Sharon Olds, Scott Cairns

De Amerikaanse dichteres Sharon Olds werd geboren op 19 november 1942 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Sharon Olds op dit blog.

 

The End

We decided to have the abortion, became
killers together. The period that came
changed nothing. They were dead, that young couple
who had been for life.
As we talked of it in bed, the crash
was not a surprise. We went to the window,
looked at the crushed cars and the gleaming
curved shears of glass as if we had
done it. Cops pulled the bodies out
Bloody as births from the small, smoking
aperture of the door, laid them
on the hill, covered them with blankets that soaked
through. Blood
began to pour
down my legs into my slippers. I stood
where I was until they shot the bound
form into the black hole
of the ambulance and stood the other one
up, a bandage covering its head,
stained where the eyes had been.
The next morning I had to kneel
an hour on that floor, to clean up my blood,
rubbing with wet cloths at those glittering
translucent spots, as one has to soak
a long time to deglaze the pan
when the feast is over.

 

The Ferryer

Three years after my father’s death
he goes back to work. Unemployed
for twenty-five years, he’s very glad
to be taken on again, shows up
on time, tireless worker. He sits
in the prow of the boat, sweet cox, turned
with his back to the carried. He is dead, but able
to kneel upright, facing forward
toward the other shore. Someone has closed
his mouth, so he looks more comfortable, not
thirsty or calling out, and his eyes
are open, there under the iris the black
line that appeared there in death. He is calm,
he is happy to be hired, he’s in business again,
his new job is a joke between us and he
loves to have a joke with me, he keeps
a straight face. He waits, naked,
ivory bow figurehead,
ribs, nipples, lips, a gaunt
tall man, and when I bring people
and set them in the boat and push them off
my father poles them across the river
to the far bank. We don’t speak,
he knows that this is simply someone
I want to get rid of, who makes me feel
ugly and afraid. I do not say
the way you did. He knows the labor
and loves it. When I dump someone in
he does not look back, he takes them straight
to hell. He wants to work for me
until I die. Then, he knows, I will
come to him, get in his boat
and be taken across, then hold out my broad
hand to his, help him ashore, we will
embrace like two who were never born,
naked, not breathing then up to our chins we will
pull the dark blanket of earth and
rest together at the end of the working day.

 

Sharon Olds (San Francisco, 19 november 1942)

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Vroege vorst

Vanmorgen doet het witte gezicht van de wereld ons eraan denken
dat het leven weer de neiging heeft om serieus worden.
En dezelfde luidruchtige vogels die ons de hele zomer lang
irriteerden met hun verheven attitude en gekwetter
zitten stil langs de galg van het hek, een beetje verbluft,
deemoedig genoeg.

Ze zien eruit alsof ze erop wachten dat
alles erger wordt, maar kijken naar het huis,
alsof ze ergens in hun vage herinneringen
iets kunnen vinden over deze verlaten tuin,
dat hen zou kunnen redden.

De hond van de buurman heeft ook geleerd te waken
zonder overdrijving. En de buurman zelf
heeft zijn auto met minder lawaai bereikt en start
de kleine motor met een soort eerbied. Bij het raam
is zijn vrouw getuige van dit sombere tafereel, knipperend
met haar ogen, zwijgend.

Ik vul de voerbakken tot de rand en rij ze
naar de boom, haast me weer naar binnen
om de ochtend aan deze belachelijke
vogels over te laten, die het weer te binnen schiet, de simpele huisjes vinden,
zich voorover buigen, en dan eten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e november ook mijn blog van 19 november 2018 en eveneens mijn blog van 19 november 2017 deel 3.

Joost Zwagerman, Seán Mac Falls

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

 

Zag jij misschien

… zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings –
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.

 

Aan de beurt

Ik ga het hebben over vriendschap.

Vriendschap kwam
voor het eerst voor
in het Holoceen.

Dat is een soort krijt. Of Jura.
Maar dan dus na de dinosaurussen.

Ze hadden toen nog geen licht
niet elektrisch dus bedoel ik maar ik denk wel kaarsen.
Of anders gewoon vuur.
Daar heb ik een plaatje van.
Kijk.
Hier zie je
hoe ze toen met vuur en dergelijke vriendschap
maakten.

