Tom Lanoye, Walter Helmut Fritz

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: De draaischijf

“IK HAD ME DE DAG WAAROP IK WORD BEGRAVEN heel anders voorgesteld. Had ik hem zelf mogen ensceneren, dan liet ik me—zoals onze moedertaal zo treffend verwoordt—’ter aarde bestellen’ onder een staalblauwe hemel, hartje winter. Het is ijskoud maar bizar zonnig. Geen wolk te bespeuren behalve de langzaam verbredende condensstreep van een verloren gevlogen straaljager. De opkomst is massaal maar zwijgzaam. In de verte blaft een keffer en bromt een onzichtbare snelweg. Allicht die naar Willebroek en Brussel- Maar je ontsnapt nergens nog aan die brom. Hij is de basso continuo van onze overbebouwde streek en haar koppige bedrijvigheid. Wij werken en rijden ons liever te pletter dan dat we prakkiseren. Zo heb ook ik geleefd. Op de laatste twaalfjaar na. Toen overheerste het prakkiseren. Het ereperk, vol andere beroemde doden, ligt er keurig bij. Goed bewegwijzerd en aangeharkt waar nodig. De meeste zerken zijn onlangs gepoetst en hier en daar liggen verse bloemtuilen te bevriezen. Tussen de grafstenen van twee voormalige senatoren ruziet een handvol kraaien om een territorium van een paar vierkante meter. Krassend alsof 74 aan het schelden zijn. Het zou mooi zijn mocht ook een zeldzame zangvogel opeens zijn riedel ten beste geven. Vanuit een treurwilg waarin bij beschutting heeft gezocht in plaats van samen met zijn soortgenoten naar Afrika te vluchten. Alleen hij is gebleven. Tegen zijn natuur en tegen beter weten in. De schoonheid van zijn melodie verluchtigt heel even de bedrukte, al te gewijde sfeer. Maar zodra het beestje zwijgt is die sfeer daar weer. Die logge, woordeloze verstilling waarmee ons volk zijn verliezen heeft leren incasseren. In onze cultuur horen ophef en klaagvrouwen niet thuis. Wij uiten ons verdriet door het zo weinig mogelijk te tonen. Een beschaamde grimas volstaat Vergetelheid doet de rest.
De rouwenden zijn allemaal te voet gekomen, zonder zich te haasten over de brede lanen van onze befaamde dodenakker. Sommigen staan al een halfuur bij mijn vers gedolven kuil te wachten. Uiterlijk onverschillig, maar toch bleker dan doorgaans. De persfotografen zijn de enigen die veel bewegen. Ze knielen vaak en staan even snel weer op. Eentje gaat op zijn rug liggen voor een dynamischer perspectief. Iedereen negeert hem, zelfs dc vele notabelen. Zij staan schouder aan schouder met hun kiezers. Doodgewone burgers, van werkman tot bourgeois, aangevuld met een paar toeristen. Ze knijpen allemaal hun ogen halfdicht tegen het harde zonlicht.”

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

De walvis

Deze grijze, zwarte,
glanzende ketel
met zijn stoomstraal,
welk levensexperiment,
zeg je, deze wals,
deze rots in beweging
en dan deze dans
die hij samen met anderen
opvoert voordat hij weer verder trekt,
met zijn ogen
– blauw – van emaille,
zijn hersenen, groter
dan die van alle andere wezens,
zijn zang, zonder stemband,
zijn gelach, zijn gebrul.
Je kent zijn argeloosheid
tegenover mensen
die zinloos op hem jagen.
Alles dankt hij aan het water.
Deze kwetsbaarheid,
als hij strandt en stikt,
omdat hij niet sterk genoeg is
om zijn borstkas te doen uitzetten.

 

Vertaald door Frans  Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Paula Hawkins, Walter Helmut Fritz

De Britse schrijfster Paula Hawkins werd geboren op 26 augustus 1972 en groeide op in Salisbury (het huidige Harare in Zimbabwe) in Rhodesië. Zie ook alle tags voor Paula Hawkins op dit blog.

