Tsead Bruinja, Martin R. Dean

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

Zin in braderie

troep kijken
troep kopen

waarom schrijft niemand

we verlangen naar een psychedelische erotische filmhemel
waarin we perfecte lichamen mogen uitkiezen
per standje een aparte set spieren
inclusief atletisch uithoudingsvermogen

dan weer een neger
dan weer een chinees
te zijn

door de week en in het weekend een dagje alleskoopparadijs
waarbij steeds nadat we denken aan de limiet van onze goldcard beland te zijn
er weer krediet blijkt op te staan

krediet dat voelt als een beloning
dat voldoening geeft aan het uitgeven

een hemel waarin we geen ruimtegebrek hebben
voor onze aankopen

waarom plakken we achter eerlijkheid een aangeharkte schijndroom
en geen geile lava van zelfverheerlijking

paddestoelenliften
waarop we elkaar tijdens het neuken
eindeloos omhoog krikken

dit is geen terechtwijzing
dit is geen terechtwijzing
dit is geloof

grote woorden waar we bang voor moeten zijn

dacht het niet

roep de macht uit over je eigen woordenboek
voel je niet schuldig als je de agenten
een grote mond geeft

neem de verantwoordelijkheid voor je geluk
geen gevangenen

zoek je eye candy
dan krijg je

this site is still under construction

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit: Warum wir zusammen sind

“Irma liebte diese Stunde zwischen Tag und Nacht, in der von den Dingen ein geheimnisvolles Licht ausging. Matti war nach zwei Runden auf dem Eis mit der Schwiegermutter nach Hause gegangen, und in der Zwischenzeit war Evelyne eingetroffen. Im Eisprinzessinnenkleid stand sie neben ihr, die sich in ihrem eleganten Hosenanzug gerade etwas steif vorkam. Sie war es gewöhnt, dass die kokette Evelyne sie ausstach. Marc hatte einmal gesagt, dass man ihre Sinnlichkeit entdecken musste, während Evelyne die ihre verschwenderisch verströmte.
Bei den Vogels ist Feuer unterm Dach, sagte Evelyne und zündete sich eine Zigarette an. Vergnügt blies sie Wölkchen in die kalte Luft. Annette hat rausgekriegt, dass Anatol ein Verhältnis mit dem kroatischen Hausmädchen hat.
Kaum zu glauben, sagte Irma.
Manchmal ist er einfach am Nachmittag mit ihr im Schlafzimmer verschwunden, wenn Annette nicht da war.
Und wie hat Annette reagiert?
Annette hätte sich am liebsten in ihrem Atelier eingeschlossen und einfach weitergemalt. Es ist ja auch nicht das erste Mal, dass Anatol fremdgeht.
Die Frau ist mir ein Rätsel, sagte Irma.
Ich glaube, jetzt ist ihr doch der Kragen geplatzt. Aber es wäre schade, wenn sie heute Abend nicht dabei wären. Haben sonst alle zugesagt?
Finn kommt, sagte Irma. Mit Bea. Sie wusste, dass Evelyne einmal in den hageren Finn verliebt war, der seit Jahren an einer Dylan-Biografie arbeitete. Wahrscheinlich stieg ihr Puls noch immer, wenn sie ihn traf.
Und Axel bringt seine neue Flamme mit, ergänzte Irma.
Axel lässt nichts anbrennen, lachte Evelyne.
Selbst Moritz und Mila sind mit von der Partie.
Ich frage mich, ob bei denen immer noch alles so harmonisch ist, sagte Evelyne. Wenn’s da mal kracht, möchte ich nicht dabei sein. Neulich habe ich Mila mit einem anderen Mann in einem Restaurant gesehen.“

 

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2021 en ook mijn blog van 17 juli 2020 en eveneens mijn blog van 17 juli 2019 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Zij zoekt naar manieren om te blijven (Janine Jongsma), William Irwin Thompson

 

Dolce far niente

 

Stilleven met bloemen door Ottmar Elliger, 1673

 

Zij zoekt naar manieren om te blijven

Ze draagt de laatste mode
en natuurlijk haar dure nieuwe hakken
Het platinablonde haar zit strak in de plooi
haar make-up is perfect, business as usual, let’s go!

Het huis is verlicht en zegt welkom
Ze gaat rond met exquise hapjes:
– een amuse van pure liefde
– spiesjes vol entertainment
– toast belegd met wilskracht
op een bedje van ‘vier het leven’

Ze lacht en proost met haar man
knipoogt stralend naar haar jongens
het leven staat haar zo goed

Ze danst naar de keuken voor een glas champagne
op het aanrecht zit een man in doktersjas
Ze sleept hem aan zijn haren naar buiten
en smijt hem bij de vuilnis
Stapt elegant over hem heen en zegt:
ik doe niet aan diagnoses

Want de dood knipt ze hoogstens uit een boeket
dat ze vanavond kreeg, gooit het dorre blad weg
maar bewaart het kaartje, bewaart altijd het kaartje