Nee, rechts. Bij m’n vinger.

Anders laat ik het wel even rondgaan.

Tegenwoordig hebben wij natuurlijk heel andere
soorten vriendschap want daar gaat het over.

Ik heb er een meegenomen en die ga ik nu pakken.
Nou, dit is hem dus.
Ik kan hem niet te lang laten zien
want hij kan niet tegen licht.

Heeft iedereen het gezien?
O ja, ik heb ook nog een lijst van vriendschappen
die je in het wild kan aantreffen
maar die lees ik nu niet op want dat duurt te lang.

Hier wil ik het bij laten.

Nou, als iemand een vraag heeft.

 

Liefde is een platitude en daarom ook zo mooi.

Liefde is een platitude en daarom ook zo mooi.
Jij, jij was veel meer dan dat zodat ik van meer
naar minder kon. Jij was zo jij dat je werd mij,
aan mij was het genot om in je op te gaan, geluk
zo groot dat ik steeds minder hoefde te bestaan.

Wat meer dan liefde is en minder dan de dood
is de warme dood waar ik niet bang voor ben,
dat is het doodgaan door te leven met een vrouw.
Dat ik mocht niet-bestaan dat kwam door jou.
In mij is die dood verdreven door de onmogelijkheid
opnieuw met jou te leven. Hoogstens ben ik ziek
en schrijf ik om de ziekte naam te geven. Hoe
hopeloos dit is, het brengt je niet terug naar mij.
Wat blijft is de ziekte, de ziekte die heet jij.

 

Joost Zwagerman (18 november 1963 – 8 september 2015)

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook alle tags voor Seán Mac Falls op dit blog.

 

Kauwen

De kauw is een vogel op zich
En geen tweederangs kraai.
Als ik lid was van de Vederen Raad
En het vogeljargon vloeiend uit mijn strot kwam
Zou ik samenwerking, samen vliegen, samen reizen veroordelen
In het bos, in de lucht, in geploegd land en grasland.
Ik zou adviseren en sterk aanbevelen
Een onafhankelijke organisatie voor kauwen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn blog van 18 november deel 2 en eveneens deel 3.

Guido van Heulendonk, Chinua Achebe

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Zie ook alle tags voor Guido van Heulendonk op dit blog.

Uit: Niemand uit België

`Kijk,’ zegt Cynthia. Hij kijkt: een dikke vrouw stapt uit de Ford voor hen, strekt de benen en richt een camera op de passagier. Ze roept iets en drukt af. `Nee!’ zegt Cynthia als de flits door de wagon bliksemt. Haar stem klinkt als zullen zo meteen alle alarmen afgaan, waarna de trein zal stilvallen en aanstormend boordpersoneel iedereen naar een druipende noodtunnel zal leiden, waar het Kanaalwater hoorbaar achter de wand klotst. `Rustig,’ zegt hij. ‘Er gebeurt niets.’ Dat klopt. De vrouw wringt zich weer in de schommelende wagen en de trein snelt even gemoedelijk verder als daarnet. Alleen het kerstmannetje op de hoedenplank valt om wanneer het portier dichtklapt. `Hoe is het mogelijk!’ zegt Cynthia. ‘Hoe kun je nu zo zijn?! Hoe kun je nu zo met de levens van mensen spelen?’ Je overdrijft, schat,’ zegt Blancke. Hij neemt haar hand vast. `Het is uitdrukkelijk omgeroepen: geen flitslampen. Kan interfereren met branddetectoren. Zijn zij dan doof?’ `Ze kennen misschien geen Engels, of Frans. Kijk.’ Hij wijst naar het Sloveense kenteken op de Ford. Cynthia schudt haar hoofd, zakt terug in de stoel, neemt de krant weer op die ze net van hem heeft overgenomen. Maar ze leest niet verder. The Guardian heeft ook weinig vrolijks te melden. Klimaatverandering, twintig miljoen vluchtelingen in de wereld, volgend jaar parlementsverkiezingen in het Verenigd Koninkrijk: 7 mei 2015 – ‘147 DAYS TO GO!’ Dat de zittende premier zus, dat Labour zo, voor Europa, tegen Europa, dat LibDem, de Schotten, uKIP… Blancke ziet haar blik spoedig over de bovenrand van de pagina kruipen, terug richting Slovenië. Arme schat, denkt hij. Hij weet wat ze doorstaat, al sinds haar paniekaanval onder de Mont Blanc tijdens hun verlovingstrip naar Aosta. Tunnelangst — er was een tijd dat het aan oedipale tektoniek werd geweten. Broeierig gerommel in de spelonken van de kindertijd. Dromen van een witte eenhoorn, galopperend door een holle weg: ook daarover waren hem ooit vragen gesteld, tijdens lang vervlogen examens. Grondbeginselen van de psychologie, gedoceerd door een gastdocent wiens naam hij niet meer aan de oppervlakte krijgt. Blancke spant zich in, maar alleen die van Koornhert komt terug. Geschiedenis van de Angelsaksische wereld, Hastings. ‘IJ heeft dat zeer goed begrepen, meneer Blancke.’ Zijn eerste examen aan de universiteit. Hij belde meteen naar huis: dat de professor hem gecomplimenteerd had. Zijn moeder moest iets wegslikken. Proficiat, jongen, doe zo verder. Wanneer het cijfer hem uiteindelijk bereikt, blijkt het een negen-plus te zijn. Een fucking negen-plus! Op twintig, niet eens een voldoende.”

