A. F.Th. van der Heijden, Michail Lermontov, Vergilius, Grenville Woodhouse

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: De vondeling

Sterfelijkheid alom. Eindigheid de norm. Ik weet waar ik over praat. Als je door de duizenden jaren heen al die miljoenen geslachtsrijpe mannen en vrouwen telkens weer onvermoeibaar op elkaar hebt zien kruipen, moet je wel concluderen dat ze het doen vanuit de ijdele en wanhopige hoop ten minste één keer een wezen te verwekken dat niet voor de schroothoop bestemd is. Een onsterfelijke mens – een soort Eeuwige Gloeilamp, die aan de waakzaamheid van Philips’ economische bloedhonden ontsnapt is, en door de millennia heen mag blijven branden. Ook ’s nachts, zoals Movo eraan toegevoegd zou hebben.
Met Jezus Christus dacht het dwepende gepeupel er dichtbij te zijn, maar het is een twijfelgevalletje gebleven. Een halfgod, half gestorven, half weer opgestaan… alles half werk… met een leer gebouwd op halfheden… Nee, dan zijn de joden eerlijker, die gaan gewoon over tot de orde van de dag, en zien wel of hij nog komt, hun verlossende gloeipeer…
Ondertussen blijven ze baltsen, paren, dragen en werpen tot ze erbij neervallen, de mensen. Ze creperen, op de snijtafel of gewoon in bed, waar voor de zekerheid alvast een zeiltje ingelegd is… maar creperen zullen ze… en hun nageslacht staat ook op de nominatie om te creperen, net zo goed… tot de laatste telg. En toch… ooit moet het lukken iets duurzamers voort te brengen. Het is precies die tantaliserende drogreden die de menselijke soort in stand houdt, terwijl het sterven gewoon tot sint-juttemis doorgaat, als er zelfs geen kalveren meer zijn om op het ijs te dansen. Geniale inval van God (een volle, geen halve) om zijn onderdanen, dat crapuul, klein te houden.
De Eeuwige Gloeipeer… die zit er niet in. Nooit. Al zou de hele wereldbevolking zich vierentwintig uur per dag met nauwelijks iets anders bezighouden dan het voltrekken van de bijslaap… Zelfs de grote lamp aan het firmament blijft niet tot in lengte van dagen op volle sterkte branden, en tegen dat het tijd wordt te reclameren, zijn zelfs de taaiste querulanten kassiewijle.

Haar steentje aan het eeuwige proces van eindigheid bijdragen, dat had de kleine Zora niet veel lichamelijke inspanning gekost. Een paar minuten op een man zitten, lekker nat en knus… een picknick van luie lijven onder een zilveren parasol… dat was het wel zo’n beetje, en nog betaald ook, exclusief de reiskostenvergoeding. De dracht zelf was voornamelijk een zaak geweest van de juiste kleren dragen. Niemand had haar hoeven beklagen in haar toestand, want die was door iedereen uitgelegd als tijdelijke puberale vetzucht, niets om je druk over te maken. Goed, ze was in de loop van een halfjaar uitgedijd tot een kwabbig ronde roomsoes, verpakt in vele kledinglagen bij wijze van bladerdeeg, maar dat had het knappe vriendje er niet van weerhouden haar trouw te blijven. Stethoscopen, bloeddrukmeters en in vaseline gedrenkte rubberhandschoenen waren er niet aan te pas gekomen… geen centje pijn…”

 

VanderHeijden
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 15 oktober 2006.

 De Russische schrijver Michail Joerjevitsj Lermontov werd geboren op 15 oktober 1814 in Moskou.

15 Oktober 70 v. Chr. wordt gezien als de geboortedatum van de Romeinse schrijver Publius Vergilius Maro.

De Brits-Amerikaanse schrijver Grenville Wodehouse werd geboren op 15 oktober 1881 in Guildford.

