Alain Mabanckou, Hermann Lenz

De Congolese dichter en schrijver Alain Mabanckou werd geboren op 24 februari 1966 in Congo-Brazzaville (Frans Congo). Zie ook alle tags voor Alain Mabanckou op dit blog.

Uit: The Lights of Pointe-Noire (Vertaald door Helen Stevenson)

My father was a small man, two heads shorter than my mother. It was almost comic, seeing them walking together, him in front, her behind, or kissing, with him standing up on tiptoe to reach. To me he seemed like a giant, just like the characters I admired in comic strips, and my secret ambition was one day to be as tall as him, convinced that there was no way I could overtake him, since he had reached the upper limit of all possible human growth. I realised he wasn’t very tall only when I reached his height, around the time I started at the Trois Glorieuses secondary school. I could look him straight in the eye now, without raising my head and waiting for him to stoop down towards me. Around this time I stopped making fun of dwarves and other people afflicted by growth deficiency. Sniggering at them would have meant offending my father. Thanks to Papa Roger’s size I learned to accept that the world was made of all sorts: small people, big people, fat people, thin people.
He was often dressed in a light brown suit, even when it was boiling hot, no doubt because of his position as receptionist at the Victory Palace Hotel, which required him to turn out in his Sunday best. He always carried his briefcase tucked into his armpit, making him look like the ticket collectors on the railways, the ones we dreaded meeting on the way to school when we rode the little ‘workers’ train’, without a ticket. They would slap you a couple of times about the head to teach you a lesson, then throw you off the moving train. The workers’ train was generally reserved for railway employees, or those who worked at the maritime port. But to make it more profitable, the Chemin de fer Congo-Océan (CFCO) had opened it to the public, in particular to the pupils of the Trois Glorieuses and the Karl Marx Lycée, on condition they carried a valid ticket. As a result they became seasoned fare dodgers, riding on the train top, in peril of their lives. It was quite spectacular, like watching Fear in the City at the Cinema Rex, to see an inspector pursuing a pupil between the cars, then across the top of the train…
Papa Roger walked with a lively step, his eyes glued to his watch – which made my mother say he was the most punctual man on earth. With him everything was timed to the exact minute. He left the house at six in the morning, took the bus on the Avenue of Independence, opposite the Photo Studio Vicky, and arrived in the centre of town half an hour later.”

 

Alain Mabanckou (Congo-Brazzaville, 24 februari 1966)

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Wat hetzelfde blijft

De zwarte mest van de herten,
Bleek gras als een blonde haarsliert
Of het hoge gras, het verdorde, dat goud glanst,
Bewogen door de wind, her en der:
Onveranderlijk zoals het altijd is.

Buiten de hoge bergen:
Dichtbij het groen, maar ver weg
Slechts een vleugje lichtblauw licht.

Of de rustende, dus jijzelf,
Verder komt dan de gehaaste?
Qua gedachte zou dat mogelijk zijn
Terwijl de kleine den naast je
Altijd op dezelfde plek blijft

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en eveneens mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

César Aira, Robert Gray

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

Uit: Een episode uit het leven van een landschapsschilder (Vertaald door Adri Boon en Luc de Rooy)

