Ik droeg deze dagen met een bezwaard hart. Met een bevroren konijn en een hete kat gebruikte ik het maal.
Toen sloeg de storm met de vuist in de velden. De bliksem trok de nacht een witte jurk aan. Vier binnenplaatsen brandden af. Zaailingen bloeiden op de Alz.
Ik viel dronken in bed. Het onweer ging over. De storm bond zijn bundel vast, gooide hem naar mij en vertrok.
Dat maakte het lichter voor mij. Na zo’n onweer heeft iedereen honger. Het rook naar sneeuw. Naar sneeuw en schrijven. Eerst was er een slachtschotel, toen bloed, sperma en tranen. Heerlijk!
Helder water, in zilverachtige tinnen schotels gedeukt als pingpongballen: er zit een vleugje citroensap van het verstrijkende licht in; ze hebben een dun deksel van stof.
Een pot water op een bord loopt over en druppelt. Terwijl de mannen aan de stadsweg werken, uitgravend zijn verkoolde zwartheid,
wacht het water achter een golfplaten keet die is geplaatst naast het trottoir, onder het lange schaduwen werpende lege stadion.
Op die lage plank, ook stukken ruwe zeep, helder als het vet van geslachte kippen – maar, bij nader inzien, resistent, donker gebarsten, zoals oude botten –
één naast elke kom, en elk vod aan zijn stukje prikkeldraad. De stroom auto’s houdt niet op, maar slechts een paar mensen komen hier tussen de schaftkeet
en de bakstenen muur voorbij. Te zien langs een natte bank, het knielende water: deze realiteit waarvan we de geest hebben gedroomd. We lopen door het vuil,
over kranten, slibresten, bespat door sporadisch drilboorlawaai, voorbij negen kommen water – een aardigheidje van de bond. Bomen in lanen en zeilboten en vrouwen.
De supermarkt had hem voorzien van dozen rotte sla Hij laadde ze op een gele pick-up truck Het was een tere blanke man en hij droeg een geruit wollen shirt en gerafelde tuinbroek Ik zat in een grijze Chevrolet Rent-a-Dent “Ik heb acht volwassen ganzen en zesentwintig eenden, ‘zei hij en ik zei “Ik wed dat je een groot management probleem hebt”, en hij zei “Ze zijn helemaal geen probleem. Mijn vrouw voedde er twee in huis op. Als ze bij hun hok komt waggelen de ganzen naar haar toe en knabbelen de sla uit haar hand” “Ik zou er nooit aan denken om ze te doden” zei hij “Ze houden me uit de kroegen.”
Vertaald door Frans Roumen
Ishmael Reed (Chattanooga, Tennessee, 22 februari 1938)
We leven in een stad zonder rivier, er zijn hier alleen grenzen uit wind of regenbuien. Mijn zuster is daar ’s nachts bang voor, maar in ons huis wordt er niet gehuild, misschien zou het haar helpen, misschien zou ze haar verstand verliezen. Het is ijzig in haar stem. Lieten zich afstanden zonder rivier beschrijven, dan zouden tenminste de vermoedens houdbaar zijn: niemand nadert ons huis en onze ouders hebben we lang niet meer gezien. Maar er is geen houvast, deze stad is als een restje sneeuw in maart. Alleen de wind die de regen in zijn vorm drijft, geeft een einde van de stad aan. Ons huis blijft bedekt met ijs en verdwenen.
Uit: Ik ben niet bang (Vertaald door Els van der Pluijm)
‘Oké, je zusje doet niet mee, die is te klein.’ `Ik ben niet te klein!’ had Maria geprotesteerd. ‘Ik wil ook meedoen!’ En toen was ze gevallen. Jammer, ik was derde. Antonio was de eerste. Zoals altijd. Antonio Natale, bijgenaamd de Doodskop. Waarom ze hem de Doodskop noemden, weet ik niet meer. Misschien omdat hij een keer een schedel op zijn arm had, zo’n plaatje dat je bij de sigarenwinkel kunt kopen en met water op je vel kunt afdrukken. De Doodskop was de oudste van de bende. Twaalfjaar. En hij was de baas. Hij vond het leuk om te commanderen en als je niet luisterde werd hij kwaad. Hij was niet echt pienter, maar wel groot, sterk en een durfal. En hij klauterde als een bulldozer tegen die rotheuvel op. De tweede was Salvatore. Salvatore Scardaccione was negen, net als ik. We zaten bij elkaar in de klas. Hij was mijn beste vriend. Salvatore was langer dan ik, een wat eenzelvige jongen. Soms deed hij met ons mee, maar meestal ging hij zijn eigen gang. Hij was slimmer dan de Doodskop en had hem makkelijk kunnen overtroeven, maar hij hoefde niet zo nodig de baas te spelen. Zijn vader, advocaat Emilio Scardaccione, was iets belangrijks in Rome en had een hoop geld in Zwitserland. Dat zei iedereen. Dan kwam ik, Michele. Michele Amitrano. Ik aarzelde nog of ik terug zou gaan of haar achter zou laten toen ik ontdekte dat ik vierde was. Die slome Remo Marzano had me langs de andere kant van de heuvelrug ingehaald. En als ik niet meteen verder klauterde, haalde zelfs Barbara Mura me in. Dat zou een ramp zijn. Ingehaald worden door een meisje. Door die vetzak. Barbara Mura klom op handen en voeten omhoog, als een dolle zeug, helemaal bezweet en onder de aarde. Wat doe je nou, ga je niet naar je zusje? Heb je haar niet gehoord? Ze heeft zich pijn gedaan, ze huilt,’ knorde ze tevreden. Deze ene keer zou zij de straf ontlopen. ‘Ik ga al, ik ga al… En ik haal je heus nog wel in.’ Zo makkelijk zou ze er niet af komen. Ik draaide me om en begon omlaag te rennen, met mijn armen zwaaiend en brullend als een Sioux. Mijn leren sandalen gleden weg over de halmen. Een paar keer kwam ik op mijn achterste terecht. Ik zag haar nergens. ‘Maria! Maria! Waar zit je?’ ‘Michele…’ Kijk! Daar was ze. Klein en ongelukkig. Op een krans van geknakte halmen. Met een hand wreef ze over haar enkel en met de andere hield ze haar bril vast. Haar haar zat op haar voorhoofd geplakt en haar ogen glinsterden. Toen ze me zag trok ze haar mondhoeken omlaag en blies ze zich op als een kalkoen. `Michele…?’
