Leo Herberghs, Paul Violi, Claire Keegan

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Herberghs werd geboren in Heerlen op 21 juli 1924. Zie ook alle tags voor Leo Herberghs op dit blog.

 

Laatste zomerdag

Nog is de dag van melk en bloed
en klinkt muziek op alle winden,
nog stijgt het leven als een vloed
en schrijden zalig de beminden,
nog is het leven groot en goed.

Dra keren nachten, de ontzinde
uit de holen in een duistre spoed
en stijgen kreten in den blinde,
angst en verwarring in ’t gemoed.
Dra zal geen lief zijn lief nog vinden
en walmt de lucht van dood en bloed.

 

Park

Gij zegt mij na dat wij hier willen wezen
Een kleine tijd, de spanne van een waan
Om dan, genezen of ook niet genezen
De oude wegen verder te begaan.

Misschien zult gij de dagen nog wel vrezen
En weinig weten van het aards bestaan,
Maar van de bloemen, langs het pad gerezen
Zult gij de zin welhaast voorgoed verstaan.

Zij zijn zo stil, zij willen nauw bewegen,
Zij suizlen even in de oude regen
En sluimren in. Bezijden de fontein;

En als nog eens ik hier met u verschijn
Zal er nog meer zo maatloos zijn verzwegen:
Ik heb u lief. Maar laat mij eenzaam zijn.

 

Hij 1

hij verheft zich. verheft hij zich?
blijft zitten en nestelt zich
waar hij niet woont

komt naderbij waar hij staat,
roerloos vertrekt hij en wordt
zichtbaar waar hij verdwijnt

verzaakt aan wat hij niet heeft
haakt naar dat wat hij bezit
lacht als hij tranen heeft

 

Leo Herberghs (Heerlen, 21 juli 1924 – 11 mei 2019)

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

In het huisje van Messer Violi

De brievenbus, donkerblauw geverfd,
zit bovenop een gekantelde cederpaal.
Hij heeft een kleine rode vlag aan één kant
en hij is in elk opzicht opmerkelijk.

De Toyota op de oprit
is erg oud en ze zeggen
dat hij uit Japan komt.

In de gang staat
een immense hondenvoerbak.
Hij is gemaakt van iriserend roze plastic.
Hij is, zoals ik al zei, immens
en hij is afschuwelijk.

In de kitchenette staat een beeldje
van Ceres, godin van ontbijtgranen.

De vaatwasser is een Kenmore
en alle lof waard.

In de foyer biedt het oversized schilderij
van een karbonade
bezoekers veel mogelijkheden
voor een gesprek.

In de bediendenverblijf
hangen veel indrukwekkende werken
die de naderende dood benadrukken
en de kans op hellevuur.

Geplaatst op de brede esdoornhouten tafel
naast flessen cognac
staat een opnameapparaat
met een zilveren megafoon,
waar autochtonen vaak op uitnodiging
de mondelinge geschiedenis van hun volk
in schreeuwen.

Wij van wie de harten zijn gegrepen
door het leven, spotten met het idee van kunst
als loutere versiering: Zo
lijken zij te verkondigen,
de drie beelden die
het gazon van de buren sieren, gipsen herten
met echte kogelgaten erin.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De een Ierse schrijfster Claire Keegan werd in 1968 in County Wicklow geboren en is de jongste telg uit een groot rooms-katholiek gezin. Keegan reisde op haar zeventiende naar New Orleans, Louisiana en studeerde Engels en politicologie aan de Loyola University. Ze keerde in 1992 terug naar Ierland en woonde later een jaar in Cardiff, Wales, waar ze een MA in creatief schrijven volgde en lesgaf aan studenten aan de Universiteit van Wales. Vervolgens ontving ze een Master in filsofie aan het Trinity College Dublin. Keegans eerste verhalenbundel, “Antarctica” (1999), won vele prijzen, waaronder de Rooney Prize for Irish Literature en de William Trevor Prize, en was een van de “Best Books of 2001” van de Los Angeles Times. Haar tweede verzameling van veelbekroonde korte verhalen, “Walk the Blue Fields”, werd gepubliceerd in 2007. Keegans veelgeprezen ‘lange, korte verhaal’ ‘Foster’ won in 2009 de Davy Byrnes Short Story Award,  “Foster” verscheen in het nummer van 15 februari 2010 van de New Yorker en werd vermeld in de lijst “Best of the Year” van dat tijdschrift; het werd later in een langere vorm gepubliceerd door Faber en Faber. “Foster” werd in 2021 verfilmd en in mei 2022 uitgebracht als het veelgeprezen An Cailín Ciúin (The Quiet Girl). Eind 2021 publiceerde Keegan nog een novelle, “Small Things Like These”, dat zich halverwege de jaren tachtig in Ierland afspeelt.