 

Janine Jongsma (Boxmeer, 1965)
Het Maasziekenhuis in Boxmeer

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

VIER IN DE OCHTEND

Het universum krioelt van ongezien leven:
engelen en djinn en spirituele gidsen.
Zoals het teveel in een stilstaande vijver,
dit abces van het Absolute
is obsceen corpulent
in elk hoekje en gaatje,
oksel en kruis
van de Grote Moeder
van donkere energie en donkere materie
zien wij niet meer
dan de ziektekiemen in onze ingewanden die ons zien,
omdat het geen ziektekiemen zijn
maar neuronen van een groter brein
waarin een ik slechts een orgaan is,
of liever een kunstmatig opgedrongen
membraan willekeurig getrokken
te midden van een massa interactieve
moleculaire poorten met ionen
die komen en gaan wanneer ze willen
zonder aan mij te denken.
Wilden wisten dit ooit
en konden het voelen als jeuk
buiten het bereik van krabben.
Christelijke missionarissen noemden het animisme
en probeerden het uit hen te slaan,
en brachten bustehouders mee om borsten te bevatten,
en bijbels om geesten te bevatten,
maar in nachten dat ik niet kan slapen,
word ik wakker om iets dat de klok
markeert als drie of vier,
met mijn geest krioelend en kriebelend
van buitenaardse kosmologieën
van reizen door andere sterrenstelsels
en ik word wakker en weet meer dan ik ben.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (16 juli 1938 – 8 november 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Richard Russo, Steffen Popp

De Amerikaanse schrijver Richard Russo werd geboren op 15 juli 1949 in Johnstown, New York. Zie ook alle tags voor Richard Russo op dit blog.

Uit: Ergens anders (Vertaald door Kees Mollema)

“Toen een vriendin van mij een paar jaar geleden op de New York State Thruway een bord passeerde waarop CENTRUM VAN DE LEERVERWERKENDE INDUSTRIE stond te lezen, meende ze leedverwerkende te zien staan en dacht ze: dat is vast waar Russo vandaan komt. Ze had gelijk. Ik kom uit Gloversville, een paar kilometer verder naar het noorden, in de uitlopers van de Adirondacks; een plaatsje waarover je gemakkelijk grappen kunt maken, tenzij je er woont, zoals sommige familieleden van mij. Het stadje is niet altijd onderwerp voor grappen geweest. In de gloriejaren werden negen van de tien paar chique handschoenen die in de Verenigde Staten werden verkocht daar gemaakt. Aan het einde van de negentiende eeuw waren ambachtslieden uit heel Europa erheen getrokken en tientallen jaren produceerden ze handschoenen die tot de beste van de wereld werden gerekend. In die tijd bestond er een gilde van handschoensnijders en je moest, net als mijn grootvader van moederskant, eerst twee of drie jaar als leerling werken. De belangrijkste gereedschappen van een volleerde handschoensnijder zijn zijn ogen, zijn ervaring met dierenhuiden en zijn verbeelding. Het was mijn grootvader die me mijn eerste lessen in de kunst gaf — al betwijfel ik of hij dat zelf zo zou hebben verwoord — door uit te leggen hoe je uit een onvolmaakte huid iets kunt maken wat werkelijk goed en mooi is. Nadat de huiden zijn gelooid, maar nog vóór ze bij de snijder belanden, worden ze gerold, geborsteld en afgewerkt tot ze glad en uniform zijn, maar natuurlijke huiden bevatten onvermijdelijk onvolkomenheden. De echte vakman, zo legde hij me uit, werkt om die onvolkomenheden heen en bedenkt hoe hij ze weg kan werken in de natuurlijke plooien of naden van een handschoen. Elke huid stelde je voor problemen die een creatieve oplossing vereisten. Een handschoensnijder moest niet alleen zo veel   mogelijk handschoenen uit een huid kunnen halen, maar tegelijkertijd het aantal onvolkomenheden zien te minimaliseren. In Fulton County werd al leer gelooid, waarbij de bast van de Canadese den werd gebruikt, voordat de Verenigde Staten zich van Engeland afscheidden. Gloversville en het nabijgelegen Johnstown produceerden niet alleen handschoenen, maar allerlei lederwaren: schoenen, jassen, handtassen en meubilair. Toen mijn grootvader van vaderskant, die uit het Italiaanse Salerno kwam, hoorde hoeveel ambachtslieden naar deze plek waren gegaan, trok hij naar het noorden, in de hoop er de kost te kunnen verdienen met de verkoop van handgemaakte schoenen. In New York nam hij de trein naar Albany, ging toen naar het westen tot aan het gehucht Fonda aan het Barge Canal, vanwaaruit hij de goederenspoorlijn volgde naar Johnstown in het noorden, waar ik enkele decennia later werd geboren.”

