Georg Trakl

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook alle tags voor Georg Trakl op dit blog.

 

Abendlicher Reigen

Asternfelder braun und blau,
Kinder spielen dort an Grüften,
In den abendlichen Lüften,
Hingehaucht in klaren Lüften
Hängen Möven silbergrau.
Hörnerschall hallt in der Au.

In der alten Schenke schrein
Toller auf verstimmte Geigen,
An den Fenstern rauscht ein Reigen,
Rauscht ein bunter Ringelreigen,
Rasend und berauscht von Wein.
Fröstelnd kommt die Nacht herein.

Lachen flattert auf, verweht,
Spöttisch klimpert eine Laute,
Leise eine stille Raute,
Eine schwermutvolle Raute
An der Schwelle niedergeht.
Klingklang! Eine Sichel mäht.

Traumhaft webt der Kerzen Schein,
Malt dies junge Fleisch verfallen,
Klingklang! Hörs im Nebel hallen,
Nach dem Takt der Geigen hallen,
Und vorbei tanzt nackt Gebein.
Lange schaut der Mond herein.

 

Der Schlaf

Verflucht ihr dunklen Gifte,
Weißer Schlaf!
Dieser höchst seltsame Garten
Dämmernder Bäume
Erfüllt von Schlangen, Nachtfaltern,
Spinnen, Fledermäusen.
Fremdling! Dein verlorner Schatten
Im Abendrot,
Ein finsterer Korsar
Im salzigen Meer der Trübsal.
Aufflattern weiße Vögel am Nachtsaum
Uber stürzenden Städten
Von Stahl.

 

In Venedig

Stille in nächtigem Zimmer.
Silbern flackert der Leuchter
Vor dem singenden Odem
Des Einsamen;
Zaubrisches Rosengewölk.

Schwärzlicher Fliegenschwarm
Verdunkelt den steinernen Raum,
Und es starrt von der Qual
Des goldenen Tags das Haupt
Des Heimatlosen.

Reglos nachtet das Meer.
Stern und schwärzliche Fahrt
Entschwand am Kanal.
Kind, dein kränkliches Lächeln
Folgte mir leise im Schlaf.

 

De slaap

Vervloekt jullie donkere gifstoffen,
Witte slaap!
Deze hoogst merkwaardige tuin
Van schemerende bomen
Gevuld met slangen, nachtvlinders,
Spinnen, vleermuizen.
Vreemdeling! Je verloren schaduw
In het avondrood,
Een sinistere zeerover
In de zoute zee van triestheid.
Opfladderen witte vogels aan de nachtrand
Over neerstortende steden
Van staal.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)
Portret door Knud Odde, 2003

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook mijn blog van 3 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Simeon (Maximilian von Schenkendorf), Günter Eich

 

Bij Maria Lichtmis

 

Simeon in de tempel door Gerbrand van den Eeckhout, 1672

 

Simeon

Herr, ich kann in Frieden fahren,
Denn Dein Morgen rötet sich,
Hab’ erharrt in langen Jahren,
Was ich schaue sicherlich.

Was uns heilig zugeschworen,
Ist wahrhaftig auch geschehn;
Dieses Zeichen war erkoren
Vieler Fall und Auferstehn.

Mag das Schwert zum Herzen dringen,
Schallen soll der Glocken Klang;
Hell und mutig will ich singen
Meinen letzten Schwanensang.

Neues Leben hat begonnen
Jung und schön und wunderbar,
All die alten Liebesbronnen
Fließen auch noch süß und klar.

Wenn die Greise Kinder werden,
Weisheit aus den Kindern spricht,
Spielet wieder auf der Erden
Hell und frisch das Himmelslicht.

Herr, nun lass den Diener ziehen,
Lass ihn von dem langen Tun,
Von den Sorgen, von den Mühen
Sanft in seinem Erbteil ruh’n.

 

Maximilian von Schenkendorf (11 december 1783 – 11 december 1817)
Tilsit (Tegenwoordig: Sovjetsk), de geboorteplaats van Maximilian von Schenkendorf

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Frambozenranken

Het bos achter de gedachten,
de regendruppels eraan
en de herfst waardoor ze geel worden –

o, frambozenranken uitspreken,
bessen in je oor fluisteren,
de rode, die in het mos vielen.

Je oor verstaat ze niet
mijn mond spreekt ze niet uit,
woorden houden hun verval niet tegen.