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het elfde van een nog nader te bepalen aantal.
“Arnhem, 8 mei 1996,
Lieve Steef,
Een hele goede morgen ! Kun je al weer een beetje slapen ? Ik wel gelukkig. Dit is de dag van Europacup II. Paris St. Germain – Rapid Wien. Ik ben uit sentimentele overwegingen voor Wien, dat snap je wel. Wat zing je mooi, Stefan ! Wij gaan vandaag weer op herhalingsoefening, Kenan. De VS verwijten Boutros Ghali iets. Dat hij zich aansluit bij de conclusies van een VN rapport.
Karadzic en Mladic zijn nog steeds niet in Den Haag, mijne heren. Dus laat het gooien van eerste stenen maar over aan wie recht van spreken heeft. (Koppen dicht dus )
Nou kunnen alle vaders en moeders van middelbare scholieren zien hoe je door de bank genomen ’s morgens de klassen rustig moet zien te krijgen om überhaupt met de les Duits te kunnen beginnen. Kenan : ” Frans, rustig nou, alleen admiraal Drost is binnen de Nederlandse strijdkrachten voorstander van ingrijpen in Sarajevo.” Waarom staan er op Volkel dan weer 25 F 16’s klaar ? Kenan : “Dat zijn jouw hormonen, Frans.”
Jezus. De Nederlandse generaal van Kappen heeft dat rapport opgesteld!
Belachelijk en onverantwoord ? Dat is Helmut Kohl die tegen Nederlandse journalisten zegt dat zij niets van de grote politiek snappen!
Ondertussen is het 9 mei 1996.
Goede morgen, Stefan. Een beetje vroeg vandaag : 6.11 uur
De technisch vaardige Fransen hebben Rapid Wien herhaaldelijk het vuur na aan de schenen gelegd en met 1 – 0 gewonnen. Paris St. Germain heeft dus de Europa Cup 2 gewonnen oftewel de UEFA -cup. Was soll man dazu sagen, Herr Bundeskanzler?
Alfred Kossman (74) wint de LIBRIS-prijs. Voor Huldigingen. F 100.000,-
Van Veen gaf de minister onvoldoende informatie.
Politieministers weerstaan Kamer. Bolkestein : Ze hoeven na de volgende verkiezingen niet terug te komen. Inderdaad, Frits, doorstroming van zoveel talent is een groot goed. Job : 5;17, Bart.
Frank Verlaat wordt aanvoerder bij Vfb Stuttgart. De trainer verwijt de huidige aanvoerder gebrek aan inspirerende leiding ! Soms denk ik : wat moet ik met zo’n bericht op de kabel?
Van Bolkestein hoeft natuurlijk het hele kabinet niet terug te komen. Wegens gebrek aan inspirerende leiding. Voorhoeve oogt nog altijd als het bangste jongetje van de klas die door vader Kok minzaam in bescherming wordt genomen.
Raphaël gaat vandaag om 11:00:00,00 naar het Arbeid Trainings Projekt in Nijmegen.
Kenan zegt dat wij nog veel meer gas moeten verkopen om alle noodzakelijke gouden handdrukken te kunnen betalen aan falende ambtenaren.
Als ik kwijtschelding van belasting wil draait de gemeente via de kabel Memories van Barbara Streisand. Martijn WAIS : 68 versus Frans 133 ! Leuk, hé, André ? Kenan zegt :”Mensen met zoveel talent kunnen zich geen slordigheden veroorloven ?”
Psychologen met zoveel inzicht kunnen zich ook geen blunders veroorloven.
Wat doen ze vandaag in Zürich met de D-Mark, Kenan?
Frankfurter Rundschau : Zwitserse bank blokkeert seks-lijn met Nederlandse bedrijven.
Het is nu weer zover dat Raphaël met Antillianen omgaat. Dat is dus echt oppassen geblazen. Tot nu toe is het nog voetballen. Er werd van hem een daad verwacht opdat hij de omgang met Antillianen waardig zou zijn.
De Telegraaf : Rabobank sponsort opvang randjongeren.
11 mei 1996, Goede morgen, Stefan,
Hoe heb jij na je lange autoritje van gisteren geslapen? Ik wel goed. Ik ben dan ook niet meer uit geweest. En voor mijn doen heb ik zelfs uitgeslapen vandaag.
Couzy brengt Voorhoeve in moeilijkheden. Nu had Voorhoeve die toch al of zou ze ongetwijfeld weer krijgen binnenkort, dus dat is allemaal niks om voor op te staan.
Maar ik had zin in Cappuccino. (Er was trouwens een mevrouw op de radio die vanuit de Euromast in Rotterdam vijf dagen heeft mogen internetten. Onder het wakend oog van AFCA ongetwijfeld.)
Hoe bewerkstelligen wij een cultuuromslag in diverse Zuid-Amerikaanse landen, Kenen. Ongetwijfeld een werk van een zeer lange adem. Bidden, en van onderop beginnen volgens de Jezuïeten. Weerstand genoeg. (Hier vlakbij is een school zonder racisme. Daar speelt elke dag een bonte verzameling van nationaliteiten met elkaar. Die kinderen zullen later nooit last hebben van vreemdelingenhaat, omdat ze van jongs af aan vertrouwd zijn met allerlei eenden in de bijt. Dat er zoals in elke groep conflicten voorkomen zal wel. Daar dan mee om te gaan leren ze dan ook al vanaf 4 jaar of zo. Mooi gezicht, paters ! Wat niet wil zeggen dat de volwassenen nu maar hun ongebreidelde gang kunnen gaan.
