Hanif Kureishi, Alois Brandstetter, Joan Didion, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Calvin Trillin, Afanasy Fet, Hans Helmut Kirst

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook alle tags voor Hanif Kureishi op dit blog.

Uit:The Last Word 

“Harry Johnson gazed out of the window of the train at the English countryside and thought that not a moment passed when someone wasn’t telling a story. And, if his luck held for the rest of the day, Harry was about to be employed to tell the story of the man he was going to visit. Indeed, he had been chosen to tell the whole story of this important man, this significant artist. How, he wondered, with a shudder, did you begin to do that? Where would you start, and how would the story, which was still being lived, end? More important, was he, Harry, capable of such a task?
Peaceful England, untouched by war, revolution, famine, ethnic or religious disturbance. Yet, if the newspapers were correct, Britain was an overcrowded little island, teeming with busy immigrants, many clinging to the edges of the country, as on a small boat about to capsize. Not only that, thousands of asylum seekers and refugees, desperate to escape disturbance in the rest of the chaotic world, were attempting to cross the border. Some were packed in lorries, or hung from the undercarriages of trains; many were tiptoeing across the English Channel on tightropes slung across the sea, while others were fired from cannons based in Boulogne. Ghosts had it easy. Meanwhile, apparently, since the financial crash, everyone on board the country was so close together and claustrophobic they were beginning to turn on one another like trapped animals. With the coming scarcity—few jobs, reduced pensions, and meager social security—people’s lives would deteriorate. The postwar safety Harry and his family had grown up in was gone. Yet, to Harry now, it seemed as if the government was deliberately injecting a strong shot of anxiety into the body politic, because all he could see was a green and pleasant England: healthy cattle, neat fields, trimmed trees, bubbling streams, and the shining, early spring sky above. It didn’t even look as though you could get a curry for miles.
There was a whoosh, and beer spattered his face. He turned his head. Rob Deveraux, sitting opposite Harry and cracking open another tin, was a respected and innovative publisher. He had approached Harry with the idea of commissioning him to write a biography of the distinguished writer, Indian-born Mamoon Azam, a novelist, essayist, and playwright Harry had admired since he was a teenage book fiend, a nerdy connoisseur of sentences, a kid for whom writers were gods, heroes, rock stars. Harry was immediately responsive and excited. After years of study and obedience, things were turning good for him, as his teachers had predicted if he concentrated his thoughts and zipped his fly and lip. This was his break; he could have wept with relief and excitement. »

 


Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)

Lees verder “Hanif Kureishi, Alois Brandstetter, Joan Didion, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Calvin Trillin, Afanasy Fet, Hans Helmut Kirst”

In memoriam Paul de Wispelaere

In Memoriam Paul de Wispelaere

De Belgische schrijver, criticus en letterkundige Paul de Wispelaere is het afgelopen weekend op 88-jarige leeftijd overleden. Paul de Wispelaere werd geboren in Assebroek op 4 juli 1928. Zie ook alle tags voor Paul de Wispelaere op dit blog.

Uit: Het Perzische tapijt (Over “Blues voor glazen blazers” Van Willy Roggeman)

“Het laatste hoofdstuk (de eindfase) staat weer in de eerste persoon: nu krijgen we het nieuwe ik, de andere pool overheen de malaise bereikt, die Peter schrijvende beheerst, doordat hij er aldus vorm en structuur aan geven kan. Dat dit laatste ik wezenlijk verschilt van het ‘ik’ en ‘hij’ uit de voorgaande fases, wordt ook nog aangeduid door Peters bedenking: ‘Willy Roggeman zal mij niet meer herkennen (…)’
In het openingstafereel slaagt Peter Witherspoon er niet in tijdens zijn jazzimprovisaties aan de blues behoorlijk vorm te geven, ze te doen stollen en glanzen: zij blijven brij, die niet boven de menselijke existentie uitstijgt. Dit alles zijn sleutelwoorden voor het werk van W. Roggeman. Overal staan de vormeloze massa van het bestaan en het artistiek gevormde fragment in scherpe antithese. Voor Peter betekent die ervaring duidelijk dat hij geen vaste greep heeft op zijn eigen realiteit. Vandaar het gevoel van machteloze ellende. Veel later, tegen het eind van het boek, bekent hij aan zichzelf: ‘Tijdens de concerten deze week ben ik geen ogenblik mijzelf geweest’. (Wij kunnen denken aan Benn: ‘Was nicht geformt ist, ist nicht da.’) Uiteindelijk wordt deze malaise overwonnen in de koele, glasheldere vreugde van de Knokke-brief: ‘Ik weet mij voltooid en nieuwgeboren onder de azuren helm van deze strenge december.’ Maar met deze schematische aanduiding zou ik allerminst willen beweren dat de roman, in de trant van een traditioneel psychologische curve, een begin en een einde zou hebben, netjes aan elkaar geketend door een weloverwogen reeks van gecommentarieerde schakels, sluitend als een bus, met de afschuwelijke pretentie van een definitieve oplossing van het geval of het probleem. Binnen zijn eigen structuur, d.w.z. van zijn eerste tot zijn laatste woord bestaande terwijl men het leest en het lezende herschept, bezit het boek een prachtige formele eenheid – hoe complex die gelukkig ook is – maar naar buiten toe, naar de wereld toe, naar de tijd toe, blijft het een open vraag. In de laatste zinnen wordt dit zelfs duidelijk gesuggereerd. Het vernieuwde inzicht in de creatieve macht duurt maar zolang als de fase van de scheppingsdaad zelf: ‘(…) een idee die wij leven, een dag, een uur, een ogenblik. Maar totaal dan.’

