Hermann Lenz

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Verloren gezicht

Niemand vertellen wat je beweegt
Omdat het iedereen zou verbazen
Die ’t zou vernemen.

Ook in de dood je gezicht behouden,
Met een glimlach indien mogelijk,
En niet al te gekrompen.

Of denk je: wat kan het jou schelen?
Wie gaat er naast je die de beslissing neemt?

Niemand. Voor het eeuwige
Heb je zelfs je gezicht niet nodig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Franz Xaver Kroetz

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook alle tags voor Franz Xaver Kroetz op dit blog.

 

Slachtschotel

Ik droeg deze dagen
met een bezwaard hart.
Met een bevroren konijn
en een hete kat
gebruikte ik het maal.

Toen sloeg de storm
met de vuist in de velden.
De bliksem trok de nacht
een witte jurk aan.
Vier binnenplaatsen brandden af.
Zaailingen bloeiden op de Alz.

Ik viel dronken in bed.
Het onweer ging over.
De storm bond zijn bundel vast,
gooide hem naar mij en vertrok.

Dat maakte het lichter voor mij.
Na zo’n onweer
heeft iedereen honger.
Het rook naar sneeuw.
Naar sneeuw en schrijven.
Eerst was er een slachtschotel,
toen bloed, sperma en tranen.
Heerlijk!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn blog van 25 februari 2019 en ook mijn 3 blogs van 25 februari 2018.

Robert Gray

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

Negen kommen water

Helder water, in zilverachtige tinnen schotels
gedeukt als pingpongballen:
er zit een vleugje citroensap van het verstrijkende licht in;
ze hebben een dun deksel van stof.

Een pot water op een bord loopt over
en druppelt.
Terwijl de mannen aan de stadsweg werken, uitgravend
zijn verkoolde zwartheid,

wacht het water
achter een golfplaten keet die is geplaatst
naast het trottoir,
onder het lange schaduwen werpende lege stadion.

Op die lage plank, ook stukken ruwe zeep,
helder als het vet
van geslachte kippen – maar, bij nader inzien, resistent,
donker gebarsten, zoals oude botten –

één naast elke kom,
en elk vod aan zijn stukje prikkeldraad.
De stroom auto’s houdt niet op,
maar slechts een paar mensen komen hier tussen de schaftkeet

en de bakstenen muur voorbij. Te zien langs een natte bank,
het knielende water:
deze realiteit waarvan we de geest hebben gedroomd.
We lopen door het vuil,

over kranten, slibresten,
bespat door sporadisch drilboorlawaai,
voorbij negen kommen water – een aardigheidje van de bond.
Bomen in lanen en zeilboten en vrouwen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee blogs van 23 februari 2019.

Ishmael Reed

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

Dialoog buiten de supermarkt aan het meer

De supermarkt had hem voorzien
van dozen rotte sla
Hij laadde ze op een
gele pick-up truck
Het was een tere blanke man en
hij droeg een geruit wollen shirt en
gerafelde tuinbroek
Ik zat in een grijze Chevrolet
Rent-a-Dent
“Ik heb acht volwassen ganzen en
zesentwintig eenden, ‘zei hij
en ik zei
“Ik wed dat je een groot management
probleem hebt”, en hij zei
“Ze zijn helemaal geen probleem. Mijn
vrouw voedde er twee in huis op.
Als ze bij hun hok komt
waggelen de ganzen naar haar toe
en knabbelen de sla uit haar
hand”
“Ik zou er nooit aan denken om ze te doden”
zei hij
“Ze houden me uit de kroegen.”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ishmael Reed (Chattanooga, Tennessee, 22 februari 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2019 en mijn blog van 22 februari 2018 en ook alle drie mijn blogs van 22 februari 2015.

Nora Bossong

De Duitse dichteres en schrijfster Nora Bossong werd geboren op 9 januari 1982 in Bremen. Zie ook alle tags voor Nora Bossong op dit blog.

 

Locatie

We leven in een stad zonder rivier, er zijn
hier alleen grenzen uit wind
of regenbuien. Mijn zuster
is daar ’s nachts bang voor, maar in ons huis
wordt er niet gehuild, misschien
zou het haar helpen, misschien zou ze haar
verstand verliezen. Het is ijzig
in haar stem. Lieten zich afstanden
zonder rivier beschrijven, dan zouden tenminste
de vermoedens houdbaar zijn: niemand
nadert ons huis en onze ouders
hebben we lang niet meer gezien.
Maar er is geen houvast, deze stad is
als een restje sneeuw in maart. Alleen de wind
die de regen in zijn vorm drijft,
geeft een einde van de stad aan. Ons huis blijft
bedekt met ijs en verdwenen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nora Bossong (Bremen, 9 januari 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e januari ook mijn blog van 9 januari 2019 en ook mijn blog van 9 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Niccolò Ammaniti en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Italiaanse schrijver Niccolò Ammaniti werd geboren in Rome op 25 september 1966. Zie ook alle tags voor Niccolò Ammaniti op dit blog.

Uit: Ik ben niet bang (Vertaald door Els van der Pluijm)