“Johanns overgrootvader, Georg Philipp Rugendas (1666-1742), was de grondlegger van het schildersgeslacht. Dat had ermee van doen dat hij in zijn jeugd zijn rechterhand was kwijtgeraakt; die verminking maakte hem namelijk ongeschikt voor het klokkenmakersvak, waar zijn familie zich van oudsher aan wijdde en waarop ook hij zich van kindsbeen of aan had voorbereid. Nu moest hij, oefenend met potlood en penseel, leren zijn linkerhand to gebruiken. Hij specialiseerde zich in veldslagen, en oogstte groot succes door een verbluffende precisie, die hij dankte aan zijn vorming als klokkenmaker en aan het werken met zijn linkerhand: omdat hij die hand normaal gesproken niet zou hebben gebruikt, dwong dat hem nu tot een zeer methodische disciplinering. Wat hem uniek maakte was het sublieme contrast tussen de verfijning van de weergave en het gewelddadige aspect van het onderwerp. Zijn beschermheer en belangrijkste afnemer was Karel XII van Zweden, de soldatenkoning wiens veldslagen hij vereeuwigde door mee te trekken met de legers, van het besneeuwde noorden tot het zinderende Turkije. Op latere leeftijd was hij een welvarende drukker en handelaar in prenten, ten natuurlijk uitvloeisel van zijn bekwaamheid om de krijg vast te leggen. Zijn drie zonen, Georg Philipp, Christian en Jeremias Gottlob, liet hij zijn negotie en techniek na. Zoon van eerstgenoemde was Johann Lorenz (1775-1826), de vader van onze Rugendas, die als schilder van de veldslagen van Napoleon, nog zo’n soldatenkoning, de rij sloot. Welnu, na Napoleon brak in Europa de 4e eeuw van de vrede’ aan met als logisch gevolg dat er voor de specialisatie van de familie steeds minder aftrek was. De jonge Johann Moritz, nog een adolescent in de dagen van Waterloo, moest dus ten andere richting inslaan. Zijn leerschool in het atelier van Adam, schilder van veldslagen, ruilde hij in voor lessen in her schilderen naar de natuur aan de kunstacademie van München. De `natuur’, die afgebeeld op doek en in prent misschien wel een interessante markt kon betekenen, was de exotische natuur in verre oorden, wat het kunstenaarschap koppelde aan zijn reislust; waar die hem heen voerde wad al snel duidelijk toen hij de kans kreeg zich aan te sluiten bij bovengenoemde expeditie. Amper twintig jaar en voor hem opende zich een wereld die hij al wel kende maar tegelijk ook nog helemaal moest verkennen, ongeveer zoals, in diezelfde tijd, het geval was met de jonge Darwin. De Fitzroy van Rugendas was baron Georg Heinrich von Langsdorff, die zich tijdens de oversteek van de Atlantische Oceaan zo ‘onhandelbaar en krankzinnig’ gedroeg dat de kunstenaar bij aankomst in Brazilië de expeditie verliet en zijn plaats afstond aan een andere getalenteerde schilder en documentalist, Taunay. Met die beslissing bespaarde hij zich heel wat problemen want er leek een vloek to rusten op de expeditie: Taunay verdronk in de rivier de Guaporé en midden in he oerwoud verloor Langsdorff ook het laatste beetje verstand dat hem nog restte.”

 

César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

Annotatie

Het leek me altijd dat neutrale dingen ons zouden helpen
als we maar de welsprekendheid
konden horen
van hun stomme dienstbaarheid.

Wat doen deze dingen van de wereld?
Zij onderwerpen zich
en ze volharden.
Ze bloeien. Ze vragen nergens om.

Ze nemen gewoon wat wordt gegeven.
Ze bloeien,
ineens, waar het leek alsof ze alleen maar volhardden.
Alles kan hen raken.

We zijn op zoek naar de wereld, tussen deze diversiteit
van het bestaan,
dat zich zo losjes heeft gevormd
in een chaotisch systeem.

Terwijl onze levens, zoals men kan zien, slechts een routineoffer zijn,
geconsumeerd en vergeten,
ergens in een hoek
in de hoven van de zon.

Wat kan duren? Alleen wat we hebben gemaakt
en onder ons
doorgeven, dat verdort in onze handen,
maar nooit gekend wordt zonder ons.

Dus nemen we de donkere wegen
in mooie kleding, elkaar groetend;
sorry voor de leegte
die niet kan zien wat we zijn geworden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Arnon Grunberg, Ishmael Reed