Hand in hand tussen ondenkbare gedachten.
In het struikgewas gaat het pad verloren.
De maan slaat zijn oog op,
geel en voor altijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e februari ook mijn blog van 2 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Hugo von Hofmannsthal, Günter Eich

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook alle tags voor Hugo von Hofmannsthal op dit blog.

Reiselied

Wasser stürzt, uns zu verschlingen,
Rollt der Fels, uns zu erschlagen,
Kommen schon auf starken Schwingen
Vögel her, uns fortzutragen.

Aber unten liegt ein Land,
Früchte spiegelnd ohne Ende
In den alterslosen Seen.

Marmorstirn und Brunnenrand
Steigt aus blumigem Gelände,
Und die leichten Winde wehn.

 

Fremdes Fühlen

Ich ging spät abends neben dem Damm,
Nicht träumerisch, nicht wirklich froh,
Halb künftiger Schmerzen süßdumpf bewußt,
Halb sehnend um eine Zeit, die floh,

Wie einer, der eine Laute trägt,
Die ihm beim Gehn um die Schulter schlägt
Und drin so sehnsüchtig der Wind sich fängt,
Daß es ihm wie Erinnrung das Herz bedrängt.

Wir gingen den Weg spät abends zuzweit,
Der andere ging ihn schon vielemal,
Er kannt ihn so gut, fast bei jedem Baum
Befiel ihn Erinnern mit süßer Qual.

Zwischen Hecken tauchten Paare auf,
Verliebte, müde, dann und wann,
Mit welkem Flieder geschmückt, und schauten
Uns durch die Dämmerung seltsam an,

Wie Menschen schauen, die ihre Welt
So trunken und traumhaft umfangen hält,
Sie schauen auf einen, als träten sie ein
Aus Dämmerung in einen grellen Schein.

Der neben mir kannte das alles so gut,
Sehnsüchtge Erinnerung erregte sein Blut,
Er bebte, wie eine Laute bebt,
Wenn durch ihre Leere der Nachtwind schwebt.

Drum hab ich gesagt: ich war nicht froh,
Nicht traurig, nur ahnend ergriffen, so
Wie einer, der eine Laute trägt,
Die leise stöhnend das Herz ihm bewegt.

 

Wo kleine Felsen …

Wo kleine Felsen, kleine Fichten
Gegen freien Himmel stehen,
Könnt ihr kommen, könnt ihr sehen,
Wie wir, trunken von Gedichten,
Kindlich schmale Pfade wandern.
Sind nicht wir vor allen andern
Doch die unberührten Kinder?
Sind es nicht die Knaben minder
Und die Mädchen, jene andern?
Sind sie wahr in ihren Spielen,
Jene andern, jene vielen?

 

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook alle tags voor Günter Eich op dit blog.

 

Berichten van de regen

Berichten dei voor mij bedoeld zijn,
getrommeld van regen naar regen,
van leisteen tot pannendak,
binnengesleept als een ziekte,
smokkelwaar, gebracht naar
wie haar niet wil hebben –

Achter de muur weerklinkt de vensterbank,
ratelende letters die zich samenvoegen,
en de regen praat
in de taal waarvan ik geloofde
dat niemand haar kent behalve ik –

Verbijsterd verneem ik
de berichten van wanhoop,
de berichten van armoede
en de berichten van verwijt.
Het kwetst mij dat ze tot mij gericht zijn
omdat ik me niet schuldig voel

Ik spreek het hardop uit
dat ik niet bang ben voor de regen en zijn aantijgingen
en niet voor degene die ze naar mij heeft gestuurd
dat ik op een goed moment
naar buiten wil gaan en hem antwoorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Eich (1 februari 1907 – 20 december 1972)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook mijn blog van 1 februari 2019 en ook mijn blog van 1 februari 2015 deel 2.

Bernard Dewulf, Maik Lippert

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook alle tags voor Bernard Dewulf op dit blog.

Zij

Wij doen ondeelbaar, hart aan hart,
maar slapen ieder onze nacht.
Haar lichaam ademt in mij voort
en binnen word ik weggedacht.

Woont daar iemand die bestaat
als zij zich sluit? Alles is
zo denkbaar in dit hoofd, ik
raak er niet in en niet uit.

Ik ken haar enkel in mijn armen,
zij houdt mij eeuwig op de tast.
Zij slaapt en wie is zij
die morgen weer in alles past.

