Jo Gisekin, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichteres Jo Gisekin werd geboren in Gent op 14 mei 1942. Zie ook alle tags voor Jo Gisekin op dit blog.

 

Taal en teken

Door een kier zie ik de zomer
als een verdubbelde radijs
met straatjes wit en zonder end
en druk rumoer van zilver
bij de antiquair
en wat men pleegt te zien
door welvaartsogen

Maar zeg mij toch
is dit een doodgemoedereerd gepraat
van handen die niet horen
de letters van een schijnbaar
onbeholpen lied

tenzij het raadsel elders ligt
en het werkwoord
als een verduisterd exemplaar
In het laagland van de verbeelding
zijn vorm krijgt

Maar zeg maar niets
hoe duurzaam ook de warmte
van een uitgesproken taal
met in elke mond het dagelijks gebit
en op elke tong omvergeblazen woorden
zo koelt de grond niet af
en krijgen klanken
hun smakelijk vocht
en adem wanhopig veel

Dan kun je binnenkomen
duikelend over de letter o
het gras is godzijdank
niet voor je voeten weggemaaid

want a en o en e en u zijn,
ach hoe lieflijk! als zomerbloemen
op een afgeweekt portret
de klinkers van je taal

Wat zeg je?

 

Lente ’74

Ken ik mezelf nog
met
in mijn neus het vluchtende sap
van lenige nachten
op de rand van het bed

tussen onze vingers
draven bloesems
en vallen over het laatste gewicht
van de sneeuw

tot in de struiken zie ik
het gras gedijen
hyacinten weten amper iets af van de kou

terwijl
de dag een verse draad spint
rond kinderwagens op de stoep
voel ik de vijver zwellen in mijn
buik:
het kind stampt lenteluiken open.

 

Ach

Ach
ik weet wat water is
het wier van schaamte
en tijdloosheid
van terloops plezier.

Het haakwerk van liefde
is een schichtig motief
ternauwernood
kunnen jij of ik
haar bloem versieren.

 

Jo Gisekin (Gent, 14 mei 1942)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

 

Gedicht

Ik loop aan de rand van het land,
vol malende gedachten over
een privé-situatie.
Vandaag is de zee indigo.
Dertig jaar een volwassene –
dezelfde gedachten, dezelfde
belachelijke dilemma’s –
maar elke keer ziet de zee
er anders uit: vandaag
een tumultueuze droom,
die zijn golven op de kust werpt –

Niets opgelost,
Ik loop terug over de hei
– maar elke keer ziet de hei
er anders uit: vanavond
plukjes moeras-katoen
die zich losknopen in de wind
– en dan komt de weg
zo vermoeiend vertrouwd
de oude glanzende weg
die alle kanten op gaat

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e mei ook mijn blog van 14 mei 2019 en ook mijn blog van 14 mei 2018 en eveneens mijn blog van 14 mei 2017 deel 2.

Jan Lauwereyns, Kathleen Jamie

De Vlaamse dichter Jan Lauwereyns werd geboren op 13 mei 1969 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jan Lauwereyns op dit blog.

Watervrees

Laat het bad vollopen en

de huid verbleekt, zweet breekt uit,
en iets als wind blaast schokgolven
door haar donsachtig plukje haar.

Imminente toepassing van het stinkdierprincipe.

Zelfs al weet Pappie dat
kleine meid naakt =
armed & dangerous

de luier dient hooguit voor wat
de duim doet met de tuinslang.

Moraal van het verhaal:
stront sproeit in het rond.

 

Gnomon

Steek een stok in de grond,
een kaarsrechte stok in een stukje
biljarttafelvlakke grond.

Stok: paal, erectie.

Wacht op de zon en stel vast
hoe je meetinstrument zich kranig houdt

in het licht van de warmte.

Heldere hemel, schitterend vuur
maar het is hem/jou om de schaduw te doen,

de ontsluiering van de aarde.

 

Slaapwonder

Na enige ogenblikken neemt hij waar
dat zijn mond wijdelijk open is.

De zoon van de natuurfilosoof
begrijpt, gehoorzaam als hij is,
dat hij hem geopend heeft.

Haar?

La bouche.

Zaak zo zacht
mogelijk adem in te halen.