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: De dood in Taormina

“Tot ik Jona ontmoette was ik niet bang om te sterven.
Dit gebed dat geen gebed is, deze bekentenis die geen bekentenis is – je bekent schuld, al het andere is een afleidingsmanoeuvre – deze aanklacht die uiteindelijk ook dat niet is, ik mis het geloof om aan te klagen, deze liefdesbrief, nee dit antwoord op een liefdesbrief, een verlaat antwoord, beter laat dan nooit, is eigenlijk een poging een graf te graven. Een poging op te graven om beter te kunnen begraven, dit keer volgens de wet op lijkbezorging. Ik graaf een graf met woorden, ik heb overigens op wat brieven en erotische gedichten in het Engels na nooit geschreven, ik heb alleen vanaf mijn
elfde consequent in volzinnen gesproken en dat ben ik blijven doen, maar dat is iets anders, nu schrijf ik omdat ik niet kan praten, ik geef antwoord op vragen die lang geleden aan mij zijn gesteld, en bestaat een groot gedeelte van het leven niet uit die bezigheid? Uit vragen beantwoorden, zelfs vragen die alleen binnensmonds zijn gemompeld.
Dit had ook ‘Versies van Jona’ kunnen heten, maar uit- eindelijk gaat dit niet over Jona, dit gaat over mij en niet eens dat is helemaal waar, het gaat net zoveel over een internationale school in China en een dochter die niet aan haar vader durft te vragen: ‘Ga je naar de hoeren, pap, is dat wat je uiteindelijk gelukkig maakt?’ als dat het over het woordje ‘eigenlijk’ gaat en over Jona en mij, over een lokeend met een mes, en Rasmus en Aleppo en een cowboy zonder cowboyhoed die flirtte met de gevangenis
Ik was acht, het was een uitzonderlijk warme dag in mei, ik had een blauwe jurk aan met allemaal vissen erop, mijn enige jurk die ik zelf had uitgezocht. Die ochtend had mijn moeder gemompeld dat het weer was om de hele dag in een koud bad te gaan liggen en toen keek ze me dromerig aan, zoals ze me vaak aankeek, en ze zei: ‘Gesp je sandalen dicht. Straks verlies je ze.’ In mijn rugzak zat een trommeltje waarin elke ochtend vier rijstwafels en een appel werden gestopt, want ik hield niet van brood en al helemaal niet van kaas. Een van de eerste dingen die ik zei was: ‘Lus nie kaas.’ Nog voor ik goed en wel ‘papa’ of ‘mama’ kon zeg- gen had ik mijn ouders laten weten dat ik niets van kaas moest hebben.”

Normaal zat mijn moeder altijd op de bank met een boek in haar hand en de kat op haar schoot als ik uit school kwam en dan staarde ze me verbaasd aan alsof ze vergeten was dat ze een dochter had.”

 

Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

pas op: lees dit gedicht niet

vanavond, was er een thriller
over een oude vrouw, zo ijdel dat ze
zichzelf omringde met /
veel spiegels

het werd zo erg dat ze uiteindelijk
zichzelf binnen opsloot en haar
hele leven werd de
spiegels

op een dag drongen de dorpelingen
haar huis binnen, maar zij was te
snel voor hen. ze verdween
in een spiegel
elke huurder die het huis daarna
kocht verloor een dierbare aan

de oude vrouw in de spiegel:
eerst een klein meisje
toen een jonge vrouw
toen de jonge vrouw/s echtgenoot

de honger van dit gedicht is legendarisch
het heeft veel slachtoffers gemaakt
deins terug voor dit gedicht
het heeft je voeten naar binnen getrokken
deins terug voor dit gedicht
het heeft je benen naar binnen getrokken

deins terug voor dit gedicht
het is een hebzuchtige spiegel
je zit in dit gedicht. vanaf
de taille naar beneden
niemand kan je horen toch?
dit gedicht zit je tot hier
burp
dit gedicht heeft geen manieren
je kunt niet roepen vanuit dit gedicht
ontspan nu & ga met / dit gedicht

beweeg & rol verder naar dit gedicht

verzet je niet tegen dit gedicht
dit gedicht heeft jouw ogen
dit gedicht heeft zijn hoofd
dit gedicht heeft zijn armen
dit gedicht heeft zijn vingers
dit gedicht heeft zijn vingertoppen

dit gedicht is de lezer & de
lezer dit gedicht

statistiek: het amerikaanse bureau voor vermiste personen meldt
dat in 1968 meer dan 100.000 mensen
verdwenen zonder solide aanwijzingen
of sporen achter te laten slechts
een plek in het leven van hun vrienden

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ishmael Reed (Chattanooga, Tennessee, 22 februari 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2019 en ook mijn blog van 22 februari 2015 deel 1 en ook deel 2.

Sally Rooney, Björn Kuhligk

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 in Castlebar. Zie ook alle tags voor Sally Rooney op dit blog.

Uit: Beautiful World, Where Are You?

“A woman sat in a hotel bar, watching the door. Her appearance was neat and tidy: white blouse, fair hair tucked behind her ears. She glanced at the screen of her phone, on which was displayed a messaging interface, and then looked back at the door again. It was late March, the bar was quiet, and outside the window to her right the sun was beginning to set over the Atlantic. It was four minutes past seven, and then five, six minutes past. Briefly and with no perceptible interest she examined her fingernails. At eight minutes past seven, a man entered through the door. He was slight and dark-haired, with a narrow face. He looked around, scanning the faces of the other patrons, and then took his phone out and checked the screen. The woman at the window noticed him but, beyond watching him, made no additional effort to catch his attention. They appeared to be about the same age, in their late twenties or early thirties. She let him stand there until he saw her and came over.
Are you Alice? he said.
That’s me, she replied.
Yeah, I’m Felix. Sorry I’m late.

