Nothing To Do (James Ephraim McGirt)

Bij de vierde zondag na Pinksteren

 

Jezus zendt de tweeënzeventig uit door James Tissot, ca. 1896


Nothing To Do

The fields are white,
The laborers are few;
Yet say the idle,
There’s nothing to do.

Jails are crowded,
In Sunday Schools few;
We still complain
There’s nothing to do.

Drunkards are dying,
Your sons, it is true;
Mothers’ arms folded,
With nothing to do.

Heathens are dying,
Their blood falls on you;
How can you people
Find nothing to do?

 

James Ephraim McGirt (1874 – 3 juni 1930)
De Asbury Methodist Church in Robeson County, de geboorteplaats van James Ephraim McGirt


Zie voor de schrijvers van de 7e juli ook mijn twee volgende blogs van vandaag.

Let the Dead Bury their Dead (D.H. Lawrence)

Bij de derde zondag na Pinksteren

 

Jezus op weg naar Jeruzalem door James Tissot, ca. 1896


Let the Dead Bury their Dead

Let the dead go bury their dead
don’t help them.
Let the dead look after the dead
leave them to one another,
don’t serve them.

The dead in their nasty dead hands
have heaps of money,
don’t take it.

The dead in their seething minds
have phosphorescent teeming white words
of putrescent wisdom and sapience that subtly stinks;
don’t ever believe them.

The dead are in myriads, they seem mighty.
They make trains chuff, motor-cars titter, ships lurch,
mills grind on and on,
and keep you in millions at the mills, sightless pale slaves,
pretending these are the mills of God.

It is the great lie of the dead.
The mills of industry are not the mills of God.
And the mills of God grind otherwise, with the winds of life for the mill-stones.
Trust the mills of God, though they grind exceeding small.
But as for the mills of men
don’t be harnessed to them.

The dead give ships and engines, cinema, radio and gramophone,
they send aeroplanes across the sky,
and they say: Now, behold, you are living the great life!
While you listen in, while you watch the film, while you drive the car,
while you read about the air-ship crossing the wild Atlantic
behold, you are living the great life, the stupendous life!

As you know, it is a complete lie.
You are all going dead and corpse-pale
listening in to the lie.
Spit it out.

O cease to listen to the living dead.
They are only greedy for your life!
O cease to labour for the gold-toothed dead,
they are so greedy, yet so helpless if not worked for.
Don’t ever be kind to the smiling, tooth-mouthed dead
don’t ever be kind to the dead
it is pandering to corpses,
the repulsive, living fat dead.

Bury a man gently if he has lain down and died.
But with the walking and talking and conventionally persuasive dead
with bank accounts and insurance policies
don’t sympathise, or you taint the unborn babies.

D.H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
St Mary’s Church in Eastwood, de geboorteplaats van D.H. Lawrence


Zie voor de schrijvers van de 30e juni ook mijn volgende blog van vandaag.

Corpus Christi (Michael Walker)

 

Bij Sacramentsdag

 

Corpus Christi in Sevilla door Manuel Cabral Bejarano, 1857

 

Corpus Christi

Sprinkle me with hyssop and with dew,
To prepare me for the Wedding Feast.
In union with You, I am made new,
Strengthened against the Marks of the Beast.

‘This is my body, given up for you, ‘
We say to one another in the dark,
That I might always do what you would do;
Your breathing is my secret, sacred spark.

Bread of Angels, feed my starving soul!
Your Flesh and Blood alone light up my life.
Tasting You alone can make me whole,
For You alone are peace amidst the strife.

Corpus Christi, crystal carnal crux,
You are steady, though the world’s in flux.

 

Michael Walker (New Plymouth, 1945)
St Andrew’s Church in New Plymouth


Zie voor de schrijvers van de 20e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Pentecost Villanellette (Mark DeBolt)

 

Prettige Pinksterdagen!

 

Pentecost 2 door William Congdon, ca. 1962

 

Pentecost Villanellette

Not as a dove the Holy Spirit came
to the disciples gathered in a room,
but as a violent wind and tongues of flame.

A cyclone roared the ineffable name
as fire on each blushing brow did bloom.
Not as a dove the Holy Spirit came

to give sight to the blind and heal the lame
and raise the dead and dispel error’s gloom,
but as a violent wind and tongues of flame.

