Constantijn Huygensprijs 2012 voor Joke van Leeuwen

 

Constantijn Huygensprijs 2012 voor Joke van Leeuwen

De Nederlandse dichteres, schrijfster en illustrator Joke van Leeuwen heeft de Constantijn Huygensprijs 2012 gewonnen. Dat heeft de Jan Campert-stichting laten weten. Joke van Leeuwen werd geboren op 24 september 1952 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Joke van Leeuwen op dit blog.

 

Geschenk

Dit zit goed vastgeplakt. Wel mooi papier. Een lint
met krullen. Doen ze met een schaar. Ik weet niet
wat jij hiervan vindt, of jij dit hebt, dat ik het ruil,
dat jij dan wacht op mij, dat ik dan onderwijl wat
anders voor je koop, of, want, tenzij, dat jij het
houden wilt of bij vergissing denkt dat jij het
toch al had, maar niet dus of niet meer of
dat het brak en dat jij dacht als nog een
keer moet ik voorzichtig zijn, of dat
iets dubbels helemaal niet geeft
wat jou betreft. Hier. Neem
een mes. Dit heft

 

Binnen

Die wachtte was te goed in doodverzinnen.
Weghelften weg, begroeide grond verschoven,
meren gezwollen, als bij wie ver, met
tijdelijke namen, in de slaap verrast.

Die wachtte dacht een strand, had zich
in zand verpakt, nat zand dat plakte,
hoofd eruit, een hand om plat te slaan,
dat elke vrouw beschreven in een mal.

Pak dit maar uit. Stel maar die vraag.
Een mal? Maar alles druk met scheppen, innen,
spetten, mobiel bellen, nieuwer weer
voorspellen en daar was het al.

Die komen moest kwam lachend, natte voeten,
tas vol groeten, wakker en verwacht.
Ik ben het. Ben je boven?
Nam die verdampte vast.

 

Perron

Het is weer scharreldag voor kruimelduiven.
Die hoeven niet weg. Die missen een pootje.
Die zwijgen: ‘Kijk naar je eige, zeik niet
over aankomst en hoe laat.’

Er zal een trein zijn en eruitgetuimel en
iemand die wuift en sprongetjes maakt en
onverstaanbaar van een reis gaat roepen
naar wie daar al jaren staat.

 
Joke van Leeuwen (Den Haag, 24 september 1952)

In Memoriam Gore Vidal

In Memoriam Gore Vidal

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal is gisteren op 86-jarige leeftijd overleden. Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

 

Uit: The City and the Pillar

 

„One by one, great stars appeared. Jim was perfectly contented, loneliness no longer turning in the pit of his stomach, sharp as a knife. He always thought of unhappiness as the “tar sickness.” When tar roads melted in the summer, he used to chew the tar and get sick. In some obscure way he had always associated “tar sickness” with being alone. No longer.

    Bob took off his shoes and socks and let the river cool his feet. Jim did the same.

    “I’ll miss all this,” said Bob for the dozenth time, absently putting his arm around Jim’s shoulders.

    They were very still. Jim found the weight of Bob’s arm on his shoulders almost unbearable: wonderful but unbearable. Yet he did not dare move for fear the other would take his arm away. Suddenly Bob got to his feet. “Let’s make a fire.”

In a burst of activity, they built a fire in front of the cabin. Then Bob brought the blankets outside and spread them on the ground.

    “There,” he said, looking into the yellow flames, “that’s done.” For a long moment both stared into the hypnotically quivering flames, each possessed by his own private daydream. Bob’s dream ended first. He turned to Jim. “Come on,” he said menacingly. “I’ll wrestle you.”

    They met, grappled, fell to the ground. Pushing and pulling, they fought for position; they were evenly matched, because Jim, though stronger, would not allow Bob to lose or to win. When at last they stopped, both were panting and sweating. They lay exhausted on the blanket.

    Then Bob took off his shirt and Jim did the same. That was better. Jim mopped the sweat from his face while Bob stretched out on the blanket, using his shirt for a pillow. Firelight gleamed on pale skin. Jim stretched out beside him. “Too hot,” he said. “Too hot to be wrestling.”