Uit: Foster

“Early on a Sunday, after first Mass in Clonegal, my father, instead of taking me home, drives deep into Wexford toward the coast, where my mother’s people came from. It is a hot August day, bright, with patches of shade and greenish sudden light along the road. We pass through the village of Shillelagh, where my father lost our red shorthorn in a game of forty-five, and on past the mart in Carnew, where the man who won her sold her not long afterward. My father throws his hat on the passenger seat, winds down the window, and smokes. I shake the plaits out of my hair and lie flat on the back seat, looking up through the rear window. I wonder what it will be like, this place belonging to the Kinsellas. I see a tall woman standing over me, making me drink milk still hot from the cow. I see another, less likely version of her, in an apron, pouring pancake batter into a frying pan, asking would I like another, the way my mother sometimes does when she is in good humor. The man will be her size. He will take me to town on the tractor and buy me red lemonade and crisps. Or he’ll make me clean out sheds and pick stones and pull ragweed and docks out of the fields. I wonder if they live in an old farmhouse or a new bungalow, whether they will have an outhouse or an indoor bathroom, with a toilet and running water.
An age, it seems, passes before the car slows and turns in to a tarred, narrow lane, then slams over the metal bars of a cattle grid. On either side, thick hedges are trimmed square. At the end of the lane, there’s a white house with trees whose limbs are trailing the ground.
“Da,” I say. “The trees.”
“What about them?”
“They’re sick,” I say.

“They’re weeping willows,” he says, and clears his throat.
On the housefront, tall, shiny windowpanes reflect our coming. I see myself looking out from the back seat, as wild as a tinker’s child, with my hair all undone, but my father, at the wheel, looks just like my father. A big, loose hound lets out a few rough, halfhearted barks, then sits on the step and looks back at the doorway, where the man has come out to stand. He has a square body like the men my sisters sometimes draw, but his eyebrows are white, to match his hair. He looks nothing like my mother’s people, who are all tall, with long arms, and I wonder if we have not come to the wrong house.”

 

Claire Keegan (County Wicklow, 1968)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Arie Storm, Paul Violi

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Schoonheidsdrift

“Alles was achter de rug. Het gevaar was geweken en iedereen was blij. Mijn vriendin en ik zaten in de trein op weg naar huis, naar de metropool Amsterdam, en keken door het raam in de coupé naar buiten naar al het heerlijke groen dat daar aan ons voorbijtrok, en we floten opgelucht een zachte melodie voor ons uit. Het zand van het Waddeneiland hadden we van ons afgeschud – we hadden het van tussen onze huidplooien verwijderd en van onder onze nagels vandaan gekrabd – en ik zei tegen mijn vriendin dat ik moest bekennen dat er de afgelopen tijd ogenblikken waren geweest waarop ik, Tom van Santen, hoewel ik beslist geen pessimistisch karakter heb, de wanhoop nabij was. ‘Het was kantje boord, Fiona,’ zei ik terwijl ik door het raam naar de voorbijglijdende weilanden staarde.
‘Het staat buiten kijf dat de zaken een nogal grimmige aanblik boden, Tom.’
‘Ik zag geen uitweg meer. Op een gegeven moment wilde ik het bijltje erbij neerleggen en de handdoek in de ring gooien en de zee in lopen om nooit meer terug te keren. En toch, nu zitten we in de trein, op weg naar huis, en alles is tiptop, in kannen en kruiken, en kijk eens naar het uitzicht: de wereld is er nog. Maar zoiets zet je wel aan het denken.’
‘Ja, Tom.’
Ik wendde mijn gezicht naar het hare. ‘Er is een uitdrukking waar ik niet op kan komen maar die wel precies alles samenvat. Ik bedoel eigenlijk een gezegde. Een cliché. Iets wat mensen dan altijd zeggen. Een spreuk. Iets over dat alles naar ieders volledige genoegen is afgerond, hoewel het er aanvankelijk misschien niet op leek dat het in orde zou komen. Dat de lucht aanvankelijk bewolkt is, donkere wolken pakken zich samen en zo, maar dat die enkele uren later stralend blauw zal zijn.’
‘Eind goed, al goed, Tom?’
‘Ja, lieverd, dat zocht ik. Is dat niet door Shakespeare bedacht?’ ‘Dat weet ik niet precies. Hij heeft natuurlijk wel een stuk geschreven met de titel All’s Well That Ends Well. Maar hij, Shakespeare dus, liet zich voor het schrijven van dat stuk inspireren door Boccaccio. Dus die is er misschien al eerder over begonnen. Hoe dan ook, “eind goed, al goed” is een inkorting, een ellips, van: als het einde goed is, is alles goed. Meestal wordt de uitdrukking, want dat is het, gebruikt met betrekking tot een film of een boek.’
Daar kon je bij Fiona wel van op aan: die had haar dramatische, cinematografische en literaire verwijzingen op orde. En eerlijk gezegd was dat precies de reden waarom we zo in de problemen waren gekomen. Zonder haar was er niets gebeurd.”

 

Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

Nachtdienst

Ik luister naar de krekels en hoor
de machines op de bodem van de nacht.

Ze zijn allemaal gemaakt in Hong Kong
uit verwisselbare onderdelen.

Ze stijgen en dalen allemaal op dezelfde golf,
de krakende, onveranderlijke zee
die ze maakten uit geluid en de nachtlucht.

