Bret Easton Ellis, Pier Paolo Pasolini

De Amerikaanse schrijver Bret Easton Ellis werd geboren op 7 maart 1964 in Los Angeles. Zie ook alle tags voor Bret Easton Ellis op dit blog.

Uit: American Psycho

“He had, like, this monkey. And I would have to watch this monkey in… his apartment.” She stops, starts, continues in monotone, occasionally gulping. “I’d want to watch TV all day, ‘cause there was nothing else to do while the guy was out… and while I tried to keep an eye on the monkey. But there was… something wrong with this monkey.” She stops and takes a deep breath. “The monkey would only watch…” Again she stops, takes in the room, a quizzical expression creasing her face as if she’s not sure she should be telling us this story; if we, me and the other bitch, should be privy to this information. And I brace myself for something shocking, something revelatory, a connection. “It would only watch…” She sighs, then in a sudden rush admits, “The Opnah Winfrey Show and that’s all it would watch. The guy had tapes and tapes of it and he had made all of them for this monkey” – now she looks over at me, imploringly, as if she’s losing her mind here, right now, in Owen’s apartment and wants me to, what, verify it? – “with the commercials edited out. One time I tried to… turn the channel, turn one of the tapes off… if I wanted to watch a soap instead or something… but” – she finishes her drink and rolling her eyes, obviously upset by this story, continues bravely – “the monkey would s-s-screech at me and it would only calm down when Oprah was on.” She swallows, clears her throat, looks like she’s going to cry but doesn’t. “And you know, you try to turn the channel and that d-damn monkey would try to scratch you,” she concludes bitterly and hugs herself, shivering, uselessly trying to warm herself.
Silence. Arctic, frigid, utter silence. The light burning over us in the apartment is cold and electric. Standing there, I look at Torri then at the other girl, Tiffany, who looks queasy.”

Bret Easton Ellis (Los Angeles, 7 maart 1964)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Acht gedichten voor Ninetto

3 /
Die Freud die je graag leest verduidelijkt niet
wat ik verlang. Jij kwam hier,
en ik herhaal: Niets bindt jou aan mij.
Toch besluit je te blijven.

De man die bidt en geen schaamte voelt, die verlangt
naar zijn moeders nest voor troost, zal een vals leven leiden.
Een verlaten leven. Je zult dit ontkennen.
Maar onthoud: zijn kreet is niet om jou.
Die is om zijn eigen kont.
Je leerde me dingen die ik nog niet eerder kende,
maar de engel verschijnt en je bent weer stil.
Hij is snel weg. En toch ben je angstig.

Plezier schort mijn angst op.
Maar ik weet dat spijt achteraf onze fragiele vrede zal verbrijzelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Ninetto Davoli en Pier Paolo Pasolini

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Patrick deWitt, Pier Paolo Pasolini

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: French Exit

All good things must end,” said Frances Price.
She was a moneyed, striking woman of sixty-five years, easing her hands into black calfskin gloves on the steps of a brown- stone in New York City’s Upper East Side. Her son, Malcolm, thirty-two, stood nearby looking his usual broody and unkempt self. It was late autumn, dusk; the windows of the brownstone were lit, a piano sounded on the air — a tasteful party was occurring. Frances was explaining her early departure to a similarly wealthy though less lovely individual, this the hostess. Her name doesn’t matter. She was aggrieved.
“You’re certain you have to go? Is it really so bad as that?”
“According to the veterinarian it’s only a matter of time,” Frances said. “What a shame. We were having such a lovely evening.”
“Were you really?” the hostess asked hopefully.
“Such a lovely evening. And I do hate to leave. But it sounds an actual emergency, and what can be done in the face of that?”
The hostess considered her answer. “Nothing,” she said finally. A silence arrived; to Frances’s horror, the hostess lunged and clung to her. “I’ve always admired you so,” she whispered.
“Malcolm,” said Frances.
“Actually I’m sort of afraid of you. Is that very silly of me?”
“Malcolm, Malcolm.”
Malcolm found the hostess pliable; he peeled her away from his mother, then took the woman’s hand in his and shook it. She watched her hand going up and down with an expression of puzzlement. She’d had two too many drinks and there was nothing in her stomach but a viscous pâté. She returned to her home and Malcolm led Frances away, down the steps to the sidewalk. They passed the waiting town car and sat on a bench twenty yards back from the brownstone, for there was no emergency, no veterinarian, and the cat, that antique oddity called Small Frank, was not unwell, so far as they knew.

Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

Acht gedichten voor Ninetto

2 /
Ik denk aan je en zeg tegen mezelf: “Ik ben hem kwijt.”
Ik kan de pijn niet verdragen en wou dat ik dood was. Een minuut
of zo gaat voorbij en ik heroverweeg. Met vreugde

haal ik de kracht terug uit jouw portret. Ik weiger te huilen.
Mijn mening is veranderd.
Dan denk ik opnieuw aan je, verloren en alleen.

Wie is deze lelijke heer
die niet begrijpt wat hem het meest aangaat? Ben jij
of ben je niet deze Ander,

hij die altijd verliest zonder echt dood te gaan?
Hij is mijn dubbelganger: ik, pedant. Hij, informeel.

Kennis van hem heeft alles in mijn leven veranderd.
Hij zegt dat als ik verdwaald ben, hij me zal vinden.
Hij weet dat als hij dat doet, ik dood zal zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Ninetto Davoli en Pier Paolo Pasolini

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: Het verkeerde paard

“Luid toeterend passeerde een melkwagen. Treubes nam zijn pet af, moeder huiverde. Wouter wilde haar een hand geven, maar ze weerde hem af en hij zag aan haar ogen dat ze er niet eens erg in had.

In de verte vlogen een paar kraaien op. Eindelijk, daar was de bus! Hij nam de bocht en werd langzaam groter. Op een gegeven moment kon je de chauffeur en een handvol passagiers onderscheiden. Heel even liet Wouter zich afleiden door de sierlijke letters waarin de naam van de ondernemer op de caramelkleurige flank geschilderd was. Hij fantaseerde wel eens dat ooit zijn eigen naam op de zijkant van een bus zou staan.

Sidderend kwam het gevaarte, dat bijna de hele breedte van de weg in beslag nam, tot staan. Begeleid door een scherp sissend geluid klapte de deur open. En daarna gebeurde er een hele tijd niets. Het duurde echt een eeuwigheid voordat achter in de bus beweging ontstond en bijna nog eens zo’n eeuwigheid voordat Wouters vader met een tas voor zich uit naar buiten klom.

De bus vertrok. Treubes grijnsde, de kleintjes verborgen zich achter hun moeder en zij wachtte af, net als Wouter.

‘Nou, vooruit dan maar,’ zei vader. En zo aanvaardden ze de terugtocht: met z’n zessen nu. Wouter hoopte dat het weerzien van het bos zijn vader plezier zou doen.

Thuis geurde de koffie. Het gebak stond uitgestald op tafel. Vader keek om zich heen, zette zijn tas op de treedjes voor de bedstee en zei: ‘Daar ben ik dan, het feest kan beginnen.’ Dat klonk alsof het hem niets kon schelen, verwijtend zelfs.

‘Hoe heb je het gehad?’ vroeg Treubes.

‘Goed natuurlijk.’ En toen wendde hij zich ten langen leste tot zijn kroost. ‘En kindertjes, zijn jullie braaf geweest?’ Wimmie en Joke knikten schaapachtig. Wouter verwenste hen; als ze nog duidelijker lieten blijken dat ze doodsbenauwd waren liep alles in het honderd. Om dezelfde reden verwenste hij het gesnuif van zijn moeder. Hij zelf probeerde zich een mannelijke houding aan te meten en zijn vader zodoende te dwingen hem eindelijk aan te kijken en iets van zijn padvindershemd te zeggen.

Zo was het onder de koffie en onder het middageten en eigenlijk de hele dag lang, tot ook Wouter de moed begon te verliezen. Toen keek ook hij het vertrek eens rond. Hij probeerde zich in te denken wat zijn vader ervaren had toen hij binnenkwam en kwam tot de sombere conclusie dat er, inderdaad, niets veranderd was.”

Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

Acht gedichten voor Ninetto

1 /
Jouw plaats was aan mijn zijde,
en daar was je trots op.
Maar zittend met je arm op het stuur
zei je: “Ik kan niet verder. Ik moet hier blijven, alleen ‘

Als je in dit provinciedorp blijft, loop je in de val.
We doen het allemaal. Ik weet niet hoe of wanneer, maar je doet het.
De jaren waaruit een leven bestaat, verdwijnen in een oogwenk.

