Mario Petrucci

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

let us

talk
lip to lip as
though morning

just made us –
parted these
mouths

wan
as clay to
make way for

words that are
for us to
try

first
time on air
deft as dew on its

leaf – so let me
speak as an
adam

might
whose moment
is under a kind god

who looks on a half-
made garden
& come

eve
-ning will
change his mind

 

BUNSHOP

Startle-eyed, me and she, in the bunshop
where fourth-formers tried on cool

like over-sized blazers, lipsticked
with doughnut sugar and jam, and girls

gave little swivels in checked skirts,
dipping liquorice in lemon sherbet.

I peered into the deep pile of her mop,
saw white crumbs of scalp.   Smelt sulphur.

First detention ever, for using perchlorate
to singe her initials in benchwood.

Mr Grant: pissy lab coat, jaundiced
coot, grimace in a dough of face, thread

of custard forever stranded between
dummy lips – Use your loaf boy.

Too late.   Hovering behind the homework
each night: her marooned complexion, those

small white teeth.   That sulphurous perfume.
End of term.   Her hand in my pocket

my éclair in the other, I blew it.
Three stupid words.   I’m a Catholic.

The shop – a delicatessen now.   The school
long since converted.   Yet, hanging round

the drains, something still of Mr Grant
and her – that whiff of coconut mat

in her blouse, his nicotined lard of finger
and thumb, the spatula pinched between

dipped in the tart yellow of that test tube:
Make a note boys.   Sulphur.   Flowers of.

 

JIJ

Met jou hier beleefde ik een zoölogische tijd.
Bij de gootsteen kwijlde ik achter in je nek

met bloedhondkussen, poot op elke schouder.
Was een en al stokstaartje bij je sleutel in de deur
.
Onder de douche zou ik een roodborstje zijn, mijn hart
uitpiepen uit een van stoom druipende borst .

Onder donsdekens bij dageraad was ik eekhoornbesnord –
woelde en groef je uit, met kriebel-
tenen en al.

Op koude avonden, leguaan, zou ik langzaam lippen
likken, op handen en knieën rond je romp.

En toen je zei dat ik je man was
balkte ik zo hard dat ze het in Bosotoland hoorden.

Nu je weg bent, hurken ze achter slot en grendel.
Kom terug. Haal de dieren in mij naar boven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn blog van 29 november 2018 en eveneens mijn blog van 29 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Navid Kermani, Nicole Brossard

De Duits-Iraanse schrijver en islamist Navid Kermani werd geboren op 27 november 1967 in Siegen. Zie ook alle tags voor Navid Kermani op dit blog.

Uit: Zwischen Koran und Kafka

„Gott-Atmen. Goethe und die Religion
Stellen wir uns vor, wir würden nichts tun. Wir lägen bequem, die Hände neben dem Körper, hätten die Augen geschlossen, ringsum keinerlei Geräusche, fühlten keinen Schmerz, nicht einmal die Verspannung dieses oder jenes Muskels, frören weder, noch schwitzten wir. Wir würden sofort merken, daß wir nicht nichts tun können.
Wir würden immer noch atmen. Wir hörten, wie die Luft hauchend in die Nasenlöcher oder mit einem leisen Zischen zwischen Lippen und Zähne strömt; wir bemerkten, wenn wir genau darauf achte¬ten, das Kribbeln in der Kehle beim Durchzug der Luft; wir spürten je nachdem, wohin wir atmen, die Brust oder den Bauch sich wei¬ten, bevor der Atem wendet und die Kehle hinauf wieder aus dem Mund oder der Nase strömt, Brust oder Bauch sich senken. Wir
könnten die Luft anhalten, allerdings nur für einige Sekunden, bei sportlicher Konstitution etwas länger, eine Minute vielleicht oder zwei. Danach atmeten wir umso kräftiger wieder aus. Wir bestimmen nicht den eigenen Atem – nicht einmal über den eigenen Atem bestimmen wir. Über die elementarste Tätigkeit des Lebens haben wir – ich will nicht sagen: keine, aber nur minimale, nur einige Sekunden oder ein, zwei Minuten Verfügungsgewalt. Sind wir es dann überhaupt selbst, die atmen?
Es gibt wahrscheinlich keine andere Frage, an der sich der Unter¬schied zwischen einem religiösen und einem Bewußtsein, das die Welt rein immanent erklärt, präziser, anschaulicher, auch grundlegender festmachen ließe als die Frage nach dem eigenen Atem. Gott ist im Vergleich ein nachrangiger, vor allem ein zu abstrakter, letzt¬lich nicht erklärbarer Begriff – man kann religiös sein, ohne Gott im Munde zu führen; man muß das Wort nicht einmal kennen oder mag es für den Sprachgebrauch verwerfen. Erst recht amorph sind alle anderen Begriffe, die die monotheistischen Traditionen der Re¬ligion zuweisen: die Offenbarung, das Heilige, die Schöpfung. Selbst wenn wir uns, etwa auf der Grundlage langjähriger Spekulation oder einer spirituellen Erleuchtung, im klaren darüber zu sein meinten, was genau wir darunter verstehen, hätten wir keinen An¬halt, daß andere dasselbe verstehen oder vor zweihundert oder zweitausend Jahren verstanden haben. Es sind Begriffe, die eine lange, nicht nur in den Glaubens¬, mehr noch in den Sprachgemein¬schaften je spezifische Geschichte angereichert haben, mithin weit davon entfernt sind, etwas unmittelbar Angeschautes zu bezeich¬nen, wie man es für das Wort ‹Holz› sagen könnte oder für ‹Milch›, selbst für das Kulturgut ‹Brot›. Einen Laib Brot, ein Stück Holz, ein Glas Milch könnten wir jedem Menschen auf der Welt zeigen, und er wüßte es in aller Regel präzise in seine Sprache zu übersetzen –
nicht so mit der Offenbarung, dem Heiligen, der Schöpfung, erst recht nicht mit Gott.“

