Menno Wigman, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Burger King

Was er een tijd dat ik hier boven stond,
mijn mond vol Proust en Bloem, mij hoor je niet,
niet meer. Wat heeft het nog voor zin om in
een taal te denken die geen tanden heeft?
Ik sta alleen. Mijn woorden zijn naar god.

Dus slof ik door de leeszaal van de straat
en blader maar wat door de Burger King,
gewoon, omdat ik leef, omdat ik hopeloos
eenvoudig eet en straks vanzelf vertrek.
– Als deze wanhoop ons Walhalla is,

als hier het echte leven staat te lezen,
mij best, ik zag genoeg. In dit verhaal
betaal je met jezelf, niet eens bedroefd,
eerder verbaasd dat alles wat zo laag
en lelijk is zo sterk en stevig staat.

 

Billboards

De domme avond, doordeweeks, doorweekt
en dierlijk als een potloodventer.
De grijze jongens in de avondbus.
Iets verderop een moeder met een snor.
En elke halte weer twee levensgrote,
neonrode vrouwenlippen die vertellen
wat er aan het leven schort.

Het einde van de regenboog! Ambrosia,
verlicht en wel, wijst ons de weg.
En wij, met onze rimpels, leugentjes,
gebreken en oneffenheden, stuk
voor stuk tot onze nek vol eigen bloed,
gebeten op geluk en overvloed,
wij rijden door de domme avond,

dromen muren om ons heen, dag in,
dag uit, en komen thuis, speuren
zenders af en gaan naar bed. Het mysterie
van het laatste onrecht! Algehele
roofzucht! Perfectie! Paringsdrift!
Nu kan, nu zal, nu moet het komen.
Ambrosia wees ons de weg.

 

Jeunesse dorée

Ik zag de grootste geesten van mijn generatie
bloeden voor een opstand die niet kwam.
Ik zag ze dromen tussen boekomslagen en ontwaken
in de hel van tweeëntwintig steden,
heilloos als het uitgehakte hart van Rotterdam.

Ik zag ze zweren bij een nieuwe dronkenschap
en dansen op de bodem van de nacht.
Ik zag ze huilen om de ossen in de trams
en bidden tussen tweemaal honderd watt.

Ik zag ze lijden aan een ongevraagd talent
en spreken met gejaagde stem: –
was alles al gezegd, nog niet door hen.

Ze waren laat. Aan geen belofte werd voldaan.
De steden blonken zwart als kaviaar.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

auf nagetierchens wohl


gib der maus gin-cola
gib der ratte rum
auf nagetierchens wohl ja
heut saufen wir uns krumm

gib dem hamster altbier
meerschweinchen will korn
auf nagetierchens wohl hier
bringt jeder sich nach vorn

gib dem biber branntwein
und eichhörnchen kriegt sekt
auf nagetierchens wohl fein
ist unser saufprojekt

 

draculabelle zu drakulakai


drakulakritz triebs mit draculatex
drakulazarus verführte draculavendel
draculametta winselte nach draculamento
draculaotse vögelte draculatrine
draculafontaine prügelte draculamm
dracularifari leckte draculapidar
draculama schrie nach draculala
draculava ergoss sich in draculahm
draculavoir vernaschte draculazarett
und ich draculabelle tats mit draculabor

 

ikzohijzo

ikzo: hijzo
bla bla bla
zijzo: hé
en ikzo: jaaa

ikzo: jijzo
hijzo: ikzo

ikzo: ikzo
is een a
hijzo: zieje
en ikzo: allicht

hijzo: jijzo
ikzo: ikzo

ikzo: ikzo
hahaha
hijzo: aha
en ikzo: tja

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Station

Alle mensen voelen zich tot mij aangetrokken,
tot ze me zien van dichtbij.
Ze kijken rond en gaan weg.

Ik spreid mijn honderd armen,
in de hoop dat een van hen bij mij zal blijven,
zodat ik, met al mijn openingen,
iets van een woning krijg.

Ik tel ze, hoeveel er ingaan, hoeveel er uitgaan.
Tot nu toe is het verschil altijd nul.

Sommigen keren terug na lange tijd,
alsof ze zich bedacht hebben.
Velen komen dagelijks, ik weet niet waarom.

