Manfred Flügge, James Merrill

De Duitse schrijver Manfred Flügge werd geboren op 3 maart 1946 in Kolding, Denemarken. Zie ook alle tags voor Manfred Flügge op dit blog.

Uit: Das Jahrhundert der Manns

1869 heiratete der neue Firmenchef. Seine elf Jahre jüngere Braut, die ihn an Körpergröße deutlich überragte, hieß Julia da Silva-Bruhns. Ihr Vater, der Kaufmann Johann Ludwig Hermann Bruhns, stammte aus einer Lübecker Familie, war aber nach Brasilien ausgewandert, wo er die Tochter einer einheimischen Kreolin und eines Portugiesen heiratete, der in vierter Generation in Brasilien lebte. Julia wurde 1851 als viertes von fünf Kindern geboren und erhielt den Rufnamen Dodo. Ihre Mutter starb mit 28 Jahren bei der Geburt des sechsten Kindes. Die achtjährige Julia wurde von ihrem Vater nach Lübeck gebracht und dem Mädchenpensionat von Therese Bousset vor den Toren der Stadt anvertraut. Der Vater kehrte zunächst nach Brasilien zurück, lebte aber später bis zu seinem Tod im Jahr 1893 mit einer neuen Gefährtin bei Kassel. Als Julia siebzehn war, lernte sie auf einem Ball ihren künftigen Mann kennen. Nach der Heirat zog das junge Ehepaar nicht in das Haus Mengstraße 4; dort blieb jedoch vorerst der Firmensitz. Im Februar 1877 wurde Thomas Johann Heinrich Mann zum Senator auf Lebenszeit gewählt, ein Höhepunkt in der Familiengeschichte. Unter den 14 Mitgliedern der Stadtregierung war er ab 1885 für Steuerwesen und Wirtschaft zuständig.

Das junge Ehepaar Mann wohnte zunächst zur Miete in einer Etagenwohnung im Haus Breite Straße 54, in dem am 27. März 1871 der erste Sohn geboren wurde, Luiz Heinrich Mann. 1872 erwarb die Familie ein eigenes Haus, Breite Straße 38, an der Ecke zur Beckergrube. Dort kamen Heinrich Manns Geschwister zur Welt: am 6. Juni 1875 der Bruder Paul Thomas; am 23. August 1877 die erste Schwester Julia Elisabeth Therese, Rufname Lula; am 23. September 1881 die zweite Schwester, Carla Augusta Olga Maria, Rufname Carla.

Als am 12. April 1890 ein weiterer Sohn geboren wurde, Carl Viktor, bewohnten die Manns das repräsentative Gebäude, das Senator Mann 1883 auf dem Grundstück Beckergrube 52 hatte errichten lassen. Von stabilen Wohnverhältnissen, wie sie die Bezugnahme auf den imaginären Fixpunkt des »Buddenbrookhauses« suggeriert, konnte kaum die Rede sein.

Auf den 21. Mai 1890 fiel das einhundertjährige Jubiläum der Firma Mann. Wenige Wochen später wurde beim Senator Blasenkrebs festgestellt, eine Operation war unvermeidlich. Am 30. Juni 1891 setzte der Firmenchef sein Testament auf. Und er verkaufte das Haus seiner Eltern in der Mengstraße. Der Senator starb am 13. Oktober 1891 mit 51 Jahren; mit einem langen Trauerzug zum Friedhof vor dem Burgtor im Norden der Stadt erwies Lübeck ihm die letzte Ehre. Alsbald kursierten Gerüchte über den fragwürdigen Lebenswandel der Witwe; der Hauptpastor der Marienkirche brachte das Schmähwort von der »verrotteten Familie« in Umlauf. Aber was den einen als Niedergang vorkommt, ist für andere der Ausgangspunkt eines neuen Lebens.

Manfred Flügge (Kolding, 3 maart 1946)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

Manos Karastefanes

De dood nam mijn vader.
In hetzelfde jaar (ik was twaalf)
Leerde de moeder van Thanási me
Over hemel en hel.

Geen van mijn legermaatjes
Noemde me bij mijn naam—
Gewoon ‘Stijl’ of ‘Mode plaat’.
Ik had een vriend, mijn lichaam,

En ’s avonds in de sportschool
Vechtend met een ander,
Gebruikte ik het om mijzelf
Van hem af te schermen.