    Bob laughed and suddenly grabbed him. They clung to one another. Jim was overwhelmingly conscious of Bob’s body. For a moment they pretended to wrestle. Then both stopped. Yet each continued to cling to the other as though waiting for a signal to break or to begin again. For a long time neither moved. Smooth chests touching, sweat mingling, breathing fast in unison.

    Abruptly, Bob pulled away. For a bold moment their eyes met. Then, deliberately, gravely, Bob shut his eyes and Jim touched him, as he had so many times in dreams, without words, without thought, without fear. When the eyes are shut, the true world begins.

    As faces touched, Bob gave a shuddering sigh and gripped Jim tightly in his arms. Now they were complete, each became the other, as their bodies collided with a primal violence, like to like, metal to magnet, half to half and the whole restored.

    So they met. Eyes tight shut against an irrelevant world. A wind warm and sudden shook all the trees, scattered the fire’s ashes, threw shadows to the ground.

    But then the wind stopped. The fire went to coals. The trees were silent. No comets marked the dark lovely sky, and the moment was gone. In the fast beat of a double heart, it died.“

 


Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

In Memoriam Maeve Binchy

 

In Memoriam Maeve Binchy

 

De Ierse schrijfster en columniste Meave Binchy is gisteren op 72-jarige leeftijd overleden.Maeve Binchy werd geboren op 28 mei 1940 in Dalkey. Zie ook alle tags voor Maeve Binchy op dit blog.

Uit: Circle of Friends

“Annabel Hogan came in carrying three big bags. She was surprised to see her daughter sitting swinging her legs in the kitchen.
“Aren’t you home nice and early? Let me put these things upstairs.”
Benny ran over to Patsy when her mother’s heavy tread was heard on the stairs.
“Do you think she got it?”
“Don’t ask me Benny, I know nothing.”
“You’re saying that because you do know.”
“I don’t. Really.”
“Was she in Dublin? Did she go up on the bus?”
“No, not at all.”
“But she must have.” Benny seemed very disappointed.
“No, she’s not long gone at all. . . . She was only up the town.”
Benny licked the spoon thoughtfully. “It’s nicer raw,” she said.
“You always thought that.” Patsy looked at her fondly.
“When I’m eighteen and can do what I like, I’ll eat all my cakes uncooked,” Benny pronounced.
“No you won’t, when you’re eighteen you’ll be so busy getting thin you won’t eat cakes at all.”
“I’ll always want cakes.”
“You say that now. Wait till you want some fellow to fancy you.”
“Do you want a fellow to fancy you?”
“Of course I do, what else is there?”
“What fellow? I don’t want you to go anyway.”
“I won’t get a fellow, I’m from nowhere, a decent fellow wouldn’t be able to talk about me and where I came from. I have no background, no life before, you see.”
“But you had a great life,” Benny cried. “You’d make them all interested in you.”

 

Maeve Binchy (28 mei 1940 – 30 juli 2012)


In Memoriam Rutger Kopland

In Memoriam Rutger Kopland

De Nederlandse dichter en schrijver Rutger Kopland is afgelopen woensdag in zijn woonplaats Glimmen op 77-jarige leeftijdoverleden. Rutger Kopland (eig. Rutger Hendrik van den Hoofdakker) werd geboren in Goor op 4 augustus 1934. Zie ook alle tags voor Rutger Kopland op dit blog.

 

Lijsterbessen

De dichtkunst beoefenen is
met de grootst mogelijke zorgvuldigheid
constateren dat bijvoorbeeld
in de vroege morgen
de lijsterbessen duizenden tranen dragen
als een tekening uit de kindertijd
zo rood en zo veel.

 

Enkele andere overwegingen

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten wij de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

 

De Dokter

De dokter keek op mij neer
ik zag zijn gezicht boven het mijne

ik zag wat hij dacht
dat ik dood kon gaan – zo keek hij
terwijl hij luisterde aan mijn borst

hij keek mij aan met een blik
– hoe kan ik dat zeggen – een blik
voorbij mijn gezicht, een blik naar iets
achter mij naar iets verwegs
alsof hij iets in de toekomst
probeerde te zien

hij keek mij aan en hij zei
hier mag u niet blijven
ze komen u halen

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2011 deel 1 en ook deel 2.