 

 
Paul de Wispelaere (4 juli 1928 – 2 december 2016)

 

The Second Advent (Thomas Hill)

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 
Peace door William Strutt, 1896
Het schilderij toont de leeuw en het lam uit Jesaja 11, 1-10

 

The Second Advent

Not in a humble manger now,
Not of a lowly virgin born,
Announced to simple shepherd swains,
That watch their flocks in the early morn;

Not in the pomp of glory, come,
While throngs of angels hover round,
Arrayed in glittering robes of light,
And moving to the trumpet’s sound;

But in the heart of every man,
O, Jesus, come, and reign therein,
And banish from the human breast
The darkening clouds of guilt and sin.

Come, spread thy glory over earth,
Fill every heart with truth and love,
Till thy whole kingdom here below
Be filled with peace like that above.

For such a glory, when on earth,
Thou prayedst to thy Father, God;
He heareth thee, and soon will spread
Thy glory and thy truth abroad.

Then shall no more by brothers’ hands
The blood of brother men be spilled,
Nor earth’s fair scenes with captives’ tears
And groans of dying slaves be filled.

But every where shall songs of joy
And hymns of praise to God arise:
The true millennial glory then
Shall bless thy waiting followers’ eyes.

 

 
Thomas Hill (7 januari 1818 – 21 november 1891)
Portland, Maine, waar Thomas Hill werkte als predikant

 

Zie voor de schrijvers van de 4e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Feridun Zaimoglu, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook alle tags voor Rainer Maria Rilke op dit blog.

 

Werkleute sind wir

Werkleute sind wir: Knappen, Jünger, Meister,
und bauen dich, du hohes Mittelschiff.
Und manchmal kommt ein ernster Hergereister,
geht wie ein Glanz durch unsre hundert Geister
und zeigt uns zitternd einen neuen Griff.

Wir steigen in die wiegenden Gerüste,
in unsern Händen hängt der Hammer schwer,
bis eine Stunde uns die Stirnen küsste,
die strahlend und als ob sie Alles wüsste
von dir kommt, wie der Wind vom Meer.

Dann ist ein Hallen von dem vielen Hämmern
und durch die Berge geht es Stoß um Stoß.
Erst wenn es dunkelt lassen wir dich los:
Und deine kommenden Konturen dämmern.

Gott, du bist groß.

 

Magnificat

Sie kam den Hang herauf, schon schwer, fast ohne
an Trost zu glauben, Hoffnung oder Rat;
doch da die hohe tragende Matrone
ihr ernst und stolz entgegentrat

und alles wusste ohne ihr Vertrauen,
da war sie plötzlich an ihr ausgeruht;
vorsichtig hielten sich die vollen Frauen,
bis dass die junge sprach: Mir ist zumut,

als wär ich, Liebe, von nun an für immer.
Gott schüttet in der Reichen Eitelkeit
fast ohne hinzusehen ihren Schimmer;
doch sorgsam sucht er sich ein Frauenzimmer
und füllt sie an mit seiner fernsten Zeit.

Dass er mich fand. Bedenk nur; und Befehle
um meinetwillen gab von Stern zu Stern -.

Verherrliche und hebe, meine Seele,
so hoch du kannst: den HERRN.