 

Hij

Hij heeft haar weer van hem gemaakt,
nu wordt hij van zichzelf. Ik, droomt
hij, en naast hem ligt zijn buit.
Zij waakt. Hij rust van hebben uit.

Er woedt een wereld in zijn hoofd
van heldendom en kleine waan.
Hij lacht het kind op zijn gezicht
dat zij in hem heeft toegestaan.

Het kind ligt nader dan de man,
die ver als god in de kamer slaapt,
in een groter lichaam dan hij kan.
Daar vindt het in haar blik zijn plaats.

 

Woord

Er bestaat geen woord
dat met haar samenvalt.
Is het iets, dan iets van een lied.

Zij is niet zo herleidbaar meer.
Haar ogen lossen in mij op.
Een foto die voorziet hoe zij keek.

Niet hoe zij sloeg, de pijn.
Niet hoe zij rook, de geur.

Er is geen woord.
Zij valt niet samen. Zij verspreidt zich
verder weg in mij.

 

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

engelenbazuin

elke morgen de kelk
het geel van rubberen handschoenen
een vingerwijzing van god
ligt op je
als je langs de voortuin loopt
naar de bushalte
lukas snuffelt
in de vuilnisbakken
naar de kruimels
laat over het inpakpapier
zijn geaderde stierentong gaan
als een blad
van de nachtschade
nog bleek de geliefde
in haar hand
het boek met de blauwe kaft
monologen over engelensoorten
en jij denkt
aan sierlijke schouderbladen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn blog van 30 januari 2019 en ook mijn blog van 30 januari 2016 deel 2.

Hans Plomp, Maik Lippert

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Hans Plomp op dit blog.

voor Frank Lodeizen

o
als het we het opgeven
de verbeelding te voeden
met dromen

o
als we de sprookjes niet vertellen

onze kinderen sprakeloos
voor de beeldbuis

o
als er geen paashaas is
en geen beschermengel
blijven wij achter
als zinloze wezens
in de gestolde nachtmerrie van de werkelijkheid

 

Mens

Het valt me zwaar
van je te houden 

Heb je vannacht
de jammerklacht
de schuifelende duizendpoot
van duister onbehagen
in de straten van de stad

Soms mens,
als ik je zie gaan
met hoeden op en jassen aan
of als ik je zie genieten
op een plekje in de zon.
Soms als ik je voort zie zwoegen

op een rijwiel of op krukken
zou ik je aan mijn hart willen drukken

Maar vaak valt het me zwaar
van je te houden
mens

 

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)
Portret door Toontje van der Hulst, 2000

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

ook je voorhoofd is kwetsbaar

ook je voorhoofd is
kwetsbaar
laat de afbeeldingen gewoon
uit je hoofd
een simpele haarscheur
in de velg volstaat om te ontsporen
wie telt de wagons
en kent de kreukelzone van tevoren
alleen de poppen
blijven intact in levenloze armen
en alleen knuffels met een chip
op de juiste plaats
kunnen nog praten
persoonlijke tachografen
die reddingswerkers dan geruisloos oppikken
maar niemand kan je
de juiste mignoncel geven
zodat je geneest

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn blog van 29 januari 2019 en ook mijn blog van 29 januari 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Ramsey Nasr, Maik Lippert

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Broeders van liefde

Probeer het eens. Je neemt een kind op schoot
zo’n ding dat nog doorschijnend is en broos
liefst blind of doof. Geslachtloos bijna.
Het zit daar maar, een zuiglam voor het oog.

Pak nu het hoofdje. Leid het zacht omlaag
tot aan de uitgang onzer naastenliefde.
Schuif het, prop het erdoor desnoods, niet bang zijn.
Vandaag mag het. Er zijn geen ouders bij.

Dit is de kracht van elk geloof. Te groot
om te bevatten stoot het vroeg of laat
tot daar waar wij ons soeverein nog dachten.

Ze zeggen: God werkt slechts met onze handen.
Wel God, dit kun je dan: een kind van acht
mishandelen en jaar na jaar verkrachten.

