John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Pablo!

“It is the Xtabay.”
The old man squinted to see through the rain. “It is the Xtabay,” repeated the frightened voice of his wife huddled behind him. “It is she who lures men with her unholy beauty.” She crossed herself and recited a prayer, unaware of the rain wetting her.
And her memory sang the words of the evil Xtabay, and she could almost hear the illusive voice calling like music played by the wind on trees,
“Tuux ca bin?

Coten uayi . beckoning the old man to come to her, luring him as she had lured others to their death,
“Where are you going?
Come with me….”
“It is only a girl who is lost and has fainted,” said the old man. “It is not an evil spirit. I would feel it.” For once in a village far away he had been a holy man, and he was warned of evil as others are warned of rain. “We must help her.”
“She is pretending sleep to lure you.” The woman’s voice was hardly audible over the rain. “Say a prayer and leave her,” the old woman demanded. The sharp claws of her ancient hands would not release her husband’s arm.
And as the man proceeded toward the form of the girl encompassed by the fantastic green of the plants, he mumbled something and crossed himself.
The old woman remained behind, clasping her bony hands. From the distance she saw her husband kneel before the girl, and fear enveloped her like a shroud. She took a step forward. The earth would open and swallow the man. She would hear the wicked laughter of the Xtabay, then the mocking song mingling with the sound of the rain.
But none of this happened. She saw, instead, the old man lift the girl in his arms, saw him walk back with her, still asleep or fainted deceptively, pretending whichever she wanted.
“She has fainted from exhaustion,” said the man as he approached the livid old woman trembling with religious fear.
“No,” said the woman, moving back frantically as the body was brought closer to her. “You do not understand. Her beauty hides evil.” As she moved farther back, she watched the face of the girl in fascination, and she understood why men were lured so easily to their destruction. This young girl in her husband’s arms, evil as she was, was as beautiful as the flower of the Tzacam, into which she converted herself after bringing unholy death to men.
“If it were the Xtabay, I would feel it in my heart,” said the man who in a village far away had been a holy man.
“But the face—the body,” persisted the woman in an awed whisper, “they could destroy even a holy man such as you.”

 

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Vriendelijkheid

Voordat je weet wat vriendelijkheid werkelijk is
moet je dingen kwijtraken,
de toekomst in een oogwenk voelen oplossen
als zout in een slappe bouillon.
Wat je in je hand hield,
wat je hebt geteld en zorgvuldig hebt bewaard,
dit moet allemaal weg dus je weet
hoe troosteloos het landschap zijn kan
tussen de regio’s van vriendelijkheid.
Hoe je rijdt en rijdt
en denkt dat de bus nooit zal stoppen,
de passagiers die maïs en kip eten
voor altijd uit het raam zullen staren.

Voordat je de tedere ernst van vriendelijkheid leert kennen
moet je reizen naar waar de indiaan in een witte poncho
dood langs de kant van de weg ligt.
Je moet zien hoe jij dit kon zijn,
hoe hij ook iemand was
die door de nacht reisde met plannen
en de simpele adem die hem in leven hield.

Voordat je vriendelijkheid kent als het diepste van binnen,
moet je verdriet kennen als het andere diepste ding.
Je moet wakker worden met verdriet.
Je moet er tegen spreken tot je stem
de draad van alle zorgen opvangt.
en je de grootte van het kleed ziet.
Dan is het alleen vriendelijkheid die nog zin heeft,
alleen vriendelijkheid die je schoenen bindt
en je de dag in stuurt om naar brood te staren,
alleen vriendelijkheid die het hoofd
boven de menigte van de wereld uitsteekt om te zeggen
Ik ben het waar je naar op zoek was,
en dan overal met je meegaat
als een schaduw of een vriend.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Koen Peeters, Naomi Shihab Nye

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

Uit: Kamer in Oostende

“Niets mooiers dan de stroom bezoekers en toeristen die op hoogdagen in Oostende het station verlaat en de stad in trekt. Ook pakkend: pianomuziek die je op stap in de stad overvalt uit een open venster. Licht in de lucht, zwevend, genereus. In een hotel hoor ik een pianist de kleffe Clayderman naspelen, direct daarna gevolgd door een deuntje van Satie. Ik ben belachelijk ontroerd.
Ik denk aan die ene foto van James Ensor die trots en gewillig poseert aan zijn piano. Niet om te spelen maar om zijn schilderijen te tonen die eromheen, erop, erboven zijn gestapeld en gehangen. Mild kijkt de oude schilder in de lens. Hij lijkt te zeggen: zie mij hier zitten, kijk wat ik heb verricht, ik ben beland waar ik ben geboren.

Zijn piano: een tafel, een toonmeubel, een ezel voor zijn kunst.
Wat is echt, wat is verkeerd of geacteerd? Wat is mooi, wat overdreven? En wat is goed, zodat het ons kan beschermen tegen de levensstormen?
De toeristen stromen, stappen, slenteren uit het station. Zo blij dat ze er zijn. Je ziet hen zo de zeelucht insnuiven. Een man met een plastic draagtas knoopt haastig zijn korte jasje dicht, dat lukt, maar hij zet daarbij zulke stuntelige stappen dat hij bijna omvalt en zich daarvoor zichtbaar geneert. Veel vrouwen ook met grote wijde sjaals zoals meisjes die tegenwoordig dragen. Een met een kalfsbonten jasje, eentje met een lange roze rok en een man zonder verstand. Twee kleine schurkjes. Drie obers van de hotelschool. Een man met een roze opgepompt jasje, nu al dronken. Het Nigeriaanse meisje trekt de hele tijd haar korte rokje lager. Niettemin schrijdt zij als een vlag. En al die anderen, bij ieder van hen verzin ik scenario’s, schuldbekentenissen, vonnissen.
Ik, ik heb alle tijd. Ik, ik wacht nergens op.

Een kleine oudere man staat stil op het trottoir. Hij draagt een ouderwets zwart, tamelijk vettig pak. Nadenkend kijkt hij rond met schichtige blik. Hij lijkt op iets te wachten. Hij loert in mijn richting maar hij ziet mij niet staan, en ineens, met een spastische beweging, schiet zijn linkerbeen naar voren, waardoor zijn hele lichaam het evenwicht verliest. Onhandig trekt hij zijn rechterbeen weer bij. Daardoor stapt hij plots te ver, te snel, te haastig vooruit. Het is een beweging tussen wankelen en stappen, als de eerste stappen van een kind. Nu kan hij niet anders dan opnieuw zijn linkerbeen vooruit gooien, want anders zou hij vallen. Zo, zo begint de man te hollen, en moet hij nu wel verder rennen, op die moeilijke korte benen van hem.
Heeft hij een ernstig fysiek probleem? Is hij geblesseerd, herstellende? Zijn zijn benen pijnlijk ontstoken, loopt hij op kunstbenen? Heeft hij gezopen? Hij holt wel twintig meter verder, als een insect op een oneven aantal poten. Elke beweging die hij maakt, lijkt wel een struikelen. Misschien is dit het vernuftige stappen van een gehandicapte. Zoals een skiër op elegante wijze van een berg af valt. Een gebrekkige, zoals men vroeger onnadenkend zei.”