 

Uit: Die Sonette an Orpheus, Erster Teil 

Das VII. Sonett

Rühmen, das ists! Ein zum Rühmen Bestellter,
ging er hervor wie das Erz aus des Steins
Schweigen. Sein Herz, o vergängliche Kelter
eines den Menschen unendlichen Weins.

Nie versagt ihm die Stimme am Staube,
wenn ihn das göttliche Beispiel ergreift.
Alles wird Weinberg, alles wird Traube,
in seinem fühlenden Süden gereift.

Nicht in den Grüften der Könige Moder
straft ihm die Rühmung lügen, oder
dass von den Göttern ein Schatten fällt.

Er ist einer der bleibenden Boten,
der noch weit in die Türen der Toten
Schalen mit rühmlichen Früchten hält.

 

 
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)
Portret door Leonid Pasternak, 1928

Lees verder “Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Feridun Zaimoglu, Nikoloz Baratashvili, Emil Aarestrup”

Nikolay Nekrasov, Samuel Butler, Trudi Guda, René Fallet, Thomas Carlyle

De Russische dichter Nikolay Nekrasov werd geboren op 4 december 1821 in Nemirovo. Zie ook alle tags voor Nikolay Nekrasov op dit blog ook mijn blog van 4 december 2009.

 

What The Sleepless Grandam Thinks

All through the cold night, beating wings shadowy
Sweep o’er the church-village poor,–
Only one Grandam a hundred years hoary,
Findeth her slumber no more.

Harkens, if cocks to the dawn be not crowing,
Rolls on her oven and weeps,
Sees all her past rising up to confront her–
O’er her soul shameful it creeps!

‘Woe to me sinner old! Woe! Once I cheated–
When from the church door I ran,
And in the depths of the forest strayed hidden
With my beloved Ivan.

‘Woe to me! Burning in hell’s leaping fires
Surely will soon be my soul!
I took a pair of eggs once at a neighbor’s–
Out from her hen–yes, I stole!

‘Once at the harvest at home I did linger–
Swore I was deadly sick,–when
Taking my part in the drunken carousals
Saturday night with the men!

‘Light was I ever with soldiers! Yet cursing
God’s name, when from me at last,–
My own son they took for a soldier!
Even drank cream on a fast.

‘Woe to me sinner! Woe to me wretched one!
Woe! My heart broken will be!
Holy Madonna, have pity, have mercy!
Into court go not with me!’

 

 
Nikolay Nekrasov (4 december 1821 – 8 januari 1878)
Nikolay Nekrasov in de periode van “Laatste gezangen” door Ivan Nikolaevich Kramskoi, 1877-78

Lees verder “Nikolay Nekrasov, Samuel Butler, Trudi Guda, René Fallet, Thomas Carlyle”

Pat Donnez

De Vlaamse dichter, schrijver, dichter, interviewer, performer en radiomaker Pat Donnez werd geboren in Mechelen op 4 december 1958Hij is bekend van onder meer Titaantjes, Bromberen, Piazza, Zot van Elsschot en zijn reeks over Godfried Bomans op Radio 1 en van Klara, (VRT/België). Zijn beste gesprekken bundelde hij in “Niets is waar en zelfs dat niet.” Voor zijn radiowerk kreeg hij o.m. de Prijs van de Radio- en Televisiekritiek, de ANV-Visser Neerlandia-prijs en werd hij genomineerd voor de Prix Europa en de Prix Italia. Vanaf eind september 2014 bracht Pat Donnez “Niemand Gewurgd Vandaag” op de planken, een stand-up story. In het voorjaar van 2015 verscheen zijn roman “Lichterlaaie”. Donnez debuteerde in 2007 met de gedichtenbundel “Het is een mooi leven (Zolang je niet bestaat)”. “Hotemetoten” [2008] heet de bundel gedichten die Pat ‘voor kinderen en andere grote mensen’ schreef. Ze werden op muziek gezet door Het Nationaal Kinderkoor van Nederland. [2011] In 2010 verscheen “Marilyn”, een roman die vertelt hoe een jongen van ongeveer 14 jaar zich staande probeert te houden in een uitdijende wereld.

 

Het gebeurt

Het gebeurt
dat ze nee knikt
ja bedoelt
maar ikweetniet zegt

Zolang het gebeurt dobbert hij
als een drenkeling langs de
ikjes van haar archipel

Af en toe gooit ze een syllabe uit
waar hij naar graait –
Een kinderhand

Een enkele keer hijst ze hem
aan land
Hij verdrinkt dan
in die kolkende mond

 

Het is een mooi leven

Over enkele dagen gaat het sneeuwen.
Ik herinner het me van vorig jaar.
Ik herinner me de straat.
Als iemand me had gevraagd wat heb je
dan zou ik hebben gezegd: laat me met rust,
het is niets.

