Dolce far niente, Groen-grijs gebied (Jesse Laport)

 

Dolce far niente

 

 
Gezicht op het Kerkplein en de Sint-Eusebiuskerk te Arnhem, z.j.
door Jurriaan Marinus Beek (5 april 1879 – 15 oktober 1965)

 

Groen-grijs gebied

Geen heuvels; bulten
geen monumenten; panden
geen gesprekken; praatjes
geen gedoe; gedonder;

aan de Rijn maakt niemand alles mooier
maar doet niet van iets of het niets is
aan de Rijn pas je in geen enkel hokje
dan het hokje dat je bouwt

ze kunnen gedichten schrijven
verhalen verzinnen
liederen zingen
video’s maken

maar plaatsen kunnen ze ons niet

wie hier woont
pást niet in je plaatje
wie hier wonen
voldoen niet aan stigmata

dit is geen Randstad
geen periferie
dit is de Rijnstad

we zijn een groen, we zijn een grijs gebied

 

 
Jesse Laport (Arnhem, 1991)
Arnhem gezien vanaf de Rijn door Abraham van der Zee (1882-1958)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Summer Storm (Bliss Carman)

 

Dolce far niente

 

 
Summer Storm door Romona Youngquist, 2015

 

Summer Storm

The hilltop trees are bowing
Under the coming of storm.
The low gray clouds are trailing
Like squadrons that sweep and form,
With their ammunition of rain.
Then the trumpeter wind gives signal
To unlimber the viewless guns;
The cattle huddle together;
Indoors the farmer runs;
And the first shot lashes the pane.
They charge through the quiet orchard;
One pear tree is snapped like a wand;
As they sweep from the shattered hillside,
Ruffling the blackened pond,
Ere the sun takes the field again.

 


Bliss Carman (15 april 1861 – 8 juni 1929)
Fredericton, de geboorteplaats van Bliss Carman

 

Zie voor de schrijvers van de 30e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Summer in the City, 1949 (Ernest Farrés)

 

Dolce far niente

 

 
Summer in the City door Edward Hopper, 1949

 

Summer in the City, 1949

The man is looking for trouble,
thrills, sublime ecstasies, places
devoid of folklore, deals,
calculated approximations, objects
of desire that hold
your attention and help you
keep your cool, the latest rage
at your fingertips, binges,
infatuations, sexual icons,
irrefutable proofs, joyrides, advice
within parentheses, green lights, comfy shoes,
forms of expression that presume
supremacy, free tickets to the game,
ways of killing time that are reckless and frenzied,
the upper hand before bellyaching, straight
answers. The woman, however, is looking for love.

 

Vertaald door Lawrence Venuti

 

 
Ernest Farrés (Igualada, 21 juli 1967)
Igualada, de geboorteplaats van Ernest Farrés, tijdens een ballonfestival

 

Zie voor de schrijvers van de 29e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Ein Sommergedicht (Thomas Gsella)

 

Dolce far niente

 
Bryant Park in the summer door Rob Pointon, 2013

 

Ein Sommergedicht

Wenn ihn Tiere tätlich beißen,
soll der Mensch sich wortreich rächen
– wenn auf lieblich wüstenheißen
grillgeschmückten Außenflächen
Schnaken, Zecken, Wespen, Mücken
zwicken, zwacken, saugen, summen,
Zähne fletschen, Säbel zücken
und die pflaumendicken dummen
Hummeln brummeln, Spinnen rennen,
Kneifer krabbeln, Läuse pissen,
spucken, reizen, ätzen, brennen,
und dann kommen die Hornissen,
weil sie uns im feuchten Glanze
unsres Schweißes gern besuchen,
sie versenken ihre Lanze,
aber niemand hört uns fluchen,
denn von oben dröhnt das Fiepsen
all der Meisen, Amseln, Spatzen,
all dies gottverdammte Piepsen
über sonnverbrannten Glatzen –
soll der Mensch zwar regredieren,
aber groß sei seine Wut:
»Hitze Mist! Haut ab, ihr Tieren!
Sommer Kacke! Winter gut!