‘Oké, je zusje doet niet mee, die is te klein.’ `Ik ben niet te klein!’ had Maria geprotesteerd. ‘Ik wil ook meedoen!’ En toen was ze gevallen. Jammer, ik was derde. Antonio was de eerste. Zoals altijd. Antonio Natale, bijgenaamd de Doodskop. Waarom ze hem de Doodskop noemden, weet ik niet meer. Misschien omdat hij een keer een schedel op zijn arm had, zo’n plaatje dat je bij de sigarenwinkel kunt kopen en met water op je vel kunt afdrukken. De Doodskop was de oudste van de bende. Twaalfjaar. En hij was de baas. Hij vond het leuk om te commanderen en als je niet luisterde werd hij kwaad. Hij was niet echt pienter, maar wel groot, sterk en een durfal. En hij klauterde als een bulldozer tegen die rotheuvel op. De tweede was Salvatore. Salvatore Scardaccione was negen, net als ik. We zaten bij elkaar in de klas. Hij was mijn beste vriend. Salvatore was langer dan ik, een wat eenzelvige jongen. Soms deed hij met ons mee, maar meestal ging hij zijn eigen gang. Hij was slimmer dan de Doodskop en had hem makkelijk kunnen overtroeven, maar hij hoefde niet zo nodig de baas te spelen. Zijn vader, advocaat Emilio Scardaccione, was iets belangrijks in Rome en had een hoop geld in Zwitserland. Dat zei iedereen. Dan kwam ik, Michele. Michele Amitrano. Ik aarzelde nog of ik terug zou gaan of haar achter zou laten toen ik ontdekte dat ik vierde was. Die slome Remo Marzano had me langs de andere kant van de heuvelrug ingehaald. En als ik niet meteen verder klauterde, haalde zelfs Barbara Mura me in. Dat zou een ramp zijn. Ingehaald worden door een meisje. Door die vetzak. Barbara Mura klom op handen en voeten omhoog, als een dolle zeug, helemaal bezweet en onder de aarde. Wat doe je nou, ga je niet naar je zusje? Heb je haar niet gehoord? Ze heeft zich pijn gedaan, ze huilt,’ knorde ze tevreden. Deze ene keer zou zij de straf ontlopen. ‘Ik ga al, ik ga al… En ik haal je heus nog wel in.’ Zo makkelijk zou ze er niet af komen. Ik draaide me om en begon omlaag te rennen, met mijn armen zwaaiend en brullend als een Sioux. Mijn leren sandalen gleden weg over de halmen. Een paar keer kwam ik op mijn achterste terecht. Ik zag haar nergens. ‘Maria! Maria! Waar zit je?’ ‘Michele…’ Kijk! Daar was ze. Klein en ongelukkig. Op een krans van geknakte halmen. Met een hand wreef ze over haar enkel en met de andere hield ze haar bril vast. Haar haar zat op haar voorhoofd geplakt en haar ogen glinsterden. Toen ze me zag trok ze haar mondhoeken omlaag en blies ze zich op als een kalkoen. `Michele…?’

Niccolò Ammaniti (Rome, 25 september 1966)



In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het elfde van een nog nader te bepalen aantal. 

“Arnhem, 8 mei 1996,

Lieve Steef,

Een hele goede morgen ! Kun je al weer een beetje slapen ? Ik wel gelukkig. Dit is de dag van Europacup II. Paris St. Germain – Rapid Wien. Ik ben uit sentimentele overwegingen voor Wien, dat snap je wel. Wat zing je mooi, Stefan !
Wij gaan vandaag weer op herhalingsoefening, Kenan. De VS verwijten Boutros Ghali iets. Dat hij zich aansluit bij de conclusies van een VN rapport.

Karadzic en Mladic zijn nog steeds niet in Den Haag, mijne heren. Dus laat het gooien van eerste stenen maar over aan wie recht van spreken heeft. (Koppen dicht dus )

Nou kunnen alle vaders en moeders van middelbare scholieren zien hoe je door de bank genomen ’s morgens de klassen rustig moet zien te krijgen om überhaupt met de les Duits te kunnen beginnen. Kenan : ” Frans, rustig nou, alleen admiraal Drost is binnen de Nederlandse strijdkrachten voorstander van ingrijpen in Sarajevo.” Waarom staan er op Volkel dan weer 25 F 16’s klaar ? Kenan : “Dat zijn jouw hormonen, Frans.”

Jezus. De Nederlandse generaal van Kappen heeft dat rapport opgesteld!

Belachelijk en onverantwoord ? Dat is Helmut Kohl die tegen Nederlandse journalisten zegt dat zij niets van de grote politiek snappen!

Ondertussen is het 9 mei 1996.

Goede morgen, Stefan. Een beetje vroeg vandaag : 6.11 uur

De technisch vaardige Fransen hebben Rapid Wien herhaaldelijk het vuur na aan de schenen gelegd en met 1 – 0 gewonnen. Paris St. Germain heeft dus de Europa Cup 2 gewonnen oftewel de UEFA -cup. Was soll man dazu sagen, Herr Bundeskanzler?

Alfred Kossman (74) wint de LIBRIS-prijs. Voor Huldigingen. F 100.000,-

Van Veen gaf de minister onvoldoende informatie.

Politieministers weerstaan Kamer. Bolkestein : Ze hoeven na de volgende verkiezingen niet terug te komen. Inderdaad, Frits, doorstroming van zoveel talent is een groot goed. Job : 5;17, Bart.

Frank Verlaat wordt aanvoerder bij Vfb Stuttgart. De trainer verwijt de huidige aanvoerder gebrek aan inspirerende leiding ! Soms denk ik : wat moet ik met zo’n bericht op de kabel?

Van Bolkestein hoeft natuurlijk het hele kabinet niet terug te komen. Wegens gebrek aan inspirerende leiding. Voorhoeve oogt nog altijd als het bangste jongetje van de klas die door vader Kok minzaam in bescherming wordt genomen.

Raphaël gaat vandaag om 11:00:00,00 naar het Arbeid Trainings Projekt in Nijmegen.

Kenan zegt dat wij nog veel meer gas moeten verkopen om alle noodzakelijke gouden handdrukken te kunnen betalen aan falende ambtenaren.

Als ik kwijtschelding van belasting wil draait de gemeente via de kabel Memories van Barbara Streisand. Martijn WAIS : 68 versus Frans 133 ! Leuk, hé, André ? Kenan zegt :”Mensen met zoveel talent kunnen zich geen slordigheden veroorloven ?”

Psychologen met zoveel inzicht kunnen zich ook geen blunders veroorloven.

Wat doen ze vandaag in Zürich met de D-Mark, Kenan?

Frankfurter Rundschau : Zwitserse bank blokkeert seks-lijn met Nederlandse bedrijven.

Het is nu weer zover dat Raphaël met Antillianen omgaat. Dat is dus echt oppassen geblazen. Tot nu toe is het nog voetballen. Er werd van hem een daad verwacht opdat hij de omgang met Antillianen waardig zou zijn.

De Telegraaf : Rabobank sponsort opvang randjongeren.

11 mei 1996, Goede morgen, Stefan,

Hoe heb jij na je lange autoritje van gisteren geslapen? Ik wel goed. Ik ben dan ook niet meer uit geweest. En voor mijn doen heb ik zelfs uitgeslapen vandaag.

