Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert

De Duits-Israëlische dichter en schrijver Jehuda Amichai werd op 3 mei 1924 geboren in Würzburg. Zie ook alle tags voor Jehuda Amichai op dit blog.

 

 Ich bin ein Gast in diesem Leben

Ich bin ein Gast in diesem Leben, doch ich sehe,
meine Gastgeber werden allmählich
müde und ungeduldig.
Bäume zittern, Wolken ziehen
schweigend, Berge rücken
von einem Ort zum andern, der Himmel gähnt.
In den Nächten bewegen die Winde
unruhig allerlei Dinge: Rauch, Menschen, Lichter.

Ich trage mich in Gottes Gästebuch ein:
Ich kam, verweilte, es war gut,
ich habe genossen, habe gesündigt, betrogen –
der Empfang in dieser Welt
hat mich sehr beeindruckt.

 

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege

Ein arabischer Hirte sucht nach einer Ziege auf dem Berg Zion
und auf dem Berg gegenüber suche ich meinen kleinen Sohn.
Ein arabischer Hirte und ein jüdischer Vater
in ihrem zeitlichen Versagen.
Unsere Stimmen treffen sich über
dem Sultansbecken im Tal in der Mitte.
Wir beide wollen, dass weder der Junge noch die Ziege
hineingeraten in die Mühlen der schrecklichen Maschine „Chad Gadja“.*

Dann fanden wir sie zwischen den Büschen
und unsere Stimmen kehrten zu uns zurück und weinten und lachten innerlich.

Die Suche nach einer Ziege oder einem Jungen
war seit jeher
der Beginn einer neuen Religion in diesen Bergen.

 

Der Körper ist der Grund der Liebe

Der Körper ist der Grund der Liebe.
Danach ist er die Burg, die sie bewahrt.
Danach ist er der Kerker der Liebe.
Doch stirbt der Körper, tritt die Liebe aus ihm heraus

frei und in großer Fülle,
wie ein Glücksautomat, der zersprungen ist,
und mit einem Mal spuckt er
ratternd alle Münzen
aller Glücksgenerationen
aus

 


Jehuda Amichai (3 mei 1924 – 22 september 2000)

Lees verder “Jehuda Amichai, Erik Lindner, Ben Elton, Johan de Boose, Jens Wonneberger, Klaus Modick, Paul Bogaert”

Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern

De Argentijnse dichter Juan Gelman werd geboren op 3 mei 1930 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Juan Gelman op dit blog.

 

 PLAATS XIX (heilige theresia)

en met een lichaam zo gekneusd / en koud /
een hart bevangen door de kou alsof
er geen ziel meer in zat / of waar nog adem
halen / sterven / de ziel tot leven brengen

dit dagenlang verduren / als
ondraaglijk lijden dat zichzelf verteert /
en de ziel strompelt maar verder door on-
troostbaarheid als jij / woord dat diep uit jou

vanbinnen kome / en geen pijn meer brenge /
geen kippenvel me geve / me niet dooddoe /
me niet tegenspoede / en me niet verstrooie /
kortom jij hou van me / jij hou van mij

 

Kanttekening II (heilige theresia)

met de liefde die me te buiten gaat en neerstroomt /
overal in het rond vreten zich de
beestjes vol die voer vinden in
jouw afwezigheid / of is het je aanwezigheid
die mij zo klein maakt als voeten die treurnis
vertrappen op de oever van wat gaat zingen /
als grote zegepraal waarin
mijn zielen klaarten zijn van jou?

 

Vertaald door Guy Posson en Stefaan van den Bremt.

 

 
Juan Gelman (3 mei 1930 – 14 januari 2014)

Lees verder “Juan Gelman, Tatjana Tolstaja, Agnès Desarthe, Pierre Emmanuel, August von Kotzebue, Dodie Smith, Nélida Piñon, Soma Morgenstern”

Rob Waumans, Gottfried Benn, Esther Freud, Tilman Rammstedt, Wytske Versteeg, James Holmes, Novalis