In Memoriam Gerrit Komrij

In Memoriam Gerrit Komrij

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij is gisteren op 68-jarige leeftijd overleden. Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

Fiat lux

We liepen op de Transformator Weg.
De zon kwam op, ze bleef nog even hangen:
Een sinaasappel door de groene heg.
We stapten zwijgend voort. Je bleke wangen
Weerkaatsten argeloos de vroege gloed.
Een jonge god, heet zoiets sedert Tachtig.
We liepen stil de morgen tegemoet.
Ik hoorde je niet ademen. Stormachtig
Kwam toen de zon omhoog. Je werd zo licht.
De vonken sprongen uit je zwarte haren.
De zon sloeg stralen van je aangezicht.
Zie, hoe het vlamde. ’t Kwam niet tot bedaren.


Maskers

De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
’t Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.

 

Vooravond

Dood is mijn vriend. Nog altijd schijnt de maan
Naar binnen, uit zijn asbak kringelt rook,
er ligt een boek, de radio staat aan.

De rozen die hij kocht zijn nog bedauwd.
Een scheermesje, een spiegel en wat coke
Staan op tafel klaar voor zo meteen.

De kachel doet haar best, maar hij blijft koud.
Alles is nog precies zo om hem heen –
Maar hij is uit de symfonie verdwenen.

Het boek, de maan, de kachel en de rook –
Eens, op een dag, verdwijnt dat alles ook.
Dat is de dag waarop de dood zal wenen.


Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

Zie voor de schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2011 deel 1, en deel 2,en deel 3 en eveneens deel 4.

In Memoriam Carlos Fuentes

 

In Memoriam Carlos Fuentes

 

De Mexicaanse schrijver Carlos Fuentes is in een ziekenhuis in Mexico-Stad op 83-jarige leeftijd overleden. Het bericht over zijn dood werd dinsdag via Twitter bevestigd door president Calderón. Carlos Fuentes Macías werd op 11 november 1928 in Panama-Stad geboren. Zie ook alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

 

Uit: Inez (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

„Could this round seal be the key to his own personal dwelling? Not the physical house where he was living in Salzburg; not the transitory houses he had lived in throughout his itinerant profession; not his childhood house in Marseilles, tenaciously forgotten so that he would not have to recall ever again, the migrant’s poverty and humiliation; not even the cave, our first castle, we can reconstruct in our imagination. Could it be the original space, the intimate, inviolable, irreplaceable circle that contains us all but at the price of exchanging sequential memory for an initial memory that is complete in itself and has no need to consider the future?
Baudelaire evokes a deserted house filled with moments now dead. Is it enough to open a door, uncork a bottle, take down an old suit, for a soul to come back to fill it?
Inez.
He repeated the woman’s name.
Inez.
It rhymed with “regress,” Ee-ness, and in the crystal seal the maestro hoped to find the impossible reflection of both: Inez and a return to a time before the years prohibiting his love. Inez. Regress.
It was a crystal seal. Opaque but luminous. That was its greatest marvel. In its place on the tripod by the window, light could shine through it, and then the crystal scintillated. It shot delicate sparks, and illegible letters appeared, revealed by the light: letters of a language unknown to the aged orchestra conductor, a score in a mysterious alphabet, perhaps the language of a lost people, maybe a voiceless clamor that came from a long-ago time and in a certain way mocked the professional artist who was so faithful to the composition that even knowing it by memory he had to have it before his eyes as he directed…
Light in silence.
Lyrics without voice.“

 

 

 


Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

Libris Literatuur Prijs voor A. F.Th. van der Heijden

De schrijver A.F.Th. van der Heijden heeft met zijn boek ‘Tonio’ de Libris Literatuur Prijs gewonnen. Juryvoorzitter Robbert Dijkgraaf, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, maakte dat maandagavond bekend in het Amstel Hotel in Amsterdam. Aan de prijs is een bedrag verbonden van 50.000 euro. Zie ook alle tags voor A. F. Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Tonio

