C. O. Jellema, Mary Oliver

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

In het bos

daar was het zo stil
ik kon mijn stem er niet verbergen
in het rumoer van auto’s
in de muziek van een café

er was geen omweg voor het woord
en geen geluid waarin het kon verdrinken
en weer gevonden worden
alsof het van een ander was

wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde
had je het onherroepelijk gehoord
hadden wij zwijgend verder moeten lopen
te stil was het ik durfde niet

en toen we bijna bij de huizen waren
en ik het zeggen ging zag je
een eekhoorn je wees
en holde naar de boom waarin hij was geklommen

 

Slapeloosheid

liefde heeft een lichaam
als het mijne huid en mond
nevels dwalen uit de grond
bij de buren ’t licht aan

nachtlucht moet ik slikken
donkernatte toverbal
bomen staan te bidden
voor een sterfgeval

tussen vingers zichtbaar
wordt een rode vonk
lucifer verdronk
in de nevel sissend

achteroverliggend
glijd ik naar de grond
hoe mijn armen dichtgaan
haren in mijn mond

 

Winterwandeling

Weet je wat is? – als het door sneeuw bedekt
zich inkeert tot een kern die wij niet kennen,
die dood lijkt als het doodse staan van dennen
aan randen die het sneeuwen samentrekt

rondom een vijver, blinder oog dan wennen
aan zo veel witheid die het oog bevlekt
van binnen uit, dat het dood ontdekt
in zich, drijvende vlokken die ontkennen

dat je het weet: het smelt op donker water
nog voor het spiegelbeeld geworden is,
oplossend tot oorspronkelijke staat-

nog zie ik jou, maar denkend nu aan later
vind ik ook in jouw ogen duisternis-
in ’t onbehuisde thuis, in jouw gelaat.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

VEERTIG JAAR

veertig jaar lang
zijn de vellen wit papier
onder mijn handen doorgegaan en heb ik geprobeerd
om hun vreedzame leegte

te verbeteren
door kleine krullen kleine schachten
te plaatsen van letters woorden
kleine springende vlammen

niet één pagina
vond ik minder dan fascinerend
discursief vol cadans
waarvan de bleke nerven zich verbergen

in de krommen lijnen van de Q’s
achter de soldateske H’s
in de zwemvliezen van de W’s
veertig jaar

en vanmorgen weer zoals altijd
ben ik gestopt zodra de wereld terugkomt
nat en mooi ik denk
dat taal

niet eens een rivier is
geen boom is geen groen veld is
niet eens een zwarte mier is die
energiek bescheiden onderweg is

van dag tot dag van één
gouden pagina naar de andere.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor de schrijvers van de 9 september ook mijn blog van 9 september 2020 en eveneens mijn blog van 9 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Elly de Waard, Mary Oliver

De Nederlandse dichteres, vertaalster, recensente en popcritica Elly de Waard werd geboren in Bergen (NH) op 8 september 1940. Zie ook alle tags voor Elly de Waard op dit blog.

 

Aan…

Zoals een vader, die zich in zijn
kinderen verdiept –
zo is de wind, als hij het blad beschouwt
dat hij nog hangen liet.

De wijze waarop kou, koortsachtig,
wolken aan je lippen graast, nu je ligt uitgeteld,
is die van wollen schapen op een pasgeschoren veld –
zo raadselachtig.

Teveel doen heft tekort gedaan nooit op –
voor sommig verdriet is de dood het intiemste.
Winter, gelukkige gevangenis,
waarin wij zijn geveld door rust, niet meer door ziekte.

 

Wie Zegt

Wie zegt dat vlinders geen bibliotheken
Hebben waarin de stand van het verpoppen

Tot op de draden staat berekend?
Bloembladeren geen ponskaarten zijn

Van andere berichten dan van eten?
Onze uren zijn hun leven

Maar onze ondergang valt net zo min
Te meten aan het perspektief

Van sterren waarin wij ons onzichtbaar
Weten. Uit uitspansel is de limiet

Aan elk gedachtenstelsel
Gevangen in het gareel waarvan

Wij kruipen of rennen
Alnaargelang.

 

Media vita

Verspreid tegen de lucht gespijkerd als de sterren
En van liefde ziek ben ik, ik kom tot niets.

Nacht is het in je ziel, de grijze iris van je blik
Balt zich rondom je ondoordringbare pupillen samen.

Ons bed, de plek van je confessies, is zo naakt
Als kalend linnen en zo onbevlekt

Als het uitzicht op de stad die in de diepte
Voor het raam van dit hotel in sneeuw ligt uitgeteld.

