Jan Faktor, C. K. Williams, Richard Osinga

De Tsjechische, Duitstalige schrijver en vertaler Jan Faktor werd geboren op 3 november 1951 in Praag. Zie ook alle tags voor Jan Faktor op dit blog.

Uit: Trottel

„Die stille Frage meiner Jugend lautete, ob ein Trottel im Leben glücklich werden kann. Und im Grunde war es keine Frage. Um mich herum gab es viele Menschen, die versuchten, mir dies und jenes einzureden — wortlos, versteht sich, einfach durch den Membranendruck ihrer Zuneigung. Sie kannten mich aber nicht, sahen nur meine gesunde Oberfläche. Für mich war meine zukünftige Glücklosigkeit dagegen leicht vorauszusehen. Ich bin als ein Trottel auf die Welt gekommen, bin wie ein Trottel aufgewachsen und musste folgerichtig einer bleiben — zu retten oder gutzureden war da nichts. Gequält bis in die Tiefen meiner auf Dauer erigierten Riechzentralen dachte ich eine ganze Ewigkeit, dass ich die Scham über meine allumfassenden Unzulänglichkeiten nicht überleben werde. Überraschenderweise kam alles anders. Ich habe inzwischen konstant gute Laune, wobei ich mich mitunter unsympathisch finde, wenn ich mich unerwartet in einer Spiegelfläche erwische. Und flüchte gelegentlich vor schlecht gelaunten Individuen, die mein etwas motivloses Innenstrahlen missverstehen könnten. Leider begeben sich viele Menschen Tag für Tag in die Öffentlichkeit, egal wie viele Sorgen um die Gegenwart oder Zukunft (1) sie sich gerade machen. Ich für meinen Teil bin auf den Bürgersteigen unserer Städte eher auf der Suche nach noch mehr Freude, nach dampfendem Optimismus oder einfach spendablem Wohlwollen. Seitdem ich so blendende Laune habe, altere ich nicht. Neulich habe ich beispielsweise wieder mal sechzehn Klimmzüge geschafft. Und ich weiß nicht, wohin das alles noch führen soll. Auch meine Rennradstrecken werden immer länger; was allerdings eher damit zusammenhängt, dass ich mich unterwegs ein bisschen schlauer ernähre. Die Leute essen viel zu viel Käse, fällt mir gerade ein, viel zu fetten Käse und viel zu viel davon — zum Ausklang ihrer sowieso vollsättigenden Mahlzeiten. Manche Erkenntnisse habe ich in meinem Leben spontan im Terrain gewonnen, ohne sie später mühsam aus einem Prostata- oder Nasensekret extrahieren zu müssen. Die gerade angesprochene, seinerzeit ganz und gar ungeplant vorgenommene Feldforschung (2) hängt mit einem Kasein’-starken Erlebnis zusammen. Inzwischen habe ich hier in Deutschland schon mehrere solcher Sättigungsorgien erlebt — mit klarem Kopf und immer noch zystenfreier Leber. Mein ganzes Leben war eine einzige trottelige Feldforschung, habe ich den Eindruck; ein ewig währender Sonderlehrgang. Zum Glück blieb ich naiv genug, um mich immer wieder unter die Menschen zu trauen — wenigstens in einem begrenzten Auslaufradius. Da aß eine intellektuelle Runde viel zu viel von viel zu fettem französischen Käse, fraß sich nach und nach durch alle Sorten — nach einem gehaltvollen Abendbrot, versteht sich — und sinnierte darüber, wie irgendeine humanitäre Katastrophe hätte verhindert werden können und was die Politik dabei wieder falsch gemacht hatte. Wobei die Leute nur das wiederholten, was sie am Vortag in einer einzigen Fernsehsendung gesehen hatten.“

 

Jan Faktor (Praag, 3 november 1951)

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

Druppels

Zelfs als de regen relatief hard neervalt,
gaat slechts één blad per keer van de kleine boom
die je vorig jaar op het balkon hebt geplant,
dan nog een blad op zijn eigen tijd, en nog een,
beven door de constante druppels,

maar de regen, de wolken zwermden over de stad,
jij aan de piano binnen, je aarzelende muziek,
vermengd met het geraas van de stortbui,
de stroom van beekjes losgelaten uit de dakrand,
de ijzeren balustrades en overstromende goten,

het smelt allemaal met zoveel intensiteit in mij samen
dat ik me wel af moet vragen waarom mijn verlangen
om eeuwig te leven zo is afgenomen dat het me nauwelijks
nog overvalt, en nooit meer zoals het eerder deed,
als spijt van wat ik misschien niet zou meemaken in mijn leven,

maar eerder als een gelaagdheid van momenten zoals deze,
vergankelijk als de mist die van de daken wordt getrokken,
maar toch nadrukkelijk als elke noot van de nocturne,
die je oefent, en, terwijl de storm hapert en verdwijnt
in zijn eigen stralende overgang, steeds weer oefent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijver Richard Osinga werd geboren in Haarlem in 1971. Hij studeerde economie en algemene letteren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarna werkte hij, naast zijn schrijverschap, als diplomaat, internetondernemer, online-marketeer en meest recentelijk zorgondernemer. Hij debuteerde in 2003 met “Bor in Afrika”, dat deels gebaseerd is op zijn ervaringen als diplomaat bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarna verschenen “Klare Taal” en “Wembley”. Dit laatste boek verscheen deels als weblog. In 2011 verscheen “Een Duivel met een Ziel”. In 2019 publiceerde Osinga de roman “Wie de Rechtvaardigen zoekt”. In dat boek beschrijft hij onder meer hoe een Nederlandse diplomaat het Wikipedia-artikel over de door hem bedachte islamitische sekte Qibla al-Qudsiyya schrijft. “Wie de Rechtvaardigen zoekt” stond op de longlist van de Boekenbon Literatuurprijs 2020.  In mei 2021 verscheen zijn roman “Arc”, in 2023 gevolgd door de roman “Munt”.