 

Het lentekanon

en dan: ineens
geen gebeurtenis.

vandaag geen nieuws.
geen zwaailicht of wind.
ik sta zonder voelspriet stil.
enkel de zon die doorbreekt tussen mijn ribben.
verder niets. man op balkon.
in de verte: geschiet.

geen mensen hier.
enkel een kaasschaaf
blikkert in mijn hand
als een oudhollands wapen.

enkel wij tegenover elkaar.
minder dan iemand.

en ik denk nog
ik moet iets doen

maar de zon eet mijn mond
glipt naar binnen in horden
legt lobben rond mijn ogen
steekt het stuif in al mijn woorden
als kleine stokken.

we zijn begonnen.
’t kanon van de lente werd ingezet.

ik zwaai wat ik kan om haar te schaden
david met kaasschaaf
en zie: de stralen tuimelen omlaag…
of toch een paar. lullige lichtplakjes
krullen zich op mijn balkon.
aan mijn voeten brabbelt de kosmos
onverstaanbare peutertaal.

zonnetje wordt beetje boos.
ze groeit de katjes uit mijn oren
uit mijn navel, ellebogen
knoken, halfverstikte strot
rukt zij nu op in scherpe loten.
mannenlichaam staat in knop.

dat heb ik weer.
          en ik moet nog
orde op aarde scheppen
het licht van de duisternis
aftrekken, ik moet het heelal
als een hond doen kermen
mijn vijand verschroeien, mijn lief
de waarheid zeggen, ik moet
mijn tegenstem nog uitbrengen
de dood vergruizen met een lied
rouwen op rijm, sonnetten schrijven
heel dit volk met troost invetten.

heden geen nieuws.
geen mensen hier.
in de verte: geschiet.

en de winter doet niets.
en de bliksem doet niets.

enkel een heimelijk tikkende bloem
geil van onmacht.
          ik ben op zoek
naar een pen om mijn taal uit te likken.

 

Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Maik Lippert werd geboren op 28 januari 1966 in Erfurt. Zie ook alle tags voor Maik Lippert op dit blog.

 

nachtvorst

nachtvorst
en de vliegen op het raam
hangen zichzelf op
vermoeide zeelieden
aan tafel
net op tijd voor de val van de bladeren
wie gaf het bevel
tot de herfststerfte
gordijnen afhalen
en wassen
zo belanden ze toch niet
in de zee
alleen in de loog
en cirkelen
betoverde kompasnaalden
in chitinepantser
s

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maik Lippert (Erfurt, 28 januari 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2019 en ook mijn blog van 28 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Paolo Cognetti, Harvey Shapiro

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.

Uit: De buitenjongen (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Een paar winters geleden maakte ik een moeilijke tijd door. Ha heeft nu denk ik weinig zin om te memoreren waar dat toenmalige gevoel van onbehagen uit voortkwam. Ik was dertig en voelde me futloos, verloren en ontgoocheld, zoals je je voelt wanneer iets wat je onderneemt op niets uitloopt In mijn ogen was de toekomst op dat moment net zoiets onbestaanbaars als de gedachte dat je op reis gaat wanneer je ziek bent en het buiten regent. Ik had veel van mezelf gegeven, en wat was mijn beloning? Ik sleet mijn dagen in boekhandels, in ijzerwinkels, in het café tegenover mijn huis en op bed, waar ik door het raam naar de witte lucht van Milaan staarde. En vooral schreef ik niet, wat voor mij gelijkstaat aan niet slapen of niet eten: het was een leegte zoals ik die nog nooit eerder had ervaren.
Romans stonden me in die maanden tegen, maar ik voelde me wel aangetrokken tot verhalen van mensen die de wereld hadden afgewezen en de bossen in waren gegaan om de eenzaamheid te ervaren. Ik las Walden van Henry David Thoreau en Geschiedenis van een berg van Elisée Reclus. Ik werd met name getroffen door de reis van Chris McCandless, die door Jon Krakauer is beschreven in De wildernis in. Misschien wel omdat Chris geen negentiende-eeuwse filosoof was, maar een tijdgenoot van me die op zijn tweeëntwintigste afscheid had genomen van de stad, zijn familie, zijn studie en een op klassieke westerse leest geschoeide briljante toekomst, en helemaal alleen aan een eenzame zwerftocht was begonnen die zou eindigen met zijn hongerdood in Alaska. Toen het verhaal bekend werd, meenden veel mensen dat hij waarschijnlijk uit idealisme had gehandeld, dat het een vlucht uit de werkelijkheid was geweest, of dat hij wellicht tot zelfmoord neigde. Ik had het gevoel dat ik zijn keuze begreep, en inwendig bewonderde ik hem erom. Chris had niet genoeg tijd gehad om een boek te schrijven, misschien was hij dat niet eens van plan geweest, maar hij hield van Thoreau en had diens manifest overgenomen: ‘Ik ging de bossen in omdat ik bewust wilde leven, om me alleen met het wezenlijke bezig te houden en te onderzoeken of ik niet kon leren wat het leven me moest leren, zodat ik niet op mijn sterfbed zou moeten ontdekken dat ik niet geleefd had. Ik wenste niet te leven wat niet het leven was, en ook wilde ik me niet overgeven aan berusting, tenzij dat noodzakelijk was.”