Een wolkenkrabber klieft het stratenplan
Dat in een vorige eeuw met vaste hand werd aangelegd –

Platanen, stammen bladderend als plafonds,
Ontbloten er hun pleisterwerk en in hun takken

Hangen uitgebrand de vruchten van hun lampions –
Zwart kant bedekt frivool balcons, ook die van onze kamers

Waar de stoelen gapen nu over de vloeren
Lopers van ochtendlicht in banen worden uitgerold.

Wij reizen samen,
Slapen zonder lief te hebben en staan haastig op –

Stations zijn dit en restauraties, haltes, oponthoud
En alles wat zij van ons vergen

Is wat de opdracht is van elke dag aan elk voor zich:
De tijd te doden tot wij sterven.

 

Elly de Waard (Bergen, 8 september 1940)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De volgende keer

Wat ik de volgende keer zou doen, is kijken naar
de aarde alvorens iets te zeggen. ik zou stoppen
net voordat ik een huis binnenging
en een minuut keizer zijn
en beter naar de wind luisteren
of naar hoe stil de lucht is.

Als iemand tegen me zou spreken, zij het
verwijtend of lovend of gewoon als tijdverdrijf,
zou ik naar het gezicht kijken, hoe de mond
moet werken, en elke spanning zien, elke
teken van wat de stem verhief.

En vooral zou ik meer begrijpen – de aarde
die zich schrap zet en zweeft, de lucht
die elk blad en veer boven
bos en water vindt, en voor ieder mens
het lichaam dat in de kleding gloeit
als een licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e september ook mijn blog van 8 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Christopher Brookmyre, Cyrus Atabay

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

Uit: Als de duivel leidt  (Vertaald door Harmien Robroch)

“Ik heb haar het leven ontnomen.
Ik kan het niet ontkennen, heb ik ook nooit gedaan, in elk geval niet voor mezelf. Onder een weidse, donkere, Schotse sterrenhemel heb ik haar het leven ontnomen, terwijl onze collega’s en vrienden even verderop in het grote huis zaten en niets doorhadden.
Ik heb haar het leven ontnomen, wat mijn leven er beter op maakte. Ook dat kan ik niet ontkennen; onverkwikkelijk misschien, een akelige waarheid, maar desalniettemin de waarheid.
Ik leef al dertig jaar met deze wetenschap. Ik zal niet liegen en beweren dat er geen dag voorbijgaat dat ik haar gezicht niet voor me zie; ooit was dat misschien zo, de eerste maanden, misschien zelfs het eerste jaar, maar naarmate de tijd vorderde, bleven de herinneringen langer weg, nam de angst verder af, verwaterde het schuldgevoel. Maar ik zie haar nog steeds voor me, zo duidelijk als die nacht. Haar gezicht vol energie en leven, kleur en uitdrukkingen; en ik zie het ook nietszeggend en leeg en bleek, als een weerspiegeling van de volle maan. Mijn herinneringen aan haar zijn niet vervaagd, alleen opgeborgen als de rekwisieten van een toneelstuk. Zo nu en dan heeft iets in mij behoefte aan een reprise.
Maar geen toneelillusie, dramatische kunstgreep of kunstbloed zou ooit overtuigend genoeg zijn. Die avond leerde ik hoe de dood er werkelijk uitzag.
Ik zie nog steeds de bleke huid van haar armen en benen in dat jurkje met korte mouwen, haar ledematen vreemd rondom haar als een buikspreekpop of marionet, poppenogen die voorgoed een glazige blik hadden gekregen. Het was geen beschuldigende blik. Hij ging langs me heen, was gericht op een plek die niet meer van deze wereld was.
Ze lag op de zachte grond en de maan scheen een schemerig licht op haar begrafenisprocessie, met bomen als baardragers, ogen van bedeesde, angstige wezens die ongezien knipperden en getuigen waren (en één van die bedeesde, angstige, ongeziene wezens zou een mens blijken te zijn).
Aan haar graf werd niet gesproken, geen eerbetoon en geen tranen. Het was er plechtig en stil.
Er kwam muziek uit het huis. Het geluid klonk ver weg, niet verbonden met de plek waar ik stond, een eiland in de tijd waar nog niemand wist wat er was gebeurd. En toch was het zo vlakbij. Er hoefde maar iemand mij te zoeken, haar te zoeken, en het eiland zou overspoeld worden. Ik had de kans om die afstand te behouden, maar de muziek die door de lucht zweefde zei me dat ik snel moest handelen en vastberaden moest zijn.”

