Hans Tentije

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Tentije (pseudoniem van Johann Krämer) werd geboren in Beverwijk op 23 december 1944. Hij groeide op in Wijk aan Zee en las al vroeg poëzie van Slauerhoff, Achterberg en de Vijftigers. Na zijn opleiding werd hij leraar Nederlands en richtrw zich op een schrijverscarrière. Aanvankelijk leek het erop of Tentije een prozaïst werd: in 1970 publiceerde hij enkele romanfragmenten in De Gids. Yoen de roman voltooid was vond Tentije deze zo experimenteel van karakter dat hij de enige was die hem kon lezen. In 1975 debuteerde Tentije met de poëziebundel “Alles is er en andere gedichten”. De bundel werd zeer goed ontvangen en werd bekroond met zowel de Van der Hoogtprijs als de Herman Gorterprijs.  De tweede bundel van Tentije, “Wat ze zei en andere gedichten” (1978), werd eveneens goed ontvangen in de pers. De volgende bundels echter, waaronder “Nachtwit” (1982) en “Schemeringen (1987) worden een stuk minder goed besproken. De humoristische ondertoon van de vorige bundels maakt plaats voor een meer melancholische inslag. Tentije stelt zich als dichter afstandelijker op: als commentator en beschouwer. In 1990 debuteerde Tentije toch nog als prozaïst met zijn roman “De innerlijke bioscoop. Het boek kreeg enkele positieve besprekingen, maar werd verder weinig opgemerkt. In 1994 verscheen er, buiten de bloemlezing “Drenkplaatsen: gedichten1975-1987”, ook de bundel “Van liefde en sterfte”. In opdracht van het Amsterdams Fonds voor de Kunst ontstond een samenwerking tussen Hans Tentije en kunstenaar Rob Verkerk, hij maakte schilderijen bij de bundel “Hoe het leven geleefd wordt”. Tentije ontving meerdere prijzen voor zijn dichtbundels, zo won hij in 1979 zowel de Van der Hoogtprijs als de Herman Gorterprijs voor “Wat ze zei en andere gedichten”. Ook zijn bundel “Deze oogopslag” werd in 2005 bekroond met de Guido Gezelleprijs van de stad Brugge.

Hieromtrent

Langgerekte schaduwen en de mensenschuwe
straat verdwijnt voorbij de duinenrij, het naaldbos ginds
maar keert via slinkse omwegen
toch weer midden tussen de huizen terug

in een verzonnen of net even te hardop gedroomde
werkelijkheid valt een wonderlijke gloed over alles, de tijd moet
de tegengestelde richting zijn ingeslagen
om op deze vroegere ochtend verzeild te raken
waardoor dadelijk het vermoeden rijst
dat het verleden onveranderlijk synchroon met ons loopt –

wind trekt golven door de dennen en ondergronds
heeft de zee schelpenbanken, helse
brekers en muien afgetekend misschien

ook hier is geen plaats genoeg om het vele te bewaren en zoekt
stuifzand vergeefs achter de stoepranden
beschutting, terwijl rook van loof dat verstookt wordt
komt overgewaaid van de landjes
en er rond een lantaarnpaal heelhuids
een sleetse fietsband ligt –

hoeveel moeite getroosten de dingen zich niet

 

Insula dei

In gestichtskleren hebben ze hun armen voorwaarts gestrekt
brengen ze hun vingertoppen boven hun hoofd bij elkaar
zoals ze geleerd is: rij om rij

de zuster bij ’t wandrek heeft iets in haar blik van geknoei
met zeepsop of breinaalden, maar dan van jaren later
ordeoefeningen van de Kleine Weesjes

of neem de meisjes van de afdeling Burger Naaischool
zoveel zijn ’t er dat de meesten zelfs op de foto
nog niet tot hun recht komen

bloesjes en jurken trots uitgestald voor zich op de bank
ieder een klosje heel wit garen, een centimeter
haast symbolies om de hals

terwijl er daarbinnen met gloed verteld wordt van de hel
betekent straf eenzame opsluiting bij de briketten
in ’t kolenhok

gezichten van die nonnen, hun advertenties in De Volkskrant
straks; stel je voor dat de klok eens echt was
blijven stilstaan op bijna half vier