Uit: Wie de Rechtvaardigen zoekt

“Wie een gedicht wil verwezenlijken
Xin Ai vraagt zich af of je nog kunt zien dat ze heeft gehuild. Ze draagt meer mascara dan normaal en ze heeft haar lenzen verruild voor een Versace-bril. Ze glimlacht gemaakt naar zichzelf in de spiegel. De kuiltjes waar haar vader zo vrolijk van werd verschijnen. Haar Hello Kitty-blik, zoals Trevor het noemt. Ze laat de glimlach los en begint haar make-up terug op haar plankje te zetten. Trevor en Chaz zitten beneden met hun telefoon te pielen terwijl op de oled-tv een documentaire van National Geographic te zien is. Het geluid staat uit, een ranger leunt tegen een pick-uptruck vol dode vogels. Hij spreidt de vleugels van een van de beesten en houdt hem voor de camera. ‘Hey Xini Hoe gaat-ie met m’n meissie?’ roept Trevor van de bank. Zij lijken niets aan haar te zien, dan zal Vasili zeker niets merken. ‘Prima, met jullie?’ ‘Wat voor vraag is dat? Het is vrijdag!’ Boks, high five, dikke smile. ‘Wat kijken jullie?’ ‘Geen idee eigenlijk,’ zegt Chaz terwijl hij verbaasd naar het scherm kijkt. ‘Het ziet er wel smerig uit: Hij pakt de afstandsbediening en zapt naar MTV. Muziek uit de jaren tachtig. MC Hammer danst geluidloos in een harembroek over het scherm. ‘Jij ziet er strak uit, ga je stappen?’ vraagt Trevor.
‘Ik ga wat eten met Vasili.’ ‘Waar ga je heen?’ vraagt Chaz. “Umami Burger”. “Die burgerjoint op University Avenue? Dat is suf! Kan die gast je niet meenemen naar een of andere chique tent? Als wij tweeën op een date zouden gaan dan liet ik een Uber Black voorrijden en nam ik je mee naar die club op Sand Hill Road.” “Het is geen date, we gaan alleen…” “Als jij het zegt,” zegt Trevor.
Vasili staat op de stoep te wachten. Xin vermoedt dat het uit een soort ouderwetse, misschien Oost-Europese beleefdheid is dat hij het restaurant niet binnengaat voor zij er is. Hij draagt een licht kamgaren colbert over een donkerblauwe polo, een nette kaki broek en Nikes. Ze begroet hem met een kus in de lucht net naast zijn wang. Hij heeft een nieuw merk aftershave. Bestellen bij Umami is simpel: een hamburger met parmesan crisp, shiitakes, langzaam geroosterde tomaat, gekaramelliseerde ui en ketchup van het huis. Patat met gekaramelliseerde ui en ketchup van het huis. Patat met truffelaioli, twee IPA’S en je bent klaar. Het gesprek op gang brengen gaat minder eenvoudig. Xin wil het nog niet hebben over wat er vanmiddag is gebeurd, en ze luistert ook maar half naar wat Vasili vertelt over AlphaGo. `Het fascinerende is dat de zetten die AlphaGo doet, door de menselijke go-experts afgedaan werden als verkeerde beslissingen. Ze leverden vreemde stellingen op waaruit geen duidelijk voordeel te halen was, maar uiteindelijk bleken het briljante nieuwe strategische moves die geen mens ooit had kunnen bedenken, omdat alle go-spelers geleerd hebben niet buiten de gebaande paden te treden.’ Waarom raakt het haar zo dat haar project gecanceld is? Ze weet dat dit is zoals het gaat en zoals het moet gaan. Het is eenvoudig om funding te krijgen voor een spannend idee, maar als het niet voldoende oplevert dan gaat de stekker eruit.”

 

Richard Osinga (Haarlem, 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2020 en eveneens mijn blog van 3 november 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Andrea Voigt, Harald Hartung

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Andrea Voigt op dit blog.

 

De tuin der onwaarschijnlijkheid

Zij wil haar ochtenden met duizendschoon
ontwaken bij lichte muziek en de klap van een gong
haar meubels met een mozaïek van vogels
en lopen op een bloesembed van witte kers

hij wil zitten met zijn rug tegen een koele muur
en registreren hoe zij kijkt en hoe zij loopt
hij wil knoppen aan de bloemen langs het pad

zij wil bloeiende pioenen
en dansen met haar haren los

hij verlangt naar schaduwen en schemering
kamille en papavers

zij verlangt naar rode peren, aardbeien
een avond met kaarsen en donkere rosé
en rozen uit de tuin der onwaarschijnlijkheid

 

De tuin van het verstand

Zij loopt dwars door alle cirkels
doorbreekt de isobaren en
maakt waarheden ongeldig

hij trekt zich snel terug in het kasteel
en kijkt uit op de tuin van het verstand
rent tussen torens heen en weer
de hitte in zijn handen

het beeld van blauwe lucht werkt op hem in
de wind van wilde bloemen geeft hem rust

 

De tuin van overvloed

Denk niet aan mij tussen de perenbomen
of liggend op de paden, scherpe kiezels in mijn rug
in de tuin van overvloed

denk niet aan mij als je door een doolhof rent
denk niet aan de oranje abrikozen, rode bessen

denk niet aan mijn hand die langs je schouders glijdt
niet aan mijn enkels en de bloemen in mijn haar
aan mijn liefde als je over muren loopt

mis mij niet als je ver weg bent
en met je bovenlijf ontbloot
op ladders en in bomen klimt

mis mij niet

 

Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog.

 

Bruikbaarheid van de archeologie

Hete augustus, de as als gloeiende regen –
Zo harmonieus leest de klassieke catastrofe
Maar in werkelijkheid rijpten de granaatappels al
Gistte de wijn in de vaten, droegen mensen
Mutsen van bont, meestal waaide er een noordoostenwind
(die transporteerde dan ook de dodelijke fallout)
November dus! Ook een vooruitgang in de wetenschap:
deadline van drie maanden voor de inwoners van Pompeï
(ook al is het post festum, maar nog steeds beter dan niets)
De onwetenden, zouden zij dankbaar zijn geweest?
Net zo min als wij. Hoe vergevingsgezind zijn de achterwaarts-
gerichte profeten. Graag wriemelen we verder

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harald Hartung (Herne, 29 oktober 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Willem Bijsterbosch, Masiela Lusha, Michel van der Plas

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bijsterbosch werd geboren in Vught op 23 oktober 1955. Zie ook alle tags voor Willem Bijsterbosch op dit blog.

Uit: Handlangers

“Niemand wist rond half vijf in die handwarme lentenacht van onze snelle taxirit. De zwarte auto verwijderde zich van de stoeprand als een geblindeerde limousine en trok dan resoluut op. Het toegestroomde nachtvolk week hoofdschuddend weer uiteen, het wist niets van ons en zou ons vergeten nog voor het haankraaien in de wereldstad losbrak. Ook onze chauffeur wist slechts wat door behulpzame omstanders was gezegd. En dat voldeed: een bevel. Van elkaar wisten we niet meer dan voornaam, lijfgeur en stem, maar we waren als dolle honden betoverd en verloren. En dat voldeed. wij – zesentwintig, zojuist en nogal plotseling twee roekeloos gelukkige gabbers geworden – wij wilden niets weten. Even tevoren, koud een paar uur na onze ontmoeting, waren we al geranseld, vervloekt en gewaarschuwd, maar wij wilden niet horen. Gewond en moe zakten we tegen de krakende, zeemkleurig leren kussens, en als eertijds jonge vorsten na hun eerste terechtstellingsbevel glimlachten we naar elkaar, nog wat verlegen maar triomfantelijk. Twee jonge boeven met de wereld in hun schoot. Wisten wij veel.
Want wie kende die blonde jongen? Een van de zovele blonde jongens in die wereldstad: tenger, louche maar puberfris met bijpassende lange wimpers, piekhaar, onschuldig blank-rozige wangen en jaspisgroene ogen in de ogen van de ander. Nonchalant trots en soepel flaneerde hij die avond nog in kraagloos wit overhemd en wijde linnen zomerbroek; nu was hij als een executie-ambtenaar met bloed bespat en drukte hij zwijgend een caféhanddoek tegen zijn wond. Het jonge hoofd lag achterover op het koele leer van de bankleuning, de hals kwetsbaar gestrekt. Een ader dicht bij de halskuil klopte zichtbaar en ritmisch als zijn ademhaling. De krachtige vingers lagen imperatief gespreid op de knie van de ander: man stelde man gerust. En wie kende die gerustgestelde ander, die ongeduldige reiziger, groot van postuur met kort donker haar, nat van zweet en ongekamd, die zoon van een landarbeider? Zijn kleine ronde oortjes waren nog vuurrood en de voortanden hadden zijn onderlip verwond. In zijn zwartleren motorjack en soldatenbroek, vuist gebald om een wond en dwars op de achterbank, was hij als een lijfwacht na de aanslag niet bedaard. Zo zag ik me naast Bernd in die donkergetinte taxiramen weerspiegeld. Mijn eerste bezoek aan een metropool, een weerspiegeld. Mijn eerste bezoek aan een metropool, een paar uur na aankomst al niet meer alleen, en passant afgetuigd, en ik voelde me in deze stad thuis alsof ik er hoorde – waarom? Had achter de schermen iemand de hand in onze ontmoeting? Was ik ongemerkt op een missie en verloren, of gewoon een uitgelaten toerist? Wat zou Anton niet zeggen wanneer ik hem vertelde wat er die afgelopen uren als in een storm over me was gekomen? Van het indigoblauwe nachtschijnsel en de zoeklichten van passerende auto’s ging, vanuit de vrijwel geluiddichte taxi gezien, kalmte en rust uit. Met hoge snelheid en gierende banden manoeuvreerden we soepel als een bobslee door het drukke nachtverkeer.”