Couzy brengt Voorhoeve in moeilijkheden. Nu had Voorhoeve die toch al of zou ze ongetwijfeld weer krijgen binnenkort, dus dat is allemaal niks om voor op te staan.

Maar ik had zin in Cappuccino. (Er was trouwens een mevrouw op de radio die vanuit de Euromast in Rotterdam vijf dagen heeft mogen internetten. Onder het wakend oog van AFCA ongetwijfeld.)

Hoe bewerkstelligen wij een cultuuromslag in diverse Zuid-Amerikaanse landen, Kenen. Ongetwijfeld een werk van een zeer lange adem. Bidden, en van onderop beginnen volgens de Jezuïeten. Weerstand genoeg. (Hier vlakbij is een school zonder racisme. Daar speelt elke dag een bonte verzameling van nationaliteiten met elkaar. Die kinderen zullen later nooit last hebben van vreemdelingenhaat, omdat ze van jongs af aan vertrouwd zijn met allerlei eenden in de bijt. Dat er zoals in elke groep conflicten voorkomen zal wel. Daar dan mee om te gaan leren ze dan ook al vanaf 4 jaar of zo. Mooi gezicht, paters ! Wat niet wil zeggen dat de volwassenen nu maar hun ongebreidelde gang kunnen gaan.

Loving you has made my life so beautiful

Ik zit nog steeds aan jou te schrijven, Steefje, een beetje relaxed nippend aan mijn Cappuccino…

Het blijkt een dag te zijn voor Matheus 21;1-10, Bart.

Negatief zelfbeeld ! 20 in therapie en 20 niet in therapie. 40 tot 50 procent ! Niet meer verwijfd, wel sex-gericht en egoïstisch ! Vooroordelen worden geïnternaliseerd. Creatief. Zorgzaam. Aanknopen van intieme relaties op grond van een negatief zelfbeeld. Dat dat moeilijkheden oplevert spréékt.

Homo en hetero-identiteit worden wat vager en gaan in elkaar overlopen. Dat is allemaal onderzocht door iemand die er ook op promoveert! Maar er zijn toch inderdaad schrikbarende conclusies te trekken uit dat rapport.

Mij heeft het wakker geschud. Natuurlijk lijd ik ook aan diverse, al dan niet onderkende zelfbeelden.

Daar wordt aan gewerkt”, zegt Kenan.

16 Doden bij een Amerikaans – Britse militaire oefening! Twee helikopters die tegen elkaar botsten! In Camp Lejeune.

En met elektronische verdediging kom je ook niet ver als de stroom uitvalt, Kenan.

Maar goed: Veertig tot vijftig procent van degenen die niet in therapie zijn had dus toch nog last van een negatief zelfbeeld.

“Dat kan ik je allemaal niet bieden”, zei Stefan tegen Mark naar aanleiding van de flat van DM 1.000.000 in Zürich.

10.40 uur. Zo meteen naar de sportdag. Challange voor mijn zelfbeeld. Het wordt vast lachen.”

De Rabobank aan het Willemsplein in Arnhem


Joke van Leeuwen, Mark Boog, A.L. Snijders en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichteres, schrijfster, illustrator en cabaretière Johanna Rutgera van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Het ongerede

Toen radio’s nog bakken waren
kon je op hun dashboard reizen,
kon je naar verlichte steden.
Al die steden, mooi op rijtjes,
kwamen door de kamer kraken,
bazelden met blikken bakkes
en bedoelden te bedoelen.
En wij hoorden, met de oren
bloot getrokken door een knipje,
mannenklanken zonder hoofden.
Kruissteekhandwerk broeide
op de stoelen onder ons.

Buiten, links en rechts een hoek om,
bij een standbeeld van drie palen
die op dunne doden leken
stonden mensen met gezichten.
Grote mensen huilden, buiten,
en ze mochten niet bewegen,
omdat niemand nog mocht zwichten.
Ook de tijd mocht niet bewegen.
Iedereen op heel de wereld,
heel de wereld van het dashboard
deed zijn mond dicht, maar de vogels,
wisten die veel, floten door.

Benen die verdwenen waren,
kon dat van het zwichten komen?
Werden die alvast begraven,
wachtend op wat verder leefde
en er later bij kwam liggen?
Doden, daaraan moest je denken,
maar ik kende nog geen doden
en we hadden zelf geen dieren.
Alle mensen droegen namen,
in het hoofd gegrifte namen,
n ht hfd ggrfte nmn.
Iedereen viel bijna om.

Wat ze aan elkaar begingen,
zweeg in dingen, alledaagse,
soms beschilderd en soms nuttig,
rond wat niet meer blijven zou.

Nieuw moet alles, nieuw en
nieuw en aan gebouwen
in de steden hangen rimpelloze
vrouwen, navels als de

ingang van een groeve, hun
gezichten, gaaf gewonnen uit een
menigte van stipjes, smuilend
om wat wij behoeven.

 

Daar

Hadden er lang naar gezocht, maar wat lag
het daar prachtig, precies op zijn plaats.
Overal groeisel, verschiet en bedoening.
Alles kon rijmen, ook als het niet.

Zaten daar gretig te willen ontvangen
aan lange ontsplinterde tafels waarop,
nog gesloten, schenkbaar te tillen getink.
Kregen te lezen wat eetbaar kon, drinkbaar kon,

alles beschreven. Keken soms over de regels heen,
zagen daar groeisel, verschiet en bedoening.
Iemand riep: Drinkt u maar, drink maar, ik
kom dalijk bij u! – terwijl hij verdween.

 

Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Mark Boog op dit blog.

De rotonde (Fragment)

Hij zal misschien een goede prijs bedingen,
maar het kan niet anders of hij trekt
het kortste eind. Duivels de deal, duivels
de gevolgen, duivels het genot.

Hij gaat de weg
naar het genot.
Het dondert in de verte.