 
Hans Tentije (Beverwijk, 23 december 1944)

Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe, Christoph Keller, Johan Sebastian Welhaven

De Nederlandse dichteres en schrijfster Astrid Lampe werd geboren in Tilburg op 22 december 1955. Zie ook alle tags voor Astrid Lampe op dit blog.

 

strafgeschoeide babyvoetjes

strafgeschoeide babyvoetjes
maat doet er nu even niet toe
harde neus
hard contrefortje

heus, al wat dit brein aan roodharigs vermag
werkt de pols vrij
rolstoel precies in de loop

doe
doe

schenk dat vervloekt konijn wat liefde kutje
ik ga je niet verlinken
ik stop je in mijn molen heus
en prik je op mijn draaimatras kaninchen
ik

bingo

wou alleen nog maar
groot en anoniem door een groot al net zo anoniem museum slenteren
me hard afzetten op het maagdmariablauw van bollywood
mét snor – hoorspelacteur – conejo si te gusta mompelen of zoiets
in mezelf moederen

wil je amerika nog zien stampertje?
nee!

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken

dit dwergkonijntje laat zich bibberend bekijken
…waar zijn je handjes dan?
volk stuift op platte gympen uiteen

zo’n hoofd is een hard ding
-weg uit deze dimensie!
dit meisje poetst haar paardenstel
haar meester verstopt zich
ik kan al bijna een staart

hier zijn haar handjes
ze laat haar verse vrind heus niet buiten staan

(zeker en vast nie)

 

 
Astrid Lampe (Tilburg, 22 december 1955)

Lees verder “Astrid Lampe, Margit Schreiner, Hugo Loetscher, Jean Racine, Kenneth Rexroth, E. A. Robinson, Felicitas Hoppe, Christoph Keller, Johan Sebastian Welhaven”

Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty, Rebecca West

De Nederlandse dichter en schrijver Ted van Lieshout werd geboren op 21 december 1955 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Ted van Lieshout op dit blog.

 

Varkensvoeder

Er was een kleine mopperkont
die boos was op zijn moeder,
omdat hij nooit iets lekkers kreeg,
behalve varkensvoeder.

‘Waarom,’ vroeg hij aan mama,
‘krijg ik altijd gerst en gort
en nooit eens ijs en friet
met mayonaise op mijn bord?’

‘Je stelt je aan,’ zei mama,
‘want je krijgt ook rauwe biet.’
‘Dat klopt wel,’ riep de knorrepot,
‘maar dat lust ik ook niet!’

‘Je eet wat er op tafel komt,’
zei streng het moederzwijn,
‘dan had je maar het kind
van iemand anders moeten zijn.’

 

Het spook

Er was een spook dat spoken wou, maar bang was in het donker.
En als er ’s nachts gedoold moest worden door het huis, dan klonk er
de hele tijd een stemmetje, ’t kwam uit de hoek vandaan,
dat angstig vroeg: ‘O, mag er alstublieft een lichtje aan?’

De mensen die daar sliepen werden wakker van ’t geluid.
Ze lagen bevend in hun bed en durfden er niet uit,
behalve een klein meisje dat is opgestaan en toen
de gang op ging om voor het spook een lampje aan te doen.

 

 
Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)

Lees verder “Ted van Lieshout, Rolf Lappert, Thomas Hürlimann, Heinrich Böll, Ivan Blatný, Garmt Stuiveling, Ludwig Hölty, Rebecca West”

Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Ramon Stoppelenburg, Jürg Laederach, Peter May

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist Hans van Willigenburg werd geboren in Utrecht op 20 december 1963. Zie ook alle tags voor Hans van Willigenburg op dit blog.