……………..Ik verbaas mezelf niet meer:
een gevoel van beweging maar geen vooruitgang, geen kust
in zicht anders dan slaap; en de gebruikelijke
onderweg gekrabbelde regels, de notities
die een alchemist hoort op drift in het alledaagse
zonder symbool voor het verrassingselement.

Maar om dan in plaats daarvan je hand te voelen, handpalm omhoog
op het bed als een bootje in het donker,

met alles een moment in rust
voordat alles van jou uit het niets
op mij landt met een prachtige lach, een toefje haar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2020 en eveneens mijn blog van 20 juli 2019 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Steffen Popp

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Auratische Flurkunde

I
Unmerklich stilbildender Wind aus Nordwest
und das Garagentor formen ein strömendes Rechteck
das emotionale Projekt, verstimmt
hängt es vor uns, in der Luft, atmet angestrengt
wir suchen die Ordnungen der Liebe
im Gespräch zu binden, auf langen Waldgängen
durch Nebel.

II
Das Herz schäumt groß in seiner Schmerzenslaube
wildes Gerank, Geschrei, trockene Rosen, Stille
Dunkelheit wächst geometrisch, in leisen Reihen
im Seerosengürtel der Insel, treibendes Entengrün
und Wälder sind und
Gründe, darin du schwindest
das Areal, naturidentisch, korrekt bebrütet
die Einsamkeit deiner Gummistiefel, pragmatisch
unter den weißen Knien
und tönt nicht, durch das Gegröl verirrter Zeugen
der Biosphärengesang deiner Schwäne, am Abend.

III
Immer in Graden von Müdigkeit
eingeschneit in Gebirgen, der Ebene, dem eigenen Leib
begegnen – einem
in selbst erzeugten Nebeln, fern
schwimmenden, lichtüberwachsenen Ufer …
Seltsame Korrespondenz mit Narzissen, Steinbrech
diese besondere Technik hieß »wohnen«, »Zuhaus«
wir aber wollten tiefer, in den Destillen der Zartheit
das unverstörte Ja niemals beenden
die Wörter, ihr Elend, Pinguinspuren im Packeis
– dir zusehen beim Gehen, Atmen, deine kindischen
Fäuste betrachten im Schlaf …

IV
Das Sprechen zermürbt die Gemeinde der Schmerzen
Zukunft besiedelt das Denken wie ein Pilz, wie Feuer
ein rotes Pferd steht in der Rotunde, aus Kupfer
das Blut in deinen Fingern, die Festbeleuchtung
hängt in den Kronen wie ein verwelktes Klavier.
Unruhig herumlaufen, einzelne Tasten anschlagen
manchmal lockt die Musik etwas hervor
der Augenblick, eine Sehnsucht im Spiel der Zweige
Liebende aus schlechtem Stein künden die Nacht an
kalte Fusion, Kentaur
wer in den Umkreis der Bäume tritt, ist allein.

 

… wilde de boom nader identificeren

… wilde de boom nader identificeren, wreef mezelf
tegen zijn bast, mijn kenmerken de vacht van een ezel
de met modder bedekte huid van een bruine pad
in de herfst – wreef met mijn bomen, hout

en struiken, tegen de boom. Hij zei niets,
gooide alleen schors, resten van vogels, bladeren
vanaf verdiepingen, aan het zicht onttrokken,
op mijn zingende hoofd. Bleef waar, onbereikbaar

in zijn traagheid, nabijheid die uit oneindige
verte me aanspoorde tot dwaze sprongen, droevige
loofgezangen – zo leefden we zij aan zij
twee wezens, welnu, toen hij iets zei, was ik het

toen hij zweeg. Lange tijd dacht ik dat ik alleen
een wat grovere kever was op zijn houten lijf
later echter over velden naar huis gegaan
leek het me dat hij alleen was, onder sterren, dieren

die hem impulsen, stijlen, al was het maar als kenmerken
aandroegen, zich wreven hem omcirkelden, weg liepen
Ik was slechts een van hen en hij had genoeg voor ons allemaal:
aan taal, aan liefde, aan eten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Iris Murdoch, Rainer Kirsch

De Iers-Britse schrijfster en filosofe Iris Murdoch werd geboren in Dublin op 15 juli 1919. Zie ook alle tags voor Iris Murdoch op dit blog.