(Baby slaapt.)

Adem: de zoveelste in/ont-
spanning van de onvermoeibare muze

die niet zal verstenen,
ook niet in rook opgaan,
niet eens een U-turn maken.

 

Jan Lauwereyns (Antwerpen, 13 mei 1969)

 

De Schotse dichteres Kathleen Jamie werd geboren op 13 mei 1962 in Currie, Edinburgh. Zie ook alle tags voor Kathleen Jamie op dit blog.

Madeliefjes

We zijn bloemen van het gewone
grasveld, zoveel begrijpen we.
Aan al het andere
zijn we onschuldig. Geen Schepper
legde dergelijke voorwaarden vast
voor ons aangename leven,
– het is gewoon onze natuur,
waren we niet zo,
zouden we geen madeliefjes zijn, onze
wimpers sluitend bij de eerste
suggestie van Venus. Dan,
zijn we bijna uitgeput. Avond
betekent slapen, en het is zeker beter
onszelf te vernieuwen dan te sterven
aan al die openheid?
Maar sterven zullen we, onschuldig
of nee, aan hoe de nacht
valt over onze tuin,
tweelingen glinsteren daar
voor ieder van ons; sterven,
nooit wetend wat we missen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Kathleen Jamie (Currie, 13 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13 mei ook mijn blog van 13 mei 2019 en ook mijn blog van 13 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Hagar Peeters, Andre Rudolph

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

 

Van heldinnen en hun daden die voorbijgaan

De batjesvedette is oud.
Haar handen trillen van de Parkinson
maar zij weet niet van ophouden.

Vibrerend vliegt de pingpong door de lucht,
raakt spiegels, vazen en violen
die op de vloer aan stukken slaan
maar zij wint als altijd.

Eén misslag van haar hand
brengt zoveel turbulentie in de lucht teweeg
dat de bal de juiste hoek maakt.

Wanneer de bal bijna het net raakt,
maakt dit een diepe buiging.
Als ze hem naast de tafel slaat,
springt deze razendsnel opzij en salueert.

Dreigt ze ondanks dit alles te verliezen
dan zet ze zo’n enorme keel op
dat langs haar stembanden de bal
alsnog naar zijn bestemming rolt.

Dingen weten dat je oude winnaars
nooit teleur moet stellen.

 

Krantenbericht

Er was vervallen. Er was verslagen.
Er waren woorden van de levenden later.
Er was onbegrip, weemoed,
een lege auto langs de weg.
Er was een coupé gevallen in de vallei.
Er waren ramptoeristen, verslaggevers,
cameramensen en mensen zonder camera’s,
zonder menselijks en zonder mens te zijn.
Er waren artikelen in de krant
en foto’s van de fotografen. Er was zand.
Er was geen afscheid, daar was geen tijd voor
en er was spijt, al wist niemand om wat.
Er was een weg en er was een bestemming
en er was iets dat daar tussen kwam.
Zo ben ik verleden week nog overleden.
Ik ben door iets onnoembaars overreden
toen ik onoplettend overstak van mij naar jou.

 

Zelfportret aan tafel

In de rook van je sigaret kringelen alle gestalten
die je niet geworden bent maar wel bent
naar het plafond en op muren
werpen zij schaduwen, multipel,
de talenten waarmee
je nooit naar buiten trad.

Die sluier van rook, dat is ook
de aaneenschakeling van schouders
van alle voorouders die zichzelf
aan je doorgaven. Je ging gebukt onder hun donatie.

Wij brengen een toast uit aan tafel
op alles dat ons ontglipt. Rook omsluit ons
volledig. Nu is de wereld verstikt.

De rook, dat zijn de handen
die je naar hoogten dragen vanwaar
bijna alles verdraaglijk is.
Kijk maar naar me:
er zijn vele schakeringen Hagar.

 

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

na jaren van loonarbeid aan de vlinderzaag

begonnen we eindelijk de nadelige
effecten van goudstof te voelen,
diens elektrische geknetter, in de koortsige lucht,
die ons altijd omringt. de glansloosheid van onze acties
viel op de heldere spiegels van onze ogen,
een pijnlijke, constante hoest maakte
duidelijk: onze longen verzanden;
maar onze tongen slibben dicht
(dit veroorzaakte overigens die zeldzame
armoede van onze taal, in de sombere
jaren van loonarbeid)

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

Zie voor nog meer schrijves van de 12e mei ook mijn blog van 12 mei 2019.