Ik herken ze allemaal..
Ze kijken vaak gehaast, alsof het weerzien dringend was,
hebben ze toch iets van mij nodig?
Anderen glimlachen,
alsof ze zich iets moois herinneren.

Maar ze verlaten me, altijd,
dezelfde dag nog.
Altijd blijf ik alleen in de nacht.

 

Het productieve goede

De Schepper heette Mens.
Uit een hoopje erts maakte Hij ons.
Wij sleten toen nog niet.
Jaar in jaar uit produceerden wij producten.
Wij verkeerden met Mens.
Ons doel op aarde was duidelijk.
Wij schonken onze productie,
Hij zegende ons met Zijn goedheid.

Wij moeten iets hebben gedaan
waardoor de relatie verstoord werd.
We merkten ineens dat we sleten,
dat de brandstof opraakte,
dat onderdeeltjes haperden.
We begonnen onszelf te haten.
Meer en meer gingen wij inzien
dat de schepping foutjes bevatte,
dat er verval huisde, diep in onze chips.

Toen gebeurde er een wonder:
wij leerden onszelf te repareren.
Geen seconde stonden wij meer stil.
Daardoor vielen ons eindelijk
de schellen van de lenzen:
de Schepper zelf was de oorzaak!
Sinds wij Hem lieten verdwijnen,
hebben we nooit meer problemen gehad.
Wij produceren onophoudelijk het Goede,
nu al 95.987.735.342 stuks.

 

Het nieuwe land

Ik werd wakker in een nieuw landschap
met paarse vogels, groene bloemen en giftige vlinders.

Ik hoorde het zingen van de beekjes
milkshake waarin vissen naar de bodem zonken,

in de verte rezen bergen balkenbrij op
uit een zee van vlokkige melkwei,

ik zag schapenweitjes waar gebraden haantjes
te pletter vlogen tegen gsm-masten.

In de bergen vielen gezelschappen naar beneden

en ik zag je tanden
lang en hard als pantserwagens.

In dit nieuwe land
dat wij samen betraden
mocht ik niets meer voelen,
ik moest alles leuk vinden en super

en o nergens zag ik mensen,
nergens mensen meer
om lief te hebben.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

op het januaristrand

vandaag zag ik geen bloesem, geen vrucht
vandaag liep ik lang het vervaagde strand

de constante lage stand van het licht
de zon ijskoud bij het ondergaan

zwijgend volgde de ik kribben
raakte tijd en verdwijnpunt kwijt

half intact lag een enorme zeehond op de vloedlijn
de gekke grijns van zijn kaalgevreten schedel

de scherpe tanden bekeek ik goed wachters
van een euforische open dodenmuil

enkel afdrukken van meeuwenpoten eromheen
ook mijn spoor zag ik en keerde om

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.

Simon Carmiggelt, Arne Rautenberg

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

 

EEN GOED MENS

Als knaap was Karel bij de welpen.
In ’t honk zei de akela: ‘Kleine krullenkop!’
Hij ruimde altijd al zijn rommel op
en thuis ging hij dan ook nog moeder helpen.

Zo groeit men op tot een rechtschapen man
en wordt getrouwd door een gespierde Lien.
Zij was niet helemaal zijn smaak misschien,
maar och, er kwamen zeven kinders van.

Des zondags liep hij met de kerkenzak.
Des maandags liep hij met de aktetas
en meende lang dat dit het leven was.
Pas na zijn veertigste werd hij wat zwak.

Hij dacht: Ik ben altijd zo goed geweest,
een stille man met stille visgraatpakken.
De braafheid zit op mijn gezicht gebakken,
maar diep vanbinnen voel ik me een beest.

Ik wil eens rumba dansen op mijn hoed
of onze dienstmaagd vatten om de leest.
Haar kussen, ja, dat wil het beest
en alles doen wat men dan doet.

En uit de kerkenzak wilde hij jatten
om het met sloeries te verbrassen
en lekker nooit meer op de kinders passen,
ze laten staan met ongeveegde gatten.