Uit: Living on Paper: Letters from Iris Murdoch 1934-1995

“To David Hicks. Waller Avenue Bispham Blackpool, March 21st,1941
Dear David,
You will hardly believe, after this long interval of silence, how many times I have been on the point of writing to you. However between the what’s its name & the thingummybob falls the shadow as TS Eliot says, & to that shadow I have invariably succumbed — not in this matter only. I liked your letter (your letter alas my conscience of May 22nd 1940) very much. Your gift of words has not deserted you, whatever other noble qualities are being blown away in the sandstorm. It seems an arid noonday world you’re living in — but you still very much alive in the middle of it with the dew not quite dry on your hair — twisted satyr of Palmer’s Green. Seriously though, you seem to be pretty good at making the best of what I can well imagine is a hellish bad job. How go the prospects of becoming a great man? Does Hicks pasha hold the Middle Eastern fortunes in the palm of his hand? Young Alcibiades, according to Grote,22 had all the qualities of greatness except character. By which he means some sort of moral code. I’m not quite sure what the relevance of that is. I’m not sure whether or not you have a moral code. You sometimes remind me of Alcibiades. You will be successful I have no doubt — good luck to you. Myself, I continue my work in a faded, disintegrating, war- minded, uneasy, evacuee-haunted Oxford that likes me not. Everyone is younger & far more hysterical. Youthful dons & adult male undergraduates are as rare as butterflies in March. The halt the lame & the blind are left to us. However, I’m enjoying Greats very much —my strengthening mind takes fearlessly to its wings now & learns to scorn the dull earth. (Too much German philosophy, that’s what it is.) Ancient history too — not so ancient either if one approaches it rightly — Athenian imperialism in the ascendant — long long talks in the Agora23 — strange new philosophies in Ionia — insolent Athenian penteconters ranging the Aegean,24 where now the Royal Hellenic Navy (underfeared since the battle of Salamis) chases the miscreant Italians (non sunt quales errant25) off the sea. But indeed I don’t spend all my time battening on this manna —(though, fainthearted, I sometime wish I could.) You may be amused to hear that I am chairman of the OULC. Fuit Ilium.26 How has our glory departed when such as I have greatness thrust upon them. England now (you wish you were home?) though by no means in all respects a pleasant land, is certainly a very interesting one. I wouldn’t like to have missed this last year in England — It’s certainly possible, as you may imagine, to feel very melancholy at the things that are happening. I’ve seen a lot — in London, Liverpool, Bristol —that has made me very bitter & unhappy at the time & afterwards. I’ve also seen a lot that surprised & encouraged me. The people of England (who according to Chesterton have not spoken yet27) are not such a bad crew. It’s platitudinous now to say they’re brave — but they have other qualities too. They could build something very fine if they set their minds to it. I get moods when I want to rush out of Oxford, much as I love the place, & never look back. Oxford is a gentle civilised city full of elderly German Jews with faun-eyes & Central European scholars with long hair & longer sentences. But I am homesick for a world more bitter & beautiful & human than Oxford could ever be. Well, I shall hardly avoid the bitterness, whatever happens. Most times though I’m glad enough to take my fair hour — I may be filling shells soon enough anyway — & I may find later on that fighting for a good cause is a full time job. Heigh ho. Heydiddlediddle the cat & the fiddle. I met Alastine the other day. She told me you were in Cyprus.”

 

Iris Murdoch (15 juli 1919 – 8 februari 1999)

 

De Duitse dichter en schrijver Rainer Kirsch werd geboren op 17 juli 1934 in Döbeln. Zie ook alle tags voor Rainer Kirsch op dit blog

 

Zwemmen bij Pizunda

Groen is de zee bij Pizunda, soms
Blauw, zwart van schepen, zwem erin
Zo ver als hij je draagt en draai je op je rug: Zo
Zie je de Kaukasus met witte toppen
En rust in de zee; en dit is rust. Nauwelijks
Wiegend, en door het doorzichtige
Dat om je heen is, grenst duidelijk aan je huid;
Vooraan op het stenen strand glijden de gezichten
Af van de bazen, die met de ogen knipperen, om hen heen betaalde
Natuur, op de buik spetterend in het water:
Ze kunnen het niet. Groot is de Kaukasus. Met weinig inspanning
Lig je in balans, maak je armen los en
Voel jezelf of de zee, zoals meisjes meestal doen voordat ze opengaan
(Dan komt, die in elkaar stort, de lust);
Hier echter is het midden. Tussen zee, rots, sneeuw, lucht,
Zwartgroene bossen. Dit
Was het ogenblik, nu glijd, drijf, licht
In boven de zee – hier
Is de triomf van het lichaam: ik, niet vermoord
In deze eeuw! Zwem
Niet snel, niet langzaam door wat er om me heen stroomt
Aan een stenen oever bij Pizunda.
Ik heb nog veertig jaar, of meer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rainer Kirsch (17 juli 1934 – 14 september 2015) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

Volker Kaminski, William Irwin Thompson

De Duitse schrijver Volker Kaminski werd op 14 juli 1958 in Karlsruhe geboren. Zie ook alle tags voor Volker Kaminski op dit blog.

Uit: Herzhand

„So sah sie aus, Helges Werkstatt. Der Küchentisch war das Brett vor seinem Kopf, auf dem er mit beiden Händen schrieb. Viele Jahre war seine Werkstatt im Dornröschenschlaf gelegen. Jetzt half der Cognac. Er diente ihm dazu, sich an die wichtigste Zeit seines Lebens zu erinnern. Zehn Jahre cognacfreie Zeit lagen hinter ihm. Er schrieb von Elena und Erik in klaren, dichten Sätzen.
Elena war wie eine große, spröde Kiefer. Ihre zarten, schlanken Nadeln lagen für Erik unerreichbar hoch. Erik stellte sich vor, die Kiefer stünde in ihrem Durchgangszimmer. Der raue Stamm ragte in die Höhe und warf einen scharf gezeichneten Schatten an die Wand. Elena war für seine Verhältnisse überdimensional, sie überstieg seinen Horizont. Nur die geräumige Wohnung mit
den hohen Wänden, den schlauchartigen Zimmern, den großzügigen Fensterflügeln ermöglichte ihr Zusammenleben. Sie wetteiferten jeden Tag, wer von ihnen freier war. Unabhängiger von Konventionen und althergebrachten Ansichten.
Erik liebte die stolze Kiefer, gegen die er bloß ein ordinärer Laubbaum war. Er war das, was der Boden aus ihm machte, und konnte sich nicht vorstellen in den Himmel zu wachsen.
Eriks Baum verlor zu gewissen Zeiten seine Blätter, zu anderen Zeiten wuchsen sie ihm neu. Dagegen blieb die Kiefer stets grün. Sie warf keinen Schatten und ließ sich die Sonne auf ihr luftiges Geäst scheinen. Im Hintergrund stand die Mauer, ein abschreckendes, drei Meter hohes Bollwerk mit einzementierten Glasscherben und Stacheldraht auf dem Mauersims. Davor ragte die Kiefer steil in die Höhe.
Über die Mauer hinaus zu denken, sie in der Phantasie niederzureißen, war Ansporn ihrer täglichen Begriffsarbeit. Erik und Elena dachten sich ein Leben aus, in dem es keine Mauern gab. Die Vorstellung, vertraute Gehäuse zu sprengen, reizte sie so sehr, dass sie lachen mussten. Elenas Gelächter war nicht laut, aber entwaffnend. Ihr Lachen war kaum hörbar, erfasste sie aber jedes Mal am ganzen Körper. Sie lachte so, wie sie jede andere Tätigkeit betrieb. Wenn Elena arbeitete, dann bedeutete die Arbeit alles für sie. Wenn sie las, spiegelte sich der Text in ihrem Kopf.
Schrieb sie, verlor sie die Übersicht. Die Wörter entzogen sich der Kontrolle. Nie klangen ihre Sätze so, wie sie es wollte.
Erik kannte ihre Klagen über das Schreiben und sagte: Lass die Sätze doch klingen, wie sie wollen, es sind Anarchisten, die keiner Macht auf Erden gehorchen. Deine Sätze gehorchen dir aber, sagte sie, warum tun meine das nicht? Darauf wusste er keine Antwort. Über viele Jahre sah er Elena mit ihren Sätzen ringen. Die Vergeblichkeit schien neben ihr als unsichtbarer Schattenbaum zu wachsen.”

 

Volker Kaminski (Karlsruhe, 14 juli 1958)

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

Nachtwacht

Noem deze nacht catacombe,
dit gekozen werk,
gebroken sacrament.
Babels gave van tongen,
poëzie breekt de hemel uit elkaar.

Dus naar de hel met kunst,
morgen ga ik beginnen
onvervloekt voor Hem alleen.
(Mag ik de tong laten buigen
sprakeloos als knieën
en een altaarrek maken van brute tanden?)

Ooit
met opengebroken mond
blunderend als zijn ogen,
tuimelde Saul af van zijn beest,
en hervond het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (Chicago, 16 juli 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel een en ook deel 2.

Rien Vroegindeweij, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog. 

Poëzie is voor mij een verhaal

Poëzie is voor mij het verhaal
Dat men mij vroeger vertelde
Van een man die op zijn zolder
Een vliegtuig van beton gebouwd had
En trots tegen iedereen zei
Dat het wel kon vliegen
Maar niet door het dakraam kon

 

Waarom ik geen journalist werd

Het waren eenvoudige mannen, arbeiders
in manchester pakken, weduwnaars,
ongetrouwde boerenknechten

en hier en daar als miskende intellectueel
een bleke letterzetter.
Ik luisterde ter hoogte van hun heupen

hoe ze hun eigen mythen schiepen
waarin een aardappel de gestalte
van een god kon aannemen,

kwade geesten in de gewassen huishielden
en de geschiedenis werd gepeld
als een ui die zoals bekend, geen kern heeft.

 

Bezoek

Niemand kwam er.
Hij werd steeds eenzamer
En alsmaar bekwamer
In het bewonen van zijn kamer.

De ramen groeiden dicht
Van vet en stof, geen zicht
Had hij nog op enig licht
Of schemering, een lichtgewicht

Werd hij, vel over been.
Een kapstok, zo ging hij heen.
Alleen en alleen en alleen.
Allang toen hij was heen –

Gegaan, ging plotseling de bel.
De buren riepen: Zie je wel,
Hij doet het toch, de bel!
En nu is hij niet thuis. Of wel?