De dokter heeft mijn knie gered.
Jij kwam naar de kliniek,
Bracht Oorlog en vrede mee,
Beter dan elke film.

Waarom lach je?
Ik vocht eerlijk, ik vocht goed,
Deed mijn tegenstander geen pijn,
Om deze zwarte band te winnen.

Waarom ben je stil?
Ik bracht een witte kaas voor je mee
Van mijn eiland en de stem
Van de zee in een schelp.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 3 maart 2007 en ook mijn blog van 3 maart 2008 en eveneens mijn blog van 3 maart 2009.

Godfried Bomans, Michael Salinger

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Pieter Bas

Het meest echter zie ik mij terug in de St. Andreaskerk onder de hoogmis, tussen Jozef en Vincent. Het koor zingt, de blauwe wierook vloeit langs de pilaren en ik krijg zo’n jeuk in mijn knieën. Ik  wrijf zachtjes, maar het vreemde gevoel is nu in mijn nek. Ik buig mijn hoofd achterover, doch hoor terstond een woedend gefluister achter mij. Het is dokter Simons. Of misschien is het wel Stevens, die gespierde kruidenier tegenover de Linden. Ik word geheel roerloos bij de gedachte dat het Stevens kan zijn, en tracht nu doodstil rechtop te blijven en strak naar een pilaar te kijken. Het is een dikke. Boven helt hij enigszins over. Jazeker, hij staat beslist schuin. Heeft dan niemand het in de gaten? Elk ogenblik kan de kerk instorten. Wat moet ik doen? Ik stoot Vincent aan. `Hou je stil, ongeluk,’ zegt hij, over de rand van zijn kerkboek kijkend. Goed, best. Ik heb het mijne gedaan. Laat nu de boel maar vallen. Niemand kan mij iets verwijten. Wat een slag zal het zijn. De eerste die eraan gaat is Wampier. Hij zit vlak onder de pilaar en weet van niets. Zie hem eens argeloos over zijn bril staren. Nu, er is aan hem niet veel verloren. Maar juffrouw Vriesland, die verzen schrijft, dat is erger. Zij heeft de ogen gesloten en er speelt een glimlach om haar mond. Het is een ondraaglijke gedachte dat het gedicht, waarover zij zonder twijfel denkt, voor altijd verloren is, bedolven onder het gips en de heiligenbeelden. Zie, er valt een rode gloed door het gebrandschilderde raam over haar gelaat. Wat is zij schoon! Hoe steekt zij af tussen de rest! Mevrouw Wilderbeek naast haar is een boerin, en notaris Durand aan de andere kant schijnt een polderwerker. Ik zou haar zo graag een zoen geven en haar mijn vrouw noemen. Wat moet het heerlijk wezen voor de man die haar krijgt om ’s ochtends naar beneden te komen en dat onbeschrijfelijke wezen aan de ontbijttafel te vinden, helemaal voor hem alleen. En haar dan een zoen te geven en te vragen: ‘Hebt u goed geslapen, juffrouw Vriesland?’ Er wandelt een man door het middenpad. ‘Orde in Gods Huis’ staat er op zijn buik geborduurd.”

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook alle tags voor Michael Salinger op dit blog.

911

haat is zeer ontvlambaar
zijn dampen kunnen flitsvuur veroorzaken
haat is schadelijk bij inademing
houd haat uit de buurt van hitte, vonken en vlammen
adem de dampen van haat niet in
was je grondig na gebruik van haat
als je per ongeluk ziekelijk haat
medische hulp inroepen

vooroordeel is irriterend voor de ogen en de huid
zijn dampen zijn ook schadelijk
krijg geen vooroordelen in de ogen
of op kleding
vooroordeel wordt niet aanbevolen voor gebruik
door personen met hartaandoeningen
als vooroordelen worden ingeslikt wek je braken op
als vooroordelen in contact komen met de huid
trek kleding uit en was de huid

als de ademhaling wordt beïnvloed, haal dan onmiddellijk frisse lucht

geweld is schadelijk als het door de huid wordt opgenomen
houd geweld buiten het bereik van kinderen
blijf niet in afgesloten ruimtes
waar geweld aanwezig is
verwijder huisdieren en vogels uit de buurt van geweld
bedek aquaria om tegen geweld te beschermen
verwijder je en ren weg van plaatsten van geweld
kan gevaarlijk zijn
dit product is zeer giftig
blootstelling aan geweld kan
letsel of overlijden veroorzaken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Jan Eijkelboom, Franz Hohler

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

Wie schrijft geschiedenis

–je liep daar naast mij
in je gouden jack. —
(21 november 1981)

Ligt er ergens nog dat jack, van goud
dat toen al was gaan slijten?
Door barsten zag je mosgroen leer.