 
Thomas Gsella (Essen,19 januari 1958)
Essen, de geboortestad van Thomas Gsella

 

Zie voor de schrijvers van de 28e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

Mai (Johann Wolfgang von Goethe)

Dolce far niente

 

 
May Crops door Peter Barker, 2014

 

Mai

Leichte Silberwolken schweben
Durch die erst erwärmten Lüfte,
Mild, von Schimmer sanft umgeben,
Blickt die Sonne durch die Düfte;
Leise wallt und drängt die Welle
Sich am reichen Ufer hin,
Und wie reingewaschen helle,
Schwankend hin und her und hin,
Spiegelt sich das junge Grün.

Still ist Luft und Lüftchen stille;
Was bewegt mir das Gezweige?
Schwüle Liebe dieser Fülle,
Von den Bäumen durchs Gesträuche.
Nun der Blick auf einmal helle,
Sieh! der Bübchen Flatterschar,
Das bewegt und regt so schnelle,
Wie der Morgen sie gebar,
Flügelhaft sich Paar und Paar.

Fangen an, das Dach zu flechten –
Wer bedürfte dieser Hütte? –
Und wie Zimmrer, die gerechten,
Bank und Tischchen in der Mitte!
Und so bin ich noch verwundert,
Sonne sinkt, ich fühl es kaum;
Und nun führen aber hundert
Mir das Liebchen in den Raum,
Tag und Abend, welch ein Traum!

 


Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Frankfurt am Main, de geboorteplaats van Goethe.

 

Zie voor de schrijvers van de 15e mei ook mijn vorige blog van vandaag.

My Computer Ate My Homework 4, Dolce far niente, Gene Ziegler, Pieter Boskma, Jorie Graham, Luuk Wojcik

 

My Computer Ate My Homework 4, Dolce far niente

 

 
"Parallax Dance" Computer Graphic Painting, 2010, door
 Alexander Peverett

If Dr. Zeuss were a Technical Writer

If a packet hits a pocket on a socket on a port,
and the bus is interrupted as a very last resort,
and the address of the memory makes your floppy disk abort
then the socket packet pocket has an error to report!

If your cursor finds a menu item followed by a dash,
and the double-clicking icon puts your window in the trash,
and your data is corrupted cause the index doesn’t hash,
then your situation’s hopeless, and your system’s gunna crash.

You can’t say this? What a shame, sir!
We’ll find you another game, sir.

If the label on the cable on the table at your house
says the network is connected to the button on your mouse,
but your packets want to tunnel on another protocol,
that’s repeatedly rejected by the printer down the hall,
and your screen is all distorted by the side-effects of gauss,
so your icons in the window are as wavy as a souse,
then you may as well reboot and go out with a bang,
cause as sure as I’m a poet, the sucker’s gunna hang!

When the copy of your floppy’s getting sloppy on the disk,
and the microcode instructions cause unnecessary risc,
then you have to flash your memory
and you’ll want to RAM your ROM.
quickly turn off your computer and be sure to tell your mom!

 

 
Geschreven door Gene Ziegler in 1994

 

De Nederlandse dichter en schrijver Pieter Boskma werd geboren in Leeuwarden op 9 mei 1956. Zie ook alle tags voor Pieter Boskma op dit blog.

 

Drie liedjes uit het zwarte water

Proloog

Cruiseschip Goethe stoomt de haven uit
van Malcesine, zweeft over zonneschittering
op het lange zwarte water weg naar Sirmione.
De bergen aan de overkant duwen hun schedeldak
in zachtoranje nevel en schurken zich
behaaglijk onder de eerste warmte van april.

Ik zie mij wonen aan het kiezelstrand
met zeven kakelende nimfen uit het Zuiden.
Wij drinken bij de lunch al wijn voor stevige
siësta-seks, en lopen soms de bossen in,
de steile weg van vrije mensen.

’s Avonds slaan de honden aan wanneer
een kiezeltje verrolt. Komeet Hale-Bopp
loert met zijn staart van melkglas
tussen hoge zwarte pieken naar
het lange zwarte water.