 

Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Liefdescyclus

Bij zonsopgang trekt
de zon langzaam zijn
lange mistige armen terug uit
de omhelzing. Gelukkige geliefden

van wie de inspanningen
geen nasmaak of sentiment achterlaten
van de verbranding van liefde; Aarde ,
geparfumeerd in dauwdruppel-
geur wordt wakker

door het gefluister
van licht met zachte ogen …
Later zal hij
zijn kalmte verliezen
bij het ploegen van de uitgestrekte hectares
van de hemel en zich

op haar uitleven in brandende
pijlen van woede. Al lang
gewend aan zulke grillen
wacht zij geduldig

op de avond wanneer gedachten
aan een andere nacht
zijn zachtheid zullen herstellen
en haar macht
over hem.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e november ook mijn blog van 17 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Anton Koolhaas, Chinua Achebe

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

Uit: Fame, Fortune and the Ant (Vertaald door Iain Macintyre)

“He woke up in the middle of the night and at first had no idea where he was. But he soon remembered es erg thing. Often things that are still more or less formless when we fall asleep are suddenly equipped with a clear solution the next morning.
He would push the sugar cube to the biggest anthill in the world, make his entrance unannounced, and show all the ants in the anthill once and for all what an ant can do! Yes, it would be an incredible achievement. First, he would have to shift it halfway across the city (the Supreme Court was right in the middle), then make his way down the long road to the forest, to where the biggest anthill in the world was (right in the middle again). In fact, it was a plan that only the strongest ant in the world could have countenanced. Sugar is energy, which was just as well. Once he had made his plans, he ate some sugar from the cube and was soon impatient to start his journey. He decided to keep pushing at the short end of the sugar cube, because if he bumped into some obstacle or other he wouldn’t have to run along the full length of the cube to see what it was, but just part of the short side! And he would only eat from the place where he was pushing. That would create a little hollow, of course, but most of the ants who saw him arrive would hardly accuse him of any deception, since the chance that they had ever even seen an entire double sugar cube was extremely remote, and those who had would doubtless find the whole affair that much more interesting, because they could point this out to the others. At half past six in the morning the ant dis-lodged the sugar cube from the bottom step and began to push against the narrow side, off towards the road that led to the forest. It was a year later when he reached the road. Already he was slightly deformed from all the pushing. His poor legs. always braced with all their might at loll stretch, had developed balloon-like calves – something never seen even on the most industrious ant; his eyes were glazed over. the extent of his terrible experiences far eclipsed those of any soldier at the front. The only way he could count himself lucky was that the great highway was no longer concrete. It had been asphalted some time before. But in the meantime he had eaten so much sugar from the area where he was pushing that a hole had been created, in which he had disappeared, so deep that only two legs still protruded as he pushed against the asphalt he now encountered. He had to eat away at the floor of the hole to regain the use of all his legs. This made the sugar cube a rather sorry sight, and not just to the expert eye. On the other hand, on his travels through the city, he had come across several hundred ants who had quizzed him about his purpose for the past two months, and some of them had even come up to him and said: ‘Sir, you must be the ant who is on his way with the double sugar cube,’ ‘Indeed, I am’ – had been his only response.”