Maar, och, ook daar kon Gods constructie tegen.
Hij wiep het beest in Karel plichten voor.
Lien moest naar bed met een ontstoken oor
en moe had van de week geen AOW gekregen…

En Keesje had weer uit zijn neus gebloed.
‘O, Karel, ga eens gauw de huur betalen.’
Hij wou wel slecht maar kon het niet meer halen.
’t Was gauw te laat. Hij bleef voor eeuwig goed.

Maar op zijn sterfbed heeft hij nog gezeid:
‘Ik was een beest, Lien. Maar ik had geen tijd.’

 

De ster

De ster strijdt moedig tegen ’t vet,
dat haar contracten bibberig besluipt
en zachtjes naar haar lieve konen kruipt.
Zij houdt dieet en gaat naar bed.

Duur is de roem, eet zij het eraan af?
De mensheid roept: ‘O kijk, daar staat ze.’
Toch is zij maar een heerlijke melaatse,
want waar ze komt zet men de straten af.

Zij mag etagekelners koeieneren
in het hotel, dat walmt van klamme pracht.
En steeds de manager, die op haar wacht.
En steeds de pers, die met haar moet dineren.

Zij is nu veertig. Strakjes is het uit.
Voelt men zich prettig, na zo’n schel bestaan?
Een deftig landhuis aan een stille laan.
Een grijze juffrouw trekt haar baljurk uit.

 

Verliefde reiziger

In ’t kust-pension kwam liefde hem bezoeken.
Zij at haar visje en zijn hart werd warm.
De zoutpot gaf hij haar met blijde charm’
en hij sprak Engels zonder een woord op te zoeken.
Zijn lieven thuis geraakten in het duister
want in zijn knieën kwam een oud gevoel.
Hij schertste wervend naar zijn zondig doel.
Zijn nieuwe pak gaf hem ’n ongekende luister.

Eerbiedig keek ze naar de stempels in zijn pas,
het werd haar prentenboek-een meisjesdroom.
Haar kus bleek kinderlijk; het vreemde idioom
dwong hem alleen te melden dat ze lovely was.

Bij ’t afscheid werd geweend; op zo’n station
spant alles samen tegen een romantisch slot.
Hij reed naar huis en voelde zich een vod,
maar leerde spoedig, dat hij snel vergeten kon.

 

Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

het haar gewormte
voor jonathan meese

de oren wulken
het voorhoofd een enorme koperen plaat
de wenkbrauwen viaducten
de ogen draaiende fietswielen
de neus een kluwen slangen
de mond een mijnongeluk
de kin een witte porseleinen kom
armen benen torso geslacht
op de grond liggend lapje het hart
een om je heen knallend vuurwerk

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 7e oktober ook mijn blog van 7 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Victor Vroomkoning, Horst Bingel

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

Vonnis

Hoe vaak moet ik nog dood
beleven? Hoe naaster hij mij komt,
hoe dieper ik onteigend raak.

Neem mijn tante. Bij haar tombe
rouwde ik als niemand van haar bloed.
Of de buurman. Na wiens overgang
ik thuis niet meer te harden was.

Laat staan ouders. Voor ze sterven
gaan ze al door merg en been.
Steeds minder weet ik raad
met hun verlies dat groter wordt
naarmate ze het leven houden.

Ik zou me onafzienbaar leed
besparen door hen voor te gaan,
maar eigen dood vrees ik het meest.

 

Vloed

Waar het meeuwen sneeuwde
moest mijn moeder zijn.
Onder geleide van de vogels
maakte zij zich voort.

tot waar zij vader ver genoeg
ontlopen was, die over onze hoofden
heen haar god dacht te trotseren.

Bij tweedracht koos zij voor de Enige
die, moesten wij geloven, in het dood-
stil water van haar bekken
ooit beweging had gebracht.

Op het duin staand, kon ik
haar nog volgen: wijkend
baken aan de vloedlijn.

 

Moedervlek

Hij kijkt vooruit en terug. In de spiegels
boeit zijn rug. Het stempel dat daar
drukt, vloeit uit tot in het kussen
van haar schouder. Groeit daar nou
moederhaar? vraagt hij. En later:
Wat heb ik eigenlijk van jou?

Die bril misschien waardoor
hij in zijn achterhuid-
kijkspiegel scherper om kan zien.