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Als je de stad binnenrijdt

“Ruud is onze teamleider. Hij moet elke week vergaderen met de andere teamleiders en het rayonhoofd. Ruud noemt auto-eigenaren ‘klanten’. Verder gedraagt hij zich niet altijd als een voorbeeldfiguur. Dat komt omdat hem een aantal jaar geleden iets is geflikt. Zo noemt hij dat, geflikt. Alsof de hele gemeente alles in het werk heeft gesteld om Ruud te grazen te nemen.
Hij werkte bij Dienst Stadswacht. Toen Dienst Stadstoezicht in het leven werd geroepen en Stadswacht, Reinigingspolitie en Parkeerbeheer werden samengevoegd, werd hem een baan in Purmerend beloofd. Hij zou daar de afdeling Leefbaarheid vormgeven. Daar was Ruud blijkbaar de aangewezen persoon voor. Ruud zag het helemaal zitten en ging fanatiek op zoek naar een huis in Purmerend. Toen hij een huis had gevonden en met zijn gezin was verhuisd, kreeg hij te horen dat het niet doorging. Het werd een serieus conflict. Uiteindelijk hebben ze hem de functie van teamleider aangeboden bij Dienst Parkeerbeheer. Hij zal er wel een flinke smak geld bij hebben gekregen, maar daar heeft ie het nooit over. Ruud is nog steeds ontevreden over hoe het toen allemaal is gelopen.
In onze kantine staat een doos met koekjes. Ze zijn verpakt in geel, blauw, paars en rood cellofaan. In de gele zitten speculaasjes, in de blauwe ook, maar die hebben een andere vorm. De paarse zijn minispritsen met chocola en in de rode zitten kleine stroopwafels. Om de zoveel weken staat er een nieuwe doos en die is meestal binnen een week leeg. Khalid pakt altijd een handvol paarse, Ruud en ­ijs nemen de rode. Ze vreten zowat die hele doos leeg. Iemand heeft een keer een brie‑e op de doos geplakt: ‘Er zijn meer mensen die deze koekjes lekker vinden. Rustig aan!’
Ik neem meestal de gele of blauwe. Judith neemt geen koekjes, ze doet al een jaar aan de lijn. Aan haar figuur zie ik nog geen enkel verschil met een jaar geleden. In de krant las ik eens een artikel over vrouwen en hun gewicht, en dat het vaak tussen de oren zit. Het lijkt mij dat Judith worstelt met haar ingebeelde fysieke afwijking.”

 
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

Lees verder “Rob Waumans, Gottfried Benn, Esther Freud, Tilman Rammstedt, Wytske Versteeg, James Holmes, Novalis”

Jef Last

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Jef Last kwam uit een katholiek milieu. Hij ging Chinese letteren studeren in Leiden, maar brak zijn studie na enkele jaren af. Aanvankelijk ging hij werken als assistent-bedrijfsleider van de ENKA in Ede. Dat botste echter met zijn sterke sociale bewogenheid; hij was al jong lid geworden van de Sociaal-democratische Arbeiderspartij en de Arbeiders Jeugdcentrale. Hij nam ontslag en begon aan een avontuurlijk leven waarin hij veel reisde. In de tweede helft van de jaren twintig begon hij aan zijn schrijverscarrière. Aanvankelijk schreef hij vooral gedichten. Zijn debuut was de dichtbundel “Bakboordslichten” (1926). Ook zijn geschriften getuigen van zijn sociale bewogenheid; zijn gedichten waren uitgesproken links en revolutionair van signatuur. Vanaf 1930 begon Jef Last de aandacht te trekken met ruim opgezette romans, en verkreeg hij landelijke bekendheid met “Partij remise” (1933) en “Zuiderzee” (1934), die beide beschouwd kunnen worden als voorbeelden van Nieuwe Zakelijkheid in de Nederlandse literatuur en “Een huis zonder vensters” (1935). Last verliet de revisionistische sociaaldemocratie om lid te worden van Sneevliets Revolutionair Socialistische Partij. Met zijn vriend André Gide reisde hij in de zomer van 1936 naar de Sovjet-Unie. Het tweetal werd groots ontvangen, maar doorzag de georganiseerde hulde en keerde ontgoocheld terug naar het westen. Veel later zou Last een boek schrijven over zijn vriendschap met Gide. In datzelfde jaar verscheen zijn dichtbundel “De bevrijde Eros”, waarin zijn homoseksuele kant duidelijk naar voren trad. Last streed mee in de Spaanse Burgeroorlog in de Internationale Brigades, waar hij aan de zijde van de wettige regering van de Spaanse republiek zou vechten, tegen de fascistische partij van generaal Franco. Daardoor verloor hij zijn Nederlanderschap wegens krijgsdienst voor een vreemde mogendheid. Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij het weer terug.Het eind van de jaren dertig was weer een periode van sterke literaire activiteit van Jef Last. Hij publiceerde de romans “De Spaansche tragedie”, “De laatste waarheid” en “De vliegende Hollander” en in 1941 verscheen “Elfstedentocht”. Jef Last woonde van 1950 tot 1953 in Indonesië en met name in Singaraja (Bali), waar hij als leraar aan een middelbare school werkte. Hij was bevriend met president Soekarno en met Mohammed Hatta.