Friedenspreis des Deutschen Buchhandels voor Saul Friedländer

De Israelische historicus Saul Friedländer ontving vandaag de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels. Saul Friedländer schreef vele boeken over nazi-Duitsland en de jodenvervolging en geldt als een grote deskundige op dit gebied. Hij ontving talrijke prijzen en onderscheidingen. Friedländer is hoogleraar geschiedenis aan de University of California en emeritus hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Tel Aviv. Hij werd op 11 oktober 1932 geboren in de Tsjechische hoofdstad Praag. Zijn ouders waren Duitstalige Joden, die later in Auschwitz om het leven zijn gebracht. Hij overleefde de Tweede Wereldoorlog onder een valse naam in Frankrijk.Begin 1939, toen duidelijk werd dat Hitler Tsjechoslowakije zou bezetten, vertrok het gezin naar Frankrijk. De negenjarige Friedländer werd op een streng katholieke kostschool geplaatst. Gescheiden van zijn ouders gaf hij zich geheel over aan het katholicisme. Pas nadat duidelijk was geworden dat zijn ouders in Auschwitz vermoord waren, zocht hij toenadering tot het zionisme.In het boek Herinneringen schetste hij zijn jeugd onder de dreiging van het nazisme.

 

Uit het dankwoord bij het ontvangen van de Friedenspreis des Deutschen Buchhandels

 

‘Madame’, schrieb mein Vater auf Französisch, ‘ich schreibe Ihnen dies aus dem Zug, der uns nach Deutschland bringt. Im letzten Moment habe ich einem Vertreter der Quäker 6000 Francs und ein Armband mit Anhängern sowie einer Dame ein Briefmarkenalbum zur Weitersendung an Sie übergeben. Heben Sie alles für den Kleinen auf und nehmen Sie zum letzten Mal unseren unendlichen Dank und die herzlichen Wünsche für Sie und die ganze Familie entgegen. Verlassen Sie nicht den Kleinen! Gott möge Ihnen alles vergelten und Sie und Ihre ganze Familie segnen! Elli und Jan Friedländer.’ (…)

Sechzig Jahre sind vergangen, seit diese und zahllose andere Stimmen zu vernehmen waren. Und doch berühren sie uns, mag auch noch so lange Zeit verstrichen sein, mit einer ungewöhnlichen Stärke und Unmittelbarkeit, die weit über die Grenzen der jüdischen Gemeinschaft hinaus fortwirkt und die große Teile und mehrere Generationen der abendländischen Gesellschaft bewegt hat. Wenn wir diesen Schreien lauschen, dann haben wir es nicht mit einem ritualisierten Gedenken zu tun, und wir werden auch nicht durch kommerzielle Darstellungen des Geschehens manipuliert.

Vielmehr erschüttern uns diese individuellen Stimmen infolge der Arglosigkeit der Opfer, die nichts von ihrem Schicksal ahnten, während viele rings um sie das Ergebnis kannten und manchmal an seiner Herbeiführung beteiligt waren. Vor allem jedoch bewegen uns die Stimmen der Menschen, deren Vernichtung bevorstand, bis auf den heutigen Tag gerade wegen ihrer völligen Hilflosigkeit, ihrer Unschuld und der Einsamkeit ihrer Verzweiflung. Diese Stimmen bewegen uns unabhängig von aller rationalen Argumentation, da sie den Glauben an die Existenz einer menschlichen Solidarität stets von neuem einer Zerreißprobe aussetzen und in Frage stellen.”

 

friedlaender
Saul Friedländer (Praag, 11 oktober 1932)

Katherine Mansfield, Stefan Zeromski

De Nieuw-Zeelandse schrijfster Katherine Mansfield werd geboren op 14 oktober 1888 in Wellington. Zie ook mijn blog van 14 oktober 2006.

 

Uit: BLISS

 

“ALTHOUGH Bertha Young was thirty she still had moments like this when she wanted to run instead of walk, to take dancing steps on and off the pavement, to bowl a hoop, to throw something up in the air and catch it again, or to stand still and laugh at–nothing—at nothing, simply.

What can you do if you are thirty and, turning the corner of your own street, you are overcome, suddenly, by a feeling of bliss–absolute bliss!– as though you’d suddenly swallowed a bright piece of that late afternoon sun and it burned in your bosom, sending out a little shower of sparks into every particle, into every finger and toe? . . .

Oh, is there no way you can express it without being “drunk and disorderly”? How idiotic civilization is! Why be given a body if you have to keep it shut up in a case like a rare, rare fiddle?

“No, that about the fiddle is not quite what I mean,” she thought, running up the steps and feeling in her bag for the key–she’d forgotten it, as usual–and rattling the letter–box. “It’s not what I mean, because—– Thank you, Mary”– she went into the hall. “Is nurse back?”

 

Mansfield

Katherine Mansfield (14 oktober 1888 – 9 januari 1923)

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 14 oktober 2006.