 

Richard Russo (Johnstown, 15 juli 1949)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Gibraltar

daarheen (Goethe)


Ken je, liefste, de haat,
bomen, de Spaanse muur,
ken je de eilanden, de kruisvaarders
in hun eenmanstorpedo’s –

liefste, vergeef me, ik wilde naar Golgotha
maar in de linnenkast
lag alleen een gele revolver (dus ik ging niet).

Ken je de zee, sporen van vrijpostigheid
in schuim, liefste, in schuim
ken je dat land, zijn verwrongen arm
ligt zwaar in de rondte, onder de hongerige lucht
doelloze wind
sporen van wol, daarin warmte en stof.

Hoe graag zou ik met je vertrekken
met jou, liefste, willen wonen onder citroenen:
als niet Gibraltars elementen
heftig door mijn tragische aderen  
vloeiden, en die van iedere spoorloze kaap
manische ogen, zonder oogleden –

mijn hart is een gravin omringd door verplegers
aan de rand van de stad, liefste
                        blèren de huurpiano’s!

 

Vertaald door Alfred Schaffer en Gregor Seferens

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

Yukiko Motoya, Steffen Popp

De Japanse schrijfster Yukiko Motoya werd geboren op 14 juli 1979 in Hakusan, Ishikawa. Zie ook alle tags voor Yukiko Motoya op dit blog.

Uit: The Lonesome Bodybuilder (Vertaald door Asa Yoneda)

“Would feel at home in the crafts club. Would find a job locally. But what really would have happened if I’d gotten on the roller coaster that day? I have the feeling I would have met a version of myself I don’t know now. Lived a completely different life.
The gong sounded, and the men stood up. I’d assumed that throwing out punches was all there was to it, but the boxers guarded against every blow, observing each other’s movements with eagle eyes. That must be what they call dynamic vision. If only I had some dynamic vision too, I might not have missed out on so many things. The match was over, and they sounded the biggest gong yet.
The very next day, I started training to become a bodybuilder. I thought at first that I could aim to be a pro boxer, but I realized that I didn’t have a trace of fighting spirit in me. No desire to beat anyone up. It was the bodies of the two boxers I’d seen on TV the previous night that seemed to be seared into my brain, even while I was at my job, working the register at a natural health and beauty shop.
They turned in all directions, showing off their bodies to me. Even while I described various products to customers. This is a moisturizing cream with pomegranate traditionally used in herbal medicine. How do firm limbs feel? This hair oil is made from rare organic concentrated plant extracts. What is it like when a strong body throbs?
Was I looking for an affair? Of course not. I loved my husband. He could be bumbling and juvenile, but he was just working too hard, that was all. I only needed to hang on until he was done with this busy period, and then he’d start initiating again. It wasn’t that I wanted to touch any other man. I just wanted to luxuriate in some taut muscle. I hadn’t felt so giddy in a long time. I’d swing by the pharmacy on my way home from work and get some protein powder.
I liked the taste of the protein powder when I tried it, and decided to join a gym. I felt a little worried about fitting it into the household budget, but I found a small, independent fitness club two train stops away, whose website advertised “100 Free Sessions Until You See the Results You Want!” Having never done any serious exercise before, I had no idea what kind of progress I’d be able to make in a hundred sessions.
On the first day of my private sessions, I confided to the trainer — a boy in his early twenties — that I wanted to become a bodybuilder. He stopped writing on his clipboard and looked at me with surprise.
“Bodybuilding? Not weight loss.”
“Yes. Your website said you have a training program.”
“We do, but this is pretty unusual. Women in their thirties usually come looking to lose weight, so I assumed . . .”
“Is it very difficult?”
“Not really. But with bodybuilding, you won’t get anywhere with weight training alone. Nutrition is key. Could you handle consuming, say, four thousand calories a day? That’s double the daily amount for an average adult male.”

 

Yukiko Motoya (Hakusan, 14 juli 1979)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Elegie voor K.

Moe is mijn oog, moe moe
als de Alpen. Een betoverd traject
van jaren is mijn gezicht
velden, waarin ik sliep –

gele lampionnen, een duister kinderpartijtje
alles is buiten mij, een stuwmeer
waarin de ondergelopen dorpen oplichten ’s nachts

De aarde geeft kleuren
de huid geeft eenheid
op de plantages wapenen de fruitbomen zich dapper
tegen het heelal –

rondom schurken de weiden
                                       tegen mijn voeten
de rivier
aan mijn kant, heimelijk trekt hem
een verre zee.

 

Vertaald door Alfred Schaffer en Gregor Seferens

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e juli ook mijn blog van 14 juli 2020 en eveneens mijn blog van 14 juli 2019 deel een en ook deel 2.

Rien Vroegindeweij, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog. 