Je bent stil, nadenkend. Ik weet dat het liefde is
die ons uit elkaar scheurt.

Ik heb je alle kracht
van mijn bestaan gegeven,
maar toch ben je nederig en trots, en gehoorzaam je een bestemming
die wil dat je verarmd blijft. Je weet niet
wat te doen, al dan niet toegeven.

Ik kan niet doen alsof jouw verzet
me geen pijn doet.
Ik kan de toekomst zien. Er is bloed op het zand.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)
Pier Paolo Pasolini en Ninetto Davoli

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2019 en ook mijn blog van 5 maart 2018 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.

Robert Kleindienst

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

Uit: Zeit der Häutung

Wo der Zirbenwald in Geröllfelder überging, kam eine schneebedeckte Bergspitze zum Vorschein, bohrte sich wie die Zacke einer Krone in Wolkentürme. Wurde der Weg anfangs noch auf bei-den Seiten von steilen Hängen begrenzt, öffnete sich das Tal nach und nach, breiteten sich saftige Wiesen aus, auf denen Rinder weideten und Schafe. An einer Windung der Ache stand ein Fischer kniehoch im Wasser. Es hatte jetzt seine Wildheit verloren, strömte kristallklar und smaragdfarben im breiten Bett da-hin. Ana musste ans Meer denken, den Dampfer, der vielleicht schon in Genuas Hafen vor Anker lag, und die Vorstellung der baldigen Überfahrt befremdete sie plötzlich. Mit jedem ihrer Schritte näherte sich die Zeit des Abschieds vom alten Kontinent, und ihr war, als würde wieder etwas aufbrechen in ihr, das ihr Angst machte. Auch wenn sie wusste, dass Da-mir alles Erforderliche in die Wege geleitet hatte, sie Argentinien mit offenen Armen empfing, sehnte sie sich zurück in das kleine, geordnete Universum von Altaussee, wo die Zeit stillzustehen schien. Der Wind trug ihr den Gesang von Kindern zu, die bei einer zwischen Weg und Ache gelegenen Steinmauer spielten. Sie hielten sich an ihren Händen, sangen ein fröhliches Lied, drehten sich im Kreis, wurden schneller und schneller, bis sich eins nach dem anderen aus der Kette löste, stumm ins Gras fiel, wo es reg-los liegenblieb. Als das letzte Kind am Boden lag, das Lied gänzlich verklungen war, stand das erste wieder auf, berührte die anderen reihum, die sich nach und nach erhoben, an den Händen nahmen, das Spiel von vorn begannen. Die Kinder waren derart vertieft in ihre Welt, dass sie von Ana keine Notiz nahmen. Währenddessen näherte sie sich zügigen Schrittes der Almhütte. Fast hatte sie schon das Gebäude erreicht, als ein Hirtenhund auf sie zustürmte, laut bellend vor ihren Füßen hin und hersprang. Er hinderte sie so lange am Weitergehen, bis ein schriller Pfiff durch die Luft gellte. Gleich darauf erschien die Sennerin. Mit eigentümlichem Dialekt entschuldigte sie sich für ihren wachsamen Aufpasser, bat Ana zu einem Tisch hinter der Hütte, wo sie wie selbstverständlich Brot, Buttermilch und Graukäse auftischte.

 

Ik weet wat het betekent om gelukkig te zijn

wij twee staan hier dus met zijn drieën en
houden de hand steviger vast. zoveel groen als ons
de lente schenkt verrast ons dan

toch, dat zouden we alleen in een droom hebben
gedacht. niet in de droom echter spiegelen we
ons in de vijver, kijken eendenkuikens
na, die sporen trekken in het water.
bergen glanzen wit aan de horizon, wij
wachten nog een beetje, zwemmen
verder, richting de oever.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en eveneens mijn blog van 4 maart 2009.

Manfred Flügge, James Merrill

De Duitse schrijver Manfred Flügge werd geboren op 3 maart 1946 in Kolding, Denemarken. Zie ook alle tags voor Manfred Flügge op dit blog.