 

Willem Bijsterbosch (23 oktober 1955 – 18 januari 2010)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Wenen

Het gele paleis van Wenen rust boven een wolk
Van gekoeld Hongaars licht,
Maar de tuinen zijn nog steeds rood en paars
En de drie stenen dragen nog steeds mijn wensen
Van de springvloeden ervoor.
De sneeuw glanst nog steeds als een veld
Uit het verhaal van engelensatijnen kleding.

Het tuinlabyrint van de ijzige oudejaarsavond
Bevriest mijn zorgen
Zodat ik mezelf kan opsplitsen
En wegbreken en ronddraaien
Als lichte sneeuw, mijn vreugde,
Vrij over de ronde heuvels.

Dit Wenen! Mijn liefdesbrief
Aan haar tijd zal de lettergrepen
Van getekende herinneringen
In velden en musea rijden,
Kathedralen en muziek en glimlachen,
Zwanen verkleed als ballerina’s.

Mijn Wenen, mijn jeugd
Van bewolkte ademhalingen en wanten
En de Kerstman, die grappige Duitse reus
Die chocolaatje na chocolaatje aanbood op kerstavond.
De ochtend erna mijn gouden schnitzels
En geroosterde kastanjes en dampende punch en wandelingen
Over de Stephansplatz.

Haar zondagsklokken roepen een kunst op
Van de beroemde Strauss en violen
En geweldige maestro’s
(Karige maten van fysieke muziek)
Alle reuzen, allemaal spelen ze in mijn hart.
Ik wieg de droom in mijn oor.

Deze schoonheid die ik mettertijd bezit,
Roept door mij heen als een rivier
Glanzend in al zijn langdurige glorie,
Zwanen en lelies grootbrengend aan de oever
En ik laat de rivier – een netwerk
Van Europa
Werken en stromen door de waarden
Van mijn herinnering en mijn trots
En met een schuimende zucht,
Laat ik de blauwe Donau
Eindelijk aan mijn ogen ontsnappen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

Uit: Uit het rijke Roomsche leven

“Een der hoofdargumenten tegen het voetballen in niet-katholieke clubs werd het ruwe spel genoemd, dat in dergelijke milieus hoogtij zou vieren. En zo kan men doorgaan: het eigene, het verworvene werd te mooier naarmate ‘de wereld’ er een zwarter achtergrond voor vormde. Moest dit alles noodzakelijk bijdragen tot verhoging van het gevoel van eigenwaarde der ‘beminde gelovigen’, in hun diepste innerlijk konden zij in bijzondere gevallen toch geredelijk de al te gemakkelijke retoriek doorzien: wisten zij b.v. zelf niet in hoeveel gevallen de algemene biechtpraktijk hun of anderen complexen had opgeleverd in plaats van hen daarvan te vrijwaren? Gold ten aanzien, met name, van het zesde gebod, niet een vaak ontstellende begripsverwarring, die menige jeugd in plaats van haar te ‘verblijden’ van zelfkwellingen vervullen moest? En kon, naarmate de katholieken b.v. in hun werkkring het isolement doorbraken, de stelling blijven gelden dat met name de protestanten aan ‘geestelijke armoede’ leden? Zou men, ten andere, niet kunnen zeggen dat de prediking moet hebben bijgedragen tot de versterking van een zeker latent antisemitisme bij menige katholiek? Of zie de verkettering van het gemengde huwelijk: kon de gelovige, aan wie de predikant verzekerde dat Christus, zo hij, weer op aarde, een uitnodiging ontving voor de bruiloft van gemengd huwenden, deze invitatie met beslistheid zou weigeren daar dezelfde gedachten over koesteren wanneer in zijn naaste omgeving een zodanig huwelijk was gesloten? Het is merkwaardig dat dit soort overwegingen, die in onze dagen het karakter van gemeenplaatsen dragen, in de jaren 1925-1935 zo zelden in het openbaar werden gemaakt. Men moet aannemen dat zij òf nauwelijks in de hoofden der katholieken opkwamen òf dat zij geen kans kregen in het openbaar geuit te worden. De versteviging en verheerlijking van het ‘eigen huis’ ten koste van ‘de wereld’ lokte slechts de kritiek van een kleine elite uit. Officieel was alles voortreffelijk in het ‘eigen huis’. Twijfel aan de basis van zoveel rijk bezit brak pas in breder kringen baan, toen de ‘katholieke jongeren’, letterkundigen, academici en studenten die een heilige onrust gevoelden ten opzichte van heel dat ‘Rijke Roomsche Leven’, met hun stem doordrongen buiten het kleine eigen milieu, en niet dan nadat kerkelijke en wereldlijke leiders hen herhaalde malen in het openbaar hadden terechtgewezen, en niet dan nadat, naar goed Roomsch gebruik, de orthodoxie der kritische geesten vele malen in het openbaar in twijfel was getrokken.”