Uit: A Slow Fire Burning

Inside Laura’s head, Deidre spoke. The trouble with you, Laura, she said, is that you make bad choices.
Too fucking right, Deidre. Not something Laura expected to say or even think, but standing there in her bathroom, shaking uncontrollably, blood pulsing hot and steady from the cut to her arm, she had to admit that imaginary Deidre was bang on the money. She leaned forward, her forehead resting against the mirror so that she wouldn’t have to look herself in the eye, only looking down was worse, because that way she could watch the blood ooze out of her, and it made her woozy, made her feel like she might throw up. So much blood. The cut was deeper than she’d thought, she ought to go to A&E. There was no way she was going to A&E.
Bad choices.
When at last the flow of blood seemed to slow, Laura took off her T-shirt and dropped it on the floor, she slipped out of her jeans, dropped her knickers, wriggled out of her bra, inhaling sharply through her teeth as the metal catch scraped against the cut, hissing, ‘Fuck fuck mother of fuck.’
She dropped the bra on the floor too, clambered into the bathtub and turned on the shower, stood shivering under the paltry trickle of scalding water (her shower offered a choice of very hot or very cold, nothing in between). She ran the tips of her wrinkled fingers back and forth over her bone- white, beautiful scars: hip, thigh, shoulder, back of skull. Here I am, she said quietly to herself. Here I am.
Afterwards, her forearm wrapped ineffectually in reams of toilet paper, the rest of her wrapped in a threadbare towel, sitting on the ugly grey pleather sofa in her living room, Laura rang her mother. It went to voicemail, and she hung up. No point wasting credit. She rang her father next. ‘You all right, chicken?’ She could hear noises in the background, the radio, 5 Live.
‘Dad.’ She felt a lump rise to her throat and she swallowed it.
‘What’s up?’
‘Dad, could you come round? I . . . I had a bad night, I was wondering if you could just come over for a bit. I know it’s a bit of a drive, but I—’
‘No, Philip.’ Deidre, in the background, hissing through clenched teeth. ‘We’ve got bridge.’
‘Dad? Could you take me off speaker?’
‘Sweetheart, I—’
‘Seriously, could you take me off speaker? I don’t want to hear her voice, it makes me want to set fire to things . . .’

 

Paula Hawkins (Salisbury, 26 augustus 1972)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

Silhouetten

Ze zouden zo sober
mogelijk moeten zijn
zei Etienne de Silhouette.
Het goedkoopste type portret.

Geen verhalen
over het leven van gevoelens

over overwegingen
bij verkeerd begrepen gebeurtenissen

over antwoorden,
die iemand zoekt
op het zwijgen van de ander.

Geen open ogen
die je ook zou kunnen bekijken
als je de afbeelding omdraait.

Slechts een schaduw,
waar je niet doorheen dringt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2021 en ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Martin Amis, Charles Wright

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: Inside Story

“The time was the summer of 1983, and the place was West London.
‘Durrants?’ said the hotel telephonist.
I cleared my throat—not the work of a moment—and said, ‘Sorry about that. Uh, hi. Could you put me through to Saul Bellow, please?’
‘Of course. Who shall I say is calling?’
‘Martin Amis,’ I said. ‘That’s eh em eye ess.’
A long pause, a brief return to the switchboard, and then the unmistakable ‘Hello?’
‘Saul, good afternoon, it’s me, Martin. Have you got a moment?’
‘Oh, hello, Marr-tin.’
Martin, in very early middle age, would for some reason try his hand at a polemical work entitled The Crap Generation. It would be non-fiction, and arranged in short segments, including ‘Crap Music’, ‘Crap Slang’, ‘Crap TV’, ‘Crap Ideology’, ‘Crap Critics’, ‘Crap Historians’, ‘Crap Sociologists’, ‘Crap Clothes’, ‘Crap Scarifications’—including crap body piercings and crap tattoos—and ‘Crap Names’. Well, Martin thought that ‘Martin’ was a crap name if ever there was one. It couldn’t even get itself across the Atlantic in one piece. Nowadays, true, most Americans naturally and relaxingly called him Marrtn. But those of Saul’s age, perhaps feeling the need to acknowledge his Englishness, came up with a hesitant spondee: Marr-tin. In Uruguay (where ‘Martin’ was MarrrTEEN, a resonant and manly iamb), Martin had an attractive friend called Cecil (mellifluously pronounced SayCEEL). And ‘Cecil’, similarly, was unable to ford the Rio Grande intact, and became a ridiculous trochee. ‘In America, man,’ said Cecil, ‘they call me CEEsel. Fuck that.’ Martin, on the phone, wasn’t going to say ‘Marr-tin? Fuck that’ to Saul Bellow. For the record we should additionally concede the following: ‘Martin’, in plain old English, wasn’t any good either. It was just a crap name.
I said to Saul, ‘Uh, you know the Sunday paper I wrote about you for last year?’ This was the Observer. ‘They generously said I could take you out to dinner anywhere I liked. Would you be able to fit that in?’
‘Oh, I think so.’
Bellow’s voice: he gave it to the dreamy, prosperous, but somewhat blocked and inward narrator of the spectacular fifty-page short story, ‘Cousins’. [M]y voice had deepened as I grew older. Yes. My basso profundo served no purpose except to add depth to small gallantries. When I offer a chair to a lady at a dinner party, she is enveloped in a deep syllable. Thus enveloped, I said,
‘Now I happen to know you like a nice piece of fish.’
‘That’s true. It would be idle to deny it. I am partial to a nice piece of fish.’