Hoe anders liep ik naast je
dan toen ik tussen andere soldaten
marcheerde met mijn schietgeweer.

Andere oudgedienden
schreven toen in de lucht:
Ga toch in Moskou demonstreren.

Wie schrijft geschiedenis?
Niet zij die met hun lichtste voeten
meelopen in bevlogen stoeten.

Maar ook niet de benarde heren
die vanuit burcht of binnenhof
een vloedgolf denken te dicteren.

Een dagje mensenzee. Of was het meer?
Een ommekeer of nieuwe wijn
voor oude poëzie? Ik weet alleen:

Gelukkig liepen wij toen, daar,
verliefd op honderdduizend mensen
en ook nog op elkaar.

 

Noordereiland

Toen in die hoek
waar eerdere wind dood blad had vergaard
bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg
die als een bruine tol de lucht inging.

En uit de top daarvan
ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm
voorheen verscholen, luid
kwetterende mussen.

Ze leken meer te twisten dan te zingen.
Toch hoorde ik in al dat leven
de leeuwerikjes van de winter.

 

Hooglied

In de verte ben ik al bij je,
toch wil ik steeds naar je toe,
tegen je aan gaan staan,
bij je naar binnen gaan.
En ook dat is nog niet genoeg.

Door je heen wil ik gaan,
mij omkeren en dan
je prachtige hoofd
half naar mij omgedraaid
op je prachtige rug zien staan.

Ingres heeft dat geschilderd
en die is toch al tijden lang dood.
Zelf kan ik nooit meer sterven
en jij blijft voor eeuwig mooi bloot.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog

 

Aanvulling bij de spreeuwenbomen

Wat de twee
dinsdag gevelde
schijncipressen betreft
in het centrum van Örlikon

jullie kennen ze misschien
de bomen
op elk waarvan zich
de spreeuwen verzamelen voor vertrek

zo kan ik jullie
na gesprekken met alle betrokkenen
zeggen:

Niemand kan het helpen
iedereen handelde slechts
in opdracht van
of omdat het niet anders kon
en het was in elk geval
de meest verstandige oplossing.

Ik zal het
in de herfst
aan de spreeuwen uitleggen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2018 en ook mijn 3 blogs van 1 maart 2015.

Benedict Wells , Stephen Spender

De Duitse schrijver Benedict Wells werd geboren geboren in München op 29 februari 1984. Zie ook alle tags voor Benedict Wells op dit blog.

Uit: Vom Ende der Einsamkeit

Während ich mich in den Jahren davor im Innersten sicher gefühlt hatte, gab es nun Momente, in denen ich bemerkte, wie mattes Abendlicht in einen schummrigen Flur fiel oder wie die Bäume in der Dämmerung einen gespenstischen Schatten über die Landschaft breiteten, und dann zog sich plötzlich etwas in mir zusammen. Dass ich auf einem Planeten war, der mit unglaublicher Geschwindigkeit durchs All schoss, kam mir ebenso erschreckend vor wie der neue, verstörende Gedanke, dass es unvermeidlich war zu sterben. Wie ein sich ausbreitender Riss nahmen meine Ängste zu. Ich begann, mich vor dem Dunkeln zu fürchten, vor dem Tod, vor der Ewigkeit. Diese Gedanken trieben einen Stachel in meine Welt, und je häufiger ich über all das nachdachte, desto mehr entfernte ich mich von meinen oft unbeschwerten, gutgelaunten Mitschülern. Ich war allein. Und dann traf ich Alva.