 

Navid Kermani (Siegen, 27 november 1967)

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

 

Weerklinkende steden

steden met het woord koraal
om de schaduw van de aderen
van binnenuit te observeren

galopperend met het schuim en de weerklank
van woorden en luchtspiegelingen in onze mond

ik zou graag terugkomen

zo vaak dat de horizon
van hitte beeft

verrast door kleine herhalingen van tederheid
door verwondingen keer op keer

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e november ook mijn blog van 27 november 2018 en eveneens mijn blog van 27 november 2017.

Connie Palmen, Christian Filips

De Nederlandse schrijfster Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit: I. M.

“Hij sluit de voordeur van de Reestraat af als ik vanaf de Prinsengracht de hoek om kom. We blijven allebei verstard staan, kijken elkaar aan en zeggen niks. Hij wou naar mij toe en ik naar hem, dat weten we. Zonder me van tevoren te waarschuwen wijkt mijn kringspier uit elkaar en ik doe het in mijn broek. Tegenover me spreidt hij zijn benen, grijpt naar zijn kont en roept verbaasd uit dat hij in zijn broek heeft gepoept. Ik zeg tegen hem dat ik dit keer wel met hem mee naar boven ga. Het is i z februari 1991, zeven dagen na ons interview. Onder mijn kleren draag ik die dag een veel te wijde boxershort
Anderhalve week daarvoor ben ik gebeld door de producer van zijn radioprogramma, Leonie Smit Zij vraagt me of ik op dinsdag 5 februari te gast wil zijn in Een Uur Ischa, om door hem geïnterviewd te worden. Mijn eerste boek is twee weken uit, ik heb nagenoeg iedere dag een interview gegeven, ik ben moe en vind het eigenlijk wel goed geweest. Terwijl ik al jaren rondloop met het halsstarrige idee dat Ischa Meijer en ik elkaar op een dag zullen ontmoeten en dat er dan iets tussen ons gebeurt, iets, ik weet niet wat, denk ik dat de tijd er nog niet rijp voor is en ik zeg naar waarheid tegen de producer dat ik op de ochtend van die dag al een afspraak heb met een journaliste van Elsevier, dat het me te veel wordt en ik ’s middags niet ook nog eens naar Eik en Linde kan komen. Voor het geval ik me mocht bedenken laat de producer haar telefoonnummer achter. Ik leg de hoorn op de haak In een flits realiseer ik me dat ik me vergis, dat dit wel het moment is. Zonder daar verder over na te denken draai ik het nummer dat ik zonet opgeschreven heb en zeg tegen Leonie Smit dat ik toch kom. Ze vraagt waarom ik me bedacht heb. ‘Toen ik de hoorn op dc haak legde wist ik dat ik er spijt van zou krijgen dat ik nee had gezegd,’ zeg ik.

‘La Palmen; gilt hij me toe als ik de studioruimte van het café binnenkom. We gaan het niet hebben over De Wetten hoor,’ zegt hij, terwijl hij mijn hand schudt, ‘we gaan het hebben over die hype rondom jou? ‘Ik wil het wel hebben over het boek,’ zeg ik. ‘Daar hebben we al genoeg over gehoord, die mediahype is veel interessanter: ‘Maar daar ben ik nu zelf onderdeel van.’ ‘Ho ho Palmen, niet zo scherp uit de hoek komen, laat dat maar aan mij over.’ Het programma wordt opgenomen met publiek. Voordat het begint loopt hij op een vrouw toe die op de eerste rij zit en hij fluistert haar vertrouwelijk iets toe. Die is straks verleden tijd, schiet het door me heen.
Via de luidsprekers horen we het einde van het nieuwsbericht en de aankondiging van het programma. Cor Calis staat klaar achter de microfoon en houdt met zijn trillende, oude handen de door Ischa volgetikte velletjes papier vast om daarna met een onmiskenbaar eigen stemgeluid de tekst voor te lezen.”

