Ernst Wiechert, Omar Khayyam, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson

 

De Duitse dichter en schrijver Ernst Wiechert werd geboren op 18 mei 1887 in Kleinort bij Sensburg in Oostpruisen.(Tegenwoordig Polen). Zie ook alle tags voor Ernst Wiechert op dit blog.

Uit: Der Knecht Gottes Andreas Nyland

„Und als ich auf die alte Welt zurückblickte, erkannte ich. daß es eine fremde Welt war. Wie Andreas Nyland war ich durch die große Wandlung gegangen, und als der “Mann in der Öde” kehrte ich zu meinem Tagewerk zurück.
Aber jedes Tagewerk ist unerbittlich an die alte Welt gebunden, und sie läßt nicht zu. daß wir das Steuer nach dem Unendlichen drehen. Das Unendliche liegt immer nur im Reich des Geistes, und so entstand der “Knecht Gottes”. Dieselbe Lampe leuchtete auf seine Blätter, die den “Totenwolf” beschienen hatte, aber die Achse des Lebens hatte sich schweigend gewendet, und der Haß stand im fallenden Hause.

Mit der Dumpfheit der Idee gebar sich die Dumpfheit des Charakters wie der Handlung, und dieselbe Unerbittlichkeit, die den Verfasser über stürzende Götter ins Abseitige und Einsame getrieben hatte, treibt den Knecht Gottes aus der Welt des Seienden in das Tal. wo Gott ihn begrub. Denn immer noch war mir, selten zum Vorteil, Erkennen gleich Bekennen, nur daß das Kunstwerk in ungeheurer Projektion an den Himmel des Begreifens schleudern muß, was im niedrigen Licht des Lebens eng und bescheiden aus dem Schatten sich hebt.

Unter der letzten Zeile dieses Buches stand “Kein Ende”. Noch war die Furcht vor dem “Alles oder Nichts” zu überwinden, noch zögerte die Hand, den letzten Faden von der Spindel laufen zu lassen.

Nach Jahresfrist erst befreite der Mut zum Letzten den Schöpfer wie das Werk.
Gewiß, alles dieses ist schon geschrieben worden. Aber läßt sich nicht alle Kunst im Grunde auf ein paar ewige Dinge und Verhältnisse zurückführen, wie alle erschütternden Klänge von Gottes- und Menschenhand auf sieben Töne? Und ist unser Ringen mit dem Engel Gottes im Morgenrot eine zwecklose und leere Gebärde, weil Jakob mit ihm gerungen hat an der Furt des Jabbok?“

 

Ernst Wiechert (18 mei 1887 – 24 augustus 1950)

 

Lees verder “Ernst Wiechert, Omar Khayyam, Franziska zu Reventlow, Bertrand Russell, John Wilson”

Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

 

 Placenta

This formless, lobated organ
that is expelled after birth.
Neither mother nor child, neutral,
in the same way the innermost void
within true insomnia
is a completely neutral place.

There always exists something
that is between usual states,
neither the one nor the other.
Towards this Between
I feel a wry friendship,
a kinship even.

It has the real world’s
large vacant, candid face.

 

The art room

The room itself smelled of chalk
and heavy, dried wood.
Generations had carved in the tables
so that the systems of letters
intersected each other
as in some ancient Sumerian
or why not Babylonian
archaeology.
Forgotten gods with dog’s ears
and stern wooden faces
came of their own accord out of the graining.
On the paper, though, only the strict
figures and angles of the linear drawing that were
so sharp that you could cut yourself on them.

And this was meant to be the place where art dwelt.

 

Vertaald door John Irons

 

Fichte an der Petroleumlampe

Als das weiche Dunkel des Augusts
sich plötzlich verdichtete
war es, als habe der See da unten
einen kürzeren Wellenschlag, eine andere Atmung
unbekannte Tiere schauten vielleicht aus
ihren Höhlen am Uferrand.
Und die Petroleumlampe wurde angezündet.
Sie sah aus wie ein kleiner Leuchtturm
mit verschiedenen Absätzen aus Glas und Porzellan
und der starke Strom von erhitzter Luft
durfte nicht in die Gardine geraten.
Da hieß es aufpassen,
die Lampe nicht unter die Gardine stellen.
Sie erzeugte, genau genommen, große Hitze
(der Unterschied war im Raum deutlich zu spüren)
und wenig Licht. Und um diese Lampe flog
ein wütendes kleines metallblaues Insekt.
Der Philosoph Fichte war irgendwie
dem dicken braunen Buch
auf dem Tisch entschlüpft,
in dem er allem Anschein nach wohnte.
Kreiste, bis ihn die Flamme verschlang.
Aber da war der Abend zu Ende.

