Der Arbeitsmann (Richard Dehmel), Johano Strasser

 

 

Construction Workers door Walt Louderback, z.j.

 

Der Arbeitsmann

Wir haben ein Bett, wir haben ein Kind,
mein Weib!

Wir haben auch Arbeit, und gar zu zweit,
und haben die Sonne und Regen und Wind.
Und uns fehlt nur eine Kleinigkeit,
um so frei zu sein, wie die Vögel sind:
Nur Zeit.

Wenn wir sonntags durch die Felder gehn,
mein Kind,
und über den Ähren weit und breit
das blaue Schwalbenvolk blitzen sehn,
oh, dann fehlt uns nicht das bißchen Kleid,
um so schön zu sein, wie die Vögel sind:
Nur Zeit.

Nur Zeit! Wir wittern Gewitterwind,
wir Volk.
Nur eine kleine Ewigkeit;
uns fehlt ja nichts, mein Weib, mein Kind,
als all das, was durch uns gedeiht,
um so kühn zu sein, wie die Vögel sind.
Nur Zeit!

 

Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)
Gedenksteen voor Richard Dehmel in zijn geboorteplaats Hermsdorf

 

De Duitse dichter en schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook alle tags voor Johano Strasser op dit blog.

 

Camping Europa

Voorwaar, wij leven
En leven niet slecht
In het Europese deel van Duitsland
Maar Goethe werd al naar het zuiden gedreven
Winckelmann droomde van Athene
Reizend over de modderige wegen
Tussen Bückeburg en Berlijn
Een keer de grensrivier over het stroomgebied
Eindelijk voor ogen de andere zee
Dat is het leven

Stiekem in de schaduw van de bakstenen kathedralen
Broeden wij een afstand uit
Noordkaap Noord-Afrika Normandië
Reizende boetelingen in dobbelbekers
Onder onze verlangende blik
Welft zich de hemelkoepel wiegen de velden
Roepen de raven bij Stalingrad

Zwaar klontert de aarde
Aan onze voeten
Verhindert onze terugkeer naar huis
Wij verwarmden ons liever aan jullie vuur
Luisterden naar de liederen
Naar het lachen van vrouwen
Herder was een Duitser het Slavische volk- hoofdstuk
Met verbazing lezen onze buren het:
Onze ziel woekert richting het oosten

Maar in het zuiden wordt het woud dunner
Hier bouwden vreemdelingen
Waar wij van droomden”

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.

Jeroen Brouwers, Ulla Hahn, Monika Rinck

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook alle tags voor Jeroen Brouwers op dit blog.

