Grace Andreacchi

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook alle tags voor Grace Andreacchi op dit blog.

 

THE CRANE WIFE

featherlight
in a room outside
the wind
the wound clock runs
down

the debt is paid
what you thought was
death is only
love
the colour of winter

beauty sheds her skin
here on the floor
this ragged thing unnamed
was your wife
once

 

MERCY

A small girl in a blue headdress
is holding a lamb in her arms
What’s your name? I said
Mercy, she said

There was a time
when I would have believed this
another time
when I believed not a word of it

This child atop a mountain at twilight
when the glorious sky painting spreads
in full array upon a thousand hills
she was there

beside the ragged line of yellow pennants
the wind drew strands of hair across her face
in time to the saffron flags
waving at heaven

 

ON THE BEACH

On a dark blue shore
I held a child on my lap
tall elk emerged from the water
climbed the beach, walking
stately past us in procession
winter trees
moving in the wind
she clung to me in wonder
we dared not to breathe
they did us no harm
melting fires lost loves souls drowned
in sorrow they came but
not for us
and yet we saw them

 

Ik hoor bij de lafaards

Een reactie op terroristen van alle soorten en naties
We hebben genoeg van de obscene dood
Genoeg van verbrande babysteden in de as
Bladloze bomen putten vergiftigd met haat
We zijn geroepen om lief te hebben
Terrorisme zal geen enkele ziel redden
Terrorisme zal ons niet redden van terroristen
Terrorisme is gekomen om ons te vernietigen
Ons allemaal, Arabier en Jood
Amerikanen, Europeanen, iedereen
Terrorisme maakt het niet uit wie we zijn
Het doodt ons voor de lol
met bommen op de markt
met bommen die uit de lucht vallen
met bulldozers met landmijnen met haat
met domheid met de moed van dieren
zonder geweten
Als je vijand liefhebben laf is, dan
Hoor ik bij de lafaards
Als je geen vijand ziet dan een broeder in heiligheid
Die laf is dan hoor ik bij de lafaards
Als er ergens een remedie is tegen de domheid van de mens
Dan is het bij de lafaards
En ik, moeder van de wereld, sta erop
Stop met je dodelijke spel
De wereld is niet van jou
Maar van God.
De olijfgaarden zijn van Hem
De zoete blauwe lucht boven onze hoofden is van Hem
De zee en alles wat erin zit – van Hem

Hoe durf je dat te betwisten?
Het is van hem
En wij zijn van Hem
En ook onze kinderen zijn van Hem.
Niet van jou.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 december 2021 en ook mijn blog van 3 december 2018 en eveneens mijn blog van 3 december 2017 deel 3.

Gaspard Koenig

De Franse schrijver, essayist, filosoof en politicus Gaspard Koenig werd geboren op 3 december 1982 in Neuilly-sur-Seine. Koenig is de zoon van Jean-Louis Hue, voormalig redacteur van het Magazine littéraire, en literair criticus Anne-Marie Koenig. Na het Lycée Henri-IV in Parijs te hebben bezocht, werd Koenig in 2002 toegelaten tot de École Normale Supérieure de Lyon, voltooide hij een eenjarige universitaire uitwisseling aan de Columbia University in New York en ontving hij de onderwijskwalificatie (agrégation) voor filosofie in 2004. Tijdens een jaar studie aan Columbia University studeerde hij Franse liberale filosofie. Hij begon zijn professionele carrière als docent filosofie aan de Université Lille-III. Vervolgens werkte hij twee jaar op het kantoor van minister van Economie Christine Lagarde, voor wie hij ook speechschrijver was tijdens haar termijn als minister van Financiën. In 2009 stapte hij over naar de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) in Londen. In juni 2012 stelde hij zich kandidaat voor de PLD (Parti libéral démocrate). Hij verliet de publieke dienst in 2013 om de denktank Génération Libre op te richten, die het ‘liberale jakobinisme’ bepleit. In het bijzonder pleit zij voor een onvoorwaardelijk basisinkomen. Sinds 2018 doceert hij filosofie en algemene cultuur aan de SKEMA Business School en aan de Sorbonne. Gaspard Koenig verdedigt een klassiek liberalisme geïnspireerd door de Franse revolutionairen, waarin de staat een centrale plaats inneemt en dat zichzelf presenteert als een middel om het individu te ‘bevrijden’ van paternalisme. Dit ‘liberale jacobinisme’ wordt getheoretiseerd in Koenigs werk “Le Révolutionnaire, l’Expert et le Geek”.  Zijn eerste gepubliceerde boek was een roman, Octave avait vingt ans”, die was geselecteerd voor de eerste selectie van de Prix Goncourt 2004. In2013 verscheen de romanLa Nuit de la faillite’, een politiek-financiële thriller. Zijn roman “Kidnapping” (2016) beschrijft het bestaan ​​van een Roemeense vrouw die als oppas in Londen ging werken. In januari 2021 verscheen “L’Enfer”, een ongewoon filosofisch verhaal.