 

Vertaald door Verena Reichelaus

 

Lars Gustafsson (Västeras, 17 mei 1936)

Lees verder “Lars Gustafsson, Peter Høeg, Gary Paulsen, Henri Barbusse, Virginie Loveling, Mischa Andriessen”

Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo

De Amerikaanse dichteres Adrienne Rich werd 16 mei 1929 geboren te Baltimore. Zie ook alle tags voor Adrienne Rich op dit blog.

 

 

Translations
December 25, 1972

 

You show me the poems ofsome woman
my age, or younger
translated from your language

 

Certain words occur: enemy, oven, sorrow
enough to let me know
she’s a woman of my time

 

Obsessed

 

with Love, our subject:
we’ve trained it like ivy to our walls
baked it like bread in our ovens
worn it like lead on our ankles
watched it through binoculars as if
it were a helicopter
bringing food to our famine
or the satellite
of a hostile power

 

I begin to see that woman
doing things: stirring rice
ironing a skirt
typing a manuscript till dawn

 

trying to make a call
from a phonebooth

 

The phone rings endlessly
in a man’s bedroom
she hears him telling someone else
Never mind. She’ll get tired.
hears him telling her story to her sister

 

who becomes her enemy
and will in her own way
light her own way to sorrow

 

ignorant of the fact this way of grief
is shared, unnecessary
and political



 

 

De tijgers van tante Jennifer

 

De tijgers van tante pareren over een gaas

Bewoners van een groene wereld, helder topaas,

Ze vrezen de mannen niet onder de boom

Ze stappen vol zekerheid, trots en loom

 

De vingers van tante frutselen met wol en draad

En ivoren naald die stroef door het borduursel gaat

De trouwring van oom is het massief gewicht

Dat zwaar op tante Jennifer’s handen ligt.

 

Bij haar dood ligt haar hand vol schrik geklemd

In die ring, die beproeving die haar heeft getemd

De tijgers op het doek dat tante heeft gemaakt

Stappen fier verder: trots, onaangeraakt.

 

 

Vertaald door Maaike Meijer

 

 

 


Adrienne Rich (16 mei 1929 – 27 maart 2012)

 

Lees verder “Adrienne Rich, Paul Gellings, Friedrich Rückert, Jakob van Hoddis, Juan Rulfo”

Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Edwin Muir, Mary Wortley Montagu

De Nederlandse dichter, essayist en letterkundige Albert Verwey werd geboren in Amsterdam op 15 mei 1865. Zie ook alle tags voor Albert Verwey op dit blog.

 

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet

Ik zie de mens, maar ik begrijp hem niet: –
Hij eet van ’t leven al wat lekker smaakt,
En proeft van ál zijn passies: zijn mond raakt
Iedere vrucht, die iedre hand hem biedt.

Hij zoekt in dronkenschap een droom, die vliedt,
In ’t leven, – tot hij, moede en koud, ontwaakt,
Naakt en gebroken: op zijn lippen smaakt
Des levens droesem bitter als verdriet.

En dan noemt hij de wijn, die vreugde geeft –
Zijn passie – zonde, en nuchterzijn zijn deugd,
Daar hij zich dwaas dronk in een mooie droom,

En in het leven schijn zocht, die niet leeft.
Hij vleit zich met de erinn’ring zijner vreugd,
Maar durft geen appel proeven zonder schroom.

 

De handdruk

Er is zoveel waar ’t wonderlijk begeren
Ongaarn naar reikt; want wij zijn zo gemaakt
Dat wij niet enkel wat ons scha doet weren,
Maar onze trots ook wat wil helpen wraakt.

Op andren niet alleen maar op ons eigen
Verhalen wij het leed dat de andre ons deed,
En voeden lust in pijn en wonden krijgen
En noemen de andre en weten zelf ons wreed.

Dan staan we op ’t laatst in het heelal, verbijsterd
Dat zoveel schoons als toch moet zijn, niet blijkt:
Wij voelen ons gelijk een boom, geteisterd
Door wind, weer, bliksem, schoon hij niet bezwijkt.

Wij staan alleen: dan sluipt zich in ons voelen,
Dan dringt zich door naar ’t aarzelend verstand,
Gemeenschap, zwijgend, vol verstaan bedoelen:
De warme druk van een bevriende hand.

 

Van de liefde die vriendschap heet

 3

Ik had uw hart mij tot een huis gewijd:
De wierook brandde – de opgeslagen blaân
Der schriften gloorden – de ark zag ’k openstaan –
Ik had mijn wolk rondom mijn huis gespreid.

En zie, in mijn huis zit een wisslaar aan,
Midden in mijn mysteriën, als beidt
Hij mijne komst: – opent de poorten wijd,
Strooit lovers, dat mijn voet moog’ binnengaan!

Wee mij! straks zal mijn levensmoede ziel,
Droef als een vlam, die half omsluierd gloort,
Rijzen naar waar àl bleke zielen zijn.