 

Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

Psalm

Ik sta nog steeds op een dak in Brooklyn
op uw heilige dag. De haven ligt voor mij,
Governor’s Island, Verrazano Bridge
en de Narrows. In mijn hoofd zit nog steeds
wat Rabbi Nachmann zei over de wereld,
dat het een smalle brug is en dat het het belangrijkste
is om niet bang te zijn. Dus op deze dag
zegen ik mijn moeder en vader, mogen ze
niet bevreesd zijn waar ze ronddwalen. En ik
vraag u om hen te zegenen en voor u
uw Boek des Levens sluit, uw Sefer Hachayim,
onthoud dat ik uw wereld altijd heb geprezen
en uw pracht en dat mijn tong
probeerde uw naam te zeggen in Court Street in Brooklyn.
Breng me veilig door de Narrows naar de zee.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Jos van Daanen, Harvey Shapiro

De Nederlandse dichter en schrijver Jos van Daanen werd geboren op 26 januari 1959 in Kerkrade. Zie ook alle tags voor Jos van Daanen op dit blog.

Foto

Straks ben ik net zo oud
als jij en verwar ik oude foto’s
met die waarop je aan je einde bent.

Dan kijk ik in mijn spiegel
in jouw ogen en wen mijzelf
aan de rimpels in mijn hoofd,

en heb ik weer een grens verlegd
voor die man die aan mijn ziekbed zit,
wiens gezicht ik almaar niet herken.

 

Hij is de Millennial

Aan hem kleven veel te hoge verwachtingen.
Ze drijven hem tot wanhoop.
Maken dat hij zich wil verdrinken.

Hij is Jezus. Hij loopt over water.
Schuilt daar onder bomen.
Ontwijkt vluchtelingen. Bouwt kampvuren.
Vermaakt zijn volk.

Hij is de Illusionist.

 

Hollandse regen

I
Als ik met houtskool tekenen kon op glas
jouw vingervlugge tederheden, of hoe je
je liefde als een goedkope goocheltruc
op een heuphoog eenpootstafeltje
in een vlinder veranderde

had ik alle ramen tegen elkaar
geopend en de speld met
de strepen van de regen
onder een doekje weggewist,
als ik tekenen kon op glas?

 

Jos van Daanen (Kerkrade, 26 januari 1959)

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

Zuiverheden

Wat ceremonieel onzuiver was, wist hij,
Was zijn leven. De wetten werden niet nageleefd.
De god werd niet geëerd.
Angst zat op elke weg.
Om zijn leven te veranderen, vond hij
Een baan uit die regelmaat en orde beloofde.
Hij vond liefde uit die vreugde beloofde.
In de zomer zat hij tussen groene bomen.
De familie lachte in het water.
Laat nu de ceremonie beginnen, zei hij,
In het hart van de zomer, in het pure groen
En het pure blauw.
Laat de god zijn berg betreden.
Hij kan naar beneden komen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e januari ook mijn blog van 26 januari 2019 en ook mijn blog van 26 jauari 2016 en mijn blog van 26 januari 2014 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

David Grossman, Derek Walcott

De Israëlische schrijver David Grossman werd geboren op 25 januari 1954 in Jeruzalem. Zie ook alle tags voor David Grossman op dit blog.