 

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

Vlinder

Snelheid is geweld
Macht is geweld
Gewicht is geweld

De vlinder zoekt veiligheid in lichtheid
In gewichtloze, golvende vlucht

Maar op een kruispunt waar gevlekt licht
Van bomen op een onbezonnen nieuwe snelweg valt
Ontmoeten onze convergerende territoria elkaar

Ik met genoeg kracht voor twee
En de tere vlinder biedt
Zichzelf aan als felgele offergave
Op mijn harde siliconen schild.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Chinua Achebe (16 november 1930 – 21 maart 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn blog van 16 november 2018 en eveneens mijn blog van 16 november 2014 deel 2.

Clemens J. Setz, Ted Berrigan

De Oostenrijkse dichter, schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz. Zie ook alle tags voor Clemens J. Setz op dit blog.

Uit: Der Trost runder Dinge (Südliches Lazarettfeld)

„Ich weiß noch, dass ich an dem Tag recht früh erwachte. An Träume erinnere ich mich nicht. Ich zog mich an und trat auf den Balkon. Es wurde gerade hell, aber die Sonne war noch nicht ganz aufgegangen. Ein leichter Wind bewegte die Katzenminze. Ich rauchte eine Zigarette und studierte dabei eine dämmerungsträge Spinne, die etwas oberhalb des Geländers in ihrem schon halb aufgegebenen Nachtnetz hing. Es war später März, und auf der Hausmauer war viel los. Die Feuerwanzen klebten schon wieder am Hinterteil zusammen.
Unten im noch dunklen Garten waren Autos geparkt mit aktivierten Sicherheitssystemen: Hinter jeder Windschutzscheibe blinkte eine kleine Raumstation. Ein Specht bearbeitete einen Baumstamm, aber er war schlecht synchronisiert, das Klopfen passte nicht zu seinen Kopfbewegungen. Er hüpfte mehrere Äste ab und maß dem Baum den Puls. Ich bekam davon ein mulmiges Gefühl, wie Durst, und ging zurück in die Wohnung, um etwas zu trinken. Wie immer, wenn man ein volles Glas Wasser durch einen Raum trägt, ohne dass es überschwappt, befiel mich das leicht übernatürliche Fernlenkgefühl. Selbst wenn ich versuchte, absichtlich ein bisschen Wasser zu verschütten, hielt mein inneres Lot irgendwie dagegen und glich alles aus. Zu Mittag würde ich nach Kanada fliegen, für vier Wochen. Es war der Flug OS 4977.
Für den Vormittag war Föhnwind vorhergesagt. Ich schaute mir Wetterseiten im Internet an und betrachtete später unser holzgeschnitztes Barometer im Vorzimmer. Es bestand aus zwei tanzenden Bauersleuten, einem Mann und einer Frau, und je nach Luftdruck verschwand einer von beiden in das Gehäuse. Zu keiner Zeit war es ihnen erlaubt, sich gemeinsam in ihrem Heim aufzuhalten. Wie fast jeden Morgen befiel mich beim An-blick des altertümlichen Messgeräts die Gewissheit, dass die sich ins Häuschen zurückdrehende Figur, sobald sie um die Ecke bog und unsichtbar wurde, in einer anderen, weit entfernten Wohnung, wenn nicht überhaupt auf einem ganz anderen Kontinent oder Planeten, in Erscheinung treten würde.
Ich kontrollierte die Zeit. Noch etwa eine Stunde, dann ging es los, Taxi, Flughafen, warten, dann fast einen halben Tag oben im Loch. Es half nicht viel, dass man aus dem Flugzeugfenster Wolkenfelder und den endlosen Atlantik würde sehen können, man war abgeschnitten von der Welt, man erstreckte sich nicht mehr. Ich hörte, dass meine Frau aufgestanden war: Im Schlaf-zimmer wurden alle über Nacht aufgerollten Teppichecken heruntergeklappt. Dann lief sie, ohne mich zu bemerken, an mir vorbei, und im Raum roch es für einen Augenblick nach et-was lang Vergangenem, nach Adventskalender oder Dinosaurierbuch.“

