Rob Waumans, Gottfried Benn, Esther Freud, Tilman Rammstedt, Wytske Versteeg, James Holmes, Novalis

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Als je de stad binnenrijdt

“Ruud is onze teamleider. Hij moet elke week vergaderen met de andere teamleiders en het rayonhoofd. Ruud noemt auto-eigenaren ‘klanten’. Verder gedraagt hij zich niet altijd als een voorbeeldfiguur. Dat komt omdat hem een aantal jaar geleden iets is geflikt. Zo noemt hij dat, geflikt. Alsof de hele gemeente alles in het werk heeft gesteld om Ruud te grazen te nemen.
Hij werkte bij Dienst Stadswacht. Toen Dienst Stadstoezicht in het leven werd geroepen en Stadswacht, Reinigingspolitie en Parkeerbeheer werden samengevoegd, werd hem een baan in Purmerend beloofd. Hij zou daar de afdeling Leefbaarheid vormgeven. Daar was Ruud blijkbaar de aangewezen persoon voor. Ruud zag het helemaal zitten en ging fanatiek op zoek naar een huis in Purmerend. Toen hij een huis had gevonden en met zijn gezin was verhuisd, kreeg hij te horen dat het niet doorging. Het werd een serieus conflict. Uiteindelijk hebben ze hem de functie van teamleider aangeboden bij Dienst Parkeerbeheer. Hij zal er wel een flinke smak geld bij hebben gekregen, maar daar heeft ie het nooit over. Ruud is nog steeds ontevreden over hoe het toen allemaal is gelopen.
In onze kantine staat een doos met koekjes. Ze zijn verpakt in geel, blauw, paars en rood cellofaan. In de gele zitten speculaasjes, in de blauwe ook, maar die hebben een andere vorm. De paarse zijn minispritsen met chocola en in de rode zitten kleine stroopwafels. Om de zoveel weken staat er een nieuwe doos en die is meestal binnen een week leeg. Khalid pakt altijd een handvol paarse, Ruud en ­ijs nemen de rode. Ze vreten zowat die hele doos leeg. Iemand heeft een keer een brie‑e op de doos geplakt: ‘Er zijn meer mensen die deze koekjes lekker vinden. Rustig aan!’
Ik neem meestal de gele of blauwe. Judith neemt geen koekjes, ze doet al een jaar aan de lijn. Aan haar figuur zie ik nog geen enkel verschil met een jaar geleden. In de krant las ik eens een artikel over vrouwen en hun gewicht, en dat het vaak tussen de oren zit. Het lijkt mij dat Judith worstelt met haar ingebeelde fysieke afwijking.”

 

 
Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

Lees verder “Rob Waumans, Gottfried Benn, Esther Freud, Tilman Rammstedt, Wytske Versteeg, James Holmes, Novalis”