In a gentle tone she replied: That’s alright. He asked her what she wanted to drink and then went to the bar to order. The waitress asked how he was getting on, and he answered: Good yeah, yourself? He ordered a vodka tonic and a pint of lager. Rather than carrying the bottle of tonic back to the table, he emptied it into the glass with a quick and practised movement of his wrist. The woman at the table tapped her fingers on a beermat, waiting. Her outward attitude had become more alert and lively since the man had entered the room. She looked outside now at the sunset as if it were of interest to her, though she hadn’t paid any attention to it before. When the man returned and put the drinks down, a drop of lager spilled over and she watched its rapid progress down the side of his glass.
You were saying you just moved here, he said. Is that right?
She nodded, sipped her drink, licked her top lip.
What did you do that for? he asked.
What do you mean?
I mean, there’s not much in the way of people moving here, usually. People moving away from here, that would be more the normal thing. You’re hardly here for work, are you?”

 

Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Zonder kraag en als we dat dachten

De kleurenfilms worden bewaard in koelkasten
een geslachtsdaad kan in het trappenhuis
beginnen, ja, onder de dieren zijn
wij de droevigste

we kopen geld uit automaten
wij huren kamers voor de zomer
we lezen ’s morgens de krant en
ervaren déja-vu’s, we verwachten
liefdesbrieven die niet komen
we stellen ons een land voor en neuken
totdat een verlosser naar beneden gaat en
duwen winkelwagentjes door
een goed gevulde winkel

ja maar ALS WIJ DAT DACHTEN
zouden we op uitkijktorens staan, een boel
nomaden in het verstoorde licht
“Er zijn eerste tekenen”, zou iemand
fluisteren, “Een verbetering”
zou iemand eraan toevoegen en misschien
zou dan iemand zeggen: DE MENS ALS
KLEINSTE ECONOMISCHE EENHEID
gaat elke zondag taart halen of
staat voor een telescoopvizier
aan het eind waarvan het lichaam valt, HOU JE
HAAKS, BUREN, ja, het is voldoende
om te weten hoe een baardiris eruit ziet

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2021 en ook mijn blog van 20 februari 2019 en eveneens mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Michiel Stroink, Björn Kuhligk

De Nederlandse schrijver Michiel Stroink werd geboren in Oss op 19 februari 1981. Zie ook alle tags voor Michiel Stroink op dit blog.