 

Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

De sonnetten: XLI

rond stotend in een sigaret, ze is niet “verliefd”
mijn droom een drankje met Ira Hayes wij bespreken de code van het westen
mijn handen vrijen met mijn lichaam als ik mijn armen om je heen sla
je vertelt me nooit hoe je heet
en ik ben gedwongen ‘buik’ te schrijven als ik ‘liefde’ bedoel
Au revoir, scène!
Ik word wakker, lees, schrijf lange brieven en
dwaal rusteloos rond als de bladeren waaien
mijn droom een verfrommelde hoorn
voorafgaand aan de gebroken arm
zij mompelt iets over wenken voor haar vingers
huilt in de ochtend om zo geketend door liefde wakker te worden
Ik niet. Ik hou ervan mensen in elkaar te slaan.
Mijn droom een witte boom

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2018 en eveneens mijn blog van 15 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Norbert Krapf

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Georgia O’Keefe’s Mountain

As I sat listening, eyes sometimes
closed, to young writers read songs

they heard wanting to be sung,
I suddenly looked up and saw,

through the window, the flat-
topped mountain called Pedernal

that Georgia O’Keefe loved to paint.
“If I painted it enough,” Georgia

said, “I thought God might give
it to me.” And She did.

The mountain became Georgia’s
because she gave herself to it

and recreated it for all of us.
Georgia’s eyes and brush

created a Pedernal that
became ours to behold.

As I gazed at that mountain
that God gave to Georgia

so she could give it to us,
I noticed close to the window

light-filled, heart-shaped leaves
on a cottonwood, rooted in winter

sunlight, ablaze as if in a vision
of medieval mystic Hildegaard

of Bingen, who gives us the power
to open our eyes to everyday

beauty waiting to be seen,
cherished, and shared.

 

Garip and the Clouds
for Helmut and Garip

In the back of his Erlangen grocery store behind
a screen at a table with a miniature Turkish
carpet and a dish of figs, dates, apricots and grapes
Garib reads, at our request, a poem. He tells how

he came into the world buck naked and so
he would not freeze, his mother reached
for a tattered blanket, found none, and wrapped
him in clouds. Ever since then, the clouds

have pulled him along and he is somewhere
between clouds and deep blue seas, between
Asia and Europe. “Don’t ask me about home.
Do the clouds or the deep blue sea claim me?

Do I belong here or there?” He brings us a bottle
of Turkish wine called Villa Doloca made of a grape
named The Eye of the Ox, and we drink until we float
between continents like clouds drifting in the wind.

Together we toast a life lived between continents
and countries where wine and poetry and music
and food bring people together and make time
stop at the intersection where human life begins.

 

Avondlied
(naar Matthias Claudius, 1740-1815)

De maan is opgekomen,
de kleine gouden sterren schijnen
helder en duidelijk in de hemel.
De bossen zijn zwart en stil
en de witte mist stijgt mysterieus
uit de weilanden op.

Hoe stil is de wereld
en knus en lieflijk,
beschut door de schemering,
als een stille kamer
waar je rustig in kunt slapen
en de ellende van de dag vergeten.