The Breath of God is anything but tame.
Who dally with it dally with their doom.
Not as a dove the Holy Spirit came,
but as a violent wind and tongues of flame.

 

Mark DeBolt (Coldwater, 9 april 1968)
First Presbyterian Church in Coldwater, Michigan, de geboorteplaats van Mark DeBolt

 

Zie voor de schrijvers van de 10e juni ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Pinksteren (Nel Benschop)

Prettige Pinksterdagen!

 

De nederdaling van de Heilige Geest door Anton Raphael Mengs, 1751

 

Pinksteren

Het is een vreemd, ongrijpbaar feest:
de nederdaling van de Geest.

Wat vlammen en geruis van wind,
een taal, die nieuwe woorden vindt.

Nu dalen er geen eng’len neer,
ver lijkt de opgestane Heer.

Er is een wonder voor ons oog:
uit sintels rijst een vlam omhoog.

Er is een wonder voor ons oor:
Gods Geest vindt bij de mens gehoor.

Wie Hem verried getuigt van Hem,
wie Hem verliet spreekt met Zijn stem.

Het is een vreemd, onzegbaar feest:
de woord-geboorte van de Geest.

En in de Geest daalt onze Heer
voor eeuwig in ons midden neer!

 

Nel Benschop
(16 januari 1918 – 31 januari 2005)
De abdijkerk van Loosduinen in Den Haag,
de geboorteplaats van Nel Benschop

.

Zie voor de schrijvers van de 9e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Jesus Loves Me (John R. Rice)

Bij de 7e zondag van Pasen

In The Arms Of His Love door Greg Olsen, 2012

Jesus Loves Me

Jesus is such a Saviour,
Jesus is such a Friend.
Never forsakes nor leaves me,
Nor fails my needs to send.
Jesus who died to save me,
Jesus who sought for me,
Now with His love surrounds me,
Oh, what a Friend Is He.

Now in His love I glory,
Rest and rejoice in Him.
Blood-bought and dear to Jesus,
My Joy is full within.
Nothing then, I’m persuaded,
Can take me from His hand,
Nor height nor depth, nor powers,
Satan, nor self, nor man.

Why should you slight the Saviour?
Why turn from Him away?
Where will you find forgiveness,
Loving care, night and day
Nobody else could save you,
Nobody else could pay
Sin’s debt for poor, lost sinners,
He would be yours today.

What can I do for Jesus?
NOW may I Him repay?
Oh, to tell all the story,
Of His salvation’s way.
Never a theme for singing,
Never a truth for praise
As Jesus’ love for sinners,
I’ll sing it all my days.

Jesus loves me,
Yes, Jesus loves me;
For me He died,
And the crimson tide
Proves that He loves me,
That Jesus loves me;
So sing it again,
That Jesus loves me

Marysville Baptist Church in Cooke County,
de geboorteplaats van
John R. Rice

Zie voor de schrijvers van de 2e juni ook mijn volgende blog van vandaag.

Luise Hensel, Walt Whitman, Frank Goosen, Gabriel Barylli, Dolce far niente

 

Bij Maria Visitatie – Dolce far niente

 

Maria Visitatie door Heinrich Maria Hess, 1829

 

Mariä Heimsuchung

O Jungfrau, welch ein sel’ger Gruß
Erfüllt Dein Herz mit Freude!
Wie eilt Dein leichtbesohlter Fuß
Hin über blühende Haide!

Es duftet süß der Thymian,
Gestreift von Deinem Saume.
Die Blumen sehn Dich wonnig an;
Wie rauscht’s im Palmenbaume!

Leicht eilst Du über Bergeskamm,
Die Andacht giebt Dir Schwingen.
Die lieben Vögel wonnesam
Die schönsten Lieder singen. –

O nimm mich mit, o Jungfrau rein!
Will Dir Dein Bündlein tragen;
Will fromm auch und andächtig sein,
Kein einzig Wörtlein sagen. –

Da steht im Abendschein das Haus,
Drin walten Fried’ und Segen,
Die greise Freundin schaut heraus
Und eilt Dir froh entgegen.