 

Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Na het lezen van Du Fu ga ik naar buiten naar de dwergboomgaard

Ten oosten van mij, ten westen van mij, volop zomer.
Hoe dieper dan elders is de schemering in je eigen tuin.
Vogels vliegen heen en weer over het gazon
op zoek naar thuis
Terwijl de nacht komt aandrijven als een kleine boot.

Dag na dag word ik van minder nut voor mezelf.
Zoals deze spotlijster
Vlieg ik van het een naar het ander.
Waar moet ik naar uitkijken op mijn vierenvijftigste?
Morgen is het donker.
Overmorgen is het nog donkerder.

De luchthonden janken.
Vuurvliegjes slepen de stilte van de avond mee
omhoog uit het vochtige gras.
In het tumult van de wereld, in de chaos van elke dag,
Ga in stilte, in stilte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stephen Fry, Charles Wright

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Troy

“Troy. The most marvellous kingdom in all the world. The Jewel of the Aegean. Glittering Ilium, the city that rose and fell not once but twice. Gatekeeper of traffic in and out of the barbarous east. Kingdom of gold and horses. Fierce nurse of prophets, princes, heroes, warriors and poets. Under the protection of ARES, ARTEMIS, APOLLO and APHRODITE she stood for years as the paragon of all that can be achieved in the arts of war and peace, trade and treaty, love and art, statecraft, piety and civil harmony. When she fell, a hole opened in the human world that may never be filled, save in memory. Poets must sing the story over and over again, passing it from generation to generation, lest in losing Troy we lose a part of ourselves.
To understand Troy’s end we must understand her beginning. The background to our story has many twists and turns. A host of place names, personalities and families enter and exit. It is not necessary to remember every name, every relationship of blood and marriage, every kingdom and province. The story emerges and the important names will, I promise, stick.
All things, Troy included, begin and end with ZEUS, the King of the Gods, Ruler of Olympus, Lord of Thunder, Cloud-¬Gatherer and Bringer of Storms.
Long, long ago, almost before the dawn of mortal history, Zeus consorted with Electra, a beautiful daughter of the Titan Atlas and the sea nymph Pleione. Electra bore Zeus a son, DARDANUS, who travelled throughout Greece and the islands of the Aegean searching for a place in which he could build and raise his own dynasty. He alighted at last on the Ionian coast. If you have never visited Ionia, you should know that it is the land east of the Aegean Sea which used to be called Asia Minor, but which we know as Turkish Anatolia. The great kingdoms of Phrygia and Lydia were there, but they were already occupied and ruled over, so it was in the north that Dardanus settled, occupying the peninsula that lies below the Hellespont, the straits into which Helle fell from the back of the golden ram. Years later JASON would sail through the Hellespont on his way to find the fleece of that ram. The lovestruck Leander would swim nightly across the Hellespont to be with Hero, his beloved.
The city Dardanus established was called – with little imagination and less modesty – Dardanus, while the whole kingdom took on the name Dardania.** Following the founder king’s death, Ilus, the eldest of his three sons, ruled – but he died childless, leaving the throne to his brother, the middle son, ERICHTHONIUS.”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Wegpiraten