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

 

De Duitstalige, Iraanse dichter en schrijver Cyrus Atabay werd geboren op 6 september 1929 in Teheran. Zie ook alle tags voor Cyrus Atabay op dit blog.

 

Over de weerklank

Hoogstens een kenner
van de klopsignalen van de specht,
de afwijkingen en resonanties
onderzoekend van de wisselende boomstammen,
en elk hout heeft een andere toon.
De eisen van de natuur zijn legio
en nestbouw is er maar één van

voor deze luidruchtige vogel,
die op tijd verder trekt,
op zoek
naar een onvindbare echo.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Cyrus Atabay (6 september 1929 – 26 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e september ook mijn blog van 6 september 2019 en ook mijn blog van 6 september 2017 en ook mijn blog van 6 september 2015 deel 2.

Marcel Möring, Richard Jones

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

Uit: Amen

« ….. bijvoorbeeld: als jullie het deden (wat is het woord?) dat het dan soms was alsof je niets in je armen had, een amandelogige schone met een gezicht als de maan en heur borsten als lammeren die onder de leliën weiden, ogen als bedauwde druiven en een mond van honing, een droom die zich in jouw armen vlijt en je doet vergeten wat het is, het leven (deze korte opflakkering enzovoort), de wereld, jullie, dat wil zeggen wat jij bent en wat zij is, dat er geen verschil meer is tussen haar en jou, dat je niet meer weet waar zij begint en jij eindigt, zij in jouw armen, jij in haar armen en je beweegt en de wereld beweegt …under us all moved, and moved us, gently, up and down, and from side to side… en plotseling, als het moment daar is waarop twee ophouden te bestaan en op het punt staan één te worden, daar lost ze op en ineens is er de leegte en het besef van wat je aan het doen bent, dat je op een ander mens ligt, dat je een kluwen van ledematen bent, een worsteling, kussens die zich ermee bemoeien, lakens die je benen grijpen, de radio van de buren …is het lang geleden, is het lang geleden… jouw geknikte pols, haar lege ogen, haar in het niets starende ogen, of misschien kijken ze juist naar binnen, naar een plek daar in haar diepste binnenste, een plek waar jij niet kunt komen maar waar je wilt zijn, want je wilt weten wie zij is, wie dat is die hier in jouw armen ligt en dit doet met jou maar ook heel erg zonder jou en je zegt waar denk je aan? en zij zegt nergens aan en dat kun je je niet voorstellen, want je bent versmolten tot een Griekse beeldengroep van lust en verlangen en begeerte en dan moet er toch iets zijn als wat wil ik van hem/haar, wat wil zij/hij van mij, wat ben ik voor haar/hem en wat is hij/zij voor mij, dus je vraagt wat ze voelt als ze nergens aan denkt lust, woede, vreugde, geilheid, weet ik veel en ze zegt geilheid, denk ik en je denkt denk ik? want geilheid is niet vaag, geilheid is duidelijk, als er iets duidelijk is dan geilheid, je zegt wat voel je dan als we vrijen? (wat is het woord?) en zij die haar wenkbrauwen fronst, want Joyce houdt er niet van om over deze dingen te praten – je hebt haar ooit gevraagd wat haar fantasieën waren en het heeft drie jaar geduurd voor daar een soort antwoord op kwam en dat was niet zozeer een fantasie als wel een plan van aanpak – hoe het was als jullie het deden, dat vroeg je, en ze zei zoiets als nou, gewoon en je denkt gewoon? gewoon dat is als een katholiek die de heilige communie omschrijft als ‘een stukje brood en een slok wijn’.
Misschien is dat het: dat jij communie wilde en zij brood en wijn.”

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, in 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

LIED VAN DE OUDE MAN

Ik had eerder kunnen sterven, toen mijn lichaam
nog steeds perfect was, een en al spieren en verlangen,
en geloofde dat het mooi was,

maar dan zou mij het wonder van het zien,
onthouden zijn, door de jaren heen,
hoe mijn lichaam verdwijnt, zacht wordt

en wazig als een oude foto,
als een heldere herinnering die vervaagt
in het onbekende donker, waar herinneringen heengaan,

totdat het lichaam eindelijk is vergeten,
wegvallend als een bloemstengel
die het seizoen overleefde om maar één keer te bloeien

maar nog steeds zoete geuren de lucht in stuurde,
en onderdeel werd van alles wat daar is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e september ook mijn blog van 5 september 2020 en eveneens mijn blog van 5 september 2018 en ook mijn blog van 5 september 2017 en ook mijn blog van 5 september 2015 deel 2.