Ida Gerhardt, Andre Rudolph

De Nederlandse dichteres Ida Gerhardt werd geboren in Gorinchem op 11 mei 1905. Zie ook alle tags voor Ida Gerhardt op dit blog.

 

Kosmos

Het spel van lijn en kleur en van schakeering
dat leeft in de natuur, het donker en het licht,
– wetten van wisseling en wederkeering –
ik vind het terug in het voltooid gedicht.

De groeiwijs van de plant, het levend zich ontvouwen
van vorm na vorm, weer rustend in de regelmaat
die fijn vertakt door bloem en blad en stengel gaat,
is mij een teeken dat het stil, geduldig bouwen

van woord aan woord gehoorzaamt aan eenzelfde streven.
– Wij luist’ren: hoorbaar, op ons ademen bewogen,
stuwende en gestadig is het eigen leven

verborgen arbeidend; totdat het diepst verlangen
tot rust wordt in het woord. Dan ligt voor onze oogen
de vorm, waarin het trillende is ingevangen.

 

Het veerhuis

Als langs de duisterende waterbaan
de veerboot aan de meerpaal is gebracht,
begint het rijkste wat ik ken: te nacht
hoor ik het water aan de schoeiing slaan.

Diep ingenesteld in het donker huis
lig ik te luist’ren naar die trage klop;
en een verbeiden richt zich langzaam op,
speurend – het hart wordt in de stilte thuis.

En wéér hervindt het, door de stroom bespeeld,
zijn ondoorgrondelijk en diep bezit, –
van hemel en rivierland rijst het beeld;
de dag is heerlijk, heerlijker is dit

verholene, wat de daggezichten bindt:
één blinde kern, die schoksgewijs ontstaat, –
en het vertragen dan tot diep beraad
als woord na woord te fluisteren begint.

Daarbuiten leeft de stroom, waarover wijd
der sterrebeelden pracht is opgegaan;
door ’t venster waait een reuk van water aan,
ik weet geen naam voor dèze zaligheid.

 

Zueignung

Dag Pegasus! – Wat doe jij hier in het gebouw?
Ik ben met zaterdagse thema’s nagebleven.
Kijk niet: mijn kleren zijn vol krijt, mijn ogen grauw;
en rode inkt blijft altijd aan m’n vingers kleven.

Ja, dit is zogezegd de school. – War wil je nou?
Ik heb mezelf al zoveel maanden afgeschreven…
Of dacht je dat we – God, wat is het buiten blauw!
door de kapotte tuimelramen konden zweven?

Jij hoort daarbuiten, Pegasus, en hier hoor ik.
O, doe dát niet, kniel niet op deze planken vloer
vol stof – en dat voor mij, mijn trots, mijn prachtig dier.

Pegasus – laat mij, dat ik in je manen snik.
Wist jij dan hoeveel malen ik mijzelf ontvoer,
nochtans, om deze kind’ren? – Dráág mij: ik ben hier.

 

Ida Gerhardt (11 mei 1905 – 15 augustus 1997)



De Duitse dichter en schrijver Andre Rudolph werd geboren in Warschau op 11 mei 1975 en groeide op in Leipzig. Zie ook alle tags voor Andre Rudolph op dit blog.

 

het echte troje ligt binnen

een keer,
tijdens een van die staten van beleg
waar wij ons lichaam
door overvloedig cocktailmisbruik,

in stortten, alsof
we zeevarenden of hoeren waren
en niet alleen in onze dromen,

werd je zo benaderbaar
dat mijn ogen er van bloedden

de stad lag er zo vredig bij als altijd
en merkte niet eens
dat zij net beschoten werd

hele straten werden intussen weggevaagd;
wij waren de enigen die het zagen

maar we zaten vast
en wachtten tot het voorbij was

toen borrelde buiten
uit de afgehakte hoofden van de brandkranen

nieuw leven op
en overspoelde alles

weet je nog, beste christoph 
hoe we naar buiten gingen,
jij met je eigenaardige hoed
en ik met een paar konijnenoren

maar we hebben het gehaald,
de lantaarns bogen naar ons toe
met hun kromme nek,
vreedzame dinosauriërs

ze vraten het licht
uit onze handen,

en ik vertelde jou
dat ik de laatste tijd mediteer
tegen de dodelijke nervositeit
die mijn hele leven beheerst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andre Rudolph (Warschau, 11 mei 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e mei ook mijn blog van 11 mei 2019 en ook mijn blog van 11 mei 2018.