Mijn reiskleren verlichten de middag.
Ik ben al heel lang onderweg
terug naar het verleden,
Die onverzoenlijke stad.
Iedereen wil met me mee, zo lijkt het, en ik laat ze.
Bloemen langs de weg drijven me tot het uiterste,
libellen
Zweven als lapus lazuli, daar, net buiten bereik.

Smalle weg, brede weg, wij allemaal erop, ongelukkig,
Onrustig, zeven meter tekort aan onsterfelijkheid
En nog een meter te kort om niet lang te leven.
Beter om in het hoge gras te gaan zitten
en naar de wolken te kijken,
Om onze gezichten naar de hemel op te heffen,
Aangezien – voor de meesten van ons – het leven een constante vergissing was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Koos Dijksterhuis, Charles Reznikoff

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Koos Dijksterhuis op dit blog

 

Piano forte

Ik zakte laatst voor het klavierexamen
men had mijn instrument onklaar gemaakt
en daardoor was ik van de wijs geraakt
de toetscommissie zou zich moeten schamen

Ik kampte onontkoombaar met problemen:
men mag een pianist geen toets afnemen!

 

Geklop

Hoor wie klopt daar kinderen
Hoor wie klopt daar kinderen
Hoor wie klopt daar, is ’t de zwarte knecht?

Nee, die is ontslagen
Al die hamerslagen
Zijn afkomstig van de zwarte specht.

 

Brand meester

Vier doden en een boel vakantiepech
Zou u wel zuidwaarts gaan met zoveel bosbrand?
Stel dat ineens een nieuwe vuurzee losbrandt!
Maar daar wuift het bestuur uw zorgen weg

Het meeste vuur, stelt men gerust, bedaarde,
bezoek dus zeker de verschroeide aarde.

 

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Winterschetsen

III

Vanuit het midden van het zwembad
in de betonnen bestrating een fontein
van keurige stralen; de wind verstrooit ze
over het water. De slordige bomen
laten hun bladeren op de betonnen tegels vallen.

IV

Langs de platte daken onder ons raam,
in de ochtendzon,
las ik de handtekening van de regen van afgelopen nacht.

V

De squadrons, pelotons en regimenten
van verlichte ramen,
kortstondig onder de Avondster –

feest, jij die de brug oversteekt
deze koude schemering
op deze honingraten van licht, de gebouwen van Manhattan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 23 augustus 2018 en ook mijn blog van 23 augustus 2016 en ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.

Griet Op de Beeck, Charles Reznikoff

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Griet Op de Beeck op dit blog.