Uit: La nuit de la faillite

“2 heures du matin Recevoir un coup de téléphone à 2 heures du matin n’est pas chose fréquente rue Cauchy. Dans ce petit coin tranquille du rie arrondissement, on est fier d’échapper aux bourrasques de la vie parisienne. « C’est un petit village ici », aiment à répéter les habitants. Un petit village de béton et de brique sale, sans beauté et sans prétention, où, le week-end, tout le monde se retrouve au parc André Citroën pour échanger les nouvelles de la semaine. La tour Eiffel a beau se trouver à dix minutes au nord, elle appartient à un autre monde. D’ailleurs, entre les étroits immeubles de la rue Cauchy, on ne l’aperçoit même pas. Quant à la Seine si proche, ce n’est pas le fleuve scintillant du Pont-Neuf et des quais pavés, mais une voie d’eau encombrée, polluée, ceinturée par les rails du RER C et les voies rapides. Les bateaux-mouches des touristes et les yachts de dîneurs font demi-tour bien avant, sans jamais dépasser l’ile aux Cygnes. Les plus téméraires s’aventurent jusqu’à sa pointe, contournant la statue de la Liberté miniature qui accueille les péniches dans Paris. La rue Cauchy, c’est l’équivalent de New Island : une antichambre de la mégalopole.
On n’y manque de rien. Ne serait-ce que dans la rue, il y a un cordonnier ; une supérette Rapid’ Market (le « market », disent les habitants pour abréger) ; une boutique de parquets ; un traiteur ; et même une « Bibliothèque pour tous » où se réfugient les retraités du quartier. Juste derrière le carrefour est installée une discrète cantine japonaise, toujours aux trois quarts vide en semaine. Elle jouxte Silhouette Laser Center où les mères de famille vont s’offrir des W. Seule nouveauté dans la rue, un restaurant haut de gamme s’est ouvert au 14, avec voiturier, orchidées, et houx japonais en pots sur le trottoir pour protéger les clients des regards. Il a récemment gagné sa première étoile Michelin, à la stupéfaction des habitants du quartier. Son nom a été finement choisi : le Quinzième. Pas besoin d’en dire plus.
La rue Cauchy est même dotée, depuis une trentaine d’années, de son propre jardin, le « square des Cévennes », une touchante parenthèse de verdure entourée de blocs d’une trentaine d’étages style soviétique. Sur la plaque à l’entrée, on peut lire que le square « s’abrite à l’ombre de hauts immeubles administratifs, mais aussi d’érables, de cerisiers à fleurs et de pins ». Tout l’orgueil du XVe tient dans ce « mais aussi ». Nous habitons à Paris, mais aussi un peu à la campagne. Nous sommes des petits fonctionnaires, des petits commerçants, mais aussi des peintres de natures mortes à nos heures perdues. Nous aimons notre vie régulière, sans accroc, mais aussi parfois agitée par une brusque folie.”

 

Gaspard Koenig (Neuilly-sur-Seine, 3 december 1982)

Frédéric Leroy, Arthur Sze

De Vlaamse dichter Frédéric Leroy werd geboren op 2 december 1974 in Blankenberge. Zie ook alle tags voor Frédéric Leroy op dit blog.

 

Niemand

Dit huis is leger dan zijn lege kamers
want hier woont Niemand: iemand niet in staat
de ruimte te vullen. Overal stilte, hoe hard
er ook geroepen wordt. De trappen zijn
hoog maar komen nooit in de buurt van

de hemel. Het vlees van Niemand ruikt naar perzik
en smelt in de mond. Zomerfruit voor het rapen,
maar met een beetje zomer slechts verwarm je
geen winter. Niemand is vandaag negen
maar houdt er een eigen tijdrekening op na.