In den ersten Tagen an der neuen Schule machte ich im Unterricht einen Witz. In meiner alten Klasse war so etwas von mir erwartet worden, doch schon während ich auf die Pointe zusteuerte, wurde mir klar, dass es hier nicht mehr funktionieren würde. Ich blickte in die fremden Gesichter meiner Mitschüler und spürte, dass mein Selbstbewusstsein verschwunden war, und am Ende lachte niemand. Damit war meine Rolle besiegelt. Ich war der seltsame neue Junge, der nicht darauf achtete, was er morgens anzog, und der aus Nervosität anfing, einzelne Wörter zu verdrehen: zum Bei-spiel »lostenkos« statt »kostenlos«. Um nicht zum Gespött der Klasse zu werden, sagte ich deshalb kaum noch etwas, und so saß ich isoliert in der letzten Bank. Bis sich nach Wochen ein Mädchen neben mich setzte. Alva hatte kupferrote Haare und trug eine Hornbrille. Ein auf den ersten Blick anmutiges, schüchternes Land-kind, das die Einträge an der Tafel mit verschiedenen Bunt-stiften in seine Hefte eintrug. Und doch ging noch etwas anderes von ihr aus. Es gab Tage, da schien Alva die anderen Kinder bewusst zu meiden. Dann blickte sie düster aus dem Fenster, vollkommen abwesend. Ich wusste nicht, warum sie neben mir sitzen wollte, wir sprachen kein Wort. Ihre Freundinnen kicherten, wenn sie zu uns sahen, und zwei Wochen später saß ich auch schon wieder allein in der Ecke. So überraschend, wie sie gekommen war, hatte sich Alva weggesetzt. Seitdem sah ich im Unterricht oft zu ihr rüber. Wenn sie an der Tafel abgefragt wurde, beobachtete ich, wie sie unsicher vorne stand und die Hände hinter dem Rücken verschränkte. Ich lauschte ihrer sanften Stimme und starrte auf ihre roten Haare, auf die Brille, auf ihre weiße Haut und ihr hübsches blasses Gesicht. Vor allem aber mochte ich ihre Vorderzähne, von denen einer leicht abstand. Alva versuchte, beim Reden den Mund nicht zu weit zu öffnen, da-mit es keiner sah, und wenn sie lachte, hielt sie sich die Hand davor. Doch manchmal lächelte sie; dann hatte sie nicht aufgepasst, und man sah den schiefen Schneidezahn, und das liebte ich ganz besonders.

 

Benedict Wells (München, 29 februari 1984)

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

Mijn ouders

Mijn ouders behoedden me voor kinderen die ruw waren
Die woorden als stenen gooiden en gescheurde kleding droegen
Hun dijen zichtbaar door de vodden waarin ze op straat liepen
En over klippen klommen en ontkleed door boerensloten.

Ik vreesde meer dan tijgers hun spieren als ijzer
Hun rukkende handen en hun knieën strak op mijn armen
Ik vreesde het zoute grove wijzen van die jongens
Die op de weg achter me mijn gelispel nadeden.

Ze waren lenig ze sprongen achter heggen vandaan
Als honden om tegen mijn wereld blaffen. Ze gooiden modder
Terwijl ik de andere kant opkeek en deed alsof ik glimlachte.
Ik verlangde ernaar hen te vergeven, maar zij glimlachten nooit.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)
Portret door Wyndham Lewis, 1938

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn twee blogs van 28 februari 2018.

Zie voor de schrijvers van de 29e februari ook mijn twee blogs van 29 februari 2016.

Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

Stephen Spender

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

De kamer boven het plein

Het licht in het raam leek eeuwigdurend
Toen je voor mij in de hoge kamer bleef;
Het gloeide boven de bomen door bladeren
Zoals mijn zekerheid.

Het licht is gevallen en jij bent verborgen
In zonovergoten schiereilanden van het zwaard:
Verscheurd als bladeren door Europa is de vrede
Die door ons heen stroomde.

Nu klim ik alleen naar de hoge kamer
Boven het donkere plein,
Waar tussen stenen en wortels, de andere
Ongeschonden minnaars zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2019 en mijn blog van 28 februari 2018 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

André Roy

De Canadese dichter, schrijver en essayist André Roy werd geboren op 27 februari 1944 in Montréal. Zie ook alle tags van André Roy op dit blog.