Jef Last

De Nederlandse dichter en schrijver Josephus Carel Franciscus (Jef) Last werd geboren in Den Haag op 2 mei 1898. Jef Last kwam uit een katholiek milieu. Hij ging Chinese letteren studeren in Leiden, maar brak zijn studie na enkele jaren af. Aanvankelijk ging hij werken als assistent-bedrijfsleider van de ENKA in Ede. Dat botste echter met zijn sterke sociale bewogenheid; hij was al jong lid geworden van de Sociaal-democratische Arbeiderspartij en de Arbeiders Jeugdcentrale. Hij nam ontslag en begon aan een avontuurlijk leven waarin hij veel reisde. In de tweede helft van de jaren twintig begon hij aan zijn schrijverscarrière. Aanvankelijk schreef hij vooral gedichten. Zijn debuut was de dichtbundel “Bakboordslichten” (1926). Ook zijn geschriften getuigen van zijn sociale bewogenheid; zijn gedichten waren uitgesproken links en revolutionair van signatuur. Vanaf 1930 begon Jef Last de aandacht te trekken met ruim opgezette romans, en verkreeg hij landelijke bekendheid met “Partij remise” (1933) en “Zuiderzee” (1934), die beide beschouwd kunnen worden als voorbeelden van Nieuwe Zakelijkheid in de Nederlandse literatuur en “Een huis zonder vensters” (1935). Last verliet de revisionistische sociaaldemocratie om lid te worden van Sneevliets Revolutionair Socialistische Partij. Met zijn vriend André Gide reisde hij in de zomer van 1936 naar de Sovjet-Unie. Het tweetal werd groots ontvangen, maar doorzag de georganiseerde hulde en keerde ontgoocheld terug naar het westen. Veel later zou Last een boek schrijven over zijn vriendschap met Gide. In datzelfde jaar verscheen zijn dichtbundel “De bevrijde Eros”, waarin zijn homoseksuele kant duidelijk naar voren trad. Last streed mee in de Spaanse Burgeroorlog in de Internationale Brigades, waar hij aan de zijde van de wettige regering van de Spaanse republiek zou vechten, tegen de fascistische partij van generaal Franco. Daardoor verloor hij zijn Nederlanderschap wegens krijgsdienst voor een vreemde mogendheid. Kort na de Tweede Wereldoorlog kreeg hij het weer terug.Het eind van de jaren dertig was weer een periode van sterke literaire activiteit van Jef Last. Hij publiceerde de romans “De Spaansche tragedie”, “De laatste waarheid” en “De vliegende Hollander” en in 1941 verscheen “Elfstedentocht”. Jef Last woonde van 1950 tot 1953 in Indonesië en met name in Singaraja (Bali), waar hij als leraar aan een middelbare school werkte. Hij was bevriend met president Soekarno en met Mohammed Hatta.

De vriend die niet bestaat

In sprakeloze dreven
waar slechts de nachtwind gaat
speur ik soms achter ’t beven
der donkre takken even
de glans van zijn gelaat.
 
Soms is ’t als hoor ik in de
storm langs het grijze wad
een woord dat mij wil vinden
als riep hij in de winden
maar ‘k weet niet hoe of wat
 
Soms grijpen zonnestralen
mij als een warme hand
en ‘k voel zijn ademhalen
dicht bij mij, tot het dalen
der zon achter het land.
 
Soms schept mijn gróót verlangen
zijn stem en zijn gelaat
‘Alsof!’… ik liet mij vangen
door ’t al te groot verlangen
en dróóm wie niet bestaat.

 

Daar waar je bent…

Daar waar je bent is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn de bergen blauwer dan vandaag
nooit is het water frisscher dan vandaag
nooit komt een mond zoo tot een kus je tegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar je bent is het geluk
vandaag.

Daar waar je bent geuren de bloemen
daar waar je bent straalt op het veld de zon
de krekels sjirpen en de bijen zoemen
en de laurier beantwoordt zacht de bron
dit oogenblik kus ik je bruine lichaam
dit oogenblik heb ik je oogen lief
dit oogenblik zie ik je witte tanden
dit oogenblik heeft mij de wereld lief.

Daar waar ik ben is het geluk
altijd, altijd, in ‘t oogenblik
nooit zijn gedachten mooier dan de menschen
nooit is de toekomst mooier dan vandaag
nooit komt een hand weer in de mijne wegen
als nu
in ‘t oogenblik
daar waar ik ben is het geluk
vandaag.

 
Jef Last (2 mei 1898 – 15 februari 1972)

Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook alle tags voor Guido Gezelle op dit blog.

 

O Perenboom belaên

O Perenboom, belaên
met al goudgeelwe blaên,
oktoberziek en treurig,
de winter is ’t, die naast,
en ’t al het land uit blaast
dat groeizaam is en geurig!

Nog onlangs stond gij daar,
o schone perelaar,
één witte wolke blommen,
die ’t weerd was om te zien,
en die naar u de biên
van verre en na deed kommen.