Ihr Gruß tönt Dir wie Engels Gruß,
Der noch im Herzen klinget.
Demüthig sinkt sie Dir zu Fuß,
Die zärtlich sie umschlinget.

Und hell erschallt Dein Hochgesang,
Das höchste aller Lieder;
Die Himmel lauschen seinem Klang,
Der Erdball hallt ihn wieder.

 

Luise Hensel (30 maart 1798 – 18 december 1878)
De dorpskerk van Linum, de geboorteplaats van Luise Hensel

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

Te denken aan tijd

1
te denken aan tijd… te denken door de terugblik,
Te denken aan vandaag… en de eeuwen die voortgaan.
Heb jij beseft dat jij zelf niet zult voortgaan? Heb je de angst gekend voor die aardkevers?
Heb je gevreesd dat de toekomst voor jou niets zou zijn?

Is vandaag niets? Is het beginloze verleden niets?
Als de toekomst niets is zijn ze even zeker niets.

Te denken dat de zon opkwam in het oosten… dat man en vrouw buigzaam waren en echt en in leven… dat alles echt was en in leven;
Te denken dat jij en ik niet voelden niet dachten ons deel niet droegen,
Te denken dat wij nu hier zijn en ons deel dragen.                                                                                                                             

2
Geen dag gaat voorbij… geen minuut of seconde zonder verlossing;
Geen dag gaat voorbij… geen minuut of seconde zonder een lijk.

Wanneer de trage nachten voorbij zijn, en de trage dagen ook,
Wanneer de pijn van zoveel in bed liggen voorbij is,
Wanneer de dokter, na lang uitstel, de stille en vreselijke blik geeft als antwoord,
Wanneer de kinderen gehaast en huilend komen, en de broers en zussen geroepen worden,
Wanneer medicijnen ongebruikt op de plank staan, en de geur van kamfer door de kamers trekt,
Wanneer de trouwe hand van de levende de hand van de stervende niet loslaat,
Wanneer de trillende lippen licht op het voorhoofd drukken van de stervende,
Wanneer de adem stokt en de hartslag stilvalt,

Dan strekken de lijkenledematen zich uit op bed, en de levenden kijken ernaar,
Ze zijn tastbaar zoals de levenden tastbaar zijn.

De levenden kijken naar het lijk met hun blik,
Maar zonder blik talmt een ander leven en kijkt nieuwsgierig naar het lijk.

3
Te denken dat de rivieren zullen komen om te stromen, en de sneeuw zal vallen, en de vruchten zullen rijpen… en ze zullen van invloed zijn op anderen zoals op ons nu… en niet op ons van invloed zijn;
Te denken aan al deze wonderen van de stad en het land… en anderen die groot belang erin stellen… en wij die klein belang erin stellen.

Te denken hoe gedreven wij zijn in het bouwen van onze huizen,
Te denken dat anderen net zo gedreven zullen zijn… en wij onverschillig.

Ik zie iemand een huis bouwen dat hem enkele jaren zal dienen… of zeventig of tachtig jaar op zijn hoogst;
Ik zie iemand een huis bouwen dat hem langer dan dat zal dienen.

Langzaam bewegende zwarte lijnen kruipen over de hele aarde… zij stoppen nooit… het zijn de graflijnen,
Hij die President was is begraven, en hij die nu President is zal zeker worden begraven.

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)

 

De Duitse schrijver en cabaretier Frank Goosen werd geboren op 31 mei 1966 in Bochum. Zie ook alle tags voor Frank Goosen op dit blog.