‘We kunnen ons wel blijven volhouden dat we zijn leven tot aan 23 mei 2010 nog hebben om in de herinnering te koesteren, maar dat is niet meer hetzelfde leven dat we van nabij gekend hebben. Het is in al zijn verschijningsvormen aangetast door de dood die het afsneed. Geen herinnering is meer puur en onbevangen. Het geheugen verstikt in de schaduw van Tonio’s vroege einde, en de erin opgeslagen beelden raken in hun vorm en lichtheid aangetast.
Het ergste: de ooit zo zuivere herinneringen worden met terugwerkende kracht verklikkers van de dood. Wat ze voorafgaand aan Pinksteren niet hadden, krijgen ze nu: een voorspellende kracht, die zich in het geheugen van de zich herinnerende openbaart. Ze voorspelen het sterven van de jongen die er de hoofdrol in speelt.

(…)

“Ik schrijf het in de eerste plaats voor jou. Nee, niet voor je zielenrust. Ik hoop juist de aandacht van je ziel te trekken. Hij moet verontrust raken. Via hem wil ik je laten weten dat de pijn die jij een half etmaal lang ondergaan hebt, door ons is overgenomen. Levenslang. Niks rust zacht. In die pijn zijn we voortaan verenigd. Jij, Mirjam en ik. En mocht de ziel bestaan, ook de onze, dan komt met ons sterven aan die vereniging geen einde.”


A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

Gouden Boekenuil 2012 voor David Pefko


De Nederlandse schrijver David Pefko heeft de Gouden Boekenuil gewonnen. Hij krijgt de belangrijkste literaire prijs van Vlaanderen voor zijn boek Het Voorseizoen. Dat heeft de organisator van de prijs, Boek.be, bekendgemaakt. David Pefko werd op 25 december 1983 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor David Pefko op dit blog.

 

Uit: Het Voorseizoen

 

Opeens moet ik denken aan de foto van haar moeder die op de afzuigkap geplakt zat.
‘Maakt dat niet uit, het is warm daar, Sue,’ had ik gezegd.
‘Ze had het altijd koud, dat weet je toch,’ was het antwoord dat me weer op slag verliefd had gemaakt.
‘Je glimlacht,’ fluistert Anca in mijn oor.
‘Ach ja, ik weet niet of ik nou kan zeggen dat het een slecht huwelijk was, het was meer dat ze na een tijd alles kapotmaakte.’
‘Als het aan jou had gelegen waren jullie nu nog bij elkaar geweest?’ ‘Ja, dat denk ik wel. Ik denk wel eens dat we nu nog samen zouden zijn als ik mijn regenpijp niet had laten vernieuwen.’
We drinken glaasjes brandewijn. Ik lig languit naast haar op bed. Ze trekt haar benen op en gaat dicht tegen me aan liggen, houdt me stevig vast, zo stevig als mogelijk. Ik zoen alles wat maar in de buurt van mijn mond komt.
‘Vertel verder,’ fluistert ze in mijn oor.
‘Het is een stom verhaal, Anca, je wilt het niet horen.’
‘Kom nou, ik vertel jou ook genoeg stomme dingen, ik vind iets niet zo gauw stom.’
‘Nou oké,’ zeg ik, ‘het was ergens in oktober. De bladeren waren van de bomen gevallen, Wigston is erg mooi in deze tijd van het jaar, weet je dat? Echt heel mooi, alles is roestbruin en vochtig. Maar goed, de goot zat constant verstopt, en toen begon het dagen achtereen te regenen, zo hevig dat we binnenbleven. We speelde spelletjes en Susan kookte de laatste groente uit de tuin. De oogst was gigantisch geweest die zomer en ik had de hele vriezer vol met bonen en courgettes, aubergines, paprika’s, ga zo maar door. Die dag maakte ze iets met de courgettes, geloof ik. Ja, ik kan me ook nog precies herinneren wat het was dat ze maakte: een stoofschotel met lamsvlees. Die avond zat de goot zo verstopt dat het regenwater niet meer weg kon. Toen begon de ellende… Het eerste kwam de goot naar beneden, met een enorme klap, toen de regenpijp…’

 


David Pefko (Amsterdam, 25 december 1983)

In Memoriam Anil Ramdas

In Memoriam Anil Ramdas

De Nederlandse schrijver, journalist en programmamaker Anil Ramdas is gisteren op zijn verjaardag op 54-jarige leeftijd overleden. Anil Ramdas werd geboren in Paramaribo op 16 februari 1958. Zie ook alle tags voor Anil Randas op dit blog. Schokkend nieuws zo kort na het memoreren van zijn geboortedag.