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Gedicht, heel vroeg

Om vijf uur ’s ochtends wekt me
het geluid van een enkel cirkelend vliegtuig;
Ik vecht nog steeds aan de randen
van slaap om de rest van een droom;
de vogels krijsen voordat het dreunen
begint van een land met volledige werkgelegenheid;
Verschrikkelijk wordt de zomer, gelukkig de buren
op stukken land vlakbij de snelweg;
sommigen hebben het opgegeven, voorbij
is de mooiste tijd en dat telt niet;
gisteravond hoorde ik mensen praten
in tuinen, geluiden van ouder worden;
vele jaren geleden ondervond ik na elke teleurstelling
de volgende, toen wist ik meer;
zo begint de dag, de Volkswagens snorren,
realiteit met de krant, ergens anders nog sneeuw.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Jhumpa Lahiri, Jürgen Becker

De Amerikaanse schrijfster Jhumpa Lahiri Vourvoulias werd geboren op 11 juli 1967 in Londen. Zie ook alle tags voor Jhumpa Lahiri op dit blog.

Uit: Waar ik nu ben (Vertaald door Manon Smits)

“Af en toe kom ik bij mij in de wijk een man tegen met wie  ik  een  relatie  had  kunnen  hebben,  misschien  zelfs  een  leven.  Hij  is  altijd  blij  om  me  te  zien.  Hij  woont  samen  met  een  vriendin  van  me,  ze  hebben  twee kinderen. Ons contact blijft beperkt tot een wat langer  praatje  op  het  trottoir,  een  snelle  kop  koffie,  misschien een stukje samen oplopen. Hij vertelt me enthousiast,  druk  gebarend,  over  zijn  plannen,  en  onder  het  lopen  komen  onze  lichamen,  toch  al  heel  dicht  bijeen,  gesynchroniseerd,  nu  en  dan  discreet  tegen elkaar aan. Op een keer ging hij met me mee naar een lingerie­zaak omdat ik een panty moest uitzoeken voor onder een nieuwe rok. Ik had de rok net gekocht, ik had de panty nodig voor een etentje die avond. Samen voel­den we aan al die weefsels die op de toonbank lagen uitgestald, al die kleuren. De staalkaart leek net een boek  vol  dunne,  transparante  lapjes  nylon.  Hij  was  volledig op zijn gemak tussen de beha’s en de negli­gés, alsof we in een ijzerhandel stonden in plaats van in  een  lingeriezaak.  Ik  twijfelde  tussen  groen  en  paars. Hij was degene die me overtuigde om paars te nemen,  en  terwijl  de  winkeldame  de  panty  in  een  zakje deed, zei ze: Je man heeft er kijk op. Die  ontmoetingen  zijn  een  aangename  onderbre­king op onze gebruikelijke afzonderlijke omzwervin­gen. We genieten van onze vluchtige, kuise genegen­heid. Zo kan het nooit meer worden, het kan nooit uit de hand lopen. Hij is een eerlijke man, hij houdt van mijn vriendin, van hun kinderen. Ook ik heb genoeg aan een stevige omhelzing, ook al deel ik mijn leven met niemand. Een kus op beide wangen,  een  wandelingetje,  een  stukje  samen  oplo­pen. Zonder erover te praten weten we dat we ons, als we  dat  willen,  zouden  kunnen  wagen  aan  iets  ver­keerds, iets nutteloos ook. Deze ochtend komt hij wat verstrooid over. Pas als ik vlak bij hem ben herkent hij me. Hij loopt op een brug, hij komt van de ene kant, ik van de andere. In het  midden  blijven  we  staan  kijken  naar  de  schim­men van de voorbijgangers die worden geprojecteerd op de muur langs de rivier. Het lijken net geesten die achter elkaar wegschieten, gehoorzame zielen die van de ene wereld naar de andere overgaan. Het wegdek van de brug is vlak, maar toch lijkt het alsof de schim­men  –  ongrijpbare  figuren  tegen  die  solide  muur  –  omhooggaan,  steeds  verder  omhoog.  Net  gevange­nen  die  zwijgend  op  weg  zijn  naar  een  noodlottige  eindbestemming.”

 

Jhumpa Lahiri (Londen, 11 juli 1967)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Dorpsrand met tankstation / 2

Gisteren. De prijs van benzine. Alles was gisteren
zegt Moritz de pompbediende, oorlog en anti-oorlog.
Hij kijkt naar de straat en steekt zijn arm op als
de tractor langs komt en de chauffeur
zijn arm opsteekt. We leven van olie, toch of
we sterven. De mais heeft nog tijd.

Maar de rogge staat laag. Te laag
staat de rogge. De tractorbestuurder stopt en haalt
wat pruimen van de boom. de weide
laat hij liggen. De weide is verdord.

Brussel waarschuwt. De Eifel onderschept de zeebries.
Het oosten bouwt geen wolken meer op, en daarginds
staan oude mensen bij het hek. De schaduw van de gevel
verschuift totdat hij in de open schuur valt.