Helga Ruebsamen, Richard Jones

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog.

Uit: Beer is terug (Postbode)

“De bel ging. Het was een uur of elf. Dora stond in haar peignoir in haar droomkeuken. Ze stond hier al een poosje, maar ze wilde eigenlijk niets. Behalve misschien weer terug naar bed, met alle dekens over haar hoofd. Een paar uur eerder op deze grauwe winterochtend was Nils humeurig vertrokken omdat zij niets had kunnen verzinnen dat hem een erectie bezorgde. Ze was er nog te slaperig voor geweest. “Heb je gisteravond toch weer te veel gezopen”, snauwde hij haar toe. Zwakjes had zij geantwoord, zo zacht dat hij het niet kon horen, want hij was al bijna de slaapkamer uit: Bij sommige mannen gaat het ook gewoon vanzelf. Hij had het toch gehoord. Hij kwam er zelfs voor terug, boog zich over haar heen en schreeuwde: “Niet met een kouwe koe.” Ze wist al langer dan vandaag dat het niet zo goed ging, met haar en Nils. Maar ze had niet geleerd, zoals talrijke mensen in haar omgeving klaarblijkelijk wel, hoe men een uitgeblust huwelijk nog tot de dood erop volgt in stand houdt. Haar dag was bedorven. Ze had geprobeerd van welke kant ze haar huwelijk liet beste kon beschouwen. Dacht ze terug aan hoe het vroeger was geweest, dan begreep ze dat veel was verloren, zo niet alles. Dacht ze vooruit, aan hoe het moest worden, de volgende twintig jaar, dan zag het er pas echt wurgend uit. Nils kon niets meer van haar verdragen. Als hij niet kwaad was over haar drankgebruik, dan minachtte hij haar omdat ze te veel rookte, en als ze de sigaretten met veel moeite had afgezworen, dan vond hij dat ze te veel vrat. Haar gewicht en omvang mocht ze weleens halveren, had hij haar zondagavond toegebeten, hij ging er nota bene tegen opzien naast zo’n mastodont in bed te schuiven, hij keek liever naar het laatste tv-journaal, met die leuke Pia Dijkstra. “Zal ik dan spelen dat ik Pia Dijkstra ben, die het nieuws voorleest en dat jij dan als inbreker vermomd de studio binnensluipt en mij van achteren bespringt…?” Hoe diep kon een mens zinken? “Hm”, had Nils gezegd, “van achteren, hm, dat zou nog gaan, met niet te veel licht erbij dan. Zeg, jij kunt haar stem toch wel een beetje nadoen, hè?” Waarom was ze, meer dan een kwarteeuw geleden, toen ze trouwde met Nils, van ganser harte gestopt met haar kwakkelende loopbaan in het theater? Om beter voor haar man te kunnen zorgen? Ze speelde de laatste jaren meer en beter toneel dan ze op de planken had gedaan. De bel ging nog eens, niet opdringerig maar heel decent. Don keek door de luxaflex, oei, een boeman stond voor de deur. Ze rilde ervan, maar het was de postbode, met een bivakmuts op.
Ze bestudeerde hem door de spleetjes van de zonwering, ze nam hem van top tot teen op, meer uit gewoonte dan uit veiligheidsoverwegingen. Ze kon aan de verleiding van een pakje toch geen weerstand bieden, daarom ging ze de deur hoe dan ook opendoen. Al zou het de laatste daad van haar leven zijn, al was ze nog in haar smoezelige peignoir. In de gang stelde ze zich voor hoe de dikke roodgekuifde postbode haar met een schot hagel in de onderbuik zou vloeren, hoe hij haar met zijn voet opzij zou schuiven, hoe hij vloekend voor de lege brandkast zou staan en uit woede haar dus alsnog verkrachten. Dan bloedde ze langzaam leeg op het marmer.”

 

Helga Ruebsamen (4 september 1934 – 8 november 2016)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, in 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

Zijn er gedichten die je niet publiceert?

Zelfs C. P. Kavafis –
cynisch, ascetisch,
onbekend in zijn tijd –
drukte op eigen kosten
gedichten die niemand wou publiceren,
gedichten intiem, persoonlijk,
om te delen met lezers
die hij vrienden noemde.

Maar ik heb honderden gedichten
verstopt in een doos.
Ook al weet ik dat
Kavafis ooit verzen
In zwarte en gouden linten wikkelde
om cadeau te doen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e september ook mijn blog van 4 september 2018.