De zomer ging voorbij,
en dan bekroondet gij
uw edel hoofd met bruine,
zoetvleesde peren, van
daar schier mijn hand aan kan
tot in uw hoogste kruine.

Nu staat gij daar en treurt,
ontkinderd en ontkleurd,
en schijnt alom te vragen:
zal niemand, die mij zag
in mijne schone dag,
me een meêlijend herte dragen?

o Perenboom, vaar wel;
’n wilt vóór winter fel
noch weemoed buigen neder:
de winter komt en gaat,
o Perenboom: weêrstaat,
verrijzen zult gij weder!

 

De macht ontvalt de mense aleer hij ’t weet

De macht ontvalt de mense aleer hij ’t weet;
wat baat hem dat hij werkt, en leeft, en eet?
Het leven zelf doet ’t leven dood, en ’t is
dat wij geen duur en hebben, ’t grootst gemis
van al dat ons ontbreekt. o Duurzaamheid
oneindig, al omvattend, uitgebreid,
die, onbegonnen, nimmer sterven zult;
die ’t wezen van het wezen heel vervult,
u ken ik, ja, heb dank; u ben ik? Neen:
want duurzaamheid, o God, zijt Gij alleen!

 

Tempus edax…

’t Is stille! Neerstig tikt het ongedurig
hangend wezen,
waarop de weg naar ’t eeuwige, in
twaalf stappen, staat te lezen.

’t Is stille en middernacht! Alsof
ik blind ware, om mij henen,
in donkere diepten schijnt het al
verduisterd en verdwenen.

’t Is stille! Niets te zien en niets
te horen, ’t doet mij beven!
als ’t altijd neerstig bijten van
den tijdworm aan ons leven!

 

 
Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)
Zandsculptuur door Marielle Heessels, Blankenberge

Lees verder “Guido Gezelle, Johano Strasser, Yasmina Reza, Joseph Heller, Yánnis Rítsos”

Jeroen Brouwers, Alexander Osang, Ulla Hahn, Luise Rinser, John Boyne, Annie Dillard

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Bittere bloemen

“Het beeld verspringt, – het duurde maar een fractie van tijd en er kwam benauwdheid bij opzetten, of hij stikte.
Hij legt zijn arm op de stoelleuning terug, de hand ontspannen. Als hij zo meteen werkelijk opduikt uit het onbewuste, zal hij die hand in een automatisme naar zijn mond brengen en in verwarring vaststellen dat het half opgerookte sigaartje zich niet meer tussen wijs- en middelvinger bevindt.
Het onbewuste, is dat wel een juiste omschrijving?
In de toestand van dit moment is hij op een of andere manier zich lucide bewust van wat hij ervaart, al is het ijl en vluchtig als in nerveus verspringende beelden uit de beginjaren van de film. Is het dus wel zeker dat hij droomt?
Nu is hij in een klaslokaal, de snor is weg, hij staat van alles te oreren, schrijft iets op het bord, het krijtje breekt. Zich met een vreemd, knorrend neusgeluid tot één cursiste in het bijzonder richtend, verpulvert zijn schoenzool het afgebroken stukje krijt, er ontstaat een spoor van zoolvormige witte afdrukken op de plankenvloer. Close-up van het meisje, te beginnen met haar parelzwarte ogen, maar voordat volledig op haar is ingezoomd, verbrokkelt haar gezicht, verdampt het en verdwijnt. ‘Zo heet ik niet’, zegt ze nog. Er slaat een deur dicht.
Hij schrikt wakker van zijn eigen gesnurk. Meteen zit hij rechtop, waarbij het houtwerk van de stoel verontrustend kraakt. Hand masserend in zijn nek, die pijn doet omdat hij, te ver achterover, meer op zijn kruin dan op zijn schouders heeft gerust, zijn gezicht horizontaal naar de vlammende lucht vol vogels, – hun geschreeuw is hij in zijn slaapje blijven horen. Zijn andere hand met de aaneengesloten wijs- en middelvinger gaat inderdaad naar zijn mond, die nog openhangt, hij ontmoet er de zeverdraden aan zijn kin. Slurpend sluit hij zijn lippen, opent hij zijn ogen, speurt hij snel en gegeneerd om zich heen naar mogelijke getuigen van zijn genurk, gekwijl, geschrokken overeindkoming en misschien heeft hij in zijn korte dommel hele monologen gemompeld of kreten geslaakt.”