Uit: Das Jahrhundert der Manns

1869 heiratete der neue Firmenchef. Seine elf Jahre jüngere Braut, die ihn an Körpergröße deutlich überragte, hieß Julia da Silva-Bruhns. Ihr Vater, der Kaufmann Johann Ludwig Hermann Bruhns, stammte aus einer Lübecker Familie, war aber nach Brasilien ausgewandert, wo er die Tochter einer einheimischen Kreolin und eines Portugiesen heiratete, der in vierter Generation in Brasilien lebte. Julia wurde 1851 als viertes von fünf Kindern geboren und erhielt den Rufnamen Dodo. Ihre Mutter starb mit 28 Jahren bei der Geburt des sechsten Kindes. Die achtjährige Julia wurde von ihrem Vater nach Lübeck gebracht und dem Mädchenpensionat von Therese Bousset vor den Toren der Stadt anvertraut. Der Vater kehrte zunächst nach Brasilien zurück, lebte aber später bis zu seinem Tod im Jahr 1893 mit einer neuen Gefährtin bei Kassel. Als Julia siebzehn war, lernte sie auf einem Ball ihren künftigen Mann kennen. Nach der Heirat zog das junge Ehepaar nicht in das Haus Mengstraße 4; dort blieb jedoch vorerst der Firmensitz. Im Februar 1877 wurde Thomas Johann Heinrich Mann zum Senator auf Lebenszeit gewählt, ein Höhepunkt in der Familiengeschichte. Unter den 14 Mitgliedern der Stadtregierung war er ab 1885 für Steuerwesen und Wirtschaft zuständig.

Das junge Ehepaar Mann wohnte zunächst zur Miete in einer Etagenwohnung im Haus Breite Straße 54, in dem am 27. März 1871 der erste Sohn geboren wurde, Luiz Heinrich Mann. 1872 erwarb die Familie ein eigenes Haus, Breite Straße 38, an der Ecke zur Beckergrube. Dort kamen Heinrich Manns Geschwister zur Welt: am 6. Juni 1875 der Bruder Paul Thomas; am 23. August 1877 die erste Schwester Julia Elisabeth Therese, Rufname Lula; am 23. September 1881 die zweite Schwester, Carla Augusta Olga Maria, Rufname Carla.

Als am 12. April 1890 ein weiterer Sohn geboren wurde, Carl Viktor, bewohnten die Manns das repräsentative Gebäude, das Senator Mann 1883 auf dem Grundstück Beckergrube 52 hatte errichten lassen. Von stabilen Wohnverhältnissen, wie sie die Bezugnahme auf den imaginären Fixpunkt des »Buddenbrookhauses« suggeriert, konnte kaum die Rede sein.

Auf den 21. Mai 1890 fiel das einhundertjährige Jubiläum der Firma Mann. Wenige Wochen später wurde beim Senator Blasenkrebs festgestellt, eine Operation war unvermeidlich. Am 30. Juni 1891 setzte der Firmenchef sein Testament auf. Und er verkaufte das Haus seiner Eltern in der Mengstraße. Der Senator starb am 13. Oktober 1891 mit 51 Jahren; mit einem langen Trauerzug zum Friedhof vor dem Burgtor im Norden der Stadt erwies Lübeck ihm die letzte Ehre. Alsbald kursierten Gerüchte über den fragwürdigen Lebenswandel der Witwe; der Hauptpastor der Marienkirche brachte das Schmähwort von der »verrotteten Familie« in Umlauf. Aber was den einen als Niedergang vorkommt, ist für andere der Ausgangspunkt eines neuen Lebens.

Manfred Flügge (Kolding, 3 maart 1946)

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

Manos Karastefanes

De dood nam mijn vader.
In hetzelfde jaar (ik was twaalf)
Leerde de moeder van Thanási me
Over hemel en hel.

Geen van mijn legermaatjes
Noemde me bij mijn naam—
Gewoon ‘Stijl’ of ‘Mode plaat’.
Ik had een vriend, mijn lichaam,

En ’s avonds in de sportschool
Vechtend met een ander,
Gebruikte ik het om mijzelf
Van hem af te schermen.

De dokter heeft mijn knie gered.
Jij kwam naar de kliniek,
Bracht Oorlog en vrede mee,
Beter dan elke film.

Waarom lach je?
Ik vocht eerlijk, ik vocht goed,
Deed mijn tegenstander geen pijn,
Om deze zwarte band te winnen.

Waarom ben je stil?
Ik bracht een witte kaas voor je mee
Van mijn eiland en de stem
Van de zee in een schelp.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 3 maart 2007 en ook mijn blog van 3 maart 2008 en eveneens mijn blog van 3 maart 2009.