Morgen is het dinsdag. Tot die tijd blijven de cijfers
stabiel. Moritz legt de hoorn op de haak en ziet
de pick-up de oprit opdraaien. De zakken wortelen
voor de manege. De pompbediende weet ervan :
Vroeger cavalerie. Het oude was vroeger, de dageraad
in de weilanden, patrouilles onder de pruimen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel

zeg me lief is het verwonderlijk niet
dat wij elkaar de keel dichtknijpen in dromen

in werkelijkheid kijken we de ander wat aan
zonder in jaarcijfers uit te drukken doel

de koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren
ik lees op een schwarzenegger-affiche:
wie een dubbelleven leidt kent tweemaal zoveel gevaren

we kunnen naar afrika gaan en ons laten dragen
door een oude van dagen met een lege maag
we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en
onderduiken onder een rijdende trein

bel me als het niet meer gaat
ik heb een antwoordapparaat

 

Outperformer

heb ik echt jouw tong nodig voor dit gedicht
kan het niet in het licht bij het brommen van de droger

waarom werk ik mezelf ’t ij in tijdelijk blij
klappertandend bij het display van m’n sony dreammachine
hell yeah maar de moeder met d’r goulash uit een boek
hell yeah maar de vader met zijn harmonicabuik de armen wijd voor het shot

tongafbijter
rodeloperzuiger

mijn chrysler neemt een duik in de coentunnel
de motor vroahm! ik kies de linkerbaan
het is een amusementsmachine liefste
alles is waan en daarom wijs jij naar de maan en zeg je maan
ik kan er een cameraploeg op afsturen maar het blijft de maan en jouw vinger

koket claimt babet het slettendom
en wij papaatjes pijpgraag eromheen
alles moes en plet en op sterk water gezet

wreed maar bedenk dit is enkel nog maar binnen de cocon
buiten de cocon trekken we dorpen binnen tillen putdeksels op
besprayen de rat tot ie twist

je vraagt je af wat doet rat in onze bruingedouchte badkamer
je vraagt je af waarom rat niet in riolen
je vraagt je af waarom putdeksels niet gesloten de scoop verholen
lommerige sprietinjemondhoektijd
dingdong in het diminuendo klopklop van je riktik

kan het niet in het licht
moet het jouw tong lebb’rend en zwabb’rend
met de farce van thuis in gevecht met de kruk
de drempel en het licht
de ravage die ik aanricht als ik droom

deel wat je ziet in vakken op en tracht ieder vak afzonderlijk te duiden

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Voor de middag

De asters of de kunstvereniging, je wilt het
preciezer weten. ‘s Middags misschien als
de schaduwen langer worden en het gefluit stopt,
dat uit een van de bovenste ramen komt. Je kunt
ook van onderwerp veranderen, motieven zoeken buiten
het tuinhek waarachter de horizon begint.

Er hangen wat oude cv’s in de kast, en
als je het nader onderzoekt, hoort elk verhaal
met het begin van de twijfel op. Wie zat er
aan de tafel, die op de foto geen tafel is, maar
het merengebied tussen de populieren. Datum
correct, maar dan ontbreekt het laatste adres, en
de naam zegt je niets. Het gefluit
wordt gestaakt, mannen komen in beeld; een hoed vliegt
over het veld, vanaf het begin glanzen de rozenbottels.

Alleen hoor je niets van de kunstvereniging, als het al
de kunstvereniging was. Vaak zijn stemmen te horen die
bedrieglijke dingen zeggen, maar geloof me, de vleermuizen
gisteravond waren echt. De asters brachten we mee
uit Bornim, toen de wegenkaart en het verloop
van de laan weer klopte. Zoveel is zeker, en
met stilte en schaduw kan de middag nu komen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Gerard Walschap, Hans Arnfrid Astel

De Vlaamse schrijver Gerard Walschap werd geboren op 9 juli 1898 in Londerzeel. Zie ook alle tags voor Gerard Walschap op dit blog.

Uit: Een mens van goeden wil

“Vader lachte nooit, maar hij deed zijn vrouw lachen met droge geestigheden. Voor de rest floot hij, zachtjes en tevreden. De kinderen werden geslagen noch berispt. Er stak geen kwaad in. Het ergste dat moeder hun aandeed was zwijgen, niet lachen, en vader floot dan voort als wist hij van niets. Het leven wees zichzelf. Wat te heet was raakten ze niet aan, wat te zwaar was lieten ze liggen, wat van een ander was werd geëerbiedigd zooals zij voor het hunne stonden: niemand moest wagen er omtrent te komen.
In zulk goed huis, midden in de velden, waar de menschen rustig worden, wijs en gelaten, kreeg Thijske zijn gevoel voor onrecht dat hem lijden deed en leed om het kanarievogelken.
Als een kat geen vogelen mag vangen, zeide moeder, mogen de vogelen ook geen vliegen of rupsen opeten, dat is hetzelfde. Groot eet klein op, zoo gaat het. Thijs bekeek haar en kon niet antwoorden; zij sprak waarheid en overtuigde hem niet. Vader langs zijn neus weg: Nu moet ik hem den kop inslaan omdat hij de kat kapot gemaakt heeft. Moeder schaterde, maar schudde zich opeens alsof ze kou had, trok Thijs beschermend tegen hare borst, en wreef genezend over zijn ronden harden jongenskop, als had hij daar reeds pijn. Alsof hare handen het woord in hem losgemaakt hadden, schreeuwde Thijs woest en bleek: ik kan geen onrecht zien: Vader zei dat hij dat van Nonkel Dolf gehoord had. Waarom maakte moeder zich uit de voeten?
Vader Do en moeder Dina, stuurden hun kinderen naar school.
Thijs’ broer geraakte zoo ver als het nat weer of koud was, anders speelde hij en bleef onderweg tot de anderen terugkwamen. Maar Thijs ging elken dag. Hij stelde belang in Jozef door zijne broeders verkocht en haatte de Romeinen die België veroverden, dat niet van hen was. De meester beschreef de wilde gevechten in de bosschen; de Belgen waren zoo dapper dat ze streden tot er geen vijftig op de duizend meer overschoten. Thijs stak den kop omhoog en vroeg wat die vijftig op de duizend dan deden. Wat konden zij gedaan hebben, maken dat ze uit de voeten waren, de veldslag was verloren, de Romein was meester. Thijs blies verachtend door den neus naar die vijftig op de duizend en moest verkroppen dat het onrecht won. Of hij ook volhield dat ze dan toch nog met vijftig geweest waren, de meester glimlachte en zeide zooals moeder: zoo gaat het. Hij hield de armen wat open om te toonen dat hij er zelf ook machteloos tegenover stond. Maar het woog op den knaap.”