 

Bukowski

het dichtersfeest was in volle gang
een waaier aan dranken klokte door de kelen
de stemmen werden met de minuut luidruchtiger

er hing die avond zoals dat heet
beslist iets in de lucht

B. ging aanvankelijk mee in de flow
verzorgde onopvallend zijn aandeel in de roes
maar toen de broeierigheid overkookte
en een onnoembare spleen
de poëten in (nog) hogere sferen bracht

zat B. reeds lang en breed op de wc-bril
aan een sigaret te lurken

in gedachten beitelend
aan een passende tussenzin

 

Woonlasten

Een potje binnenkomst in eigen kamer
lokt nog geen reactie uit, de materiële toeschouwers
zijn zich van geen kwaad bewust en zij zijn het.
Zij nagelen. Ik ben niet meer dan hun handige punaise,
hun onvolprezen, utilitaire diersoort; de grazende hechter
van bijvoorbeeld talloze bureauladen met inhoud
en wat hier van buiten als wind en vogelgezang
binnendringt. – Mijn verwaaide kop! Mijn onbezorgd gefluit!

Wat zal ik eens krachtdadig door het raam blijven kijken
verstenen als ik kan
deze bestemming bruskeren
met de handen in mijn zakken, berustend,
het stoffen ramen zemen voor eeuwig laten versloffen zo –
nee, liever toch dan Mohikaan middels feesten
een horde mededieren zuipsgewijs laten bekendmaken
mijn hier gevestigd, verankerd bestaan.
Het zogenaamd wellevend woningdom.   

 

 
Hans van Willigenburg (Utrecht, 20 december 1963)

Lees verder “Hans van Willigenburg, Sky Gilbert, Friederike Mayröcker, Sandra Cisneros, J. van Oudshoorn, Ramon Stoppelenburg, Jürg Laederach, Peter May”

Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo

De Italiaanse schrijver Paolo Giordano werd geboren in Turijn op 19 december 1982. Zie ook alle tags voor Paolo Giordano op dit blog.

Uit: De eenzaamheid van de priemgetallen (Vertaald door Mieke Geuzebroek en Pietha de Voogd)

“Alice Della Rocca haatte de skilessen. Ze haatte de wekker die ook in de kerstvakantie om half acht ’s morgens afging en haar vader die haar tijdens het ontbijt aanstaarde en onder tafel zenuwachtig met zijn been op en neer wipte, alsof hij wilde zeggen vooruit, schiet op. Ze haatte de wollen maillot die in haar dijen prikte, de skiwanten waarin ze haar vingers niet kon bewegen, de helm die haar wangen platdrukte en het gespje dat in haar kaak stak, en dan die skischoenen die altijd te strak zaten en waarmee ze liep als een gorilla.
‘Nou, drink je die melk nog op of niet?’ zei haar vader voor de zoveelste keer.
Alice werkte een paar slokken gloeiend hete melk weg, waaraan ze eerst haar tong en toen haar slokdarm en maag brandde.
‘Zo, en vandaag laat je zien wie je bent,’ zei hij. Wie ben ik dan? dacht ze.
Daarna duwde hij haar, als een mummie ingepakt in haar groene skipak vol vaantjes en lichtgevende sponsorop-schriften, de deur uit. Het was op dat uur tien graden on-der nul en de zon was niet meer dan een schijf van net iets grijzer grijs dan de mist die alles omhulde. Alice voelde de melk in haar maag klotsen, terwijl ze met haar ski’s over haar schouder in de sneeuw wegzakte, want totdat je zo goed bent dat iemand anders ze voor je draagt, moet je je ski’s zelf dragen.
‘Hou de achterkant naar voren, anders vermoord je nog iemand,’ zei haar vader.
Aan het eind van het seizoen kreeg je van de skiclub een speld met sterretjes erop. Elk jaar een sterretje meer, vanaf dat je vier was en groot genoeg om het zitje van de sleeplift tussen je benen te laten duwen, tot je negen was en je er zelf op kon gaan zitten. Drie zilveren sterren en daarna nog drie gouden. Elk jaar een speld om je duidelijk te maken dat je weer wat verder was en een stap dichter bij de wedstrijden, die Alice de stuipen op het lijf joegen. Ze was er nu al mee bezig, terwijl ze nog maar drie sterren had.
Om precies half negen, als de skistations opengingen, moest ze bij de stoeltjeslift zijn. De rest van het klasje stond er al, in een soort kring, als een regiment soldaatjes ingepakt in hun uniform en stram van de kou en de slaap. Ze prikten hun skistokken in de sneeuw en leunden erop, het uiteinde onder hun oksels geklemd. Met die naar beneden bungelende armen leken het net vogelverschrikkers. Niemand had zin om te praten, Alice al helemaal niet.
Haar vader gaf twee veel te harde tikken op haar helm, alsof hij haar stevig in de sneeuw wilde planten.
‘Geef ze van katoen. En denk eraan: gewicht naar voren, begrepen? Ge-wicht-naar-vo-ren,’ zei hij.”