Godfried Bomans, Michael Salinger

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

Uit: Pieter Bas

Het meest echter zie ik mij terug in de St. Andreaskerk onder de hoogmis, tussen Jozef en Vincent. Het koor zingt, de blauwe wierook vloeit langs de pilaren en ik krijg zo’n jeuk in mijn knieën. Ik  wrijf zachtjes, maar het vreemde gevoel is nu in mijn nek. Ik buig mijn hoofd achterover, doch hoor terstond een woedend gefluister achter mij. Het is dokter Simons. Of misschien is het wel Stevens, die gespierde kruidenier tegenover de Linden. Ik word geheel roerloos bij de gedachte dat het Stevens kan zijn, en tracht nu doodstil rechtop te blijven en strak naar een pilaar te kijken. Het is een dikke. Boven helt hij enigszins over. Jazeker, hij staat beslist schuin. Heeft dan niemand het in de gaten? Elk ogenblik kan de kerk instorten. Wat moet ik doen? Ik stoot Vincent aan. `Hou je stil, ongeluk,’ zegt hij, over de rand van zijn kerkboek kijkend. Goed, best. Ik heb het mijne gedaan. Laat nu de boel maar vallen. Niemand kan mij iets verwijten. Wat een slag zal het zijn. De eerste die eraan gaat is Wampier. Hij zit vlak onder de pilaar en weet van niets. Zie hem eens argeloos over zijn bril staren. Nu, er is aan hem niet veel verloren. Maar juffrouw Vriesland, die verzen schrijft, dat is erger. Zij heeft de ogen gesloten en er speelt een glimlach om haar mond. Het is een ondraaglijke gedachte dat het gedicht, waarover zij zonder twijfel denkt, voor altijd verloren is, bedolven onder het gips en de heiligenbeelden. Zie, er valt een rode gloed door het gebrandschilderde raam over haar gelaat. Wat is zij schoon! Hoe steekt zij af tussen de rest! Mevrouw Wilderbeek naast haar is een boerin, en notaris Durand aan de andere kant schijnt een polderwerker. Ik zou haar zo graag een zoen geven en haar mijn vrouw noemen. Wat moet het heerlijk wezen voor de man die haar krijgt om ’s ochtends naar beneden te komen en dat onbeschrijfelijke wezen aan de ontbijttafel te vinden, helemaal voor hem alleen. En haar dan een zoen te geven en te vragen: ‘Hebt u goed geslapen, juffrouw Vriesland?’ Er wandelt een man door het middenpad. ‘Orde in Gods Huis’ staat er op zijn buik geborduurd.”

 

Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

De Amerikaanse dichter en performer Michael Salinger werd geboren op 2 maart 1962 in Cleveland, Ohio. Zie ook alle tags voor Michael Salinger op dit blog.

911

haat is zeer ontvlambaar
zijn dampen kunnen flitsvuur veroorzaken
haat is schadelijk bij inademing
houd haat uit de buurt van hitte, vonken en vlammen
adem de dampen van haat niet in
was je grondig na gebruik van haat
als je per ongeluk ziekelijk haat
medische hulp inroepen

vooroordeel is irriterend voor de ogen en de huid
zijn dampen zijn ook schadelijk
krijg geen vooroordelen in de ogen
of op kleding
vooroordeel wordt niet aanbevolen voor gebruik
door personen met hartaandoeningen
als vooroordelen worden ingeslikt wek je braken op
als vooroordelen in contact komen met de huid
trek kleding uit en was de huid

als de ademhaling wordt beïnvloed, haal dan onmiddellijk frisse lucht

geweld is schadelijk als het door de huid wordt opgenomen
houd geweld buiten het bereik van kinderen
blijf niet in afgesloten ruimtes
waar geweld aanwezig is
verwijder huisdieren en vogels uit de buurt van geweld
bedek aquaria om tegen geweld te beschermen
verwijder je en ren weg van plaatsten van geweld
kan gevaarlijk zijn
dit product is zeer giftig
blootstelling aan geweld kan
letsel of overlijden veroorzaken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Michael Salinger (Cleveland, 2 maart 1962)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Jan Eijkelboom, Franz Hohler

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

Wie schrijft geschiedenis

–je liep daar naast mij
in je gouden jack. —
(21 november 1981)

Ligt er ergens nog dat jack, van goud
dat toen al was gaan slijten?
Door barsten zag je mosgroen leer.