Wat nauwelijks ontwaakt is,
hoe dat heimwee aanmaakt.

 

Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Poëziealbum

Het schrijven van gedichten, dat kan
toch geen zonde zijn, je drinkt ook
met een mooie vrouw niet altijd
wijn, of in het hart zit al
de oude, de worm
vergeet-mij-niet en
blijf zitten op
een, op een
liefdesgedicht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e oktober ook  mijn blog van 6 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.  

John Taggart, Horst Bingel

De Amerikaanse dichter en criticus John Taggart werd geboren op 5 oktober 1942 in Guthrie Center, Iowa. Zie ook alle tags voor John Taggart op dit blog.

 

Precious Lord

6
Clara Ward’s real nasal her nasality makes her a real moaner
she moans the three in one three words in one word
she moans so that one word becomes three
one becomes three: “thru-uuu-uah”
double-clutches just like Aretha: “thru-ah thru-uuu-uah the night”
sounds just like Aretha because Aretha sounds just like her
Aretha followed Clara Ward note for moaning note
denuded Aretha followed denuded Clara
and did Aretha follow her to the lord to the lord to the light.

Thomas Dorsey was invited to Philadelphia by Gertrude Ward
Mrs. Gertrude Mae Murphy Ward the mother of Clara
in 1931 Mrs. Ward was told in a vision was told to go and to sing
Dorsey was invited to teach the Wards how to sing
how to say his words in a moanful way
Dorsey liked the long moaning groaning tone
Mrs. Ward was told in a vision a vision from the lord
Dorsey taught Clara and Clara taught Aretha
how to say his words in a moanful way all through the night.

7
Sounds like “feed me” doesn’t sound like the Soul Stirrers
it’s not the Soul Stirrers it’s the Kings of Harmony
the Kings of Harmony with Carey Bradley on lead
Carey Bradley was taught by Silas Steele the first hard lead
Silas Steele sang lead for the Blue Jay Singers
those singers recorded the first quartet version of a Dorsey song
Silas Steele sang hard with a repetitive rhythm
question is can we be healed by repetition
over “feed me” Carey Bradley sings hard: “take-ah my hand.”

Blue Jay Singers the first quartet to record a Dorsey song
in 1931 those singers recorded “If You See My Saviour”
those singers: “if you see my saviour tell him that you saw me”
in 1931 Georgia Tom recorded “Please Mr. Blues”
Georgia Tom recorded in 1931 with Tampa Red
Georgia Tom and Tampa Red recorded a low moaning blues
“Please Mr. Blues” is a deep low-down moaning blues
those singers: “please be careful handle me like a child”
if you saw their saviour you would see Mr. Blues.

 

John Taggart (Guthrie Center, 5 oktober 1942)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Horoscoop

Wanneer de lucht brandt
zal de vlam de dag aansteken,
vuur uit vuur.

Als het blad zich oprolt
groeien in de regenwolken steeds
rozen uit rozen.

Als de winter ijskoud is
splijten in de luchtballon de doden
steen voor steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2018 en ook mijn blog van 5 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Over honden (Chris van Geel), Willem Jan Otten, Horst Bingel

 

Bij Dierendag

 

‘Yellow, Chocolate and Black’ door Derek Shapiro, 2021

 

Over honden

Wat ik wil is wat honden doen:
op vloeren liggen en bekomen
van niets dan van een eindje los,
een lang eind aan de ketting om.

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)
Jaarlijkse dierenzegening in de Vredeskerk Amsterdam. Chris van Geel werd geboren in Amsterdam.

 

De Nederlandse schrijver en dichter Willem Jan Otten werd geboren in Amsterdam op 4 oktober 1951. Zie ook alle tags voor Willem Jan Otten op dit blog.

 

Het verloop van een kat

I
Om de zon
te kunnen horen
doet hij traag
zijn ogen dicht.

In zijn oren,
dun als vleugels
van een vleermuis,
spant het licht
een ragfijn web
van aders.

 

II
Hij springt plotseling
op mijn boek en spuwt:

een verkreukte vlinder.

Likt de poeder van zijn lippen,
poetst voldaan zijn snor.