 

De praktische wetten van het licht

De praktische wetten van het licht
de transparantie, de dubbele belichting.
Je blik is die van de laatste zichtbare persoon op aarde.
Wat we worden zal een einde maken aan de geschiedenis,
aan de vrije uitvinding van de tijd.
Hoog gras, stromend water, tastbare buitenwerelden.
De wetten van de ademhaling van het hart.
Grote naaktheid van de spreker
bij het bewegen, veranderen, spugen.
Het oog altijd helemaal rond,
het is een illusie, een cinematograaf,
een machine om van je te genieten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Roy (Montréal, 27 februari 1944)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2019 en mijn blog van 27 februari 2018 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.

Ash Wednesday (T. S. Eliot)

Bij Aswoensdag

Vanitas door David Bailly, ca. 1650

 

Ash Wednesday

IV
Who walked between the violet and the violet
Whe walked between
The various ranks of varied green
Going in white and blue, in Mary’s colour,
Talking of trivial things
In ignorance and knowledge of eternal dolour
Who moved among the others as they walked,
Who then made strong the fountains and made fresh the springs

Made cool the dry rock and made firm the sand
In blue of larkspur, blue of Mary’s colour,
Sovegna vos

Here are the years that walk between, bearing
Away the fiddles and the flutes, restoring
One who moves in the time between sleep and waking, wearing

White light folded, sheathing about her, folded.
The new years walk, restoring
Through a bright cloud of tears, the years, restoring
With a new verse the ancient rhyme. Redeem
The time. Redeem
The unread vision in the higher dream
While jewelled unicorns draw by the gilded hearse.

The silent sister veiled in white and blue
Between the yews, behind the garden god,
Whose flute is breathless, bent her head and signed but spoke
no word

But the fountain sprang up and the bird sang down
Redeem the time, redeem the dream
The token of the word unheard, unspoken

Till the wind shake a thousand whispers from the yew

And after this our exile

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)
Kathedraal basiliek van Saint Louis, Missouri, de geboorteplaats van T. S. Eliot

 

Zie voor de schrijvers van de 26e februari ook mijn vorige blog van vandaag en mijn blog van 26 februari 2019 en ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Hermann Lenz

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Verloren gezicht

Niemand vertellen wat je beweegt
Omdat het iedereen zou verbazen
Die ’t zou vernemen.

Ook in de dood je gezicht behouden,
Met een glimlach indien mogelijk,
En niet al te gekrompen.

Of denk je: wat kan het jou schelen?
Wie gaat er naast je die de beslissing neemt?

Niemand. Voor het eeuwige
Heb je zelfs je gezicht niet nodig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2019 en ook mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Franz Xaver Kroetz

De Duitse dichter, schrijver, regisseur en acteur Franz Xaver Kroetz werd geboren op 25 februari 1946 in München. Zie ook alle tags voor Franz Xaver Kroetz op dit blog.

 

Slachtschotel

Ik droeg deze dagen
met een bezwaard hart.
Met een bevroren konijn
en een hete kat
gebruikte ik het maal.

Toen sloeg de storm
met de vuist in de velden.
De bliksem trok de nacht
een witte jurk aan.
Vier binnenplaatsen brandden af.
Zaailingen bloeiden op de Alz.

Ik viel dronken in bed.
Het onweer ging over.
De storm bond zijn bundel vast,
gooide hem naar mij en vertrok.

Dat maakte het lichter voor mij.
Na zo’n onweer
heeft iedereen honger.
Het rook naar sneeuw.
Naar sneeuw en schrijven.
Eerst was er een slachtschotel,
toen bloed, sperma en tranen.
Heerlijk!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Xaver Kroetz (München, 25 februari 1946)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn blog van 25 februari 2019 en ook mijn 3 blogs van 25 februari 2018.

Carnaval in Enschede (Frank Wijering)

 

Bij Carnaval

 

Doppelbildnis Karneval door Max Beckmann, 1925

 

Carnaval in Enschede

Gebukt onder de terreur van bordkartonnen vrolijkheid
sleept de schamele karavaan zich voort. Om de leegte
hebben we ons vrolijk uitgedost.

Ook dit jaar slaat de regen Enschede
niet over, nauwkeurig boven de praalwagens
vergiet ze haar tranen, langzaam maar zeker
gaat alles voorbij.

Gelukkig zijn we deze dagen
niet onszelf

 

Frank Wijering, Losser, 23 februari 1965
De Martinustoren in Losser

 

Zie ook alle tags voor Carnaval op dit blog.