Uit: Let op mijn woorden

“Van achter het raam keek Lise naar haar vader. Het was nacht. Niks bewoog. Haar moeder sliep, Lise had haar gesnurk gehoord tot op de gang. En hij zat daar, in de veranda, een schim in het donker. Hij nam een trek van zijn sigaret, de as lichtte op, oranjerood, de kleur van warmte. Hij hield een glas wijn in zijn hand en staarde naar de tuin. Het glas was groot, te groot bijna om nog wijnglas te mogen heten, maar het was het zijne, niemand anders mocht het gebruiken. Lise wist dat hij het vulde, leegdronk en opnieuw vulde voor hij ermee tevoorschijn kwam. Haar vader wist dat zij het wist, en dat hij erop kon vertrouwen dat ze het niet zou verklappen aan haar moeder. Ze vroeg zich af waarom hij de lamp niet had aangestoken_ Waarom hij naar buiten keek terwijl er niks te zien viel. Of hij nadacht over iets moois of iets vervelends, over iets wat verschoof of iets wat bleef Of hij nog droomde en waarvan dan. Hoe hij vroeger was geweest. Haar vader hield alleen van vragen als ze gingen over iets wat buiten hem lag, geschiedenis, de schone kunsten, talen zoals ze niet meer werden gesproken. De dingen zoals ze waren geweest, de dingen die controleerbaar waren. Hij legde zijn smeulende sigaret in de asbak, witte rook kringelde ongeïnteresseerd omhoog, hij nam een slok Er zat een verpakking om hem heen, dacht Lise, een beschermlaagje tussen hem en de wereld.
Ze wou dat hij omkeek Ze wou dat ze hem wilde vertellen wat er was gebeurd. Tot nu toe had ze gezwegen als de stenen, maar ze vroeg zich af hoelang het nog zou duren voor ze het moest opbiechten. Het was al bijna twee weken geleden dat ze het hadden uitgesproken, Evy en Sanne, zomaar, opeens, alsof ze weer op de lagere school zaten: dat ze geen vriendinnen meer wilden zijn. Sanne had met een vinger in haar haar gedraaid, zoals altijd wanneer ze nerveus was, maar Evy had het onbewogen meegedeeld, zakelijk bijna. Sindsdien liep Lise zich de kop te breken over wat ze anders had moeten doen, ook al had dat geen enkele zin. Evy en Sanne keken haar niet eens meer aan wanneer ze elkaar kruisten_ Ze was alleen nu. Opgejaagd wild dat tijdens pauzes ronddwaalde in de gangen van de school waar leerlingen dan eigenlijk niet mochten komen. Want wie in zijn eentje buiten stond, verdween niet in de massa, zoals Lise had gehoopt, maar werd een uitslaande brand, een smeulend wrak, een instortend gebouw, iets wat ongewild de aandacht zoekt. En dat wil niemand van vijftien zijn. Zij alvast niet. Zat er maar een afstandsbediening aan het leven, met een vooruitspoelknop. Over twee jaar en zeven maanden zou ze geneeskunde gaan studeren. Als ze in de eerste kandidatuur niet zou slagen, moest ze weer thuis komen wonen van haar ouders, en ergens in de buurt een opleiding volgen, dat hadden ze haar al op het hart gedrukt. Ze hoopte maar dat ze intelligent genoeg was. Haar vader had een IQ van 156, dat had ze op zijn Mensa-getuigschrift gelezen, het hare lag zeker lager.”

 

Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Winterschetsen

I

Nu die zwarte grond en struiken –
scheuten, bomen,
elke twijg en elk takje – plotseling wit zien van de sneeuw,
en de aarde helderder wordt dan de lucht,

ontkrult die ingewikkelde struik
van zenuwen, aders, slagaders—
mezelf –
zijn geknoopte bladeren
naar de stralende lucht.

Op deze beboste heuvel,
Bevlekt met sneeuw, hoor ik
alleen de smeltende sneeuw
van de twijgen vallen.

II: Metro

In stalen wolken
op het geluid van de donder
zoals de oude goden:
onze hemel, cement;
de aarde, cement;
onze bomen, staal;
in plaats van zonneschijn,
een licht dat geen schemering heeft,
noch ochtend noch avond,
alleen middag.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 22 augustus 2019 en ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.

X. J. Kennedy, Charles Reznikoff

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog.

 

B Negative

You know it’s April by the falling off
In coughdrop boxes-fewer people cough-
By daisies’ first white eyeballs in the grass
And every dawn more underthings cast off.

Though plumtrees stretch recovered boughs to us
And doubledecked in green, the downtown bus,
Love in a season–so your stab-pole tells—
Beds down, and buds, and is deciduous.

Now set down burlap bag. In pigeon talk
The wobbling pigeons flute on the sidewalk,
Strut on the breeze and click leisurely wings
As if the corn they ate grew on a stalk.

So plump they topple where they try to stand,
They peck my shoelaces, come to demand
Another sack, another fifteen cents,
And yet—who else will eat out of my hand?

It used to be that when I laid my head
And body with it down by you in bed
You did not turn from me nor fall to sleep
But turn to fall between my arms instead

And now I lay bifocals down. My feet
Forget the twist that brought me to your street-
I can’t make out your face for steamed-up glass
Nor quite call back your outline on the sheet.

