis met een de moeder
trots makende overweldigde gezichtsuitdrukking

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019.

Ricardo Domeneck, Christine Lavant

De Braziliaanse dichter, beeldend kunstenaar en criticus Ricardo Domeneck werd geboren op 4 juli 1977 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Ricardo Domeneck op dit blog.

 

sprechen verlangt heute

§

sprechen verlangt heute
die eigene Stimme
zu meiden die findigen
Transaktionen zwischen
Innen und Außen
setzen voraus
dass der Grund sich
offenbart und die
Oberfläche tief
ist wie die
Geschichte Wucht
die Zentrifugales
zeigt
öffentlicher Körper
den ich als Bühne
ausstelle Frucht
der Furcht
des Absenders
Inneres in der Ferne
der Haut
wie Emily
Dickinson die einen
Brief voller Einzelheiten
beendet mit “forgive
me the personality”


Vertaald door Odile Kennel

 

Ricardo Domeneck (São Paulo, 4 juli 1977)

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Vertel me een woord en ik vertrap het cement …

Vertel me een woord en ik vertrap het cement,
zodat er een bloem voor je uitkomt,
want ik ben sterk geworden van zwakheid
en van zinloos wachten,
magneten in alle zintuigen.
Zeker zul je moeten verschijnen!
Boven het station trilt de lucht,
en de zwerm duiven wacht
op het begin van de grote vreugde.
Het licht is zachtjes op de rails gaan liggen,
weg van het haar van de meisjes
en uit de ogen der mannen.
Ik ben gestopt met huilen,
gestopt ook met wachten op het wonder,
want één ding gebeurt er altijd
in de groei van mijn zwakheid,
die stijgt en stijgt boven de duiven
en naar beneden in zwarte fonteinen,
waar ook overdag nog zichtbaar zijn
de verborgen sterren.
Daar beneden wisselen dag en nacht niet,
daar beneden begeer je nog ononderbroken
de zachte bloem van mijn wil.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Standbeeld in Bad Gams

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2019 en ook mijn blog van 4 juli 2017 en ook mijn blog van 4 juli 2014 en ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Franz Kafka, Christine Lavant

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit Das Schloss

„Dann war es still, Fritz erkundigte sich drüben und hier wartete man auf die Antwort. K. blieb wie bisher, drehte sich nicht einmal um, schien gar nicht neugierig, sah vor sich hin. Die Erzählung Schwarzers in ihrer Mischung von Bosheit und Vorsicht gab ihm eine Vorstellung von der gewissermaßen diplomatischen Bildung, über die im Schloss selbst kleine Leute wie Schwarzer leicht verfügten. Und auch an Fleiß ließen sie es dort nicht fehlen; die Zentralkanzlei hatte Nachtdienst. Und gab offenbar sehr schnell Antwort, denn schon klingelte Fritz. Dieser Bericht schien allerdings sehr kurz, denn sofort warf Schwarzer wütend den Hörer hin. „Ich habe es ja gesagt”, schrie er, „keine Spur von Landvermesser, ein gemeiner lügnerischer Landstreicher, wahrscheinlich aber Ärgeres.” Einen Augenblick dachte K., alle, Schwarzer, Bauern, Wirt und Wirtin würden sich auf ihn stürzen. Um wenigstens dem ersten Ansturm auszuweichen, verkroch er sich ganz unter die Decke. Da läutete das Telefon nochmals und, wie es K. schien, besonders stark. Er steckte langsam den Kopf wieder hervor. Trotzdem es unwahrscheinlich war, dass es wieder K. betraf, stockten alle und Schwarzer kehrte zum Apparat zurück. Er hörte dort eine längere Erklärung ab und sagte dann leise: „Ein Irrtum also? Das ist mir recht unangenehm. Der Bureauchef selbst hat telefoniert? Sonderbar, sonderbar. Wie soll ich es dem Herrn Landvermesser erklären?” K. horchte auf. Das Schloss hatte ihn also zum Landvermesser ernannt. Das war einerseits ungünstig für ihn, denn es zeigte, dass man im Schloss alles Nötige über ihn wusste, die Kräfteverhältnisse abgewogen hatte und den Kampf lächelnd aufnahm. Es war aber andererseits auch günstig, denn es bewies seiner Meinung nach, dass man ihn unterschätzte und dass er mehr Freiheit haben würde, als er hätte von vornherein hoffen dürfen. Und wenn man glaubte, durch diese geistig gewiss überlegene Anerkennung seiner Landvermesserschaft ihn dauernd in Schrecken halten zu können, so täuschte man sich; es überschauerte ihn leicht, das war aber alles. Dem sich schüchtern nähernden Schwarzer winkte K. ab; ins Zimmer des Wirtes zu übersiedeln, wozu man ihn drängte, weigerte er sich, nahm nur vom Wirt einen Schlaftrunk an, von der Wirtin ein Waschbecken mit Seife und Handtuch und musste gar nicht erst verlangen, dass der Saal geleert werde, denn alles drängte mit abgewendeten Gesichtern hinaus, um nicht etwa morgen von ihm erkannt zu werden. Die Lampe wurde ausgelöscht und er hatte endlich Ruhe. Er schlief tief, kaum ein-, zweimal von vorüberhuschenden Ratten gestört, bis zum Morgen. Nach dem Frühstück, das nach Angabe des Wirts, wie überhaupt K.s ganze Verpflegung, vom Schloss bezahlt werden sollte, wollte er gleich ins Dorf gehn. Aber da der Wirt, mit dem er bisher in Erinnerung an sein gestriges Benehmen nur das Notwendigste gesprochen hatte, mit stummer Bitte sich immerfort um ihn herumdrehte, erbarmte er sich seiner und ließ ihn für ein Weilchen sich niedersetzen.“