 

Gerard Walschap (9 juli 1898 – 25 oktober 1989)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

Proza & vers

Naar het verschil tussen
proza en vers gevraagd, zal ik
antwoorden in prozaïsche verzen:
Taal is water. gevatheid, dauw,
iets door en door vloeibaars,
dat de kiezel nat maakt,
die glinstert op het strand –
een geboortewater van de innerlijke vorm,
verloskundigenhumor zogenaamd,
met beide voeten in de lucht,
niet vijf op de grond.
Wanneer de politici allitereren
in vrede en vrijheid,
gaan de dichters vrijwillig
in prozaïsche ballingschap.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juli ook mijn blog van 9 juli 2020 en eveneens mijn blog van 9 juli 2019 en ook mijn blog van 9 juli 2018 en ook mijn blog van 9 juli 2017 deel 2.

Micha Hamel, Hans Arnfrid Astel

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Woensdag

Herinner je die zwembadmiddagen.
Erotische voorzetten bij volleybal, geknoei
met fietssleuteltjes, bovenstukjes.
Het kolderieke puberlijf aan de kledinghaak
afgegeven – voor enkele uren vervangen door een andere
blasfemische nepmachine,
de imaginaire borstkas gevuld met Olympus –

kijk ik vol ontzag op
van het plexiglazen chloor
naar u,
stoïcijnse reiger van beton
piramidetop van woensdagse stoerheid,
snijpunt aller Tarzannen:

Hoge duikplank

Achteloos raken grotere jongens de meisjes aan
(daarna: gestolen gympies, onverrichter zake naar huis)

 

Zondag

Wie met tedere hockeystick gemaand wordt
zich van de velden te verwijderen en nu achter
de hekken kijkt naar de film die hij op zijn kamer
had willen draaien, broedt zich huiswaarts spoedend
op een zieke wraak die hij zijn medeleerlingen
aan kan doen door met puisterige horrorkop
voor een hunner slaapkamerramen te verschijnen,
een liefdesbrief in de hand.

De gedempte foep van de tennisbal lanceert geen
gedachte dan die aan een grootse toekomst zonder begin.

Elk sportgeluid stoort omdat het afleidt van de
heilige sfeer van de zondag, die uitsluitend voor een
groots en tranengolvend zieden is gereserveerd.

Duidelijk is dat het verschiet ver achter mij ligt, en terecht
concluderen mijn met lome tegenzin negens halende hersens:

De jeugd valt nooit iets te verwijten. Immers bezit zij feilloze antennes
voor de onvervulbaarheid van de beloftes die gedaan zijn door de generaties
die gedurende de achterliggende jaren gevolmachtigd waren de wereld
te verzadigen met de werkelijke resultaten van hun zijn.

Ferm kerf ik het mes in mijn wang.

 

Stilleven

Vaas vol bloemen
Dode haas, roemer.

Een schilderij voor boven je bed.

Het is een soort testbeeld,
doen alle kleuren het, doen
mijn ogen het nog vandaag?

Zo’n schuimende zeeslag is toch wat anders.

Hoe oefent een acrobaat zijn dodensprong?
Drie keer mis en dan pas raak. Waarom
is de gymzaal dan niet bezaaid met dode turners?

Vóór de fotografie was er geen
stilstaand beeld, een schilder moest het uit de tijd vissen
een
forel uit de rivier.

 

Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

De hommels op de paarse bloemen
van de bieslookstengel in de tegelkieren
zuigen honing uit de bloemkleur .
De koperetsers bijten graag insecten.
Onder het vergrootglas zag ik een hommel;
de dood had hem al in het hart gestoken.
De dode hommel met gekruiste poten.
Van alle kanten kan ik hem bekijken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2020 en eveneens mijn blog van 8 juli 2019 en ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.