I know how, bent to a movie magazine,
The hobo’s head lights up, and in its screen
Slow-motioning white hands undo a bra
And no director interrupts the scene:

I used to purchase in the Automat
A cup of soup and fan it with my hat
Until a stern voice from the change-booth crashed
Like nickels-Gentlemen do not do that.

Spring has no household, no abiding heat,
Quickens no bud from branches of concrete.
Spring warms me less than winter, that lays down
The soft conclusive evidence of feet.

The springer spaniel and the buoyant hare
Are half at home reclining in mid-air
And thinking it looked easy, once I tried
But couldn’t set a foot for long up there.

The subway a little cheaper than a room,
I browse the News—or so the guards assume-
And cautious, snuggled under comic sheets,
I hurtle in a mileaminute womb.

Down streets that wake up earlier than wheels
The routed spirit flees on dusty heels
And in the soft fire of a muscatel
Sits up, puts forth its fingertips, and feels

Down streets so deep the sun can’t vault their walls,
Where one-night wives make periodic calls,
Where cat steals stone where rat makes off with child
And lyre and lute lie down under three balls,

Down blocks in sequence, fact by separate fact,
The human integers add and subtract
And in a cubic room in some hotel
You wake one day to find yourself abstract

And turn a knob and hear a voice: Insist
On Jiffy Blades, they’re tender to the wrist
And brinked on plateglass chasms, lift the sash
And hurry down to see if you exist.

I know how, lurking under trees by dark,
Poor loony stranglers out to make their mark
Reach forth shy hands to touch some woman’s hair —
I pick up after them in Central Park.

 

X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Een groep verzen

I.
De hele dag heeft de stoep zwart gezien
Van de regen, maar in onze warme felverlichte
Kamer, godzijdank,
Bleef ik tegen mezelf zeggen,
En zonder een woord te zeggen,
Amen, heb je geantwoord.

II.
Vanuit mijn raam kon ik de maan niet zien,
En toch scheen zij:
Het erf tussen de huizen –
Sneeuw erop –
Een rechthoek de duisternis.

III.
Tussen de hopen baksteen en gips ligt
Een stalen balk, zelf tussen het afval.

IV.
Roerloos tussen daken, hun rook tussen de wolken,
Fabrieksschoorstenen – onze ceders van Libanon.

V.
Wat doe je in onze straat tussen de auto’s,
Paard?
Hoe gaat het met je neven, de centaur en de eenhoorn?

VI.
Aan wie van onze bezoekers ik de grootste hekel heb, weet ik niet:
De stille kevers of deze luidruchtige vliegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 21 augustus 2019 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 deel 2.

Anneke Brassinga, Li-Young Lee

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Slak

Leeg is hij gebaar van lopen,
naijlend leven
de lijn door hem gegroeid.
Hijzelf ontkwam, verlost.
Rest deze sterrenhemel,
opgerold gedicht.

 

Warnsborn

Kan ik ter wereld zijn gekomen
in deze zee van bomen? Een raam
tussen de takken, pannendak
rijst onpeilbaar hoog ten hemel,
omkruind. Geen tuin; bos
kruipt waar ik niet gaan kan.

Laat me verdwijnen. Ik weet niet
meer hoe het was, maak alles tot
het eerst geziene: zon door blad
op muren, het lonkend pad dat blijft
omzwerven de vensters zonder in-
zicht, overwoekerd geboortegraf.

 

Landgoed II

De dreven liggen blank
lippen dreven klanken uit
de eend kust me het oor
als hij op water landt. In gras
bespat met rag en licht
laat ik mijn muggen varen
botsend als sterren, lariks-
appels, alles dat veel is.

Gevechten woeden
tussen kauwen en spechten
wie weet wat ik wil, wie
geeft overhand? Ik kan niets
dan tot mij nemen, laten bekomen
tot het weer gaat, misschien
om weer te keren. Avond
schenkt me zich trouw.