Uit: Alles echt gebeurd

“Thans ben ik 371/2 jaar in leven. `Veel meegemaakt.’ Veel veroorzaakt, veel ondergaan, – oorlog en vrede, liefde en dood. Nergens thuis en toch het lichtje in de verte wel gevonden. Verdwaald en toch het spoor van broodkruimpjes wel weer aangetroffen. Eenzaam en toch bijtijds weer op het schootje kunnen klimmen. Wie nu geen huis heeft, hoeft er ook niet meer aan te beginnen. Wie nu er blijk van geeft nog altijd niets te hebben geleerd, die moet maar dom blijven. Dit is het midden mijns levens, de zomer van mijn bestaan. Al mijn knopjes zijn opengebroken, ik sta volop in de bloemen, ik verspreid een geur waarvan men zegt wel wel, ik bloei me te barsten. Ben ik gelukkig? Mij dunkt, dat is wat anders, al ben ik de laatste jaren niet ongelukkig. Ik mag niet mopperen, ten slotte, en ik mag wel dankbaar zijn ook, uiteindelijk.
Lichamelijk en psychisch behoor ik tot wat gangbaar is. Ik hoef mij niet gezeten in een wagentje of hangend tussen krukken voort te bewegen. Ik heb niet een ijzeren haak in plaats van een hand. ik ben niet astmatisch, slechthorend, kleurenblind, scheel, tandeloos, voor mijn jaren kaal. Ik word niet ontsierd door wratten, wijnvlekken, een bochel, een dwerggestalte. Ik lijd niet aan strotstank. ik ga zonder medicijnen door het leven. Ik ben precies zoals het moet en alles functioneert naar behoren. ‘Mooi’ ben ik niet. Ik ben bijvoorbeeld nogal lijvig. Geestelijk: – geen greintje gekte. Niet fobisch, niet neurotisch, niet psychotisch. Beetje bang in het donker, soms een beetje paranoia, soms wat angst bij sociaal verkeer. Nu en dan de angstdroom, nu en dan het apocalyptisch visioen. Niks aan de hand. Dankzij het feit dat ik ben ‘aangepast’ vorm ik geen gevaar op de weg. Ik ben niet verslaafd aan geestverplaatsende vochten of dampen, niet moordlustig, niet zwakbegaafd. Ik ben geen perverserik en geen maniak. Paranormale gaven bezit ik niet. Karakter: – zeer aimabel. Niks geen slechtigheid aan mij te bespeuren, attent en beleefd, geen vlieg kwaad. Wel cholerisch, niet rancuneus. Neiging tot sentimentaliteit. ‘Rouw. Sterrebeeld: Stier. Verdediger en koesteraar van de eigen plek. Waar ik woon plant ik een boom. Grote orde op zaken, afspraken worden nagekomen, man van de klok, leesbaar handschrift. Kunstminnend, maar uitermate kritisch. Zo gangbaar ben ik dus, en ook overigens heb ik geweldig geboft. ik ben van het blanke ras. Ik ben van het mannelijk geslacht. Ik ben geen homoseksueel. Ik ben geen jood. ik woon (weer) in Nederland.
De middelbare jaren stap ik lachend tegemoet. Op feestjes draag ik mijn speelpakje, bij de barbecue-party mijn blazertje, bij meer plechtige vertoningen mijn strakke pak met vest en stropdas. Haar knippen vindt op tijd en stond plaats. Zelfs een snor laat ik niet groeien, zelfs een zonnebril zet ik niet op als de zon niet schijnt. ik zou graag in een knalgele auto rijden, maar ik rijd in een decent blauwe. De zestiger jaren zijn voorbij, mijn jeugd is ook voorbij. Thans ben ik bang om op welke wijze dan ook er anders uit te zien, of mij anders te gedragen, dan gangbaar is en ‘normaal’ wordt gevonden. Mijn angst voor niet-normaalheid. Ik weet waar die wortelt.”

 

Jeroen Brouwers (30 april 1940 – 11 mei 2022)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

Voorgeschreven

Dit verlangen
om je bij je naam te noemen
Deze angst
om je bij je naam te noemen

Dit verlangen
om woord te houden
Deze angst
slechts woord te houden

Dit verlangen naar een leven
dat geen gedicht wordt
Deze angst voor een gedicht
dat op een leven vooruitloopt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

gemoedsleer

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen: je kunt hier ronduit
niet in alle ruwheid naar binnen gaan. Vreemd, ik kan jullie helemaal niet horen,
omdat ik zo schreeuw, waarschijnlijk. Ik draag mijn toorn als een hertengewei
Ik heb de ruimtes waar moois gebeurde heuphoog met bouillon laten vollopen,
ik heb de fluit overblazen, de posthoorn, tegen het mondstuk sprongen
mijn lippen open. Ik woedde, ik woed. Ik rookte, ik rook. Ik zing, scherts,
kus, slaap. Ik staarde en staar in het wit. Ik heb liederen in me
en een zeis. Het is Schluss, zegt de zeis me. En alsof het
donkerder en helderder is, verschijnt het verwoeste dorp. Door de afgrond
van mijn ziel trekt een kudde. Waar is de fluit dan? Weet ik niet.
Verkneukelend vee graast op verrotte weides a a a akelige klaver.
Morgen wordt het zelf geslacht, gevild, afgeknaagd, ingemaakt,
verkondigt de zeis. Niemand gelooft hem hoewel niemand hem weerspreekt.
Het is de op zijn kop gezette, van boven tot onder vervuilde idylle.
Het schijnt dat het einde van de lieftalligheid gekomen is. Hier moet ik helaas afsluiten.
Van harte het beste wenst je maagd je toe. Watch me explode.

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Robert Anker, André Schinkel

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Het glas

De vrede vliegt te pletter op het glas
van de volksgezondheid
de salarisschalen
de huisvestingsvooruitzichten
het democratische gehalte van onze onmin
de nieuwe natuur.

Oorsuizingen? Hersenletsel? Oude natuur?
De vrede vindt de moker die hij nooit is kwijtgeraakt.

Achter het glas het woeden van de vrijheid.