Moeder en zoon (Rutger Kopland), J. C. Bloem, Jayne Cortez

 

Bij Moederdag

 

Moeder en kind door Pierre-Auguste Renoir, 1881

 

MOEDER EN ZOON

Er is ergens een vijver, schrijft Ovidius,
die ooit een moeder is geweest
‘zij smolt weg in tranen’, rouwend
om haar dood gewaande zoon

maar hij leefde nog – hij had de dood gezocht
door van een rots te springen, maar hij viel niet,
in de woorden van Ovidius: ‘zwevend werd hij
in de lucht een zwaan met witte veren’.

Die dingen gebeurden toen – soms was
de werkelijkheid zo ondraaglijk
dat er gebeurde wat niet kon.

Dit is alles wat wij weten: moeder en zoon
herenigd – je ziet in gedachten hoe een witte zwaan
wordt gewiegd door een vijver en je vraagt:
zou die vogel de rouw kennen van het water
en zou het water weten wie het wiegt.

 

Rutger Kopland (4 augustus 1934 – 11 juli 2012)

 

De Nederlandse dichter J. C. Bloem werd geboren op 10 mei 1887 in Oudshoorn. Zie ook alle tags voor J. C. Bloem op dit blog.

 

De Zieke

Het licht is blank aan mijne kamerwanden:
Op blanke lakens liggen als een schrik
Mijn smalle polsen en mijn klamme handen,
Die ik niet meer in kramp van angst verschik.

Alleen mijn oogen leven en hun gangen
Zijn immer, in een droefheid van gemis,
Ter kleine wereld, die mij wordt omvangen
Door de vier binten van mijn vensternis.

Daar buiten tergen mij de wisselingen
Van de getijden van den zomerdag.
Uit ongeziene boomen hoor ik ’t zingen
Der vogels als een lokkend-wreeden lach.

Gij hebt het schoon der luchten nooit begrepen,
Hoe innig gij ook staardet naar hun spel,
Sterken, wien paarden staan gereed en schepen:

 

De Eilandbewoner

Die de landouwen aan de kust bewonen
Zien, hoe de wisseling van elk getij,
Waar ze in de volheid dezer wereld troonen,
Schoon en verscheiden trekt aan ’t oog voorbij.

Voor de verzaliging van hun gepeinzen
Wordt heel het herfstland een verlucht tooneel:
Hier zien zij zonverwonnen misten deinzen,
Ginds branden veege bosschen, rood en geel.

Met volle teugen mogen zij indrinken
Den zerpen geur van blaren, die vergaan,
En nevels, die nu dichten, dan weer slinken,
Terwijl zij schrijden door een vochte laan.

Ons, die dit eiland tot gebied verkozen,
Gewerd van die beminde teekens geen.
Wij zien alleen de zon wat rooder blozen,
Haar licht verkoopren door den zeemist heen.

En als wij naar de kromme boomen staren,
Wier groei in de’ eeuwig-zilten wind verschraalt,
Dan weten we aan de weinigheid der blaren,
Dat ook voor ons de zomer is gedaald.

Maar, hand in hand, aanschouwen wij gelaten
Het onweerhoudbaar leven, dat verstroomt,
Hoe anders, lief, die ’t zwerven mij deed haten,
Heb ik mij vroeger ’t stervensuur gedroomd.

Ik dacht, wanneer dit kort bestaan van wenschen,
Gelijk een schaduw van mij henen vlood,
Toch uit de warme makkerschap der menschen
Te zinken naar de diepten van den dood.

Zoolang mij ’t leven nog niet had verlaten
Zou ’t ruischen van zijn stormen om mij zijn:
Een bundel laatste zon zou ’t stof der stráten
Doen weemlen door een kier van ’t neer gordijn.