Om daar te branden met den matten schijn
Van onbegrepen liefde en ’t onverhoord
Bidden te horen van wie na mij kniel’.

 

Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937)
Dichters groepsfoto:, circa 1900. Boven:  Alfred Schuler, Stefan George  
Bemeden: Karl Wolfskehl, Ludwig Klages, Albert Verwey

Lees verder “Arthur Schnitzler, Albert Verwey, Pem Sluijter, W.J.M. Bronzwaer, Edwin Muir, Mary Wortley Montagu”

Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Kweeperen in cognac

Weemoed van kweeperen in cognac
zomers boudoir achter
lichtschuw inmaakglas
waar ik naar tracht
als naar een haardvuur
in een huis met
geblinde ramen.

Stroomafwaarts
in lopende plooien
van mijn huid
is de herfst geboren
als in een zwijgend laken
of in een handpalm
bespannen met opalen vlies
van witte eierschalen.
De boomgaard met blaren
wisselt feestelijk van vacht
naast de kweeperelaar
op het vloerkleed gras .

 

Zwijgen

Zwijgen
is
dieper graven

vlinder die de nacht bevoelt
met vingertoppen duisternis
-ik ben het blauw van Raveel verloren-

vaak heb ik de vroegste morgen
uit je wuivende vleugels geperst
je wieg was me meer
dan een wijngaard stilte
en op je rug
heb ik mezelf vertekend

ik huil om zinloosheid
van opgesteven woorden
om weemoed die de traan
niet kent.

 

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

Lees verder “Jo Gisekin, Karl-Markus Gauß, Eoin Colfer, Gaby Hauptmann, Dante Alighieri, Krister Axel”

Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

 

 

Licht onder de hersenpan

Het stapeltje bladeren waar ik me voor had gezet is alweer
tot nul herleid. Nul: niets, problematisch oorsprong van alles.

Zie ik nu ijskoude staaltjes werkelijkheid?

Verklaren oogbewegingen in het donker welke beelden
zich vormen onder de hersenpan? Ik bedoel,
werpen ze er een licht op?

Of juist niet?

Blijf ik gedoemd snappshots te schieten met waar ik
veel kegeltjes heb op mijn netvlies.

Van dit landschap zie ik wat bloesem op een tak
van een – alles bij elkaar genomen –
verbluffende kersenboom.

Van je gezicht zie ik de komma, rechts,
vlak naast je mondhoek.

 

 

 

Gedicht/Niet-gedicht deel 2

Bij Rainer Maria Rilkes ‘Lied vom Meer’

Oeroud waaien van meer, zeewind bij nacht
Jou ontgaat geen die wacht of zien zal hoe
Oeroud waaien van meer, zeewind des nachts
Jij zult weerstaan! Oeroud waaien van meer
Jou ontgaat wachten niet, noch verwijzen
Verstenigd weze van ruimte rijzen
Jij zult weerstaan! Aldoor waaien van meer
Zo gevoel je varen, diep in maanschijn
Verstrengeld wezen van ruimte rijze
Zo gevoel je varen, in maanschijn diep

 

 

Tijger

In een wereld
van goud,

dit askleurige
vloeiend
water,

daarvan
drinken,

(natuurlijk!)

een tijger.

 

 

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

Lees verder “Jan Lauwereyns, Reinout Verbeke, Bruce Chatwin, Daphne du Maurier, Kathleen Jamie, Armistead Maupin”

P. C. Boutens, Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski

Bij Moederdag

 

 Freer

Mother and Child Reading door Frederick Warren Freer, 1896

Montgomery Museum of Fine Arts

 

 

Kind der aarde

Nu kom ik elke nacht, Moeder, slapen bij u thuis:
Geen afstand in de avond scheidt mij van uw liefdelichte huis.

Voorgoed uit al Gods sterren ken ik de eigen moeder mijn:
Daar is niets in de wijde heemlen als uw ogenschijn.

Hoe vindt de schaamte mijner ogen, Moeder, u onveranderd schoon;
Hoe bleef gij trouw en goed, Moeder, voor de ontrouwe zoon!

Ik slaap zoals een ongeboren kind zou slapen in uw schoot,
En drink uw koele donkre kracht in nachtelijke dood,

En elke nieuwe morgen in het nieuwe licht
Rijs ik op sterker vleuglen, Moeder, weg uit uw gezicht:

Als ziel en vogel die zijn moeheid dichtst aan uw hart verslaat,
Die stijgt en zingt het naast bij God met iedren dageraad…

Zo laat mij elke nacht, Moeder, slapen bij u thuis:
Mij kan geen afstand scheiden, Moeder, van uw liefdelichte huis!