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillen doverhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend –
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

Heimwee naar Carmiggelt

De man zat met moe haar
op een bank in de herfst
zei hij dof
zei hij eenvoudig.
Ik ben niet ostentatief ongelukkig
ik draag mijn zelfspot
als een zijden harnas
riep hij
hield hij vol.
Ach je knoeit wat je rommelt wat
en je hebt je rust
je levensavond.
Anna heette ze wist ik nu
gehuld in een mooie gave neurose
een fineer van droefenis over haar stem
een lichtbruin korstje op haar stem
bloemen gezellig
voor als je ontevreden bent
of sad.
Ik op een paaltje? Ik was lid van het Concertgebouw
nu rielèks ik rielèksen daar gaat het om
dat wel natuurlijk
zei de kastelein laf
een wat schemerige man
een heerachtige verschijning
een losse jongen
men schreef een goudbruine namiddag
in december.
Daarom heeft die verongelijkte uitdrukking
zich metterwoon op mijn gezicht gevestigd
zei hij filosofisch
heeft u ooit intensief samengehangen
met schertsartikelen
vroeg hij getoucheerd
vroeg hij vriendelijk verweesd
nee maar dat vind ik nou leuk
sprak de kastelein moedeloos
en loosde onafgebroken
levensbloesem.

 

Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

De Duitse dichter, schrijver en archeoloog André Schinkel werd geboren op 27 april 1972 in Eilenburg. Zie ook alle tags voor André Schinkel op dit blog.

 

Twee mensen

Het aanbiddingsgebaar uit vier oceanen in de middag.
Waar het water ophoudt, beginnen de glinsteringen –
Weefsels van de huid. Nu al beginnen daar
Maskers te groeien: van timide zachtheid,
Onstuimig als jagende haviken, op te leiden voor
Koorddansertrucs omdat het leven niet gemakkelijker wordt.
Nog ligt alleen ’s nachts de naar-bed-gaan-drang
Zwaar op de maag. Tot nu. In de ochtend spelen
Fijngevoelige pruilmondjes: teleurgestelde lankmoedigheid, naïeve
Vertwijfeling. Dan (sic!) deelt de lucht zich in tweeën
Uit louter ongenoegen: tussen twee
Schreeuwers oogst de spreker een glimlach. Een
Ogenblik lang lijkt het geluk tastbaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

André Schinkel (Eilenburg, 27 april 1972)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

vor 13.8 milliarden jahren

vor 13.8 milliarden jahren, im ersten milliardstel eines
milliardstels eines milliardstels einer milliardstel sekunde
blähte sich unser universum um das zehn-billionen-
billionen-fache auf: von subatomaren dimensionen
zu der größe eines fußballs, so sagt man im april
des jahres 2014. in diesen urknallball war unsere liebe
schon eingraviert, aber vorher noch sonnen
planeten und monde, das ganze schwerkraftding
musste sich einschaukeln, liebes, das dauert ein bisschen.
auch unsere kugel, aus sternenstaub zusammengepappt
war nicht gleich fest; doch irgendwann zellen
unter wasser: einzelne, tänzelnde, noch unsterbliche
gebilde .. ewige teilungen, plasmaeinschnürungen:
aus eins wird zwei ohne rest. erst später zusammenkünfte
vielzellereien, die erfindung der leiche: volvox
die kugelalge, muss als erste dran glauben
ihr körper gesprengt bei der geburt ihrer töchter.
überall leichen! – aber pflanzen behalten immer die
nerven, liebes, nicht wahr .. ganz anders als wir.
überhaupt PFLANZEN! ohne sie keine liebe.
wie göttliche diener verschenken sie zucker und luft.
tiere erscheinen: fische und saurier, mollusken
und vögel, kiemen und lungen, die erste milch
die aus den zitzen tropft, die ersten säuger:
unauffällige kleingewachsene, huschende objekte ..
und auch wir mussten erst in form gebracht werden
liebes: affen und menschen, milliarden von
menschen, lucy und ötzi, immer wieder zerlegt
nach wenigen jahren von bakterien und pilzen
(in einer handvoll erde oder in deinem wunderschön
geschwungenen mund leben mehr bakterien
als jemals menschen auf dieser welt herumspaziert
sind, so sagt man im april des jahres 2014)
schließlich wir: mit großen gehirnen, kaum fell
trinken milch und wachsen heran, fast ohne instinkte:
wir lernen und lernen, überleben und finden
uns schließlich, erkennen uns schließlich
mitten in der nacht, auf einer straße in
münchen, unter zerschossenen laternen
und fühlen uns plötzlich – unerklärlicherweise
albernerweise – unzerstörbar und lachen
und unser lachen rast um die sonne, du weißt schon
wie wahnsinniger, glücklicher staub ..