 

 
Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

Lees verder “Jeroen Brouwers, Alexander Osang, Ulla Hahn, Luise Rinser, John Boyne, Annie Dillard”

Kno’Ledge Cesare

De Nederlandse dichter, artiest en blogger Kno’Ledge Cesare werd als Jerry King Luther Afriyie geboren in Bechem, Ghana, op 30 April 1981, Ghana. Hij is ook de oprichter van Stichting Soul Rebel Movement (SRM), een non-profit organisatie die zich richt op kansarme gemeenschappen. Na de geboorte van zijn jongere broer besloot zijn vader zijn geluk in Europa te gaan zoeken. Jerry groeide daarna op bij zijn grootmoeder en twee tantes. Als kind maakte hij kennis met honger en armoede. Op de leeftijd van zes ontstond vanuit die ervaringen al het idee van de latere Soul Rebel Movement. In 1989 ging hij terug naar zijn moeder. In 1993 haalde zijn vader hem naar Nederland. Hij en zijn broer woonden toen bij vader en stiefmoeder in Utrecht en na de scheiding van zijn vader vanaf 1997 in Amsterdam. Hij gaf zijn droom van een carrière als voetballer op en richtte zich steeds meer op (rap-)muziek. Samen met Gramifi richtte hij in 1998 Apo-clipZ op. Om zich te onderscheiden van anderen noemden zij hun muziekstijl “Rebel Music”. In 1999 kwam Afriyie erachter dat hij niet langer de Nederlandse nationaliteit bezat. Het zou meer dan 10 jaar duren voordat alle problemen die daardoor ontstonden werden opgelost. In 2005 kreeg hij weer een verblijfsvergunning. In 2009 nam hij zelfs voor het Hip-Hop platform Bijlmer Style deel aan de gemeenteraadsverkiezingen.

A Poem For The Teenage Mothers

Tell me,
Are you holding it together?
What about her father, is he dedicated and tender?
What a great opportunity to come closer

Tell me,
Were you tired, but happy?
In need of rest, but fully awake,
To admire the miracle that God just gave?

Did you hold her tight, 
To your bosom and whispered ‘Hi’
Did you cry when she opened her eyes,
And saw you, at long last, for the very first time?

What was your thought, when you held her close?
Mama’s little pearl, I suppose
Did you name her after a delicate flower,
Or unto your mother went the honor?

And what is the color of her eyes, 
Dark brown or blue? 
I must congratulate you
Promise to write me back very soon

I will look forward to your letter
But whatever your answers may be, 
One thing is for sure, you are a mother

Happy Mother’s Day 

 
Kno’Ledge Cesare (Bechem, 30 April 1981)

Konstantínos Petros Kaváfis, Bernhard Setzwein, Alejandra Pizarnik, Walter Kempowski, Bjarne Reuter, Kurt Pinthus

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

Zoveel je kunt

Ook als je het leven niet inrichten kunt naar eigen wens,
span je dan tenminste hier voor in
zoveel je kunt: verlaag het niet
door te veel omgang met de mensen,
door te veel drukte en gepraat.

Verlaag het niet door het mee te slepen,
het dikwijls om te leiden en het bloot te stellen
aan de dagelijkse dwaasheid
van betrekkingen en omgang,
tot het lastig wordt als iets vreemds.

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molengraaf

 

Was het de drank?