 

Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

een witte schoenveter

Flits nu. Dat is
mama’s hand hoe zij strikt! –

Strikken leert mij
hem wil leren: zij
zit tegenover haar zoon
strikt de veters,
……………………zo, beide handen
handen beide linksom in de lus
weet ze
………….– hoe om? zo om? schoenlepel stijl

straks zelf, nee zo om!
………………………………………..verder niets-

oh, in spiegelbeeld,
……………………………………..Moeder van God!
Weldra strikken we hem
Weldra hij ons

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christian Filips (Osthofen 22 november 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e november ook mijn blog van 25 november 2018 deel 2 en eveneens deel 2.

Dirk van Weelden, Christian Filips

De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden werd geboren in Zeist op 22 november 1957. Zie ook alle tags voor Dirk van Weelden op dit blog.

Uit: Die blik van Ninetto

“Poëzie levert geen wetenschap, geen filosofische theorie, geen religieuze leerstelligheden en zelfs geen kunstmetafysica op. Voorzover er van inzicht, uitzicht of overzicht sprake is, ligt die besloten in de ervaring van de poëtische activiteit zelf. En die is uiterst concreet, individueel en lokaal; gebonden aan dat ene landschap, de woorden in dit ene gedicht, die paar filmbeelden, de lijnen en kleuren van het schilderij, de klanken van het muziekstuk, dit ene lichaam.
In de slotalinea vertelt Beurskens over een derde Pasolini-film, ‘Uccellacci e uccellini’ (1965), waarin Rosanna di Rocco opnieuw een engel speelt. Ze is het vriendinnetje van de jongen Ninetto, die toekijkt hoe zij in haar engelenkostuum op weg gaat naar het kerkelijk feest waar ze als engel optreedt. Maar wanneer ze vertrokken is ziet hij Rosanna in de gebouwen om zich heen, in deuropeningen, in openstaande ramen, op het dak. Ze is wonderbaarlijk alomtegenwoordig. En altijd lacht ze en zwaait en verdwijnt. De laatste zin van het essay luidt: ‘Dan moet je die blik van Ninetto zien!’
Een vreemd en abrupt einde? Nee, want die blik van Ninetto is nu precies hetgene dat het essay ons geboden heeft. Met die laatste zin kijken we de essayist Beurskens in het gezicht. Ninetto is een speler in de film, waarin de engel Rosanna haar poëzie kan tonen, maar hij is ook altijd nog die ander: het gewone, niet-acteurslichaam, de man die het wonder aanschouwt en rilt en zich tot in zijn tenen verbaast. De essayist Beurskens is een Ninetto, die meespeelt in de vormenwereld van de kunst, maar zijn kracht put uit het feit dat hij ook altijd zichzelf speelt: de amateur in de nobelste zin van het woord, degene wiens betrokkenheid op liefde en plezier gebaseerd is en nooit vrij is van de laconieke scepsis, die alle kunst omringd, ja verzwolgen ziet door het leven.
Dit essay is een mooie versie van Beurskens denkwijze over de verhouding tussen de vormen van de kunst, de mythische clichés en de even wonderlijke als groteske effecten wanneer die in contact komen met de aarde en de lichamen, de zintuigen van sterfelijke mensen. Ik zeg opzettelijk versie en niet voorbeeld of illustratie omdat dit essay met zijn vervlechting van filmbeschouwing en herinnering zelf doet waarover het spreekt. De slingerbeweging langs filmscènes, citaten, denkbeelden en herinneringen levert een poëtische gebeurtenis op. In Beurskens gedichten, romans en verhalen zien we de maker aan het werk. De essays zijn het werk van een Ninetto, die is gaan schrijven, vragen gaan stellen, verbanden gaan leggen, omdat het niet genoeg is het spel zelf te spelen, omdat hij het niet laten kan te vertellen wat hij meemaakt en uit te leggen hoe het werkt als hij voor zijn ogen de dochter van de melkboer een engel ziet worden, omdat dat het wonder van alle poëzie is.”

 

Dirk van Weelden (Zeist, 22 november 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, acteur en regisseur Christian Filips werd geboren op 22 november 1981 in Osthofen. Zie ook alle tags voor Christian Filips op dit blog.

 

Momenten van de dag

Aanmerkelijk is alles weer
onopgemerkt verstreken:
de dag zonder zorgen
in de morgen met het scheermesje
je tanden gepoetst.
De trillende nekhaartjes
onmerkbaar verwijderd
zonder pincet.
De bewuste vingers.
Ze zijn ingekort.
De behoedzame knie
onopgemerkt benaderd:
De nacht onzorgvuldig
daarna met het gordijn
de sporen gewist.
In bewuste uren:
Ze zijn verstreken, weer
onopgemerkt verstreken
zonder iets opmerkelijks.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christian Filips (Osthofen, 22 november 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e november ook mijn blog van 22 november 2018 en eveneens mijn blog van 22 november 2015 deel 2.

A Poem For The Feast Of Christ The King (Pamela Cranston), R. S. Thomas, Garth Risk Hallberg

 

Bij Christus Koning

 

Tu Rex Gloriae Christe door William Earley, 1933. Glas-in-lood raam in de St. Joseph’s Church in Toomyvara, County Tipperary, Ierland

 

A Poem For The Feast Of Christ The King

See how this infant boy
lifted himself down
into his humble crèche
and laid his tender glove of skin
against splintered wood—
found refuge in a rack
of straw—home
that chilly dawn,
in sweetest silage,
those shriven stalks.