Zulke dingen, eenvoudig en echt en omdat
zij eenvoudig en echt zijn, ook goed.
Er zijn vele goede dingen, alleen je ziet ze
zo zelden zoals ze zijn, bevrijd van gedachten
en context. Vaak staan er tranen in het raam
en ruisen er oude en valse liefdes
door de leegstaande huizen verderop.

Het is een onevenwichtig gegeven, dit leven,
en toch ook volslagen stabiel in de geest.
Het gaat er maar om te blijven bewegen
en achter te laten wat duistert en stoort
en de hartslag doet razen van onmacht en haast.

Heb geduld en lief tot het laatst.

We liepen in de schemer door het Vondelpark.
Je zei niet veel, je dacht nog aan Amerika,
Sedona Arizona, de rode kathedralen door
God zelve neergezet, toen er nog sprake was
van bladstil en lang geleden, en ik dacht
aan sequoia’s, zeehonden in de branding,
het witte dekbed van de mist die aankroop
uit de blauwe west, en waarom dus Maria
diezelfde kleuren droeg. Je begreep het wel
maar zocht nog naar een trefpunt in New Mexico,
vanwege de visioenen van een dronken indiaan
die op een avond zomaar voor je tafel had gestaan.
‘Alles is peyote,’ zei je bij het weitje aangekomen
waar een ezel en een lama samen waren losgelaten,
‘heilige dieren blijven voor elkaar een droom.’
En je loste op in de schaduw van die droom.

 

 
Pieter Boskma (Leeuwarden, 9 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres Jorie Graham werd geboren op 9 mei 1950 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Jorie Graham op dit blog.

 

The Way Things Work

is by admitting
or opening away.
This is the simplest form
of current: Blue
moving through blue;
blue through purple;
the objects of desire
opening upon themselves
without us; the objects of faith.
The way things work
is by solution,
resistance lessened or
increased and taken
advantage of.
The way things work
is that we finally believe
they are there,
common and able
o illustrate themselves.
Wheel, kinetic flow,
rising and falling water,
ingots, levers and keys,
I believe in you,
cylinder lock, pully,
lifting tackle and
crane lift your small head–
I believe in you–
your head is the horizon to
my hand. I believe
forever in the hooks.
The way things work
is that eventually
something catches.

 


Jorie Graham (New York, 9 mei 1950)

 

De Nederlandse dichter Luuk Wojcik werd geboren in Roermond op 9 mei 1993. Zie ook alle tags voor Luuk Wojcik op dit blog.

 

Plekken waar we te weinig komen

Tussen de rand van het bed en de vloer,
lijken we te vallen alsof we nooit iets anders dan vallen hebben gedaan.

In de lift zakken we alsof we nooit iets anders hebben gedaan dan zakken.

We kunnen zeggen van niet, maar we hebben nooit iets anders gedaan.

Achterop mijn fiets zit ik, jij voor. We rijden totdat de straatlichten op zijn,

druipend op je kamer, wringen we onszelf uit handdoeken.

Op de tennisbaan horen we de hemel in het ploppen van tennisballen.

In het wilde westen heb je jongens voor wie de camera op de voorkant van de telefoon het belangrijkst is. Ze kijken op een andere manier naar de wereld, naar alles wat achter hun hoofden zit. Hashtag selfie.

We hebben in de auto gezien: alles wat dichterbij ligt gaat eerder voorbij dan wat veraf is.
Daarom houden we graag plekken op afstand, tenminste dat houden we ons voor.

We houden ons aan een afspraak die we niet afgesproken hebben.

We joggen samen door de straten, zien alles een seconde stil hangen op onze tenen.
Onze lokken, de draadjes van onze oordopjes, een zweetdruppel die geen kracht nog voelt.

We zien de stad de bocht om komen.

Dit is de laatste keer dat ik mijn sleutels vergeet.

 

 
Luuk Wojcik (Roermond, 9 mei 1993)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e mei ook mijn blog van 9 mei 2017 en ook mijn blog van 9 mei 2015 deel 2.

The Enkindled Spring (D. H. Lawrence)

Dolce far niente

 

 
Printemps à Giverny
door Claude Monet, 1903

 

The Enkindled Spring

This spring as it comes bursts up in bonfires green,
Wild puffing of emerald trees, and flame-filled bushes,
Thorn-blossom lifting in wreaths of smoke between
Where the wood fumes up and the watery, flickering rushes.

