O süßes Nichtstun (Theodor Storm)

 

Dolce far niente

 

 
Bergdorp aan de ligurische kust door Hermann Corrodi, 19e eeuw

 

O süßes Nichtstun

O süßes Nichtstun, an der Liebsten Seite
Zu ruhen auf des Bergs besonnter Kuppe;
Bald abwärts zu des Städtchens Häusergruppe
Den Blick zu senden, bald in ferne Weite!

O süßes Nichtstun, lieblich so gebannt
Zu atmen in den neubefreiten Düften;
Sich locken lassen von den Frühlingslüften,
Hinabzuziehn in das beglänzte Land;
Rückkehren dann aus aller Wunderferne
In deiner Augen heimatliche Sterne.

 

 
Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
Husum, haven (Storm werd geboren in Husum)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook mijn 2 blogs van 27 april 2013.

The King’s Breakfast (Alan Alexander Milne)

 

Dolce far niente (bij Koningsdag)  

 

 
Vrijmarkt in het Vondelpark in Amsterdam, 2007

 

The King’s Breakfast

The King asked
The Queen, and
The Queen asked
The Dairymaid:
“Could we have some butter for
The Royal slice of bread?”
The Queen asked
The Dairymaid,
The Dairymaid
Said, “Certainly,
I’ll go and tell
The cow
Now
Before she goes to bed.”

The Dairymaid
She curtsied,
And went and told
The Alderney:
“Don’t forget the butter for
The Royal slice of bread.”

The Alderney
Said sleepily:
“You’d better tell
His Majesty
That many people nowadays
Like marmalade
Instead.”

The Dairymaid
Said, “Fancy!”
And went to
Her Majesty.
She curtsied to the Queen, and
She turned a little red:
“Excuse me,
Your Majesty,
For taking of
The liberty,
But marmalade is tasty, if
It’s very
Thickly
Spread.”

The Queen said
“Oh!”
And went to
His Majesty:
“Talking of the butter for
The Royal slice of bread,
Many people
Think that
Marmalade
Is nicer.
Would you like to try a little
Marmalade
Instead?”

The King said,
“Bother!”
And then he said,
“Oh, dear me!”
The King sobbed, “Oh, deary me!”
And went back to bed.
“Nobody,”
He whimpered,
“Could call me
A fussy man;
I only want
A little bit
Of butter for
My bread!”

The Queen said,
“There, there!”
And went to
The Dairymaid.
The Dairymaid
Said, “There, there!”
And went to the shed.
The cow said,
“There, there!
I didn’t really
Mean it;
Here’s milk for his porringer
And butter for his bread.”

The Queen took
The butter
And brought it to
His Majesty;
The King said,
“Butter, eh?”
And bounced out of bed.
“Nobody,” he said,
As he kissed her
Tenderly,
“Nobody,” he said,
As he slid down
The banisters,
“Nobody,
My darling,
Could call me
A fussy man—
BUT
I do like a little bit of butter to my bread!”

 

 
Alan Alexander Milne (18 januari 1882 – 31 januari 1956)
St. Pauls in Londen door Thomas Hosmer Shepherd (Milne werd geboren in Londen)

 

Zie voor de schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2013 en eveneens mijn twee blogs van 26 april 2011.

Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr., Julius Grosse

De Nederlandse dichter Erik Menkveld werd geboren op 25 april 1959 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Erik Menkveld op dit blog.

 

Goed koeren

Eerst klapwiek je recht omhoog
om overzicht te krijgen

en indruk te maken. Laat je niet
afleiden door zilvergroen wiegende

duivinnen aan de einder (knotwilgen)
of door de boer met voer bij het hok:

houd je symboolwaarde steeds in het oog.
Cirkel vervolgens traag weer omlaag

tot op je poten en begin te koeren.
Goed koeren scheelt veel vechten,

wie goed koert, koert tien tegen een
zijn mededuif het gevecht uit de kop.

 

Een vreedzaam volkje

’s Winters vechten we cactussen om
(uit speelse verveling en bij verbod
op tegenstand): volgens overlevering
levensgevaarlijk, maar onder begeleiding
een belevenis. In het voorjaar denken we
niet aan vechten. En sinds de planten
uit hun wortels springen van de droogte
’s zomers, heeft een karpersimulator
de smaak van de beproefde vissen
doen vergeten. Een enkeling van ons
klaagt na de schrale bonenmaaltijd
in het najaar zachtjes met zijn kont.
Maar zolang we nog bonen hebben
hoeven we niet te doden.