This outcast king lifted
himself high upon his savage cross,
extended the regal banner
of his bones, draping himself
upon his throne—his battered feet,
his wounded hands not fastened
there by nails but sewn
by the strictest thorn of love.

 

Pamela Cranston
De episcopale Saint Thomas Church in New York, de geboorteplaats van Pamela Cranston

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Welshe dichter Ronald Stuart Thomas werd geboren op 29 maart 1913 in Cardiff. Zie ook alle tags voor R. S. Thomas op dit blog.

 

Het Koninkrijk

Er is nog een lange weg te gaan maar daarbinnen
zijn nogal verschillende dingen aan de hand;
festivals waar de arme man
koning is en de tbc-patiënten
genezen; spiegels waarin blinden kijken
naar zichzelf en liefde naar hen terug-
kijkt; en nijverheid er is om gekromde beenderen
en door het leven gebroken geesten
te herstellen. Er is nog een lange weg te gaan, maar om er
te komen kost geen tijd en de toegang
is gratis, als je jezelf wilt zuiveren
van verlangen, en jezelf wilt presenteren met
alleen je behoeften en het eenvoudige aanbod
van je geloof, groen als een blad.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

R. S. Thomas (29 maart 1913 – 25 september 2000)

 

De Amerikaanse schrijver Garth Risk Hallberg werd geboren op 1 december 1978 in Louisiana en groeide op in Noord-Carolina. Zie ook alle tags voor Garth Risk Hallberg op dit blog.

Uit: Stad in brand (Vertaald door Harm Damsma en Niek Miedema)

“IN NEW YORK kun je alles thuis laten bezorgen. Dat is in elk geval het principe van waaruit ik werk. Het is het midden van de zomer, het midden van het leven. lk bevind me in een verder verlaten appartement in West Sixteenth Street, waar ik zit te luisteren naar het vredige gezoem van de ijskast in de kamer hiernaast, en al bevat het ding alleen maar een half pakje boter uit de vroege Middeleeuwen dat mijn gastheren hebben achtergelaten toen ze afreisden naar de kust, ik kan binnen veertig minuten zo ongeveer alles eten wat mijn hartje zou kunnen begeren. Toen ik nog een jongeman was – een jongere man, moet ik zeggen – kon je zelfs drugs thuis laten bezorgen. Visitekaartjes met een Manhattan telefoonnummer en die verweesde woordjes bezorging aan buis erop, of, iets gebruikelijker, allerlei bullshit over therapeutische massage. Ik kan me niet voorstellen dat ik dat ooit vergeten was. Maar ja, de stad is veranderd, of de mensen willen andere dingen. De bosjes die de transacties van de hosselaars op Union Square aan het oog onttrokken zijn verdwenen, net als de telefooncellen van waaruit je je dealer kon bellen. Toen ik er gistermiddag heen wandelde om er even uit te zijn, was er een stel moderne dansers bezig in slow motion opwinding te creëren onder de opgeleefde bomen. In wijnkleurig licht zaten gezinnetjes keurig op plaids. Ik zie dat tegenwoordig overal, openbare kunstuitingen die je nauwelijks kunt onderscheiden van het openbare leven, bestippelde auto’s die over Canal Street rondcruisen, krantenkiosken die zijn versierd met linten alsof het cadeautjes zijn. Alsof je je dromen gewoon als opties in het keuzemenu van mogelijke ervaringen kunt zetten. Merkwaardig genoeg leidt dit rationaliseren van werkelijk ieder verlangen – de overdaad van deze tegenwoordig toch al zo overdadige stad – er vooral toe dat waar je werkelijk naar smacht nou net niet op straat te vinden is.
Waar ik persoonlijk naar heb gesmacht sinds ik zes weken geleden aankwam is dat mijn hoofd op een bepaalde manier zou aanvoelen. Destijds zou ik dat gevoel niet onder woorden hebben kunnen brengen, maar nu denk ik dat het zoiets is als het gevoel dat alles nog elk moment zou kunnen veranderen. Ooit was ik een ns-New Yorker, zwartrijder, vuilnissnuffelaar, iemand die bij wildvreemden in de stad binnenviel, en dat gevoel was de grondtoon van mijn bestaan. Als dat gevoel dezer dagen de kop opsteekt, is dat alleen maar bij vlagen. Maar goed, ik heb ermee ingestemd tot eind september op dit huis te passen, en hoop dat dat genoeg zal zijn. Het heeft de vorm van zo’n bouwblokjeshuis uit een primitief videospelletje: slaapkamer en zitkamer aan de voorkant, dan een eetgedeelte en de grote slaapkamer, plus de keuken die er als een staart aan is vastgeplakt.“

 

Garth Risk Hallberg (Louisiana, 1 december 1978)

 

Zie voor de schrijvers van de 21e november ook mijn blog van 21 november 2020 en ook mijn blog van 21 november 2018 en ook mijn blog van 21 november 2015 deel 2.