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)
Standbeeld door David Cerny, Praag

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Probeer de klein geworden maan

Probeer de kleine geworden maan
uit de lucht te blazen.
Je adem is zelfs daarvoor niet toereikend!
Hoe wil je dan de opgelaaide zon
boven je hart koeler maken
of zelfs verschuiven?
Zeg tegen je hart dat vroeg of laat
alle heksen moeten verbranden.
Zelfs de goede ontsnappen niet aan het vuur,
omdat God hun magische as nodig heeft
om zijn uitverkorenen ermee te zalven.
Zeg dat hij deze as niet haat
want ondanks alles komt deze uit onschuld voort
en veel bedwongen leed.
Leer, als je nu adem haalt
je hart het midden van de zon te betreden
en wis volledig uit je bloed
de naam van de hel.
Niemand gelooft je het woord -;
en wat jou verbrandt
kent alleen zijn eigen grote naam,
die verontrustender is dan alle tekens in de lucht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Portret door Werner Berg, 1951

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit Das Schloss:

„Dann war es still, Fritz erkundigte sich drüben und hier wartete man auf die Antwort. K. blieb wie bisher, drehte sich nicht einmal um, schien gar nicht neugierig, sah vor sich hin. Die Erzählung Schwarzers in ihrer Mischung von Bosheit und Vorsicht gab ihm eine Vorstellung von der gewissermaßen diplomatischen Bildung, über die im Schloss selbst kleine Leute wie Schwarzer leicht verfügten. Und auch an Fleiß ließen sie es dort nicht fehlen; die Zentralkanzlei hatte Nachtdienst. Und gab offenbar sehr schnell Antwort, denn schon klingelte Fritz. Dieser Bericht schien allerdings sehr kurz, denn sofort warf Schwarzer wütend den Hörer hin. „Ich habe es ja gesagt”, schrie er, „keine Spur von Landvermesser, ein gemeiner lügnerischer Landstreicher, wahrscheinlich aber Ärgeres.” Einen Augenblick dachte K., alle, Schwarzer, Bauern, Wirt und Wirtin würden sich auf ihn stürzen. Um wenigstens dem ersten Ansturm auszuweichen, verkroch er sich ganz unter die Decke. Da läutete das Telefon nochmals und, wie es K. schien, besonders stark. Er steckte langsam den Kopf wieder hervor. Trotzdem es unwahrscheinlich war, dass es wieder K. betraf, stockten alle und Schwarzer kehrte zum Apparat zurück. Er hörte dort eine längere Erklärung ab und sagte dann leise: „Ein Irrtum also? Das ist mir recht unangenehm. Der Bureauchef selbst hat telefoniert? Sonderbar, sonderbar. Wie soll ich es dem Herrn Landvermesser erklären?” K. horchte auf. Das Schloss hatte ihn also zum Landvermesser ernannt. Das war einerseits ungünstig für ihn, denn es zeigte, dass man im Schloss alles Nötige über ihn wusste, die Kräfteverhältnisse abgewogen hatte und den Kampf lächelnd aufnahm. Es war aber andererseits auch günstig, denn es bewies seiner Meinung nach, dass man ihn unterschätzte und dass er mehr Freiheit haben würde, als er hätte von vornherein hoffen dürfen. Und wenn man glaubte, durch diese geistig gewiss überlegene Anerkennung seiner Landvermesserschaft ihn dauernd in Schrecken halten zu können, so täuschte man sich; es überschauerte ihn leicht, das war aber alles. Dem sich schüchtern nähernden Schwarzer winkte K. ab; ins Zimmer des Wirtes zu übersiedeln, wozu man ihn drängte, weigerte er sich, nahm nur vom Wirt einen Schlaftrunk an, von der Wirtin ein Waschbecken mit Seife und Handtuch und musste gar nicht erst verlangen, dass der Saal geleert werde, denn alles drängte mit abgewendeten Gesichtern hinaus, um nicht etwa morgen von ihm erkannt zu werden. Die Lampe wurde ausgelöscht und er hatte endlich Ruhe. Er schlief tief, kaum ein-, zweimal von vorüberhuschenden Ratten gestört, bis zum Morgen. Nach dem Frühstück, das nach Angabe des Wirts, wie überhaupt K.s ganze Verpflegung, vom Schloss bezahlt werden sollte, wollte er gleich ins Dorf gehn. Aber da der Wirt, mit dem er bisher in Erinnerung an sein gestriges Benehmen nur das Notwendigste gesprochen hatte, mit stummer Bitte sich immerfort um ihn herumdrehte, erbarmte er sich seiner und ließ ihn für ein Weilchen sich niedersetzen.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 ‘s Nachts buiten werken