Was het de drank van die avond?
Was het omdat ik indutte? Ik was de hele dag al moe.

Voor mijn ogen werd de zwarte, houten zuil
met de antieke kop uitgewist, net als de deur
van de eetkamer, de rode fauteuil en het bankje.
In plaats ervan verscheen een straat in Massalia.
En daar bleek mijn ziel weer vrij,
niet verdrukt, en ze ging mee
met de gestalte van een verfijnde, zinnelijke efebe –
een verdorven efebe: dat moet ook gezegd.

Was het de drank van die avond?
Was het omdat ik indutte? Ik was die dag al moe.

Mijn ziel herademde en toonde me
een fijne straat in Massalia,
met de gestalte van de gelukkige, verdorven efebe,
hij kende nooit schaamte, dat spreekt.

 

Vertaald door Mario Molengraaf

 

Die Stadt

Du sprachst: “Ich gehe in ein anderes Land, an eine andere Küste.
Es findet sich die andere Stadt, die besser ist als diese eben.
Jeder meiner Mühen ist das Scheitern vorgegeben;
und es ist mein Herz – als sei es tot – begraben.
Wie lange noch verharren hier in Ödnis die Verstandesgaben.
Wohin ich mein Auge wende, wohin ich auch schau’,
hier sehe ich nur meines Lebens schwarzen Trümmerbau,
welches ich soviele Jahre führte und verheerte und verwüste.”
Du findest keinen neuen Platz, findest keine anderen Küsten.
Dir folgt die Stadt. Durch die Straßen streifst du, unveränderlich
dieselben. Und in selben Vierteln kommt das Alter über dich;
und es wird in selben Häusern weiß dein Haar.
Dein Ziel liegt stets in dieser Stadt. Nach anderen Orten – Hoffnung fahr –
gibt es kein Schiff für dich und gibt es keine Straße.
Wie du dein Leben hier verheert hast, in dem Maße
dieses kleinen Ecks, so mußtest du es in der ganzen Welt verwüsten.

 

Vertaald door Wolfgang Josing en Doris Gundert

 

 
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)
Borstbeeld in het Kaváfis museum in Alexandrië

Lees verder “Konstantínos Petros Kaváfis, Bernhard Setzwein, Alejandra Pizarnik, Walter Kempowski, Bjarne Reuter, Kurt Pinthus”

Rod McKuen

De Amerikaanse dichter, zanger, singer-songwriter, componist en acteur Rodney Marvin McKuen werd geboren in Oakland, Californië op 29 april 1933. McKuen liep op jeugdige leeftijd weg van huis en zwierf enige tijd langs de Amerikaanse westkust. Hij ontdekte zijn schrijverstalent, belandde in de journalistiek, en begin jaren vijftig was hij verslaggever in de Koreaanse Oorlog. Hij ging in San Francisco wonen en vergaarde bescheiden bekendheid als beat poet en folkzanger. Hij las zijn eerste gedichten voor met Jack Kerouac en Allen Ginsberg in San Francisco’s Jazz Cellar. Zijn eerste LP “Songs for a lazy afternoon” verscheen in 1956. Eind jaren vijftig had hij als acteur een bijrol in een paar films, In 1959 vestigde hij zich in New York. Zijn volgende albums in verschillende genres, met pop ballads, rock-‘n-roll en gesproken woord werden uitgebracht bij platenmaatschappij Decca. Begin jaren zestig reisde hij lange tijd door Frankrijk waar hij persoonlijk kennis maakte met diverse chansonniers. Hij maakte Engelse vertalingen van het werk van o. a. Gilbert Bécaud en Jacques Brel. Halverwege de jaren zestig toen hij terug was in Amerika werd hij steeds populairder als singer-songwriter. Hij bracht zijn eerste dichtbundels uit. Zijn eerste dichtbundel “Stanyan Street & Other Sorrows” uit 1966 werd een groot succes, en meer dichtbundels volgden. Vooral in Amerika waren zijn dichtbundels enorm populair. Er werden meer dan 40 miljoen exemplaren van verkocht, en hij werd hiermee een van de populairste dichters aller tijden. In Nederland werd zijn dichtbundel “Listen to the warm” in 1971 uitgebracht onder de titel “Liefde in woorden” vertaald door Cees Nooteboom. Zijn meeste succesvolle album was “Rod McKuen at Carnegie Hall” (1969). In 1971 werd hij ineens razend populair in Nederland. Hij had hij achter elkaar twee nummer 1-hits, “Soldiers who want to be heroes” en “Without a worry in the world” Van 1967 tot 1975 maakte hij een aantal platen met Anita Kerr en de San Sebastian Strings. Intussen bleef hij soloalbums uitbrengen, zoals het disco album “Slide easy” in uit 1977, waarop de Europese hit Amor. De dichtbundels die hij schreef in de latere jaren zeventig vonden minder aftrek. Zijn grote succes was voorbij. In 1976 schreef hij het autobiografische boek “Finding my father”, over de zoektocht naar zijn vader. Vanaf 1982 werd McKuens leven getekend door een klinische depressie waardoor zijn productiviteit sterk afnam. Hij nam afscheid van het podium, maar hij schreef nog wel een paar dichtbundels in de jaren tachtig.