 

De krant bij de hand

Daar ligt veertig treden laag de ochtendkrant
Te wachten. Opgevouwen wereldnieuws in het portaal
Terwijl ik langzaam en nieuwsgierig de trap afdaal
Door de brievenbus het weer bekijk, met in mijn hand

De krant – hetgeen mij vandaag al weer te weten staat –
Lezend en langzaam weer terugkeer op mijn schreden
Als een moegestreden heerser over veertig treden
Het nieuws over een ver land waar men geweld begaat

Een foto van een doorgeschoten vluchteling. Een ongeluk
Ergens is de mooiste vrouw van het hele land gekozen
Een man zijn hart en longen werden getransplanteerd

Voor de vierde keer. En morgen verkoopt men stuk
Voor stuk en niet in blikken maar in kartonnen dozen
Zijn armen en benen, die worden vandaag geamputeerd

 

Zoekaktie

Politiemannen kammen de hele woonwijk uit en
militairen zullen helpen zoeken naar het kind.
De spanning van de ouders of men het vindt.
De corpsen kunnen naar hun vrije weekend fluiten.

Het kind zit intussen rustig bij een oom en tante,
die van het drama, dat zich afspeelt, niets weten.
Ze vermoeden wel iets bij het avondeten,
maar omdat het kind er is, lezen ze die dag geen krant.

Eens was ik hoofdpersoon van grootscheepse aktie.
Dat ik zelf aan het zoeken was, dat wist men niet.
‘k Zat met een meisje verborgen op het havenhoofd.

Om het verschil in sexe te bestuderen, had ik beloofd
aan niemand iets te zeggen, anders deed ze het niet.
Ik verraadde, ’t bijna. O ’t scheelde maar een fraktie.

 

Maatstaf

hierbij retourneren wij u
de ons enige tijd geleden
ter publikatie gezonden bijdrage

wij stellen het op prijs
dat u uw werk aan ons hebt
willen voorleggen

tot opname van uw bijdrage
in een van de komende nummers
hebben wij echter niet kunnen
besluiten

onze beslissing is niet altijd
het gevolg van een negatieve beoordeling
van een inzending

de redakties van andere literaire
tijdschriften hebben op dit moment
wellicht
ruime mogelijkheden tot publikatie

las de dichter smorgens na het ontbijt
en piekerde boven zijn krant met welke
maatstaf wordt gemeten bij het toekennen
van subsidie aan de aardappelboeren.

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

TUINKRONIEK

Bomen snoeien, onttakken: zulke maatregelen
blijven niet zonder gevolgen. Je ziet nu wie
de honden over de weilanden drijft. wie halt houdt
en de ramen inspecteert. De reeën
trekken zich in het dichte bos terug. Was het

de zin van de hele actie? Je ziet, nu
ademen de viooltjes opgelucht. Tevoorschijn komt
het blauw van de hortensia. Herkenbaar wordt het gezicht
van de veldsteen. De schaduwzone ligt onthuld;
verlaten schuilplaatsen, lege verzetshaarden.

 

Vertaald door Frans Roumen

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Milena Moser

De Zwitserse schrijfster Milena Moser werd geboren op 13 juli 1963 in Zürich als dochter van de psycholoog en fictievertaler Marlis Pörtner, geboren Bindschedler (1933 tot 2020), en de schrijver Paul Pörtner. Haar jongere broer Stephan Pörtner is ook schrijver. Nadat ze de middelbare school had afgerond, voltooide ze een stage als boekverkoper en schreef vervolgens voor Zwitserse omroepen. Ze schreef ook boeken, maar kon er geen uitgever voor vinden. Daarom richtte ze Krösus Verlag op, waar het boek “Die Putzfraueninsel“ werd gepubliceerd. Dit werd een bestseller en Peter Timm bewerkte het voor de bioscoop. In 1998 verhuisden Milena Moser en haar gezin voor acht jaar naar San Francisco. Terug in Zwitserland richtte ze samen met Sibylle Berg en haar toenmalige agent Anne Wieser een ‘schrijfschool’ op. In haar ‘schrijfstudio’ in Aarau gaf ze schrijfcursussen voor amateurs, en als ‘schrijfcoach’ begeleidde ze schoolklassen bij het schrijven van een gezamenlijk werk. In 2015 verhuisde Milena Moser opnieuw naar de VS. Ze kocht een huis in Santa Fe (New Mexico), waar ze aanvankelijk alleen woonde. Daar wijdt de succesvolle auteur zich weer volledig aan het schrijven. Sinds mei 2020 is ze voor de derde keer getrouwd met de Mexicaanse kunstenaar Victor-Mario Zaballa. Ze is moeder van twee zoons uit haar eerste twee huwelijken.