 

Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Het verhaal, om de hoek

Maakt niet de draai die je dacht
dat het zou maken, zachtjes, in een kleine spiraalvormige krul,
zoals een kind de staart van een varken tekent.
Wat uit je mond kwam,
een riff van een terloops gesprek.
Als een plotselinge weersverandering op een strand,
met aan de hemel opdoemende bergen van wolken,
op een manier die je niet kunt voorspellen
of sturen, schudt het verhaal elementen door elkaar, wordt donker,
kiest zijn eigen kant. En het is vreemd.

Veel ingewikkelder dan een paar zinnen,
in elkaar geknutseld rond een keukentafel
op een ochtend in juli in Dallas, laten we zeggen,
een stad waar je niet in woont, waar mensen
misschien eeuwig winkelen of duizenden verhalen
weggooien. Jij die er een klein deel van meebracht of vertelde
weet het niet zeker. Is dit wat we wilden?
Verhalen die buiten ronddwalen,
een eigen vrij leven hebben?
Misschien zijn ze iets slechts van plan.
Een stukje of cel van een gesprek dat je je nauwelijks herinnert
groeit uit tot een raar lichaam met veel eisen.
Vandaag of morgen zal het de gang in strompelen en kloppen,
hard kloppen, en je zult de deur moeten opendoen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De monnik van Mokka (Vertaald door Koos Mebius)

“Inmiddels, nu ik de laatste hand aan dit boek leg, is het drie jaar geleden dat we elkaar daar in Oakland spraken. Voordat ik aan dit project begon was ik een nonchalante koffiedrinker en vond ik het hele idee van specialty-koffie eigenlijk maar onzin. Ik vond dat veel te duur, en de mensen die het zo belangrijk vonden hoe de koffie werd gezet en waar de bonen vandaan kwamen, of in de rij stonden voor zus en zo koffie die zus en zo was bereid, waren in mijn ogen pretentieuze aanstellers.
Maar de bezoeken aan koffieplantages en -boeren over de hele wereld, van Costa Rica tot Ethiopië, hebben me wijzer gemaakt. Mokhtar heeft me wijzer gemaakt. We zijn bij zijn familie in Central Valley in Californië geweest en we hebben koffiebessen geplukt in Santa Barbara – de enige koffieplantage die Noord-Amerika rijk is. In Harar zaten we aan de qat, en hoog in de heuvels boven die stad liepen we tussen een paar van de oudste koffiestruiken op aarde. In het spoor van zijn omzwervingen in Djibouti bezochten we een in de buurt van de afgelegen kustplaats Obock gelegen grauw, troosteloos vluchtelingenkamp en was ik er getuige van hoe Mokhtar alles op alles zette om ervoor te zorgen dat een jonge Jemenitische tandheelkundestudent zijn paspoort terugkreeg nadat hij de burgeroorlog was ontvlucht en alles kwijt was geraakt – zelfs zijn identiteit. In de meest afgelegen heuvels van Jemen dronken Mokhtar en ik samen met botanici en sjeiks mierzoete thee en hoorden we de jammerklachten aan van mensen die geen enkel belang bij de burgeroorlog hadden en alleen maar vrede wilden.
Na dit alles zorgden de Amerikaanse kiezers ervoor – of beter gezegd: maakte het Kiescollege het mogelijk – dat een man president werd die had beloofd te verhinderen dat er nog één moslim het land binnen zou komen – ‘tot we hebben uitgezocht wat er aan de hand is,’ zoals hij zei. Na zijn inauguratie deed hij tot tweemaal toe een poging burgers uit zeven landen met een moslimmeerderheid de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen. Op deze lijst stond ook Jemen, een land waarvan een volstrekt verkeerd beeld bestaat. ‘Ik hoop dat ze wifi in de kampen hebben,’ zei Mokhtar na de verkiezingen tegen me. Het was een cynische grap die de ronde deed in de moslimgemeenschap in Amerika, gebaseerd op het idee dat Trump bij de eerste de beste gelegenheid – bijvoorbeeld als er op Amerikaanse bodem een terroristische aanslag plaatsvindt die uit de koker van een moslim komt – voor zal stellen alle moslims in het land te registreren of zelfs te interneren. Toen hij die grap maakte droeg hij een t-shirt met daarop de tekst: make coffee, not war.
Bij alles wat Mokhtar doet en zegt speelt zijn gevoel voor humor een grote rol, en ik hoop dat ik daar in dit boek iets van heb laten doorklinken en heb laten zien hoe die humor zijn kijk op de wereld beïnvloedt, zelfs in de meest angstige uren. Op een zeker moment in de burgeroorlog in Jemen is Mokhtar door een militie in Aden gevangengenomen en achter slot en grendel gezet. Doordat hij in de Verenigde Staten is opgegroeid en de Amerikaanse beeldcultuur hem met de paplepel is ingegoten, zag Mokhtar onmiddellijk de overeenkomst tussen een van degenen die hem gevangennamen en Karate Kid; toen hij me later over deze periode vertelde, noemde hij de man dan ook consequent Karate Kid.”

 

Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Verborgen

Als je een varen
onder een steen plaatst
zal hij de volgende dag
bijna onzichtbaar zijn
alsof de steen hem
heeft ingeslikt.

Als je de naam van een geliefde
te lang onder je tong verstopt
zonder hem uit te spreken
wordt hij bloed
een zucht
het beetje ingezogen lucht
dat zich overal verstopt
onder je woorden.

Niemand ziet
de brandstof die je voedt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: After the Blue Hour