Jacq Firmin Vogelaar, Adrian Matejka

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Oefeningen in het dagboekschrijven (augustus ’81, tweede keus) 28/7. Dinsdag

“+ In het voorgaande heb ik gesmokkeld. Teveel gestileerd. Als schermbloemen voegen zich aantekeningen rond een kern, waaieren uit en er komt tekening in. Alsof dat vanzelf gaat. De volgorde heb ik echter pas achteraf aangebracht, zodat er een natuurlike ordening van gedachten is ontstaan (in tegenstelling tot de wanorde van sprongen, zijpaden, herhalingen enz. zoals de aantekeningen van dag tot dag op papier komen), een natuurlike ordening die het resultaat is van een ingreep.

Zo kwam het mij bvb., voor het kontrast, beter uit om het bezoek aan N. een week naar voren te schuiven. Daardoor komt de mededeling van A. harder aan, daar ik (net ziek geweest) nog niet bekomen ben van het onthutsende bericht dat W. mij stuurt over D., zijn zoon, met wie ik vele jaren eng bevriend ben geweest.

+ Zolang ik niet het geschikte schrift heb, kan ik niet beginnen.

+ Beschouw deze maand als voorspel – als inwerkperiode. Misschien zal ik daarna echt kunnen beginnen.

+ Ik wil een tijdje m’n handen vrij hebben, me niet zo volledig binden aan de Operaties. Het geplande deel 4 is nog lang niet in het stadium van schrijven. En het dagboekplan komt vooral voort uit de (bijna fysieke) behoefte om te schrijven, aan iets substantieels, dageliks. In principe moet die vorm me de gelegenheid bieden om niet direkt bij elkaar horende bezigheden en onderwerpen in één kontekst samen te brengen.

De werkwijze ligt voor de hand: sinds Raadsels heb ik de voortgang van de produksie systematies in draaiboeken bijgehouden – de schriften als logboek (of: machinekamer en stuurhut tegelijk). Niet alleen kon ik dankzij de chronologiese ordening op elk moment alles terugvinden en rekapituleren; ik hield daardoor ook greep op het vermenigvuldigingsproces. In de metode van werken verwarring zoveel mogelik uitschakelen. ‘Un hasard doit être incessament la matière d’un calcul rigoureux’ (Poe geciteerd door Jules Verne).

+ Ik hoorde de transistorradio schetteren en nam daarom aan dat de buurman aan het werk was; er bleek niemand te zijn, maar de radio stond wel aan. De stad is overal.

+ Waarom zou ik geen wederwaardigheden (wat ’n woord) verzinnen? Ik kan me in een bedachte situatie gemakkeliker van een afstand bekijken dan in een verslag. Een fiksie maak ik intenser mee dan een gebeurtenis die me overkomt.”

 

Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

 

De Afro-Amerikaanse dichter Adrian Matejka werd geboren in Neurenberg, Duitsland, op 5 september 1971 en groeide op in Californië en Indiana. Zie ook alle tags voor Adrian Matejka op dit blog.

 

Prijsvechter

Ik hou van paarden omdat ze de snelste man
voorbij zullen lopen. Ze zijn majestueus,

zo statig als een zaterdagse vrouw
voor een feest. Paarden ruiken naar wat

het betekent snel te zijn: zweet en grind
dat opspat tijdens het vroege ochtend lopen.

Het in- en uitademen als grind
in vermoeide longen. Ik verzorgde ze en racete met

paarden van Texas tot Boston totdat
er een mijn dijbeen brak met een zijwaartse

trap. Ik kan geen paard meer rijden,
maar zelfs als ik het zou kunnen, we hebben deze

auto’s nu die ons met 1 km per minuut
kunnen vervoeren. Ik koop de snelste

auto die ik kan vinden zodra ik mijn geld
bij elkaar heb. In de ring,

ben ik als een auto. Mijn vuisten werken
als opgevoerde motoren. ik heb

het soort elasticiteit waar andere vechters
van dromen nadat ik ze heb laten inslapen

op het canvas. Als ik een man vastgrijp,
is het alsof ik wordt gewikkeld in vergeving.