Hij kende hem, de duivel, vanzelfsprekend.
Oude kameraad, vermeende vriend,
de zachtste van de stemmen in zijn hoofd,
de listigste, de eerlijkste. De stem

die hem vertelde dat hij voor het hoogste
uitverkoren was, die suste: ‘Tijd
genoeg, neem nog een glas.’ En dan ineens,
een ochtend na een avond als zovele,

voor de spiegel die zijn toekomst aan
hem voorhield: ‘Nu, ga nu, de laatste kans.
Het kruispunt, als de nacht valt. Ik zal wachten.
Ga. Vergeet je ziel niet mee te neme
n.’

Hij ziet de weg.
Hij buigt het hoofd.
Het onweert in de verte.
Wie met zichzelf praat heeft een goed gesprek
of (of niet). Een duivel voert slechts monologen,
spreekt in slogans en reclameleuzen.
Elk geeft voor een ziel een goede prijs.

`Eerlijk duurt het langst! Verkoop bij ons
uw ziel!’ En van de concurrent: ‘Altijd
de hoogste dagkoers.’ Koop vandaag, betaal
pas volgend jaar.”

 

Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)
Cover

 

De Nederlandse schrijver A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller) werd geboren op 24 september 1937 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor A.L. Snijders op dit blog.

Reis

Als ik mijn grootvader vraag of ik de auto mag lenen, zegt hij: alleen met de chauffeur. Hij is streng en toe-gevend tegelijk, hij weet dat ik een rijbewijs heb, hij weet ook dat ik van Haydn, Beethoven en Mozart houd. Mijn grootvader heeft huizen in Zwitserland en Span-je, waar de chauffeur hem naartoe brengt, hij is veertig jaar in dienst, zwijgzaam en betrouwbaar. Waar heb je de auto voor nodig, vraagt mijn grootvader. Ik wil naar een concert in Barcelona. Het is een grote auto met twee reservewielen achter de voorspatborden. lk zit achterin, het linnen dak kan open van voor naar achter – de geur van Normandië, de dennenappels, de kurk-eik, de geur van brak water, de woestijn. lk vraag de chauffeur (hij heet Jean, hij leest Proust, zijn moeder is in Parijs geboren) of hij langs Breda wil rijden. Daar woont Claire, mijn verloofde, die klavecimbel speelt. Zij komt naast me zitten, we rijden naar Barcelona. We gaan naar het concert van Federico Mompou, een Catalaanse componist van minimale muziek. Hij speelt zijn eigen werk. Op de terugweg vertelt Claire dat El Greco en Vermeer de favoriete schilders van Mompou zijn. Ze heeft een interview met hem gelezen.

 

A.L. Snijders (Amsterdam, 24 september 1937)

 

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tiende van een nog nader te bepalen aantal.

Uit: Vriendschappelijke brieven

Lieve Bart,

Arnhem, vrijdag 9 juni 1995,

Zoals je gisteren aan het kaartje hebt kunnen zien woon ik sinds 2 juni aan de Boulevard Heuvelink 130 in Arnhem, een van de hoofdsteden van Nederland.

Op regenachtige dagen, zoals vandaag houd ik mij vooral met crisis-interventie bezig, vooral nu ze vandaag Serajevo weer zijn gaan beschieten en in een moeite door ook maar een aanslag is gepleegd op het bureau van de Turkse regeringspartij in Ankara.

Ik heb net, tijdens mijn ochtendwandeling door het Lauwersgrachtpark al de eerste commando wagen van de politie gesignaleerd en voor het overige is ook veel volk op de been, vooral in Toyota’s…

Zelf imiteer ik ter geruststelling van ondergetekende regelmatig het geluid van een dichtslaande deur van een Mercedes-Benz (je weet wel, die van de taxi’s) : Boem, Bumm, Bumm. Dat werkt evengoed als er een bellen heb ik gemerkt en het is aanzienlijk goedkoper. Hier vlakbij heeft een zekere Cris van Holten trouwens een park van vijftig plus nog wat van die dingen en ik zie er zelfs van de gemeente rondrijden met oranje zwaailichten.

Gisteren had ik trouwens een wel zeer bijzondere ervaring! Er stond een rijdend kantoor met banken van Argentijns runderleer en parketvloer in een grote vrachtwagen verpakt vlakbij het HB van politie. Van, ja hoor : Mercedes-Benz.

Arnhem is op zich voor mij een verademing. Ik zit hier midden in de stad en kan overal lopend naar toe. Daarbij steevast beginnend bij de eendjes in de vijver in het Lauwersgrachtpark. Mijn bank, ik bedoel die voor geldzaken, is daar ook dichtbij en af en toe loop ik er binnen om te kijken hoe laat het is op Wall Street. Meestal ben ik de koersen 16 uur voor, wat ook bijdraagt aan het gevoel van persoonlijke veiligheid. Als ze bij de Rabobank niet goed werken roep ik weer eens : ” Bumm Bumm ” tegen de computer en dan wordt de Mark weer wat zwakker ten opzichte van de gulden of zoiets…

Steevast gaat ook de poort achter het HB open en verschijnt er een oranje-wit-blauwe Volkswagen of een BMW-tweewieler (al naar gelang wie er telefonisch alarm geslagen heeft ), of er rijdt iemand voorbij in zo’n kanariegele taxi van Chris van Holten.

De burgemeester hier heet Scholten en die twee vormen het dagelijks bestuur, al denkt een zekere van Hensbergen dat hij als loco op educatief gebied ook iets in te brengen heeft. Scholten is alleen al belangrijk voor militaire zaken, maar heeft, dacht ik ondertussen ook in de gaten dat hij een wezenlijke bijdrage kan leveren aan mijn gemoedsrust.

Hoe is het trouwens nog met Jurriaan? Gezien ons innige afscheid na de potten -en flikkerdag besloot ik h6m gisteren ook maar een verhuisbericht te sturen. Ik weet dat er in mijn achterhoofd en onderbewuste iets borrelt en dringt om poëtisch naar boven te komen, wat hij eventueel op muziek zou kunnen zetten.

Alleen door allerlei internationale, nationale en plaatselijke crises krijg ik telkens nauwelijks de rust om er eens geconcentreerd voor te gaan zitten. Ik ren de halve dag als een idioot met mijn Turkse atoom-paraplu te zwaaien naar een stel opgeschoten kwajongens in Adidas -trainingsjasjes, type Angelo, maar bruiner zal ik maar zeggen.