Loving you has made my life so beautiful
Ik zit nog steeds aan jou te schrijven, Steefje, een beetje relaxed nippend aan mijn Cappuccino…
Het blijkt een dag te zijn voor Matheus 21;1-10, Bart.
Negatief zelfbeeld ! 20 in therapie en 20 niet in therapie. 40 tot 50 procent ! Niet meer verwijfd, wel sex-gericht en egoïstisch ! Vooroordelen worden geïnternaliseerd. Creatief. Zorgzaam. Aanknopen van intieme relaties op grond van een negatief zelfbeeld. Dat dat moeilijkheden oplevert spréékt.
Homo en hetero-identiteit worden wat vager en gaan in elkaar overlopen. Dat is allemaal onderzocht door iemand die er ook op promoveert! Maar er zijn toch inderdaad schrikbarende conclusies te trekken uit dat rapport.
Mij heeft het wakker geschud. Natuurlijk lijd ik ook aan diverse, al dan niet onderkende zelfbeelden.
“Daar wordt aan gewerkt”, zegt Kenan.
16 Doden bij een Amerikaans – Britse militaire oefening! Twee helikopters die tegen elkaar botsten! In Camp Lejeune.
En met elektronische verdediging kom je ook niet ver als de stroom uitvalt, Kenan.
Maar goed: Veertig tot vijftig procent van degenen die niet in therapie zijn had dus toch nog last van een negatief zelfbeeld.
“Dat kan ik je allemaal niet bieden”, zei Stefan tegen Mark naar aanleiding van de flat van DM 1.000.000 in Zürich.
10.40 uur. Zo meteen naar de sportdag. Challange voor mijn zelfbeeld. Het wordt vast lachen.”
Toen radio’s nog bakken waren kon je op hun dashboard reizen, kon je naar verlichte steden. Al die steden, mooi op rijtjes, kwamen door de kamer kraken, bazelden met blikken bakkes en bedoelden te bedoelen. En wij hoorden, met de oren bloot getrokken door een knipje, mannenklanken zonder hoofden. Kruissteekhandwerk broeide op de stoelen onder ons.
Buiten, links en rechts een hoek om, bij een standbeeld van drie palen die op dunne doden leken stonden mensen met gezichten. Grote mensen huilden, buiten, en ze mochten niet bewegen, omdat niemand nog mocht zwichten. Ook de tijd mocht niet bewegen. Iedereen op heel de wereld, heel de wereld van het dashboard deed zijn mond dicht, maar de vogels, wisten die veel, floten door.
Benen die verdwenen waren, kon dat van het zwichten komen? Werden die alvast begraven, wachtend op wat verder leefde en er later bij kwam liggen? Doden, daaraan moest je denken, maar ik kende nog geen doden en we hadden zelf geen dieren. Alle mensen droegen namen, in het hoofd gegrifte namen, n ht hfd ggrfte nmn. Iedereen viel bijna om.
Wat ze aan elkaar begingen, zweeg in dingen, alledaagse, soms beschilderd en soms nuttig, rond wat niet meer blijven zou.
Nieuw moet alles, nieuw en nieuw en aan gebouwen in de steden hangen rimpelloze vrouwen, navels als de
ingang van een groeve, hun gezichten, gaaf gewonnen uit een menigte van stipjes, smuilend om wat wij behoeven.
Daar
Hadden er lang naar gezocht, maar wat lag het daar prachtig, precies op zijn plaats. Overal groeisel, verschiet en bedoening. Alles kon rijmen, ook als het niet.
Zaten daar gretig te willen ontvangen aan lange ontsplinterde tafels waarop, nog gesloten, schenkbaar te tillen getink. Kregen te lezen wat eetbaar kon, drinkbaar kon,
alles beschreven. Keken soms over de regels heen, zagen daar groeisel, verschiet en bedoening. Iemand riep: Drinkt u maar, drink maar, ik kom dalijk bij u! – terwijl hij verdween.
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)
De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Mark Boog op dit blog.
De rotonde (Fragment)
Hij zal misschien een goede prijs bedingen, maar het kan niet anders of hij trekt het kortste eind. Duivels de deal, duivels de gevolgen, duivels het genot.
Hij gaat de weg naar het genot. Het dondert in de verte.
Hij kende hem, de duivel, vanzelfsprekend. Oude kameraad, vermeende vriend, de zachtste van de stemmen in zijn hoofd, de listigste, de eerlijkste. De stem
die hem vertelde dat hij voor het hoogste uitverkoren was, die suste: ‘Tijd genoeg, neem nog een glas.’ En dan ineens, een ochtend na een avond als zovele,
voor de spiegel die zijn toekomst aan hem voorhield: ‘Nu, ga nu, de laatste kans. Het kruispunt, als de nacht valt. Ik zal wachten. Ga. Vergeet je ziel niet mee te nemen.’
Hij ziet de weg. Hij buigt het hoofd. Het onweert in de verte. Wie met zichzelf praat heeft een goed gesprek of (of niet). Een duivel voert slechts monologen, spreekt in slogans en reclameleuzen. Elk geeft voor een ziel een goede prijs.
`Eerlijk duurt het langst! Verkoop bij ons uw ziel!’ En van de concurrent: ‘Altijd de hoogste dagkoers.’ Koop vandaag, betaal pas volgend jaar.”
Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970) Cover
De Nederlandse schrijver A.L. Snijders (pseudoniem van Peter Cornelis Müller) werd geboren op 24 september 1937 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor A.L. Snijders op dit blog.