Don DeLillo, Scott Cairns

De Amerikaanse schrijver Don DeLillo werd op 20 november 1936 geboren in New York City als zoon van Italiaanse immigranten. Zie ook alle tags voor Don DeLillo op dit blog.

Uit: The Silence

“They sat waiting in front of the superscreen TV. Diane Lucas and Max Stenner. The man had a history of big bets on sporting events and this was the final game of the football season, American football, two teams, eleven players each team, rectangular field one hundred yards long, goal lines and goal posts at either end, the national anthem sung by a semi-celebrity, six U.S. Air Force Thunderbirds streaking over the stadium.
Max was accustomed to being sedentary, attached to a surface, his armchair, sitting, watching, cursing silently when the field goal fails or the fumble occurs. The curse was visible in his slit eyes, right eye nearly shut, but depending on the game situation and the size of the wager, it might become a full-face profanity, a life regret, lips tight, chin quivering slightly, the wrinkle near the nose tending to lengthen. Not a single word, just this tension, and the right hand moving to the left forearm to scratch anthropoidally, primate style, fingers digging into flesh.
On this day, Super Bowl LVI in the year 2022, Diane was seated in the rocker five feet from Max, and between and behind them was her former student Martin, early thirties, bent slightly forward in a kitchen chair.
Commercials, station breaks, pregame babble.

Max, speaking over his shoulder, “The money is always there, the point spread, the bet itself. But consciously I recognize a split. Whatever happens on the field I have the point spread secured in mind but not the bet itself.”
“Big dollars. But the actual amount,” Diane said, “is a number he keeps to himself. It is sacred territory. I am waiting for him to die first so he can tell me in his final breath how much money he has pissed away in the years of our something-or-other partnership.”
“Ask her how many years.” The young man said nothing.
“Thirty-seven years,” Diane said. “Not unhappily but in states of dire routine, two people so clutched together that the day is coming when each of us will forget the other’s name.”
A stream of commercials appeared and Diane looked at Max. Beer, whiskey, peanuts, soap and soda. She turned toward the young man.
She said, “Max doesn’t stop watching. He becomes a consumer who had no intention of buying something. One hundred commercials in the next three or four hours.”
“I watch them.”
“He doesn’t laugh or cry. But he watches.”
Two other chairs, flanking the couple, ready for the latecomers.”

 

Don DeLillo (New York City, 20 november 1936)

 

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Imperatief

Het is zaak om te onthouden hoe
Voorlopig dit allemaal echt is.
Je zou dood wakker kunnen worden.

Of de vrouw van wie je houdt
Zou kunnen besluiten dat je lelijk bent.
Misschien geeft ze het eindelijk op te
Proberen de manier te negeren
Waarop je je tanden flost als je
Televisie kijkt. Alles wat ik zeg
Is dat er hier niets zeker is.

Ik bedoel, je wordt waarschijnlijk levend wakker,
En zij zal waarschijnlijk elke daadwerkelijke
Beslissing over je uiterlijk blijven uitstellen .
Misschien is ze blij dat je tanden
Zo schoon zijn. De ochtend zou
Vol van alle liefde en vriendelijkheid kunnen zijn
Die jij nodig hebt. Ga gewoon niet denken
Dat je er iets van verdient.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e november ook mijn blog van 20 november 2018 en eveneens mijn blog van 20 november 2017.

Scott Cairns

De Amerikaanse dichter, librettist en essayist Scott Cairns werd geboren op 19 november 1954 in Tacoma, Washington. Zie ook alle tags voor Scott Cairns op dit blog.

 

Loves

Magdalen’s Epistle

Of Love’s discrete occasions, we
observe sufficient catalogue,
a likely-sounding lexicon

pronounced so as to implicate
a wealth of difference, where reclines
instead a common element,

itself quite like those elements
partaken at the table served
by Jesus on the night he was

betrayed—like those in that the bread
was breakable, the wine was red
and wet, and met the tongue with bright,

intoxicating sweetness, quite
like… wine. None of what I write arrives
to compromise that sacrament,

the mystery of spirit graved
in what is commonplace and plain—
the broken, brittle crust, the cup.

Quite otherwise, I choose instead
to bear again the news that each,
each was still itself, substantial

in the simplest sense. By now, you
will have learned of Magdalen, a name
recalled for having won a touch

of favor from the one we call
the son of man, and what you’ve heard
is true enough. I met him first

as, mute, he scribbled in the dust
to shame some village hypocrites
toward leaving me unbloodied,

if ill-disposed to taking up
again a prior circumstance.
I met him in the house of one

who was a Pharisee and not
prepared to suffer quietly
my handling of the master’s feet.

Much later, in the garden when,
having died and risen, he spoke
as to a maid and asked me why

I wept. When, at any meeting
with the Christ, was I not weeping?
For what? I only speculate

—brief inability to speak,
a weak and giddy troubling near
the throat, a wash of gratitude.