Nu het sneeuwt is er niemand in de straat.
De fietser die nooit is langs geweest
valt niet met zijn hoofd op het harde asfalt.
Er bloedt niemand dood.
Er is niemand die zegt
dat hij niets heeft gezien.

Ja, het is een mooi leven
zolang je niet bestaat.

 

 
Pat Donnez (Mechelen, 4 december 1958)

Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook alle tags voor Hendrik Conscience op dit blog

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

“Komaan, De Chatillon,” morde De St.-Pol tegen zijn broeder, “stijg op het ros van uw schildknaap en laat ons gaan, want Mijnheer De Valois is een ongelovige volksgezinde.”
Intussen hadden de schildknapen hun wapens in de schede gestoken, en waren zij nu bezig met de paarden hunner meesters vooruit te brengen.
“Zijt gij klaar, Mijne heren?” vroeg De Valois. “Nu dan, spoedig voort, bid ik u; want anders komen wij de jacht te spade. Gij vazal, ga ter zijde; waarschuw ons wanneer wij moeten draaien.–Hoe ver zijn wij nog van Wijnendale?”
De jongeling nam zijn kap heuselijk van het hoofd, boog zich voor zijn redder en antwoordde: “Nog een korte mijl, mijn Heerschap.”
“Bij mijn ziel!” sprak De St.-Pol. “Ik geloof dat dit een wolf in een schapenvel is.”
“Dit heb ik reeds overlang gedacht,” antwoordde de Kanselier Pierre Flotte, “want hij beziet ons als een wolf en luistert als een haas.”
“Ha! Ha! Nu weet ik wie het is,” riep De Chatillon. “Hebt gij nooit horen spreken van een wever met name Pieter Deconinck die te Brugge woont?”
“Mijne heren, gij bedriegt u voorwaar,” bemerkte Raoul de Nesle, “ik heb de beruchte wever te Brugge zelf gesproken, en alhoewel hij deze in schalksheid te boven gaat, heeft hij slechts een oog en onze leidsman heeft er twee allergrootste. Ongetwijfeld bemint hij de oude Graaf van
Vlaanderen, en beschouwt onze komst als overwinnaars met een kwaad oog; dit is de zaak. Vergeeft hem de trouw die hij zijn ongelukkige Vorst bewaart.”
“Het is lang genoeg hierover gesproken, Mijne heren,” viel De Chatillon in.
“Laat ons van voorwerp veranderen. Ter goeder ure! Weet gij wat onze genadige Koning Philippe met dit land van Vlaanderen doen zal? Want op mijn woord, indien onze Vorst zijn schatkisten zo dicht hield als De Valois zijn mond gesloten houdt, zou het arm leven aan het Hof zijn.”
“Dit zegt gij wel,” antwoordde Pierre Flotte, “maar hij zwijgt niet met iedereen. Vertraagt de gang uwer paarden een weinig, Mijne heren, en ik zal u dingen zeggen die gij niet weet.”

 

 
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)
Het Groeningemonument in Kortrijk, opgericht naar aanleiding van de 600ste verjaardag van de Guldensporenslag in 1902.

Lees verder “Hendrik Conscience, Joseph Conrad, Herman Heijermans, Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli”

France Prešeren, F. Sionil José, Franz Josef Degenhardt, Jules Claretie, Ludvig Holberg

De Sloveense dichter en schrijver France Prešeren werd geboren op 3 december 1800 in Vrba. Zie ook alle tags voor France Prešeren  op dit blog en ook mijn blog van 3 december 2010.

 

A Wreath of Sonnets (3/14)   

Since from my heart’s deep roots have sprung these lays,
A heart not to be silenced any more;
Now I am like to Tasso who of yore
Would sing his Leonora’s fame and praise.

He could not plead his love whose tortouous maze
Bemused his years of youth, and fiercely tore
His life beyond all hope; and yet he bore
The burden he revealed in secret phrase.

My passion is aflame, although I find
Your glance gives me no hope when you are near;
Lest I offend, my lips are sealed by fear.

My poor heart’s fate, so bitter and unkind,
My secret burden – all this they make dear,
These tear-stained flowers of a poet’s mind.