 

De Poolse schrijver Stefan Żeromski werd geboren op 14 oktober 1864 in Strawczyn in de buurt van Kielce.

Herman Franke

De Nederlandse schrijver Herman Franke werd geboren op 13 oktober 1948 in Groningen. Zie ook alle tags voor Herman Franke op dit blog.

 

Uit: Waarom vrouwen betere lezers zijn

 

“Het zijn immers vooral vrouwen die de Nederlandse literatuur nog een beetje bijhouden. Zij zitten in leesclubs, zij bezoeken literaire avonden, zij kopen en krijgen de boeken. Vrouwen zijn de pijlers onder de literatuur. Mannen lezen haast geen romans meer, blijkbaar ook niet wanneer ze tot de intellectuele elite behoren, en dat proberen ze te rechtvaardigen door niet zichzelf maar de hedendaagse Nederlandse literatuur te diskwalificeren.
Maar die testosterone zurigheid wijst volgens mij op nog iets heel anders. Mijn schrijversvooroordeel is dat vrouwen (nee, natuurlijk niet alle vrouwen) veel artistieker, emotioneler en poëtischer lezen dan mannen. Ze zijn meer bereid met personages mee te leven. Mannen lezen meer op het betoog, de redenering, de boodschap, de kennis. Zo moet je essays lezen maar romans niet. Mannen zijn, veel meer dan vrouwen, de behoefte aan eigentijdse literatuur kwijtgeraakt. Zij (nee, natuurlijk niet alle mannen) missen de emotionele honger naar kennis van hoe medemensen, hoe tijdgenoten de werkelijkheid beleven, hun leven betekenis geven, relaties aangaan, hun eigen universum scheppen, de geschiedenis bezien, zich staande houden in het tetterende duizendeilandenrijk dat de westerse samenleving tegenwoordig is. Mannen lezen, als ze al lezen, om cultureel bij te blijven, om mee te kunnen praten op recepties waar geld en roem verdeeld worden. Dan blader je Rosenboom eens door, je koopt de nieuwe Mulisch of een boek van die spraakmakende, God noch gebod kennende Grunberg. Je gaat niet gedreven op zoek naar schrijvers die je wat te zeggen hebben, je leest romans niet met een open hart en een open geest om medemensen, ja lotgenoten te ontmoeten, te begrijpen of juist niet te begrijpen. Vrouwen doen dat volgens mij wel. Vrouwen lijken meer ook dan mannen op zoek naar wat er buiten de dominante mediawerkelijkheid van belang is in het leven. Daarom zijn vrouwen betere lezers dan mannen, afgezien natuurlijk van de mannen die als vrouwen lezen. Die zijn er gelukkig ook.”

 

hermanfranke
Herman Franke (Groningen, 13 oktober 1946)

Eugenio Montale

De Italiaanse dichter Eugenio Montale werd geboren in Genua op 12 oktober 1896. Na WO I sloot hij in Genua vriendschappen met verscheidene auteurs, waarvan enkelen tot de literair anti-fascistische vleugel van de Torinees Piero Gobetti behoorden. Zij wilden een tegenwicht vormen voor het futurisme en het dannunzianisme. In 1925 kwam zijn eerste poëziebundel uit, Ossi di Seppia, en tekende hij het anti-fascistische manifest van Benedetto Croce. In datzelfde jaar verscheen in het Milanese tijdschrift L’esame zijn artikel Omaggio a Italo Svevo uit, waarmee hij een beslissende rol had in de ontdekking van deze schrijver, die vervolgens een vriend van hem werd. In 1926 leerde hij vervolgens Umberto Saba kennen en de Amerikaanse dichter Ezra Pound. In 1927 vond Montale een baan in Florence bij de uitgever Bemporad. In 1929 werd Montale benoemd tot directeur van het literair-wetenschappelijk bureau Vieusseux, waar hij in 1938 ontslagen werd vanwege zijn weigering zich bij de fascistische partij aan te sluiten. In die jaren werd hij een van de belangrijkste componenten van het plaatselijke intellectuele leven: hij leerde de belangrijkste Italiaanse schrijvers van zijn tijd kennen, en zijn interesse voor de Europese cultuur werd steeds groter.