The Need

It’s nice sometimes
to open up the heart a little
and let some hurt come in.
It proves you’re still alive.

If nothing else
it says to you–
clear as a high hill air,
uncomfortable
as diving through cold water–

I’m here.
However wretchedly I feel,
I feel.

I’m not sure
why we cannot shake
the old loves
from our minds.
It must be that
we build on memory
and make them more
than what they were.
And is the manufacture
just a safe device
for closing up the wall?

I do remember.
the only fuzzy circumstance
is sometimes where and how.
Why, I know.

It happens
just because we need
to want and to be
wanted, too,
when love is here or gone
to lie down in the darkness
and listen to the warm.

 

I promised I would call

I promised I would call
I used to do that often
and meant it at the time
as I meant to answer letters
and take the dogs out walking
the same hour every day.

I didn’t call because I didn’t
and because a promise
I might keep
that leads you nowhere
would be unkinder
than good intentions
that grow dim.

 
Rod McKuen (Oakland, 29 april 1933)

Roberto Bolaño, Harper Lee, Karl Kraus, Nezahualcóyotl, Ğabdulla Tuqay

De Chileense dichter en schrijver Roberto Bolaño werd geboren op 28 april 1953 in Santiago de Chile. Zie ook alle tags voor Roberto Bolaño op dit blog.

Uit:The Savage Detectives

« Asking Álamo these questions was, as I soon learned, a sign of my tactlessness. At first I thought he was smiling in admiration. Later I realized it was actually contempt. Mexican poets (poets in general, I guess) hate to have their ignorance brought to light. But I didn’t back down, and after he had ripped apart a few of my poems at the second session, I asked him whether he knew what a rispetto was. Álamo thought that I was demanding respect for my poems, and he went off on a tirade about objective criticism (for a change), a minefield that every young poet must cross, etc., but I cut him off, and after explaining that never in my short life had I demanded respect for my humble creations, I put the question to him again, this time enunciating as clearly as possible.
“Don’t give me this crap,” said Álamo.
“A rispetto, professor, is a kind of lyrical verse, romantic to be precise, similar to the strambotto, with six or eight hendecasyllabic lines, the first four in the form of a serventesio and the following composed in rhyming couplets. For example …” And I was about to give him an example or two when Álamo jumped up and cut me off. What happened next is hazy (although I have a good memory): I remember Álamo laughing along with the four or five other members of the workshop. I think they may have been making fun of me.
Anyone else would have left and never gone back, but despite my unhappy memories (or my unhappy failure to remember what had happened, at least as unfortunate as remembering would have been), the next week there I was, punctual as always.
I think destiny brought me back. This was the fifth session of Álamo’s workshop that I’d attended (but it might just as well have been the eighth or the ninth, since lately I’ve been noticing that time can expand or contract at will), and tension, the alternating current of tragedy, was palpable in the air, although no one could explain why.”