 

 
Paolo Giordano (Turijn, 19 december 1982)

Lees verder “Paolo Giordano, Jean Genet, Michelangelo Signorile, Tristan Egolf, Jens Fink-Jensen, Alexander Gumz, Hanny Michaelis, Italo Svevo”

Jean-Patrick Manchette

De Franse schrijver en journalist Jean-Patrick Manchette werd geboren op 19 december 1942 in Marseille. Manchette schreef ‘klassieke’ detective verhalen en “romans noirs”, maar was ook literatuur- en filmcriticus, die de nieuwe Franse detective roman van de jaren 1970 introduceerde. Hij schreef ook dialogen en scenario’s voor film en televisie en werkte als vertaler. Hij werd beschouwd als een belangrijke vertegenwoordiger van de neo-polaire, een variant van de roman noir, maar had ook in een directe lijn met de grote meesters van de Amerikaanse hardboiled detective thrillers (Hammett en Chandler). Manchette was al vroeg op politiek gebied actief, in het bijzonder als een tegenstander van de oorlog in Algerije, daarna in de uiterst linkse scene, en in de beweging van de situationisten. Hij was ook een grote jazzliefhebber. Zijn debuut beleefde hij in 1971 in de Série noire, een in de roman noir gespecialiseerde boekenreeks door Gallimard, met “Laissez les bronzer cadavres” (samen met Jean-Pierre Bastid) en “L’Affaire N’Gustro”, die werden gevolgd door nog negen romans. Ook vertaalde hij werken van Robert Littell, Robert Bloch, John Buell, Ross Thomas en Donald E. Westlake en was hij literair criticus in de magazines Charlie Hebdo, Polar en Libération. De 2015 verschenen film “The Gunman” is gebaseerd op één van zijn romans. Manchette schreef sinds de jaren 1960 ook een groot aantal scenario’s voor tv-series en films.