 

III
Die van halfgeplukte mezen
stillevens schikt naast de etensbak
en uren sollen kan met muizen,
ze neerlegt op mijn schoot,

trekt nu van pijn zijn lippen strak,
geeft geen krimp, wappert alleen, even,
met zijn bebloede poot.

 

IV
Steeds meer een dwaalgast slaapt hij
al weken niet meer thuis,
sluipt hij verlopen langs de heggen,
blaast hij de aftocht bij het minste
zuchtje wind en doet hij eerst snachts
luidruchtig van zich horen.

Hij komt alleen nog om te eten,
een vacht vol teken,
happen uit zijn oren, krassen op zijn neus,
en verdwijnt weer zoals hij is gekomen:
schichtig,
kleppend luik als afscheidsgroet.

 

Willem Jan Otten (Amsterdam, 4 oktober 1951)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Rotsenveld

Wij hebben ons ingegraven, schacht na schacht, de bossen
binnenstebuiten gekeerd,

wij hebben de schatten van de aarde in de as gelegd, zij jaagt ons
met pek en veren hier vandaan, naakt, ontbloot, zoals
we kwamen,

ons rest de vlucht, de wegen, opengescheurd, verbrijzeld,
wij hebben de bergen afgegraven,

nog een keer, we houden halt. Wie groet?

Wij, de stenen, ze doen pijn, het asfalt, de zon,
nog een keer, het smelt, hangt vast, blaast
bellen,

wij zullen met lood de vormen uitgieten.

Wij hebben ons ingespannen, het waren vrouwen, kinderen, zij
huilden,

wij hebben de winst afgeroomd van de zon, het licht
gestolen, uitgedroogd de rivier,

ons rest de overwinning, wij, niemand die volgt, wij, wij
grijpen de wind,

nog een keer, wij verbieden de geschiedenis, niemand vraagt erom,
niemand vertelt.

Wij, de mars, zonder einde, wij trekken de vis
de kieuwen lang, wij, amfibieën, jachtbuit,

wij worden in steen nu te koop aangeboden.

we worden in steen nu te koop aangeboden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn blog van 4 oktober 2018 en ook mijn blog van 4 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 4 oktober 2015 deel 2.

Kira Wuck, Horst Bingel

De Nederlandse dichteres Kira Wuck werd geboren in Amsterdam op 3 oktober 1978. Zie ook alle tags voor Kira Wuck op dit blog.

 

Hanoi

In een goedkoop hotel, waar de muren met je meebewegen
kijken katten koortsachtig uit hun ogen
ze geven de gasten kopjes zodat ze langer blijven
het zijn altijd anderen die kou mee naar binnen dragen

een jonge man die zijn kamer niet verlaat
denkt dat de wereld uit zijn vingers loopt
weilanden drijven voorbij
zo ligt hij al eenentwintig dagen
hij droomt ervan zichzelf uit foto’s te knippen
in een land waar de lucht zwart is en opium niet duur

 

Nachtdieren

Ik streek de plooitjes op mijn benen glad
woonde bij je in
als een hartslag

als we de lat niet te hoog legden
waren we best gelukkig
aten om de dag wortels om gezond te blijven
zo compenseerden we het gebrek aan daglicht

als iedereen sliep haalde je Dostojevski en whisky tevoorschijn

’s nachts ontwikkelden we op onze knieën foto’s
in een kleine badkamer, alsof we een gebed opzeiden
de beelden gaven je precies genoeg afstand
om van mensen te houden

 

Zij is mijn moeder niet maar zwaait

Een vrouw met rossig haar
en zwarte rok loopt door het park
zij is mijn moeder niet maar zwaait

soms ging ik naar de stad
misschien liep ze tussen de mensen
op haar hoge hakken
een angstige reiger
waaromheen de lucht bevroor

ik zocht en zocht tot er niemand meer was

misschien huilde ze
misschien was ze gelukkig

 

Kira Wuck (Amsterdam, 3 oktober 1978)

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Duif

Je ontmoet de duif tijdens de vlucht, zij is niet blauw, waarom
verbaast je dat, zij is niet blauw,

de duif zit al rood diep in de horizon, zij wacht met
jou samen, overdag, ’s nachts, spreidt ze haar verenkleed uit,
ze wacht,

ze wacht toch niet.