Uit: Someone to Run With (Vertaald door Vered Almog en Maya Gurantz Picador)

“A dog runs through the streets, a boy runs after it. A long rope connects the two and gets tangled in the legs of the passersby, who grumble and gripe, and the boy mutters “Sorry, sorry” again and again. In between mumbled sorries he yells “Stop! Halt!”–and to his shame a “Whoa-ah!” escapes from his lips. And the dog keeps running.
It flies on, crossing busy streets, running red lights. Its golden coat disappears before the boy’s very eyes and reappears between people’s legs, like a secret code. “Slower!” the boy yells, and thinks that if only he knew the dog’s name, he could call it and perhaps the dog would stop, or at least slow down. But deep in his heart he knows the dog would keep running, even then. Even if the rope chokes its neck, it’ll run until it gets where it’s galloping to–and don’t I wish we were already there and I was rid of him!
All this is happening at a bad time. Assaf, the boy, continues to run ahead while his thoughts remain tangled far behind him. He doesn’t want to think them, he needs to concentrate completely on his race after the dog, but he feels them clanging behind him like tin cans. His parents’ trip–that’s one can. They’re flying over the ocean right now, flying for the first time in their lives–why, why did they have to leave so suddenly, anyway? His older sister–there’s another can–and he’s simply afraid to think about that one, only trouble can come of it. More cans, little ones and big ones, are clanging, they bang against each other in his mind–and at the end of the string drags one that’s been following him for two weeks now, and the tinny noise is driving him out of his mind, insisting, shrilly, that he has to fall madly in love with Dafi now–because how long are you going to try to put it off? And Assaf knows he has to stop for a minute, has to call these maddening tin followers to order, but the dog has other plans.
Assaf sighs–“Hell!”–because only a minute before the door opened and he was called in to see the dog, he was so close to identifying the part of himself in which he could fall in love with her, with Dafi. He could actually, finally, feel that spot in himself; he could feel himself suppressing it, refusing it in the depths of his stomach, where a slow, silent voice kept whispering. She’s not for you, Dafi, she spends all her time looking for ways to sting and mock everyone, especially you: why do you need to keep up this stupid show, night after night? Then, when he had almost succeeded in silencing that quarrelsome voice, the door of the room in which he had been sitting every day for the last week, from eight to four, opened. There stood Avraham Danokh, skinny and dark and bitter, the assistant manager of the City Sanitation Department. (He was sort of a friend of his father’s and got Assaf the job for August.) Danokh told him to get off his ass and come down to the kennels with him, now, because there was finally work for him to do.
Danokh paced the room and started explaining something about a dog. Assaf didn’t listen. It usually took him a few seconds to transfer his attention from one situation to another. Now he was dragging after Danokh along the corridors of City Hall, past people who came to pay their bills or their taxes or snitch on the neighbors who built a porch without a license.”

 

David Grossman (Jeruzalem, 25 januari 1954)

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

Liefde na liefde

De tijd zal komen
wanneer je, met opgetogenheid,
jezelf zult begroeten als je aankomt
bij je eigen deur, in je eigen spiegel
en elk zal glimlachen om het welkom van de ander,

en zeggen, ga hier zitten. Eet.
Je zult weer van de vreemdeling houden die jezelf was.
Geef wijn. Geef brood. Geef je hart terug
aan zichzelf, aan de vreemdeling die je hele leven

van je heeft gehouden, die je negeerde
ten gunste van een ander, waarmee je vertrouwd bent.
Haal de liefdesbrieven van de boekenplank,

de foto’s, de wanhopige aantekeningen,
pel je eigen afbeelding van de spiegel.
Ga zitten. Geniet van je leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e januari ook mijn blog van 25 januari 2019 en ook mijn blog van 25 januari 2017 en ook mijn blog van 25 januari 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

E. Th. A. Hoffmann, Derek Walcott

De Duitse dichter en schrijver Ernst Theodor Amadeus Hoffmann werd geboren in Koningsbergen op 24 januari 1776. Zie ook alle tags voor E. Th. A. Hoffmann op dit blog.

Uit: Die Jesuiterkirche in G.