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

David Vann, Jan Wagner, Kristine Bilkau

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Heilbot op de maan (Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen)

“Na de begrafenis vatte mijn oom Jim het idee op mijn nieuwe vader te worden. En aangezien hij het gevoel had dat hij niet helemaal was opgewassen tegen die taak, riep hij de hulp in van zijn vriend Big Al. In het najaar namen die twee me mee naar Modoc om op ganzen te jagen. Die grote, de canadaganzen, toeteraars of zwiepers, zoals Big Al ze noemde. Komen zo laag aanvliegen dat je hun vleugeltoppen hoort zwiepen. Dan versteent je hart en je vingers zwellen op. Big Al liet het me zien: hij hield zijn vingers onder mijn neus, zijn nagels zwart van vettigheid. Ik was dertien, woog een derde van wat Big Al woog, half zoveel als mijn oom, en zat tussen ze in geklemd. Hun harde stemmen — mijn oom kwam uit Nebraska, Big Al uit een ander luidruchtig oord — weerkaatsten tegen het naakte metalen interieur van de pick-upcabine, zwollen aan, doordringender dan het zonlicht. Ramen dicht. Ze boksten op tegen de goedkope bandrecorder op batterijen die op mijn schoot AmWay-kreten zat te sissen. Zo nu en dan stak mijn oom zijn hand uit om de ruis harder te draaien. ‘Pak die diamanten ring! Pak die Mercedes!’ Mijn oom probeerde Big Al te strikken voor AmWay. Dat was een ander doel van deze tocht: iemand anders onder hem in de verkoop-piramide schuiven. ‘Ik weet het,’ zei Big Al. ‘Ik weet dat het eersteklas producten zijn. Dat bestrijd ik ook niet. Dat hoor je mij niet beweren. Daar gaat het niet om. Ik wil alleen maar zeggen…’ `Drie maanden!’ riep mijn oom uit vanboven het stuur en grijnsde zijn tanden bloot. Hij had grote, gele, erg hoekige tanden, en hij was een grote vent, één meter vijfentachtig, hield zijn knokkels — van beide handen — om het stuur geklemd en hing er vlak boven. ‘Binnen drie maanden heb je je geld eruit. Man, ik…’ En hij grommelde een tijdje zo door zonder een zinnig woord, en zei toen: Dat is toch niet niks!’ Toen sloeg hij me op mijn borstkas, hard, vriendschappelijk, mannelijk, en keek Big M aan met een vrolijke, verraste blik. Alsof het opeens allemaal duidelijk was geworden. `Geen twijfel mogelijk,’ zei Big Al. Dat beweer ik ook niet. Ik twijfel er niet aan.’ Mijn oom gaf me nog een klap en gnuifde. Hij duwde zijn bril stevig omhoog en tuurde weer over het stuur heen naar buiten, zijn mond open en zijn lippen wat opgetrokken over zijn boventanden. Want dan kun je tien jaar eerder stoppen met werken en dan heb je meer,’ blaatte het bandje. ‘En dan heb je die boot, die camper, dat zwembad. Dan heb je die dingen en je hebt ook de tijd om ervan te genieten.’ Wat ik zeg,’ zei Big Al, en toen hield hij zijn mond en hield een vinger voor mijn gezicht. Eén vinger, de wijsvinger, de rest tot een machtige vuist gebald. Trek eens,’ zei hij, grijnzend alsof hij de pot gewonnen had. Mijn oom keek opzij, duwde zijn bril omhoog en grinnikte ook. Big Al pookte met zijn vinger in mijn borst. Trek eens aan mijn vinger, joh.’ Dus greep ik zijn vinger, ruw en hard als een misvormde wortel, en trok.”

 

David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

REQUIEM VOOR EEN KAPPER

omdat alles op maandag rust, blijft alles maandag nu,
bedek de spiegels, ontneem de schaar zijn scherpte.

wie zou zijn vingers laten kneden, cirkelen tot de wolk
van de shampoo optrekt boven ons, wie dirigeerde zijn entourage

van flessen en de geur, de oliën op het schap
met zijn smalle hand? wie gooit het grote orgel

van haardrogers open en laat ze loeien, laat ze aanzwellen?
neem uit de kleuren zwart en meng het met de lichte kleuren.

omdat nu geen kaplaken zo prachtig, langzaam als een tent
over het lichaam heen zakt, en wie stilhoudt

niet langer weet wat hij moet vinden, waar hij naar moet zoeken,
alleen dat het haar blijft groeien, verder woekert.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster en journaliste Kristine Bilkau werd geboren in Hamburg in 1974 en groeide op  in Sleeswijk-Holstein. Bilkau studeerde geschiedenis, Amerikanistiek en Germanistiek aan de Universiteit van Hamburg en Tulane University, New Orleans. Daarna werkte ze als journaliste voor vrouwen- en zakenbladen. In 2008 was ze finaliste in de literaire wedstrijd Open Mike in Berlijn en het jaar daarop ontving ze een studiebeurs van de auteursworkshop van het Literarische Colloquiums Berlin. In 2010 ontving ze een beurs van het Kunstenaarsdorp Schöppingen. In 2013 nam ze deel aan de Bayerische Akademie des Schreibens in het Literaturhaus München. In 2015 publiceerde ze haar eerste roman “Die Glücklichen”. Hij beschrijft de rustige sociale afdaling van een kerngezin in het precariaat. De roman heeft meerdere prijzen gewonnen en is in verschillende talen vertaald. Het programma van de Kammerspiele in München omvatte een theaterbewerking van “Die Glücklichen”, die in februari 2017 werd opgevoerd. Ze is medeoprichtster van PEN Berlin. In 2022 stond haar roman “Nebenan” op de shortlist voor de Deutsche Buchpreis. In 2023 publiceerde ze het boek “Wasserzeiten”– over zwemmen, waarin ze vertelt over haar liefde voor zwemmen, gecombineerd met historische, culturele en sociale aspecten van het onderwerp. Ze woont met haar gezin in Hamburg.

Uit: Nebenan

„Ein Containerschiff schiebt sich langsam hinter den Baumkronen und dem Dach der Nachbarn vorbei. Anfangs, als sie erst wenige Tage hier wohnte, war es für sie ein unwirklicher Anblick, den Kanal und das Ufer nicht sehen zu können, selbst von hier oben, aus dem Schlafzimmer nicht, aber eine Schiffsbrücke und die geladenen Container. Stapel bunter Kästen, die gemächlich, wie von allein hinter den Dächernund Bäumen entlang glitten. Im Wochenblatt, das sie manchmal überfliegt, hat sie gelesen, die Leute haben hier früher in der Dämmerung weiße Schiffe durch die Wiesen und Moore schweben sehen, lange bevor der Kanal gebaut und eröffnet wurde. Daran muss sie denken, wenn ein Frachter wie von allein durch die Landschaft fährt.
Sie bleibt am Fenster, bis die bunten Stapel nicht mehr zu sehen sind, da entdeckt sie den Jungen. Er steht in der kleinen Sackgasse am Zaun der Nachbarn und scheint auf jemanden zu warten. Dünne Beine in einer grauen Jeans, ein Rucksack auf dem Rücken. Sein Gesicht lugt blass mit spitzer Nase unter seinem Hoodie hervor, die Hände hat er in die Hosentaschen geschoben, die Schultern hochgezogen. So sieht einer aus, der friert. Kein Wunder, der Junge ist nicht für dieses Wetter angezogen. Julia weiß nicht, zu wem er gehört. Er wohnt nicht in dieser Straße, sieben alte Häuser, von denen zwei während der letzten Monate entrümpelt wurden, weil ihre Besitzer ins Heim gezogen sind. Er wohnt, soweit sie weiß, auch nicht weiter hinten, An den Wiesen, der frisch geteerten Straße, die wie eine lang gezogene Acht verläuft, wo die Neubauten stehen, Bauhaus und Friesenstil im Wechsel, dazwischen leere Grundstücke, die noch zu verkaufen sind.
Eine Windböe bewegt die Zweige vor dem Fenster, der Efeu hätte längst geschnitten werden müssen, er überwuchert das Haus bis an den Dachfirst. Sie haben bisher alles wachsen lassen, den Rasen, die Sträucher, die Brennnesseln in den Beeten. Im Sommer, nach dem Einzug, haben sie mit dem Rasenmäher Schneisen ins hohe Gras gemäht, einen Pfad zur Gartenpforte, einen zum Schuppen, einen Weg zum alten Gewächshaus, wo Chris ein quadratisches Feld in die Wiese
mähte und zwei Liegestühle hinstellte.
Sie geht nach unten, holt sich ein Glas Wasser aus der Küche, spült auf dem Weg ins Wohnzimmer mit einem großen Schluck die Folsäure-Zink-Kombination, das Vitamin D, das Q10 und die TCM-Kapsel hinunter. Sie kniet sich auf den Teppich vor die schlafende Hündin, drückt die Nase in Lizzys Fell, saugt den Geruch ein, Regenluft und nasse Steine, und sie muss an Frauen denken, die mit ihren Lippen und Nasenspitzen den Haarflaum ihrer kleinen Kinder berühren.
Der Junge ist nicht mehr am Zaun der Nachbarn zu sehen. Durch das Gestrüpp am Ende der Sackgasse führt ein Pfad den Hang hinunter zum Kanal. Wer zu Fuß zum Anleger will, nimmt ihn als Abkürzung. Der Junge wird wahrscheinlich mit der Fähre rüberfahren und vor der Kirche auf der anderen Seite auf den Bus warten, der ihn in die Schule bringt.“