Hoe anders liep ik naast je
dan toen ik tussen andere soldaten
marcheerde met mijn schietgeweer.

Andere oudgedienden
schreven toen in de lucht:
Ga toch in Moskou demonstreren.

Wie schrijft geschiedenis?
Niet zij die met hun lichtste voeten
meelopen in bevlogen stoeten.

Maar ook niet de benarde heren
die vanuit burcht of binnenhof
een vloedgolf denken te dicteren.

Een dagje mensenzee. Of was het meer?
Een ommekeer of nieuwe wijn
voor oude poëzie? Ik weet alleen:

Gelukkig liepen wij toen, daar,
verliefd op honderdduizend mensen
en ook nog op elkaar.

 

Noordereiland

Toen in die hoek
waar eerdere wind dood blad had vergaard
bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg
die als een bruine tol de lucht inging.

En uit de top daarvan
ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm
voorheen verscholen, luid
kwetterende mussen.

Ze leken meer te twisten dan te zingen.
Toch hoorde ik in al dat leven
de leeuwerikjes van de winter.

 

Hooglied

In de verte ben ik al bij je,
toch wil ik steeds naar je toe,
tegen je aan gaan staan,
bij je naar binnen gaan.
En ook dat is nog niet genoeg.

Door je heen wil ik gaan,
mij omkeren en dan
je prachtige hoofd
half naar mij omgedraaid
op je prachtige rug zien staan.

Ingres heeft dat geschilderd
en die is toch al tijden lang dood.
Zelf kan ik nooit meer sterven
en jij blijft voor eeuwig mooi bloot.

 

Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog

 

Aanvulling bij de spreeuwenbomen

Wat de twee
dinsdag gevelde
schijncipressen betreft
in het centrum van Örlikon

jullie kennen ze misschien
de bomen
op elk waarvan zich
de spreeuwen verzamelen voor vertrek

zo kan ik jullie
na gesprekken met alle betrokkenen
zeggen:

Niemand kan het helpen
iedereen handelde slechts
in opdracht van
of omdat het niet anders kon
en het was in elk geval
de meest verstandige oplossing.

Ik zal het
in de herfst
aan de spreeuwen uitleggen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2018 en ook mijn 3 blogs van 1 maart 2015.

Benedict Wells , Stephen Spender

De Duitse schrijver Benedict Wells werd geboren geboren in München op 29 februari 1984. Zie ook alle tags voor Benedict Wells op dit blog.

Uit: Vom Ende der Einsamkeit

Während ich mich in den Jahren davor im Innersten sicher gefühlt hatte, gab es nun Momente, in denen ich bemerkte, wie mattes Abendlicht in einen schummrigen Flur fiel oder wie die Bäume in der Dämmerung einen gespenstischen Schatten über die Landschaft breiteten, und dann zog sich plötzlich etwas in mir zusammen. Dass ich auf einem Planeten war, der mit unglaublicher Geschwindigkeit durchs All schoss, kam mir ebenso erschreckend vor wie der neue, verstörende Gedanke, dass es unvermeidlich war zu sterben. Wie ein sich ausbreitender Riss nahmen meine Ängste zu. Ich begann, mich vor dem Dunkeln zu fürchten, vor dem Tod, vor der Ewigkeit. Diese Gedanken trieben einen Stachel in meine Welt, und je häufiger ich über all das nachdachte, desto mehr entfernte ich mich von meinen oft unbeschwerten, gutgelaunten Mitschülern. Ich war allein. Und dann traf ich Alva.