 

 
Roberto Bolaño (28 april 1953 – 15 juli 2003)

Lees verder “Roberto Bolaño, Harper Lee, Karl Kraus, Nezahualcóyotl, Ğabdulla Tuqay”

O süßes Nichtstun (Theodor Storm)

 

Dolce far niente

 

 
Bergdorp aan de ligurische kust door Hermann Corrodi, 19e eeuw

 

O süßes Nichtstun

O süßes Nichtstun, an der Liebsten Seite
Zu ruhen auf des Bergs besonnter Kuppe;
Bald abwärts zu des Städtchens Häusergruppe
Den Blick zu senden, bald in ferne Weite!

O süßes Nichtstun, lieblich so gebannt
Zu atmen in den neubefreiten Düften;
Sich locken lassen von den Frühlingslüften,
Hinabzuziehn in das beglänzte Land;
Rückkehren dann aus aller Wunderferne
In deiner Augen heimatliche Sterne.

 

 
Theodor Storm (14 september 1817 – 4 juli 1888)
Husum, haven (Storm werd geboren in Husum)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e april ook mijn 2 blogs van 27 april 2013.

The King’s Breakfast (Alan Alexander Milne)

 

Dolce far niente (bij Koningsdag)  

 

 
Vrijmarkt in het Vondelpark in Amsterdam, 2007

 

The King’s Breakfast

The King asked
The Queen, and
The Queen asked
The Dairymaid:
“Could we have some butter for
The Royal slice of bread?”
The Queen asked
The Dairymaid,
The Dairymaid
Said, “Certainly,
I’ll go and tell
The cow
Now
Before she goes to bed.”

The Dairymaid
She curtsied,
And went and told
The Alderney:
“Don’t forget the butter for
The Royal slice of bread.”

The Alderney
Said sleepily:
“You’d better tell
His Majesty
That many people nowadays
Like marmalade
Instead.”

The Dairymaid
Said, “Fancy!”
And went to
Her Majesty.
She curtsied to the Queen, and
She turned a little red:
“Excuse me,
Your Majesty,
For taking of
The liberty,
But marmalade is tasty, if
It’s very
Thickly
Spread.”

The Queen said
“Oh!”
And went to
His Majesty:
“Talking of the butter for
The Royal slice of bread,
Many people
Think that
Marmalade
Is nicer.
Would you like to try a little
Marmalade
Instead?”

The King said,
“Bother!”
And then he said,
“Oh, dear me!”
The King sobbed, “Oh, deary me!”
And went back to bed.
“Nobody,”
He whimpered,
“Could call me
A fussy man;
I only want
A little bit
Of butter for
My bread!”

The Queen said,
“There, there!”
And went to
The Dairymaid.
The Dairymaid
Said, “There, there!”
And went to the shed.
The cow said,
“There, there!
I didn’t really
Mean it;
Here’s milk for his porringer
And butter for his bread.”

The Queen took
The butter
And brought it to
His Majesty;
The King said,
“Butter, eh?”
And bounced out of bed.
“Nobody,” he said,
As he kissed her
Tenderly,
“Nobody,” he said,
As he slid down
The banisters,
“Nobody,
My darling,
Could call me
A fussy man—
BUT
I do like a little bit of butter to my bread!”

 

 
Alan Alexander Milne (18 januari 1882 – 31 januari 1956)
St. Pauls in Londen door Thomas Hosmer Shepherd (Milne werd geboren in Londen)

 

Zie voor de schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2013 en eveneens mijn twee blogs van 26 april 2011.