Reis
Als ik mijn grootvader vraag of ik de auto mag lenen, zegt hij: alleen met de chauffeur. Hij is streng en toe-gevend tegelijk, hij weet dat ik een rijbewijs heb, hij weet ook dat ik van Haydn, Beethoven en Mozart houd. Mijn grootvader heeft huizen in Zwitserland en Span-je, waar de chauffeur hem naartoe brengt, hij is veertig jaar in dienst, zwijgzaam en betrouwbaar. Waar heb je de auto voor nodig, vraagt mijn grootvader. Ik wil naar een concert in Barcelona. Het is een grote auto met twee reservewielen achter de voorspatborden. lk zit achterin, het linnen dak kan open van voor naar achter – de geur van Normandië, de dennenappels, de kurk-eik, de geur van brak water, de woestijn. lk vraag de chauffeur (hij heet Jean, hij leest Proust, zijn moeder is in Parijs geboren) of hij langs Breda wil rijden. Daar woont Claire, mijn verloofde, die klavecimbel speelt. Zij komt naast me zitten, we rijden naar Barcelona. We gaan naar het concert van Federico Mompou, een Catalaanse componist van minimale muziek. Hij speelt zijn eigen werk. Op de terugweg vertelt Claire dat El Greco en Vermeer de favoriete schilders van Mompou zijn. Ze heeft een interview met hem gelezen.
A.L. Snijders (Amsterdam, 24 september 1937)
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tiende van een nog nader te bepalen aantal.
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Lieve Bart,
Arnhem, vrijdag 9 juni 1995,
Zoals je gisteren aan het kaartje hebt kunnen zien
woon ik sinds 2 juni aan de Boulevard Heuvelink 130 in Arnhem, een van de
hoofdsteden van Nederland.
Op regenachtige dagen, zoals vandaag houd ik mij
vooral met crisis-interventie bezig, vooral nu ze vandaag Serajevo weer zijn
gaan beschieten en in een moeite door ook maar een aanslag is gepleegd op het
bureau van de Turkse regeringspartij in Ankara.
Ik heb net, tijdens mijn ochtendwandeling door het
Lauwersgrachtpark al de eerste commando wagen van de politie gesignaleerd en
voor het overige is ook veel volk op de been, vooral in Toyota’s…
Zelf imiteer ik ter geruststelling van
ondergetekende regelmatig het geluid van een dichtslaande deur van een
Mercedes-Benz (je weet wel, die van de taxi’s) : Boem, Bumm, Bumm. Dat werkt
evengoed als er een bellen heb ik gemerkt en het is aanzienlijk goedkoper. Hier
vlakbij heeft een zekere Cris van Holten trouwens een park van vijftig plus nog
wat van die dingen en ik zie er zelfs van de gemeente rondrijden met oranje
zwaailichten.
Gisteren had ik trouwens een wel zeer bijzondere
ervaring! Er stond een rijdend kantoor met banken van Argentijns runderleer en
parketvloer in een grote vrachtwagen verpakt vlakbij het HB van politie. Van,
ja hoor : Mercedes-Benz.
Arnhem is op zich voor mij een verademing. Ik zit
hier midden in de stad en kan overal lopend naar toe. Daarbij steevast
beginnend bij de eendjes in de vijver in het Lauwersgrachtpark. Mijn bank, ik
bedoel die voor geldzaken, is daar ook dichtbij en af en toe loop ik er binnen
om te kijken hoe laat het is op Wall Street. Meestal ben ik de koersen 16 uur
voor, wat ook bijdraagt aan het gevoel van persoonlijke veiligheid. Als ze bij
de Rabobank niet goed werken roep ik weer eens : ” Bumm Bumm ” tegen
de computer en dan wordt de Mark weer wat zwakker ten opzichte van de gulden of
zoiets…
Steevast gaat ook de poort achter het HB open en
verschijnt er een oranje-wit-blauwe Volkswagen of een BMW-tweewieler (al naar
gelang wie er telefonisch alarm geslagen heeft ), of er rijdt iemand voorbij in
zo’n kanariegele taxi van Chris van Holten.
De burgemeester hier heet Scholten en die twee
vormen het dagelijks bestuur, al denkt een zekere van Hensbergen dat hij als
loco op educatief gebied ook iets in te brengen heeft. Scholten is alleen al
belangrijk voor militaire zaken, maar heeft, dacht ik ondertussen ook in de
gaten dat hij een wezenlijke bijdrage kan leveren aan mijn gemoedsrust.
Hoe is het trouwens nog met Jurriaan? Gezien ons
innige afscheid na de potten -en flikkerdag besloot ik h6m gisteren ook maar
een verhuisbericht te sturen. Ik weet dat er in mijn achterhoofd en
onderbewuste iets borrelt en dringt om poëtisch naar boven te komen, wat hij
eventueel op muziek zou kunnen zetten.
Alleen door allerlei internationale, nationale en
plaatselijke crises krijg ik telkens nauwelijks de rust om er eens
geconcentreerd voor te gaan zitten. Ik ren de halve dag als een idioot met mijn
Turkse atoom-paraplu te zwaaien naar een stel opgeschoten kwajongens in Adidas
-trainingsjasjes, type Angelo, maar bruiner zal ik maar zeggen.
Af en toe neem ik plaats op een gewone parkbank en
trek mijn geheime wapen. Het mij door de Nijmeegse studentenpastor ter
beschikking gestelde blauwe zakbijbeltje en dan lees ik mijn gevederde vrienden
in en rond de vijver een gedeelte uit een brief van Paulus aan de Korinthiërs
voor, om ze er onder te krijgen. c.q. te houden. De bisschop, waar Ik nu onder
val – kardinaal Simonis – ziet het met genoegen aan.
Op Pinkstermaandag werd ik weliswaar per abuis voor
een Jehova getuige aangezien door twee oudingezetenen van de Blueband die
dachten dat ik ze de hemel in wou praten. Ik heb ze hard achterna geroepen dat
zij om half twaalf in de Martinuskerk moesten zijn. Alleen aan deze twee
bladzijden kun je zien dat de Heilige Geest hier over mij vaardig geworden is.