“After dinner we sat on the deck in cushioned wooden chairs whose backs could be lowered like those on beach chairs. The deck extended partially over the lake, at the edge of which the sun had left behind hints of the blue radiance soon to come. We lingered, drinking a cool wine Paul had just opened, different from the one that had accompanied dinner. Evening had brought no respite from the heat. Paul had served the wine —carefully less for Stanty, a fact he surprisingly accepted; he sat cross-legged on the floor next to the chair Sonya had occupied. Standing, I stared out toward the horizon, Sonya next to me. All that remained of the sunlight was a golden arc already fading as a thin veil of darkness glided over it. A deep blue glow loomed over the water. “I never tire of the sunset on the lake,” Sonya said, “especially at its last moments.” “It’s the blue hour,” I told her. “How beautiful. The blue hour. What is that, John?” she asked. “It’s not an hour at all, just a few seconds of blue light between dusk and night,” I said. It was a light I cherished. On the beach in Santa Monica, I would linger on the sand waiting for the start of sunset, an orange spill over the horizon, soon veiled by a blue darkening light. Gulls would fly onto the beach, gathering at the shoreline, beaks pointed at the water. Often, lithe bodies came to perform a dance of tai chi at the edge of the ocean. Their graceful motions seemed to me to acknowledge and confront the night. “Some people claim that’s when everything reveals itself as it is, Sonya.” I was cherishing her rapt attention. “They say everything is both clearest and most obscure—a light that challenges perception, revealing and hiding ” “I like that,” Sonya said, “revealing and hiding.” Stanty stood up, pressing himself sideways against Sonya, hugging her, trying to distance her from me, I suspected. Sonya laughed softly at his tight embrace, easing him away fondly. “Dark and light at the same time!” Stanty said, looking at me. “That’s not possible, is it, Sonya?” Sonya said, “It is. Look!” She pointed across the lake. The blue cast was almost gone. “It’s gone,” she said wistfully. “Such mysterious ambiguity.”
Onto the deck, the soft hypnotic rhythm of Milhaud’s La Creation du Monde wafted through hidden speakers from the lower level of the house. I was amused to notice that Stanty, back on the floor and next to Sonya, now reclining in her chair, had carried away with him from the table the plate of assorted jams, taking a spoonful every so often, a gesture so childish that I wondered how he reconciled it with his posture of maturity. Gathering clouds and a frail moon cast a misty shroud over the forsaken, distant island. I sat next to Sonya on the other side of Stanty. Facing us, reclining on his chair, Paul shifted into another subject—I would discover later that he might also shift from one subject to another, abandon it, and then resume it exactly where he had ended it, even if on the next day. “And so, man, you write in intimate first person about your own experiences—in order to lie, as you claim?” It did please me that he had retained that from our brief conversation earlier today. Today! I had not been here a full day, and yet I felt I had been pulled into this fantastic group. “Yeah,” I answered Paul, not yet able easily to address him as “man,” “because memory writes its own narrative.”

 

John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Soepel koord

Mijn broer, in zijn kleine witte bed,
hield een uiteinde vast.
Ik trok aan het andere
Als sein dat ik nog wakker was.
We hadden kunnen spreken
kunnen zingen
met elkaar,
we waren in dezelfde kamer
vijf jaar lang,
maar het zachte koord
met zijn kleine gerafelde uiteinden
verbond ons
in het donker,
gaf troost,
zelfs als we de hele dag
hadden gekibbeld.
Wanneer hij als eerste in slaap viel
en zijn uiteinde van het koord
op de grond viel,
miste ik hem vreselijk,
hoewel ik zijn gelijkmatige ademhaling kon horen
en we zulke lange en gescheiden levens
voor ons hadden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Peter Zantingh, Naomi Shihab Nye

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Na Mattias

“En toen was het vanochtend ineens raar: een fiets in de woonkamer. Stille trappers, warme spaken, wielen op het laminaat.
De fiets moest de deur uit, en ik ook. Ik liet hem achter in een rek en maakte mezelf los uit de kluwen huizenblokken, richting het park.
Misschien werd ik aangetrokken door de herinnering aan een avond een paar jaar geleden, toen we zagen hoe op het open veld in het midden van dat park een luchtballon opsteeg. Er stonden ouders omheen met een kind op hun arm. En terwijl de zon onderging, steeg die ballon juist op met drie mensen aan boord: ze trokken zich omhoog aan de laatste banen zonlicht terwijl op aarde alle kleuters hun schouders bijna uit de kom zwaaiden, en kort daarna was het al bijna onmogelijk om je de silhouetten in dat mandje nog voor te stellen als gewone mensen die ook op slippers in dat gras hadden gestaan.
Maar nu was alles anders. De lucht was donker en er hing een mistige regen tussen de bomen. Het geluid bereikte me eerder dan het zicht: een scherpe gil die oplaaide, wegstierf en weer terugkwam.
Ik zie eerst de pitbull. Hoe hij een aanloopje neemt en opspringt tegen een oudere vrouw die een klein wit hondje vastheeft.
De pitbull komt neer en springt opnieuw. Kaarsrecht omhoog. Hij zet zijn tanden in haar pols, net onder de mouwen van haar groene windjack, en blijft een paar momenten hangen. En het gebeurt: de vrouw laat het hondje vallen. Het tuimelt omlaag en ligt meteen nadat het is neergekomen onder de kaken van het beest. De kop begint te schudden. De staart slaat heen en weer als een wapenstok.
De vrouw schopt naar de strakgespannen rug van de pitbull, ze schopt en ze krijst, maar haar natgeregende wandelschoenen halen niets uit. Haar bril valt op de grond.
Ik ben gaan rennen. Ik ben er bijna.
Ze blijft gillen. Woordeloos geluid in een leeg park. Het drukt op mijn slapen. Ze kijkt uitgeput en hulpeloos toe nu, bijt op haar lip, en huilt.
Haar hondje beweegt niet meer.
En dan is het voorbij. Net voor ik genoeg genaderd ben om iets te kunnen doen, grijpt een grote hand naar de halsband. De pitbull hangt met zijn voorpoten in de lucht, zijn bek nog steeds omlaag gericht maar nu zonder grip op het hondje, dat eerst nog een paar seconden doodstil blijft liggen en dan op stuk geschraapte nagels uit het bereik van haar belager wegkruipt.”

 

Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Hoe weet ik wanneer een gedicht af is?

Als je stilletjes de deur
naar een kamer sluit
is de kamer niet af.

Hij rust. Tijdelijk.
Blij om je kwijt te zijn
voor een poosje.

Nu is het tijd om zijn ballen
van grijs stof te verzamelen,
ze van hoek tot hoek te gooien.

Nu sijpelt hij terug in zichzelf,
onverstoorbaar en trots.
Contouren worden steviger.

Als je terugkomt,
zou je de stapel boeken kunnen verplaatsen,
het water voor de rozen verversen.

Ik denk dat je dit voor altijd kunt
blijven doen. Maar de blauwe stoel ziet er het beste uit
met het rode kussen. Dus je kunt het net zo goed

zo laten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

De hand leggend, zich voorbereiden… (Hans van de Waarsenburg), Naomi Shihab Nye, Anne Vegter

 

Alle bezoekers en mede-bloggers een prettige jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

De oude haven in Waalwijk. Wintergezicht door Wim Suermondt, 1954

 

De hand leggend, zich voorbereiden…

De hand leggend, zich voorbereiden
op weer een ander jaar, terwijl
het licht zich schuilhoudt,
ieder woord bedriegt

Geruchten in vreemde taal de ronde doen,
rituelen van vreemde snit worden uitgevoerd

Voorbijgangers dreigend hun voeten neerzetten
huizen woedend met deuren klapperen
de straten hun rug krommen of kreunen

In deze tijd dus, waar het licht dagelijks
wordt besneden en gekortwiekt,
vult anarchie de luchtpijp.

 

Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)
Helmond in eindejaarssfeer. Hans van de Waarsenburg werd geboren in Helmond

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Het oude jaar verbranden

Brieven verslinden zichzelf in seconden.
Berichtjes die vrienden aan de klink vastmaakten,
transparant scharlaken papier,
sissen als mottenvleugels,
trouwen met de lucht.