Hoe anders dan ons droomen, onze lusten,
Bestiert het lot den dool van wel en wee.
Mijn graf zal zijn aan deze barre kusten,
Bij de ongeruste en grijze brandingzee.

En als ge u voor mijn doodsbed stort in klagen,
Zij zóó de klacht, waarmee gij mij beschreit:
Schuim dat uit de’ afgrond worstelt naar het dagen,
Door wind geteisterd en oneindigheid.

 

J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door Sierk Schröder, 1953

 

De Amerikaanse dichteres en performster Jayne Cortez werd geboren op 10 mei 1936 in Fort Huachuca, Arizona. Zie ook alle tags voor Jayne Cortez op dit blog.

 

De onderdrukkers

Kunst
wat geven de kunst
onderdrukkers
om kunst
ze springen op de wagen
wentelen in persclips
& laten de planeet stinken
met hun
pornografische onderdrukking
Kunst
wat geven ze om kunst?
ze veranderen van
eigentijdse babykussers
tot ouderwetse corrupte politici
tot zelfbenoemde censuurklerken
die geen kunst willen ondersteunen
maar oorlog zullen ondersteunen
armoede
longkanker
racisme
kolonialisme
en giftig slib
dat is hun moraal
dat is hun religieuze overtuiging
dat is hun bescherming van het publiek
& bijdrage aan familie-entertainment
wat geven ze om kunst?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jayne Cortez (10 mei 1936 – 28 december 2012)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 10 mei 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Jorie Graham, Charles Simic

De Amerikaanse dichteres Jorie Graham werd geboren op 9 mei 1950 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Jorie Graham op dit blog.

 

Mind

The slow overture of rain,
each drop breaking
without breaking into
the next, describes
the unrelenting, syncopated
mind. Not unlike
the hummingbirds
imagining their wings
to be their heart, and swallows
believing the horizon
to be a line they lift
and drop. What is it
they cast for? The poplars,
advancing or retreating,
lose their stature
equally, and yet stand firm,
making arrangements
in order to become
imaginary. The city
draws the mind in streets,
and streets compel it
from their intersections
where a little
belongs to no one. It is
what is driven through
all stationary portions
of the world, gravity’s
stake in things, the leaves,
pressed against the dank
window of November
soil, remain unwelcome
till transformed, parts
of a puzzle unsolvable
till the edges give a bit
and soften. See how
then the picture becomes clear,
the mind entering the ground
more easily in pieces,
and all the richer for it.

 

Jorie Graham (New York, 9 mei 1950)

 

De Amerikaanse dichter Charles Simic werd geboren in Belgrado op 9 mei 1938. Zie ook alle tags voor Charles Simic op dit blog.

 

Hotel Insomnia

Ik hield van mijn kleine hol,
Het raam uitkijkend op een bakstenen muur.
Naast de deur stond een piano.
Een paar avonden per maand
kwam een kreupele oude man en speelde
“Mijn blauwe hemel.”

Maar meestal was het stil.
Elke kamer met zijn spin in zware overjas
Die zijn vlieg ving met een web
Van sigarettenrook en mijmering.
Zo donker,
Dat ik mijn gezicht niet zien kon in de scheerspiegel.

Om 5 uur ’s ochtends het geluid van blote voeten boven.
De “zigeuner” waarzegger,
Wiens etalage op de hoek is,
Die ging plassen na een nacht vol liefde.
Ook een keer het geluid van een snikkend kind.
Zo dichtbij was het, dat ik even dacht
Dat ik zelf snikte.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Simic (Belgrado, 9 mei 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2019 en ook mijn blog van 9 mei 2018 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

Roddy Doyle, Gary Snyder

De Ierse schrijver Roddy Doyle werd geboren in Dublin op 8 mei 1958. Zie ook alle tags voor Roddy Doyle op dit blog.