Als ik een man haak, is het alsof ik wordt geraakt
door frustratie. Ik weet niet of paarden

blij of verward zijn door de nieuwe
manier van voortbewegen, maar ik kan met zekerheid

zeggen: mijn prijsvechtende cohorten
zijn beslist ontevreden over mijn aanwezigheid.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Adrian Matejka (Neurenberg, 5 september 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Willem de Mérode, Sabine Scho

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

Bach

Ich will dir mein Herze schenken,
Senk dich, mein Heil, hinein
Mattheus Passion

Het huis is donker, maar het raam
Opent op den kristallen hemel.
Doorschijnend deint ‘t bloed rood gewemel
Van wijnloof: zalig aardsche naam.
Wij kijken met onwillige oogen.
De lucht lijkt donkerder en dof,
En zilverzijig glanst de hof;
‘t Aardsch paradijs beheerscht het Hooge.

Dan dringt de hemel tot ons binnen,
Een stem verheft zich, wij beginnen
Met een ontspannen aangezicht
En vredig hart ons weg te schenken
En voelen ons van licht doordrinken
En gaan verloren in het licht.

 

De schilder

Hij schilderde, en somtijds was hij dronken.
Hij joeg den roes na, en hij schilderde
Zelden en trager, en verwilderde
Zijn wezen; uit zijn doeken sloegen vonken
En duisternis; een gouden chaos zwol
En spookte om aangezichten zondoorblonken.
En zijn gelaat met de geschonden schonken
Brak uit dien nacht: een zieklijk bleeke bol.

Was dit een leed of een delirium?
En lag hij voor Gods lichtempyreum
Gelijk de schaduw van de hooge zuilen
Den grond dekt, stil, waar anderen in schuilen,
En rees zijn ziel gelijk de ranke schacht
Glanzend en gaaf hoog boven dezen nacht?

 

De schat van duizend kinderharten

Mij is de schat van duizend kinderharten,
Mij is de jonge toegenegenheid
Van oogen, iedren morgen nieuw verblijd,
Hun luide vreugde, die elk leed durft tarten.

Elk lachje dat er in hun oogen rijst,
Schenken zij gul en gaarne weg en blij.
Ik min hen allen, allen minnen mij.
Daar is niet een, die mij geen gunst bewijst.

Ik ben bemind van schoone jonge knapen,
Mij minnen teedre meisjes rilde en rank,
En aller liefde is als hun zielen blank.
Naar mij verlangend gaan zij blozend slapen.

O, wie zou niet mijn heerlijk lot benijden?
Maar waar is ’t hart om mij aan uit te schreien?

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

green

iemand wil dat ik gras
zeg en een deken uit-
spreid, goed gras, de pure
weelderigheid van herkauwers
het is niets, laat ik bereid–
willig weten, niets dan
wind in de wilgen, marsdeug-
delijk, blue jeans uit de
snelreiniger, bij voorkeur
fotosynthese, stromatoliet-
velden, temperatuurdalingen in woeste
bloei, korstig uitzicht, koste-
loze lasergravering, niets en niet
de geringste neerslag

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

W. F. Hermans, Sabine Scho

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Frederik Hermans werd geboren op 1 september 1921 in Amsterdam. Zie ook alle tags voorW. F. Hermans op dit blog.

Uit: Van Oudshoorn, wat ik me van hem herinner

“Zo ongeveer in de maand maart van het jaar 1951 moet Van Oudshoorns toenmalige uitgever, die een grote hekel had aan bestsellers, me verteld hebben dat de bijna vergeten schrijver van Willem Mertens’ Levensspiegel en andere boeken, een eenzame oude man was en dat hij niet ver bij mij uit de buurt woonde. – Ik was destijds gevestigd in Voorburg. – Van Oudshoorn zou het vast en zeker zeer op prijs stellen als ik hem eens ging opzoeken. De bloemlezing uit Van Oudshoorns werk Doolhof der Zinnen was onlangs verschenen en allesbehalve een bestseller, wat ik betreurde. Ik vond b.v. de roman Louteringen indrukwekkender dan Vestdijks Anton Wachterromans, die er hier en daar enigszins op lijken.
De uitgever gaf me Van Oudshoorns adres en liet me ook een papiertje zien, waarop de schrijver met grote oudemannenhanepoten had genoteerd: ‘Robert Musil. Die Verwirrungen des Zöglings Törless’. Dit was, zei hij, Van Oudshoorns lievelingsboek.
Musil en dit al in 1906 geschreven verhaal waren toen bijna bij iedereen onbekend. Ik had er ook nooit van gehoord. Pas zes jaar later zou Musil plotseling beroemd worden. Er is, voor wie dit denken mocht, weinig overeenkomst tussen Van Oudshoorn en Musil.
Ik vroeg bij Van Oudshoorn schriftelijk belet en een ontmoeting vond plaats op dinsdagmiddag 3 april 1951, in zijn bovenhuis Van Imhoffplein 17, Den Haag, aan de rand van een geweldig platgebombardeerd stadsgedeelte. Er had daar toen nog weinig of geen herbouw plaatsgevonden. Bij de begroeting zei Van Oudshoorn:
‘Zo. Ik ben aan het eind van mijn schrijversloopbaan en u aan het begin. Dat lijkt me allebei even onaangenaam.’
Hij had een zure, enigszins nasale stem, met een lichtelijk Amsterdams, ten minste West-Nederlands accent.
Zijn vrouw, die zeer slecht Hollands sprak, met veel Duits er doorheen, deelde op een gegeven ogenblik mede:
‘Iek bin geborene Deutsche.’
‘Hè, ja,’ zei de schrijver, ‘dat moet je meneer Hermans vooral gaan vertellen, dat jij een geboren Duitse bent. Dat kan die man nou echt helemaal niet aan je horen.’
Hij praatte op vlakke, maar vernietigende toon.
De vrouw liet zich daarop gaan in een heftig soort zelfvernedering, met uitroepen over ‘wij stomme Duitsers’, over Hitler ‘slechte rotvent’ (daarna sloeg ze haastig haar hand voor haar mond, omdat ze een voor haar gevoel zeer onbehoorlijk woord had uitgesproken), over dat Hitler ‘Europa kaputtgemacht’ enzovoorts.”