Af en toe neem ik plaats op een gewone parkbank en trek mijn geheime wapen. Het mij door de Nijmeegse studentenpastor ter beschikking gestelde blauwe zakbijbeltje en dan lees ik mijn gevederde vrienden in en rond de vijver een gedeelte uit een brief van Paulus aan de Korinthiërs voor, om ze er onder te krijgen. c.q. te houden. De bisschop, waar Ik nu onder val – kardinaal Simonis – ziet het met genoegen aan.

Op Pinkstermaandag werd ik weliswaar per abuis voor een Jehova getuige aangezien door twee oudingezetenen van de Blueband die dachten dat ik ze de hemel in wou praten. Ik heb ze hard achterna geroepen dat zij om half twaalf in de Martinuskerk moesten zijn. Alleen aan deze twee bladzijden kun je zien dat de Heilige Geest hier over mij vaardig geworden is. De preek van Pinkstermaandag, maar ook die van Pinksterzondag sloot – toeval bestaat niet zegt Jurriaan – daarom wonderlijk goed bij mijn huidige levensgevoel aan.

Volkshuisvesting is hier ook beter geregeld dan in Nijmegen. Zou het de vrij liberale koers zijn die deze stad vaart ? ! Cultuur is in handen van D’66 en dat treft. Kortom, men slaat hier over het algemeen de Spijker aardig op de kop. De sociale dienst noem je hier alleen al uit beleefdheid Sociale Zaken en Arbeid en je wordt er met een voorkomendheid behandeld alsof je op het punt staat je intrek te nemen in het Hiltonhotel…

Woensdag kreeg ik, lieve Bart, mijn lidmaatschapskaart van het COC. Helaas is er geen gelegenheid om daarmee vanavond naar Doornroosje af te reizen. De Graafse computers liggen vandaag plat en mijn contactman / ambtenaar daar in Grave, waar mijn geld nog één keer vandaan moest -en moet komen klaagde dat hij niets kon zien. Computerverslaving is honderd maal erger dan drank en maakt ook veel meer kapot dan je lief is. Modern Times.

Jij bent en blijft bij me.

Kusje, Frans”

 

Het Lauwersgrachtpark in Arnhem

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn blog van 24 september 2018 en ook mijn blog van 24 september 2017 deel 2.

Inge Boulonois en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichteres en schilderes Inge Boulonois werd geboren in Alkmaar op 23 september 1945. Zie ook alle tags voor Inge Boulonois op dit blog.

 

Op Kees Stip

In Holland sprak een blije mier:
“Kees Stip las ik met veel plezier
en merkte: al zijn dieren beestig,
ze zijn ook bijdehand en geestig!
Prompt wilde ik zelf dichten leren,
op school, bij de beroemdste heren.
Een mier is vlijtig maar ook arm
en loopt voor studiegeld nooit warm,
maar dit gebrek werd mij tot zegen:
‘k heb een Stip-endium gekregen!”

 

NDMEKZ!

We hadden YOLO, dat was het begin.
Toen kwam ook Fear Of Missing Out, ja FOMO,
vervolgens Joy Of Missing Out, dus JOMO
en nu zelfs FOJI, Fear of Joining In.

Al roept men ‘fear’ en ‘joy’ en ‘in’ en ‘out’,
mijn tip luidt: Neem Dat Met Een Korrel Zout

 

Insomnia – naar J.C. Bloem

Met mijn mobiel naast bed kan ik niet slapen
Niet slapend grijp ik snel naar mijn mobiel
Mijn vriend vindt dat maar achterlijk gepiel
Want daardoor ben ik dag en nacht aan ’t gapen

Hij wil dat ik in bed je weet wel doe
Ik heb geen smoes meer nodig, ben te moe

 

Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)


In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tiende van een nog nader te bepalen aantal.

Uit: Vriendschappelijke brieven

Velp, 1 mei 1995,

Lieve Bart toch maar weer,

Heb je dit jaar een leuke Koninginnedag gevierd? Ik neem aan dat die in elk geval minder droef was dan vorig jaar. Ik schrijf je nu ook ik hem zonder ongelukken achter de rug heb, maar weer even een kort briefje. Vooral om de kaart van vorige week te relativeren. Kwaadheid komt en gaat ook weer, nietwaar? Ik merk echter wel dat dit weer het kritieke jaargetijde voor mij is. Ik zal mij ook de komende maand maar vooral concentreren op schrijven en mediteren en daarbij veel aandacht schenken aan de goede dingen die het leven mij nog te bieden heeft, en minder of niet op wat ik allemaal mis, zoals jou bijvoorbeeld.

Binnenkort ga ik Arno opzoeken in Amsterdam en daar kan ik mij best op verheugen. Ik geloof dat ik hém vier jaar niet gezien heb, maar nu heeft hij mij toch weer uitgenodigd.

Het Paasweekend was ook leuk, al moet ik daarbij vermelden dat ik op de Kisn Kiss – avond wel graag een paar woorden met je had willen spreken. Ineens stond je bij de uitgang en was het kwart voor vijf. Ik was warempel de tijd vergeten.

Cor was er ook en bij hem heb ik op Goede Vrijdag heerlijk gegeten! En ook verder een genoeglijke avond doorgebracht. Helaas nou ja wat heet – kon ik niet aan mijn werkpunt nummer 1 volgens Veluweland werken: de sex. Nee, ik ben ook niet verliefd op Cor. Ik denk dat ik dat tegen heb gehouden, wetende dat het toch niet beantwoordt zou worden.

Bovendien heb ik mij geloof ik. eens tegenover Hans Arts laten ontvallen dat hij “niet van jouw kaliber” is. Goed, sympathie is er wel over en weer en in februari ben ik dat echt gaan waarderen.

Verder: hoe het komt weet ik niet, maar ik denk de laatste dagen erg vaak aan. Doornroosje en het soldaatje met zijn slaafje. Over verdere varianten van Jurriaan zal ik maar zwijgen. De naamgever van die tijdspassering zou er zelf nog van gaan blozen. Dat is ook een reden om hier in de tuin te blijven zitten en te proberen te versterven. Of veel. fietsen natuurlijk…

Het wordt echt tijd om wat vaker naar Amsterdam te gaan, want zo vaak kan ik niet hopen op een soldatenslaafje in Nijmegen. Ik laat het maar hierbij, Bart. Wellicht dat mijn schrijflust verderop in de week weer helemaal terug is. Ik heb in elk geval een pak van honderd enveloppen gekocht!