 

Kristine Bilkau (Hamburg, 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn blog van 19 oktober 2018 en ook mijn blog van 19 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Alma Mathijsen, Günter Grass

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Ik wil geen hond zijn

“Je kijkt anders, iets maakt me bang. Je draait de pasta met vlotte bewegingen om je vork en schuift de ragout met je mes erbij. Je hebt haast om alles binnen te krijgen, terwijl ik meestal jouw bord leegeet. Lange tijd heb ik me daarvoor geschaamd, moest ik niet minder eten? Na een tijd liet ik dat los, ik kreeg in zekere zin alles. De liefde en het eten. `Ik weet het niet,’ zeg je. Je bord is leeg en je kijkt me aan. Al meer dan een jaar heb ik die woorden gehoord op elke vraag die ik je stelde. Waarom wil je nu niet praten? Waarom mag ik je niet aanraken? Waarom mag ik niet meer dicht tegen je aan kruipen? Ik weet precies wat je bedoelt maar durf het nog niet te horen. Nu ga ik niks terugzeggen, denk ik. Nu ga ik er heel lang over doen om mijn pasta op te eten. Ik heb me dat eerder voorgenomen, toen lukte het me nooit, ik ben te gretig en te gulzig. Mijn keel vernauwt. Elk hapje is te groot, het deeg raakt mijn gehemelte. Is dit hoe het voelt om niet van eten te houden? Je zei ooit dat je liever een pil zou slikken in plaats van alle maaltijden op een dag te moeten eten. Ik denk dat ik liever dood zou willen als ik niet zou mogen eten. `Ik weet het echt niet meer,’ herhaal je. Ik had gedacht dat je het nooit een tweede keer durfde te zeggen. Mag ik doen of ik het niet gehoord heb? Zodat we door kunnen leven? Zodat ik morgen mijn stuk voor de krant kan afmaken, terwijl jij de dekens nog wat hoger trekt om door te kunnen slapen. Ik weet het immers ook niet. Waarom we hier zijn, wat voor zin het heeft en of er een einde aan het heelal is. Al bedoelde je dat niet. Je bedoelde dat je echt niet weet hoe je ons beter moet maken, hoe wij gerepareerd moeten worden. Dat woord stoort me: echt. Dat je het écht niet meer weet. Alsof je het anders niet kan weten dan echt niet. `Ik ook niet,’ lieg ik. Ik weet duizend manieren en ik heb ze jarenlang aan je voorgelegd. Nog meer zomers in Italië, meer Aperol Spritz, de volgende dag  nog meer paracetamol, minder kleren, meer vuur en dan heb ik het over echte vuren die we zelf maken in de nacht, zelfs als de brandweer moet komen en wij ons verstoppen achter de rotsen. Nog meer eten dat jij niet op kunt en dat ik allemaal zal opeten zodat jij je niet hoeft te schamen voor de ober. Juist meer op de bank, in elkaar gevlochten, nog een keer The Lobster kijken, popcorn vinden tussen de kussens, die opeten en dan de hele avond peuteren tussen onze kiezen. Nog meer liedjes aan elkaar laten luisteren en ook dat ene waar ik me voor schaam. Ik zal meedrinken van de whisky die mijn keel rokerig en gebruikt achterlaat. Nog meer `fluit en andere namen voor mij die nergens op slaan maar uit jouw mond elke keer weer klinken als een liefdesverklaring. Meer vingers in mijn oor en op andere plekken. Nog meer spiegels en daarin kijken als je me vasthoudt of als je me neukt, liever dat, veel vaker dat. Toch praten, met anderen die we niet kennen, nog nooit ontmoet hebben, die zichzelf een therapeut noemen en niet luisteren naar wat we zeggen maar naar wat we bedoelen. En daarna overdag naar de bioscoop als de zon het felste schijnt. Nog meer op elkaars telefoon om de verhalen van anderen te bekijken, jouw feed is sowieso leuker dan de mijne. Nog meer rijden in de regen en nergens heen gaan. Nog een keer boven op me komen liggen, doodstil, alleen om je gewicht te voelen en dan uiteindelijk toch dat ene. Je rekent af. Ik moet huilen en jij kijkt. Ik durf niet nog een keer op te kijken omdat ik het niet aankan om te zien dat jij nog steeds niet huilt. Terwijl we naar huis lopen bekruipt me een heel ander gevoel. Plotseling heb ik geen zin meer.”

 

Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

Kersen

Als de liefde op stelten
over de grindpaden port
en tot in de bomen reikt,
zou ik ook graag kersen
in kersen als kersen herkennen,

niet langer met armen te kort,
met ladders waaraan altijd
een sport ontbreekt
leven van gevallen fruit, compote.

Zoet en zoeter, haast zwart;
merels dromen zo rood
wie kust hier wie,
als de liefde
op stelten tot in bomen reikt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2021 en ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Gedichten Gods

“Je haalt het, pap. Je moet de Schepselen Gods nog schrijven.”
Hij richtte zijn kin op van zijn borst, en voor even ging het licht weer aan in zijn ogen, als achter vuil vensterglas. “In de Griekse grondtekst staat…”
“Rustig nou. Scheppingen Gods, ik weet het.”
“Gedichten Gods, Jol.”
“Zie je wel. Die moeten nog op papier. Je kunt nu niet doodgaan.”
“Lieve Jolente, stel je een man voor, en die man is je vader, en die heeft zich… na een wanhopige innerlijke strijd…”
“Telegramstijl. Je komt asem tekort.”
“Het onvermijdelijke. Legt zich erbij neer. Dan… respijt. Diagnose te voorbarig. Of… medicijn gevonden. Geen direct stervensgevaar meer. Familie in tranen van geluk. Vrienden feliciteren hem. Zijn verzwakte hart, dat juicht. Waarom? Die man, hij heeft zwaar werk verricht. Nu eens waardig, dan weer laf, zo heeft hij zich…”
“…voorbereid op de dood. Korte zinnen, pap.”
“Ja, met vallen en opstaan, zogezegd. En dan doen ze net alsof… de dood, nou, die is zijn deur voorbijgegaan… die is” – hier hoestte hij kort – “uit zijn balboekje geschrapt. Vreugde? Kom nou. Neerslachtigheid. Nu moet hij het hele proces straks nog een keer doormaken. Van voren af aan. Terwijl die eerste keer, toen hij het karwei niet mocht afmaken… dat ging zijn krachten al te boven.”
“Kort, lieverd. Je hebt weer halvemaantjes in je mondhoeken.”