De preek van Pinkstermaandag, maar ook die van Pinksterzondag sloot – toeval
bestaat niet zegt Jurriaan – daarom wonderlijk goed bij mijn huidige
levensgevoel aan.
Volkshuisvesting is hier ook beter geregeld dan in
Nijmegen. Zou het de vrij liberale koers zijn die deze stad vaart ? ! Cultuur
is in handen van D’66 en dat treft. Kortom, men slaat hier over het algemeen de
Spijker aardig op de kop. De sociale dienst noem je hier alleen al uit
beleefdheid Sociale Zaken en Arbeid en je wordt er met een voorkomendheid behandeld
alsof je op het punt staat je intrek te nemen in het Hiltonhotel…
Woensdag kreeg ik, lieve Bart, mijn
lidmaatschapskaart van het COC. Helaas is er geen gelegenheid om daarmee
vanavond naar Doornroosje af te reizen. De Graafse computers liggen vandaag
plat en mijn contactman / ambtenaar daar in Grave, waar mijn geld nog één keer
vandaan moest -en moet komen klaagde dat hij niets kon zien. Computerverslaving
is honderd maal erger dan drank en maakt ook veel meer kapot dan je lief is.
Modern Times.
In Holland sprak een blije mier: “Kees Stip las ik met veel plezier en merkte: al zijn dieren beestig, ze zijn ook bijdehand en geestig! Prompt wilde ik zelf dichten leren, op school, bij de beroemdste heren. Een mier is vlijtig maar ook arm en loopt voor studiegeld nooit warm, maar dit gebrek werd mij tot zegen: ‘k heb een Stip-endium gekregen!”
NDMEKZ!
We hadden YOLO, dat was het begin. Toen kwam ook Fear Of Missing Out, ja FOMO, vervolgens Joy Of Missing Out, dus JOMO en nu zelfs FOJI, Fear of Joining In.
Al roept men ‘fear’ en ‘joy’ en ‘in’ en ‘out’, mijn tip luidt: Neem Dat Met Een Korrel Zout
Insomnia – naar J.C. Bloem
Met mijn mobiel naast bed kan ik niet slapen Niet slapend grijp ik snel naar mijn mobiel Mijn vriend vindt dat maar achterlijk gepiel Want daardoor ben ik dag en nacht aan ’t gapen
Hij wil dat ik in bed je weet wel doe Ik heb geen smoes meer nodig, ben te moe
Inge Boulonois (Alkmaar, 23 september 1945)
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het tiende van een nog nader te bepalen aantal.
Uit: Vriendschappelijke brieven
Velp, 1 mei 1995,
Lieve Bart toch maar weer,
Heb je dit jaar een leuke Koninginnedag gevierd? Ik neem aan dat die in elk geval minder droef was dan vorig jaar. Ik schrijf je nu ook ik hem zonder ongelukken achter de rug heb, maar weer even een kort briefje. Vooral om de kaart van vorige week te relativeren. Kwaadheid komt en gaat ook weer, nietwaar? Ik merk echter wel dat dit weer het kritieke jaargetijde voor mij is. Ik zal mij ook de komende maand maar vooral concentreren op schrijven en mediteren en daarbij veel aandacht schenken aan de goede dingen die het leven mij nog te bieden heeft, en minder of niet op wat ik allemaal mis, zoals jou bijvoorbeeld.
Binnenkort
ga ik Arno opzoeken in Amsterdam en daar kan ik mij best op verheugen.
Ik geloof dat ik hém vier jaar niet gezien heb, maar nu heeft hij mij
toch weer uitgenodigd.
Het
Paasweekend was ook leuk, al moet ik daarbij vermelden dat ik op de
Kisn Kiss – avond wel graag een paar woorden met je had willen spreken.
Ineens stond je bij de uitgang en was het kwart voor vijf. Ik was
warempel de tijd vergeten.
Cor
was er ook en bij hem heb ik op Goede Vrijdag heerlijk gegeten! En ook
verder een genoeglijke avond doorgebracht. Helaas nou ja wat heet – kon
ik niet aan mijn werkpunt nummer 1 volgens Veluweland werken: de sex.
Nee, ik ben ook niet verliefd op Cor. Ik denk dat ik dat tegen heb
gehouden, wetende dat het toch niet beantwoordt zou worden.
Bovendien
heb ik mij geloof ik. eens tegenover Hans Arts laten ontvallen dat hij
“niet van jouw kaliber” is. Goed, sympathie is er wel over en weer en in
februari ben ik dat echt gaan waarderen.
Verder:
hoe het komt weet ik niet, maar ik denk de laatste dagen erg vaak aan.
Doornroosje en het soldaatje met zijn slaafje. Over verdere varianten
van Jurriaan zal ik maar zwijgen. De naamgever van die tijdspassering
zou er zelf nog van gaan blozen. Dat is ook een reden om hier in de tuin
te blijven zitten en te proberen te versterven. Of veel. fietsen
natuurlijk…
Het
wordt echt tijd om wat vaker naar Amsterdam te gaan, want zo vaak kan
ik niet hopen op een soldatenslaafje in Nijmegen. Ik laat het maar
hierbij, Bart. Wellicht dat mijn schrijflust verderop in de week weer
helemaal terug is. Ik heb in elk geval een pak van honderd enveloppen
gekocht!
Theoretisch is het mogelijk onder mijn geschrijf bedolven te raken. Wat ik voor jou ten diepste voel is in elk geval geen kwaadheid. Is er nu een jaar om? Of boe tel jij?
En kan ik geen reductie krijgen, ik bedoel kwijtschelding van boetetijd, eerwaarde vriend?