 

kleine retabel I

1

als we onze ogen openen, komt er een lichtflits binnen
dringt door transparante huiden, wrongel, raakt
in een donker bedraad netwerk

gezichtspurpur stuift

de eerste contouren van deze wereld:
een gegeven paard met glanzende manen
en rotte tanden

geel en oud

dan een scheur
alsof cadeaupapier scheurt
zodat men huilt

zonder te weten dat men huilt

en schreeuwt… totdat je de stem opvangt
die neuriet… nog steeds heel vertrouwd
uit hartverscheurende tijden

en rust stroomt binnen.

2

verdrijf je de angst uit een of ander gat
in je hoofd blijft hij als een teek stilletjes
over je schedel kruipen en kondigt de vrijlating aan
als een dronken ezel, en boort een nieuw gat
een nieuwe wirwar van gangen in je,
nog dichter bij jouw limbische graal, nog dichter
bij jouw heilige systeem, nog dieper
nog krachtiger in het onthoofden van jouw ezel.

en toch is er een soort bloem waar je nog steeds blij van wordt
een soort dier dat bij je ligt en je verwarmt
een gedachte die stilhoudt en je tegenhoudt
in jouw wanhopige magie, een soort wolk
die fluistert … voor een kort moment.

3

kalmeer, adem rustig, ik weet dat jouw bange hart
raast, je rode libel, je denkt dat je stikt, maar kalmeer
je hebt lucht in je, meer dan je denkt, meer dan je denkt
jouw uitgeschakelde hoofd schreeuwt, maar ik raad je aan: zing
zing en verwonder je, verwonder je over de lucht die jou verlaat
en naar jou terugkeert als een hond, of zoals al jouw
honden, zij, die al overleden zijn, zij, die nog bij je liggen
in jou, zonder dat je het merkt, in een wolk van vacht ..
je vraagt wie er spreekt? Ik ben jouw wolk uit niets:
ik hoor bij jou, elke seconde, en ik hoor bij iedereen
elke seconde, elke seconde kalmeer ik ieder
bang molecuul van deze wereld, elk vals alarm
van deze wereld, elke afzonderlijke overgang, en ook jou –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Frans Coenen, Robert Penn Warren

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: Studien van de Tachtiger Beweging

“Van de zoogenaamde beweging van tachtig sprekende, is het allereerst noodig te begrijpen, dat zij niet zoo maar uit de lucht kwam vallen. Na de vrijwording van het verstandelijke, die in de Gidsbeweging van 1837 culmineerde, na de emancipatie van het zedelijk gevoel die in de Multatulifiguur haar uiterste grens bereikte en in hem een latere, maar zeer echte Hollandsche romantiek bracht, was er nog maar één laatste en definitieve loswikkeling uit het gemeen verband mogelijk, n.l. die der zinnen, der zuiver individueele, persoonlijkeigen gewaarwordingen van het stoffelijk leven.
In de andere Europeesche landen had deze evolutie, die in wezen een individualistische was, reeds langs plaats gehad en wel aan den uitgang van het romantische tijdperk, toen eindelijk het individueel gevoel het individueel verstand dorst te aanvaarden en als complete persoonlijkheid zich zelf te zijn.
En die wedergeboorte bracht een dubbel gevolg mede. Het versterkt zelfbesef was of werd tot verhoogde vitaliteit, tot levenslust, levenskracht. Het individu ging zich machtig en belangrijk voelen, een middelpunt en beheerscher des levens.
Of het versterkt zelfbesef bracht een gevoel van vereenzaming mee, door het zich onherroepelijk gescheiden en vervreemd weten van andere individuen. En verder een sensatie van kleinheid en nietigheid in een eindelooze, onbeperkte wereld. Dat leidde dan tot pessimisme, menschenhaat, levensmatheid, levenswanhoop. De noorsche schrijvers vooral hebben deze phase der individualistische renaissance tot uiting gebracht, die dan meest weer een zedelijk karakter draagt. Maar in Frankrijk doet zich de diepere en krachtiger bewustwording van het eigen-ik vooral gelden in verhoogde vitaliteit, dierlijken levenslust, en het naturalisme in de kunst is er klaarblijkelijk gevolg van, al werken ook nog vele andere factoren tot het ontstaan van deze kunst-strooming mede.
Het naturalisme is tenslotte niet anders dan de belangstelling in de uiterlijke, stoffelijke wereld, ongeveer als bij de natuurwetenschapsmenschen. Die belangstelling duidt op ontvankelijkheid, verhoogde gevoeligheid voor zinsindrukken, allereerst van den individueelen zelfstandiger levenden mensch. En die verhoogde ontvankelijkheid verinnigde en vergeestelijkte tot een brandende belangstelling, een liefde tot dat uiterlijk leven, waarvan men nu alles begrijpen, meevoelen, omvatten wil. Er is dan geen plaats meer voor moreele onderscheidingen van goed en kwaad. Alles schijnt even belangrijk, enkel omdat het leven is, deel van dat bekorende, geheimzinnige, duizendvoudig, verbijsterend wisselende, zich steeds veranderende en vernieuwende, dat wij leven noemen.”