Uit: Pokorny lacht

“Hallo Papa, wie geht es dir?”
“Ach, wie soll es mir gehen …” Pause.
So war das immer. Sein Vater rief an, beklagte sich und wartete darauf, dass sein Sohn das Gespräch bestritt. Friedrich tat ihm den Gefallen.
“Was macht der Rücken?”
“Ach, was soll mein Rücken schon machen …”
“Soll ich heute Abend mal vorbeikommen?”
“Tja, wenn du meinst…”
“Möchtest du, dass ich vorbeikomme?”
“Also, wenn es dein Terminplan erlaubt…”
“Er erlaubt es.”
“Tja, wenn du einen Teil deiner kostbaren Freizeit mit deinem alten Vater verbringen möchtest…”
Friedrich atmete hörbar aus. Konnte sein Vater überhaupt noch einen Satz sagen, der nicht in drei Punkten endete?
“Also, wenn dir das alles zu viel wird”, sagte der alte Pokorny, “dann bleib lieber zu Hause.”
“Ich komme am frühen Abend vorbei.”
“Sehr genaue Zeitangabe!”
“Gegen sieben.”
“Gegen sieben? Na ja, dein alter Vater hat ja nichts mehr vor. Der sitzt nur blöd rum und wartet darauf, dass der Herr Sohn mal vorbeikommt.”
“Ich bin um Punkt sieben bei dir. Zufrieden?”
“Ich weiß nicht. Hört sich an, als wäre es eine enorme Überwindung für dich.” “Das stimmt nicht. Also um sieben?” “Tja, wenn du meinst…”
Sie legten auf.”

Frank Goosen (Bochum, 31 mei 1966)

 

De Oostenrijkse schrijver, toneelspeler en regisseur Gabriel Barylli werd geboren op 31 mei 1957 in Wenen. Zie ook alle tags voor Gabriel Barylli op dit blog.

Uit: Die Botschaft des Himmels

„Als Madeleine zum ersten Mal erlebte, dass sie eine besondere Gabe besaß, war sie sieben Jahre alt. Es war einer jener tiefheißen Sommertage, an denen sie immer in den Wald ging. Der Waldesrand lag nur einige wenige Schritte hinter dem Haus, in dem Madeleine mit ihren Eltern lebte. Das Haus war sehr alt und aus dikken, langen Baumstämmen gebaut. Ihr Vater hatte Madeleine oft erzählt, dass in früheren Zeiten Bauern in diesem Haus gelebt hatten. Dann ging er mit Madeleine über die schrägen Wiesen, die vor dem Haus lagen, und setzte sich mit ihr auf einen der Felsen, die aus der Erde herausragten wie uralte Bauklötze, die die Kinder der Riesen beim Spielen verloren hatten … Er zeigte dann hinunter ins Tal, wo die Häuser klein und aneinander gedrückt an den Ufern des Flusses standen. Der Fluss war von der schrägen, steilen Wiese aus gesehen so breit wie die Hand von Madeleine. „Siehst du da unten die Häuser der Menschen und die Felder, die sie umgeben?”, fragte ihr Vater und Madeleine antwortete: „Ja, es sieht aus wie meine Spielzeugstadt.” „Da unten im Tal können die Bauern ihre Felder mit Maschinen bearbeiten. Hier oben aber mussten die Bauern jeden Tag auf diesem steilen Hang die Wiesen nur mit ihren Händen bewirtschaften. Jeden Tag konnten sie all ihre Arbeit nur zu Fuß und nur mit ihren Händen erledigen, und das Haus, in dem wir jetzt leben, haben sie aus den Steinen gebaut, auf denen wir jetzt sitzen. Und das Holz, aus dem unsere Zimmer gemacht sind, haben sie aus dem Wald geholt. Dieses Leben war kein Leben wie in deiner Spielzeugstadt. „Ja …”, sagte Madeleine und nahm die Hand ihres Vaters in ihre Hände. Sie edilte sich warm und stark an, und Madeleine liebte den Geruch der Farben, die die Jacke ihres Vaters überzogen und die auch in kleinen Resten an seinen Fingern zu sehen waren … Lange saß Madeleine dann an solchen Tagen mit ihrem Vater auf den Felsen der Riesenkinder und dann schwiegen sie und sahen dem Blütenstaub zu, der am Ende des Sommers über die Wiesen flog.“

Gabriel Barylli (Wenen, 31 mei 1957)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Hoogtijden IV – Hemelvaart (Willem de Mérode)

 

 

Hemelvaart door Francisco Camilo, 1651

 

Hoogtijden IV – Hemelvaart

Zij vroegen, waarom ik naar boven tuur,
Daar ‘k U, een stipje, zag verdwijnen,
Ik dacht, Gij zoudt de wolk doorschijnen,
Als een fel vuur.

En toen hun stille licht beneden kwam,
Heeft ’t langs mijn oogen niet geblonken.
Ik stond in aandacht weggezonken….
Toen zag ‘k hun witte vlam.