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Samen eten

De forel in de stoomkoker is
gekruid met reepjes gember,
twee takjes groene ui en sesamolie.
We zullen hem met rijst eten als lunch,
broers, zus, mijn moeder die
het zoetste vlees van de kop zal proeven,
terwijl ze hem tussen haar vingers houdt,
behendig, zoals mijn vader weken
geleden deed. Toen ging hij liggen om
te slapen als een besneeuwde weg,
die door dennen slingert, ouder dan hij,
zonder enige reiziger, en verlaten door niemand.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 20 augustus 2019 en ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Meneer Wilder en ik (Vertaald door Otto Biersma)

“Zeven jaar geleden stond ik op een winterochtend op een roltrap. Het was een van de roltrappen waarmee je van de perrons van de Piccadilly Line op station Green Park op straatniveau komt. Als je ooit op een van die roltrappen hebt gestaan, weet je wel hoe lang ze zijn. Het duurt ongeveer een minuut om van beneden naar boven te komen, en voor een ongeduldig ingestelde vrouw als ik is een minuut stilstaan veel te lang. Hoewel ik die ochtend niet echt haast had, begon ik al gauw omhoog te lopen. Ik passeerde de stilstaande passagiers aan de rechterkant – met de gedachte ‘Ik mag dan bijna zestig zijn, maar ik kan het nog steeds, ik ben nog steeds fit’ – tot ik, op ongeveer driekwart van de weg omhoog, niet verder kon. Een jonge moeder stond aan de rechterkant en links van haar, hand in hand, stond haar dochter, een meisje van een jaar of zeven, acht. Ze had blond haar en droeg een rood regenjasje met capuchon waardoor ze een beetje leek op het meisje dat verdrinkt in het begin van Don’t Look Now. (Ik associeer alles met films, ik kan er niets aan doen). Er was niet genoeg ruimte om me langs haar te wurmen, en bovendien wilde ik het schattige tafereel van verbondenheid tussen een moeder en haar kind niet verstoren. Dus wachtte ik tot ze boven aan de roltrap waren, en keek ik hoe het meisje zich klaarmaakte om eraf te springen. Zelfs van achteren zag ik hoe ze zich voorbereidde, haar ogen waren ongetwijfeld gefixeerd op de bewegende treden voor haar, de spieren in haar kleine ledematen gespannen en vervolgens, toen het moment was aangebroken, volgde de plotselinge krachtsexplosie bij de sprong en landde ze veilig en wel op terra firma, waarna ze, ongetwijfeld opgelucht en uitgelaten vanwege haar hoogstandje, twee huppelpasjes maakte, nog steeds hand in hand met haar moeder die daardoor lichtelijk naar voren werd getrokken. En waarschijnlijk door die huppelpasjes, meer dan door wat dan ook, sloeg mijn hart een keer over, hapte ik even naar adem en keek ik vol verwondering en verlangen toe hoe de moeder en haar dochter in de richting van de poortjes liepen. Ik moest meteen aan mijn eigen dochters denken, Francesca en Ariane, die allang niet meer klein waren, en hoe voor hen, toen ze zeven of acht waren, simpelweg lopen soms niet genoeg was, het voelde vermoedelijk te gewoontjes en te saai om de diepe vreugde van het bewegen tot uiting te brengen, hun pas ontdekte besef van hun plek in de fysieke wereld, waardoor ook zij soms op een willekeurig moment opeens begonnen te huppelen of te springen, waarbij ze mij meetrokken, elk aan een hand, en soms begon ik ook te huppelen, om ze bij te houden en te laten zien dat ik net als zij kon genieten van de wereld, een genot dat mijn middelbare leeftijd nog niet uit me had gezogen.”

 

Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Een verhaal

Verdrietig is de man die om een verhaal wordt gevraagd
en kan er geen bedenken.

Zijn zoontje van vijf wacht op zijn schoot.
Niet hetzelfde verhaal, Baba. Een nieuw.
De man wrijft over zijn kin, krabt aan zijn oor.

In een kamer vol boeken in een wereld
van verhalen kan hij zich niet één
herinneren, en al snel, denkt hij, zal de jongen
zijn vader vaarwel zeggen.

De man leeft al ver vooruit, hij ziet
de dag dat deze jongen zal gaan. Ga niet!
Luister naar het alligatorverhaal! Nog een keer het engelenverhaal!
Je houdt van het spinnenverhaal. Je lacht om de spin.
Laat me het vertellen!