Uit: Le petit bleu de la côte Ouest

Tout ce qu’il disait parvenait de manière terriblement entrecoupée à Béa, qui ne cessait de son côté de vouloir se faire entendre.
Soudain il coupa la communication en appuyant sur la fourche avec son index. Il relâcha la pression et écouta la tonalité. Il raccrocha le combiné et remit le téléphone en place. Il le débrancha. À présent Béa pouvait bien rappeler. Au bout du fil elle entendrait la sonnerie, mais lui, ici, il n’entendrait rien du tout, il n’y aurait même pas de sonnerie pour le déranger. Il passa dans la cuisine et se fit du thé. Pendant que le thé infusait, il prit de nouveau une douche et se rasa et se changea et les deux tueurs roulaient vers Paris à bord de leur Lancia Beta Berline 1800 écarlate. Et Gerfaut but son thé en mangeant de la marmelade d’orange sans pain, à la cuiller, et en lisant quelques pages d’un vieux numéro de la revue Fiction. Quand il eut fini son thé, il rebrancha le téléphone et appela une société de location de voitures sans chauffeur, puis un taxi.
Le taxi le déposa vers 11 heures à un garage où il prit possession de la Ford Taunus qu’il avait retenue. Un moment il roula dans Paris au hasard. Les deux tueurs filaient sur l’autoroute. Carlo avait pris le volant. Bastien somnolait à sa droite. Un moment ils s’étaient querellés, quand Bastien avait dit à Carlo le contenu exact du télégramme. Carlo avait alors soutenu qu’il aurait été plus intelligent d’attendre à Saint-Georges-de-Didonne que Gerfaut y revînt. Mais selon Bastien, l’expression « lettre suit » contenue dans le message indiquait que Gerfaut n’était pas près de revenir. Plusieurs fois ils se traitèrent mutuellement de tête molle et de con. Enfin Bastien s’était assoupi.”

 

 
Jean-Patrick Manchette (19 december 1942 – 3 juni 1995)

Weihnachtsbäume (Gustav Falke)

Bij de vierde zondag van de Advent

 

 
The Christmas Tree door Elizabeth Forbes (1859–1912)

 

Weihnachtsbäume

Nun kommen die vielen Weihnachtsbäume
aus dem Wald in die Stadt herein.
Träumen sie ihre Waldesträume
wieder beim Laternenschein?

Könnten sie sprechen! Die holden Geschichten
von der Waldfrau, die Märchen webt,
was wir uns erst alles erdichten,
sie haben das alles wirklich erlebt.

Da steh’n sie nun an den Straßen und schauen
wunderlich und fremd darein,
als ob sie der Zukunft nicht trauen,
es muß doch was im Werke sein!

Freilich, wenn sie dann in den Stuben
im Schmuck der hellen Kerzen stehn,
und den kleinen Mädchen und Buben
in die glänzenden Augen sehn.

Dann ist ihnen auf einmal, als hätte
ihnen das alles schon mal geträumt,
als sie noch im Wurzelbette
den stillen Waldweg eingesäumt.

Dann stehen sie da, so still und selig,
als wäre ihr heimlichstes Wünschen erfüllt,
als hätte sich ihnen doch allmählich
ihres Lebens Sinn enthüllt;

Als wären sie für Konfekt und Lichter
vorherbestimmt, und es müßte so sein,
und ihre spitzen Nadelgesichter
sehen ganz verklärt darein.

 

 
Gustav Falke (11 januari 1853 – 8 februari 1916)
Lübeck in de Kersttijd. Gustav Falke werd geboren in Lübeck.

 

Zie voor de schrijvers van de 18e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

A. M. Homes, Mazarine Pingeot, Viktor Rydberg, Miles Marshall Lewis

De Amerikaanse schrijfster Amy Michael Homes werd geboren op 18 december 1961 in Washington DC. Zie ook alle tags voor A. M. Homes op dit blog.

Uit: Vergeef ons (Gerda Baardman en Wim Scherpenisse)