In de jaren van de Duitse bezetting verdiende hij zijn geld met vertaalactiviteiten voor verscheidene tijdschriften. In 1939 kwam zijn tweede dichtbundel uit, Le occasioni. In 1943 kwam een dichtbundeltje uit, genaamd Finisterre, dat geschreven is tussen 1940 en 1942, en illegaal naar Zwitserland gesmokkeld was. Na de oorlog werd Montale lid van de Actiepartij krijgt hij een rol in het Nationaal Bevrijdingscomité (Comitato Nazionale di Liberazione) en richtte hij Il mondo op. Vanaf 1948 onderging het leven van Montale grote veranderingen. Hij verhuisde naar Milaan waar hij als journalist en literair criticus voor de Corriere della Sera werkte. Daar publiceerde hij zowel artikelen met betrekking tot kunst en cultuur, en politiek, als muziekrecensies (in 1981 verschenen in het werk Prime alla Scala),reisverhalen (gepubliceerd in 1969 onder de naam Fuori di Casa), en talrijke korte verhalen waarvan het grootste deel de kern vormde van de bundel Farfalle di Dinard. In 1956 kwam zijn derde dichtbundel uit, La bufera e l’altro. De gedichten zijn voor het grootste deel in de oorlogs- en de daarop volgende jaren geschreven. In de jaren ’50 en ’60 werd Montale als de belangrijkste Italiaanse dichter gezien die nog in leven was. In 1975 ontving hij dan ook de Nobelprijs voor de Literatuur.

 

Eis van jezelf geen woord

Eis van jezelf geen woord dat onze vormeloze ziel
volkomen inlijst en in vuren letters
haar verlicht en schittert als een crocus
verloren in een grasveld grijs van stof.

De man te zijn die in zekerheid wandelt,
bevriend met de anderen en met zichzelf,
zijn schaduw is het een zorg wat de hondster
stempelt op een bladderende muur.

Vraag niet om de spreuk die werelden opent
maar om een lettergreep, knoestig en droog als een tak.
Slechts dit kunnen wij je zeggen vandaag:
dat wat wij niet zijn, dat wat wij niet willen.

Vertaald door Jan Emmens

 

 

Nee, vraag ons niet…

Nee, vraag ons niet om taal als een lijst met
een strakke rand
rond ons vormloos gevoelen, die dat helder maakt
met vuurrode letters en als een crocus naakt
en alleen staat te pralen op stoffig land.

Ach hij die de weg kent waar hij gaat,
met anderen en zichzelf op goede voet,
en zijn schaduw negeert, die door de zonnegloed
op een verveloze muur geschreven staat!

Vraag ons niet om de formule die je werelden
open kan leggen
wel wat krom gemompel, dor als oude schillen.
We kunnen je heden slechts dit nog zeggen,
dat we niet zijn, dat wat wij niet willen.

 

Vertaald door. K. van Eerd

 

 

 

Ik daalde met jou

Ik daalde met jou aan mijn arm een miljoen trappen af
en nu je er niet bent, wacht een leegte na iedere tree.
Goed, onze lange reis heeft kort geduurd,
ik zet de mijne voort, onwennig zonder
tabellen, plaats bespreken,
valstrikken rondom en de hoon van wie
gelooft dat werkelijkheid is wat je ziet.
Miljoenen trappen ging ik af met jou aan mijn arm
en niet omdat vier ogen zoveel meer zien dan twee.
Ik liep daar met je om redenen van blindelings vertrouwen,
één paar ziende pupillen hadden wij samen,
mistig en wel. De jouwe.

 

Vertaald door Eva Gerlach

 

eugenio_montale 

Eugenio Montale (12 oktober 1896 – 12 september 1981)

Nobelprijs voor Doris Lessing

De Engelse schrijfster Doris Lessing heeft de 104de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Dit heeft de Zweedse Academie van Wetenschappen vanmiddag bekendgemaakt. De auteur van romans als The Grass Is Singing (1950), The Golden Notebook (1962) en The Good Terrorist (1985) is de elfde vrouw en de negende Brit die de prijs ontvangt.

Lessing krijgt de prijs voor haar met “scepsis, vuur en visionaire kracht geschreven heldenverhalen over de ervaringen van vrouwen, waarmee zij een verdeelde beschaving tegen het licht houdt”.  Zie ook mijn blog van 22 oktober 2006.