Uit: Badal

„Eén keer had hij de aanvechting gehad naar huis terug te keren. Hij was sober, dat wilde hij ze bewijzen. Op het perron aarzelde hij bij de kaartautomaat, toen hij een doffe klap achter zich hoorde. Een grote jongen met een zware bril en aankomend baardje lag languit op de grond. De twee jongens die hem vergezelden keken hem aan, en keken daarna naar de omgeving, alsof ze niet echt bij elkaar hoorden, of alsof ze hulp zochten maar niemand zagen.
Schuin naast Badal stond een Engelssprekend stel van in de dertig, hij blank, zij zwart. Hij had de neiging zwarte mensen op te merken. Tot nu toe was hij maar één zwarte jongen tegengekomen in Zandvoort, in een rolstoel. Een gehandicapte zwarte; als het allemaal figuranten waren, was het goed gevonden. En nu dus deze mooie zwarte vrouw, met de Engelse man die niet reageerde op de jongen op de grond. Dat de zwarte vrouw ook niet reageerde viel hem niet op. Blanken horen blanken te helpen.
Aarzelend liep Badal naar de jongen op de grond en vroeg, eerst in krakkemikkig Duits en daarna gewoon in Engels, of er iets was. Hij haalde zijn mobiele telefoon al uit zijn zak toen de jongen zijn zware bril goed op zijn neus zette en riep: ‘No, no, everything okay, everything is okay.’
‘Are you sure?’ vroeg Badal.
‘Yes, yes, sure.’
Badal liep terug naar de kaartautomaat en bleef het tafereel in de gaten houden. Pas toen de jongen overeind krabbelde en wankelend de hoge stenen trappen naar de stationsuitgang op wilde, greep de Engelsman in: ‘Doe dat maar niet,’ zei hij in het Duits. De jongen liet zich zakken op de eerste trede.
‘Hebben jullie iets zoets bij je,’ vroeg hij aan de twee vrienden, die nog altijd verdwaasd keken. Nee, niets zoets.
‘Ga naar boven en haal iets uit een automaat, chocola, of ijs, geeft niet wat.’
De Engelsman liep terug naar zijn vriendin en zei: ‘Die halfgare jongeren, komen uit Duitsland om zich hier suf te blowen en om te vallen.’
Blowen, dacht Badal, als hij niet meer dronk kon hij toch wel blowen? De gedachte maakte dat hij de kaartautomaat met rust liet en naar boven ging: Badal, jij bent nog lang niet hersteld.“

Anil Ramdas (16 februari 1958 – 16 februari 2012)

In Memoriam Adriaan Bontebal

In Memoriam Adriaan Bontebal

In de nacht van 10 op 11 februari 2012 is op 59-jarige leeftijd in zijn woonplaats Den Haag de Nederlandse dichter en schrijver Adriaan Bontebal overleden.Adriaan Bontebal werd geboren op 28 mei 1952 in Leidschendam. Zie ook mijn blog van 28 mei 2011.

Romantiek

De kamer was gevuld
met tedere geluiden:
de regen op het raam
een knapperende haard
Tezamen op de bank
de armen om elkander
De radio heeeel zacht
Jan ‘Candlelight’ van Veen

Ik zon op een manier
mijn liefste zo te kwetsen
dat zij (eerst nog perpleks
dan stamelend verward)
luid uitbarst in gekrijs
de tranen niet te stelpen

Dan neem ik haar heel zacht
Dat is pas romantiek

 

Mijn Laatste Wens

Als ik dood ben
wil ik worden
geplastificeerd
in vlammend rood
en worden bijgezet
tegen de
donkerblauwe wand
met de helwitte spot
in de noordoosthoek
van de zitkuil

en een
overlijdensbericht
in Avenue
en VT/Wonen


Adriaan Bontebal
(28 mei 1952 – 11 februari 2012)