 

Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Robert Penn Warren werd geboren op 24 april 1905 in Guthrie, Kentucky. Zie ook alle tags voor Robert Penn Warren op dit blog.

 

Natuurlijke geschiedenis

In de regen danst de naakte oude vader; hij zal nat worden.
’t Is een lichte regen, maar hij kan niet alle druppels ontwijken.

Hij zingt een lied, maar de taal is mij vreemd.
De moeder telt haar geld als een gek, in de zon.
Als schietspoelen vliegen haar vingers, en de som is duidelijk astronomisch.
Haar adem is zoet als gekneusde viooltjes, en haar glimlach zwaait als narcissen,
weerspiegeld in een beek.

Het lied van de vader vertelt hoe hij het eindelijk begrijpt.
Daarom is de taal mij vreemd.

Daarom zijn klokken over het hele continent blijven stilstaan.

Het geld dat de naakte oude moeder telt, zijn haar gouden herinneringen aan liefde.
Daarom zie ik niets in haar maniakaal drukke vingers.

Daarom zijn alle vluchten vanaf Kennedy Airport geannuleerd.

Hoe erg ik het ook vind, ik moet de politie inschakelen.
Voor hun eigen bestwil, maar ook voor dat van de samenleving, moeten ze
onder toezicht worden geplaatst.

Ze moeten leren in hun graf te blijven. Daar zijn graven voor.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Penn Warren (24 april 1905 – 15 september 1989)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

Wam de Moor, Hanane Aad

De Nederlandse schrijver, dichter, neerlandicus en literatuurcriticus Willem Anton Marie (Wam) de Moor werd geboren in Zevenaar op 18 april 1936. Zie ook alle tags voor Wam de Moor op dit blog.