Zoveel van elk jaar is ontvlambaar,
lijsten met groenten, gedichtfragmenten.
Oranje wervelende vlam van dagen,
zo klein is een steen.

Waar er iets was en ineens niet meer is,
roept een afwezigheid, viert feest, laat een ruimte na.
Ik begin opnieuw met de kleinste getallen.

Snelle dans, mix van verliezen en blaadjes,
alleen de dingen die ik niet deed
knetteren nadat het vuur is gestorven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anne Vegter werd geboren in Delfzijl op 31 december 1958. Zie ook alle tags voor Anne Vegter op dit blog.

 

De bloemkool

Hersens, dacht ik bij de bloemkool.
Doormidden? vroeg de groenteboer.

En met het in mijn ogen wonder in een zak wist ik
buiten niet precies meer wie ik was en waar ik woonde.

Ik keek goed uit mijn ogen hoe ik
verdraaid goed uit mijn ogen keek

en liep op het geluk af naar een straatnaam die
in spiegelbeeld geschreven was? en die ik niet ontcijferde.

Mijn halve bloemkool, Lucky Strike, haarspelden
en tomatenketchup zakten door de bodem der te oude zak

maar rolden gelukkig niet weg.
Ik bleef herhaaldelijk vergeten waar ik was.

De groentebediende werd erop afgestuurd.
Wat een vriendelijk gebeuren!

Juffrouw Vegter? Van de Voorschoterlaan?

Ik had wat hoofdpijn en wilde liever even liggen als dat kon.
Zij raapte allerlei op, wat ik weer heel vriendelijk vond.

En zij kende mij dus al.
Nogmaals:

het was of zij mijn hersens droeg, maar het scheen
ondankbaar dit aan haar te zeggen.

 

Moratorium

Toen we van John’s begrafenis thuiskwamen
was er niemand die vroeg:
wilde John eigenlijk wel leven?

(Was gek op begrafenissen geweest, ging altijd.
Had er misschien ineens genoeg van gekregen).
Hij kwam nog een keer op bezoek, twee jaar later.

Zei: ‘Mijn moeder zeurt lang door over die kachel,
neem haar niet kwalijk, ze mist me.
Ze denkt dat afbetalingen helpen tegen pijn.’

Toen we naar de uitgang kropen
hoorde je niemand zeggen
dat John er een puinhoop van gemaakt had.

Net voorbij het hek
hielden we elkaar scherp in het oog maar
iedereen zweeg, zoals vaker bij doden.

Ik richtte me op, niet ver van zijn moeder.
Het was me nog niet opgevallen
dat ze tussen de cipressen stond,

sprekend een aapje van rubber
dat met koude vingers een stok omknelt.
Ik heb me later wel eens afgevraagd

of ik de enige was die het zag.
Ze staarde stomverbaasd naar boven
alsof ze niet verwachtte

dat de hemel openspleet,
er een hand uitstak
die haar lichtte
.

 

Anne Vegter (Delfzijl, 31 december 1958)

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De monnik van Mokka (Vertaald door Koos Mebius)

“Hij schiet de Blue Bottle in om vrienden die daar werken te begroeten en om voor mij een kop Ethiopische koffie te halen. Hij staat erop dat ik even wacht tot de koffie wat is afgekoeld. Koffie moet je niet te heet drinken, zegt hij: dan komt het aroma niet tot zijn recht en kunnen de smaakpapillen hun werk niet goed doen. Als we ons helemaal hebben geïnstalleerd en de koffie minder heet is, steekt hij van wal over zijn gevangenschap en de bevrijding daaruit in Jemen, over hoe hij opgroeide in de wijk Tenderloin in San Francisco – in veel opzichten de grootste probleemwijk van de stad – en hoe hij, terwijl hij de kost verdiende als portier in een luxe appartementenfl at, zijn roeping in de koffie vond.
Mokhtar praat snel. Hij zit vol humor en heeft een uiterst oprechte inborst. De verhalen die hij vertelt illustreert hij met foto’s op zijn telefoon. Soms laat hij een stukje van de muziek horen waar hij tijdens een bepaalde periode naar luisterde. Soms slaakt hij een zucht. Soms verwondert hij zich erover dat hij nog in leven is en dat het hem uiteindelijk zo goed is vergaan, van arm jochie uit de Tenderloin tot succesvol koffie-importeur. Soms begint hij te lachen, als hij er zelf weer versteld van staat dat hij niet dood is, terwijl hij een Saoedisch bombardement op Sana’a heeft moeten doorstaan en tijdens de burgeroorlog door twee verschillende groeperingen in Jemen kort werd vastgehouden. Maar hij wil het vooral graag over koffie hebben. Hij wil me foto’s van koffieplanten en koffieboeren laten zien. Hij wil vertellen over de geschiedenis van koffie, over de avonturen en de waaghalzerij die het mogelijk hebben gemaakt dat koffie de brandstof is geworden voor een groot deel van de wereldwijde menselijke productiviteit, een grondstof waar zeventig miljard dollar in omgaat. De enige momenten waarop hij bedachtzamer spreekt, is als hij vertelt dat zijn familie en vrienden zo bezorgd waren toen hij in Jemen vastzat. Dan worden zijn grote ogen vochtig en valt hij even stil; hij tuurt naar de foto’s op zijn telefoon, tot hij zichzelf weer in de hand heeft en verder kan vertellen.”

Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

San Antonio

Vanavond bleef ik stilstaan bij je naam,
die delicate montage van klinkers
een stem in mijn hoofd.
Je sliep toen ik aankwam.
Ik stond bij je bed
en keek hoe de lakens zachtjes omhoog kwamen.
Ik wist welke lichtinval
je zou doen omdraaien.
Het was toen dat ik voelde
hoe de snelwegen uit mijn handen gleden.
Ik herinnerde me de oude mannen
in het café aan de westkant,
dominostenen delend als magische bedels.
Op dat moment wist ik,
als een vrouw die achterom kijkt.
dat Ik je niet zou kunnen verlaten,
of iemand vinden van wie ik meer hield.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Dave Eggers, Marianne Thamm, Jenny Erpenbeck, Jack Kerouac, Henrike Heiland, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Monk of Mokha