And early on, I think, some slight
abiding sense of shame, a sop
I have inferred more recently

to do without. Lush poverty!
I think that this is what I’m called
to say, this mild exhortation

that one should still abide all love’s
embarrassments, and so resist
the new temptation—dangerous,

inexpedient mask—of shame.
And, well, perhaps one other thing:
I have received some little bit

about the glib divisions which
so lately have occurred to you
as right, as necessary, fit

That the body is something less
than honorable, say, in its
… appetites? That the spirit is

something pure, and—if all goes well—
potentially unencumbered
by the body’s bawdy tastes.

This disposition, then, has led
to a banal and pious lack
of charity, and, worse, has led

more than a few to attempt some
soul-preserving severance—harsh
mortifications, manglings, all

manner of ritual excision
lately undertaken to prevent
the body’s claim upon the heart,

or mind, or (blasphemy!) spirit—
whatever name you fix upon
the supposéd bodiless.

I fear that you presume—dissecting
the person unto something less
complex. I think that you forget

you are not Greek. I think that you
forget the very issue which
induced the Christ to take on flesh.

All loves are bodily, require
that the lips part, and press their trace
of secrecy upon the one

beloved—the one, or many, endless
array whose aspects turn to face
the one who calls, the one whose choice

it was one day to lift my own
bruised body from the dust, where, it seems
to me, I must have met my death,

thereafter, this subsequent life
and late disinclination toward
simple reductions in the name

of Jesus, whose image I work
daily to retain. I have kissed
his feet. I have looked long

into the trouble of his face,
and met, in that intersection,
the sacred place—where body

and spirit both abide, both yield,
in mutual obsession. Yes,
if you’ll recall your Hebrew word.

just long enough to glimpse in its
dense figure power to produce
you’ll see as well the damage Greek

has wrought upon your tongue, stolen
from your sense of what is holy,
wholly good, fully animal—

the body which he now prepares.

 

Een woord
Voor A. B.

Ze zei God. Hij lijkt er te zijn
wanneer ik Hem aanroep maar aanroepen
is ook moeilijk geweest. Pijnlijk.

En terwijl ze stil werd om een ander woord
te zoeken, was ik nog een keer
overgeleverd aan mijn eigen lange worsteling

met diezelfde engel hier — nog steeds
hier —  aan de voet van de oude
Paradijsladder, in vuil stof

smachtend nochtans helemaal
op de onderste tree, liet mijn greep varen
lang voor de zegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Scott Cairns (Tacoma, 19 november 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e november ook mijn blog van 19 november 2020 en ook mijn blog van 19 november 2018 en eveneens mijn blog van 19 november 2017 deel 3.

Toon Tellegen, Seán Mac Falls

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog.

 

Men moet

Men moet altijd enigszins verdrietig zijn,
anders is men verloren,

maar men moet wel een beetje verloren zijn –
van het reddeloze soort –
anders zou men alleen maar gelukkig zijn,

toch moet men ook gelukkig zijn,
zo maar gelukkig kunnen zijn,
in alle staten van geluk,

anders zou men maar verdrietig zijn,
enigszins verdrietig
altijd.

 

Treurig gedicht

‘Dit is het einde van de weg’ zeiden ze.
Er stond een bordje:
DIT IS HET EINDE VAN DE WEG
‘Hier, dit punt,’ zeiden ze.
Ze hurkten erbij neer
en raakten het voorzichtig even aan.
‘Is dit het?’
‘Dit is het.’
Het was herfst, het regende, het stormde.
Ze stonden op, draaiden zich om.

Later kwamen ze nog even terug
met een vergrootglas.
Het was echt het einde van de weg.

 

Ze kijken elkaar aan

Ze kijken elkaar aan.
‘Jij hield van mij.’
‘Nee, jij hield van mij.’
‘Nee, jij van mij.’
‘O nee, jij van mij!’

‘Maar ik heb jou in de steek gelaten.’
‘Nee, ik heb jou in de steek gelaten.’
‘Nee, nee, ik jou.’
‘O nee, ik jou!’

Ze slaan hun ogen neer.

‘Jij bent vast heel verdrietig nu.’
‘Nee, jij bent vast heel verdrietig nu.’

Ze fluisteren.

‘Ontken het maar niet.’
‘Ontken jij het maar niet.’

 

Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941) 

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook alle tags voor Seán Mac Falls op dit blog.

 

Ik zag een jager bij een landweg

Ik zag een jager bij een landweg
die parallel met mij zeilde terwijl ik reed.

Zijn hoodie-hoofd, monnikachtig naar de grond gericht,
riep muziek op, zo klankrijk, heilig,
en ik, onbeweeglijk boven een vermoeid vlees-
kleurig voertuig, voelde naakt en dood aan,

want hij was zo vroom getooid en gekleed om te doden
in de kleuren van de lucht, bad met vleugels,
mijn kiekendief, zijn ogen louter zuiverheid en goud
en die van mij met lelijke spikkels, bleek en blauw.

Maar het verlangen naar voedsel verbond twee
wezens nauw, nochtans, overvoed, voelde ik me roestig
onder zijn stalen honger en welke redding
zou Gods genade muizen dan wel mensen bieden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn blog van 18 november 2020 en ook mijn blog van 18 november deel 2 en eveneens deel 3.