 

Uit: The Grandmothers

 

“On either side of a little promontory loaded with cafés and restaurants was a frisky but decorous sea, nothing like the real ocean that roared and rumbled outside the gape of the enclosing bay and barrier rocks known by everyone — and it was even on the charts — as Baxter’s Teeth. Who was Baxter? A good question, often asked, and answered by a framed sheet of skilfully antiqued paper on the wall of the restaurant at the end of the promontory, the one in the best, highest and most prestigious position. Baxter’s, it was called, claiming that the inner room of thin brick and reed had been Bill Baxter’s shack, built by his own hands. He had been a restless voyager, a seaman who had chanced on this paradise of a bay with its little tongue of rocky land. Earlier versions of the tale hinted at pacific and welcoming natives. Where did the Teeth come into it? Baxter remained an inveterate explorer of nearby shores and islands, and then, having entrusted himself to a little leaf of a boat built out of driftwood and expertise, he was wrecked one moony night on those seven black rocks, well within the sight of his little house where a storm lantern, as reliable as a lighthouse, welcomed in ships small enough to get into the bay, having negotiated the reef.

Baxter’s was now well planted with big trees that sheltered tables and attendant chairs, and on three sides below was the friendly sea.

A path wandered up through shrubs, coming to a stop in Baxter’s Gardens, and one afternoon six people were making the gentle ascent, four adults and two little girls, whose shrieks of pleasure echoed the noises of the gulls.

Two handsome men came first, not young, but only malice could call them middle-aged. One limped. Then two as handsome women of about sixty — but no one would dream of calling them elderly. At a table evidently well-known to them, they deposited bags and wraps and toys, sleek and shining people, as they are who know how to use the sun. They arranged themselves, the women’s brown and silky legs ending in negligent sandals, their competent hands temporarily at rest. Women on one side, men on the other, the little girls fidgeting: six fair heads? Surely they were related? Those had to be the mothers of the men; they had to be their sons. The little girls, clamouring for the beach, which was down a rocky path, were told by their grandmothers, and then their fathers, to behave and play nicely. They squatted and made patterns with fingers and little sticks in the dust. Pretty little girls: so they should be with such good-looking progenitors.

From a window of Baxter’s a girl called to them, ‘The usual? Shall I bring your usual?’ One of the women waved to her, meaning yes. Soon appeared a tray where fresh fruit juices and wholemeal sandwiches asserted that these were people careful of their health.

Theresa, who had just taken her school-leaving exams, was on her year away from England, where she would be returning to university. This information had been offered months ago, and in return she was kept up to date with the progress of the little girls at their first school. Now she enquired how school was going along, and first one child and then the other piped up to say their school was cool. The pretty waitress ran back to her station inside Baxter’s with a smile at the two men which made the women smile at each other and then at their sons, one of whom, Tom, remarked, ‘But she’ll never make it back to Britain, all the boys are after her to stay.’

‘More fool her if she marries and throws all that away,’ said one of the women, Roz — in fact Rozeanne, the mother of Tom. But the other woman, Lil (or Liliane), the mother of Ian, said, ‘Oh, I don’t know,’ and she was smiling at Tom. This concession, or compliment, to their, after all, claim to existence, made the men nod to each other, lips compressed, humorously, as at an often-heard exchange, or one like it.”

Lessing

Doris Lessing (Kermanshah, Perzië, 22 oktober 1919)

François Mauriac

De Franse schrijver François Mauriac werd op 11 oktober 1885 geboren in Bordeaux. Zie ook mijn blog van 12 oktober 2006.

Uit: Mozart et autres écrits sur la musique

 

“Cette année, à Aix, la main de marbre du Commandeur n’étreindra pas la main souillée de Don Juan. C’est que les affaires de ce monde vont moins mal et que L’Enlèvement au sérail, Le Mariage secret conviennent mieux aux plaisirs d’une société à qui Dieu accorde quelque rémission. L’an dernier, sous les platanes du cours Mirabeau, à la terrasse des Deux garçons, nous faisions les raisonneurs : le mauvais coup de la Corée signifiait que Staline était résolu à courir tous les risques ; il n’était pas si sot que de tirer l’adversaire de son assoupissement, s’il ne détenait les moyens de l’abattre. Nous nous trompions, parce que nous raisonnions. Nous n’imaginions même pas que le maître du Kremlin pût croire que les réactions du jeune géant américain seraient aussi lentes qu’avaient été, du temps de Hitler, celles des vieilles démocraties sclérosées.
Une année est passée. Des milliers d’innocents ont péri en Corée, dans les villages et sur les routes. La souffrance des enfants, qui fait défaillir la pensée devant le mystère du mal, a été multipliée à l’infini. Peut-être la grâce va-t-elle être accordée à ceux qui ont survécu de revenir là où s’élevait leur maison autrefois et de chercher parmi la poussière et la cendre quelques restes de leur modeste bonheur anéanti. Et des Français continuent de mourir en Indochine. Et nous, dans ces nuits radieuses, au château de Lourmarin ou au château du Tholonet nous sommes redevenus libres d’admirer que les grenouilles ne troublent en rien le chant de Scarlatti ni celui de Vivaldi et que leurs coassements s’y unissent et s’y fondenT. Autour du Collegium musicum italicum de Rome et de Renato Fasano, la nuit d’été se recueille. Parfois les feuillages profonds des platanes s’émeuvent et le souffle frais qui caresse nos visages soulève dangereusement les partitions sur les pupitres. Et puis tout s’apaise et la lune elle-même écoute derrière les branches.”