Uit: Onder studenten

“Van Duinkerken was een vriend uit duizenden, die duizenden vrienden had en daarom ben ik des te dankbaarder, vooral bezien in het licht van hetgeen ik hierboven schreef, voor de steun die ik van hem heb ondervonden. Want, eigenlijk had hij wel wat anders te doen. Hij moest in het Besiendershuys de Gemeenschap van Beeldende Kunstenaars Nijmegen gaan voorhouden dat de stichting van een nationaal cultuurfonds voor de kunstenaars noodzakelijk was (10 april 1959), daarbij het hele orgel van zijn cultuurhistorische kennis met welbehagen bespelend. Of hij toog naar het Nijmeegse stadhuis (30 januari 1960): de leden van de vereniging tot beoefening van Gelre’s geschiedenis, oudheidkunde en recht, kregen er het naadje van de kous te horen over een Nijmeegse dichter uit de zeventiende eeuw, Johan van Someren – zeven jaar later liet hij de verenigde neerlandici met deze syndicus op wandel gaan, in gematigd tempo, want de syndicus was ‘een tamelijk luie man’. En wie zou beter dan Van Duinkerken de groenen kunnen toespreken tijdens hun introductiedagen op de Lage Hoenderbergh? Of hij moest in Atlanta de spreker van de Amitiés Catholiques Françaises inleiden en uitluiden, want elk ontviel in zijn aanwezigheid het spraakvermogen. Onverbiddelijk de beste spreker, wist hij zich feilloos aan te passen aan het gezelschap dat hij toesprak. Dat is tenminste mijn ervaring gedurende de periode van drie, vier jaar, dat ik er als journalist nogal eens op uit moest om Toon te verslaan.
Wat mij het meest in hem heeft getroffen, was, dat hij zijn drukke bezigheden wist te combineren met een intense aandacht voor zijn vrouw en kinderen. Ik herinner mij levendig een carnavalsfeestje in de Regentessestraat waarbij Van Duinkerken op het hoogtepunt van de herrie uiterst beminnelijk en met de grootste vanzelfsprekendheid om stilte verzocht, teneinde een van de jongere kinderen de gelegenheid te geven een zeer serieus pianostukje tot een goed einde te brengen. Het was of men zich in de nabijheid van een levenscentrum bevond, waarvan de warmte op elke bijstaander oversloeg. Als je hem en zijn vrouw samen zag, zonder anderen, was dit gevoel misschien nog sterker. Toen ik eens, op een heldere voorjaarsmiddag vanuit het instituut aan de Muchterstraat naar Lent was gefietst om er op het terras van Het Witte Huis een pilsje te vatten, kreeg ik onverwacht gezelschap van het echtpaar Asselbergs dat zich bij mij aan tafel onder de bomen zette en er een uur lang bleef uitrusten van de wandeling over de Waalbrug. Het was een verkwikkend uur, waarvan ik mij geen frase meer herinneren kan, maar wel een intense prilheid en intimiteit in vlekken zonlicht en schaduw, die door geen auto op de rijksweg naar Arnhem gestoord konden worden.”

 

Wam de Moor (18 april 1936 – 12 januari 2015)

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

Het Kind van de Tijd

De Tijd wordt nooit moe te luisteren,
wacht er altijd op om genoeg van ons te krijgen,
zodat, ook hij, kan zijn.
De Tijd roept mij altijd:
“Mijn kleine kind!”
en vertelt me dat hij niets anders is dan een leegte
zonder mijn magische dans
aan de poorten van het moment.
Hij fluistert in mijn oor dat zijn bloed
gekoeld wordt in mijn aderen.

Ik ben het kind van de Tijd, ik zeg:
de Tijd smaakt naar de lekkerste wijn
wij drinken hem en hij drinkt ons
wij en de tijd wachten
samen op onze dronkenschap
tot de engel van verdraagzaamheid
volkomen onbevangen
ons melancholische voorhoofd kruist.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2023 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

Vincent Corjanus, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Vincent Corjanus op dit blog.

 

Een gedicht van bordkarton

Krats.
Auw.
Inktvlek.
Stroman.
Adempauze.
Blut.
Vecht.
Lont.
Geknapt.

Brand in mijn hoofd.
Blussen met benzine.

 

Naar de Dorpsstraat

Waar e elkaar weer zagen
Per toeval
hetzelfde moment, dezelfde plek
Je rode haren steeds dichterbij
Want ik zie steeds slechter

Zo diep kan ik blijkbaar gaan
Want mijn liefde voor jou
is groter dan onze zee van afstand

Op de dagen dat ik je zie
En alles wat daar nog buiten gaat liggen
In de regen
in de zon
De liefste vervloeking
voor altijd houden

 

Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Brandnetelbloem

Het kleine tuinpaviljoen
Verloor ramen en deuren.
De zwaluwen vliegen er doorheen
Alsof het er niet meer is
Vleermuizen slapen door het leven
ondersteboven aan de nok.
Er steken zeisen en vorken in het zand
Van de opgeloste verkruimelde cementvloer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: November