Olga Grjasnowa, Norbert Krapf, Ted Berrigan

De Duitse schrijfster Olga Grjasnowa werd geboren op 14 november 1984 in Baku  Azerbeidzjan. Zie ook alle tags voor Olga Grjasnowa op dit blog.

Uit: Der verlorene Sohn

„Sommer 1839
An jenem letzten Morgen seines alten Lebens wurde Jamalludin von seiner Mutter geweckt. Sie kam zu ihm ins Zimmer, setzte sich an sein Bettlager, und Jamalludin wusste, dass sich etwas Unwiederbringliches ereignet hatte. Er spürte Patimats Körperwärme, wollte sich an sie kuscheln, seine Sorgen durch ihre Berührungen vertreiben lassen. Ihre Hand fuhr durch sein Haar. Er hörte das vertraute Klirren ihrer Armbänder, spürte ihre Haut, ihre Liebe. Gierig sog er Patimats Geruch ein und blieb da-bei unbeweglich liegen, eingewickelt in seine Decke. Er glaubte, so die Zeit anhalten zu können. Das Unaus-weichliche hinauszögern. Dennoch wollte er das sein, was alle Welt von ihm erwartete: ein Mann. Was das war, war ihm bereits mit neun Jahren nur allzu klar. Aber noch lieber wäre er heute ein kleiner Junge geblieben, hätte seine Mutter niemals losgelassen. »Du musst stark sein, mein Kleiner. Sei stolz. Sei mein Stolz. Sei ein Sohn deines Vaters«, flüsterte Patimat ihm ins Ohr. »Es ist nicht Rir lange. Du wirst bald wieder bei mir sein.« Patimat war die Mutter zweier Söhne, von denen einer heute den Russen als Pfand für die Dauer der Verhandlungen zwischen dem russischen Heer und den Gottes-kriegern des Imam Schamil überlassen werden sollte. Schamil war es Jahre zuvor gelungen, zum ersten Mal zahlreiche kaukasische Stämme zu vereinen und sie vom heiligen Kampf, dem Dschihad, gegen Russland zu über-zeugen. Bisher galt Schamil als unbesiegbar, ein Held seiner Zeit. Sein Mut und die entgegen aller Wahrscheinlichkeit errungenen Siege waren legendär. Seine Frau war jung, gebildet und schön, auch wenn das kaum noch jemand sah. Jetzt legte sie die Hand auf den Rücken ihres ältesten Sohnes und wartete auf etwas, das nicht passierte. Jamalludin ließ diesen Augenblick ebenfalls verstreichen und richtete sich schweigend auf. Er hatte verstanden. Patimat legte seine Kleider neben ihn und strich sie glatt. Sie waren schneeweiß, obwohl alles um sie herum voller Dreck war oder vielleicht gerade deswegen. Es waren die Kleider, die sie einst für den Tag des Sieges über die Russen zurückgelegt hatte. Jamalludin war ihnen fast entwachsen. Sie half ihm, sich anzuziehen, obwohl sie sich selbst kaum noch bewegen konnte. In wenigen Wochen erwartete sie ihr drittes Kind. Die Schwangerschaft hatte ihre Gesichtszüge weich werden lassen, ihre Bewegungen lang-sam und schläfrig. Ihre Augen waren genauso olivgrün wie seine: »Du kannst deinen Dolch mitnehmen, aber hüte dich davor, ihn gegenüber deinen Wächtern zu benutzen. Sie sind unsere Feinde, aber du solltest sie nicht provozieren.« Patimat hielt inne, als ob sie selbst vor dem von ihr Gesagten erschrocken wäre, und fuhr dann entschieden fort: »Sie werden dich gut behandeln.“

 

Olga Grjasnowa (Baku, 14 november 1984)

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november 1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

Horses Munching Grass, Blue Field, Evening

A brown and a black horse
munch grass close together
in a field below mountains

as the evening turns shades
of blue. The mountains are dark blue.
The sky stretched above is pale blue.

The only sound is the ripping of grass
by the horses’ teeth. I am not close
enough to hear this sound now,

but it resounds in my head because
two days ago these same two horses
came up to this casita right

across the fence as I stood watching
and happily listening on a balcony
as they ripped and munched grass.

The sound of brown and black horses
munching green grass in a blue field
below mountains with a thin strip

of white clouds skimming the top
of the mountains and white-blossoming
weeds in the foreground is a painting

framed in my mind which I will carry away
with me when I drive down from the mountains
where a part of me remains as eye and ear.

 

Northern New Mexico Night
for Katherine

You come into the presence
of this place so remote
in its quiet beauty,
a voice gentle in its insistence

on what is right but not obtrusive,
like one of the countless stars
in the northern New Mexico night
that sends its delayed light

toward me, as I look out the window,
from millions of years ago
but nonetheless fully present
in ways I do not fathom.

 

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

De Amerikaanse dichter Ted Berrigan werd geboren op 15 november 1934 in Providence, Rhode Island. Zie ook alle tags voor Ted Berrigan op dit blog.