Met de samovar onder seringen De nacht zien met helder oog Nu vogels hun nesten wiegen In slaap achter netten van dauw Zie beemden ontvangen het voorjaar De wereld bloeit zonder geluid De nacht speelt zijn glazen toeter De dag heeft een heldere bijl
Maar buiten dit park is het anders Het rijk heeft twee ogen van schaduw En water dat stroomt is nog blauw Toch spiegelt een bloedrode wolk
De nachtegaal van Natasja Lag gisteren dood op het tuinpad O weemoed die niet is te noemen IJskoude vogel van glas
Sindsdien wordt het al later Najaden ontvluchten het bos Wind dommelt voorover in kelken Met een kille hand bloeit de tijd
Ik zie een hemel van tranen In je ogen terwijl je zingt De nacht brak zijn glazen toeter De dag houdt zijn heldere bijl
Oude boksers
zijn meestal niet pedant meer: hun beweeglijkheid is afgenomen (de gouden
jaren van het touwtjespringen en stoten tegen peervormige elastisch opgehangen ballen, de matches met
hun vileine spookgedaanten: rook in de zaal, hete in konijne- of duurder bont en glinsterwerk gepropte
vrouwen – de kerstbomen der sportwereld – die geen mah yongg spelen maar wel 69, de deining van met pommade
belakte pooiers die hun bierviltjes wegmikken, boeh roepen bij een clinch of backhand en zweten als pianosjouwers
hopend op een feestelijk blauw oog, groot als een admiraalsvlinder, in de ring vol cholerisch gedreun –
ja díe jaren zijn voorbij). Uitgeteld kijken zij naar de tv, schuifelen door de vertraagde
film van eigen triomfen en staren naar hun afgehakte voelsprieten op de vloer, waar het kleed slijtplekken
vertoont maar de onmenselijke katten nog niets aan lenigheid hebben ingeboet.
Leven is geen grapje, je moet in grote ernst leven, zoals bijvoorbeeld een eekhoorntje, dus zonder daarbuiten of daarna iets extra’s te verwachten, je moet je dus uit alle kracht voor het leven inzetten.
Je moet leven serieus nemen, dus zo, dat je bijvoorbeeld met je armen op je rug gebonden, en je rug tegen de muur, of in het lab, in een witte jas, met een enorme bril, kunt sterven voor de mensen, en wel voor mensen die je zelf nooit hebt gezien en zonder dat iemand je ertoe dwong en ook nog eens terwijl je weet dat het mooiste wat je hebt en het meest waarachtige leven is.
Dus neem je leven steeds zo ernstig op dat je bijvoorbeeld nog op je zeventigste olijven plant, en dan niet om je kinderen iets na te laten of zoiets, maar omdat je niet in de dood gelooft, al ben je bang om dood te gaan, en je dus de balans naar leven door laat slaan.
2
Stel, je krijgt een zware chirurgische ingreep, met de kans niet meer op te staan van de witte operatietafel. Al voel je je droef bedrukt om een te vroeg heengaan toch lach je om een Bektaşi-grap, kijk je uit het raam of het gaat regenen of wacht je toch ongeduldig op de laatste nieuwsberichten.
Stel, ten behoeve van iets waarvoor het waard is te strijden bevind je je aan het front. Het kan dat je de eerste dag al, bij de eerste aanval voorover stort en sterft. Je weet dit met een vreemde wrok, maar toch ben je razend benieuwd hoe deze mogelijk nog jaren slepende strijd zal aflopen.
Stel, je zit achter tralies, loopt al tegen de vijftig, en over achttien jaar pas zal de stalen poort zich openen. Toch koester je de band met buiten, met mens en dier, met strijd en wind, met alles dus wat zich buiten de muren bevindt.
Dus in welke toestand, op welke plek ook moet je leven als ging je nooit dood…
3
Onze wereld koelt af, een ster tussen de sterren, nog wel een van de kleinste, een spikje bladgoud op blauw fluweel, die reusachtige wereld van ons.
Ooit koelt deze wereld af en zal niet eens als een ijsklomp of een dode wolk, maar als een lege notendop wegtollen in het eindeloze stikdonker.
Nu al daarvan de pijn te dragen, de droefenis te voelen. Zozeer moet je van deze aarde houden dat je kunt zeggen: ‘Ik heb geleefd…’
Vertaald door Wim van den Munkhof
Nazim Hikmet (20 januari 1902 – 3 juni 1963)
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het negende van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Lieve Bart,
Het
is bijna middernacht en het begin van 10 mei 1996 en op de een of
andere manier zal de Tweede Wereldoorlog wel in mijn genen terecht zijn
gekomen en daardoor in mijn hormonen, want ik was weer tamelijk in
strijd met mijzelf vanavond.
Tevreden
kan ik zijn met het feit dat ik überhaupt op jou ben afgestapt, maar de
vraag die ik mij voorgenomen had te stellen kwam er weer niet uit, Daar
heb ik weer een tijdje van gebaald, maar op dit moment troost ik mij
ook alweer met een paar gedachten : ten eerste is het al een hele
vooruitgang met de vorige ledenvergadering van november. En men heeft
mij ook in gesprek gezien met jou !
Ziehier
mijn eigen persoonlijke aarzelende vorderingen in assertiviteit. Ik
compenseer dat nu natuurlijk weer door mij op de tekstverwerker uit te
leven op een manier die ik wel onder de knie heb : met geschreven
woorden. Overigens twijfel ik er niet aan dat er weer een dag komt dat
wij weer ergens anders dan op de ledenvergadering koffie drinken samen.
Die dag komt zo zeker als de regen na de zonneschijn.
Precies.
Zo komt ook onze volgende ontmoeting na het afscheid van vanavond. Weet
je trouwens wat ik voelde ? Niet zozeer voor jou, als wel tussen ons ?
Vriendschap. Gewone, alledaagse, ongeromantiseerde, nuchtere
vriendschap. Wij zaten ook wel zo ouderwets knus naast elkaar naar het
forumgesprek van Cees en de dames te luisteren dat het zelfs voor de
ogen van Roel een lust moet zijn geweest !