I am amazed at this spring, this conflagration
Of green fires lit on the soil of the earth, this blaze
Of growing, and sparks that puff in wild gyration,
Faces of people streaming across my gaze.

And I, what fountain of fire am I among
This leaping combustion of spring? My spirit is tossed
About like a shadow buffeted in the throng
Of flames, a shadow that’s gone astray, and is lost.

 

 
D. H. Lawrence (11 september 1885 – 2 maart 1930)
Eastwood, Nottinghamshire, de geboorteplaats van D. H. Lawrence

 

Zie voor de schrijvers van de 21e april ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Dolce far niente, Bert Leston Taylor, Anton Korteweg, Hasso Krull, Alfred Kossmann

 

Dolce far niente

 

 
Dolce far niente door Frank Buchser, 1857

 

Dolce Far Niente

Ship me to the far Marquesas,
Where there ain’t no daily pape;
For from whittling witless wheezes
I would very fain escape.

I would sit unnumbered days out
With my back against a palm,
Where I’d read and smoke and gaze out
On the ocean wide and calm.

Far away from witless wheezes,
In those islands of the blest,
In the sleepy old Marquesas,
I would get a longed-for rest.

Every day there is manana,
For the native’s one ambish
Is to pick the gay banana
And to snare the festive fish.

I would take some dusky tulip —
Not to rear a savage race,
But to shake me up a julep
When I felt the need of brace.

Oh, it’s there that I’d be winging,
From this world of guff and gab,
For the bulbul is a-singing
In his ancient baobab.

In those isles of peace and plenty
I would loaf beneath a palm,
In a dolce far niente
And a transcendental calm.

 

 
Bert Leston Taylor (13 november 1866 – 19 maart 1921)
Three Sisters Sanctuary in Goshen, MA, de geboorteplaats van Bert Leston Taylor

Lees verder “Dolce far niente, Bert Leston Taylor, Anton Korteweg, Hasso Krull, Alfred Kossmann”

Mois d’octobre (François Coppée), Dolce far niente

 

Dolce far niente

 

 
Autumn Gold, Lumberville door Fern Coppedge, 1935

 

Mois d’octobre

Avant que le froid glace les ruisseaux
Et voile le ciel de vapeurs moroses,
Écoute chanter les derniers oiseaux,
Regarde fleurir les dernières roses.

Octobre permet un moment encor
Que dans leur éclat les choses demeurent ;
Son couchant de pourpre et ses arbres d’or
Ont le charme pur des beautés qui meurent.

Tu sais que cela ne peut pas durer,
Mon cœur ! mais, malgré la saison plaintive,
Un moment encor tâche d’espérer
Et saisis du moins l’heure fugitive.

Bâtis en Espagne un dernier château,
Oubliant l’hiver, qui frappe à nos portes
Et vient balayer de son dur râteau
Les espoirs brisés et les feuilles mortes.

 

 
François Coppée (26 januari 1842 – 23 mei 1908)
Parijs, de geboortestad van François Coppée

 

Zie voor de schrijvers van de 17e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Indian Summer (Henry van Dyke), Dolce far niente

Dolce far niente

 

 
Indian Summer door Régis François Gignoux, circa 1860–1862

 

Indian Summer

A soft veil dims the tender skies,
And half conceals from pensive eyes
The bronzing tokens of the fall;
A calmness broods upon the hills,
And summer’s parting dream distills
A charm of silence over all.

The stacks of corn, in brown array,
Stand waiting through the placid day,
Like tattered wigwams on the plain;
The tribes that find a shelter there
Are phantom peoples, forms of air,
And ghosts of vanished joy and pain.

At evening when the crimson crest
Of sunset passes down the West,
I hear the whispering host returning;
On far-off fields, by elm and oak,
I see the lights, I smell the smoke,–
The Camp-fires of the Past are burning.

 


Henry van Dyke (10 november 1852 – 10 april 1933)
Vernon Park in Germantown, Pennsylvania. Henry van Dyke werd in Germantown geboren.

 

Zie voor de schrijvers van de 16e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.