 

A Wreath of Sonnets (4/14)    

These tear-stained flowers of a poet’s mind,
Culled from my bosom, lay it wholly bare;
My heart’s a garden: Love is sowing there
Sad elegies each with my longing signed.

You are their sun whose radiance, purblind,
I seek in vain at home and everywhere,
In theatre, on promenade and square,
Midst revels where the chains of dancers wind.

How often through the town with watchful eyes
I wander, praying for a fate more kind,
Yet catch no glimpse of that elusive prize.

I shed my tears to loneliness confined:
Hence all these songs which from my love arise;
They come from where no man can sunshine find

 

Vertaald door V. de Sola Pinto

 

 
France Prešeren (3 december 1800 – 8 februari 1849)
Borstbeeld bij zijn huis in Vrba.

Lees verder “France Prešeren, F. Sionil José, Franz Josef Degenhardt, Jules Claretie, Ludvig Holberg”

Frédéric Leroy, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders, Botho Strauß, Jacques Lacarrière, Iakovos Kampanellis, Eric L. Harry

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

De zwangerschap
van mevrouw Alighieri

Maand 1

god neemt een bad

Mijn god, meer nog dan van uitregenen
in de douche geniet jij van een ligbad,
leg jij, oceaanheerser, loom je torso
te weken in lauw, amniotisch vocht,
met je tenen als sidderalen gekruld
rondom de badstopketting, je knieën
als kliffen uit het sop, orchestreer je
een odyssee – vanuit zeemeeuwperspectief
bedenk je monsters in de schuimkoppen,
bestuur je knisperende blastomeren,
goedaardige blaasjes op het watervlies.

Vooruit, dwaze piraat, laat varen
die hoop op onsterfelijkheid en kaap,
de kling geklemd tussen de tanden
en met schattenjachten opgetekend
in het logboek van je gedachten
die zwalpende éénmanssloep,
een schuimpje dat aanzwelt
tot een nieuwe wereld.

***

Er zit een ezelskaakbeen verborgen
in de noordenwind en het klieft en sist er
als een slang, een willekeurige god
die het tot mens wil schoppen
daalt (zo beweren kwade tongen)
door alle negen hellekringen
negen maanden lang
en wordt geboren
uit een vrouw.

Kijk om je heen, ook jij bevindt je
met je doorweekte rimpelvoeten
nu al in het voorgeborchte

je hart is groot
als papaverzaad.

 

 
Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

Lees verder “Frédéric Leroy, Ann Patchett, Hein Boeken, T. C. Boyle, George Saunders, Botho Strauß, Jacques Lacarrière, Iakovos Kampanellis, Eric L. Harry”

Pierre Kemp, Arthur Sze, Daniel Pennac, Tahar Ben Jelloun, Billy Childish, Henry Williamson, Ernst Toller, Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov

De Nederlandse dichter en schilder Pierre Kemp werd geboren in Maastricht op 1 december 1886. Zie ook alle tags voor Pierre Kemp op dit blog.

 

Ritournelle

Het licht doet met me wat het wil,
of ik al ga, of ik sta stil,
of ik iets neem, of iets leg neer,
bij alles is het licht mijn heer.
Zo word ik, man, toch nog een vrouw;
ik die van rood houd, word een blauw;
ik die van dag wil zijn, een ding
van avond met in de schemering
een rode streep, die duidt op wind,
tot ik het licht van mijn eigen vind
en met mijn rood sla naar dat blauw
en ik mijn man graaf uit die vrouw.
Eerst dan word ik mijn eigen heer,
of ik iets neem, of iets leg neer,
of ik al ga of ik sta stil,
omdat mijn eigen licht dat wil.

 

Zomermiddag

De mens wordt groter en het land wordt kleiner.
Het gaat naar de middag en de zon
is de hevigste man in de streek en tussen de bomen
waar twee roodgeruite jongedochters komen
en gaan naar de stad.
Ze hebben haar hoeden van het hoofd genomen
en zeggen elkander dat.

 

Gang

Ik, de zon en de weg
en de zon, de weg en ik
in zonderlinge samenhang
op dit ogenblik.

Ik ruik geen bloemen, ik zie
geen bomen, geen vogels, geen heg.
Ik voel maar een gaande man in de zon
op een weg.

 

 
Pierre Kemp (1 december 1886 – 21 juli 1967)

Lees verder “Pierre Kemp, Arthur Sze, Daniel Pennac, Tahar Ben Jelloun, Billy Childish, Henry Williamson, Ernst Toller, Mihály Vörösmarty, Valery Bryusov”