Zie je de maan daarboven?
Je kunt er maar de helft van zien,
toch is zij rond en mooi.
Zo zijn er eigenlijk veel dingen
waar we te gemakkelijk om lachen,
omdat we ze niet kunnen zien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: De wereld volgens Darp

“Vlak voordat de Varkensbaai in het vizier komt, “” ik iets over het wegdek schieten. Iets kleins en beweeglijks. Hoewel ik rem hoor ik onder mijn autobanden een licht gekraak. Krkk krrkk.
Dus híérvoor ben ik gewaarschuwd – al had ik het niet verstaan. ‘Cuidado , hè. Oppassen,’ had de pompbediende gezegd bij de afslag van de A1, de door de Sovjets aangelegde autopista. ‘Vooral dicht bij zee.’ Onder het tanken bekeek hij mijn zwarte huurjeep, een Suzuki.
Ik wilde zijn waarschuwing in de wind slaan door op te merken dat de cia sinds de mislukte Varkensbaai-invasie toch nergens meer een voet aan wal heeft op Cuba. Maar dat is buiten Guantánamo Bay gerekend, de Amerikaanse legerbasis en is-gevangenis op de westpunt van het eiland.
‘Zal ik doen,’ zei ik.
‘Er zijn daar veel… (onverstaanbaar),’ merkte de pompbediende op.
‘Animales ?’ gokte ik. ‘Op de weg?’ Ik dacht aan loslopende koeien. Geiten misschien.
‘Sí ! Ze kunnen je banden lekprikken.’ De pompbediende maakte een handgebaar dat ik niet kon thuisbrengen.
Egels? Stekelvarkens?
Tussen het tankstation en de Varkensbaai strekt zich het Zapatamoeras uit, de habitat van de ruitkrokodil: ‘een stevige, agressieve soort/kan ver uit het water omhoogspringen en langsvliegende vogels uit de lucht pakken’ – aldus het Wereldnatuurfonds.
De afslag voerde me eerst nog door het dorp Australië – vol billboards op de straathoeken.
dit was het hoofdkwartier vanwaar comandante fidel de tegenaanval aanvoerde.
Net buiten Australië begon een strekdam van twintig kilometer door het moeras, een liniaalrecht dijkje waarop twee paard-en-wagens elkaar net konden passeren. Halverwege kondigde zich een krokodillenranch aan en een van Fidels favoriete vissersdatsja’s.
De bermheroïek nam in dichtheid toe: alhier bracht het cubaanse volk het yankee-imperialisme zijn eerste grote nederlaag in latijns-amerika toe. De leuzen waren verluchtigd met Cubaanse vlaggen en silhouetten van tanks.
yo soy fidel – ik ben fid(e)el.
Voorbij dit bord begon het gekraak. Ik minderde vaart en zag toen pas wat ik plette. Krabbetjes. Iel gebouwde, hoogpotige cangrejos. Grijs dekschild, oranje scharen.
Hoe traag ik ook rijd, hoe ik ook laveer, ik kan ze niet allemaal ontwijken. Het zijn er tientallen. Honderden. De meeste houden zich tot het laatst toe gedeisd. Ik kan hun koolzwarte ogen op steeltjes onderscheiden. Ze zien een groot gevaar op zich afrazen. Hun enige uitweg is zijwaarts wegrennen, maar ik weet niet welke kant ze zullen kiezen: links of rechts.”

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

Technologieverliezen

Ze gaat met haar gedichten op de geheugenstick
wandelen, splitst metaforen op in meer dan
twee megapixels

De liedjes uit haar geheugen geript en
vrij zwevend in genetwerkte werelden

Ze heeft een spamfilter gemaakt
zodat zich een bekende afzender
niet meer in haar verzen smokkelt

Mobiel en 24 uur online, sinds gisteren
weer in de chat van eenzame harten

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Kinderfest im Herbst (Hoffmann von Fallersleben), Hans Magnus Enzensberger

Bij Sint Maarten

 

Sint Maarten door Rolf Dieter Meyer-Wiegand., z.j.

 

Kinderfest im Herbst

Doch ehe der Herbst uns ganz verläßt,
So bringt er uns noch ein Kinderfest:
Sobald es Abend, zieh’n wir aus
Und wandern singend von Haus zu Haus,

Und bitten dem heiligen Martin zu Ehren
Uns kleinen Kindern was zu bescheren.
Da reicht man uns Äpfel und Nüsse dar,
Zuweilen auch Honigkuchen sogar.