Niemand houdt stand. Niemand is niet bang
van duister, wel van het licht in de inkomsthal.
Niemand is zo bang van het geluid van stappen
dat hij liever niet beweegt. Hij ziet geen kwaad
in stil zijn, in stilte. In zwijgen. In stilletjes stil.

 

Het lied van vermiste kinderen

Een zonbeschenen plein. U heeft mij niet
begrepen. Nog eens: een zonbeschenen plein,
veel stof en voor wie het horen wil: een lied
dat zichzelf bezingt. Bomen. Geen fontein.

Dit is het plein, zonbeschenen en niet
voorzien van een fontein. Wel: het zingen
van vermiste kinderen. Maar dit is geen lied
dat in stilte ook de stilte kan bedwingen.

Ik besluit: een plein. Wijds en zonbeschenen,
veel stof en een onthutsend gebrek aan fontein.
Bomen. Dat wel. En kinderen die, verdwenen,
ontbeend, enkel het lied van een lied kunnen zijn.

Zo ook dit gedicht: een zonbeschenen plein,
het zingen en het zingend afwezig zijn.

 

Getijden

I. Mare liberum

Laagtij –

want dan trekt zij
haar kleed omhoog

en laat haar enkels zien,
haar pokkige dijen bezaaid
met zeikers en koekerluiten.

Omdat we haar schelpen toewerpen
stapt ze briesend uit haar kleed,
bralt ze en spuwt ze, de obese trees,
de schuimende, fluimende sloerie, nat

van pis, zwaar van vis. Het speeksel bruin
als van garnaalvissers. Men zegt wel eens
dat zij geen hart zou hebben. Dat is gelogen.
Dit lijf draagt meerdere harten mee: ze drijven
als kwallen langs haar vliezen. Maar houden van

dat niet. Dat nooit meer. Op de bodem van haar schoot
ligt al eeuwenlang de liefde, levenloos,
verstomd, laveloos. Dronken van de dood.

 

Frédéric Leroy (Blankenberge, 2 december 1974)

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Arthur Sze op dit blog.

 

DE WITTE HAAI

Al dagenlang gooit hij een spoor van tonijnbloed
in de oceaan om zo een witte haai

te lokken zodat we zijn vin kunnen aanraken.
De kracht van het primitieve is parallactisch:

in een museum komt een chacmool over als elegant
en verfijnd beeldhouwwerk, als kunst, maar

zie hoe de priester het kloppend hart uit
het blauwe lijf van het slachtoffer rukt en het

nog pompend op de chacmool legt en we braken bijna.
We denken dat het gebruik van een berylliumgyroscoop

technologische superioriteit toont maar de drang
van ideologieën toen en nu maakt wraak meedogenloos.

De drang tot skydiven, abseilen, wildwaterkanoën
is de drang tot ontladen, de drang om te sterven.

Diamant en grafiet mogen dan allotrope vormen
van koolstof zijn, maar wat zijn de allotrope vormen

van ritueel en verlangen? Maanlicht op zwart water,
gele forsythia die bloesemt in een aprilnacht,

rode esdoornbladeren in stilte vallend in oktober:
de seizoenen zijn nog geen menselijke vormen van verlangen

 

Vertaald door K. Michel

 

Arthur Sze (New York,1 december 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e december ook mijn blog van 2 december 2018.

December (Thomas Wentworth Higginson), Pierre Kemp, Arthur Sze

 

Bij december

 

Matin de décembre door Dimitri Sinyavsky, 2015

 

December

The evening sky unseals its quiet fountain,
Hushing the silence to a drowsy rain;
It spreads a web of dimness o’er the plain
And round each meadow tree;
Makes this steep river-bank a dizzy mountain,
And this wide stream a sea.
Stealing from upper headlands of deep mist,
The dark tide bears its icebergs ocean bound,
White shapeless voyagers, by each other kissed,
With rustling, ghostly sound;
The lingering oak-leaves sigh, the birches shiver,
Watching the wrecks of summer far and near,
Where many a dew-drop, frozen on its bier,
Drifts down the dusky river.
I know thee not, thou giant elm, who towerest
With shadowy branches in the murky air;
And this familiar grove, once light and fair,
Frowns, an Enchanted Forest.
Couldst thou not choose some other night to moan,
O hollow-hooting owl?
There needs no spell from thy bewildered soul;
I’m ghost enough alone.