Uit: Der Traum vom Fliegen

„Sofia war im Sitzen eingeschlafen, auf dem breiten Bett in ihrem Zimmer, das mit Zierkissen, Nackenrollen und Stofftieren übersät war, mit Büchern, Zeitschriften, ihrem Laptop, ihrem Smartphone. Während der Pandemie war ihr Studium erst unterbrochen und dann zum Fernstudium umfunktioniert worden. Doch davon wollte sie sich nicht aufhalten lassen. Seit sie ein Kind war, wusste Sofia, was sie wollte. Fliegen. Sie wollte fliegen.
Sie wollte ins All. Schon während der Mittelschule hatte sie zielstrebig darauf hingearbeitet, zusätzliche Kurse in Physik und Mathematik belegt, frühzeitig abgeschlossen und sich daraufhin sofort beim renommierten Massachusetts Institute of Technology in Boston für einen Studienplatz in Raumfahrttechnik beworben. Sie war nicht nur aufgenommen worden, man hatte ihr sogar ein Stipendium angeboten.
Sie war eine der Besten ihres Jahrgangs. Gewesen. Denn in letzter Zeit schlief sie immer wieder ein, mitten in einer Recherche oder sogar einer Videovorlesung. Während des Lockdowns hatte sie das Zeitgefühl verloren und sich daran gewöhnt, nicht länger als zwei, drei Stunden am Stück zu schlafen, dafür immer wieder. Egal, ob es Tag war oder Nacht. Das konnte sie ohnehin nicht mehr klar voneinander unterscheiden. Als der Campus wieder geöffnet wurde, entschied sie sich, das Fernstudium vorläufig weiterzuführen. Die Vorstellung, so weit von zu Hause weg zu sein, ihr Zimmer mit anderen zu teilen, die sie nicht kannte, dieselbe Vorstellung, die sie jahrelang mit Vorfreude erfüllt hatte, überforderte sie jetzt. Sie traute sich nicht mehr zu, ihr Zimmer zu verlassen, ihr Haus, ihre Straße, ihre Stadt.
Als sie aufwachte, war es dunkel. Neumond, erinnerte sie sich. Ihr Papa Santiago hatte beim Abendessen darüber gesprochen. Er glaubte an den Einfluss der Sterne auf sein Befinden und las so viele Horoskope, dass er immer irgendwo etwas Tröstliches fand.
Sofia setzte sich auf. Der Nachthimmel vor ihrem Fenster übte eine seltsame Anziehungskraft auf sie aus. Sie ging zum Fenster und schob es auf. Ihr Haus am oberen Ende der Nevada Street grenzte an den Bernal Heights Park. Sofias Zimmer ging auf den Park hinaus, dahinter sah sie die Lichter der Bay Bridge glitzern. An besonderen Feiertagen formierten sich die Lichter zu Mustern, zu Herzen oder Sternen, manchmal auch zu Buchstaben.
Und dann kauerte sie plötzlich auf dem Fensterbrett. Ohne darüber nachzudenken, war sie auf ihren Schreibtisch geklettert und durch die Fensteröffnung geschlüpft. Nun stand sie auf dem Dachvorsprung und breitete die Arme aus. Sie überlegte nichts.“

 

Milena Moser (Zürich, 13 juli 1963)

Sasha Filipenko, Pablo Neruda

De Belarussische schrijver, journalist en tv-presentator Sasha Filipenko werd geboren op 12 juli 1984 in Minsk. Zie ook alle tags voor Sasha Filipenko op dit blog.

Uit: Rote Kreuze (Vertaald door Ruth Altenhofer)

„Als die Unterschrift gesetzt ist, sagt die Frau (die so sonderbar ist wie alle Immobilienmakler):
»Gratulation! Ich freue mich sehr für Sie. Schauen Sie doch nicht so finster, Sie haben von mir das bestmögliche Preis-Leistungs-Verhältnis gekriegt!«
Die Maklerin zieht einen Lippenstift aus ihrer Handtasche und spricht mit ihrer tiefen Stimme weiter, ohne auf die nunmehr ehemalige Besitzerin zu achten:
»Für uns beide ist das eine echte Win-win-Situation! Mit wem werden Sie eigentlich hier wohnen?«
»Mit meiner Tochter«, antworte ich und blicke hinaus auf den Kindergarten im Hof.
»Wie alt?«
»Drei Monate.«
»Wie süß! Eine junge Familie! Glauben Sie mir, Sie werden mir noch dankbar sein.«
»Wofür?«
»Was heißt, wofür? Ich hab’s Ihnen doch erzählt!
Sind Sie aber vergesslich. Auf Ihrem Stockwerk gibt es nur eine einzige Nachbarin. Und die ist neunzig
Jahre alt, alleinstehend und leidet an Alzheimer. Das ist doch der absolute Jackpot! Freunden Sie
sich mit ihr an, dann gehört die Wohnung Ihnen.«
»Danke!«, sage ich, ohne sie anzusehen.
Die Wohnung ist leer. Kein Stuhl, kein Bett, kein Tisch. Ich packe meine Tasche aus. Die ehemalige Besitzerin kann sich nicht losreißen. Sie steht am Fenster, hängt Erinnerungen nach und glättet, als würde sie Wäsche bügeln, die Fältchen im Lack des Fensterbretts. Sinnlos, ich mache hier sowieso alles neu.
»Bleiben Sie heute allein hier?«
»Ja.«
»Und wo werden Sie schlafen?«
»Ich habe einen Schlafsack und einen Wasserkocher …«
»Wenn Sie möchten, kommen Sie mit zu mir.«
»Nein.«
Die Maklerin kapituliert. Ich bin zu jung für sie.
Sie hakt die frühere Besitzerin unter und verlässt mit ihr die Wohnung. Ich bleibe allein zurück und setze mich auf den Boden.“

 

Sasha Filipenko (Minsk, 12 juli 1984)

 

De Chileense dichter Pablo Neruda (eig. Ricardo Eliecer Neftalí Reyes Basoalto) werd geboren in Parral op 12 juli 1904. Zie ook alle tags voor Pablo Neruda op dit blog.