Uit: Brilliant

“Gloria wished she had her own bed back. That was all she missed really. She had her duvet and her pink cover. But it wasn’t the same. `Rayzer?’ She said it a bit louder. Nearly proper talking. Maybe he was asleep. She kind of liked that, the fact that her big brother had fallen asleep before her. She tried again. `Rayzer?’ `What?’ `Are you not asleep?’ `That’s a stupid question.’ `I bet you were asleep,’ said Gloria. ‘And I woke you.’ `I wasn’t,’ said Raymond. `Bet you were,’ said Gloria. ‘Prove it.’ `Easy,’ said Raymond. ‘You said “Rayzer” four times.’ She heard him moving, turning in his bed. `Didn’t you?’ `Yeah,’ she said. ‘I think. Why didn’t you answer?’ `Didn’t want to.’ `I knew that,’ said Gloria. ‘I knew you were awake.’ `What d’you want?’ `Can you hear them?’ said Gloria. `Yeah.’ Gloria was talking about the grown-ups. Her mam, her dad, her granny and Uncle Ben. They were down in the kitchen. Raymond’s bedroom was right on top of them. `They’re mumbling again,’ Gloria whispered. `Yeah,’ said Raymond. The house was full of mumbles these days. Mumbles that often stopped whenever Raymond or Gloria walked into the room. Mumbling was what grown-ups did when they thought they were whispering. Whispers only stayed in the air for a little while but mumbles rolled around for ages, in the high corners, along the window frames, all around the house. The mumbles had almost become creatures. Gloria imagined she could see them. They were made of dust and hair, pushed into a ball, with skinny legs that barely touched the walls and ceilings as they slid along the paint and glass and wood. The mumbling had started when their Uncle Ben had come to live with them. Or just before he came. Gloria didn’t like the mumbles. They worried her. But she didn’t blame her Uncle Ben for them. Neither did Raymond. He didn’t like having to share his bedroom with Gloria, but he didn’t blame his Uncle Ben for that either. Gloria was a pain in the neck — and in other places too. But Raymond knew all little sisters were like that. It was one of the rules of life. And sometimes sharing the bedroom wasn’t too bad. Like now. Raymond had always been a bit afraid of the dark. Just a small bit.”

 

Roddy Doyle (Dublin, 8 mei 1958)

 

De Amerikaanse dichter Gary Snyder werd geboren op 8 mei 1930 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Gary Snyder op dit blog.

 

Voor iedereen

Ah om te leven
op een ochtend half september
een stroom doorwadend
blootsvoets, met opgerolde broek,
laarzen vasthoudend, bundel,
zonneschijn, ijs in het ondiepe water,
noordelijke rockies.

Geritsel en glinstering van ijzige kreekwateren
stenen draaien onder de voeten, klein en hard als tenen,
koude neus druipend,
inwendig zingend
kreek muziek, hart muziek,
geur van zon op grind.

Ik beloof trouw

Ik beloof trouw aan de grond
van Turtle Island,
en aan de wezens die daarop wonen
één ecosysteem
in diversiteit
onder de zon
Met vreugdevolle interpenetratie voor iedereen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Gary Snyder (San Francisco, 8 mei 1930)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e mei ook mijn blog van 8 mei 2019 en ook mijn blog van 8 mei 2018 en ook mijn blog van 8 mei 2016 deel 3.

Willem Elsschot, Volker Braun

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook alle tags voor Willem Elschot op dit blog.

Uit: Kaas

“Dien avond had ik tot middernacht kaart gespeeld in de Drie Koningen en een viertal Pale-Ales gedronken, zoodat ik in de beste conditie was om den heelen nacht in éénen adem door te slapen.
Ik probeerde mij zoo stil mogelijk uit te kleeden, want mijn vrouw sliep al lang en ik houd niet van dat gezanik.
Toen ik echter op één been ging staan om mijn eerste kous uit te tekken, viel ik tegen de nachttafel aan en schoot zij wakker.
– Schaam je,’ begon het.
En daarop klonk de straatbel door ons stille huis, zoodat mijn vrouw rechtop ging zitten.
’s Nachts is zoo’n bel plechtig.
Wij wachtten beiden tot het gegalm in de trapzaal weggestorven was, ik met kloppend hart en met mijn rechtervoet in mijn handen.
– Wat mag dat zijn?’ fluisterde zij. ‘Kijk eens door het venster, je bent tòch nog maar half uitgekleed.’
Gewoonlijk liep het zoo niet af, maar die bel had haar den adem afgesneden.
– Als je nu niet dadelijk gaat kijken, dan ga ik zelf,’ dreigde zij.
Maar ik wist wat het was. Wat kòn het anders zijn?
Buiten zag ik voor onze deur een schaduw staan die riep dat hij Oscar was en mij verzocht direkt mee te gaan naar moeder. Oscar is een van mijn zwagers, een man die onmisbaar is bij dergelijke gelegenheden.
Ik zei aan mijn vrouw waar het om ging, trok mijn kleeren weer aan en ging de deur openmaken.
– ’t Is voor vannacht,’ garandeerde mijn zwager. ‘De doodstrijd is begonnen. En sla een sjaal om, want het is koud.’
Ik gehoorzaamde en ging met hem mede.
Buiten was het stil en helder en wij stapten flink door als twee die zich naar eenig nachtwerk spoedden.
Bij het huis gekomen stak ik machinaal de hand naar de bel uit, maar Oscar hield mij tegen, vroeg of ik mal was en deed de brievenbus zachtjes kleppen.
Wij werden door mijn nichtje opengedaan, een dochter van Oscar. Onhoorbaar deed zij de deur achter ons dicht en zei dat ik maar naar boven moest gaan, wat ik dan ook deed, achter Oscar aan. Mijn hoed had ik afgenomen, wat anders thuis bij moeder mijn gewoonte niet was.”