 

W. F. Hermans (1 september 1921 – 27 april 1995)

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

yellow

twee even grote helften
de pitten, het sap, de knobbels
tentakels van binnenuit die
alles bij elkaar houden, de binnen
huid van de binnenhuid, elastomeren
doorgesneden, ik ging door de
schil, passievrees inboezemen
een schilder stond model, and you really
wanted to ask, what I was afraid of?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e september ook mijn blog van 1 september 2020 en eveneens mijn blog van 1 september 2018.

Wolfgang Hilbig, Sander Kok

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

VERSE UM AN FRÜHERE ZU ERINNERN

so lang schon unerforscht der kühle feuchte
herbst der eindrang ins reale haus woher
in meiner sprache sprech ich immer
mit einem der ich heißt

                                        ich weiß
welcher trost ihm einfache lügen sind
er schlägt nicht zurück wenn ich sage du
mußt sterben daß ich leben kann

ich habe dich so ganz entblößt
dich narren harlekin der fremden bunten lumpen
mir folgst du nicht mein weites steigen
frommt mir
                  dir nicht
das haus ist schwer
vom herbst der erde verhangen und brüchig
vom lärm deiner feuchten seufzer
wo bist du denn ich habe dich noch nicht erblickt −
mit bösem lachen
sage ich wisse ein jahr ist nichts −
doch ich weiß der tod erst gibt mir recht

ihm nicht ihm gehe ich nicht auf den leim −
woher nur weiß ich wie im keller
ein schwarzes wasser wartet
in kühler ruh die allem seinen glanz nimmt −
und zögernd seit langem
steigt er über viele stufen
hinab
          vorsichtig langsam
um nicht zu stürzen steigt er
seit jahren die grünen stufen hinab

 

radeloosheid

op de tafel liggen mijn ellebogen
in korte mouwen mijn bundels onvast
en mijn blikken en boeken
en zwijgen

totdat ik mezelf vind verward en
dronken in de late straten
struikel ik zie
ik de hemel zich
stil over
de daken haasten
mijn handen
heb ik verloren

al mijn gezichten heeft de regen
uit de bomen gesleept die kaal
de wind volgen door de avondstraten
de wind heeft in alle huizen gewaaid
al mijn gezichten die
daar op de tafels liggen
de woordeloze boeken zijn
doorgebladerd

wat nu – –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

De Nederlandse schrijver Sander Kok (ook bekend fotomodel) werd geboren in Arnhem op 31 augustus 1981. Zie ook alle tags voor Sander Kok op dit blog.