 

De Sonnetten: I

Zijn doordringende pince-nez. Een vage fries
Handen wijzen naar een vage fries, in de donkere nacht.
In het boek van zijn muziek zijn de hoeken recht gestreken:
Die hun aanwezigheid te danken hebben aan onze slapende handen.
Het ossenbloed uit de handen die spelen
Voor vuur voor warmte voor handen voor groei
Is er ruimte in de kamer waar je in huist?
Op zijn gestructureerde graf:
Toch betekenen ze iets. voor de dans
En de architectuur.
Heen en weer gaan tussen incidenten
Kan onheilspellend voor hem zijn
Wij zijn de slapende fragmenten van zijn hemel,
Wind die aanwezigheid verleent aan fragmenten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ted Berrigan (15 november 1934 – 4 juli 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2020  deel 1 en ook deel 2 en ook  mijn blog van 14 november 2018 en eveneens mijn blog van 14 november 2015 deel 2.

Frank Westerman, Timo Berger

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: De kosmische komedie

“‘s Werelds eerste ruimtewandelaar is de zoon van een mijnwerker. Terwijl zijn vader zich in onderaardse schachten laat zakken, stijgt Aleksej Leonov door de ijle atmosfeer omhoog. Anders dan de hemelvaart van Christus is zijn ruimtereis goed gedocumenteerd. Er zijn beelden van.
Een R7-raket tilt kosmonaut Leonov in een baan om de aarde. Gewichtloos suist hij rond de planeet. Door de patrijspoort van zijn schip ziet hij zestien zonsopkomsten en zonsondergangen per etmaal. De Siberiër is de dampkring uit geschoten met een geheime missie. Op 18 maart 1965 om halftwaalf ’s ochtends (Moskouse tijd) krijgt hij het bevel de sluis binnen te gaan. De stem die hem dit opdraagt is afkomstig uit een naaldbos op aarde. ‘Zarja’ luidt de codenaam van de vluchtleider. ‘Dageraad’.
Aleksej, 31 jaar oud, wringt zich vanuit zijn stalen capsule in de ‘harmonicasluis’: een opblaasbare slurf met aan het uiteinde een luik. Eenmaal in dit rubberen aanhangsel moet hij vijftig minuten acclimatiseren om te voorkomen dat er stikstofbelletjes in zijn bloed opborrelen, zoals bij duikers die te snel naar het oppervlak komen.
Zijn hartslag loopt op van 86 naar 95 en schiet bij het commando ‘Open het luik’ naar 150. Verhit en nat van het zweet, met op zijn rug een zuurstoffles, perst Aleksej zich naar buiten. Dan gulpt zijn witte gestalte het luchtledige in. Zonder van de zijde van zijn moederschip te wijken, zweeft hij vrij door het heelal, nog slechts verbonden door een navelstreng.

Diep onder hem schuift de kustlijn van Noord-Afrika voorbij, even later gevolgd door die van Turkije en de Krim. Het is bewolkt boven delen van de Kaukasus.
Er klinkt gejuich in het ondermaanse. ‘Wat u heeft volbracht, gaat de meest drieste verbeeldingskracht te boven,’ verklaart het Kremlin. Kameraad Leonov heeft ‘stoutmoedig de deur naar de kosmos opengezet’.
Generaties aardlingen hebben naar deze doorbraak uitgekeken. Meer nog dan een Sovjetonderdaan met de letters cccp op zijn helm is Aleksej een afgezant van ons allemaal. Het ‘binnendringen’ van de ruimte door een lid van de wereldbevolking overstijgt de prestigeslag tussen Oost en West. Door de bewegingen van zijn ledematen, iets tussen trappelen en zwemmen in, lijkt het alsof Aleksej in een worsteling is verwikkeld.
Stak Joris de draak dood, kosmonaut Leonov gaat het duel aan met God. De inzet: wie zal er voortaan over de hemel heersen?
Amper heeft Aleksej het strijdtoneel betreden of hij krijgt een klap te verwerken. De hemeltroon laat zich niet zonder slag of stoot bestijgen. In het vacuüm van de kosmos zet zijn pak verder uit dan voorzien. Zijn handen reiken niet meer tot in zijn handschoenen, zijn voeten niet meer tot in zijn laarzen. Buiten de harmonicasluis zwelt de mijnwerkerszoon op tot een bandenmannetje van Michelin.”

 

Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog.

 

Café Livros

Boven is de favela nog steeds een stad
van God – ik beweeg me
op zeeniveau, van de moeder van Giselle
naar Marisí, waar de Cine Club Leblon
elke eerste dinsdag van de maand
in de landelijke kleuren van een

Bulgaarse cineast zwelgt
verder alleen bistro’s, dure cafés
een donkere, in eikenhouten vaten gerijpte
suikerrietschnaps bij Livros
Ipanema. Geen boekhandel
zonder tapkast, nooit meer

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2018 en ook mijn blog van 13 november 2017 en eveneens mijn blog van 13 november 2016 deel 2.