Uit: Of ik gek ben

“Al meer dan drie jaar word ik elke ochtend om 6:29 uur wakker. Uit mezelf. Een minuut voordat mijn vierdehands radiowekker afgaat Ik kan het niet helpen. Ik laat me kennelijk niet verrassen door dat ding. Ik besluip hem en niet andersom. Voordat ik deze wekker toegewezen kreeg, heb ik er ook nooit een gehad. In mijn vorige leven had ik wat minder regels en wat minder bewakers van regels. Dat was pas een leven. Nu zit ik in het slechte vervolg en vind ik het zelfs lastig om terug te denken aan dat eerste deel. Op de klanken van de geestdodende verkwikking van Radio; sjok ik naar mijn wasbak. Eerst gooi ik wat water in mijn eigen gezicht en dan voor de zekerheid wat in dat van mijn spiegelbeeld. Sloom zuchtend, als een personage uit een Engelse slapstick, kijk ik mezelf aan. ‘Actie, oude man, er is op de startknop gedrukt’ zeg ik tegen mezelf. Want in drie jaar tijd ben ik tien jaar ouder geworden. Mijn haren pieken als een half uitgeniesde paardenbloem op mijn kruin. Mijn ogen zijn vale knikkers geworden, omlijst door uitgezakte oogleden. Mijn schouders hangen als die van mijn vader naar beneden en naar voren. Daarop wiebelt een ingevallen schedel (toch wel echt die van mi». Alsof ik zo’n komisch bedoeld poppetje voor op de hoedenplank ben dat meebeweegt met de auto. Ik lijk op een skelet en omdat ik dat stereotiepe beeld lijk te willen benadrukken, omlijst ik mezelf meestal met een wolk Marlboorook. Achter mijn rug word ik door andere patiënten wel eens ‘Casper’ genoemd. Of patiënten… gevangenen moet ik eigenlijk zeggen. Bewoners van tbs-kliniek De Regenboog. Dat zijn we officieel. En ze noemen me zo omdat ik lijk op een klein spookje uit een televisieserie. (In mijn vorige leven keek ik geen televisie, dus ik moest dit opzoeken.) Mijn ingevallen spookhoofd, de mysterieuze rookslierten, mijn afwezige aanwezigheid; ik kan me er wel iets bij voorstellen. Ik voel me ook niet bepaald levend in deze inspiratieloze omgeving. Langzaam stap ik in mijn oude, ongewassen spijkerbroek en sleur ik mijn gebreide en gescheurde kabeltrui aan. En ik begin met wachten. Wachten tot ik word opgehaald, om te wachten op de rest van de groep, om samen te wachten op het eten, waarna we wachten tot Grover klaar is met eten (Grover heeft geen tanden meer), om te wachten tot ik naar mijn werkplek word gebracht, om te wachten tot het werk klaar is, enzovoorts.
Mensen hebben eigenlijk een hekel aan tijd omdat die ze confronteert met hun sterfelijkheid. Het duurt gemiddeld 86,2 jaar voor je doodgaat. Elke seconde van iedere minuut kom je dichter bij het einde van je leven en dat is beangstigend. Soms denk ik dat ze ons daarom zo veel laten wachten. Op die manier vergroten ze de tijd uit.”

 

Michiel Stroink (Oss, 19 februari 1981)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Geen toespraken

(voor Tom Schulz)

GEEN TOESPRAKEN, het licht
zou de schaduwen moeten volgen

niets duidelijks, geen routekaart
een wirwar van stemmen

een begin van waaruit, misschien ook
iets heel anders, wie weet

bijv. sneeuwbanken in augustus of
een bowlingbaan die niet wordt gehuurd

de volgende dag, zo wenst men, een mond
die spreekt, een oor open voor beloften.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2019 en eveneens mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Nick McDonell, Björn Kuhligk

De Amerikaanse schrijver Nick McDonell werd geboren op 18 februari 1984 in New York. Zie ook alle tags voor Nick McDonell op dit blog.

Uit: An Expensive Education

“We do not leave our allies tied to trees! Hatashil had calmed down quickly, though, and delivered a lecture. Misunderstandings happen, he had concluded, but always restrain yourself Moalana had been grateful for Hatashil’s understanding in the face of so great a blunder. Moalana offered Teak a bit of khat. Teak accepted and began to chew. He did not enjoy the bitter taste, like cabbage. “Can I keep one?” he asked. “One bag,” Moalana laughed for the benefit of his men, “how will you keep one?” Before Teak could answer, Moalana cut him off. “Not one,” he said, and his men began loading the cases into the trucks. The boy sitting cross-legged, Teak noticed, had become distracted from robbery and was drawing in the dry dirt with his cleaver. An older boy called to him as the rest of the shifta put the gate back on top of the van and lashed it in place. Moalana waved his hand once from the window of his truck as it passed. Teak spat the khat out and watched them disappear down the track. The whole encounter had taken less than five minutes. The khat cases had worked. He was still in no hurry.
Miles down, hours later, off a track off the track, the scrub dissipated into rocky plain, but first, a blessed stream. On the bank a crooked date palm, a dozen huts, goats, and children like miniature guardian angels. Teak liked the look of it. He parked a hundred yards from the village so as not to further disturb the corraled livestock. A few tattered goats bleated at the Land Cruiser.
From his pocket, a key, and Teak unlocked the glove box, took out a sealed FedEx envelope. He stepped out of the car and stretched his legs, reflecting on the temperature as he put on the wrinkled jacket of his khaki suit. He wore the same thing everywhere, and it was cooler now. Not that he minded the heat. His pale skin had a permanent burn but that was fine with him. A short lifetime of New England winters had been enough. He checked the SIG P220 in his waistband, tucked the FedEx envelope under his arm, and walked to meet the children approaching him through the dry crackle of the burnt grass. Behind them, leaning mothers, knowing disdain. Then the most curious of the children was at his knee, looking up at him. Teak greeted the child in the local dialect, and the child was not old enough to find this strange. “Riddle!” said Teak, grinning whiter teeth than the child had ever seen in a grown-up. “Riddle me!” said the child. “My house has no doors,” said Teak. It was an easy and famous riddle about an egg, but the child was so young that Teak guessed it could be new to him, and he was right. The child ran back to commiserate with his fellows.”