 

 

Mauriac

François Mauriac (11 oktober 1885 – 1 september 1970)

Ferdinand Bordewijk, Harold Pinter, Claude Simon, Boeli van Leeuwen

De Nederlandse schrijver Ferdinand Bordewijk werd geboren op 10 oktober 1884 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Ferdinand Bordewijk op dit blog.

Uit: Blokken

“Het scheen een eenheid wat daar luisterde, maar wie er omging met kritische blik zou ontwaren dat de gelijkgeklede menigte toch door het gelaat uiteenviel in individuen. De natuur, machtiger dan de wil der overheid, brak grillig speels de monotomie der samenkomst. Het dikke vernis van de staat kon de oorspronkelijke kleuren niet doven.”
………

“En zij zagen dat wat ordelijk scheen hier en daar de kiemen van wanorde blootlegde. De vierkanten en rechthoeken waren van boven gezien niet alle onberispelijk als vroeger. Ook boven het, de eskaders te lucht, toonden oneffenheid. En wild, te wild somwijlen, was het spel op de stroom. Daar, in de verte, ontplooide zich een regiment in een boog, en een ander, heel ver weg, trachtte een cirkel te vormen.”

 

Bordewijk

Ferdinand Bordewijk (10 oktober 1884 –  28 april 1965)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 10 oktober 2006.

 De Britse schrijver Harold Pinter werd geboren op 10 oktober 1930 in Londen.

De Franse schrijver Claude Simon werd geboren op 10 oktober 1913 te Tananarive (Madagaskar).

De Antilliaanse schrijver Willem Christiaan Jacobus (Boeli) van Leeuwen werd geboren op 10 oktober 1922 op Curaçao.

Herman Brusselmans 50 jaar, Ivo Andrić, Mário de Andrade, Marína Tsvetájeva, Christian Reuter, Holger Drachmann, Jens Bjørneboe, Léopold Senghor

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Hij is vandaag dus 50 jaar geworden. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

Uit: Vrouwen met een IQ

 

“Als ik daar zonder kloppen ben binnengestapt zie ik iemand in een bed liggen, zonder twijfel Ilse – al is ze kaal – en zie ik vier ander personen op stoelen zitten. Wie zal ik eerst aanspreken? De kale? Dat lijkt me het beleefdst. Ik kus haar en zeg: ‘Ilse… Je ziet er… Ik bedoel, hoe gaat het?’ Ze zegt dat het goed gaat. Ik geloof haar niet, maar ben niet van plan om haar voor leugenaar te gaan uitschelden. Er is wel degelijke een reden waarom ik haar niet geloof: ze ziet er bijzonder slecht uit. Niet allen kaal maar ook, zoals Eva al zei, niet opgemaakt. Bovendien opgezwollen en blauw in het gezicht. Haar neusring is ze ook kwijt. Nee, met Ilse is niet alles in de haak.”

 

Uit: Muggepuut

 

Ik heb maar weinig meegemaakt, dacht Danny. Er is nooit iets van grote betekenis voorgevallen. Ik heb geen enkele oorlog overleefd. Ik heb niet genoeg materiaal voor al was het maar één autobiografische roman. Ik ben een schrijver met alleen maar fantasie. Geen herinneringen, geen basis, geen waargebeurde bouwstenen. Is dat een ramp. Bij lange niet. Of je schrijft over een bestaande Danny Muggepuut of over een niet-bestaande Floris Buck, het is om het even. Het is toch allemaal gezever. Noem me één goed boek in de wereldliteratuur. Het bestaat niet. Rommel is het allemaal. Ik raad soms wel een iemand een boek aan, maar dat zou ik evengoed kunnen laten. Toch moet er zoveel mogelijk gelezen worden. Dan hebben mensen wat anders te doen dan elkaar kapot maken.” Een man met een boekje in een hoekje, dat is mogelijk een ongevaarlijke man. Leve de literatuur.