“Met de dood in het reine… een tweede poging, dat overleeft hij niet. Dus, mijn lieve Jol, dus… mondje dicht. Probeer het me niet… uit het hoofd… Is goed zo. Vrede ermee. Een volgende keer, nee, dan zou ik er geen puf in hebben… er nog eens vrede mee te krijgen.”
“De Gedichten Gods, papa. Volhouden. Ooit vertelde je over die wandeling, van Freud met James. Ze kletsten over de laatste nieuwtjes uit de psychiatrie. Zo was het toch? En William James, die leed aan angina pectoris of zo, en die krijgt opeens een geweldige pijn in de borst, en die blijft stokstijf staan. Hoe ging het ook weer verder?”
De oude man had zijn ogen dicht. “James geeft zijn aktetas aan Freud… en zijn paraplu… en hij verzoekt Freud om door te lopen.”
“O ja, en dan blijkt dat de aanval niet meteen dodelijk is. De pijn zakt. William James zet er de sokken in, en haalt Freud weer in. Hij neemt zijn plu en zijn tas weer van Freud over, en ze kletsen verder. Dat verhaal, pap, dat heb je me niet voor niets verteld. Freud leed tot op dat moment aan verschrikkelijke doodsangsten. Toen hij James zo zag reageren, wilde hij de dood ook zo in de poppetjes van de ogen kunnen kijken. Net zo onverschillig. Dus, pap, of het nou bij die ene keer blijft, of dat je er vaker doorheen moet… God, papa, denk aan de Gedichten Gods. De mensen hebben nog iets van je tegoed.”
“Of Freud, toen die dacht dat het zijn tijd was… of die zijn aktetas en zijn paraplu heeft afgegeven…” Hij praatte nu heel zacht. “De geschiedenis, nee, die vermeldt het niet.”
“Put je toch niet zo uit, lieverd. Freud stierf in Londen. Daar heb je een plu tot het laatst toe hard nodig.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Amor fati

Overal waar ik kijk, zie ik mijn lot.
In de metro. In een steen.
Op de stoeprand waar mensen in de regen op de bus wachten.
In een wolk. In een glas wijn.

Als ik in het park ga wandelen, is het een plataanblad.
Op kantoor, een saai potlood.
In de etalage van Woolworth kijkt mijn lot mij aan
door de sluwe ogen van een stoffige parkiet.

Stukje krant, dubbeltje in een handvol kleingeld,
Door welke drukke straat haast je je vanochtend,
een overjas tussen de overjassen,

met een trein die moet worden gehaald, een agenda vol afspraken?
Als ik je bij mijn naam zou noemen, zou jij je omdraaien
of om de hoek verdwijnen,
een zwakke geur achterlatend van oranjebloesemwater,
tabak, schemering, sneeuw?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, Katha Pollitt

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

Eerste document

Ruimtelijke hoofdstructuur. Gloeiende onrust. Dat wil
zeggen. Je lezende schouders. Lezende rug. Waarom je dit leest. Rutger
Hauer. Jong. Lachend. Acht jaar. Naoorlogs. Uit feestgedruis. In je kinderkamer.
Bloed door de aderen. Der onleesbaarheid. Licht.
Aan de mouw van zijn shirt. Zaad. Driekleur.
Misschien te laat geboren. Van Heuven Goedhartlaan. Vloeit.
Een menigte. Nergens verankerd. Of in een land. Hoorde
daar. Een land. Ander licht. Dan woont hij hier. Acht.
Ideologische veren. Hij blijft voorlopig nog.
Zanger. In deze tijd. Lik de stront van je. Puinhopen. Op weg
naar. Extra. Alternatieve
parkeerplaats. Maar ook. Het goede.
Steeds één gezin. Wat men altijd noemde. Paars.

 

Tweede document

Wegwijzer voor de insprekers. Schriftelijke reacties indienen voor januari
1991. Blanje. Evidencebased. Oranje. Ik werd wakker in je. Verordening.
Westelijke randweg. Kan ik niet boos zijn. Op jou. Intensivering
van leerroutes. De inburgeraar is eigenaar
van zijn inburgering. Iedereen één oog sluiten. Nota. Fraai symbool.
Wat ook een ander van je zegt. Derde oplevering. Corredor Norte.
Conformité Européenne. Hergebruik.
We deelden krenten uit. Etymologisch.
Corinthe. Vriendschap. Die uit werk ontstaat. Stakeholders. Robuust.
Adaptief. Maar vooral een stelsel dat werkt. Brede
intake. Op andere manieren gelukkig. Collegiaal
bestuur. In het straatje. Of plotseling in de dode hoek. Opstaan.
Filerijden. Iedereen doet mee. Het liefst via betaald werk.
Nederland distributieland. Denk toch eens aan. Hergebruik.
Nieuwe tracés en halteplaatsen. Diep in mijn hart.

 

Derde document

Als ik vroeger terugkwam van vakantie en bij Zwijndrecht
de neonletters Van Leeuwen Buizen zag. Wist ik dat ik thuis was. Bovenbouw.
Die vanbinnen dingen doet. Alle lichtjes. Alle auto’s. Met een daktuintje. Het verleggen
van patronen. Van geluk. Volgende week. Staat in de agenda.
Van vorige week. Paradijsvogels. In dit. Privé-domein. Nu wil je weer
contact. De stad beloont creativiteit. Vrijwillig of anderszins. Driel-
Oost. De corridor Eindhoven/Veldhoven/
Welschap. Herneemt zich. En is daarin. Vier koersen. Dat voel ik.
Een gemiddelde huiskamer is voor zover ik gezien heb dan ook
een rare combinatie van nieuwe apparaten en oude gehechtheden.
Reusachtige encyclopedie van variaties. Kolommen. Aard en structuur.
Van heel mijn. Compagnie. Illusieloze witte steden. Schepen
zich in. Elk huis is tot barstens toe vol. Ruimtevreters. Een
watercorridor. De blauwe koers. Nu leest hij
oude formulieren. Intimiteiten. Dit is het lastigst. Het laatste woord. Te veel.
Schrijven.

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

De oude buren

Het weer is omgeslagen en de oude buren sluipen naar buiten
vanuit hun overvolle kamers om te knipperen in de zon, alsof
ze tot hun verrassing merken dat ze weer een winter hebben meegemaakt.
Hoewel de hitte van de stoom ze bleek en gekrompen heeft gemaakt
zoals oude wortelgroenten,
zijn meneer en mevrouw Tozzi al
hard aan het werk in hun voortuin mini-Sicilië:
een Maagd Maria vogelbad, een struikgewas van rozen,
en de enige buitenaloë’s in Manhattan.