“He ducks into Blue Bottle to say hello to friends working inside, and to bring me a cup of coffee from Ethiopia. He insists I wait till it cools to drink it. Coffee should not be enjoyed too hot, he says; it masks the flavor, and taste buds retreat from the heat. When we’re finally settled and the coffee has cooled, he begins to tell his story of entrapment and liberation in Yemen, and of how he grew up in the Tenderloin district of San Francisco—in many ways the city’s most troubled neighborhood—how, while working as a doorman at a high-end apartment building downtown, he found his calling in coffee.
Mokhtar speaks quickly. He is very funny and deeply sincere, and illustrates his stories with photos he’s taken on his smartphone. Sometimes he plays the music he listened to during a particular episode of his story. Sometimes he sighs. Sometimes he wonders at his existence, his good fortune, being a poor kid from the Tenderloin who now has found some significant success as a coffee importer. Sometimes he laughs, amazed that he is not dead, given he lived through a Saudi bombing of Sana’a, and was held hostage by two different factions in Yemen after the country fell to civil war. But primarily he wants to talk about coffee. To show me pictures of coffee plants and coffee farmers. To talk about the history of coffee, the overlapping tales of adventure and derring-do that brought coffee to its current status as fuel for much of the world’s productivity, and a seventy-billion-dollar global commodity. The only time he slows down is when he describes the worry he caused his friends and family when he was trapped in Yemen. His large eyes well up and he pauses, staring at the photos on his phone for a moment before he can compose himself and continue.
Now, as I finish this book, it’s been three years since our meeting that day in Oakland. Before embarking on this project, I was a casual coffee drinker and a great skeptic of specialty coffee. I thought it was too expensive, and that anyone who cared so much about how coffee was brewed, or where it came from, or waited in line for certain coffees made certain ways, was pretentious and a fool.
But visiting coffee farms and farmers around the world, from Costa Rica to Ethiopia, has educated me. Mokhtar educated me. We visited his family in California’s Central Valley, and we picked coffee cherries in Santa Barbara—at North America’s only coffee farm. We chewed qat in Harar, and in the hills above the city we walked amid some of the oldest coffee plants on earth. In retracing his steps in Djibouti, we visited a dusty and hopeless refugee camp near the coastal outpost of Obock, and I watched as Mokhtar fought to recover the passport of a young Yemeni dental student who had fled the civil war and had nothing—not even his identity. In the most remote hills of Yemen, Mokhtar and I drank sugary tea with botanists and sheiks, and heard the laments of those who had no stake in the civil war and only wanted peace.”

 
Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

De Zuid-Afrikaanse schrijfster, journalste en columniste Marianne Thamm werd geboren op 12 maart 1961 in Taplow, Engeland. Zie ook alle tags voor Marianne Thamm op dit blog.

Uit: De ondraaglijke blankheid van het bestaan (Vertaald door Ronnie Boley)

“Misschien was dat de reden dat hij zijn deelneming vooral met zijn gezichtsuitdrukking en lichaamstaal moest overbrengen.
Ergens in het stille gebouw lag mijn moeders lichaam koud te worden in een gemeenschappelijke mortuariumkoeling, nog altijd in de nachtpon van de avond ervoor, toen ze aan een zware hartaanval was bezweken. Ze was een maand voor haar tweeënzeventigste verjaardag gestorven.
Ik had een plastic zak bij me met een bruin, gedessineerd broekpak van (zeer brandgevaarlijk) polyester, dat mijn moeder in de jaren zeventig had gekocht en jarenlang had gekoesterd. Het was een van haar favoriete kledingstukken. Het broekpak, een paar sandalen, schoon ondergoed (dat zou ze gewild hebben). Polyester was een wonderbaarlijke stof uit de jaren zeventig, strijkvrij en binnen een paar minuten droog – ideaal voor de drukbezette moeder en huisvrouw. Een van die verbazingwekkende twintigste eeuwse spullen waaraan elke thuisblijvende moeder verknocht raakte, net als smaakversterkers en voedingskleurstoffen.
Meneer Tolmie rommelde in wat papieren en stak van wal.
‘Om te beginnen hebben we vier overlijdensakten nodig en die komen op driehonderd rand per stuk,’ verklaarde hij met zijn nu onmiskenbaar monotone stem, de ogen neergeslagen, de pen zwevend boven een formulier.
‘Fier? Waarom fier? We hebben er al een fan de arts die naar het tehuis is gekomen,’ protesteerde mijn vader met zijn zware Duitse accent. Dat accent was nooit afgezwakt, hoewel hij al meer dan vijftig jaar in ZuidAfrika woonde.
‘Tja, de tweede arts moet bevestigen wat de eerste arts heeft opgeschreven en de derde arts bevestigt dat weer enzovoort,’ legde meneer Tolmie langzaam uit, met handgebaren die ontegenzeggelijk bedoeld waren om zijn woorden te verduidelijken en misschien een overblijfsel waren van gebarentaal.
Mijn vader wierp me een geërgerde blik toe. Ik wist wat die betekende. Allemaal afzetterij, dacht hij. En hij was vastbesloten om zo weinig mogelijk te betalen. Dat is immers de aanpak van niet kerkelijke, cultureel vervreemde blanken. Doden zo snel mogelijk laten begraven of bij voorkeur cremeren, in de goedkoopste kist die er maar te krijgen is. Grenen of, beter nog, karton. Wacht, is een linnen wikkeldoek ook een optie? Wat kost dat? Zonde om geld te verspillen aan iets wat er niet meer toe doet.Geld uitgeven aan een uitvaart was in mijn vaders ogen even erg als een nieuwe auto kopen.”

 


Marianne Thamm (Taplow, 12 maart 1961)

 

De Duitse schrijfster en filmregisseur Jenny Erpenbeck werd geboren op 12 maart 1967 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Jenny Erpenbeck op dit blog.

Uit: Kein Roman

„Nichts Schöneres für ein Kind, als da aufzuwachsen, wo die Welt zu Ende ist. Da gibt es nicht viel Verkehr, der Asphalt ist für die Roll-schuhe da, und die Eltern müssen sich keine Gedanken um herum-schweifende Bösewichter machen. Was will ein Bösewicht in einer Sackgasse.
Die Wohnung, von der aus ich zum ersten Mal auf eigenen Füßen auf die Straße hinuntergehe, liegt im zweiten Geschoß eines präch-tigen alten Mietshauses mit prächtig abblätterndem Putz, verglasten Erkern, einer riesigen doppelflügligen Eingangstür und einer hölzer-nen Treppe, das Ende des Handlaufs mündend in ein blankgegriffe-nes Ungeheuer. Florastral3e 2A, Horastraße 2A, Florastraße 2A. Die ersten Worte nach Mama und Papa sind dieser Straßenname und diese Hausnummer. Damit ich, falls ich verlorengehe, immer sagen kann, wo ich bingehöre. Flosstraße 2A. Hockend im Treppenhaus dieses Hauses lerne ich, wie man eine Schleife zubindet. Gleich um die Ecke, in der Wollankstraßc, befindet sich der Bäckerladen, in dem ich, vier- oder fünfjährig, zum ersten Mal in meinem Leben al-lein einkaufen darf, von meinen Eltern hinuntergeschickt mit Beu-tel und abgezählten Talern für die Brötchen zum Frühstück. Der Bäckerladen hat geschnitzte Regale und eine Kasse, bei der die Ver-käuferin, bevor sie das Geld hineingibt, an einer Kurbel dreht. Wenn die Schublade aufgeht, klingelt es. Dic Wollankstraße endet ein paar hundert Meter weiter sehr plötzlich an einer Mauer. Dort ist die Endhaltestelle der Buslinie 50. Meine Eltern müssen sich keine Ge-danken um herumschweifende Bösewichter machen, was will ein Bösewicht in einer Sackgasse. Damals werde ich allein auf den Hof zum Buddeln geschickt, eine große Tanne wirft Schatten auf mei-nen Buddelkasten, und wenn das Essen fertig ist, ruft meine Mutter aus dem Fenster. Im ersten Stock unseres Hauses ist eine Tanzschule, von dort hört man bis auf den Hof hinunter ein Klavier klimpern und die Anweisung der Lehrerin für die Schritte.
Hinter der Mauer, an der die Wollankstraße damals für mich zu Ende ist, fährt die S-Bahn. Sie fährt nach links und nach rechts aber beide Richtungen kommen für uns nicht in Frage. Eine S-Bahn-Station weiter links, aber auch auf unserer Seite der Mauer, wohnen meine Großmutter mit ihrem Mann und meine Urgroßmutter zu-sammen in einer Zweizimmerwohnung im dritten Hinterhof eines Berliner Hauses. Eigentlich ist das Haus ein Eckhaus.“