 

brusselmansherman

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 9 oktober 2006 en mijn blog van 13 oktober 2006.

 

De Servisch-Kroatische schrijver Ivo Andrić werd geboren op 9 oktober 1892 in het dorpje Dolac in de buurt van Travnik, Bosnië.

 

De Braziliaanse schrijver Mário de Andrade werd op 9 oktober 1893 in São Paulo geboren.

 

De Russische schrijfster Marína Tsvetájeva werd geboren op 9 oktober 1892 in Moskou.

De Duitse schrijver Christian Reuter werd geboren op 9 oktober 1665 in Kütten bei Halle

 

De Deense schrijver Holger Drachmann werd geboren op 9 oktober 1846 in Kopenhagen.

 

De Noorse schrijver, schilder en essayist Jens Bjørneboe werd geboren op 9 oktober 1920 in Kristiansand.

 

De Senegalese schrijver Léopold Senghor werd geboren op 9 oktober 1906 in het plaatsje Joal aan de Atlantische kust, zo’n 70 kilometer van de Senegalese hoofdstad Dakar.

Jakob Arjouni, Martin van Amerongen, Nikolaus Becker

De Duitse schrijver Jakob Arjouni (pseudoniem van Jakob Bothe) werd geboren op 8 oktober 1964 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

Uit: Idioten. Fünf Märchen

Als die Fee zu Max kam, saß er an einem warmen Frühlingsabend in Berlin vor “Ricos Sporteck”, trank Bier und dachte: Das Problem mit Idioten ist, dass sie zu idiotisch sind, um ihre Idiotie einzusehen. In einer Stunde traf er Ronni zum Essen, und wenn nicht er Ronni endlich die Meinung sagte, wer dann? Die Meinung im Haus war einhellig: Ronni benahm sich gegenüber den meisten Angestellten nicht nur wie der letzte Arsch, er würde sie, wenn er die Agentur so weiterführte wie in den letzten Monaten, auch alle um ihren Job bringen. Erst heute morgen hatte er sich wieder zwei Dinger geleistet: Erst strich er Nina die schon gebuchten und bezahlten Ferien mit ihrem neuen Freund, weil er sie angeblich bei einer Kampagne nun doch unbedingt dabeihaben wollte, und ließ ihr als Alternative nur die Kündigung; danach schickte er der Presse die Meldung, die Werbeagentur Good Reasons habe den weltbekannten Fotografen Eliot Barnes als ständigen Mitarbeiter gewonnen, obwohl mit Barnes bisher nur ein par unverbindliche Gespräche geführt worden waren.”

 

Uit: Magic Hoffmann

Die Tausendmarkscheine flatterten wie Schwalben am Himmel und drehten im Schwarm ein paar Kreise gegen die untergehende Abendsonne. Als Fred auf zwei Fingern pfiff, kamen sie und schlüpften zurück in seine Hosentasche…

“Ich find´s Schwachsinn!” sagte Nickel und riss Fred aus seinen Träumen.

Sie lagen im Gras, zwischen ihnen ein Kasten Apfelwein, die Sonne schien.

Mit geschlossenen Augen brummte Fred: “Wir könnten unsere Schulden zahlen und nach Kanada – das willst du doch die ganze Zeit.” Er schlug die Augen auf und blinzelte gegen den blauen Himmel. “Und das alles für ´ne halbe Stunde….. Arbeit.”

Nickel lag seitlich auf den Ellbogen gestützt und sah über Felder und Weiden aufs Dorf hinunter. Dreißig Meter weiter stand Annette am Zaun, streichelte ein Kalb und flößte ihm Apfelwein ein. Dem Kalb schien es zu schmecken. Die anderen Kühe verfolgten das geschehen neugierig”.

 

adjouni_01

Jakob Arjouni (Frankfurt am Main, 8 oktober 1964)

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 8 oktober 2006.

 

De Nederlandse schrijver en journalist Martin van Amerongen werd geboren op 8 oktober 1941 in Amsterdam.

De Duitse schrijver Nikolaus Becker werd geboren op 8 oktober 1809 in Bonn.