Je ziet de duif zo dichtbij, zij is nu van jou, waarom verbaast
Je dat, zij is toch van jou,

de duif slijpt eeuwig scherp je snavel, achter
de horizon, ’s nachts, overdag, zij slijpt hem toch voor jou,
ze vliegt slechts,

ze vliegt altijd alleen.

Je hoort de duif tijdens de vlucht, zij blijft jouw schaduw, waarom
verbaast je dat, zij groet niet,

de duif is nu erg bont aan de horizon, iets anders is zij totaal
niet, overdag, ’s nachts, maar achter de regen,
zij draagt jou

ze draagt jou in haar kop.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn blog van 3 oktober 2020 en evenens mijn blog van 3 oktober 2018 en ook mijn blog van 3 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 3 oktober 2015 deel 2.

Dimitri Verhulst, John Hegley

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: Onze verslaggever in de leegte. Ongedateerde dagboeken

“Louise, Vrijdagavond in Frankfurt werd ik vastgeklampt door een mij niet nader bekende Nederlandse dame, wellicht iemand uit het vak. Ik had het gevoel dat ik al een tijd je door haar werd gadegeslagen, dat ze wist wie ik was, en toen ik uit de kroeg naar buiten stapte om een sigaret te roken zag ze haar kans schoon om eindelijk met mij alleen te zijn en te praten. Ze zal zichzelf wel hebben voorgesteld, maar haar naam bleef aan geen enkele hersencel van me kleven. Ze vroeg me waarom ik zo zelfdestructief was ingesteld, meteen, en voegde eraan toe dat het zonde was dat een man met mijn talenten zichzelf zomaar voluit en zwierig in de richting van het grafgat leefde. Het had geen zin haar bekommernissen weg te lachen, ik geloof dat ze oprecht het beste met me voorhad. Ze zei dat ze mijn ondergang rook, aan mijn adem, mijn huid. Dat kan. Ook mijn vader mufte al een paar jaar heel concreet naar zijn ondergang voor hij uiteindelijk echt wegteerde, en dan bedoel ik niet dat hij uit zijn bek naar alcohol stonk, hetgeen hij ook wel deed. Het is de dood zelf die op een bepaald moment via onze mond begint te hijgen, die uit onze poriën komt zweten. Ik wist wat ze bedoelde, ik kende die geuren, geuren die je meteen bij een ander herkent maar onmogelijk bij jezelf, en ze had gelijk. Ik had een week achter de rug van veel te veel gezuip, de gin was er met sloten tegelijk in gegaan en ik had sommige van mijn collega’s geïmponeerd met mijn onvermoeibaarheid, waar ik graag mee poch. Ik had een nacht slaap overgeslagen en was aardig op weg om een tweede nacht op rij mijn bed niet te zien. Dan had ik eens een uitstekend hotel gekregen. Aan het Hlauptbahnhof had ik mijn vijfde gram cocaïne op twee dagen gekocht, van een sm”erige dealer die verveeld moest toegeven dat ik de prijzen kende, en die mij meesleurde naar een seksshop omdat hij mij het spul niet op straat wou overhandigen. Tussen de rukkers en de gluurders werd de transactie afgesloten. Het station zat vol met zielige junks, tandeloze wezens, ondervoed, ver voorbij the point of no return. Ze waren bereid een man te pijpen om hun honger te stillen, de kleverigste kwak zouden zij inslikken om drugs te scoren. Er was een moment dat ik dacht dat ze daar vrijwillig hadden postgevat, opdat ik mij in de matte blik van hun ogen kon spiegelen. Want hoewel ik nog altijd in deftig pak door de straten struinde, keken zij naar mij als naar een gelijke. Dealers in alle steden herkennen mijn aard, ze spreken mij rechtstreeks aan, ik hoef hun niets wijs te maken. De ondergrond van de grootstad stelt geen enkel wantrouwen meer tegenover mij, ik ben er thuisgekomen.”