“De afgelopen week hadden Graham McKinley Jr. en zijn broer Maurice (`Ugh, die eikels,’ zei Luana altijd over hen, iets waarover Ralph het volmondig met zijn vrouw eens was) vanaf de poort in het hek en het naastgelegen generatorhuisje stroomkabels van enorme haspels gerold, uit het zicht in het struikgewas. Krachtstroom, natuurlijk. Hun overbuurman Marc Wachowski had geholpen met de aankleding. Meer dan driehonderd ledlichtbakken waren op tactische posities links en rechts van het pad geplaatst, kalm oplichtend op het ritme van de meditatieve soundscapes uit evenzoveel speakers, alle in regenwerende behuizing Ze hadden vanaf de poort systematisch dieper het bos in gewerkt in de richting van de rustplaats (de ‘executieplaats’ noemde Maurice McKinley die steevast; ‘Een van de redenen,’ zo zei Luana, ‘maar beslist niet de enige, van zijn eikelschap.’) Tot slot hadden ze de meer dan twaalfhonderd elektrische windlichten uit het depot in clusters aan takken opgehangen. Het resultaat was magisch: tot de plek waar de South Sunday Trail doodliep was het een drie kilometer lange reis door roze, blauw en groen feeëriek licht, zinderend op de repetitieve klanken van de muziek. Als je je ogen toekneep kreeg je de indruk je door een tunnel te begeven vol dwaallichten. Ralph merkte dat zoveel twinkellichtjes bij elkaar de eigenschap bezaten je zintuigen voor de gek te houden. Bijna hoorde je de stromende regen niet meer. Bijna zag je niet meer de grimmige, kale novembertakken die als skelettenhanden deinden aan de rand van je gezichtsveld, of wat net daarbuiten scharrelde. Bijna vergat je de stank van keldervocht en kreupelrot.
Ze vormden een processie van zes.
Ralph en Harry Aikman droegen de ouderwetse palankijn aan lange stokken, waarop ze mevrouw Olsen Dickinson in haar overdekte zetel hadden gehesen. Harry liep voor, Ralph achter. Zwaar was het niet: de vrouw was uitgemergeld. Maar het terrein liep heuvelopwaarts en was niet eenvoudig, en de regen verkleumde bovendien zijn blote handen om de stokken. Harry’s vrouw Elizabeth trippelde als een trouw, klein hondje naast de zieke, maar het nauwe pad dwong haar steeds uit te wijken om dikke boomstammen heen of door kniediep kreupelhout en ze was al eens uitgegleden. Juliette McKinley, de duldbare zus van de onduldbare broers McKinley, liep voorop met een lantaarn. Haar vrouw Olivia Davis sloot de optocht af en Ralph kon haar nerveuze ademhaling horen. Olivia woonde pas drie jaar aan Bird Street en voelde zich duidelijk niet op haar gemak. Ralph kon het haar niet kwalijk nemen. Ann Olsen Dickinson was een gezonde zestiger geweest, tot ze in 2019 werd gediagnosticeerd met baarmoederhalskanker. Aanvankelijk leek de operatie en de daaropvolgende radio- en chemotherapie aan te slaan en Ann waren nog twee relatief goede jaren gegund, weliswaar onder de beperkingen van de pandemie. Maar afgelopen september waren uitzaaiingen ontdekt in haar lymfeklieren en longen en kreeg ze de mededeling dat behandeling alleen nog symptomen kon verlichten. Haar tijd iets kon rekken. Hoe de buren van Bird Street dit wisten?”

 

Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Bomen lezen

De regen valt in het grondwater
een ander nut
heeft hij in de winter niet, tenzij
ik hem in verband breng met dennen en sparren
van deze noordelijke bomen
wordt het stof van bloemen en paden
nu grondig afgewassen. De stammen
trekken aan mij voorbij (dat is overdreven:
ik loop langs het pad) de bomen zijn letters, ik
beweeg als op papier, sla
moeizaam de tussenruimte over, struikel een teken neer
dit is naaldbos
geen ondergroei, alles transparant
van regel tot regel, de grond vol sneeuw
die komt uit de regen, papierwit
een vreemde groep bomen
duidelijk uit het buitenland (zo
groeit het hier niet) dringt naar voren, ik loop
er met langzame stappen omheen: zes bomen
de eerste het grootst, dat zou een scheepsmast zijn,
stijgt op naar de onzichtbare hemel, erboven
een mistsliert, rook van een stoomboot
de bomen liggen afgemeerd, hun scheepsklok
wijzer springt op het hele uur
een gekraak ik ben niet bang, ja
dat zijn schoten! nu gaan we vooruit
oorlogsverklaring aan boven, neer
met domheid uitbuiting, honger, rood
schijnt mijn woord
met mij een bos!, Majakovski
speelt op zijn ruggengraat fluit
Ik lees: Aurora.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Maya Angelou

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Weekend Glory

Some clichty folks
don’t know the facts,
posin’ and preenin’
and puttin’ on acts,
stretchin’ their backs.

They move into condos
up over the ranks,
pawn their souls
to the local banks.
Buying big cars
they can’t afford,
ridin’ around town
actin’ bored.

If they want to learn how to live life right
they ought to study me on Saturday night.