“Wil je mijn recept voor rampspoed?
De waarschuwing: vorig jaar, Thanksgiving bij hen thuis. Twintig, dertig mensen aan tafeltjes die vanuit de eetkamer de zitkamer in zwermden en bij het pianobankje abrupt ophielden. Hij zat aan het hoofd van de grote tafel stukjes kalkoen tussen zijn tanden uit te peuteren en over zichzelf te praten. Ik bleef naar hem kijken terwijl ik met dienbladen heen en weer liep tussen de keuken en de eetkamer, en mijn vingertoppen in allerlei onbenoembare troep terechtkwamen: cranberrysaus, zoete aardappelen, een koud zilveruitje, kraakbeen. Bij elk tripje van de eetkamer naar de keuken haatte ik hem meer. Elke zonde uit onze jeugd, te beginnen met zijn geboorte, kwam weer terug. Hij kwam elf maanden na mij ter wereld, meteen al ziekelijk – zuurstoftekort tijdens de bevalling – en daardoor heeft hij veel te veel aandacht gekregen. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd hem duidelijk te maken hoe afschuwelijk hij is, maar hij blijft zich gedragen alsof hij een geschenk van de goden aan de mensheid is. Ze noemden hem George. Hij werd graag Geo genoemd, want dat klonk interessant, wetenschappelijk, wiskundig, analytisch. Ik noemde hem Geode, sedimentair gesteente. Zijn bovennatuurlijke zelfvertrouwen en zijn goddelijk arrogante hoofd met de blonde, rechtopstaande plukken haar trokken de aandacht, maakten de indruk dat hij iets wist. Mensen vroegen zijn mening, wilden dat hij met hen meedeed, maar ik heb zijn charme nooit gezien. Tegen de tijd dat we respectievelijk tien en elf waren, was hij langer dan ik, breder, sterker. ‘Weet je wel zeker dat hij niet van de slager is?’ vroeg mijn vader weleens voor de grap. Dan lachte niemand.
Ik liep af en aan met zware schalen, borden en aangekoekte ovenschotels, en niemand merkte dat er hulp nodig was, George niet en ook zijn twee kinderen niet, of zijn belachelijke vrienden die eigenlijk zijn werknemers zijn, onder wie een jonge weervrouw en diverse nieuwslezers, zowel mannelijk als vrouwelijk, die stijf rechtop zaten met hun Ken- en Barbie-haar strak in de lak, en ook mijn Chinees-Amerikaanse vrouw Claire niet, die een hekel aan kalkoen had en nooit naliet ons eraan te herinneren dat een feestmaal in haar familie uit geroosterde eend met kleefrijst bestond. George’ vrouw, Jane, had de hele dag gekookt, schoongemaakt en eten opgediend, en stond nu botjes en etensrestjes van de borden en schalen in een gigantische vuilnisbak te schrapen.”

 

 
A. M. Homes (Washington DC, 18 december 1961)

Lees verder “A. M. Homes, Mazarine Pingeot, Viktor Rydberg, Miles Marshall Lewis”

Saki, Christopher Fry, Thomas Strittmatter, Gatien Lapointe, Heinrich Smidt

De Birmees – Britse schrijver Saki (pseudoniem van Hector Hugh Munro, een naam gekozen uit de Rubaiyat van Omar Khayyam) werd geboren op 18 december 1870 in Akyab, Birma. Zie ook alle tags voor Saki op dit blog.

Uit: The toys of peace

“What does he do?” asked Eric wearily.
“He sees to things connected with his Department,” said Harvey. “This box with a slit in it is a ballot-box. Votes are put into it at election times.”
“What is put into it at other times?” asked Bertie.
“Nothing. And here are some tools of industry, a wheelbarrow and a hoe, and I think these are meant for hop-poles. This is a model beehive, and that is a ventilator, for ventilating sewers. This seems to be another municipal dust-bin — no, it is a model of a school of art and public library. This little lead figure is Mrs. Hemans, a poetess, and this is Rowland Hill, who introduced the system of penny postage. This is Sir John Herschel, the eminent astrologer.”
“Are we to play with these civilian figures?” asked Eric.
“Of course,” said Harvey, “these are toys; they are meant to be played with.”
“But how?”
It was rather a poser. “You might make two of them contest a seat in Parliament,” said Harvey, “and have an election –“
“With rotten eggs, and free fights, and ever so many broken heads!” exclaimed Eric.
“And noses all bleeding and everybody drunk as can be,” echoed Bertie, who had carefully studied one of Hogarth’s pictures.
“Nothing of the kind,” said Harvey, “nothing in the least like that. Votes will be put in the ballot-box, and the Mayor will count them — and he will say which has received the most votes, and then the two candidates will thank him for presiding, and each will say that the contest has been conducted throughout in the pleasantest and most straightforward fashion, and they part with expressions of mutual esteem. There’s a jolly game for you boys to play. I never had such toys when I was young.”
“I don’t think we’ll play with them just now,” said Eric, with an entire absence of the enthusiasm that his uncle had shown; “I think perhaps we ought to do a little of our holiday task. It’s history this time; we’ve got to learn up something about the Bourbon period in France.”