Het is het oude immigrantenverhaal,
de prachtige baby’s
opgegroeid tot buitenlanders. Niets
verliep zoals ze hadden gepland
als liefjes in de goten van Palermo. Maar toch,
elk zwaait met een met vuil aangekoekte hand
in geriatrische gemeenschap met Stanley,
de voormalige tattoo-koning van de Merchant Marine,
die de hoek omslaat met zijn ruige collie,
die nauwelijks drie is, maar artritisch
draaft uit sympathie. Het zijn alleen
de jongeren die zich afvragen of het leven de moeite waard is,
niet mevrouw Sansanowitz, die het afgelopen uur
langzaam over het trottoir schuifelde,
haar nieuwe aluminium rollator even voorzichtig
ophief en neerzette

als een spin die zijn web test. Op dagen als deze,
blijf ik lang staan
onder de wilde knoestige wortel van de oude blauweregen,
droge takjes die binnen een week
een zwakke regen van paarse bloesem zullen aankunnen,
en ik geloof het: dit is alles wat er is,
alle geschiedenis heeft ons hier naar ons enige leven gebracht
dat we konden vinden, als überhaupt al ergens,
onze hangende tuinen en onze straat van goud:
gebarsten stoepen, geraniums, brandtrappen, deze oude
achterblijvers die zich koesteren in hun beetje zon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

NoViolet Bulawayo, Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Zimbabwaanse schrijfster NoViolet Bulawayo (pseudoniem van Elizabeth Zandile Tshele) werd geboren op 12 oktober 1981 in Tsholotsho, Zimbabwe. Zie ook alle tags voor NoViolet Bulawayo op dit blog.

Uit: Glory

Being that His Excellency was arrived, the Jidada Army Band started playing. Blood-stirring music accompanied the procession as it poured onto the main part of the square. The Jidada army, just like the rest of the security forces, was made up entirely of dogs. And now, dogs, dogs, dogs and more dogs marched towards the tent, shimmering black boots lifting and landing with stunning synchronicity. Tholukuthi there were pure breeds and mixed breeds and cross breeds and mysterious breeds of no certain classification. Tholukuthi there were dogs in green tunics, dogs in khaki tunics, dogs in blue tunics. Tholukuthi there were dogs playing musical instruments, dogs flying the flag of Jidada, dogs flying the military flags and dogs toting long, glinting guns.
It is often easy to forget the beauty and grace of a dog – a creature that can rip flesh into chunks, spill blood out of sheer impulse, crush bone like it were fragile China, hump anything from a human leg to a car tyre to a tree trunk to a sofa, all without a single grain of shame, shit all over the place as if it excretes unadulterated gold, be faithful to its master even if that master were a known brute, murderer, sorcerer, tyrant, or devil, viciously attack without apparent provocation, devour human excrement no matter how well fed it is.
You wouldn’t have known they were in fact sweating and drowning in the hot, heavy tunics that also covered tattered underwear that barely held together what needed holding. You wouldn’t have known the soles of their boots were worn, or that the majority of them were actually famished being that they hadn’t been paid their salaries for at least the previous three months.
I WILL RAISE UP FOR THEM A PROPHET LIKE YOU AMONG THEIR BROTHERS. AND I WILL PUT MY WORDS IN HIS MOUTH, AND HE SHALL SPEAK TO THEM ALL THAT I COMMAND HIM.
Much later, after the dogs had concluded their display and marched off the field, and after speeches from the Minister of the Revolution, the Minister of Corruption, the Minister of Order, the Minister of Things, the Minister of Nothing, the Minister of Propaganda, the Minister of Homophobic Affairs, the Minister of Disinformation and the Minister of Looting, and after performances by various entertainers, the donkey nudged His Excellency awake. The Father of the Nation opened his eyes and woke from his dream of Jidada’s days of glory but found he couldn’t at all remember it. He was struggling with his memory thus when his eyes settled on a fancy-looking pig hinding to the platform with the stride of an ostrich. The Old Horse didn’t recognise him and wondered who he was. He fell asleep again, analysing the pig’s long legs.”

 

NoViolet Bulawayo (Tsholotsho, 12 oktober 1981)

 

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Metamorfosen

Een met één oog, een en al
oor, komt even neuzen. Voor-
smaakje geven. Tast in het
donker rond in je huid.

1
Van oorsprong een god. En op een mooie dag
beduveld. Hol, bros, zijn lemen beeltenis.
De naam, van dode taal: Baäl of Bel, god
van de zon. Beëlzebub, de drommel.
‘Gij zult geen andere goden hebben
voor mijn aangezicht.’ En hij ging
af als afgod. Toen stond Pan op,
drekgod met sik en horens en bokspoten
en een stijve. Hij ging op zoek naar de
muziek.

2
Wie was zij? Wie aanbad zij? De god
van deze eeuw? De heer der heirscharen?
Of mij – denkt hij – de mindere, de god
van weiden en van bossen? Heette zij
Syrinx? Pandemonium? Zij was zichzelf,
een nimf. Zij vluchtte buiten zich, werd riet.

3
En uit dat riet sneed Pan zijn fluit.
En zijn verdriet – hij stiet het uit.
Zo ving de geest van de muziek
met zijn gestrekte roe de Griek.

4
God die het heden
met mond en vingers grijpt,
klinkklaar, gerede
Syrinx waarop Pan pijpt!

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

De oever van het leven

I.
Ik kwam toen naar de stad van mijn broeders.
Niet Carthago, niet Alexandrië, niet Londen.

De brede blauwe rivier die door de steen sneed
Lag pijlachtig en koel naast haar,
En de mistige en glanzende zee lag in de verte.

Veerboten goten het schuim voor zich uit en gleden
In haar kreunende steigers, rinkelend en rinkelend;
En de kettingen tuimelden strak in de lieren.

Stroomopwaarts de vettige sleepboten in het zware water,
Hun vuile rook, uitgepakt door de zoute wind,
Gepaard met sneeuwgetrappel en sneeuwgeluid.

Aan meerlijnen, die het pad van het getij aangaven,
Schommelden de korstige vrachtschepen met gutsende boorden.

’s Avonds, als het schip naar het noorden wees,
Stond bij zonsondergang een gouden zeeman bij de boeg,
Terwijl hoog in de kabels een tram met een zacht gerammel
Langzaam omhoog zweefde, ver naar boven, nog steeds neuriënd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Schepping, week 2

Op maandag schiep de mens zich een beeld van hemel en aarde.
De hemel was hoog, de aarde groot en gevaarlijk.
Chaos drong in zijn geest en leegte zweefde in zijn maag.
De mens sprak: Laat er een grens zijn. En hij trok een grens.
Wat aan de ene kant van de grens lag, noemde hij tuin.
En wat aan de andere kant van de grens lag, noemde hij wildernis.
Zo werd het avond en morgen: de eerste dag.