 


Jenny Erpenbeck (Berlijn, 12 maart 1967)
Cover

 

De Amerikaanse schrijver Jack Kerouac werd geboren op 12 maart 1922 in Lowell, in de Amerikaanse staat Massachusetts. Zie ook alle tags voor Jack Karouac op dit blog.

Uit: On The Road

“I went to the cold-water flat with the boys, and Dean came to the door in his shorts. Marylou was jumping off the couch; Dean had dispatched the occupant of the apartment to the kitchen, probably to make coffee, while he proceeded with his love problems, for to him sex was the one and only holy and important thing in life, although he had to sweat and curse to make a living and so on. You saw that in the way he stood bobbing his head, always looking down, nodding, like a young boxer to instructions, to make you think he was listening to every word, throwing in a thousand “Yeses” and “That’s rights.” My first impression of Dean was of a young Gene Autry-trim, thin-hipped, blue-eyed, with a real Oklahoma accent-a side burned hero of the snowy West. In fact he’d just been working on a ranch, Ed Wall’s in Colorado, before marrying Marylou and coming East. Marylou was a pretty blonde with immense ringlets of hair like a sea of golden tresses; she sat there on the edge of the couch with her hands hanging in her lap and her smoky blue country eyes fixed in a wide stare because she was in an evil gray New York pad that she’d heard about back West, and waiting like a longbodied emaciated Modigliani surrealist woman in a serious room. But, outside of being a sweet little girl, she was awfully dumb and capable of doing horrible things. That night we all drank beer and pulled wrists and talked till dawn, and in the morning, while we sat around dumbly smoking butts from ashtrays in the gray light of a gloomy day, Dean got up nervously, paced around, thinking, and decided the thing to do was to have Marylou make breakfast and sweep the floor. “In other words we’ve got to get on the ball, darling, what I’m saying, otherwise it’ll be fluctuating and lack of true knowledge or crystallization of our plans.” Then I went away.
During the following week he confided in Chad King that he absolutely had to learn how to write from him; Chad said I was a writer and he should come to me for advice. Meanwhile Dean had gotten a job in a parking lot, had a fight with Marylou in their Hoboken apartment—God knows why they went there—and she was so mad and so down deep vindictive that she reported to the police some false trumped-up hysterical crazy charge, and Dean had to lam from Hoboken. So he had no place to live. He came right out to Paterson, New Jersey, where I was living with my aunt, and one night while I was studying there was a knock on the door, and there was Dean, bowing, shuffling obsequiously in the dark of the hall, and saying, “Hel-lo, you remember me—Dean Moriarty? I’ve come to ask you to show me how to write.”

 

 
Jack Kerouac (12 maart 1922 – 21 oktober 1969)
Scene uit de gelijknamige film met Sam Riley als Sal Paradise en Garrett Hedlund als Dean Moriarty, 2012

 

De Duitse schrijfster Henrike Heiland werd geboren op 12 maart 1975 in Solms. Zie ook alle tags voor Henrike Heiland op dit blog.

Uit: Zum Töten nah

„Die frische Brise, die landwärts von der Ostsee her wehte, schaffte es nicht, den Gestank des verbrannten Leichnams erträglicher zu machen.
»Durch den Mund atmen!«, rief ihnen ein Spurensicherer zu. Erik Kemper nickte nur.
Es war drei Uhr an einem Samstagmorgen im September, und der Fundort im Überseehafen Rostocks war mit starken Scheinwerfern ausgeleuchtet. Die Männer von der Kriminaltechnischen Untersuchung fotografierten noch und suchten die Gegend ab. Erik sah sich langsam um, vermied es aber, direkt auf das Opfer zu sehen.
»Was legt hier nachher ab?«, fragte er Micha Anders, der sich gerade mit einem der Hafenpolizisten unterhalten hatte.
»Nur Frachter, wir können gut absperren. Im Moment liegen auch nur diese beiden Schiffe hier, und die waren definitiv die ganze Zeit dicht. Da konnte niemand rauf, um sich zu verstecken. Ich denke, die können raus.«
In Eriks Kopf hämmerte es. Er hatte fast nicht geschlafen, und als er sich endlich zwang, zu dem Opfer hinüberzusehen, schaffte er es kaum, seinen Blick scharf zu stellen.
Die Leiche und der Boden darum herum in einem Radius von ungefähr zwei Metern waren mit weißem Feuerlöschpulver bedeckt. Unmöglich zu sagen, ob es sich einmal um einen Mann oder eine Frau gehandelt hatte. Wie es aussah, hatte das Feuer Kleidung, Haut, Haare und Fleisch fast vollständig aufgefressen. Das Opfer lag auf dem Rücken, die Arme, die Hände zusammengekrampft, ob vom Feuer oder vom Todeskampf, war unklar. Die verkohlten menschlichen Überreste waren mit dem asphaltierten Boden des Parkplatzes, der an einer der Anlegestellen des großen Überseehafens lag, fast verschmolzen. Im gleißenden Scheinwerferlicht sah Erik noch Dampf aufsteigen.
»Wo ist der Typ mit dem Feuerlöscher?«, fragte er dann und sah sic
h suchend um.
Micha deutete auf einen kahlköpfigen, leicht übergewichtigen Mann Ende vierzig in Flanellhemd und Jeans, der mithilfe eines Sanitäters versuchte, das Feuerlöschpulver von Körper und Kleidung zu entfernen.
»Hat die Windrichtung in der Aufregung nicht beachtet«, erklärte Micha. »Dieter Lindpointner heißt er. Österreicher.« Er sagte es in einem Tonfall, als würde die Herkunft des Mannes alles erklären.“

 


Henrike Heiland (Solms, 12 maart 1975)
Cover

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

The Traveling Onion

“It is believed that the onion originally came from India. In Egypt it was an
object of worship —why I haven’t been able to find out. From Egypt the onion
entered Greece and on to Italy, thence into all of Europe.” — Better Living Cookbook

When I think how far the onion has traveled
just to enter my stew today, I could kneel and praise
all small forgotten miracles,
crackly paper peeling on the drainboard,
pearly layers in smooth agreement,
the way the knife enters onion
and onion falls apart on the chopping block,
a history revealed.
And I would never scold the onion
for causing tears.
It is right that tears fall
for something small and forgotten.
How at meal, we sit to eat,
commenting on texture of meat or herbal aroma
but never on the translucence of onion,
now limp, now divided,
or its traditionally honorable career:
For the sake of others,
disappear.

 

Business

“Syrian refugees go about their business in a refugee camp in Mafraq, Jordan…”

Ropes on poles, jeans & shirts flapping in wind.
He sits on a giant bag of rice, head in hands.

Too much or too little, rips & bursts & furrows.
Something seared in a pan.

If you knew a mother, any mother, you would care
for mothers, yes? No.

What it is to be lonesome for stacked papers
on a desk, under glass globe,

brass vase with standing pencils,
new orders.

How quickly urgencies of doing disappear.
And where is the child from the next apartment,

whose crying kept him awake
these last terrible months?

Where do you file this unknowing?

 

 
Naomi Shihab Nye (St. Louis,12 maart 1952)

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en columnist Carl Hiaasen werd geboren op 12 maart 1953 in Plantation, Florida. Zie ook alle tags voor Carl Hiaasen op dit blog.

Uit: Squirm

“This one kid, he got kicked out of school.
That’s not easy to do–you need to break some actual laws. We heard lots of rumors, but nobody gave us the straight story.
The kid’s name was Jammer, and I got his locker.
Who knows what he kept in there, but he must’ve given out the combination to half the school. Kids were always messing with my stuff when I wasn’t around.
So I put a snake inside the locker. Problem solved.
It was an Eastern diamondback, a serious reptile. Eight buttons on the rattle, so it made some big noise when people opened the locker door. The freak-out factor was high.
Don’t worry–the rattlesnake couldn’t bite. I taped its mouth shut. That’s a tricky move, not for rookies. You need steady hands and zero common sense. I wouldn’t try it again.
The point is I didn’t want that rattler to hurt anyone. I just wanted kids to stay out of my locker.
Which they now do.
I set the diamondback free a few miles down Grapefruit Road, on the same log where I found him. It’s important to exit the scene fast, because an adult rattlesnake can strike up to one-half of its body length. Most people don’t know that, and why would they? It’s not a necessary piece of information, if you live a halfway normal life.”

 


Carl Hiaasen (Plantation, 12 maart 1953)

 

De Amerikaanse schrijver Edward Albee werd geboren op 12 maart 1928 in Washington DC. Zie ook alle tags voor Edward Albee op dit blog.

Uit: Ik bedenk personages, geen plot (Interview door Kester Freriks in NRC, 2007)

“Uw achternaam is Albee. Heeft u overwogen uw moeders naam aan te nemen? Dan zou u als Edward Harvey door het leven kunnen gaan.
.„Dit heeft nog nooit iemand me zo direct gevraagd.”Albee zwijgt even. „Maar u mag die vraag stellen, wantmijn biografie behoorttot het open domein. Mijn pleegouders heetten Albee en ze noemden mij eigenlijk Edward Albee III, want ik werd vernoemd naar grootvader Albee I die aan het hoofd stond van een keten van vaudeville-theaters. Na de dood van mijn tweede moeder in 1989 kreeg ik de adoptiepapieren onder ogen. Pas sinds dat ogenblik weet ik dat zij Harvey heette. De naam Edward had ik toen al; die is door haar gekozen. Ik heb contact gezocht met het adoptiebureau, maar dat geeft niets prijs. Ik kon mijn naam niet meer veranderen. „Ik moet toegeven dat ik mijn leven lang heb gehoopt dat een vrouw naar me toe zou komen met de woorden:‘Ik ben je echte moeder. ’Dat is nooit gebeurd. Vroeger kon ik wel huilen als ik hoorde van kinderen en hun werkelijke ouders, nu niet meer. En nog altijd is er het raadsel of mijn moeder wel Harvey heette. Zij kan die naam best hebben verzonnen.
(…)

Ze stelden geen vragen over hun rollen?
„Nee,en dat is beter ook. Speel wat er staat, maak het niet te symbolisch en zeker niet te psychologisch. Er staan woorden in de tekst die iedereen kan begrijpen. Er wordt veel te veel onzin beweerd over mijn stukken. Ik werd eerst een‘absurdist’ genoemd omdat The Zoo Story een keer in een avond werd gespeeld met Krapp’s laatste band van Samuel Beckett. Ik vond dat aanvankelijk een belediging. Mijn toneelwerk gaat over reële mensen met bestaande angsten.Daar is helemaal niets absurdistisch aan. Wie dat zegt, haalt de angel van de werkelijkheid uit mijn theater.
In Washington speelt nu een Broadway-versie van ‘Virginia Woolf’, met Kathleen Turner en Bill Irwin. U bent ooit in het anarchistisch theatercircuit van ‘off- off-Broadway’begonnen en pleitte voor kleine theaters die niet door het kapitaal worden geregeerd. En nu Broadway.
„De grootste bedreiging voor het theater is de macht van het geld. Musicals trekken een groot publiek, maar de kwaliteit is vaak hopeloos. Kassucces en diepgang gaan niet altijd samen. Ik vind dat dilemma onverdraaglijk. Turner en Irwin zijn beiden voor hun rol bekroond. Ze zijn kostbaar. Als schrijver wil je de beste acteurs voor je stuk. In het Kennedy Center is plaats voor bijna duizend mensen. Het is telkens uitverkocht. Maar ik vind de zaal te groot. Who’s Afraid ofVirginia Woolf? is een intiem toneelstuk voor niet meer dan twee- of driehonderd toeschouwers. Elke toeschouwer moet kunnen denken: dit stuk wordt alleen voor mij gespeeld, ik ben getuige van een gepantserd gevecht over liefde en dood tussen vier mensen, dat ik eigenlijk niet mag zien. Zo verging het mij tijdens het schrijven: wat ik zag en hoorde, wilde ik liever niet zien en horen.Toch overkwam het me.”

 


<Edward Albee (Washington DC, 12 maart 1928)
In 1963

 

De Nederlandse dichter De Schoolmeester (Gerrit van de Linde) werd geboren op 12 maart 1808 in Rotterdam. Zie ook alle tags voor De Schoolmeester op dit blog.