My job at the plant
ain’t the biggest bet,
but I pay my bills
and stay out of debt.
I get my hair done
for my own self’s sake,
so I don’t have to pick
and I don’t have to rake.

Take the church money out
and head cross town
to my friend girl’s house
where we plan our round.
We meet our men and go to a joint
where the music is blue
and to the point.

Folks write about me.
They just can’t see
how I work all week
at the factory.
Then get spruced up
and laugh and dance
And turn away from worry
with sassy glance.

They accuse me of livin’
from day to day,
but who are they kiddin’?
So are they.

My life ain’t heaven
but it sure ain’t hell.
I’m not on top
but I call it swell
if I’m able to work
and get paid right
and have the luck to be Black
on a Saturday night.

 

Zoon tegen moeder

Ik begin geen oorlogen, die vergif op kathedralen laten regenen,
En Davidsterren omsmelten
tot gouden kranen,
verlicht door lampen
met schermen van menselijke huid.

Ik hecht geen waarde aan de vreemde landen,
stuur geen zendelingen buiten mijn grenzen,
om geheimen te plunderen
en zielen ruilen.

Ze
zeggen dat je me mijn mannelijkheid hebt afgenomen,
mama.
Kom op mijn schoot zitten
en vertel me,
wat wil je dat ik
tegen ze zeg, vlak
voordat ik hun onwetendheid
vernietig?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Charles Ducal, Peter Huchel

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Que faire?

Op een middag verscheen hij in de stad,
het gezicht bleek, de jas versleten,
als teruggekeerd uit het graf.

Wij stonden opzij, wat verlegen,
bang dat hij opnieuw zou gaan preken
Wij hadden een baan en weinig tijd,

maar waren zijn leerling geweest,
lang geleden. Dus, bang voor verraad,
sloegen wij hem op de schouder

en konden nog altijd de bijbel
citeren en spraken nog altijd de taal
van de opstand, het groot ideaal.

(Alsof hij nooit dood was gegaan.)

En tikten met spijtige vingers
op onze horloges, opgelucht
dat hij zweeg, ons nauwelijks herkende.

’s Avonds in de kroeg, de hele bende.
Peter bootste hem na (goddelijk!):
voorwaar, voorwaar…

Het werd laat,
de zon kwam al op.
Een van ons imiteerde een haan.

 

Begin

Hoe werd ik begonnen die nacht?
In welke schuwe, onzegbare woorden?
Of sliep zij, schoof in haar slaap
zijn hand op de tast? Het was zomer,

met open ramen. Zij hoorden het erf,
het gerucht van de hond, het donker
gestamp van onrustige paarden.
Lagen zij naakt, het dek weggeschopt,
speelde hij tot zij duizelig werd
en heel zacht? Of lagen zij in hun schaamte
te zweten, enkel ontbloot van geslacht
tot geslacht? Kwam ik uit liefde?

Of door een godsdienst bedacht?

 

Het gezin

Vader, moeder hun eenvoudig leven.
Vingers om het mes, de smakeloze plicht.
Zijn kaken malen vreedzaam. Kouwe kip,
Haar lichaam heeft niets mee te delen

tenzij: dat zij met elkaar een tafel delen
zonder brekend glas en zonder gif.
Het kind scheurt een toevallig moordbericht
uit oude kranten, inkt in sombere vegen

als een teken op zijn wang.
Want alles kan in een eenvoudig leven:
vader, moeder, mes geslepen,
en een kind uit zelfbedwang.

 

Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

De Duitse dichter Peter Huchel werd geboren in Lichterfelde bij Berlijn op 3 april 1903. Zie ook alle tags voor Peter Huchel op dit blog.

 

Oostelijke rivier

Zoek niet naar de stenen
in het water boven de modder,
het schip is verdwenen,
de rivier
niet meer met netten
en visfuiken uitgerust. De zonnelont,
de dotterbloem vervaagde in de regen.

Alleen de wilg geeft nog rekenschap,
in zijn wortels
zijn de geheimen
van de zwervers verborgen,
de schamele schatten,
de roestige vishaak,
het blik zonder bodem
voor het bewaren van al lang
vergeten gesprekken.

In de takken
de lege nesten van de buidelmezen,
de vogellichte schoenen.
Niemand schuift ze
aan de kindervoeten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Peter Huchel (3 april 1903 – 30 april 1981)

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.