Maar de jongen pakt zijn overhemden in,
hij is op zoek naar zijn sleutels. Ben jij een god,
schreeuwt de man, dat ik stom voor je zit?
Ben ik een god die nooit mag teleurstellen?

Maar de jongen is hier. Alsjeblieft, Baba, een verhaal?
Het is eerder een emotionele dan een logische vergelijking,
een aardse in plaats van een hemelse,
die stelt dat de smeekbeden van een jongen,
opgeteld bij de liefde van een vader stilte is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.

Taije Silverman, Nikolaus Lenau 

De Amerikaanse dichteres, vertaalster en hoogleraar Taije Silverman werd geboren in San Francisco op 13 augustus 1974. Zie ook alle tags voor Taije Silverman op dit blog.

 

Grief

Let it be seeds.
Let it be the slow tornado of seeds from the oak tree
by the gates to the playground in May wind.
Today is mother’s day and someone said it is almost impossible
to remember something before you know the word for it
and the babies in their mothers’ arms
stare at the seeds and they don’t know
the word for falling.  Nor the word for sudden or whirling.
Let it be something that doesn’t last, not the moon.
Let it not be the rooftops that are so quiet.
Let it come to the white doorstep like rain and slide 
onto the sidewalk not knowing.  What is gentle if not time
but it’s not time that is gentle, what will happen in the future
does not matter.  Cicadas underground are called nymphs
and their wings look like tree seeds.  Trapped under skin
and as soft as the dirt that surrounds them.
Teneral is a word for the days between
when the cicada digs its way out of earth and begins to sing
and when its self and shell are still
a single, susceptible thing.  It is impossible
to remember.  Let it be the years
underground, molting nymph skin
and moving in the soil without sound. 
It’s not time that is gentle but what unknown sign,
a method of counting each spring through the roots of a tree.
How they learn from the taste of a root’s juice the moment
when in one rush they should push up to earth. 
Teneral, meaning not yet hardened, a sense before a memory
of the shell.  Let it be the sign in the cells
of the blind safe skin, the limbo of gold
walling here and there, where the baby waits
between a mother’s body and the air’s tears, he came
to my breast and rested, there was no before.
Let it be the gold room with its lack of door, that time
of day, cicadas will wait until sunset to break through the dirt.
Where did he go while I pushed?  Let it be.
We stood in the tunnel of seeds, windmills, a tree
had come to make promises.  Rain to stone, rain to street.
They seemed while they fell to be lifting and we waited, watching,
the baby without words for what we were seeing.
Seeds pushing roots, brick, and dirt don’t say
what they know about time. Rise.  For days the whole town will sing.

 

Taije Silverman (San Francisco, 13 augustus 1974)

 

De Oostenrijkse dichter Nikolaus Lenau werd geboren op 13 augustus 1802 in Csatád (in het Hongaarse deel van Oostenrijk-Hongarije). Zie ook alle tags voor Nikolaus Lenau op dit blog.

 

Eenzaamheid II

De wind is vreemd, waait langs je buiten mate.
De steen is dood. Jij zult slechts koelte erven.
Geen woord van troost zul jij van hem verwerven,
Noch kan het bleke rood van rozen baten.

Zij gaan je zonder acht op jou verlaten,
Alleen bekommerd om hun eigen sterven.
Loop verder: overal groet je verderven
In de van schepselen verstoken straten.

Jij ziet ze hier en daar uit hutten kijken.
Zij slaan de luiken dicht. Jij gaat voorbij.
Jij beeft van top tot teen: de hutten wijken.

Geen liefde en geen God. De weg bevriest.
De wind jaagt ijzig door de straat. En jij? –
De hele wereld is wanhopig triest.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nikolaus Lenau  (13 augustus 1802 – 22 augustus 1850)
Nikolaus Lenau door Friedrich Amerling, 19e eeuw

 

Zie voor de schrijvers van de 13e augustus ook mijn blog van 13 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 13 augustus 2019 en ook mijn blog van 13 augustus 2016 en ook mijn blog van 13 augustus 2011 deel 2.