De vriend die niet bestaat

In sprakeloze dreven
waar slechts de nachtwind gaat
speur ik soms achter ’t beven
der donkre takken even
de glans van zijn gelaat.
 
Soms is ’t als hoor ik in de
storm langs het grijze wad
een woord dat mij wil vinden
als riep hij in de winden
maar ‘k weet niet hoe of wat
 
Soms grijpen zonnestralen
mij als een warme hand
en ‘k voel zijn ademhalen
dicht bij mij, tot het dalen
der zon achter het land.
 
Soms schept mijn gróót verlangen
zijn stem en zijn gelaat
‘Alsof!’… ik liet mij vangen
door ’t al te groot verlangen
en dróóm wie niet bestaat.

 

Daar waar je bent…

Daar waar je bent is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn de bergen blauwer dan vandaag
nooit is het water frisscher dan vandaag
nooit komt een mond zoo tot een kus je tegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar je bent is het geluk
vandaag.

Daar waar je bent geuren de bloemen
daar waar je bent straalt op het veld de zon
de krekels sjirpen en de bijen zoemen
en de laurier beantwoordt zacht de bron
dit oogenblik kus ik je bruine lichaam
dit oogenblik heb ik je oogen lief
dit oogenblik zie ik je witte tanden
dit oogenblik heeft mij de wereld lief.

Daar waar ik ben is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn gedachten mooier dan de menschen
nooit is de toekomst mooier dan vandaag
nooit komt een hand weer in de mijne wegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar ik ben is het geluk
vandaag.

 
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)

Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2010 en verder alle tags voor Guido Gezelle.

O Perenboom belaên

O Perenboom, belaên
met al goudgeelwe blaên,
oktoberziek en treurig,
de winter is ’t, die naast,
en ’t al het land uit blaast
dat groeizaam is en geurig!

Nog onlangs stond gij daar,
o schone perelaar,
één witte wolke blommen,
die ’t weerd was om te zien,
en die naar u de biên
van verre en na deed kommen.

De zomer ging voorbij,
en dan bekroondet gij
uw edel hoofd met bruine,
zoetvleesde peren, van
daar schier mijn hand aan kan
tot in uw hoogste kruine.

Nu staat gij daar en treurt,
ontkinderd en ontkleurd,
en schijnt alom te vragen:
zal niemand, die mij zag
in mijne schone dag,
me een meêlijend herte dragen?

o Perenboom, vaar wel;
’n wilt vóór winter fel
noch weemoed buigen neder:
de winter komt en gaat,
o Perenboom: weêrstaat,
verrijzen zult gij weder!

 

De macht ontvalt de mense aleer hij ’t weet

De macht ontvalt de mense aleer hij ’t weet;
wat baat hem dat hij werkt, en leeft, en eet?
Het leven zelf doet ’t leven dood, en ’t is
dat wij geen duur en hebben, ’t grootst gemis
van al dat ons ontbreekt. o Duurzaamheid
oneindig, al omvattend, uitgebreid,
die, onbegonnen, nimmer sterven zult;
die ’t wezen van het wezen heel vervult,
u ken ik, ja, heb dank; u ben ik? Neen:
want duurzaamheid, o God, zijt Gij alleen!

 

Tempus edax…

’t Is stille! Neerstig tikt het ongedurig
hangend wezen,
waarop de weg naar ’t eeuwige, in
twaalf stappen, staat te lezen.

’t Is stille en middernacht! Alsof
ik blind ware, om mij henen,
in donkere diepten schijnt het al
verduisterd en verdwenen.

’t Is stille! Niets te zien en niets
te horen, ’t doet mij beven!
als ’t altijd neerstig bijten van
den tijdworm aan ons leven!

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Zandsculptuur door Marielle Heessels, Blankenberge

Lees verder “Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos”