Christoph Meckel

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

Uit: Russische Zone

„Im amerikanischen Juni nach dem Ende des Weltkriegs wurde ich sanglos-klanglos zehn Jahre alt. Wir überlebten und lebten weiter, aus dem Haus der Großeltern wegquartiert – die Militärbehörde war gnadenlos, das gebrochene Bein der Großmutter war ihr egal –, im vierten Stock eines bombenbeschädigten Wohnblocks am Westrand Erfurts. Unterm Fenster verlief eine Katzenkopf-Straße, von verirrten Granaten der Deutschen zu Steinschutt verhackstückt – Erfurt wurde zuletzt aus dem Zentrum mit fünf oder sechs Geschützen verteidigt. Gegend der Bombentrichter, verwüstete Gärten, öde Feldflächen bis an den Steigerwald. Das waren Kohlfelder – sie erschienen mir endlos –, vor der Ernte von allen Seiten gerecht beklaut, danach von Hungernden in Besitz genommen; Kinderhände, Altweiberfinger rupften wie Viehmäuler schnell und geübt die zurückgelassenen Reste Kohl; noch einmal fand der vorletzte Hunger bescheidene Reste in Staub und Schlamm; packte der letzte Hunger zum letzten Mal, was von Blatt und Strunk kaum noch sichtbar herumlag.
Nach wenigen Wochen waren die Amerikaner zum neuen Weltbild der Deutschen geworden. Die Gewißheit, im Westen am Leben zu sein, beruhigte den Menschen, der übrig war, und belebte seinen Wunsch nach menschenmöglicher Zukunft. An der nahen Kreuzung, von der Veranda aus sichtbar, war ein Checkpoint improvisiert für jeden, der im Untergrund den Krieg überlebte, Verfolgung und Urteil entkommen war. Plakate und Lautsprecher machten die Stelle bekannt. Es kamen irre Gestalten zum Vorschein, die hier niemand gesehn noch vermutet hatte, Knochengeschöpfe in Lumpen, unschlüssig, verhuscht, von entschlossenen Gesichtern hingeführt, Männer und Frauen, allein, ohne Kinder. Ich hatte kein einziges Kind bemerkt und konnte mir denken, daß es Leute gab, die keinen Grund hatten, an den Checkpoint zu gehen. Wäre ich hingegangen? Ich wußte es nicht. Ich hätte mich ohne den Checkpoint befreiter gefühlt.
Es erschien auch ein alter Offizier – aus dem ersten in den zweiten Weltkrieg verschlagen – in zerknitterter Uniform, behängt mit Orden, nachdrücklich hinkend in ausgetretenen Stiefeln. Er salutierte vor den verblüfften GIs, über-gab eine Waffe, wurde abgeführt, in der nächsten Querstraße stand ein geschlossener Jeep. Das geflüsterte Wort der Nachbarn hieß Deserteur, mir wurde versichert, daß ihm nichts passierte. Dem zieht man die Uniform ab und läßt ihn laufen. Woher der Mensch kam, wurde nicht bekannt.”

 

Het was de adem in de sneeuw

Het was de adem in de sneeuw en de wijn in de ochtend
de autopech in de rivierbedding, de vos in de bergen
het was de muis die een scheiding door het gras trok
en het was het van regenbuien druipende haar.
Nu is het dat gepraat over de sneeuw en de adem
de rivier, de wijn, het haar. De rest is gewoon gepraat.
En de muis, het gras, de muis – hoe zat dat met de muis.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e juni ook mijn blog van 12 juni 2020 en eveneens mijn blog van 12 juni 2019 en ook mijn blog van 12 juni 2016 deel 2.

Sophie van der Stap, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijfster Sophie van der Stap werd geboren in Amsterdam op 11 juni 1983. Zie ook alle tags voor Sophie van der Stap op dit blog.

Uit: Een blauwe vlinder zegt gedag

“Je bent ziek en gaat misschien hetzelfde jaar nog dood. De werkzaamheden langs de weg liggen plotseling stil. Tot deze tijdelijke adempauze had ik nooit kunnen bedenken dat ik ooit nog het leven zou leiden dat ik vandaag de dag leef, door op een middag niet alleen mezelf in de spiegel terug te zien, maar ook mijn eigen sterfelijkheid. Ik wist toen nog niet dat die ongewenste gast naast mij in de spiegel mijn spiegelbeeld beter vormgaf dan iedere andere spiegel ooit had gedaan. Ik wist ook nog niet dat in dat spiegelbeeld een schrijver verborgen lag of een vrouw die tot leven komt in de armen van een tangodanser. Als je maar lang genoeg kijkt, breekt er altijd wel iets. Een stukje onbevangenheid, of misschien een ander stukje romantiek. Sinds die ene dag in januari, toen ik de dood de hand schudde, is mijn leven een aaneenschakeling van momenten geworden. Ik reis van moment naar moment, zonder me ergens te vestigen. Het fenomeen tijd ziet er heel anders uit als voorheen, toen ik nog langetermijnplannen had. Tijd is geen bron meer, zo diep dat de bodem verder weg is dan je zicht reikt. Een bodem zo peilloos dat zelfs de zon zijn laagste punt niet bereiken kan. Het is slechts nog een plasje, dat met iedere zonnestraal kleiner wordt. Ik moest me niet alleen zien los te maken van de toekomst, maar ook van het verleden, waar mijn dromen zo opgevoerd waren. Pas toen ik alles losliet, lukte het me me vast te grijpen aan hetgeen wat me te doen stond: overleven. Ik putte geluk uit wat ik had en berusting uit wat ik niet had. En berusting leidt tot nieuwe dromen en deuren. Die spiegel voelde leeg aan, zo zonder de jongemeisjesdromen van gisteren en de weloverwogen plannen van morgen die in alles wat ik deed als hete wax aan me kleefden, maar gek genoeg ook heel bevrijdend. Zonder verwachtingen is alles makkelijker, en zelfs leuker. Mijn dromen bleken veel dichter bij huis te liggen dan ik ooit had gedacht. De paradox in dezen is dat het niets van de dood me heel dicht bij de bron van het leven heeft gebracht. Van geboren worden in een maas van etiketten en stickers, tot mens worden zoals ik denk dat de mens bedoeld is te zijn, universeel en ongebonden. Die dag in maart, de 27ste, toen de aprilwind al in mijn rug duwde om mij vooruit te waaien, bevond ik mezelf op een splitsing tussen twee werelden.”

 


Sophie van der Stap (Amsterdam, 11 juni 1983)

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Stemmen in de make-up kamer

Hij was geen koning,
geen acteur in de rol van koning.
Was geen rechter,
geen acteur in de rol van rechter,
en was geen dief.
Wisselende stemmen in de make-up kamer
echoden: jij bent de nar achter het gordijn.
Toen de tijd bevroor tot een symbool,
de dood liet gaan, de priesters verdreef,
loop jij met de bel
door de lege binnenplaatsen van de Verboden Stad
en roept: Ik was geen koning
en was geen Shylock,
geen acteur in de rol van Shylock.
Was geen killer,
geen acteur in de rol van killer,
en ben de nar met de bel!

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Christoph Meckel (12 juni 1935 – 29 januari 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e juni ook mijn blog van 11 juni 2021 en ook mijn blog van 11 juni 2020 en eveneens mijn blog van 11 juni 2019 en ook mijn blog van 11 juni 2017 deel 2.

Jan Brokken, Christoph Meckel

De Nederlandse schrijver Jan Brokken werd geboren op 10 juni 1949 in Leiden. Zie ook alle tags voor Jan Brokken op dit blog.

Uit: De weemoed van de reiziger 

“Ik was in Collioure en zag een brievenbus op de begraafplaats. Niet een namaakkastje, nee, een echte brievenbus van de Franse posterijen, bevestigd aan een staande grafsteen. Of beter nog: half ingemetseld in die steen. Je kon er een brief in posten, en aan de klep te voelen, die soepel openging, hadden heel wat mensen dat in de loop der tijden gedaan. De brievenbus moest er al lang hangen, de oorspronkelijk gele kleur was vervaagd, het ijzer geoxideerd. Het was een rouwende brievenbus geworden maar het logo van de Franse posterijen bleef duidelijk herkenbaar.
Over het uur van de lichting gaf de brievenbus geen uitsluitsel, en in het licht van de eeuwigheid is dat ook wel te begrijpen. Haast houdt op bij het hek van het kerkhof.
Je moest je diep vooroverbuigen om een brief te posten. Na een vluchtige blik om me heen knielde ik neer, want dat leek me de beste manier om het te proberen. Mijn linkerknie vond steun op de liggende grafsteen, wat ik toch een tikkeltje oneerbiedig vond. Ik richtte me snel weer op en vergewiste me ervan dat niemand me had opgemerkt.
Ik bleef geruime tijd wachten, in de schaduw van een paar parasoldennen en een enkele cipres. Waar hoopte ik op? Dat een oud dametje er een brief kwam posten, een brief op hemelsblauw papier die ze eigenlijk al haar hele leven had willen schrijven? Of dat een jongeman met halflang sluik haar en het brilletje van een boekenwurm zou neerknielen voor het graf en een paar woorden zou prevelen, als was het een gebed. Of dat de postbode een brief met wel vijf postzegels kwam bezorgen, postzegels in alle kleuren van de regenboog, een brief die in Sevilla was gepost of in Buenos Aires of in Santiago de Chile?
Na twee uur en vijftig minuten – ik kreeg dorst en had net op mijn horloge gekeken – verscheen een echtpaar met twee kinderen, een jongen van een jaar of tien en een meisje dat van een onbepaalde leeftijd was en zowel elf als veertien kon zijn. Ik verschool me half achter een zerk. De ouders bogen eerbiedig het hoofd, zoon en dochter keken elkaar even aan alsof ze zich afvroegen waar deze poppenkast voor nodig was. Maar de dood is een griezelfilm voor alle leeftijden. Ze trokken hun gezicht in een benauwde plooi, staarden naar de grond en vouwden de handen.”

 


Jan Brokken (Leiden, 10 juni 1949)

 

De Duitse dichter, schrijver en graficus Christoph Meckel werd geboren op 12 juni 1935 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Christopher Meckel op dit blog.

 

Een andere aarde

Zodra de bomen geteld zijn en de bladeren
blad voor blad naar de instanties zijn gebracht,
zullen we weten wat de aarde waard was.
Duiken in rivieren vol water
en kersen plukken op een ochtend in juni
zal een voorrecht zijn, niet voor velen.
Graag zullen we aan de versleten wereld
Terugdenken, toen de tijd zich vermengde
met monsters en engelen, toen de lucht
een open schacht was voor de rook
en vogels in zwermen over de snelweg vlogen
(we stonden in de tuin, en onze gesprekken
hielden de tijd tegen, het sterven van de bomen
vluchtige legendes van brandnetelkruid).
Shut up. Een andere aarde, een ander huis.
(Een haviksvleugel in de kast. Een blad. Een water.)

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Christoph Meckel (Berlijn, 12 juni 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e juni ook mijn blog van 10 juni 2024 en ook mijn blog van 10 juni 2021 en ook mijn blog van 10 juni 2020 en eveneens blog van 10 juni 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Pfingstlied (Georg Weerth), Marie Howe

 

Prettige Pinksterdagen!

 


Vuurwerk van de Geest door Christel Holl, z.j.

 

Pfingstlied

Sie herzten sich und sie küssten sich
Mit liebevoller Gebärde.
Der junge Herr Frühling wonniglich,
Der besuchte die alte Frau Erde.

Er ist der guten, ehrlichen Frau
Mit eins an den Hals gesprungen,
Dass bis hinauf in den Himmel blau
Nur Lust und Jubel erklungen.

“Mein Sohn, es freut mich, dass du hier!
Lang währte des Winters Tosen.
Meine Felder brauchen die goldne Zier,
Meine Gärten Lilien und Rosen.

Verstummt sind all meine Nachtigalln,
Seit ich dich verloren hatte;
Drum schmücke den Vögeln die grünen Halln
Und den Hirschen die blumige Matte.

Ich habe so oft an dich gedacht,
Wenn es stürmte wilder und wilder;
Doch sprich, was hast du mir mitgebracht
Für die lieblichen Menschenbilder?”

“Für die Menschenbilder?” versetzte da
Der junge Herr Frühling stutzend –
In die Tasche griff er behend: “Voilà!
Revolutionen ein Dutzend.”

 


Georg Weerth (17 februari 1822 – 30 juli 1856)
De Erlöserkirche in Detmold, de geboorteplaats van Georg Weerth

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Marie Howe werd geboren in 1950 in Rochester, New York. Zie ook alle tags voor Marie Howe op dit blog.

 

Naar huis lopend

Alles sterft, zei ik. Hoe kwam ik daarbij?
Een boom? De winter? Ik niet, zei ze.

En ik zei: O ja? En zij zei: Ik reïncarneer.
Ha, zei ze, Tot over een paar duizend jaar!

Waarom jaren, wilde ik weten, waarom geen minuten? Dagen?
Ze vond dat zo grappig – Ha Ha – dubbelgevouwen –

Jaren, zei ze vol vertrouwen.
Ik denk dat jij en ik elkaar al een paar levens kennen, zei ik.

Ze zei: Ik ben nog nooit eerder een ziel op deze aarde geweest.
(Het was koud. We hadden honger.) De volgende keer ben jij de moeder, zei ik.

No way, Jose, zei ze, terwijl we de laatste winderige bocht omsloegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Marie Howe (Rochester, 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e juni ook mijn blog van 9 juni 2024 en ook mijn blog van 9 juni 2020 en eveneens mijn blog van 9 juni 2019 en ook mijn blog van 9 juni 2018 deel 2.

Pfingstlied (Gustav Falke), Nikki Giovanni

 

Prettige Pinksterdagen!

 


De uitstorting van de Heilige Geest door Otto van Veen, 1873

 

Pfingstlied

Pfingsten ist heut, und die Sonne scheint,
Und die Kirschen blühn, und die Seele meint,
Sie könne durch allen Rausch und Duft
Aufsteigen in die goldene Luft.

Jedes Herz in Freude steht,
Von neuem Geist frisch angeweht,
Und hoffnungsvoll aus Tür und Tor
Steckt’s einen grünen Zweig hervor.

Es ist im Fernen und im Nah’n
So ein himmlisches Weltbejah’n
In all dem Lieder- und Glockenklang,
Und die Kinder singen den Weg entlang.

Wissen die Kindlein auch zumeist
Noch nicht viel vom heiligen Geist,
Die Hauptsach spüren sie fein und rein:
Heut müssen wir fröhlichen Herzens sein.

 


Gustav Falke (11 januari 1853 – 8 februari 1916)
De St. Marienkirche in Lübeck, de geboorteplaats van  Gustav Falke

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

ik ben niet eenzaam

ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen slaap

je denkt dat ik bang ben
maar ik ben een grote meid
ik huil niet
of zoiets

ik heb een heerlijk
groot bed
om in te rollen
en veel ruimte
en ik droom geen
nare dromen
meer
zoals vroeger waarin
je me verliet

nu je weg bent
droom ik niet
en wat je ook denkt
ik ben niet eenzaam
nu ik helemaal alleen
slaap

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

Orhan Pamuk, Nikki Giovanni

De Turkse schrijver Orhan Pamuk werd geboren op 7 juni 1952 in Istanbul. Zie ook alle tags voor Orhan Pamuk op dit blog.

Uit: Het museum van de onschuld (Vertaald door Margreet Dorleijn)

“Het bleek het gelukkigste moment van mijn leven te zijn, maar ik besefte het niet. Als ik het wél had beseft, had ik dat geluk dan in stand kunnen houden? Had alles dan een totaal andere wending genomen? Zeker, als ik me had gerealiseerd dat dit het allergelukkigste moment van mijn leven was geweest, had ik het nooit zomaar weg laten glippen. Dit wonderbaarlijke, gouden moment waarin ik volledig vervuld was van een diepe sereniteit duurde misschien niet langer dan een paar seconden, maar het geluk leek zich voor mij over uren, ja jaren uit te strekken. Het moment deed zich voor rond kwart voor drie op maandag, de z6ste mei van het jaar 1975. Het was alsof wij verlost waren van alle schuld, zonde, straf en berouw, en de wereld vrij was van de wetten van zwaartekracht en tijd. Ik kuste Fsuns schouder, die bezweet was van het vrijen, sloeg behoedzaam mijn armen van achter om haar heen, drong voorzichtig bij haar binnen en beet zachtjes in haar linkeroor. Toen was het of de oorbel die ze in had een moment in de lucht zweefde en vervolgens uit zichzelf naar beneden viel. Z,6 gelukkig waren we dat we die oorbel totaal niet leken op te merken, die oorbel waar ik die dag in het geheel geen aandacht aan had geschonken, en we gingen gewoon door met kussen. Buiten glansde de hemel zoals hij dat alleen maar doet op een lentedag in Istanbul. Door de warmte raakten de inwoners van de stad bezweet; ze hadden hun winterse gewoonten nog niet afgelegd. Binnen, in winkels en gebouwen, en onder de linde- en kastanjebomen was het echter nog koel. Een dergelijke koelte steeg ook op uit het muf ruikende dunne matras, waarop wij hadden liggen vrijen, alles om ons heen vergetend als twee gelukkige kinderen. Een lentebries blies door de open balkondeuren, geurend naar lindebloesem en zee, liet de vitrages opbollen en zwaar op onze rug vallen zodat kippenvel over onze naakte lichamen trok. Vanuit de achterkamer in het appartement op de tweede verdieping, vanaf het bed waarop we lagen, konden we kinderen zien voetballen in de achtertuin, ze vloekten verbeten in de meiwarmte. Het drong tot ons door dat de onbehoorlijke dingen die ze elkaar toeriepen, precies die dingen waren die wij met elkaar aan het doen waren, we stopten even midden in onze vrijpartij, keken elkaar diep in de ogen en glimlachten. Maar ons geluk was zo groot en allesomvattend, dat we de grap die ons vanuit de achtertuin werd aangereikt onmiddellijk weer vergaten, net als de oorbel.”

 


Orhan Pamuk (Istanbul, 7 juni 1952)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Altijd Zijn Er De Kinderen

en altijd zijn er de kinderen

er zullen kinderen zijn in de hitte van de dag
er zullen kinderen zijn in de kou van de winter

kinderen als een gewatteerde deken
worden verwelkomd in onze ouderdom

kinderen als een blok ijs voor een woestijnsjeik
zijn tekenen van status in onze jeugd

we voeden de kinderen met onze cultuur
opdat ze onze beproevingen mogen begrijpen

we voeden de kinderen op met onze goden
opdat ze respect mogen begrijpen

we drijven de kinderen in onze voetsporen
opdat ons ras niet tekort zal schieten

maar onze kinderen zijn niet van ons
en wij niet van hen, zij zijn de toekomst, wij zijn het verleden

hoe verwelkomen we de toekomst
niet met het kolonialisme van het verleden
want dat is ons probleem
niet met het racisme van het verleden
want dat is hun probleem
niet met de angst voor onze eigen status
want geschiedenis wordt geleefd, niet gedicteerd

we verwelkomen de jongeren van alle groepen
als de onze met de stevige voedingsstoffen
van voedsel en warmte

we bereiden de weg met de stevige
voedingsstoffen van zelfontplooiing

we moedigen alle jongeren aan zich voor te bereiden op de jeugd,
want er zullen altijd kinderen zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)
In 1973

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juni ook mijn blog van 7 juni 2020 en eveneens mijn blog van 7 juni 2019 en ook mijn blog van 7 juni 2015 deel 2.

150 Jaar Thomas Mann, Nikki Giovanni

 

150 Jaar Thomas Mann

De Duitse schrijver Thomas Mann werd geboren in Lübeck op 6 juni 1875. Zie ook alle tags voor Thomas Mann op dit blog. Dat is vandaag precies 150 jaar geleden.

Uit: Buddenbrooks

„Ich komme zum erstenmal auf, aber niemand ist so nahe, daß er mich fassen kann; ich komme zum zweitenmal auf, allein die Schute geht mir über den Kopf. Es waren Leute genug da, die mich gerne retten wollten, allein sie mußten erst schieben, daß die Jagd und Schute nicht über mich kämen, und all’ ihr Schieben hätte doch nichts geholfen, wenn nicht in diesem Augenblick ein Tau auf einer Nordfahrerjagd von selbst gerissen wäre, wodurch die Jagd hinaustrieb, und ich also durch Gottes Verhängnis Raum erhielt, und obwohl ich zum drittenmal nicht weiter aufkam, als daß nur die Haare zur Sicht kamen, so gelang es, weil alle die Köpfe, der eine hier, der andere dort, aus der Schute über dem Wasser waren, daß einer, der nach vorne zu aus der Schute lag, mich an den Haaren faßte, und ich griff ihn am Arm. Allein da er sich selbst nicht halten konnte, schrie und brüllte er so gewaltig, daß die anderen es hörten und ihn so geschwind an den Hüften faßten und mit Macht festhielten, daß er standhalten konnte. Auch ich hielt immer fest, wenngleich er mich in den Arm biß, und kam es dadurch dahin, daß er auch mir helfen konnte …« Und dann folgte ein sehr langes Dankgebet, das der Konsul mit feuchten Augen überlas.
»Ich könnte gar vieles anführen«, hieß es an anderer Stelle, »wenn ich gewilligt wäre, meine Leidenschaften zu entdecken, allein …« Nun, hierüber ging der Konsul hinweg und begann hie und da ein paar Zeilen aus der Zeit seiner Verheiratung und seiner ersten Vaterschaft zu lesen. Diese Verbindung war, sollte er ehrlich sein, nicht gerade das gewesen, was man eine Liebesheirat nennt. Sein Vater hatte ihm auf die Schulter geklopft und ihn auf die Tochter des reichen Kröger, die der Firma eine stattliche Mitgift zuführte, aufmerksam gemacht, er war von Herzen einverstanden gewesen und hatte fortan seine Gattin verehrt, als die ihm von Gott vertraute Gefährtin …
Mit der zweiten Heirat seines Vaters hatte es sich ja nicht anders verhalten.


De familie Buddenbrook: v.l.n.r.: Tony (Jessica Schwarz), Christian (August Diehl), Johann (Armin Mueller-Stahl), Thomas (Mark Waschke) en Elisabeth (Iris Berben) in de film Buddenbrooks van regisseur Heinrich Breloer uit 2008

»Ein guter Mann, ein braver Mann,
Ein Mann von Complaisancen« …
trällerte er leise im Schlafzimmer. Bedauerlich, wie wenig Sinn er für alle diese alten Aufzeichnungen und Papiere besaß. Er stand mit beiden Beinen in der Gegenwart und beschäftigte sich nicht viel mit der Vergangenheit der Familie, wenngleich er ehemals dem dicken Goldschnittheft immerhin ein paar Notizen in seiner etwas schnörkeligen Handschrift hinzugefügt hatte, und zwar hauptsächlich in betreff seiner ersten Ehe.
Der Konsul schlug die Blätter auf, die stärker und rauher waren als das Papier, das er selbst hineingeheftet, und die schon zu vergilben begannen … Ja, Johann Buddenbrook mußte diese erste Gattin, die Tochter eines Bremer Kaufmannes, in rührender Weise geliebt haben, und das eine, kurze Jahr, das er an ihrer Seite hatte verleben dürfen, schien sein schönstes gewesen zu sein. »L’année la plus heureuse de ma vie«, stand dort, mit einer krausen Wellenlinie unterstrichen, auf die Gefahr hin, daß Madame Antoinette es las …“

 


Thomas Mann (6 juni 1875 – 12 augustus 1955)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Nikki Giovanni werd geboren op 7 juni 1943 in Knoxville, Tennessee. Zie ook alle tags voor Nikki Giovanni op dit blog.

 

Mooie zwarte mannen

(Met complimenten en excuses aan iedereen die niet bij naam genoemd wordt)

Ik wil gewoon iets zeggen
over die prachtige, prachtige, prachtige, prachtige, geweldige
zwarte mannen
die met hun afro’s
over straat lopen
‘t is hetzelfde oude gevaar
maar een gloednieuw plezier

die op stoepen zitten, in bars, naar kantoren gaan
getallen verwerken op hun hoeren letten
preken in kerken, hun varkens hoeden
hun honden uitlaten, naar me knipogen
in hun vuurrode, limoengroene, verbrand oranje
koningsblauwe strakke broeken die omvatten
wat ik graag omvat

jerry butler, wilson pickett, the impressions
temptations, machtige, machtige sly
hoeven niets anders te doen dan te lopen
op het podium
en ik schreeuw en stamp en schreeuw
zie een nieuwe generatie mannen in een generatie allemaal
dashiki pakken met bijpassende overhemden
de voering die de stropdassen complimenteert
die glimlachen naar de sandalen
waar vieze tenen me aanstaren
en ik schreeuw en stamp en schreeuw
om meer mooie mooie mooie
zwarte mannen met geweldige afro’s

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Nikki Giovanni (Knoxville, 7 juni 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juni ook mijn blog van 6 juni 2020 en eveneens mijn blog van 6 juni 2019 en ook mijn blog van 6 juni 2015 deel 2.

In Memoriam Edmund White

In Memoriam Edmund White

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White is afgelopen dinsdag, 3 juni, op 85-jarige leeftijd gestorven. Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook alle tags voor Edmund White op dit blog.

Uit: Jack Holmes and His Friend

“Jack had feared that his father would oppose his studying Chinese art history but no, he thought that China was the future and Jack was smart to be out ahead. What Jack didn’t bother to tell his father was that he was studying mid-Ching painting and classical Chinese and that he had no interest in mastering contemporary conversational Mandarin. Nor did he much want to visit China; the land of his dreams lay entirely in the past. He took a few conversation classes to throw his father off his scent, but he was too embarrassed by the strange tonal sounds to be able to speak the language out loud. He did help one of his teachers translate a history of Buddhist art written in classical Chinese.
Jack was a tall, rangy guy with stomach muscles as hard as a turtle’s shell. His straight hair was called dirty-blond, but in fact he kept it squeaky-clean with Breck shampoo, though he knew that product was for women. Girls who liked him said he had a “boy-next-door look,” but if they really liked him, they said they could imagine him as the pitcher on a baseball team. Any hint of praise or interest in him made him perk up foolishly (which he instantly regretted). He wondered if he’d been undernoticed by his strange parents.
In boarding school, the boys had watched movies on Saturday evenings with girls from their sister school. The boys, especially the boarders, were as awkward as monks around women, and it was hard to convince them to talk to their guests during the cookie-and-cider reception after the projection. The day boys, who usually weren’t around on weekends, were a lot more relaxed when they happened to attend. They treated women as if they were members of the same species at least, whereas the boarders gulped and turned funny colors and jabbed each other in the ribs, almost as if a girl were something like a newly purchased thoroughbred horse, valuable but hard to ride.
Jack got along with girls and boys because he was a classic “good guy.” He had a way of addressing a total stranger with a highly specific, off beat question. Standing in front of a student photo exhibit, he might say to a stranger, without any introduction, “You can tell all these pictures were taken by the same person, can’t you? They all look like people in the 1930s.” Odd as the approach might be, it required nothing from his interlocutor but an opinion. It suggested they’d known each other forever.”

 


Edmund White (13 januari 1940 – 3 juni 2025)

Federico García Lorca, Paul Farley

De Spaanse dichter en toneelschrijver Federico Garcia Lorca werd geboren op 5 juni 1898 in Fuente Vaqueros, Granada. Zie ook alle tags voor Federico Garcia Lorca op dit blog.

 

Klaaglied
December 1918
(Granada)

Als een wierookvat vol verlangen
loop jij door de klaarlichte avond
met je donkere lijf van verschaalde nardus
en een brandende begeerte in je blik.

In je mond draag je de melancholie
van dode reinheid, en in de dionysische
kelk van je buik de spin
die de steriele sluier weeft om jouw schoot
waaraan de rozen des levens,
vrucht van de kussen, nooit ontloken.

In je witte handen
draag je de streng van je voor immer
gestorven illusies, en op je hart
de hongerige passie van hete kussen
en jouw moederliefde die wegdroomt
naar wiegjes in rustige sferen
waar lippen blauwe sprookjes spinnen.

Als de sluimerende liefde jouw lichaam
zou raken schonk je als Ceres je gulden aren
en ontsprong aan jouw borsten,
als bij de Maagd Maria, een andere melkweg.

Maar als de magnolia zul jij verwelken.
Niemand zal jouw gloeiende dijen omhelzen
en nooit zullen vingers jouw haren naderen
om ze te bespelen als de snaren van de harp.

O krachtige vrouw van ebbehout en nardus!
jouw adem heeft de witheid van de jasmijn,
o Venus in stola van Manila
die de wijn van Malaga kent en de gitaren.

O zwarte zwaan, jouw vijver heeft
waterlelies van pijlen, golven van oranjeappels
en schuim van rode anjers die de fletse
kinderen onder jouw vleugels parfumeren.

Niemand bevrucht je. Andalusische martelares,
jouw kussen moesten onder een pergola blijven,
vol van de stilte van de nacht
en het troebele ritme van gestagneerd water.

Maar de kringen onder jouw ogen worden groter
en jouw zwarte haar zal zilver worden;
jouw borsten verslappen en vergieten hun geur.
Je fraaie rug begint zich al te krommen.

O slanke, moederlijke, hartstochtelijke vrouw!
Maagd van smarten met alle sterren van de hemel
diep in het hart geslagen,
hart dat de hoop verloren heeft.

Spiegel ben je van een Andalusië
dat mateloos lijdt en zwijgt,
een lijden gewiegd door de waaiers
en de mantilla’s om de kelen
die beven van bloed, van sneeuw,
en de rode schrammen, krabben van blikken.

Door de nevel van de herfst ga je heen,
maagd als Agnes, als Cecilia en de zoete Clara,
jij die als een bacchante had willen dansen
met wingerd en wijnrank bekranst.

De intense droefheid die flakkert in jouw ogen
spreekt van een leven gebroken en mislukt,
van sleur in je povere bedoening, waar je
achter je raam de mensen ziet voorbijgaan
en de regen hoort tikken op de bittere
en oude, dorpse straat, terwijl in de verte het geklaag klinkt
van klokslagen, troebel en vaag.

Vergeefs luisterde je naar het lispelen van de wind.
Nooit kwam tot jouw oren de lieflijke serenade.
Maar aan je raam blijf je hunkerend staren.
Hoe diep moet de treurnis zijn in je ziel
als jouw vermoeide en uitgeputte boezem
het vuur van een pas verliefd meisje voelt!

Ongeschonden door emoties
zal jouw lichaam ten grave gaan.
Over de donkere aarde
zal een morgen gloren.
Uit jouw donkere ogen zullen twee bloedende anjers wellen
en uit jouw borsten rozen, wit als sneeuw.
Maar jouw grote droefheid zal met de sterren verbleken,
als een andere ster waardig ze te wonden en te overstralen.

 

Vertaald door Robert Lemm

 


Federico García Lorca (5 juni 1898 – 19 augustus 1936)
Standbeeld in Madrid

 

De Britse dichter en schrijver Paul Farley werd geboren op 5 juni 1965 in Liverpool. Zie ook alle tags voor Paul Farley op dit blog.

 

Liverpool verdwijnt voor een miljardste van een seconde

Korter dan het geknisper in het geknisper dat het nationale elektriciteitsnet
soms laat horen, wanneer je je omdraait
naar een kamer en zegt: Was dat alleen bij mij het geval?

Mensen die aan tafel zitten, hebben niet het gevoel dat
hun stoelen worden weggehaald/weer teruggezet
veel sneller dan die truc met tafelkleden.

Een trein die de Olive Mount binnenrijdt,
trilt, maar geen enkele passagier
klaagt als hij bijna op tijd arriveert.

De vogels voelen het echter wel, en als je
spreeuwen in een school ziet, meeuwen die de
kathedraalrichels verlaten, of een zwerm duiven

die opstijgt van een plein als bij geweervuur,
wees gewaarschuwd dat het misschien gebeurt, maar dan
zij die gevoelig zijn voor vleermuisgepiep in

hun nek, die beweren het verre gebrul
van kometen in de bocht te horen – die zullen misschien wel glimlachen
om een herstelde wereld, in één stuk; Hoewel elke plek

waar mineraal Liverpool naartoe gaat, niet zou geloven
waardoor het getroffen werd: al die zandsteen in zee
of vermengd met de wijken van Keulen.

Ik heb het een paar keer gevoeld toen ik thuiskwam,
zo niet vaker nu ik oud ben,
en de tijd ertussen wordt steeds korter.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Paul Farley (Liverpool,. 5 juni 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e juni ook mijn blog van 5 juni 2020 en eveneens mijn blog van 5 juni 2019 en ook mijn blog van 5 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Ralf Thenior, Daniela Dröscher

De Duitse dichter en schrijver Ralf Thenior werd geboren op 4 juni 1945 in Bad Kudowa. Zie ook alle tags voor Ralf Thenior op dit blog.

 

Ostfriesland Dreamin’

Ein Wochenende im Best Western Hotel
in Leer / Ostfriesland ein echter Verholer

Hallo! Das Best Western in Leer / Ostfriesland
Ein Doppel und ein Einzel Fenster zum Bahnsteig

wenig Zugverkehr und jeder ankommende Zug
ein Ereignis so viele Leben die durcheinander wuseln

als Gestalten auf dem Perron stehen erst drei dann sieben
dann vierzehn eine Menge die im Zug verschwindet

der Bahnsteig leer Wir kommen gegen zwanzig Uhr
Bitte stellen Sie eine Flasche Sekt im Doppelzimmer kalt

zwei Gläser Obst Bionade und Strohhalme für das Kind
Das erste Ziel der Zuflussort die Leda mündet in die Ems

kleinster großer Fluss Deutschlands strömt in den Dollart
durchfließt ihn mündet in die Nordsee mit Strömungskraft

die tief bis vor die Küste reicht da hinten wo es dunkel wird
verliert sich süßes Flusswasser mischt sich mit Seesalz

zurück auf Holzstegen das schlafende Kind
du und ich und die Elektrizität deiner Nackenhärchen

ein Wochenende im Best Western Hotel
in Leer / Ostfriesland wär ne Wucht

 

Nachtregen

Der Nachtregen auf den Kastanienblüten,
der Geldumlauf im Blut, die Straßenlaterne,
langsam kommen sie zur Ruhe.
Der Tag sammelt stumme Erinnerung.

 

Ostende, unruhige Stunde

Die winzigen Spinnen, die am Erkerfenster
vorbei flogen an durchsichtigen Fäden —
ich erwartete dich voller Sehnsucht.

Hatte nur das Einbettzimmer, Klo im Flur,
doch wenn du kamst, zogen wir in unsere
Nummer 12, schoben den Tisch ans Fenster

und gossen Whisky in unseren Whisky.
Duschten in einer futuristischen Nasszelle,
bekamen Milchkaffee und Croissants ans Bett.

Und immer, ob wir uns liebten, Kaffee tranken
oder Whisky, ein Blick aus dem Fenster:
Wir sahen ein Haus, das abgerissen wurde.

Es verschwand an diesem Wochenende,
an dem wir uns liebten, tranken und redeten,
bis wir Hunger bekamen und Frietjes essen gingen.

Und nun, fünfundzwanzig Jahre später,
ist Ostende eine futuristische Nasszelle
und der Parkplatz kostet eine Übernachtung.

Und der Groentemarkt, Liebste, der Groentemarkt,
wie wir ihn liebten, den gibt es nicht mehr.

 

Pastorale

’s Avonds, bijna donker,
de merel zingt in de achtertuin,
de enige vogelstem
op dit tijdstip van de nacht, beste herbergvader,
de vogelklok klopt ook niet meer,
althans sinds de merels
de Star Trek-titelmelodie
vanuit het struikgewas tjilpen – het
is bijna nacht, tweeëntwintig uur,
eind mei in West-Duitsland,
mijn kat staat op het kattenmeubel
en leunt tegen de bloempot op het balkon,
felgekleurde bloemen in de schemering,
ik heb net Alice Munro gelezen
en zie onze komende vijftien jaar
voor me afspinnen, zonder
fouten, we zijn dol op de merel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Ralf Thenior (Bad Kudowa, 4 juni 1945)

 

De Duitse schrijfster Daniela Dröscher werd geboren op 4 juni 1977 in München. Zie ook alle tags voor Daniela Dröscher op dit blog.

Uit: Zeige deine Klasse: Die Geschichte meiner sozialen Herkunft

„Während die Großeltern väterlicherseits bei ihren Vornamen genannt wurden – »Berta Oma« und »Willy Opa« – hießen die mütterlicherseits nach ihrem Nachnamen: »Biela Oma« und »Biela Opa«.” Mit »Biela Oma« ging ich Pilze sammeln und puzzelte viele Nachmittage lang, mit »Berta Oma« bepflanzte und bewässerte ich den Gemüsegarten, der in einer Reihe mit anderen Kleingärten lag, erntete Beeren, Kartoffeln und Bohnen und pulte dann später, im Hof sitzend, säckeweise Erbsen. Mit »Willy Opa« ging ich spazieren, er sang »Dschingderassabumm«, las Geschichten vor und brachte mir die Namen aller Bäume und Wiesenblumen bei. Mit der spiegelblanken Glatze meines »Biela Opas« ist das Wort »unter ‘Page« verknüpft. Er hat sein halbes Leben im Erdinneren, ohne Tageslicht, verbracht.” Der unausgesprochene Konflikt zwischen den beiden Parteien war natürlich der Krieg. Mein Opa Alois war in russischer Gefangenschaft gewesen und zeit seines Lebens ein erklärter Gegner Hitlers, mein Opa Willy war als unüberzeugtes, aber passives Parteimitglied und Versorger von der deutschen Armee nicht eingezogen worden. Der eine hatte gehungert und gelitten im Namen des Deutschen Volkes, das ihn nun aber im Alltag nicht als Deutschen anerkannte. Der andere hatte zu essen gehabt sowie dazu noch einen französischen Kriegsgefangenen: «Paul aus Paris, Für meine deutsche Oma Berta waren die Eltern meiner Mutter VON DRÜBEN. Sie warf sie in einen Topf mit den Vertriebenen aus den ehemaligen deutschen Ostgebieten – Schlesien, Vorpommern, Ostpreußen -, denen die Einheimischen im Dorf nach dem Krieg buchstäblich im eigenen Haus hatten Platz machen müssen. Alois und Berta aber waren erst 1958 nach Deutschland gekommen, als Aussiedler, nicht als Vertriebene? Mein Großvater legte viel Wert darauf, dass dieses »A« sogar in seinem deutschen Pass vermerkt war. Er hatte sich die Ausreise teuer erkauft, indem er über Jahre hinweg geduldig korrupte polnische Beamten bestochen hatte. Zum anderen war das, was zwischen ihnen stand, schlicht Neid.

 


Daniela Dröscher (München, 4 juni 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juni ook mijn blog van 4 juni 2020 en eveneens mijn blog van 4 juni 2019 en ook mijn blog van 4 juni 2018 en ook mijn blog van 4 juni 2017 deel 2.