 

De Springhengst in de klaverwei

De Springhengst in de klaverwei
Is in zijn amourettes vrij,
De kater ’s nachts op ’t hellend dak
Een gaê zich kiest op zijn gemak
De wakkre haan steekt nooit zijn neus
Dan in het kipjen van zijn keus,
Terwijl de weegluis aan den wand
Slechts haar zijn woord en hart verpandt
Wier beeld, als hij den sterfling beet,
Zijn borst van wellust hijgen deed
En ik, die hooger toch moet staan
Dan weegluis, kater, hengst of haan;
Ik zou, voor pudding, port en spek,
Mijn vrijheid smijten in den drek?
Neen! eer zal ’t uitgediend heelal
Mijn school doen schudden in zijn val,
Eer steek ik met mijn moederspraak,
Als ’t Siegenbeeksche graauw, den draak;
Eer roept het Leidsche vloekgespuis
Mij, arme banneling, weër t’huis
Eer leg ik in het kuische graf
Mijn maagdom met mijn leven af,
Eer ik den zoeten huwlijksplicht
Op vleesch, dat ik niet lust verricht.

 

Naar bed

En nu vaarwel, ik ga naar bed
Ofschoon ik niets helaas verlet
Met langer op te blijven
Ach! Wanneer zal het uurtjen slaan
Dat ik van naar bed toe gaan
U meer zal kunnen schrijven?

 

 
De Schoolmeester (12 maart 1808 – 27 januari 1858)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2

Dave Eggers, Jenny Erpenbeck, Jack Kerouac, Henrike Heiland, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester, Gabriele d’Annunzio

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit:De monnik van Mokka (Vertaald door Koos Mebius)

“Mokhtar Alkhanshali en ik spreken af elkaar in Oakland te treffen. Hij is net terug uit Jemen, waar hij ternauwernood aan de dood is ontsnapt. Mokhtar is Amerikaans staatsburger, maar werd desondanks door de Amerikaanse overheid in de steek gelaten, waarna hij aan Saoedische bommen en Houthi-rebellen moest zien te ontkomen. Het land kon hij niet meer uit. De vliegvelden waren verwoest, en over de weg naar het buitenland ontkomen was onmogelijk. Er waren geen evacuatieplannen, er werd geen hulp geboden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten had duizenden Jemenitische Amerikanen aan hun lot overgelaten; ze zagen zich gedwongen op eigen houtje aan een blitzkrieg te ontsnappen – tienduizenden in de Verenigde Staten gefabriceerde bommen werden door de Saoedische luchtmacht boven Jemen afgeworpen.
Ik zit buiten bij de Blue Bottle Coffee aan Jack London Square op Mokhtar te wachten. Elders in de Verenigde Staten, in Boston, is een proces aan de gang waarin twee broers ervan worden beschuldigd een aantal bommen tot ontploffing te hebben gebracht tijdens de marathon van Boston, waarbij negen doden en honderden gewonden zijn gevallen. Hoog in de lucht boven Oakland houdt een politiehelikopter een staking van havenarbeiders in de Port of Oakland in de gaten. We schrijven 2015, veertien jaar na 11 september en het zevende jaar van Barack Obama’s presidentschap. Als land waren we na de paranoia van de periode-Bush in rustiger vaarwater gekomen; het opjagen en lastigvallen van Amerikaanse moslims was wel minder geworden, maar telkens als een moslim in de fout ging, laaide het vuur van de islamofobie weer een paar maanden op.
Als Mokhtar aan komt lopen, valt me op dat hij er ouder en rustiger uitziet dan de laatste keer dat ik hem zag. De man die daar zojuist uit zijn auto stapte draagt een beige broek en een paarse sweater. Hij heeft kort haar met gel erin en een kort, keurig sikje. Hij loopt opvallend kalm; terwijl zijn benen hem naar onze tafel op het trottoir brengen, beweegt zijn romp bijna niet. We schudden elkaar de hand, waarbij me aan zijn rechterhand een grote, rijk versierde zilveren ring opvalt, met daarin een opvallende robijnrode steen.”

 

 
Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

Lees verder “Dave Eggers, Jenny Erpenbeck, Jack Kerouac, Henrike Heiland, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester, Gabriele d’Annunzio”

Jenny Erpenbeck, Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester, Benedict Wells

De Duitse schrijfster en filmregisseur Jenny Erpenbeck werd geboren op 12 maart 1967 in Oost-Berlijn. Zie ook alle tags voor Jenny Erpenbeck op dit blog.

Uit: Aller Tage Abend

“Der Herr hat’s gegeben, der Herr hat’s genommen, hatte die Großmutter am Rand der Grube zu ihr gesagt. Aber das stimmte nicht, denn der Herr hatte viel mehr genommen, als da war – auch alles, was aus dem Kind hätte werden können, lag jetzt da unten und sollte unter die Erde. Drei Handvoll Erde, und das kleine Mädchen, das mit dem Schulranzen auf dem Rücken aus dem Haus läuft, lag unter der Erde, der Schulranzen wippt auf und ab, während es sich immer weiter entfernt; drei Handvoll Erde, und die Zehnjährige, die mit blassen Fingern Klavier spielt, lag da; drei Handvoll, und die Halbwüchsige, der die Männer nachschauen, weil ihr Haar so kupferrot leuchtet, wurde verschüttet; dreimal Erde geworfen, und es wurde auch die erwachsene Frau, die ihr, wenn sie selbst begonnenhätte, langsam zu werden, eine Arbeit aus der Hand genommen hätte mit den Worten: ach, Mutter, auch die wurde langsam von Erde, die ihr in den Mund fiel, erstickt. Unter drei Händen voll Erde lag eine alte Frau da im Grab, eine Frau, die selbst schon begonnen hat, langsam zu werden, zu der eine andere junge Frau oder ein Sohn manchmal gesagt hätte: ach, Mutter, auch die wartete nun darauf, dass man Erde auf sie warf, bis die Grube irgendwann wieder ganz voll sein würde, und ein wenig voller als voll, denn den Hügel über der Grube wölbt ja der Körper aus, wenn der auch viel weiter unten liegt, wo man ihn nicht mehr sieht. Über einem Säugling, der plötzlich gestorben ist, wölbt sich der Hügel fast gar nicht. Eigentlich aber müsste der Hügel so riesig sein wie die Alpen. Das denkt sie, und dabei hat sie die Alpen noch niemals mit eigenen Augen gesehen.
Sie sitzt auf derselben Fußbank, auf der sie als Kind immer saß, wenn ihre Großmutter ihr Geschichten erzählte. Diese Fubank war das Einzige, was sie sich von der Großmutter für ihren eigenen Hausstand gewünscht hatte. Sie sitzt im Flur auf dieser Fußbank, lehnt sich an die Wand, hält die Augen geschlossen und rührt das Essen und T rinken, das eine Freundin vor sie hingestellt hat, nicht an. Sieben Tage wird sie jetzt so da sitzen. Ihr Mann hat versucht, sie hochzuziehen, aber gegen ihren Willen hat er es nicht geschafft.“

 

 
Jenny Erpenbeck (Berlijn, 12 maart 1967)

Lees verder “Jenny Erpenbeck, Dave Eggers, Jack Kerouac, Naomi Shihab Nye, Carl Hiaasen, Edward Albee, De Schoolmeester, Benedict Wells”