 

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook alle tags voor Volker Braun op dit blog.

 

Gewekt uit de dogmatische sluimer

Heb je de nacht goed besteed – Ik oefende
In afwachting. – Van wie? – Ken jij ook
De zoete pijn: houden van de onbekende? –
De onbekende daad? – Hoe? – Waar heb je het over? –
De aderen barstten bijna in mijn vlees.
Wat ben ik ‘t beu om het San Marcoplein over te steken. –
Je droomt, nietwaar, je droomt met noodzakelijk gevolg. –
En over de straten waait de transparantie.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e mei ook mijn blog van 7 mei 2019 en ook mijn blog van 7 mei 2018 en ook mijn blog van 7 mei 2017 deel 2.

Hélène Gelèns, Erich Fried

De Nederlandse dichteres Hélène Gelèns werd geboren in Bergschenhoek op 6 mei 1967. Zie ook alle tags voor Hélène Gelèns op dit blog.

 

Halt

II
halt? op de rem en geen stap meer verzetten?

zo halt hield ik een maal – het recept:
buiten na veel bier op een nuchtere maag
mijn stad ineens vreemd stil wit en leeg
het wit te hoog te betoverend om te fietsen
in de verte de verlichte ramen van mijn huis

ik zag mijn licht en bevroor – midden op de brug
mijn fiets aan mijn prikkelhand mijn schoenen doorweekt
de volle lengte van de gracht tussen mij en mijn licht
een bitterkoud halt maar dat gaf niet: ik was thuis

je kunt wel stoppen met alles en je thuis wanen maar waartoe
wat rem je zo tevoorschijn? de mens die je bent maar nooit zag
neruda’s eeuwige onpeilbare ader? rem je niets weg
blijf je mens als je niet beweegt niets in beweging zet

 

niet wij rennen

I
we denken aan doelloos aan ongeremd rennen
we rennen en rennen vertragen het beeld
zet af zweef en land

elke pas rolt van de hak
naar de bal van de voet naar de grote teen
elke afzet vol kracht elke pas wordt een sprong
zet af zweef en land zet af en zweef

we zweven en zweven in ongeremd rennen
we luchtklieven meer dan we grond raken
zet af zweef en land zet af en zweef land zet af

we denken ons doelloos ons ongeremd rennend
we lopen ons leeg het lijf tot een pijl
moeiteloos rennen we niets doet nog pijn

niet wij rennen
het pad rent

 

Hélène Gelèns (Bergschenhoek, 6 mei 1967)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Zonneklaar

Het kan niet zo zijn
dat de Amerikanen
zonder noodzaak
Vietnamese kinderen verbranden

Het kan niet zo zijn
dat de Amerikanen
maarschalk Ky steunen
als dat echt een schurk is

Ze steunen hem echt
dus zo erg kan het niet zijn
en wat hij zegt
kan niet zo fout zijn

Hij zegt het echt
zijn rolmodel is Adolf Hitler
dus zo erg kan het niet zijn
als je Hitler als rolmodel gebruikt

Maar ook Hitler heeft kinderen verbrand
en niet in Vietnam maar dichterbij
Dus waarom maakt men zich druk
wanneer de Amerikanen dat doen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn blog van 6 mei 2019 en ook mijn blog van 6 mei 2018 deel 3 en eveneens deel 4.