De mens sprak: Laat de dieren en planten in de wildernis
door God verzorgd worden, want hij heeft ze gemaakt.
Maar de dieren en planten in de tuin zijn van mij.
Ik zal ze koesteren en verzorgen, zij zullen mijn tuin verrijken.
Zo geschiedde. De planten en dieren in de tuin noemde hij voedsel.
En de planten en dieren in de wildernis noemde hij natuur.
Weer werd het avond en morgen: de tweede dag.

De mens sprak: De dieren en planten behoren aan mij,
maar zij gehoorzamen aan tijd. Ze bloeien in de lente
en geven zaadvruchten in de herfst. De vogels leggen
eieren naar hun aard, maar in de winter leggen ze niks.
Ik zal de planten een huis van glas geven en in de kippenstal
zal ik een helder licht branden. Ik zal eieren eten in december.
Weer werd het avond en morgen: de derde dag.

De mens sprak: Mijn tuin gehoorzaamt mij het hele jaar,
maar werkt niet half zo hard als ik. De trage planten
voeden zich met trage aarde. De dieren groeien traag
zoals de planten die ze eten. Laat er kunstmest en krachtvoer zijn!
En er was kunstmest en krachtvoer. En de kropsla en koeien
versnelden hun groei. En de mens zag dat het goed was.
Weer werd het avond en morgen: de vierde dag.

De mens sprak: Laat mijn tuin vruchtbaar zijn
wanneer ík het wil. Want de planten en dieren planten
zich lukraak voort, zonder te denken aan mijn behoeftes.
Ik zal de kalfjes weghalen bij de koe. Ik zal het zaad
van stieren vangen in mijn hand. Ik zal haantjes versnipperen.
Zo zal geen dier geboren worden buiten mijn wil.
Weer werd het avond en morgen: de vijfde dag.

De mens sprak: Van nest tot slacht zijn dieren en planten
gehoorzaam aan mij. Maar in het zaad schuilt nog anarchie.
Het vermengt zich naar eigen aard en waait de tuin uit.
Ik zal het zaad openbreken en veranderen. En het zal
mijn zaad zijn, van generatie op generatie. Aldus geschiedde.
En de mens zag dat alles wat hij gemaakt had,
zeer goed was. Zo werd het avond en morgen: de zesde dag.

Nu was de tuin van de mens voltooid.
En toen hij op de zevende dag al het werk zag
dat hij verricht had, rustte hij en keek uit over zijn tuin.
Hij at pitloze druiven en zwom in een vijver van melk.
Hij zag de bijen bij zwermen sterven in zijn tuin.
De grond was bitter geworden. En hij zei: Goed,
zei hij, Goed. Morgen weer een dag. Er is nog tijd.

 

Een steen openvouwen

Kantel de regels om het riet te zien.
Ga staan met je rug tegen de grond,
en kijk de sterren recht in de ogen,
tot ze op je af komen stormen.
Open je mond. Slik ze in.

Letters zijn onzichtbaar, woorden zijn onzichtbaar,
betekenis is onzichtbaar, denken is onzichtbaar,
de ziel is onzichtbaar, het geluk is onzichtbaar,
een orgasme is onzichtbaar, een koe is onzichtbaar,
essentie is onzichtbaar, het riet is onzichtbaar.

Ik wil in een tv wonen.
Ik wil een steen openvouwen.
Ik wil de binnenkant van elk ding zien.
Ik ben bijna dood met nog veertig jaar te gaan.

De dichter zingt.
De dichter zwijgt.
De dichter spuugt sterren uit.
De dichter is een ding.
De dichter is onzichtbaar.

Wij mogen het riet platbranden.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

te grote woorden

bloed

vullen de
zakken vol wijn
nemen van
de druiven
de donkere
altijd
de buiken in de
volle die willen
meer van het
stromende
sap zuipen tot
ze omvallen
over beide
oren van het leven
afscheid nemen ooit
dan snijden ze
ze open en zie
daar de vrij
gelegde hart
slag drie
twee van een
vogelijn

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit: Poespas

“Hoe het begon
Toen mijn vrouw en ik onlangs van een feest kwamen en nog even in de keuken het obligate kopje koffie dronken, hoorden wij allerlei wonderlijke geruchten op de gang. Daar de kinderen niet uit bed waren, dachten wij aan een spook, maar een ernstige onderzoekingstocht leidde naar een kartonnen doos, die de oppas blijkbaar ’s avonds had aangenomen. ‘Aan Kronkel’ stond er op, want onder dat pseudo schrijf ik mijn meeste stukjes, maar de naam van de afzender was vergeten. Toen ik de doos openmaakte, bleek er een grote zwarte poes in te zitten, die ons onnoemelijk melancholiek aankeek. Ze had zich zeker verveeld, daar in dat donkere hokje.
‘Dat is een grapje van de een of andere lezer,’ zei ik, want als beroepsguit heb ik een fijn vertakt gevoel voor leuke streken gekregen.
De poes sprong uit de doos en liep angstig de gang in. Toen wij op haar neerkeken, zagen wij dat ze in blijde verwachting was, waardoor het mopje sterk devalueerde. In de keuken dronk ze meteen een liter melk op. Toen spreidden wij haar een veldbed en gingen zelf ook maar slapen.
De kinderen waren de volgende ochtend reeds om zeven uur in de wolken over onze aanwinst en vulden het huis met vreugdegeschal, maar de poesen uit de buurt deden later op het plat erg vrouwelijk tegen haar, terwijl een nutteloze kater, die precies op oom Dirk lijkt, verschrikt om haar heen dribbelde en zo nu en dan zijn hand zonder enig doel op haar hoofd legde. Zeer waardig en rustig reageerde zij op al dat gespuis en toen het avond werd, droeg zij haar dikke lijf moeizaam naar een soort praalbed, dat de kinderen inmiddels in de keuken hadden opgetrokken.
‘Je moet er niet over schrijven,’ zei mijn vrouw. ‘Anders gaan ze allerlei beesten sturen. En lilliputters. Of oude mannetjes met een kaartje aan de hals met “Wees goed voor opa” er op.’
Zij besloot geen enkel pakje meer te accepteren en stuurde nog diezelfde dag een precies eendere kartonnen doos, die een heer wilde afgeven, terug aan de afzender. Later bleek er een servies in te zitten dat we lang geleden eens hadden besteld.
Vannacht is de bevalling geschied. Ja, dank u – alles goed. Het zijn er vier. Helemaal zwart. De onbekende eigenaars van deze moeder hebben zich zelf benadeeld met hun rijke zending. Want het is, nu alle mensen weer zo zijn geschrokken van die dekselse wereldgeschiedenis, eigenlijk een beminnelijke ervaring om in de keuken eens in de ogen te kijken van een wezen dat haar geluk niet op kan.”

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)
Portret door Peter Vos, 1983

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

te grote woorden

huis

kort
slot van
kamerdeur naar kamer
deur een ketel uit
droge
muren vloer plafond uit
gedoofd
lampenlicht
verschroefd verhout
in het nabije
metselwerk de adem
koelt met elke hart
slag uit
de verte dreunen
afgietsels van overleden
evenzeers van de
afgeschermde
sterrenzee
verwijdert de stoel in de
gesloten
gereinigde keelholte
rust ‘n
tong die
nooit bevriest

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.