 

 
Erik Menkveld (25 april 1959 – 30 maart 2014)

Lees verder “Erik Menkveld, Ted Kooser, James Fenton, Walter de la Mare, Ross Franklin Lockridge Jr., Julius Grosse”

In Memoriam Ilse Gräfin von Bredow

In Memoriam Ilse Gräfin von Bredow

De Duitse schrijfster Ilse Gräfin von Bredow is afgelopem maandag 20 april overleden. Ilse Gräfin v. Bredow werd geboren op 5 juli 1922 in Teichenau. Zie ook alle tags voor Ilse Gräfin von Bredow op dit blog.

Uit: Nach mir die Sintflut

„Doch jetzt im hohen Alter hat sich das Blatt gewendet. Wir werden wegen jeder Kleinigkeit bewundert. Und dazu haben wir noch die Aura des Zeitzeugen, der, was meine Generation betrifft, ja tatsächlich eine Menge erlebt hat. Die kleinste Leistung findet Beifall:»Sie ziehen Ihre Markise noch alleine hoch?! Alle Achtung! Sie gehen noch im Dunkeln im Park spazieren?! Ist ja mutig! Sie fahren noch Rad?! Bewundernswert!«
Die Uroma alten Stils ganz in Schwarz und ohne jedes Make-up gibt es zwar nicht mehr, doch irgendwie spuken sie und ihre altersbedingte Rückständigkeit immer noch in den Köpfen mancher Jüngeren herum. Dabei sind wir keineswegs von gestern, ebenso wenig, wie es damals unsere Mütter waren, die zwei Kriege über sich ergehen lassen mussten. Wir schwimmen wacker im Mainstream mit und bemühen uns zu verstehen, dass der, wie man früher gesagt hätte, überarbeitete Urenkel eine »Auszeit« braucht, um ein »Burn-out« zu vermeiden. Auch wir lieben inzwischen leider das Wort »Depression« und sprechen nicht mehr von »schlechter Laune« oder »Verstimmtheit«. Auch wir besitzen selbstverständlich ein Handy und behaupten, es sei kinderleicht zu bedienen, obwohl es meist in der Schublade bleibt. Aber insgesamt – tief in unserem Innern – hängen wir doch noch am Althergebrachten, finden den angedeuteten Knicks der zukünftigen Frau des Enkels einfach zu reizend und denken, wenn uns der Urenkel lässig die linke Pfote reicht: »Wo ist das brave Händchen?« Wir tragen innere Kämpfe aus, nicht gekränkt zu sein, wenn uns zum Geburtstag nur per Telefon und SMS gratuliert wird statt mit langen Briefen oder ausgesuchten Blumenkarten. Und wir sind uneins mit uns, ob wir das kurze »Hi!« der jungen Nachbarin unmöglich finden sollen oder nicht.
Aber einem Problem entwachsen wir von Jahr zu Jahr mehr und mehr – dem nachteiligen Vergleich mit anderen Familienmitgliedern unserer Generation, denn von denen gibt es immer weniger, und die Jahrgänge davor kennt zum Glück niemand mehr. Jetzt haben wir endlich die Chance, uns unsere Ähnlichkeit selbst auszusuchen. In meinem Fall empfinde ich eine tiefe Seelenverwandtschaft mit Wuffi, dem Hund meiner verstorbenen Freunde, den aber auch schon seit etlichen Jahren der grüne Rasen deckt. Er starb so angenehm, wie es sich jeder Mensch nur wünschen kann, an einem Frühlingstag unter blühenden Bäumen. Und das Letzte, was ich von ihm hörte, war ein zufriedenes »Wuff«.