In den ersten Tagen an der neuen Schule machte ich im Unterricht einen Witz. In meiner alten Klasse war so etwas von mir erwartet worden, doch schon während ich auf die Pointe zusteuerte, wurde mir klar, dass es hier nicht mehr funktionieren würde. Ich blickte in die fremden Gesichter meiner Mitschüler und spürte, dass mein Selbstbewusstsein verschwunden war, und am Ende lachte niemand. Damit war meine Rolle besiegelt. Ich war der seltsame neue Junge, der nicht darauf achtete, was er morgens anzog, und der aus Nervosität anfing, einzelne Wörter zu verdrehen: zum Bei-spiel »lostenkos« statt »kostenlos«. Um nicht zum Gespött der Klasse zu werden, sagte ich deshalb kaum noch etwas, und so saß ich isoliert in der letzten Bank. Bis sich nach Wochen ein Mädchen neben mich setzte. Alva hatte kupferrote Haare und trug eine Hornbrille. Ein auf den ersten Blick anmutiges, schüchternes Land-kind, das die Einträge an der Tafel mit verschiedenen Bunt-stiften in seine Hefte eintrug. Und doch ging noch etwas anderes von ihr aus. Es gab Tage, da schien Alva die anderen Kinder bewusst zu meiden. Dann blickte sie düster aus dem Fenster, vollkommen abwesend. Ich wusste nicht, warum sie neben mir sitzen wollte, wir sprachen kein Wort. Ihre Freundinnen kicherten, wenn sie zu uns sahen, und zwei Wochen später saß ich auch schon wieder allein in der Ecke. So überraschend, wie sie gekommen war, hatte sich Alva weggesetzt. Seitdem sah ich im Unterricht oft zu ihr rüber. Wenn sie an der Tafel abgefragt wurde, beobachtete ich, wie sie unsicher vorne stand und die Hände hinter dem Rücken verschränkte. Ich lauschte ihrer sanften Stimme und starrte auf ihre roten Haare, auf die Brille, auf ihre weiße Haut und ihr hübsches blasses Gesicht. Vor allem aber mochte ich ihre Vorderzähne, von denen einer leicht abstand. Alva versuchte, beim Reden den Mund nicht zu weit zu öffnen, da-mit es keiner sah, und wenn sie lachte, hielt sie sich die Hand davor. Doch manchmal lächelte sie; dann hatte sie nicht aufgepasst, und man sah den schiefen Schneidezahn, und das liebte ich ganz besonders.

 

Benedict Wells (München, 29 februari 1984)

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

Mijn ouders

Mijn ouders behoedden me voor kinderen die ruw waren
Die woorden als stenen gooiden en gescheurde kleding droegen
Hun dijen zichtbaar door de vodden waarin ze op straat liepen
En over klippen klommen en ontkleed door boerensloten.

Ik vreesde meer dan tijgers hun spieren als ijzer
Hun rukkende handen en hun knieën strak op mijn armen
Ik vreesde het zoute grove wijzen van die jongens
Die op de weg achter me mijn gelispel nadeden.

Ze waren lenig ze sprongen achter heggen vandaan
Als honden om tegen mijn wereld blaffen. Ze gooiden modder
Terwijl ik de andere kant opkeek en deed alsof ik glimlachte.
Ik verlangde ernaar hen te vergeven, maar zij glimlachten nooit.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)
Portret door Wyndham Lewis, 1938

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn twee blogs van 28 februari 2018.

Zie voor de schrijvers van de 29e februari ook mijn twee blogs van 29 februari 2016.

Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

Stephen Spender

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

De kamer boven het plein

Het licht in het raam leek eeuwigdurend
Toen je voor mij in de hoge kamer bleef;
Het gloeide boven de bomen door bladeren
Zoals mijn zekerheid.

Het licht is gevallen en jij bent verborgen
In zonovergoten schiereilanden van het zwaard:
Verscheurd als bladeren door Europa is de vrede
Die door ons heen stroomde.

Nu klim ik alleen naar de hoge kamer
Boven het donkere plein,
Waar tussen stenen en wortels, de andere
Ongeschonden minnaars zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2019 en mijn blog van 28 februari 2018 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

André Roy

De Canadese dichter, schrijver en essayist André Roy werd geboren op 27 februari 1944 in Montréal. Zie ook alle tags van André Roy op dit blog.

 

De praktische wetten van het licht

De praktische wetten van het licht
de transparantie, de dubbele belichting.
Je blik is die van de laatste zichtbare persoon op aarde.
Wat we worden zal een einde maken aan de geschiedenis,
aan de vrije uitvinding van de tijd.
Hoog gras, stromend water, tastbare buitenwerelden.
De wetten van de ademhaling van het hart.
Grote naaktheid van de spreker
bij het bewegen, veranderen, spugen.
Het oog altijd helemaal rond,
het is een illusie, een cinematograaf,
een machine om van je te genieten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Roy (Montréal, 27 februari 1944)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2019 en mijn blog van 27 februari 2018 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.