 

Nick McDonell (New York, 18 februari 1984)

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

Tijdens het vrijdaggebed

(voor Katja Krauss)

TIJDENS HET VRIJDAG GEBED
de hoofddoek-gebogen vrouwen
in de velden, vanaf de minaretten
vallen de woorden als kringen om de huizen, ‘s avonds
schakelen sproeiers zichzelf in, de verrotte
kassen, een verzameling

tenten waarvoor twee kinderen bij het vuur
’s avonds het zwembad, integraal verlicht
tot in het lichtblauw, het getjirp van de krekels
in de dorpen staan huizen leeg, op de daken
roestende regentonnen LADIES
AND GENTLEMEN: MR. GERMANY, dan
de clubdans, handen omhoog en rechts en links
en benen wijd, JOUW NAAM OP EEN RIJSTKORREL
de zon seilt, dat weten we hier, zoals elke avond
achter de bergen ab, ZIJ ZULLEN HET NIET VERGETEN
de fotoserie waarin een stel aan zee
en vriendelijk naar het water kijkt
boven de naakte torso’s in de ochtend
drie straaljagers op weg naar het oosten
dan de clubdans, handen omhoog en rechts
en links zo maar iemand neemt de foto

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2019 en eveneens mijn blog van 18 februari 2018 deel 2.

Willem Thies, Jack Gilbert

De Nederlandse dichter Willem Thies werd geboren op 17 februari 1973 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Willem Thies op dit blog.

 

Terugtocht

Ik tracht me te oriënteren aan de hand vsn
(silhouetten van) kerken, torenspitsen, treinsporen

ik weet niet wanneer het is begonnen
te regenen maar

het water gutst in stromen van mijn voorhoofd.
ik strijk de haren uit mijn gezicht en kijk naar

mijn handen zijn nat (rood).
ik denk aan rozen ik zie sneeuw
(er zit grind aan mijn broekspijpen).

ik schraap wat sneeuw bij elkaar
druk koelte tegen mijn voorhoofd

ik voel me groot worden ik voel me een soldaat
(ver achter de vijandelijke linies)

ik recht mijn schouders en
marcheer noordwaarts.

 

Ik wil het geluid van brekend glas

voor Remco Campert

ik wil het geluid van brekend glas zonder schade
een sneeuwlandschap zonder koude
een scherp mes zonder geweld

m.a.w. ik wil het fenomeen zonder de betekenis
maar een dichter zonder metaforen is als
een roos zonder dorens

berlijn zonder muur
new york zonder torens
een pyromaan zonder vuur

 

Catachrese

Voor poot bestaat geen letterlijk woord
als het gaat om het stutten of steunen
van een voorwerp dat je kunt verschuiven. Schraapt
een stoel zijn voetzolen
over de vloer? Stoot hij zijn tenen, schaaft hij zijn rug?
(Is het blad van de tafel een huid die glanst van hardheid?)

Het hoofd van een familie of organisatie, oortje
van een kop, bebloede trofee op een schotel. Offer.

 

Willem Thies (Nijmegen, 17 februari 1973)

 

De Amerikaanse dichter Jack Gilbert werd geboren in Pittsburgh op 17 februari 1925. Zie ook alle tags voor Jack Gilbert op dit blog.

 

Verkeerd gaan

De vissen zijn verschrikkelijk. Ze worden op de meeste dagen
op de berg gebracht in de dageraad, mooi
en vreemd en koud van de nacht onder de zee,
de grote ruimte vervaagt voor hun platte ogen.
Zachte machinerie van het donker, denkt de man,
die ze wast. “Wat weet je van mijn machines!”
vraagt de Heer. Tuurlijk, zegt de man zachtjes
en snijdt erin, duwt het dozijn stutten terug,
komt bij de drab van iets verschrikkelijks.
De Heer houdt vol: “Jij bent degene die ervoor kiest
om zo te leven. Ik bouw steden waar dingen
menselijk zijn. Ik maak Toscane en jij gaat leven