De maan zwelt op
en het geel wordt donkerder
dichter bij de horizon
en binnenkort zullen alle
aluminium daken

opduiken, oranje
en duidelijk naast
de oranje zon,
terwijl de diamant
binnenin zijn vacuüm

opvlamt. Het is simpel
om bij de schop te zijn,
gedachteloos, bewoond
door deze scheiding,
het is goed dat

de lichtgevende
machines, tot zwijgen gebracht,
wachten, leuk
dat de transportband
banden verstopt door zand

niets vervoeren.
Als ik thuiskom
voor de koffie om
7:45 gaan de lenige
jonge meisjes
naar school, brengen

sterke sigaretten
naar hun mond door
het zonlicht van Arizona.
De afgelopen maanden
waren verschrikkelijk, en wanneer

rond vijf de hanen
alleen op naburig
kleine boerderijen beginnen
te schreeuwen als mensen
gaat mijn hart gewoon liggen,
een steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Berlijn. Een winterreis

2. Reis

Op een parkeerplaats
met de ijzige naam Raststätte
de tafel waar voor eeuwig
banken staan, aanschuiven
is niet mogelijk, op het blad
zijn voetstappen helder afgedrukt
op sneeuw, op half mat en nu
op dit papier, zijn aanwezigheid
niet meer weg te nemen
dooi smelt alleen de herinnering.

3. Nollendorfstrasse

Waar zij haar vrijheid celebreert
in de woorden van de leraar Engels
Isherwood, wiens naam ik steeds
weer moet bedenken via het Duitse
Ischendorf: van dorp tot bloeiend
hout van haar verbeelding.

De huizen nog in tact achter
de 19e-eeuwse façade nieuwe studenten
lambrizeringen stenen guirlandes
ijzeren symbolisme.

totale Freiheit für tot!
Ik heb het koud
sleep Berlijnse briketten aan
in sleden.

Ruime binnenplaatsen om te spelen
je op te sluiten in een ton zo groot
als een slaapkamer, rol je door
mijn kou in jullie warmte heen en weer.

Of in een ton met spijkers, naakt
rol je door de straten trouweloze
tot in het water van de Spree
langzaam drijf je naar de Noordzee.

De pracht van een vergane liefde
voor onze ogen vervallen maar
nog steeds majestueus, pilaren
met krullend Ionisch kapiteel
erotisch ijzer in de deur
een gat van licht achter het marmer.

 

Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

De sluier

Toen het getij onder de wolken lag
van een middag en ze terug gaf aan zichzelf
een beetje olierijker en gevuld met anonieme boten,
zat en dronk ik helemaal aan de rand ervan,
waar licht door de vloeistoffen in de glazen ging
en zich op de witte tafellakens
wierp, die daar lagen als de schittering
zelf, je zou haast denken,
precies waar je er een hand op kunt leggen.
Zoals drank volgde op drank,
maakten de langzame, onpeilbare stemmen van de lunch
een raam van ultraviolet licht in de geest,
waardoor men eindelijk het skelet zag
van alles, ontdaan van enig gevoel of gevolg,
bevrijd van geografie en absoluut verstoken
van charme; en in deze ontspringende
helderheid zou je misschien zien
hoe iemand een servet tegen zijn lippen houdt
of een vlammende creditcard op een plastic dienblad legt
en je zou het weten. Je zou het verdomme weten. En nooit kunnen zeggen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.