 

Sonate en verwoestingen

Na tijden, na vage mijlen gaans,
warrig van domeinen, onzeker van gebieden,
met ten geleide povere verwachtingen,
trouweloos gezelschap en achterdochtige dromen,
houd ik van wat nog taai blijft leven in mijn ogen
en hoor ik met mijn hart mijn ruiterstappen,
zet ik de tand in slapend vuur en vervallen zout
en zoals in dichte nacht en voortvluchtig rouwen
hij die de zoom der kampementen langs waakt
– de reiziger gewapend met steriel verweer
klem tussen schaduwen in groei en wieken trillend –
voel ik mij. En mij hoedt mijn stenen arm.

In wetenschappen van tranen verloren staat een verwezen altaar
en op mijn middagzittingen zonder parfum
in mijn verlaten slaapzalen door maan bewoond
en spinnen uit mijn toebehoren en verwoestingen mij dierbaar,
vereer ik mijn verloren wezen, het onvoldragene,
mijn zilveren slag, en mijn eeuwige verlies.
Leeg brandde de vochtige druif, en nog altijd
flakkert zijn lijkvocht en blijft na:
zo ook het steriele erfdeel, en de onbetrouwbare woon.
Want wie heeft as tot plechtigheid verheven?
Wie had het verlorengegane lief en wie
heeft zich ontfermd over het uiterste:
des vaders beenderen, het hout van het dode schip,
en zijn eigen uiteinde, zijn zelfontvluchten,
zijn trieste krachten, zijn armzalige god?

Zo dan loer ik op het zielloze en rampzalige
en het vreemde getuigenis dat ik afleg
wreed en doeltreffend en in as geschreven,
is een vergeten in de vorm die ik verkies,
de naam die ik de aarde geef, de waarde van mijn dromen,
de onophoudelijke voorraad die ik deel en deel
met mijn winterse ogen, dag in dag uit dezer wereld.

 

Vertaald door Dolf Verspoor

 

Pablo Neruda (12 juli 1904 – 23 september 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juli ook mijn blog van 12 juli 2020 en eveneens mijn blog van 12 juli 2019 en ook mijn blog van 12 juli 2016 en ook mijn blog van 12 juli 2015 deel 2.

In Memoriam Milan Kundera

In Memoriam Milan Kundera

De Tsjechisch-Franse schrijver Milan Kundera is op 94-jarige leeftijd overleden. Milan Kundera werd geboren in Brno op 1 april 1929. Zie ook alle tags voor Milan Kundera op dit blog.

Uit: De ondraaglijke lichtheid van het bestaan (Vertaald door Jana Beranová)

“Honden hebben niet veel voordelen boven mensen, maar een ervan is de moeite waard: euthanasie is in hun geval niet door de wet verboden; een dier heeft recht op een zachte dood. Karenin hinkte op drie pootjes en bracht hoe langer hoe meer tijd liggend in een hoekje door. Hij jankte. Beide echtelieden waren het er over eens dat hij niet onnodig moest lijden. Maar hun principiële eensgezindheid bevrijdde ze nog niet van de beangstigende onzekerheid, namelijk: hoe te weten op welk ogenblik het lijden werkelijk onnodig was; hoe het moment vast te stellen waarop het niet meer de moeite waard was te leven.
Was Tomáš maar geen arts! Dan zouden ze het op een ander kunnen afschuiven. Dan zouden ze naar een dierenarts kunnen gaan en de hond een spuitje laten geven.
Wat is het verschrikkelijk de rol van de dood op je te nemen! Tomáš hield lange tijd vol dat hij hem niet zelf een spuitje zou geven, maar dat hij een dierenarts zou roepen. Maar later begreep hij dat hij Karenin het voorrecht kon geven dat geen enkel mens krijgt: de dood zal hem halen in de gedaante van hen die hij liefheeft.
Karenin had de hele nacht gejankt. Toen Tomáš ’s morgens zijn pootje bekeek, zei hij tegen Tereza: ‘We moeten niet langer wachten.’
Het was ochtend, ze zouden beiden gauw naar hun werk gaan. Tereza liep naar Karenin toe. Tot dan lag hij daar apatisch (zelfs toen Tomáš hem daarnet onderzocht bleef hij onverschillig liggen), maar toen hij deze keer de deur hoorde gaan, hief hij zijn kop en keek naar Tereza.
Ze kon zijn blik niet verdragen, ze schrok er bijna van. Zo keek hij nooit naar Tomáš, zo keek hij alleen maar haar aan. Maar nog nooit eerder zo intens. Het was geen wanhopige en ook geen verdrietige blik, wel nee. Het was een blik vol afschuwelijk, ondraaglijk vertrouwen. Die blik was een gretige vraag. Zijn leven lang wachtte Karenin steeds op Tereza’s antwoord en nu liet hij haar weten (nog veel dwingender dan anders) dat hij nog altijd bereid was van haar de waarheid te horen. (Alles dat van Tereza komt is voor hem de waarheid: ook al zegt ze ‘zitten!’ of ‘liggen!’, het zijn waarheden waarmee hij zich identificeert en die zin geven aan zijn leven.)
De blik vol afschuwelijk vertrouwen duurde maar kort. Even later legde hij zijn kop weer op zijn poten. Tereza wist dat hij op die manier nooit meer naar haar zou kijken.
Snoepgoed gaven ze hem nooit, maar een paar dagen geleden kocht ze voor hem enkele repen chocola. Ze haalde die uit het zilverpapier en brak ze in stukjes die ze om hem heen legde. Daarnaast zette ze nog een bakje met water, zodat hem niets zou ontbreken voor de tijd dat hij alleen thuis was. De blik waarmee hij haar daarnet bekeek leek hem te hebben uitgeput. Zelfs te midden van de chocola hief hij zijn kop niet meer op.
Ze ging naast hem op de grond liggen en legde haar arm om hem heen. Heel langzaam en moe snuffelde hij aan haar en hij gaf haar een of twee likken. Zijn gelik onderging ze met gesloten ogen, alsof ze het zich voor altijd wilde he
rinneren. Ze draaide ook haar andere wang naar hem toe voor een likje.”