 

 

P. C. Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

Lees verder “P. C. Boutens, Hagar Peeters, Bertus Aafjes, August Vermeylen, Andrej Voznesensky, Eva Demski”

Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Werner Bräunig, Cäsar Flaischlen, Edward Lear

De Zwitserse dichteres Sabine Imhof werd geboren in Brig in 1976. Zie ook alle tags voor Sabine Imhof op dit blog.

 

idaho

ich mache ein paar fliegen
in der kopiermaschine alle
und nenne den ausdruck
impression eines sommers
in schwarzweiß schwimmt
mein eingemachtes herz
in dosen gegen den stromausfall
deiner haut habe ich tausend
volt in meinen küssen und
lege feuerwerke frei in
deinem keller erinnert sich
ein fenster an mein gesicht.

 

kleine welt
(für meinen Vater)

das kind der umwege
das mit dem gewicht des hauses ging
brach sich in fremden sprachen das genick
tanzte mit halben hunden um den reim
& alles
war eine antwort auf liebe,
verbliebene lücken im raum.

 

 

Sabine Imhof (Brig, 12 mei 1976)

Lees verder “Sabine Imhof, Farley Mowat, Dante Gabriel Rossetti, Werner Bräunig, Cäsar Flaischlen, Edward Lear”

Nicolaas Anslijn, Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli

De Nederlandse schrijver Nicolaas Anslijn werd op 12 mei 1777 geboren in Leiden. Zie ook alle tags voor Nicolaas Anslijn op dit blog.

 

Uit: De brave Hendrik

 

“Ik ben laatst bij Hendrik aan huis geweest, maar gij moest eens zien, hoe gehoorzaam hij zijnen ouders is.

Als zij hem zeggen, dat hij iets doen moet, dan doet hij het ook terstond.

Hij wacht nooit tot zij het hem tweemaal zeggen.

Hij zegt ook nooit: laat mijn broer of mijne zuster het doen; maar hij is altijd blijde, als hij iets voor zijne lieve ouders doen kan.

Als zij hem iets verbieden, dan laat hij het ook dadelijk.

Hij vraagt nooit: waarom moet ik dat laten?

Hij ziet ook nooit knorrig, als zijne ouders hem iets verbieden.

Ik prees Hendrik om zijne gehoorzaamheid, maar hij wilde niets daarvan hooren.

Wat denkt gij, dat hij mij antwoordde?

Mijne ouders weten zeer wel, waarom zij mij iets gebieden of verbieden.

Zij weten wel, wat mij nuttig of schadelijk is.

Foei! zou ik ongehoorzaam wezen? Zou ik mijne ouders bedroeven?

Toen ik laatst eens ongehoorzaam was, stonden mijne moeder de tranen in de oogen; maar ik zal wel zorg dragen, dat het niet weder gebeurt.

Ik antwoordde niets: maar ik nam het besluit om in het vervolg ook zoo gehoorzaam te zijn als Hendrik.”

 

 

 

Nicolaas Anslijn (12 mei 1777 — 18 september 1838)

Lees verder “Nicolaas Anslijn, Diana Raznovich, Andrej Amalrik, Maurice Carême, Massimo Bontempelli”

J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela

 

De Nederlandse dichter en classicus Jan Hendrik Leopold werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 11 mei 1865. Zie ook alle tags voor J. H. Leopold op dit blog.

De lucht was als een perzik

De lucht was als een perzik,
de maan een diamant,
zwellende lentenevels
bloeiden aan alle kant.

Over de donzen heuvels
lokte een ver verschiet;
wij wilden zwervend worden,
zwervend en anders niet.

De voeten gingen samen,
de hand lag in de hand,
de harten opgedragen;
aarde, waar is uw band?

In dreven en valleien
geklommen en gedaald
in schaduwen geloken
in open licht bestraald

En onze zielen togen
naar nieuwe zaligheid
in het voorbij voorbije
wankelend ingeleid

Waar lillend lichtaanbreken
en ochtendhelderte is
met parelende vreugde
en met ontsteltenis…

 

 

De dauw hangt parelen

De dauw hangt parelen aan takken en aan blaren
in kettingen en snoeren;
de kusmond van de wind, als hij ze aan wil roeren,
doet ze ontstellen, sidderen zonder bedaren
en stort ze allen neer, de wankelbaren.

 

 

 

God heeft een huis gebouwd en dak

God heeft een huis gebouwd en dak
en zoldering bespannen strak
met kommer, druk en droefenis,
weedom er de bevloering is
en alle wanden zijn bekleed
met zorgen en met harteleed
en in betreuren ingehuld;
Hij heeft de goeden er in weggeloken
en toegesproken:
de sleutel van uw deur is het geduld.

 

J. H. Leopold (11 mei 1865 – 21 juni 1925)

Leopold op reis met leerlingen, 1890

Lees verder “J. H. Leopold, Ida Gerhardt, Andre Rudolph, Rubem Fonseca, Henning Boëtius, Camilo José Cela”