Theoretisch is het mogelijk onder mijn geschrijf bedolven te raken. Wat ik voor jou ten diepste voel is in elk geval geen kwaadheid. Is er nu een jaar om? Of boe tel jij?

En kan ik geen reductie krijgen, ik bedoel kwijtschelding van boetetijd, eerwaarde vriend?

Met vriendelijke groet,

Frans”

Velp (Interieur kapel Kapucijnenklooster, Rijksmonument)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn blog van 23 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Jaap Harten, Nazim Hikmet en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Nederlandse dichter en schrijver Jacobus Cornelis (Jaap) Harten werd geboren in Blaricum op 22 september 1930. Zie ook alle tags voor Jaap Harten op dit blog.

 

De kersentuin of een andere tuin

Met de samovar onder seringen
De nacht zien met helder oog
Nu vogels hun nesten wiegen
In slaap achter netten van dauw
Zie beemden ontvangen het voorjaar
De wereld bloeit zonder geluid
De nacht speelt zijn glazen toeter
De dag heeft een heldere bijl

Maar buiten dit park is het anders
Het rijk heeft twee ogen van schaduw
En water dat stroomt is nog blauw
Toch spiegelt een bloedrode wolk

De nachtegaal van Natasja
Lag gisteren dood op het tuinpad
O weemoed die niet is te noemen
IJskoude vogel van glas

Sindsdien wordt het al later
Najaden ontvluchten het bos
Wind dommelt voorover in kelken
Met een kille hand bloeit de tijd

Ik zie een hemel van tranen
In je ogen terwijl je zingt
De nacht brak zijn glazen toeter
De dag houdt zijn heldere bijl

 

Oude boksers

zijn meestal niet pedant meer: hun
beweeglijkheid is afgenomen (de gouden

jaren van het touwtjespringen en stoten tegen peervormige
elastisch opgehangen ballen, de matches met

hun vileine spookgedaanten: rook in de zaal, hete
in konijne- of duurder bont en glinsterwerk gepropte

vrouwen – de kerstbomen der sportwereld – die geen mah
yongg spelen maar wel 69, de deining van met pommade

belakte pooiers die hun bierviltjes wegmikken, boeh roepen
bij een clinch of backhand en zweten als pianosjouwers

hopend op een feestelijk blauw oog, groot als een
admiraalsvlinder, in de ring vol cholerisch gedreun –

ja díe jaren zijn voorbij). Uitgeteld
kijken zij naar de tv, schuifelen door de vertraagde

film van eigen triomfen en staren naar hun afgehakte
voelsprieten op de vloer, waar het kleed slijtplekken

vertoont maar de onmenselijke katten
nog niets aan lenigheid hebben ingeboet.

 

Jaap Harten (22 september 1930 – 2 december 2017)

 

Onafhankelijk van geboortedata

 De Turkse schrijver Nazim Hikmet werd op 20 januari 1902 geboren in Thessaloniki. Zie ook alle tags voor Nazim Hikmet op dit blog.

 

Over Leven
1

Leven is geen grapje,
je moet in grote ernst leven,
zoals bijvoorbeeld een eekhoorntje,
dus zonder daarbuiten of daarna iets extra’s te verwachten,
je moet je dus uit alle kracht voor het leven inzetten.

Je moet leven serieus nemen,
dus zo, dat je bijvoorbeeld
met je armen op je rug gebonden, en je rug tegen de muur,
of in het lab,
in een witte jas, met een enorme bril,
kunt sterven voor de mensen,
en wel voor mensen die je zelf nooit hebt gezien
en zonder dat iemand je ertoe dwong
en ook nog eens terwijl je weet dat het mooiste
wat je hebt en het meest waarachtige leven is.

Dus neem je leven steeds zo ernstig op
dat je bijvoorbeeld nog op je zeventigste olijven plant,
en dan niet om je kinderen iets na te laten of zoiets,
maar omdat je niet in de dood gelooft, al ben je bang om dood te gaan,
en je dus de balans naar leven door laat slaan.


2

Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep,
met de kans niet meer
op te staan van de witte operatietafel.
Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan
toch lach je om een Bektaşi-grap,
kijk je uit het raam of het gaat regenen
of wacht je toch ongeduldig op
de laatste nieuwsberichten.

Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden
bevind je je aan het front.
Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval
voorover stort en sterft.
Je weet dit met een vreemde wrok,
maar toch ben je razend benieuwd
hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen.

Stel, je zit achter tralies,
loopt al tegen de vijftig,
en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen.
Toch koester je de band met buiten,
met mens en dier, met strijd en wind,
met alles dus wat zich buiten de muren bevindt.

Dus in welke toestand, op welke plek ook
moet je leven als ging je nooit dood…


3

Onze wereld koelt af,
een ster tussen de sterren,
nog wel een van de kleinste,
een spikje bladgoud op blauw fluweel,
die reusachtige wereld van ons.

Ooit koelt deze wereld af
en zal niet eens als een ijsklomp
of een dode wolk,
maar als een lege notendop wegtollen
in het eindeloze stikdonker.

Nu al daarvan de pijn te dragen,
de droefenis te voelen.
Zozeer moet je van deze aarde houden
dat je kunt zeggen:
‘Ik heb geleefd…’

 

Vertaald door Wim van den Munkhof

 

Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)

 

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het negende van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Lieve Bart,

Het is bijna middernacht en het begin van 10 mei 1996 en op de een of andere manier zal de Tweede Wereldoorlog wel in mijn genen terecht zijn gekomen en daardoor in mijn hormonen, want ik was weer tamelijk in strijd met mijzelf vanavond.