„Ganz, wie ihn mein Freund beschrieben, fand ich den Professor; hellgesprächig – weltgewandt – kurz, ganz in der Manier des höheren Geistlichen, der wissenschaftlich ausgebildet, oft genug über das Brevier hinweg in das Leben geschaut hat, um genau zu wissen, wie es darin hergeht. Als ich sein Zimmer auch mit moderner Eleganz eingerichtet fand, kam ich auf meine vorigen Bemerkungen in den Sälen zurück, die ich gegen den Professor laut werden ließ. »Es ist wahr«, erwiderte er, »wir haben jenen düstern Ernst, jene sonderbare Majestät des niederschmetternden Tyrannen, die im gotischen Bau unsere Brust beklemmt, ja wohl ein unheimliches Grauen erregt, aus unseren Gebäuden verbannt, und es ist wohl verdienstlich, unsern Werken die regsame Heiterkeit der Alten anzueignen.« – »Sollte aber«, erwiderte ich, »nicht eben jene heilige Würde, jene hohe zum Himmel strebende Majestät des gotischen Baues recht von dem wahren Geist des Christentums erzeugt sein, der, übersinnlich, dem sinnlichen, nur in dem Kreis des Irdischen bleibenden Geiste der antiken Welt geradezu widerstrebt?« – Der Professor lächelte. »Ei«, sprach er, »das höhere Reich soll man erkennen in dieser Welt und diese Erkenntnis darf geweckt werden durch heitere Symbole, wie sie das Leben, ja der aus jenem Reich ins irdische Leben herabgekommene Geist, darbietet. Unsere Heimat ist wohl dort droben; aber solange wir hier hausen, ist unser Reich auch von dieser Welt.« Jawohl, dachte ich: in allem was ihr tatet, bewieset ihr, daß euer Reich von dieser Welt, ja nur allein von dieser Welt ist. Ich sagte aber das, was ich dachte, keinesweges dem Professor Aloysius Walther, welcher also fortfuhr: »Was Sie von der Pracht unserer Gebäude hier am Orte sagen, möchte sich wohl nur auf die Annehmlichkeit der Form beziehen. Hier, wo der Marmor unerschwinglich ist, wo große Meister der Malerkunst nicht arbeiten mögen, hat man sich, der neuern Tendenz gemäß, mit Surrogaten behelfen müssen. Wir tun viel, wenn wir uns zum polierten Gips versteigen, mehrenteils schafft nur der Maler die verschiedenen Marmorarten, wie es eben jetzt in unserer Kirche geschieht, die, Dank sei es der Freigebigkeit unserer Patronen, neu dekoriert wird.« Ich äußerte den Wunsch, die Kirche zu sehen; der Professor führte mich hinab, und als ich in den korinthischen Säulengang, der das Schiff der Kirche formte, eintrat, fühlte ich wohl den nur zu freundlichen Eindruck der zierlichen Verhältnisse. Dem Hochaltare links war ein hohes Gerüste errichtet, auf dem ein Mann stand, der die Wände in Giallo antik übermalte. »Nun wie geht es, Berthold?« rief der Professor hinauf Der Maler wandte sich nach uns um, aber gleich fuhr er wieder fort zu arbeiten, indem er mit dumpfer beinahe unvernehmbarer Stimme sprach: »Viel Plage – krummes verworrenes Zeug – kein Lineal zu brauchen – Tiere – Affen – Menschengesichter – Menschengesichter – o ich elender Tor!« Das letzte rief er laut mit einer Stimme, die nur der tiefste im Innersten wühlende Schmerz erzeugt; ich fühlte mich auf die seltsamste Weise angeregt, jene Worte und der Ausdruck des Gesichts, der Blick, womit er zuvor den Professor anschaute, brachten mir das ganze zerrissene Leben eines unglücklichen Künstlers vor Augen.“

 

E. Th. A. Hoffmann (24 januari 1776 – 25 juni 1822)
Portret door een onbekende kunstenaar, ca. 1795

 

De Westindische dichter en schrijver Derek Walcott werd geboren op 23 januari 1930 op St. Lucia, een van de kleine Bovenwindse Eilanden. Zie ook alle tags voor Derek Walcott op dit blog.

 

Na de storm

Zoveel eilanden als de sterren ’s nachts
op die vertakte boom waaruit meteoren worden geschud
als vallend fruit rond de schoener Flight.
Maar dingen moeten vallen, en zo was het altijd
aan de ene kant Venus, aan de andere kant Mars;
vallen, en zijn één, net zoals deze aarde één
eiland is in archipels van sterren.
Mijn eerste vriend was de zee, nu is het mijn laatste.
Ik stop nu met praten, ik werk, dan lees ik,
chillend onder een lantaarn die aan de mast is gehaakt.
Ik probeer te vergeten wat geluk was,
en als dat niet werkt, bestudeer ik de sterren.
Soms zijn het alleen ik, en het zacht geschoren schuim
als het dek wit wordt en de maan een wolk
opent als een deur, en het licht boven mij
een weg is in wit maanlicht die me naar huis brengt.
Shabine zong voor je vanuit de diepten van de zee.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Derek Walcott (23 januari 1930 – 17 maart 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e januari ook mijn blog van 24 januari 2019 en ook mijn blog van 24 januari 2017 en ook mijn blog van 24 januari 2016 deel 2.