Max Czollek

De Duitse dichter, publicist en coach Max Czollek werd geboren op 6 mei 1987 in Berlijn als Maximilian Ruben Czollek. Czollek is de kleinzoon van verzetsstrijder en uitgever Walter Czollek. Zijn vader, de songwriter en politicus Michael Czollek, stierf toen Czollek twaalf jaar oud was. Zijn moeder werkt voor de Heinrich-Böll-Stiftung. Czollek bezocht de Joodse middelbare school in Berlijn en deed in 2006 eindexamen als de beste in zijn klas. Van 2007 tot 2012 studeerde hij politicologie in Berlijn. Sinds 2011 werkt hij als coach voor het door Leah Czollek’s mede-opgerichte “Social Justice and Diversity Training”, aan de FH Potsdam. Van 2012 tot 2016 promoveerde hij aan het Zentrum für Antisemitismusforschung aan de TU Berlin en aan het Birkbeck College, Londen. Zijn Engelstalige proefschrift over antisemitisme in het vroege christendom is getiteld The Antisemitism Dispositive. Emergence and Dissemination in Early Christianity. Sinds 2016 maakt hij deel uit van het redactiecollectief van Jalta – Positionen zur jüdischen Gegenwart. Sinds 2009 maakt hij deel uit van het poëziecollectief G13. In 2013 was hij de initiatiefnemer van het internationale poëzieproject “Babelsprech” dat beoogt een levendig en actief netwerk te creëren van verschillende poetry scenes uit Zwitserland, Oostenrijk, Duitsland, Italië (Zuid-Tirol) en Liechtenstein. Van 2013 tot 2017 organiseerde hij samen met Deniz Utlu de literaire serie “Gegenwartsbewältigung” voor het Maxim Gorki Theater (Studio Я). Samen met Sasha Marianna Salzmann was hij de initiatiefnemer van het “Disintegration Congress” (2016) over hedendaagse Joodse standpunten en de „Radikale Jüdische Kulturtage“[ (2017), waar zijn toneelstuk „Celan mit der Axt“in première ging. Van 2016 tot 2017 leidde hij met Esra Küçük de Junge Berliner Rat. De gedichten van Czollek zijn gepubliceerd in tal van literaire tijdschriften en bloemlezingen (waaronder het Yearbook of Poetry 2017). Daarnaast ontving hij uitnodigingen voor internationale literaire festivals zoals het Basel International Poetry Festival, City2Cities Utrecht, Meridian Czernovitz, Izmir International Festival en Versschmuggel Iran. Gedichten van Max Czollek zijn in tal van talen vertaald. In augustus 2018 verscheen het non-fictieboek Desintegriert Euch!, Waarin Czollek kritiek formuleerde op de functionalisering van joodse en migrantenposities in Duitsland.

 

jubiläum

durch meine wohnung
wandern schatten
trinken auf gestern

hinter den wänden
ruft es nach ihnen
kann sein: schweigen

oj, ich habe flaschen
geleert für das meer
morgen fahre ich hin

bis dahin sterben
meine väter in weiß
sie werden das nicht verstehen

 

wenn ich groß bin

wenn ich groß bin
fürchte ich mich nicht
vor überlandflügen

spiele ich ein lied
auf der wirbelsäulenflöte
meiner ersten liebe

wenn ich groß bin
fange ich dorftrottel
mit diesen vogelhänden

lasse sie eine autobahn
ausrollen auf das meer
für meine wolkenpanzer

 

mosaisches triptychon

einer lässt sich pejes wachsen

einer wäre gern prophet

einer kippt benzin über menschen

einer übt sich im händewaschen

einer sagt: hättest du uns hinausgeführt
und nicht hinein
es wäre uns genug gewesen

einer geht am schabbat heimlich tanzen

einer pfeift sein gebet

freunde, den talit brauche ich nicht
meine familie hat gelernt
nackt zu sterben

 

Max Czollek (Berlijn, 6 mei 1987)