Tevreden kan ik zijn met het feit dat ik überhaupt op jou ben afgestapt, maar de vraag die ik mij voorgenomen had te stellen kwam er weer niet uit, Daar heb ik weer een tijdje van gebaald, maar op dit moment troost ik mij ook alweer met een paar gedachten : ten eerste is het al een hele vooruitgang met de vorige ledenvergadering van november. En men heeft mij ook in gesprek gezien met jou !

Ziehier mijn eigen persoonlijke aarzelende vorderingen in assertiviteit. Ik compenseer dat nu natuurlijk weer door mij op de tekstverwerker uit te leven op een manier die ik wel onder de knie heb : met geschreven woorden. Overigens twijfel ik er niet aan dat er weer een dag komt dat wij weer ergens anders dan op de ledenvergadering koffie drinken samen. Die dag komt zo zeker als de regen na de zonneschijn.

Precies. Zo komt ook onze volgende ontmoeting na het afscheid van vanavond. Weet je trouwens wat ik voelde ? Niet zozeer voor jou, als wel tussen ons ? Vriendschap. Gewone, alledaagse, ongeromantiseerde, nuchtere vriendschap. Wij zaten ook wel zo ouderwets knus naast elkaar naar het forumgesprek van Cees en de dames te luisteren dat het zelfs voor de ogen van Roel een lust moet zijn geweest !

Hoe dan ook. Ik heb er de computercursus van vanavond graag voor over gehad. Of ik wil ingaan op het inhoudelijke gedeelte van deze avond ? Ik ben het met je eens – en niet omdat jij het bent, zoals boze tongen nu al beweren – dat het COC zich als organisatie wél het lot van de Roze Zaterdag moet aantrekken.

L’art pour 1’art has always existed. Every honest artist, and for that matter every honest craftsman, has been and remains under an obligation to it, and there is nothing mystical about it. On the contrary, it is a thoroughly rational attitude, and during the nineteenth century – not unlike its logical and social counterpart ” business is business ” – it acquired if possible an even higher rationality, all the more so after the shift in artistic orientation away from the central value of religion and the church. p.42

L’art pour l.’art and “business is business” are two branches of the same tree. p.43

Akzo Nobel schrapt 190 banen in de chemie-sector. Waat halen wij toch nieuwe banen vandaan ? Behalve dan dat de wapenindustrie injecties per minuut krijgt om draaiende te blijven ?

Vroom en Dreesman ziet volgens Stefan tegenwoordig iets in een groter assortiment kaarsen.

Queen : you don’t fool me.

17.07 uur. Veel gesluimerd bij MTV. Via die muziek is ook veel te regelen. Thats truth, that”s live. Raphaël.

18:11:20,00 Stefan gebeld, maar hij was er nog niet. Ik zit aan de koffie en kijk naar Verbotene Liebe !

19:35:47,00 AFCA en Brussel. Daar had Mariëtte het verder over. (Parijs). Barcelona. Brussel : Stand by. Liberia. Arnhem heeft zeker weer iets om voor te bidden. En ik om dankbaar voor te zijn. Stefan belde net. Hij was net terug uit ZUrich. Exit. 20.34:59,00

New York. Stand by. Zo kan het toch echt niet jongens. Een paar kinderen vol stoppen met alcohol en drugs en ze dan wat geweertjes in handen geven om uit te testen.

Goed. Iemand had een reis van 17 uur en 1600 kilometer nodig om tot bezinning te komen. Mij lucht het enorm op Steefje. Ik kan, gezien die drijvende krachten die jou tot die expeditie gebracht hebben hooguit vermoeden waartoe jij allemaal in staat bent. En Mark heeft het nu zijn Walter verteld. Voorlopig is er “sense” naast de “sensibility” gekomen. Gefeliciteerd. “Een dikke streep eronder gezet”, zei je. Met die mentaliteit komt jouw innerlijke rust vanzelf wel terug.

Alle mogelijkheden – van verblijfsvergunning tot verhuizen zijn bij een etentje doorgenomen. En Stefan heeft er zijn verstand uiteindelijk nog het beste bij gehouden. Nu heeft hij nog drie weken om zich voor te bereiden op zijn examens. Zelf denk ik dat hij diep in zijn hart ook al afscheid heeft genomen van het hele avontuur. Daarvoor heeft hij toch zijn zekerheid en comfort te lief.

Nee, een flat van een miljoen kopen samen en dan in de zon beginnen te dromen van een andere man in een regenachtig Nederland. Wat kan een mens zich toch op de hals halen.

Generaal Couzy en zijn kritiek op de burgertop van defensie. En de secretaris generaal van defensie met kritiek op Couzy.

23.11 uur De moeheid komt er echt uit. Dit keer niet naar Paradox.”

Generaal Hans Couzy (23 september 1940 – 10 maart 2019)


Zie voor de schrijvers van de 22e september ook mijn blog van 22 september 2018 deel 1 en deel 2.

Leonard Cohen en Vriendschappelijke brieven (Frans Roumen)

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.

Uit: The favorite game

“5

  The Breavmans founded and presided over most of the institutions which make the Montreal Jewish community one of the most powerful in the world today.

  The joke around the city is: The Jews are the conscience of the world and the Breavmans are the conscience of the Jews. “And I am the conscience of the Breavmans,” adds Lawrence Breavman. “Actually we are the only Jews left; that is, super-Christians, first citizens with cut prongs.”

  The feeling today, if anyone troubles himself to articulate it, is that the Breavmans are in a decline. “Be careful,” Lawrence Breavman warns his executive cousins, “or your children will speak with accents.”

  Ten years ago Breavman compiled the Code of Breavman:

  We are Victorian gentlemen of Hebraic persuasion.

  We cannot be positive, but we are fairly certain that any other Jews with money got it on the black market.

  We do not wish to join Christian clubs or weaken our blood through inter-marriage. We wish to be regarded as peers, united by class, education, power, differentiated by home rituals.

  We refuse to pass the circumcision line.

  We were civilized first and drink less, you lousy bunch of bloodthirsty drunks.

  6

  A rat is more alive than a turtle.

  A turtle is slow, cold, mechanical, nearly a toy, a shell with legs. Their deaths didn’t count. But a white rat is quick and warm in its envelope of skin.

  Krantz kept his in an empty radio. Breavman kept his in a deep honey tin. Krantz went away for the holidays and asked Breavman to take care of his. Breavman dropped it in with his.