 
Ilse Gräfin v. Bredow (5 juli 1922 – 20 april 2014)

Gouden Boekenuil voor Joost de Vries

Gouden Boekenuil voor Joost de Vries

De Nederlandse schrijver Joost de Vries heeft met zijn roman “De republiek” de Gouden Boekenuil gewonnen, een Vlaamse boekenprijs van 25 duizend euro die jaarlijks wordt uitgereikt.Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: De republiek

“Pas later las ik haar studie en kwam ik ook nog de verwijzing naar De papegaai van de Luitenant (1965) tegen, de enige roman van Gabriel Garcia Marquez die zich in Chili afspeelde, waarin drie rivaliserende dorpszonen naar de hand dingen van de dochter van de burgemeester; Minimaxi Gonzalez en Ivanho Sucre verliezen het gevecht, terwijl Donalduk Marinha uiteindelijk met de mooie Ariel Bulnes op de zonsondergang af rijdt. Ladida, zo gaat het liedje.
Volgens Romero waren dit soort onorthodoxe namen het gevolg van een antiklerikale golf die in de jaren twintig en dertig door de Chileense politiek en media ging: ‘Je moet je voorstellen hoe het Chileens staatsburgerschap eruitzag in de vroege twintigste eeuw. Enorme hoeveelheden immigranten kwamen dit land binnen, de grote steden waren een melting pot van Duits, Italiaans, Spaans, Iers, Grieks, noem maar op. Om geen religie te bevoordelen en zo etnische spanningen in de hand te werken, voerde de overheid al vroeg een rigide beleid van scheiding van kerk en staat. Wat je ziet is dat de gebruikelijke namen — veelal verwijzingen naar heiligen en martelaren — in die tijd massaal verdwenen, ten faveure van seculiere namen, soms ingegeven door politiek, maar vaker ingegeven door de Amerikaanse popcultuur die vanaf de jaren veertig een ongekende opmars maakte. Zo’n big deal was Hitler niet.’
Haar theorie kwam overeen met een onderzoek uitgevoerd door een van Briks studenten, die behalve Hitlers ook vijf Stalins, drie Churchills en twee Mussolini’s in het telefoonboek telde. Alsnog liep de snelheid van mijn aantekeningen achter bij Romero’s privecollege, waardoor ze soms moest pauzeren. Ik dacht niet dat ze oog had voor mijn jetlag en vond dat het niet heel flink zou zijn om erover te beginnen, maar opeens doorbrak ze haar vacante gezicht met een glimlach en zei: ‘Hee chico, ga toch lekker slapen.’ Ik knikte, ik straalde, ik was altijd bereid me te laten bemoederen. — Morgen moet ik naar Aquila rijden.
— Dat is heel ver.
— Ik heb een interview met iemand die Hitler heet, en die zijn zoon ook Hitler heeft genoemd. Hitler Lima.
— Dat is best een beruchte naam, zei ze. Doe voorzichtig.
Hij gold als de bekendste Hitler in Chili en er waren er best wat.”

 
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, Carl Spitteler, Anthony Trollope, Carl Immermann

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Een avond

“Sakkerloot!’ zei de ander weer, om ièts te zeggen. Cnoop was door zijn verhaal in vuur geraakt, vertelde ijverig verder.
‘O! je wist gewoon niet waar je je bergen zou…. en geen boòm, dat begrijp je…. ’t bestuur wou dan ook….’
‘En is t’r nog gerejen?’ viel de andere in, uit zijn dofheid zich dwingend tot eenige belangstelling.
‘Gereje?… nee! dat kè’je begrijpen,… of wacht is!… ja toch nog… maar d’r kwam geloof ik onweer… ja, zóó was ’t! d’r kwam onweer…’
Ze waren bij ‘Schreuder’, gelukkig!
Hij werd wee en wrevelig van dat enthousiast gedane verhaal, dat zoo onnut klonk en wezenloos en leeg. Hij wilde binnengaan in het café, maar Cnoop hield hem staande, de hand uitstekend:
‘Hier zal ik de eer hebben afscheid van u te nemen, meneer… ik wou naar huis toe, weet u?’
In zijn toon klonk het zich schrapzetten tegen mogelijk aandringen om toch mee binnen te gaan.
Maar de ander dacht er niet aan hem te bidden, hij voelde eer een kleine verluchting, nu Cnoop weg wilde.
‘Toe, ga nou effen mee, je bent nou al zoò ver,’ zeide hij echter uit beleefdheid.
‘Nee meneer! ik heb je gezegd ik breng je tot aan “Schreuder”, maar d’r in ga ik nièt… en ik moet ook thuis wezen: die arme Kees zit misschien al een half uur op me te wachten.’
‘Nou, in godsnaam!… als je niet kan, dan kan je niet… adieu dan! veel plezier dan!’…
‘Insgelijks, amuseert u verder,… dag meneer!’
Een vischig-slappe handdruk, toen ging Cnoop met een haastigen, ietwat gemaniereerden omdraai van hem af, weer naar de brug toe. Zijn kleine gestalte, in een fattig, grijs pak, wipte haastig op en neer in geaffaireerde stappen. Een keurig heertje! was de indruk, dien de ander kreeg, toen hij hem even nazag, half wrevelig, half medelijdend”


Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)

Lees verder “Frans Coenen, Eric Bogosian, Robert Penn Warren, Carl Spitteler, Anthony Trollope, Carl Immermann”

450 Jaar William Shakespeare, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Halldór Laxness

450 jaar William Shakespeare

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Dat is vandaag precies 450 jaar geleden. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

Uit: Romeo and Juliet, scene II

“ROMEO
I take thee at thy word.
Call me but love, and I’ll be new baptized.
Henceforth I never will be Romeo.
JULIET
What man art thou that, thus bescreened in night,
So stumblest on my counsel?
ROMEO
(to himself) She speaks. Oh, speak again, bright angel. You are as glorious as an angel tonight. You shine above me, like a winged messenger from heaven who makes mortal men fall on their backs to look up at the sky, watching the angel walking on the clouds and sailing on the air.

 
Leonard Whiting en Olivia Hussey in Romeo and Julie (Franco Zeffirelli, 1968)

JULIET
(not knowing ROMEO hears her) Oh, Romeo, Romeo, why do you have to be Romeo? Forget about your father and change your name. Or else, if you won’t change your name, just swear you love me and I’ll stop being a Capulet.
ROMEO
(to himself) Should I listen for more, or should I speak now?
JULIET
(still not knowing ROMEO hears her) It’s only your name that’s my enemy. You’d still be yourself even if you stopped being a Montague. What’s a Montague anyway? It isn’t a hand, a foot, an arm, a face, or any other part of a man. Oh, be some other name! What does a name mean? The thing we call a rose would smell just as sweet if we called it by any other name. Romeo would be just as perfect even if he wasn’t called Romeo. Romeo, lose your name. Trade in your name—which really has nothing to do with you—and take all of me in exchange.
ROMEO
(to JULIET) I trust your words. Just call me your love, and I will take a new name. From now on I will never be Romeo again.“

 
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Het “Chandos portret” in de National Portrait Gallery

Lees verder “450 Jaar William Shakespeare, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Halldór Laxness”

100 Jaar Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Madame de Staël

 

100 Jaar Jan de Hartog

De Nederlandse schrijver Jan de Hartog werd geboren in Haarlem op 22 april 1914. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook alle tags voor Jan de Hartog op dit blog.

Uit: Hollands Glorie

“Eén en twintig December komt hij voor mijnheer van Munster met vuurrode oren en een grijnslach die zijn lippen laat beven, ook al bijt hij er op dat het bloedt; hij krijgt een pluim en loopt in het portaal een parapluiestander omver, gelukkig maar, want dat is beter dan onder de paardentram, al vloekt de boekhouder zó, dat zelfs een zeeman van twee en twintig jaar, die op zijn eentje een heel schip gered heeft, ervan verbleken moet.
Eén en dertig December drinkt hij een ijskoud biertje in de pronkkamer van Dijkmans, den sluiswachter, onder de ijskoude oogjes van moeder Dijkmans, die hij die nacht dreigend boven zijn bed zal zien zweven, met in iedere hand een hoedenspeld; hij schaamt zich, omdat hij steeds boertjes moet laten door de neus en hij heeft het ellendig vermoeden dat zijn kruinharen tòch overeind staan, ondanks al dat vet. Om twaalf uur morst hij, bij het klinken, met rode wijn op iets wits en is zo verschrikt en verward door het onheil, dat het niet eens tot hem doordringt, dat hij Nellie’s hand niet vast heeft kunnen houden bij het loeien van de stoomfluiten en het beieren van de klokken, en daar was het toch om begonnen geweest.
Op vijftien April krijgt hij zijn tweede rapport en gaat ’s avonds dansen; maar hij kan niet aan de driekwartsmaat denken, want zijn hoofd zit vol kruispeilingen en logarithmen, hij kan de naam ‘Ko!’ niet horen roepen, of hij denkt aan cosinus en zelfs Nellie’s hand in de zijne vergeet hij, omdat hij de variatie van het kompas tracht te berekenen voor het jaar negentienhonderd vijf en vijftig, terwijl zij, naast hem, over meubels en gordijntjes babbelt voor het jaar negentienhonderd en acht. Hij komt eerst weer bij, wanneer hij in de wind en de duisternis staat, met de warmte van haar mond dicht bij de zijne, en dan zinkt hij in een andere droom, verward, verschrikkelijk, verrukkelijk, met een werveling van gedachten, die geen gedachten zijn, en een wankel makende kracht, die uit de grond in zijn benen omhoogschiet; tot mannen in de omtrek lachen en iets roepen, dat zijn vuisten wakker maakt, hij wil vechten maar dan moet hij Nellie loslaten en dan valt ze zeker.”