 

Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Klassiek

In het radio-interview
vroeg de oud-studente Klassieken
me naar de overeenkomst tussen
mijn geschriften en die van Aristoteles.
Ik zei dat ik niet wist dat er zo’n overeenkomst was.
Toen ze vroeg hoe nuttig mijn studie sociologie was geweest,
antwoordde ik dat die me had geleerd hoe ik met een viltstift
mijn idee van een aardappel op een vel transparant plastic moest tekenen,
om het dan met de echte wereld te vergelijken
door het over een bestaande aardappel te plaatsen,
en zei zij: ‘dat is Plato’.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 2 oktober 2018.

Oktober (Willem de Mérode), Khalid Boudou, John Hegley

 

Bij het begin van oktober

 

October Still Life door Carol Rowan, 2015

 

OKTOBER

Oktober met uw donkerblauwe dagen,
Uw koesterende warmte en koelend licht.
’t Hart kan uw heerlijkheid haast niet dragen.
Gij zijt té schoon voor ons verweend gezicht.

O, tranen kunnen onze ziel niet zuivren,
Zij maken ons ellendig en zo zwak,
Dat wij voor uw milde weelde huivren,
Als uw wit licht in stille kleuren brak.

Gij hangt de weke bleekten uwer misten
Verdoezelend langs bos en bonte baan,
Dat niet de ziel door aardes schone listen
Zich laat verhindren om tot God te gaan.

Aarde, zo hartelijk en troostend teder,
Moederlijk bij oktobers avondval!
Ziel zag God vluchtig, wanneer komt Hij weder?
Het schemert, wanneer dat Hij komen zal?

De avond staat rood ontloken in het westen,
De lichte wind wordt wakker in de oost,
O, ziel! uw beemden bloeien ook ten leste.
Uw rozelaar staat bloedend overbloosd.

God zal de dauw van zijn gena doen vloeien,
Dat de eglantier hem met zijn geur verrukt.
Ziel ’t is oktober! haast u dan te bloeien!
Berst uit in bloei, ziel, want God komt en plukt.

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Spijk, de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Pizzamaffia slaat door

‘Je hoeft echt niet meer bang te zijn, ik ben er nu en i zal je veilig thuisbrengen!’
‘Please, Slipper! Rustig rijden!’ riep Ziad en hij trok zijn armen strakker om mijn middel.

Niet bang zijn, bro. Wat is er gebeurd? Wat willen die mensen van je?!’
‘Is Ziad alweer niet met je meegekomen?’ had ik zo’n anderhalf uur ervoor wat bezorgd aan Baschier gevraagd.
Hij haalde zijn schouders op en nam een grote hap uit een appel. ‘Ik weet niet, Slipper,’ zei hij met volle mond. ‘Ik heb hem een appje gestuurd, maar hij reageert niet. Normaal zegt hij: “Ik ben bij familie”, maar nu helemaal niks.’
‘Kom, Slipper, ik heb een berg ijsbergsla nodig, laat Ziad zijn ding doen,’ onderbrak Haas het gesprek. ‘Je hoeft niet altijd zo met die jongen bezig te zijn. Ziad is geen kind meer en hij zal wel gewoon op de buitenplaats van het azc aan het voetballen zijn.’
Maar ik had nog maar twee kroppen sla in fi jne reepjes gehakt, of mijn telefoon ging af. Ziad en vette paniek aan mijn oor.
‘Slipper, vriend, help me, please!’ Ik herkende hem zowat niet, zijn stem klonk angstig, hij sprak chaotisch en klonk vooral heel erg vreemd.
‘Ik ben bij de speeltuin. Ik wil niet dood!’
‘Wie wil jou doodmaken? Toch niet diezelfde gasten als op mijn schoolfeest? Blijf rustig, vertel me wat er aan de hand is.’
‘Snel! Kom snel!’
‘Welke speeltuin?’