  Feeding rats is work. You have to go down to the basement. He forgot for a while. Soon he didn’t want to think about the honey tin and avoided the basement stairs.

  He went down at last and there was an awful smell coming from the tin. He wished it were still full of honey. He looked inside and one rat had eaten most of the stomach of the other rat. He didn’t care which was his. The alive rat jumped at him and then he knew it was crazy.

  He held the tin way in front because of the stink and filled it with water. The dead one floated on top with the hole between its ribs and hind legs showing. The alive one scratched the side.

  He was called for lunch which began with marrow. His father tapped it out of a bone. It came from inside an animal.

  When he went down again both were floating. He emptied the can in the driveway and covered it with snow. He vomited and covered that with snow.

  Krantz was mad. He wanted to have a funeral at least, but they couldn’t find the bodies because of some heavy snowfalls.

  When Spring began they attacked islands of dirty snow in the driveway. Nothing. Krantz said that seeing things were as they were Breavman owed him money for a white rat. He’d lent his and got nothing back, not even a skeleton. Breavman said that a hospital doesn’t pay anything when someone dies there. Krantz said that when you lend somebody something and that person loses it he has to pay for it. Breavman said that when it’s alive it isn’t a thing and besides he was doing him a favour when he took care of his. Krantz said that killing a rat was some favour and they fought it out on the wet gravel. Then they went downtown and bought new ones.

  Breavman’s escaped and lived in a closet under the stairs. He saw its eyes with a flashlight. For a few mornings he put out Puffed Wheat in front of the door and it was nibbled, but soon he didn’t bother.

  When summer came and the shutters and screens were being taken out one of the men discovered a little skeleton. It had patches of hair stuck to it. He dropped it in a garbage can.

  Breavman fished it out when the man was gone and ran to Krantz’s. He said it was the skeleton of the first rat and Krantz could have a funeral if he wanted. Krantz said he didn’t need a stinky old skeleton, he had a live one. Breavman said that was fine but he had to admit they were quits. Krantz admitted.

  Breavman buried it under the pansies, one of which his father took each morning for his buttonhole. Breavman took new interest in smelling them.”

Leonard Cohen (21 september 1934 – 7 november 2016)

 

*************************

In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het achtste van een nog nader te bepalen aantal

Uit: Vriendschappelijke brieven

“Arnhem, 6 mei 1996

Prof. Dr. W. Bronzwaer

Hooggeleerde heer,

Het zal u ongetwijfeld verheugen te vernemen dat ik heel voorzichtig de draad weer heb opgepakt waar hij twee jaar geleden is blijven liggen. Hugo von Hofmannsthal is al een tijdje bescheiden terug in mijn gedachten, maar nu vind ik ook de innerlijke rust om af en toe weer van een van zijn gedichten te genieten, zoals bijvoorbeeld van WELTGEHEIMNIS.

Dat doe ik inmiddels met veel plezierige assistentie van een mij door een vriend beschikbaar gestelde tekstverwerker. Aan al het nieuwe van Windows tot en met Internet heb ik ook al mogen ruiken en het zou ook niet te moeilijk voor mij zijn genoemde vriend te verzoeken van zijn netwerk gebruik te mogen maken om de actuele stand van zaken op het beeldscherm te laten verschijnen.

Dit zijn echter nog wat vrijblijvende reflecties op een mooie zaterdagmiddag in Arnhem. Ik ben in een Italiaanse stemming, eerder dan in een Oostenrijkse en bij de geringste trilling van de aarde, zelfs als dat ver weg als in China is, overschaduwt een donkere wolk mijn gemoed en keer ik met de snelheid van een F 16 terug naar de realiteit van het dagelijkse werk in de crisisopvang van de Gelderse jongeren.

Der tiefe Brunnen weiß es wohl,
Einst waren alle tief und stumm,
Und alle wußten drum.

(Alois Wolf : a further nuance of the word ‘Welt’ is to be found in the poet’s susceptibility to the slightest changes in his environment, even in the atmospheric conditions…p.174 )

Wie Zauberworte nachgelallt
Und nicht begriffen in den Grund,
So geht es jetzt von Mund zu Mund.

(Michael P. Steinberg : Art as a unique system of knowledge of the object world rather than as one of confession or expression of the subject world is the hallmark of that ethical understanding. p.6 )

Ebenda : The domains of history and art both involve the element of mastery …/…mastery, defined as the unity of subjectivity and technique, is associated with the accomplishment of the historian and the artist but would be an inappropriate quality to attribute to a natural scientist or mathematician. p.14

Die pretentie moeten zij dan ook niet hebben, Clinton. Over and out. Kenan, slaap je?

Ebenda : The ethical goal of art, as of historiography, is the understanding of reality. p.15

Kenan, (waar en wanneer ook mijn naam genoemd zal worden zal ook de zijne worden herdacht….), ik ga zo meteen een wandeling door het park maken. Ik wil kijken wat er in de schouwburg te doen is – en bij de Rabobank wat weg mijmeren…. Hoor je dat, Kenan, Clinton zegt dat ik iets weg heb van John F. Kennedy en gelijk heeft hij. Ik ga dat allemaal doen, Kenan, inclusief golf spelen voor F 76.000 dollar, maar eerst nog maar even naar De Spring.

(Deze brief is begonnen op de 24e mei, volledigheidshalve)

Marcel uit Doesburg, van 2 weken geleden, was er ook weer, in Arnhem.

Maar vooral: Johnny en Dick van de Mythe. Johnny heb ik lief gehad. Ooit en vandaag. Johnny zat toen Dick even weg was in meditatiehouding. It is not a question of prayer, Sjonnie. (“Goed zo”, zegt Kenan).

Jij streelde even over je enkel en een stukje van je rechter onderbeen voordat je jouw sok omhoog trok, en je was mooi, John….

Die Beiden

Sie trog den Becher in der Hand –
Ihr Kinn und Mund glich seinen Rand -,
So leicht und sicher war ihr Gang,
Kein Tropfen aus dem Becher sprang.

W.J.M. Bronzwaer (15 mei 1936 – 20 januari 1999)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e september ook mijn blog van 21 september 2018.