met rots en stilte.” De man spoelt het bloed
weg en schikt de vis op een groot bord.
Doet de uien in de hete olijfolie en voegt er
paprika bij. “Je hebt het hele jaar zonder vrouwen geleefd.”
Hij haalt alles eruit en doet de vis erin.
‘Niemand weet waar je bent. Mensen vergeten je.
Je bent ijdel en koppig.” De man snijdt
tomaten en citroenen. Haalt de vis eruit
en maakt roerei. Ik ben niet koppig, denkt hij,
legt alles op de tafel op de binnenplaats
vol vroege zon, schaduwen van zwaluwen
vliegen over het eten. Niet koppig, enkel gretig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jack Gilbert (17 februari 1925 – 13 november 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Ingmar Heytze, Elke Erb

De Nederlandse schrijver en dichter Ingmar Heytze werd geboren op 16 februari 1970 in Utrecht. Zie ook alle tags voor Ingmar Heytze op dit blog.

 

Rorschach

Ik zwoer dat ik je niet zou schrijven.
Toen ik aan een brief begon,
een zware, zwarte brief om ’s nachts
te posten in een regenbui,
liep alles uit tot inktpatronen.

Lange zinnen dreven samen
tot een donkerblauwe brij.
Woorden vielen uit elkaar.
Letters gingen kopje-onder
en verdronken in de kantlijn.

Vlekken stolden tot jouw ogen.
Later kwam je mond omhoog
uit het papier en zei: je moeite
is ontroerend, maar je doet
altijd zo moeilijk, kijk,

de liefde is van brandhout
en een inktvlek is een inktvlek
en voorgoed voorbij.

 

De mimespeler gebaart

Lang geleden staken naalden
in mijn keel als ik wou spreken.
Er was een waslijst met gebreken
waar ik verder over zwijg
want steeds wanneer ik iets
wil zeggen: ja ik wil, pas op
een bus, of dat ik, help, niet
zwemmen kan, wordt mijn tong
een stop van kurk, schieten messen
door mijn huig en trekt mijn strot
het keelgat uit. Ik sta op feesten
en partijen, witgeschminkt en
levensmoe, verscholen achter
glazen wanden die ik aftast
met mijn handen doe ik er
zo goed ik kan voornamelijk
het zwijgen toe.

 

Najaarscollectie

Bij ‘Het wachten’ (1941) van Pyke Koch

De vrouwen die ik liefhad
dragen ijzige rokken van stilte
en kousen zwart rottend staal.

Ik ga gekleed in overjassen
van berouw en zelfbeklag
met afgestikt verleden.

Op de catwalk is het oorlog.
Links en rechts duwt men elkaar
een helse zee van flitslicht in,

stukken harder dan wij waren
en met minder reden.
Zie ons staan, de combinatie

van mijn leven, tijdloos,
winterklaar – wij wachten
op de sneeuw van vorig jaar.

 

Ingmar Heytze (Utrecht, 16 februari 1970)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

Oorspronkelijke accumulatie

Mierenstaat: huisvesting. People-verkeer.
En het stiefelt. Vervoert. Nacht-donkere, nacht-lege
arbeiderswijk. Nadelig, gekarteld, in alles.

Ogen: Mary van het land
weet door de eeuwen heen niet
dat ze van het land komt.

Geen op-bouw, geen boven-.
De krekel de viool.

wolk waar je bewolkt bent.
Een glorieuze meidag – in mijn gemoed.

Ogen: Robin van de plantage
is niet meer onder-, maar ook geen inbouw:
Zoals het gaat geeft niets.
Woorden architectuurinfectie zwakke structuurelementen.
Beschaving blanco – het “wezen van de boomgaard”.

De bedoeling om de Moloch te modelleren
(acceptatie en kneden van het probleem)
Verloren. Distels onthoofd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

Zie voor meer schrijvers van de 16e februari ook mijn blog van 16 februari 2019 en ook mijn blog van 16 februari 2018 en ook mijn blog van 16 februari 2016 en ook mijn blog van 16 februari 2015.