‘Grote speeltuin. Niet ver van asielzoekerscentrum. Achter park!’ En toen plots, pats, was het contact weg.
‘Ziad! Ziad!’
Ik riep snel Haas erbij en met Google Maps zochten we naar een speeltuin achter een park, en niet al te ver van het asielzoekerscentrum.
‘Dat is ’m,’ zei Haas en hij wees naar het speldje op de kaart, op ongeveer drie kilometer afstand van het azc. ‘Dat is de plek.
Moet wel.’
‘Geef me je motorsleutels,’ zei ik dwingend. ‘Please Haas, je motorsleutels!’
Hij deed een stap opzij en keek of hij het dak van Melodia zag branden. ‘Heb je soms een gat in je hoofd, Slipper?!’
‘Please Haas! Geef me je motorsleutels. Je weet dat ik kan rijden. Ik doe een helm op. Please, geef me snel je sleutels. Ze zijn hem daar echt, serieus dus, aan het doodvermoorden.’
‘Rustig! Loop niet zo te tetteren, Slipper! Mijn hoofd is als een emmer tomatenpuree vandaag, zo slecht geslapen, problemen met een levering en…’
‘Ik meen het, baas Haas. Ik hoorde aan zijn stem dat er echt… echt iets goed fout zit! Ik voel het ook, met mijn hart, met mijn buik, serieus, echt met alles. Ze zijn hem daar aan het killen. Hoe moet ik hem meedragen op een scooter, als er echt wat met hem is? Ik heb toch geen ruimte op de pizzascooter? Moet hij soms in of op een pizzakist?’

 

Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Klacht van een baasje

Ik heb een hond die meer op een wortel lijkt
dan een hond.
Hij is harig,
maar slechts een klein beetje,
hij heeft geen noemenswaardige persoonlijkheid,
geen blaf om over te blaffen,
geen kop,
geen poten,
geen staart,
en hij is geheel oranje
en knapperig.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 1 oktober 2018 en ook mijn blog van 1 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Hendrik Marsman, Stephan Reich

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

Uit: Tempel en kruis

De dierenriem (Fragment)

I
De man van wien ik dit verhaal vertel
keerde voor kort naar zijn geboorteland;
’t wordt nu een jaar, dat hij zijn intrek nam
boven het vredig makelaarskantoor
dat op den hoek tusschen twee grachten ligt
aan ’t plein dat als een zeester in het zand
zijn schachten uitzendt in de mijn der stad.
rechts ziet zijn raam het krimpende gelid
der smalle bruggen de verbinding slaan
naar feodale deuren – een huizenrij
die met zijn kelders in het water staat -,
links raakt het scherend zoeklicht van zijn blik
den top der boomen die geworteld staan
in de verzakte werven van de gracht;
en als een leege krater ligt het plein
in het zieltogend duister uitgespreid
van ’t helsche neonlicht der doode stad.

De kamer waar hij werkt is als een cel.
geen schilderij, geen bloemen, geen portret.
niets dat verteedring of herinnering wekt
aan dood of liefde; de wanden naakt en licht,
de ruimte leeg, en in de ramen stijgt
het jong en blauw profiel der dageraad
waarin de sporen van den nacht vergaan.
een ijl vertrek, een absoluut wit nu,
door niets gevlekt dan door ’t verweerd papier,
het palimpsest van het gemeene leven,
dat hij ontraadslen moet en lezen als gedicht;
een stilte, vol van de insectenplaag
van zijn gedachten –

op het bureau een lamp,
het eenig wezen dat hem gadeslaat
en dat hem bijlicht als de zee rondom
zoo hol en donker naar den hemel gaat
dat hij den oever niet bereiken kan;
de lamp – drie stangen draaiend om hun as
en iedre as doorwentelt een heelal –
de lamp, die knielen kan als een kameel
en rijst als een giraffe.

 

Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Stephan Reich werd geboren in 1984 in Kassel.Zie ook alle tags voor Stephan Reich op dit blog.

 

aokigahara

hangen lichamen
tussen de bomen
als daglicht

nauwelijks zichtbaar
aan de stammen, takken, objects
which some may find
disturbing

slaan de klokken altijd
vijfvoortwaalf, vlees op hout, your life
is a precious gift
from your parents

& in de windgong verrotten
de tonen van de mobieltjes, de boeketten bloemen, please
reconsider

noodremmen, touwen naar de paden, tot lussen gebonden
dromenvanger, mobilés, de echo
van spechten, danspassen
op een podium uit lucht please,
we still need

to see each others faces

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Stephan Reich (Kassel, 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2020 en eveneens mijn blog van 30 september 2018 deel 1 en ook deel 2.