Wir sprechen unsern Dank dafür aus
Und wandern dann in ein anderes Haus.
Nun laßt uns heute singen auch
Wie’s ist am Martinstag der Brauch!

 

Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
Schloss Fallersleben. Tegenwoordig is in een vleugel van het slot het Hoffmann von Fallersleben museum gevestigd.

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Raddraaier

iets waaraan men zich vastklampen kan,
bijvoorbeeld prikkeldraad.
iets onvergankelijks,
mijnentwege een houten been.
ja wie dat had,
een houvast.

of althans in zijn hoofd
een gave wereld,
laat ons zeggen: drie pond cement.

wat willen jullie, ik beken.
onder mijn haren
wil het niet hard worden.

verdekt opgesteld onder de wol
mijn samenzweringstoestel:
doodsvijand van alles
wat ons heilig moet zijn
en basta.

tien hoog tien cellen:
als dat geen hoogverraad is!
ik heb niets aan te voeren
tot mijn verdediging.

 

Vertaald door C. Buddingh’

 

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren, 11 november 1929)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2018 deel 1 en ook deel 2. en eveneens deel 3.

Jacob Cats, Werner Söllner

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook alle tags voor Jacob Cats op dit blog.

 

Een rijk van dwang en duurt niet lang

Als de most, te nauw bedwongen,
Lijdt en worstelt, lijdt en zucht,
Zonder adem, zonder lucht,
Zie, dan doet hij vreemde sprongen;
Zie, dan riekt de ganse vloer
Naar de dampen van de moer:
Alle banden, alle duigen,
Die het vrij, het edel nat
Hielden in het enge vat,
Moeten wijken, moeten buigen
Voor de krachten van de wijn,
Hoe geweldig dat ze zijn.

Als een koning vrije lieden,
Op een ongewone voet,
Uit een trotse overmoed,
Al te vinnig wil gebieden;
Daar en is geen twijfel aan,
Of ’t en moet er kwalijk gaan.
Strenge prinsen, harde vorsten,
Die met al te nauwe band
Drukken op het ganse land,
Doen het al in stukken borsten;
Want een rijk van enkel dwang
Duurt gemeenlijk niet te lang.

 

Behartenswaardige les van vader Cats

Gelukkig is de mens, die als hij gaat te bed,
Zijn rekening met God gedurig effen zet.
Gelukkig is de mens, die, als het licht begint,
In zijn verlichte geest een nieuwe wereld vindt.

 

Niet en kan er beter passen, als dat ’t samen is gewassen
Il n’y a que les premiers amours

Als van twee gepaarde schelpen
D’ ene breekt, of wel verliest,
Niemand zal u kunnen helpen ¬
Hoe men zoekt, hoe nauw men kiest ¬
Aan een, die met effen randen
Juist op d’ ander passen zou.
D’ oudste zijn de beste panden,
Niet en gaat voor d’ eerste trouw;
D’ eerste trouw, die leert het minnen,
D’ eerste trouw is enkel vreugd,
D’ eerste trouw die bindt de zinnen,
Zij is ’t bloempje van de jeugd.
Maar mijn oordeel: twee-maal trouwen
Dat is veel niet zonder pijn;
Drie maal kan niet als berouwen,
Want hoe kan er liefde zijn?
Houd uw eerste lief in waarde,
eer ze met een volle zin;
’t Is een Hemel op aarde,
Zo je paart uit rechte min.

 

Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)
Standbeeld op de markt in Groede

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

Tweede natuur

Verbaasd
over het uithoudingsvermogen waarmee levende wezens
leven, over de verbeelding
van de scheuten, zie ik hoe de tuin
langzaam verwildert.
Ik weet het, zonder enig recht er
te zijn ben ik hier. Opzegbaar zonder opzegtermijn
zit ik bij het hek, argeloos klaar
gemaakt onder een vreemde ster, ontboden
in de huid, dit unieke verhaal,
en bereid me voor terwijl
de vlijtige buurman het gras
van het mes veegt zodat het
niet roest.