 

Milan Kundera (1 april 1929 – 11 juli 2023)

Amitav Ghosh, Jürgen Becker

De Indiase schrijver Amitav Ghosh werd geboren in Calcutta op 11 juli 1956. Zie ook alle tags voor Amitav Ghosh op dit blog.

Uit: Gun Island

“Calcutta The strangest thing about this strange journey was that it was launched by a word — and not an unusually resonant one either but a banal, commonplace coinage that is in wide circulation, from Cairo to Calcutta. That word is bundook, which means ‘gun’ in many languages, including my own mother tongue, Bengali (or Bangla). Nor is the word a stranger to English: by way of British colonial usages it found its way into the Oxford English Dictionary, where it is glossed as ‘rifle’. But there was no rifle or gun in sight the day the journey began; nor indeed was the word intended to refer to a weapon. And that, precisely, was why it caught my attention: because the gun in question was a part of a name — ‘Bonduki Sadagar’, which could be translated as ’the Gun Merchant’. The Gun Merchant entered my life not in Brooklyn, where I live and work, but in the city where I was born and raised —Calcutta (or Kolkata, as it is now formally known). That year, as on many others, I was in Kolkata through much of the winter, ostensibly for business. My work, as a dealer in rare books and Asian antiquities, requires me to do a good deal of on-site scouting and since I happen to possess a small apartment in Kolkata (carved out of the house that my sisters and I inherited from our parents) the city has become a second base of operations for me. But it wasn’t just work that brought me back every year: Kolkata was also sometimes a refuge, not only from the bitter cold of a Brooklyn winter, but from the solitude of a personal  life that had become increasingly desolate over time, even as my professional fortunes prospered. And the desolation was never greater than it was that year, when a very promising relationship came to a shockingly abrupt end: a woman I had been seeing for a long time had cut me off without explanation, blocking me on every channel that we had ever used to communicate. It was my first brush with ‘ghosting’, an experience that is as humiliating as it is painful. Suddenly, with my sixties looming in the not-too-distant future, I found myself more alone than ever. So, I went to Calcutta earlier than usual that year, timing my arrival to coincide with the annual migration that occurs when the weather turns cold in northern climes and great flocks of `foreign-settled’ Calcuttans, like myself; take wing and fly back to overwinter in the city. I knew that I could count on catching up with a multitude of friends and relatives; that the weeks would slip by in a whirl of lunches, dinner parties and wedding receptions. And the thought that I might, in the midst of this, meet a woman with whom I might be able to share my life was not, I suppose, entirely absent from my mind (for this has indeed happened to many men of my vintage). But of course nothing like that came to pass even though I lost no opportunity to circulate and was introduced to a good number of divorcees, widows and other single women of an appropriate age.”

 

Amitav Ghosh (Calcutta, 11 juli 1956)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Wat er te bereiken valt

Het volgende uur. Alsof men zit te wachten. Maar
er is altijd iets te doen, over de vervuilde terreinen hoeven we
niet eens te praten.

Het is licht genoeg buiten. Het behoeft geen
verzoek, geen motief voor het hoofdartikel; ik vertel je
alles vroeg genoeg.