Nu weet ik, dat Gij zit ten troon
En van mij spreekt bij Uwen Vader.
O, wat komt nu mijn hart Hem nader!
Mijn Broeder is Zijn Zoon!

Want nu ik deel heb aan Uw bloed,
Uw dood, Uw leven,
Nu kan Hij U niets geven,
Dat Gij niet met mij deelen moet.

Wat deert mij dan de korte dag,
Dat Gij zijt weggenomen?
Zij zeggen, dat Gij weer zult komen,
Zooals ‘k U zag.

’t Is maar een weinig donkerheid.
‘k Zie reeds der wolken randen
Van goud en zilver branden,
Wijl Gij er achter zijt.

Straks, plotseling, rijst Uw gezicht.
En ik zal met U blinken.
Mij overzinken
De stroomen van Uw licht.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Spijk (Groningen), de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

Zie voor de schrijvers van de 30e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

John (Malcolm Guite)

 

Bij de 6e zondag van Pasen

 

 
Johannes de Evangelist door Jan van Bijlert, ca. 1625-30

 

John

This is the gospel of the primal light,
The first beginning, and the fruitful end,
The soaring glory of an eagle’s flight,
The quiet touch of a beloved friend.
This is the gospel of our transformation,
Water to wine and grain to living bread,
Blindness to sight and sorrow to elation,
And Lazarus himself back from the dead!
This is the gospel of all inner meaning,
The heart of heaven opened to the earth,
A gentle friend on Jesus’ bosom leaning,
And Nicodemus offered a new birth.
No need to search the heavens high above,
Come close with John, and feel the pulse of Love.

 

 
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)
Ibadan, Nigeria, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

Zie voor de schrijvers van de 26e mei ook mijn volgende blog van vandaag.

Der Messias (Friedrich Klopstock)

Bij de derde zondag van Pasen

 

 
Jezus bij het meer van Tiberias door Antonio Muñoz Degrain, 1909

 

Uit: Der Messias (Neunzehnter Gesang)

Aber der Fremdling redet mit ihnen: »Habet Ihr Speise,
Meine Kinder?« Sie hatten die Nacht vergebens gefischet,
Hatten der Speise nicht. Da sagte der Unbekannte:
»Werfet das Netz zu der Rechte des Schiffs, so werdet Ihr finden.«
Und sie warfen es aus und konnten’s nicht ziehn vor der Fische
Menge. Mit mehr Erwartungen richtete jetzo Lebbäus,
Richtete Thomas den forschenden Blick auf den Unbekannten.
Aber der Zug, so das Netz da, wo der Fremdling es sagte,
Und so schnell belastete, zeigt Johannes den Mittler.
Freudig ruft’ er: »Es ist der Herr!« Da Kephas vernommen,
Daß es der Herr sei, eilet’ er, gürtete sich mit dem Hemde,
Warf sich ins Meer, schwamm schnell heran zum Gestade, voll Unruh,
Christus näher zu sehn. Er sah ihn, erkannt’ ihn. Die Andern
Eilten im Nachen, zogen das Netz mit den Fischen herüber,
Traten ans Land und erkannten, vor Wonne verstummt, den Versöhner.
Brod und Kohlen und Fisch’ auf den Kohlen lagen vor ihnen
An dem Ufer. Der Göttliche sprach: »Bringt auch von den Fischen,
Die Ihr finget!« Und schnell sprang Kephas wieder ins Wasser,
Zog das schwere Netz voll großer Fische, das dennoch
Nicht zerriß, auf das Land, und Leben wimmelt’ im Netze.
J. »Kommt und haltet das Mahl!« Sie hielten’s. Vertraulich, mit Liebe
Saß er am Ufer unter den Wonnevollen und reichte
Ihnen Speise. Jetzt war das zweite der frohen Mahle,
Nach dem traurigen Mahl vor seinem Tode, geendet.

 

 
 (2 juli 1723 — 14 maart 1803)
St. Nikolai Kirche in Quedlinburg, de geboorteplaats van Friedrich Klopstock

 

Zie voor de schrijvers van de 5e mei ook mijn volgende blog van vandaag.