Richard Blanco

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Until we could (Fragment)

I knew me as much as us, and yet we couldn’t…

Though I forgave your blue eyes turning green
each time you lied, but kept believing you, though
we learned to say good morning after long nights
of silence in the same bed, though every door slam
taught me to hold on by letting us go, and saying
you’re right became as true as saying I’m right,
till there was nothing a long walk couldn’t resolve:
holding hands and hope under the street lights
lustering like a string of pearls guiding us home,
or a stroll along the beach with our dog, the sea
washed out by our smiles, our laughter roaring
louder than the waves, though we understood
our love was the same as our parents, though
we dared to tell them so, and they understood.

Though we knew, we couldn’t—no one could.

When the fiery kick lines and fires were set for us
by our founding mother-fathers at Stonewall,
we first spoke defiance. When we paraded glitter,
leather, and rainbows made human, our word
became pride down every city street, saying:
Just let us be. But that wasn’t enough. Parades
became rallies—bold words on signs and mouths
until a man claimed freedom as another word
for marriage and he said: Let us in, we said: love
is love, proclaimed it into all eyes that would
listen at every door that would open, until noes
and maybes turned into yeses, town by town,
city by city, state by state, understanding us
and the woman who dared say enough until
the gavel struck into law what we always knew.

 

Ergens richting Parijs

De via’s van Italië worden herinnering bij elke bocht
en klik van de treinwielen, bij elk spoorweg-
knooppunt dat we achterlaten, de duomo’s komen weer terug
in mijn verbeelding, ik verbeeld me al Parijs-
een fantasie van licht en marmer die zal ophouden
wanneer de trein stopt in Gare de l’Est en ik in
het daglicht stap. In deze ruimte tussen steden,
tussen het gedroomde en het dromen, is er
geen kaart – geen legenda, geen oude straatnamen
of pijlen om te volgen, geen rode stip die me verzekert:

je bent hier – en nergens anders. Als ik niet weet
waar ik ben, dan ben ik alleen deze hartslagen,
mijn ademhaling, de bergen die stijgen en dalen
als een golf die door het raam van de trein rolt.
Ik ben alleen met de maan op haar pad, starend
als een blanco pagina, getint en wit als de sneeuw
op de toppen die haar licht weerkaatsen. ik ben deze
eenzaamheid, nooit mooier, de boog van de ruimte
waar ik een paar uur doorheen reis, niets
aanraak en niets bewaar, met niets
om de nacht te ontkennen, de donkere dennen die wijzen
naar de sterren, dit leven, altijd in beweging en kalm.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn blog van 15 februari 2019 en ook mijn blog van 15 februari 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Close, close all night (Elizabeth Bishop), Richard Blanco

 

Bij Valentijnsdag

 

Romeo en Julia op het balkon door Julius Kronberg, 1886

 

Close, close all night

Close, close all night
the lovers keep.
They turn together
in their sleep,

Close as two pages
in a book
that read each other
in the dark.

Each knows all
the other knows,
learned by heart
from head to toes.

 

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)
Worcester, Massachusetts. De geboorteplaats van Elizabeth Bishop

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

Verbranden in de regen

Op een dag zou mededogen vereisen
dat ik mezelf bevrijd van mijn verlangen om mijn vader
te herscheppen, toe te geven aan de verliezen van mijn moeder,
minnaars te wurgen met woorden, hen te dwingen
om voor mij op te komen en de schuld op zich te nemen.
Vandaag was die dag: ik gooide ze, blad
na blad op het terras en verzamelde ze
tot een brandstapel. Ik wilde ze laten verdwijnen
in een gloed, kleine witte dwergen die imploderen
naast de azalea’s en ficusstruiken,
ze laten knetteren, barsten als gevleugelde zaden,
ze laten smeulen tot ragfijne sintels –
duizend grijze vlinders in de wind.

Vandaag was die dag, maar het regende, bleef
regenen. In plaats van vuur, waterdruppels
die aan deuren klopten, ramen tot natte
spiegels makend die mij reflecteerden in de eiken.
De tuinmuren en stenen zwollen
in spookachtigere tinten van zichzelf,
de windgong giechelde in de storm,
een koffiekopje dat overliep van de regen.
In plaats van te verbranden, veranderden mijn pagina’s
in waterlelies die over plassen dreven,
in kleine witte kliffen toen de zon onderging,
om tot slot de hele nacht onder de maan op te drogen
tot souvenirs van papier-maché. Vandaag
zou de regen hun levens niet laten verbranden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

Zie voor de schrijvers van de 14 februari ook mijn blog van 14 februari 2019 en ook mijn blog van 14 februari 2016 deel 2 en ook deel 3.