 

 
Saki (18 december 1870 – 14 november 1916)
Cover 

Lees verder “Saki, Christopher Fry, Thomas Strittmatter, Gatien Lapointe, Heinrich Smidt”

Jakov Polonski

De Russische dichter en schrijver Jakov Petrovitsj Polonski werd geboren in Rjazan op 18 december 1819 als zoon van een ambtenaar en studeerde aan de Universiteit van Moskou, waar hij de jonge dichters Apollon Grigojev en Afanasi Fet leerde kennen. In 1844 publiceerde hij zijn eerste bundel met lyrische poëzie, welke geplaatst kan worden in de school van de ‘zuivere kunst’, welke in die periode, in navolging van van Aleksandr Poesjkin, opgang deed. Polonski werkte in de jaren 1840 als secretaris voor Michail Vorontsov, onder andere in Tiflis en Odessa. De nabijheid van de Zwarte Zee leek zijn romantische gevoelens alleen maar verder aan te wakkeren en in deze periode schreef hij volgens velen zijn beste gedichten. In 1851 vestigde hij zich in Sint-Petersburg, deed daar aanvankelijk vooral journalistiek werk en trad vanaf 1860 in overheidsdienst, bij het departement voor de censuur. Zijn latere gedichten vertonen in toenemende mate een sociale betrokkenheid. Op late leeftijd voerde Polonski nog een correspondentie met Anton Tsjechov. Hij overleed op 78-jarige leeftijd in Sint-Petersburg en werd begraven in zijn geboortestad Rjazan. Hoewel Polonski in het Rusland van voor de revolutie grote bekendheid genoot is hij in de Twintigste Eeuw enigszins in de vergetelheid geraakt. Tegenwoordig is hij vooral nog bekend door zijn gedichten die aan het einde van de negentiende eeuw op muziek werden gezet door vooraanstaande componisten als Pjotr Tsjaikovski, Sergej Rachmaninov, Sergej Tanejev en Anton Rubinstein.

Der Morgen

Seht, ob steilen Bergen,
die zum Himmel streben,
dort aus Blüthenthalen
Nebel sich erheben!

Seht, wie er gleich Rauch
sich zu den Wolken windet,
die mit Gold sich säumen,
bis er unter ihnen,
den verwandten, schwindet!

Und jetzt zittert unten
Frühroth auf den Wellen.
Schon beginnt der Osten
flammend sich zu hellen.

Ha, schon strahlt des Morgens,
jungen Morgens Sonne!
Nacht entweicht und alles
grüßt den Tag mit Wonne,
grüßt die Sonne!

Am Azur, den blauen,
ist nur Licht zu schauen.

Genius der Menschheit,
freue dich! zur Trauer
seit jeher verurtheilt,
fühle Wonneschauer!

Freue dich und glaube,
enden muß das Leiden,
wenn auch währt das Ringen,
enden muß das Leiden!

 

Vertaald door Josef Wenzig

 

De Zwaan (Fragment)

Een park, een strijkstok, lampionnen,
Mensen maken blij gerucht,
Alleen de wind sliep, aardedonker
Was de nachtelijke lucht.

Ook donker was de groene vijver
En het dichte oeverriet,
Waar een gedoemde zwaan verkwijnde
In de stilte, onbespied.

Gebroken, tam, volslagen eenzaam,
Is hem stervende ontgaan
Dat ergens boven hem een vuurpijl
Vonkenregens deed ontstaan.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 
Jakov Polonski (18 december 1819 – 30 oktober 1898)
Portret door Ivan Kramskoy, 1875