Hoe
dan ook. Ik heb er de computercursus van vanavond graag voor over
gehad. Of ik wil ingaan op het inhoudelijke gedeelte van deze avond ? Ik
ben het met je eens – en niet omdat jij het bent, zoals boze tongen nu
al beweren – dat het COC zich als organisatie wél het lot van de Roze
Zaterdag moet aantrekken.
L’art
pour 1’art has always existed. Every honest artist, and for that matter
every honest craftsman, has been and remains under an obligation to it,
and there is nothing mystical about it. On the contrary, it is a
thoroughly rational attitude, and during the nineteenth century – not
unlike its logical and social counterpart ” business is business ” – it
acquired if possible an even higher rationality, all the more so after
the shift in artistic orientation away from the central value of
religion and the church. p.42
L’art pour l.’art and “business is business” are two branches of the same tree. p.43
Akzo
Nobel schrapt 190 banen in de chemie-sector. Waat halen wij toch nieuwe
banen vandaan ? Behalve dan dat de wapenindustrie injecties per minuut
krijgt om draaiende te blijven ?
Vroom en Dreesman ziet volgens Stefan tegenwoordig iets in een groter assortiment kaarsen.
Queen : you don’t fool me.
17.07 uur. Veel gesluimerd bij MTV. Via die muziek is ook veel te regelen. Thats truth, that”s live. Raphaël.
18:11:20,00 Stefan gebeld, maar hij was er nog niet. Ik zit aan de koffie en kijk naar Verbotene Liebe !
19:35:47,00 AFCA en Brussel. Daar had Mariëtte het verder over. (Parijs). Barcelona. Brussel : Stand by. Liberia. Arnhem heeft zeker weer iets om voor te bidden. En ik om dankbaar voor te zijn. Stefan belde net. Hij was net terug uit ZUrich. Exit. 20.34:59,00
New York. Stand by. Zo kan het toch echt niet jongens. Een paar kinderen vol stoppen met alcohol en drugs en ze dan wat geweertjes in handen geven om uit te testen.
Goed. Iemand had een reis van 17 uur en 1600 kilometer nodig om tot bezinning te komen. Mij lucht het enorm op Steefje. Ik kan, gezien die drijvende krachten die jou tot die expeditie gebracht hebben hooguit vermoeden waartoe jij allemaal in staat bent. En Mark heeft het nu zijn Walter verteld. Voorlopig is er “sense” naast de “sensibility” gekomen. Gefeliciteerd. “Een dikke streep eronder gezet”, zei je. Met die mentaliteit komt jouw innerlijke rust vanzelf wel terug.
Alle
mogelijkheden – van verblijfsvergunning tot verhuizen zijn bij een
etentje doorgenomen. En Stefan heeft er zijn verstand uiteindelijk nog
het beste bij gehouden. Nu heeft hij nog drie weken om zich voor te
bereiden op zijn examens. Zelf denk ik dat hij diep in zijn hart ook al
afscheid heeft genomen van het hele avontuur. Daarvoor heeft hij toch
zijn zekerheid en comfort te lief.
Nee,
een flat van een miljoen kopen samen en dan in de zon beginnen te
dromen van een andere man in een regenachtig Nederland. Wat kan een mens
zich toch op de hals halen.
Generaal Couzy en zijn kritiek op de burgertop van defensie. En de secretaris generaal van defensie met kritiek op Couzy.
23.11 uur De moeheid komt er echt uit. Dit keer niet naar Paradox.”
Generaal Hans Couzy (23 september 1940 – 10 maart 2019)
De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op 21 september 1934 te Montréal. Zie ook alle tags voor Leonard Cohen op dit blog.
Uit: The favorite game
“5
The Breavmans founded and presided over most of the institutions
which make the Montreal Jewish community one of the most powerful in the
world today.
The joke around the city is: The Jews are the
conscience of the world and the Breavmans are the conscience of the
Jews. “And I am the conscience of the Breavmans,” adds Lawrence
Breavman. “Actually we are the only Jews left; that is,
super-Christians, first citizens with cut prongs.”
The
feeling today, if anyone troubles himself to articulate it, is that the
Breavmans are in a decline. “Be careful,” Lawrence Breavman warns his
executive cousins, “or your children will speak with accents.”
Ten years ago Breavman compiled the Code of Breavman:
We are Victorian gentlemen of Hebraic persuasion.
We cannot be positive, but we are fairly certain that any other Jews with money got it on the black market.
We do not wish to join Christian clubs or weaken our blood through
inter-marriage. We wish to be regarded as peers, united by class,
education, power, differentiated by home rituals.
We refuse to pass the circumcision line.
We were civilized first and drink less, you lousy bunch of bloodthirsty drunks.
6
A rat is more alive than a turtle.
A turtle is slow, cold, mechanical, nearly a toy, a shell with legs.
Their deaths didn’t count. But a white rat is quick and warm in its
envelope of skin.
Krantz kept his in an empty radio. Breavman
kept his in a deep honey tin. Krantz went away for the holidays and
asked Breavman to take care of his. Breavman dropped it in with his.
Feeding rats is work. You have to go down to the basement. He forgot
for a while. Soon he didn’t want to think about the honey tin and
avoided the basement stairs.
He went down at last and there
was an awful smell coming from the tin. He wished it were still full of
honey. He looked inside and one rat had eaten most of the stomach of the
other rat. He didn’t care which was his. The alive rat jumped at him
and then he knew it was crazy.
He held the tin way in front
because of the stink and filled it with water. The dead one floated on
top with the hole between its ribs and hind legs showing. The alive one
scratched the side.
He was called for lunch which began with marrow. His father tapped it out of a bone. It came from inside an animal.
When he went down again both were floating. He emptied the can in the
driveway and covered it with snow. He vomited and covered that with
snow.