 

 
Jan de Hartog (22 april 1914 – 22 september 2002)

Lees verder “100 Jaar Jan de Hartog, Vladimir Nabokov, Björn Kern, Chetan Bhagat, Peter Weber, Jos de Haes, Madame de Staël”

Magdalena, lass dein Klagen (Julius Sturm)

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 
Noli me tangere door Perino del Vaga, 1548, Prado, Madrid

 

Magdalena, lass dein Klagen

Magdalena, lass dein Klagen,
Denn gehoben ist der Stein;
In dem Grab begann’s zu tagen,
Christus ging zum Leben ein.

Der am Kreuz für uns gerungen
Schmerzensbleich und blutigrot,
Hat als Held für uns bezwungen
Siegreich Sünde, Höll‘ und Tod.

Und seit er als Fürst des Lebens
Leben an das Licht gebracht,
Schreckt auch uns das Grab vergebens
Mit dem Graun der ew’gen Nacht.
 
Denn ein Ostern wird noch kommen,
Das des Glaubens Kraft bewährt,
Wo die Heiligen und Frommen
Christus in sein Bild verklärt.

 

 
Julius Sturm (21 juli 1816 – 2 mei 1896)
Koestritz (Sturm werd geboren in Koestritz)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Charlotte Brontë, Michael Mann, Patrick Rambaud, John Mortimer, Gerrit Wustmann

De Britse schrijfster Charlotte Brontë werd geboren in Thornton op 21 april 1816. Zie ook alle tags voor Charlotte Brontë op dit blog.

Uit: Shirley

“I allude to a rushing backwards and forwards, amongst themselves, to and from their respective lodgings: not a round–but a triangle of visits, which they keep up all the year through, in winter, spring, summer, and autumn. Season and weather make no difference; with unintelligible zeal they dare snow and hail, wind and rain, mire and dust, to go and dine, or drink tea, or sup with each other. What attracts them, it would be difficult to say. It is not friendship; for whenever they meet they quarrel. It is not religion; the thing is never named amongst them: theology they may discuss occasionally, but piety–never. It is not the love of eating and drinking: each might have as good a joint and pudding, tea as potent, and toast as succulent, at his own lodgings, as is served to him at his brother’s. Mrs. Gale, Mrs. Hogg, and Mrs. Whipp–their respective landladies–affirm that “it is just for nought else but to give folk trouble.” By “folk,” the good ladies of course mean themselves; for indeed they are kept in a continual “fry” by this system of mutual invasion.
Mr. Donne and his guests, as I have said, are at dinner; Mrs. Gale waits on them, but a spark of the hot kitchen fire is in her eye. She considers that the privilege of inviting a friend to a meal occasionally, without additional charge (a privilege included in the terms on which she lets her lodgings), has been quite sufficiently exercised of late. The present week is yet but at Thursday, and on Monday, Mr. Malone, the curate of Briarfield, came to breakfast and stayed dinner; on Tuesday, Mr. Malone and Mr. Sweeting of Nunnely, came to tea, remained to supper, occupied the spare bed, and favoured her with their company to breakfast on Wednesday morning; now, on Thursday, they are both here at dinner, and she is almost certain they will stay all night. “C’en est trop,” she would say, if she could speak French. »

 

 
Charlotte Brontë (21 april 1816 – 31 maart 1855)
Cover

Lees verder “Charlotte Brontë, Michael Mann, Patrick Rambaud, John Mortimer, Gerrit Wustmann”