In het gehuurde paradijs noem ik
niets noemenswaardigs mijn eigendom, alleen
een machteloze soort liefde die vreemdgaat
met de dood, alleen die paar bij elkaar geraapte
letters waar ik op zit, alleen
de herinnering, het vlijtig liesje
van mijn vergissingen, gestaag groeiende
twijfel, mijn tweede natuur.

Zeker, ook verdrietig geworden
op natuurlijke wijze toen ik ontwaakte
en de bloedrode sleutel in het gras
zag zonder te kunnen bukken. Zou
ik weten wie dat gedaan heeft, dan zou ik
erop afgaan. Maar zo blijf ik, ongevraagd
vol verbazing bij het hek, zo buk ik mij
voorlopig over een blad, verliefd
op iets zonder hoop
op meer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)
Hier met de Duitse dichteres, schrijfster en vertaalster Safiye Can

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn blog van 10 november 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Lloyd Haft, Werner Söllner

De Nederlandstalige dichter, vertaler en sinoloog Lloyd Lewis Haft werd geboren in Sheboygan, Wisconsin, op 9 november 1946. Zie ook alle tags voor Lloyd Haft op dit blog.

 

Wij hebben het erover of wij zullen verhuizen

Waar je stem is wil ik zijn
zoals op onze eerste dag
toen jij aan stilte die hem veilig hield
mijn naam ontsloot

samen met namen van vogels –
mees, jonge merel;
bloemen die daar uit het stof
ontstonden – krokus,

sneeuwklok, narcis –
wuifden, geven
aan je groet gehoor.
Wij spraken met geen woord

van ‘ons inrichten’, volgden waar warmte ons
over de aarde geleidde:
in de dag die niemand eerder zag
bloemen open, ogen.

 

Naar psalm 132

Dat alle woning mij is
als een tent in de wind;
dat ik iedere nacht tot de plaats
van mijn rust moet klimmen
als tegen een berg op;
dat ik mijn ogen moet smeken
zich eens een uur in het donker te sluiten –
is omdat ik nergens
uw plaats heb gevonden op aarde.
Niet in de tent:
niet in de wind.

 

Wapenfeiten

Van alle pantsers nog het meest te duchten
is niets – geen pantser, nergens. Niets te zien.
O Djenghiz, om een wereld te veroveren
is nodig: honger en gebrek, niet meer.

Ik kwam vanmiddag langs een voetbalveld.
Ik zag de mannen spelen.
Ik kon ze niet behoeden
voor ’t feit dat midden op het veld
niet één obstakel staat, of ooit zal staan.
Zij wilden. ( Wat zij wilden komt vanzelf.)

Zij joegen door bestaande wolkenschaduwen,
geweldige, als grotten hol van binnen.
Hun stappen door geen sterveling gehoord
weerklonken en ik zweeg. Ik zweeg,
ik kon ze niet beschermen. Want zij zoeken

en vinden, vroeg of laat, de ongeziene,
de ene ware stoot tussen de ogen
die men verwacht en nergens, niet zal weren.

 

Lloyd Haft (Sheboygan, 9 november 1946)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

Weersomstandigheden

Het regent, buiten speelt
de wind de baas, onzichtbare
piloot, die zijn lading, de geluiden,
altijd afwerpt wanneer zij
te zwaar worden. Auto’s, geschreeuw
van kinderen op het balkon aan de overkant,
blaffende honden, in de tuin kreunt
de kersenboom zich dood, in zijn schuur
zaagt de buurman brandhout.

Niets is hier te horen
van de oorlog, ons eiland is groot
genoeg voor het geschreeuw
van de gewonden en de buren
van de moeder, die zich snikkend
over haar dode kind buigt, slapen al
de slaap der rechtvaardigen.

We zullen ook deze en de volgende
storm doorstaan. Op openbare plaatsen laat
de verlichting vreemde bloemen bloeien. Als zij
op het punt staan een ervaring te hebben, zeggen
de dichters dat er niets meer
te prijzen valt, en houden op tijd
hun mond.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Söllner (10 november 1951 – 19 juli 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn blog van 9 november 2018 en ook mijn blog van 9 november 2014 deel 1 en eveneens deel 2.