Het is werkelijk heel simpel. Met de rug tegen de muur,
naar het raam, naar het beeldscherm, naar de deur. Niets meebrengen,
de tafel blijft nu leeg.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juli ook mijn blog van 11 juli 2020 en eveneens mijn blog van 11 juli 2019 en ook mijn blog van 11 juli 2016 en ook mijn blog van 11 juli 2015 deel 1 en ook deel 2.

Erik Jan Harmens, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter Erik Jan Harmens werd op 10 juli 1970 geboren in Harderwijk. Zie ook alle tags voor Erik Jan Harmens op dit blog.

 

Slotgebed

wat ik eigenlijk wilde zeggen is ik wil niet dat deze dagdromer gekooid
en geboeid wordt afgevoerd en sukadelappen moet vreten hij heeft
liever nuggets maar hij kan dat niet zeggen als-ie sukadelappen op zijn
bord zal hij zijn lippen op elkaar drukken en wegkijken en leg je dan
alsnog nuggets dan weigert hij ze niet uit halsstarigheid

hij bout zijn broek vol maar als je dan vraagt of-ie gebout
zegt-ie niet gebout niet gebout en hou dan je wijsvinger in
als het regent zegt hij regent

en als de auto rijdt zegt-ie gaat maar rijden
heb ‘m lief als hij dat blijft volhouden tot je band zegt klap
dan zegt-ie gaat maar stoppen en dat zolang en zolang
tot je weer gas
wat-ie dan zegt is ingemaakt in pekel

nu iedereen dood merk ik dat ik met de dag meer autist
en hij wat weg krijgt van een mediator
zo legt hij een extra punt appelkruimeltaart op mijn bord
zo knijpt hij een bij in tweeën
die daar ben ik van overtuigd het op mijn nektattoo voorzien had
zo slaat hij me in het gezicht omdat daar ben ik van overtuigd
een kutopmerking in de weg van mijn hart naar mijn huig
besloten ligt

wat ik eigenlijk wilde zeggen is kit je lippen dicht
wat ik niet had moeten zeggen is dat soms alles in mijn handen
verschrompelt het dienblad met shooters mijn lege portefeuille mijn zoon
die wegkijkt mijn aangevreten vader en de warmebroodjesnonfictie
de formats de achterflapteksten de leesclubjes de googleturfers
de dichtbundelinmekaarnieters de bangomteduikers de
bangomtereizers de bangomdoordemandtevallers de schijnophouders
de schouderophalers en de documentairemakers die het scrotum
niet hebben om een aangereden zwaan de nek om te draaien die
het scrotum niet hebben om een wangdoorregen baars op het dek
te klappen maar wel een item zien in jouw schoorvoeten jouw dralen
jouw flikkergeween jouw uitdekastkomen waar ik op kots maar ik
applaudisseer ervoor zoals ik voor alles klap mijn eelten handen
mijn moegecheerde keel mijn slapgezwaaide armen

voor de uitvallers de opvangers van die uitvallers
de bewonderaars van de opvangers de plakplaatjesverzamelaars

voor de nuggetvreter de nuggetindemayonaisedipper
de kipcornindemayonaisedipper de kipkluifindemayonaisedipper

ik heb de beul lief en zijn bijl
ik heb de beul lief en zijn bijl

er is een schromelijk gebrek aan content
en een bizar overschot aan potgrond

we komen om in de begonia’s
maar niemand om ze te bezingen

 

Erik Jan Harmens (Harderwijk, 10 juli 1970)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

Bijvoorbeeld aan de Wannsee

Natuurlijk, die waterlelies, altijd
een aanhaalbare sfeer; mijn opvoeding was dat
niet, maar ook later hebben we
erover kunnen praten, denk aan aardbeienvelden,
later lukte veel meer.

Plots heeft ook een bundeltje riet betekenis,,
een plukje aan de oever van het meer waarover we
(ondanks alle belang) niet willen spreken. Neutraal
blijft geen foto; een foto is wat
elke spion doorgeeft, dus heeft ons zwijgen geen zin.

Daarbij komt een toeval. In het voorbijgaan
een telefooncel waarin iemand munten
blijft werpen zolang er munten zijn. Wie
wilde je, er buiten, spreken; of heb je
gewacht, geteld, gefantaseerd?

Nogmaals, meeroever beneden, en daar tussenin
wind, beweging in het riet, konden we zien
en voelden niets, een paar meter verderop
en zichtbaar voor iedereen. Voor wie, iedereen was er natuurlijk
niet; wie schildert immers waterlelies vandaag?

Vroeger, verstrikt in een of ander
systeem zouden we niet meer hebben geleefd;
begrijp dat bijvoorbeeld aan de Wannsee. Maar
zo makkelijk is dat ook niet, simpel
in de stijl van de geschiedenis, achteraf gemaakt.

Achteraf, of ik zeg: allereerst: dat wordt
geen toekomst, zijn waterleliefoto’s; beter
het wisselgeld, erin blijven werpen, wie praat er ook
met wie, we zijn allemaal in de buurt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juli ook mijn blog van 10 juli 2020 en eveneens mijn blog van 10 juli 2019 en ook mijn blog van 10 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.