Uit: Smeltende vrouw

“De gekke buurman, Andriessen, en diens vrouw Bella, als dat haar echte naam was, leken niets met elkaar te delen. Soms, in de zomer, als Andriessen en ‘Bella’ naast elkaar in de tuin lagen, legde de buurman zijn boek neer en begon hij eindeloos tegen zijn vrouw te wauwelen, die dan vooral knikte maar nauwelijks iets terugzei; tot een uitwisseling van ideeën of gevoel leek het nooit te komen. Hoe anders was het met zijn eigen vrouw. Uitwisselingen van ideeën hadden ze misschien weinig, maar die kon hij ook hebben met de boeken die hij las; met Neeltje wisselde hij gevoel uit, stil, zwijgend gevoel, gevoel dat zijn wortels heeft in een diepe verbondenheid tussen twee geesten die werkelijk, in de meest eerlijke zin, bij elkaar horen. Lieve Neeltje. Hij had van school een cadeautje voor haar meegebracht, een klein bewijs van liefde.
Sommige mensen hielden van elkaar, zonder te weten waarom. Hij kon zich dat niet voorstellen. De liefde was raadselachtig, maar de functie van de liefde was dat niet. Niet weten waarom je van iemand houdt, is zoiets als niet weten waarom je gaat slapen als je moe bent.
Ja, het was een zware dag geweest, maar nu liep hij naar huis, zou hij Neeltje zien opbloeien. Hij bracht de boekentas naar zijn andere schouder. De sneeuw knarste onder zijn laarzen. Op het midden van de brug over de Oude Rijn, waar Leiden overgaat in Leiderdorp, vermoedde hij vandaag onder de sneeuw een onzichtbare grens, die meer was dan de bestuurlijke afbakening tus-
sen twee gemeentes. Ze scheidde school en thuis, twee werelden waar andere wetten golden. De werelden raakten elkaar zoals de gemeentes, zonder dat ze in elkaar overliepen.
Een van de redenen dat hij deze baan had gewild, was dat hij door de geringe afstand naar huis kon lopen. Hij hield van lopen. ‘Lopen kalmeert de geest,’ fluisterde hij, de handen diep in de zakken van het ski-jack gestoken. Soms dacht hij geen geest te hebben zolang hij niet liep. Lopen veroorzaakte zijn geest.”

 

Sander Kok (Arnhem, 31 augustus 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e augustus ook mijn blog van 31 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 31 augustus 2019 en ook  mijn blog van 31 augustus 2018 en ook mijn blog van 31 augustus 2017.

Charles Reznikoff, Wolfgang Hilbig

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Slave Sale: New Orleans

To begin with, the slaves had to wash themselves well,
and the men who had beards had to shave them off;
the men were then given a new suit each,
cheap but clean, and a hat, shirt, and shoes;
and the women were each given a frock of calico
and a handkerchief to tie about their heads.
They were then led by the man selling them into a large room;
the men placed on one side, the women at the other;
the tallest at the head of each row
and then the next in size
and so on to the shortest.

Many called to look at the slaves for sale
and the seller kept talking about their qualities;
made them hold up their heads and walk about briskly;
and those who might buy had them open their mouths
to look at their teeth,
and felt their arms and bodies,
just as they might a horse for sale;
and asked each what they could do.
Sometimes a man or woman would be taken to a small house in the yard,
to be stripped and looked at carefully:
if they had the scars of whips on their backs
that would show they had been troublesome.

During the day a number of sales were made;
and a planter from Baton Rouge bought Eliza’s little son.
Before that the boy had to jump and run across the floor
to show his activity.
But all the time the trade was going on,
his mother was crying and wringing her hands
and kept begging the man who was thinking of buying the boy
not to buy him unless he bought her, too,
and her little daughter:
and Eliza kept saying that if he did she would be “the most faithful slave that ever lived.”
But the man from Baton Rouge said he could not afford to buy her,
and then she began to cry aloud in her grief.

The man selling the slaves turned on her, his whip lifted,
and told her to stop her noise:
if she would not stop her “sniveling”
he would take her into the yard
and give her a hundred lashes.
She tried to wipe away her tears
but could not
and said she wanted to be with her children
and kept begging the man selling the slaves and the man from Baton Rouge—
who by that time had bought her son—
not to separate the three of them, mother, son, and daughter;
and over and over again kept saying how faithful and obedient she would be
and how hard she would work day and night.

But the man from Baton Rouge
said again he could not buy mother and son, let alone the three,
and that only the boy must go with him.
Then Eliza ran to her son, hugged him and kissed him
again and again
and her tears kept falling on his face.
The man selling the slaves kept cursing her
and called her a blubbering, howling wench
and ordered her back to her place in line
and to behave herself
or he would give her something really to cry about.

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

Achter mij

Achter mijn muur
aan de achterkant van mijn ondoordringbaarheid
in het licht
draait Gods speelgoed om zichzelf…
Achter mij deze draaimolens van rampen: fel beschilderd
en bedekt door de blauwe netten van de zon
en ver weg in verstarde muziek

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e augustus ook mijn blog van 30 augustus 2019 en ook mijn blog van 30 augustus 2017 en ook mijn blog van 30 augustus 2016.