Krantz was mad. He wanted to have a funeral at least, but they couldn’t find the bodies because of some heavy snowfalls.
When Spring began they attacked islands of dirty snow in the
driveway. Nothing. Krantz said that seeing things were as they were
Breavman owed him money for a white rat. He’d lent his and got nothing
back, not even a skeleton. Breavman said that a hospital doesn’t pay
anything when someone dies there. Krantz said that when you lend
somebody something and that person loses it he has to pay for it.
Breavman said that when it’s alive it isn’t a thing and besides he was
doing him a favour when he took care of his. Krantz said that killing a
rat was some favour and they fought it out on the wet gravel. Then they
went downtown and bought new ones.
Breavman’s escaped and
lived in a closet under the stairs. He saw its eyes with a flashlight.
For a few mornings he put out Puffed Wheat in front of the door and it
was nibbled, but soon he didn’t bother.
When summer came and
the shutters and screens were being taken out one of the men discovered a
little skeleton. It had patches of hair stuck to it. He dropped it in a
garbage can.
Breavman fished it out when the man was gone
and ran to Krantz’s. He said it was the skeleton of the first rat and
Krantz could have a funeral if he wanted. Krantz said he didn’t need a
stinky old skeleton, he had a live one. Breavman said that was fine but
he had to admit they were quits. Krantz admitted.
Breavman
buried it under the pansies, one of which his father took each morning
for his buttonhole. Breavman took new interest in smelling them.”
Leonard Cohen (21 september 1934 – 7 november 2016)
*************************
In de tweede helft van de jaren negentig werkte Frans Roumen aan een roman die de titel “Vriendschappelijke brieven” had moeten krijgen. Het manuscript gold na een verhuizing jarenlang als zoekgeraakt. Onlangs werden er echter toch flinke delen van bij een grote opruimactie ontdekt in een oude doos in de kelder. Romenu heeft de toestemming gekregen om er regelmatig fragmenten uit te publiceren. Vandaag volgt het achtste van een nog nader te bepalen aantal
Uit: Vriendschappelijke brieven
“Arnhem, 6 mei 1996
Prof. Dr. W. Bronzwaer
Hooggeleerde heer,
Het
zal u ongetwijfeld verheugen te vernemen dat ik heel voorzichtig de
draad weer heb opgepakt waar hij twee jaar geleden is blijven liggen.
Hugo von Hofmannsthal is al een tijdje bescheiden terug in mijn
gedachten, maar nu vind ik ook de innerlijke rust om af en toe weer van
een van zijn gedichten te genieten, zoals bijvoorbeeld van
WELTGEHEIMNIS.
Dat
doe ik inmiddels met veel plezierige assistentie van een mij door een
vriend beschikbaar gestelde tekstverwerker. Aan al het nieuwe van
Windows tot en met Internet heb ik ook al mogen ruiken en het zou ook
niet te moeilijk voor mij zijn genoemde vriend te verzoeken van zijn
netwerk gebruik te mogen maken om de actuele stand van zaken op het
beeldscherm te laten verschijnen.
Dit
zijn echter nog wat vrijblijvende reflecties op een mooie
zaterdagmiddag in Arnhem. Ik ben in een Italiaanse stemming, eerder dan
in een Oostenrijkse en bij de geringste trilling van de aarde, zelfs als
dat ver weg als in China is, overschaduwt een donkere wolk mijn gemoed
en keer ik met de snelheid van een F 16 terug naar de realiteit van het
dagelijkse werk in de crisisopvang van de Gelderse jongeren.
Der tiefe Brunnen weiß es wohl, Einst waren alle tief und stumm, Und alle wußten drum.
(Alois
Wolf : a further nuance of the word ‘Welt’ is to be found in the poet’s
susceptibility to the slightest changes in his environment, even in the
atmospheric conditions…p.174 )
Wie Zauberworte nachgelallt Und nicht begriffen in den Grund, So geht es jetzt von Mund zu Mund.
(Michael
P. Steinberg : Art as a unique system of knowledge of the object world
rather than as one of confession or expression of the subject world is
the hallmark of that ethical understanding. p.6 )
Ebenda
: The domains of history and art both involve the element of mastery
…/…mastery, defined as the unity of subjectivity and technique, is
associated with the accomplishment of the historian and the artist but
would be an inappropriate quality to attribute to a natural scientist or
mathematician. p.14
Die pretentie moeten zij dan ook niet hebben, Clinton. Over and out. Kenan, slaap je?
Ebenda : The ethical goal of art, as of historiography, is the understanding of reality. p.15
Kenan, (waar en wanneer ook mijn naam genoemd zal worden zal ook de zijne worden herdacht….), ik ga zo meteen een wandeling door het park maken. Ik wil kijken wat er in de schouwburg te doen is – en bij de Rabobank wat weg mijmeren…. Hoor je dat, Kenan, Clinton zegt dat ik iets weg heb van John F. Kennedy en gelijk heeft hij. Ik ga dat allemaal doen, Kenan, inclusief golf spelen voor F 76.000 dollar, maar eerst nog maar even naar De Spring.
(Deze brief is begonnen op de 24e mei, volledigheidshalve)
Marcel uit Doesburg, van 2 weken geleden, was er ook weer, in Arnhem.
Maar
vooral: Johnny en Dick van de Mythe. Johnny heb ik lief gehad. Ooit en
vandaag. Johnny zat toen Dick even weg was in meditatiehouding. It is not a question of prayer, Sjonnie. (“Goed zo”, zegt Kenan).
Jij
streelde even over je enkel en een stukje van je rechter onderbeen
voordat je jouw sok omhoog trok, en je was mooi, John….
Die Beiden
Sie trog den Becher in der Hand – Ihr Kinn und Mund glich seinen Rand -, So leicht und sicher war ihr Gang, Kein Tropfen aus dem Becher sprang.