 

Thomas Wentworth Higginson (22 december 1823 – 9 mei 1911)
Cambridge, Massachusetts, de geboorteplaats van Thomas Wentworth Higginson

 

De Nederlandse dichter en schilder Pierre Kemp werd geboren in Maastricht op 1 december 1886. Zie ook alle tags voor Pierre Kemp op dit blog.

 

Brief

Ik zie een straat en luister naar een brief,
gelezen door twee meisjes achter me in het gaan.
De jongen nam zijn pen en schreef zijn grief,
maar ’t meisje wil ’t nu eenmaal niet verstaan.
Dat andere beseft iets meer en het herkent
de jonkman, die zich reeds heeft afgewend.

 

Uitbundigheid

Met korven om manen in te vangen,
met bussen vol gezangen,
met potten om lichten in te drogen
reis ik langs de ogen van het land.
Met dozen zonnen,
met klanken in tonnen
en glazen gedichten in iedere dwaze hand.
Waar ik mijn armen ook rek,
ik ben overal gek.

 

Het licht is rond

Het licht is rond en rolt naar alle kanten
de bergen op en af, de dalen door,
de wezens in en uit en langs de planten
stijgt het de bomen in en gaat het alles voor.
Waarheen? Ik vraag dat niet, ik kom, ik ga,
omdat mijn handen en mijn voeten,
mijn ogen en mijn hart zo moeten
en ik het licht nu eenmaal zo versta.

 

Pierre Kemp (1 december 1886 – 21 juli 1967)
Zelfportret, 1911

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Arthur Sze op dit blog.

 

Aardschijnsel 1

‘Fuck you, fuck you,’ herhaalde hij terwijl hij over de zandweg reed
Tamarisktakken schuurden langs de zijkant van het busje;

wat schuurt in de geest terwijl die zich openspert in het duister;

‘Jodido,’ schrok hij en het wit van zijn ogen draaide tevoorschijn;

‘Wat uit het duister komt, sla ik met duister’;

wie hoort er een nachtbloeiende cactus
een witte bloesem ontvouwen bij de vensterbank?

geknisper van vlammen in de open haard;

het klotsen van golven tegen de rotsen
terwijl een reuzenmanta zwenkt en zich voedt met plankton;

de ‘oh’ toen zijn blik op de overlijdensberichten viel;

de ‘oh’ toen zij het gevlekte rijstpapier openvouwde en een handgezet
gedicht vond;

sprint naar goud van een lucifer als hij de witte waskaarsen aansteekt;

zij laat haar haar tussen zijn tenen doorglijden;
hij wrijft over haar tepels met zijn handpalmen;

‘Wat uit het licht komt, sla ik met licht’;

zijn enkels kraakten terwijl hij op zijn tenen naar de badkamer liep;

wakker worden van een kat die in het donker op een muis zit te kauwen.

 

Vertaald door K. Michel

 

Arthur Sze (New York,1 december 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e december ook mijn blog van 1 december 2020 en eveneens mijn blog van 1 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.  

Dennis Gaens, Arthur Sze

De Nederlandse dichter Dennis Gaens werd geboren in Susteren op 30 november 1982. Zie ook alle tags voor Dennis Gaens op dit blog.

 

Je moet niet slapen op de Waalbrug

Daar zitten we. De bogen van de brug staan als bolle
golven boven het water. Die brug is een belofte. We
moeten gaan.

Dave vindt dat ik op het verhaal vooruitloop.
In mijn hoofd ben ik er al.

Ik zeg: ‘Luister, meisjes krijgen mooie benen,
jongens grote voeten. Sommige dingen moet je laten gaan,
andere moet je achterna.’

Wij zitten daar en zijn afwezig; liggen liever dan
we lopen. We vergeten dat we uit net genoeg water
bestaan om een vloedgolf te vormen, vergeten dat
we verder kunnen komen.

Dave zegt: ‘Een brug is een brug.’

Het wordt tijd dat hij wakker wordt,
We moeten nodig het water over.

 

DAT DING HEET NIET VOOR NIKS DE EINDER

De enige jongen die ooit dichtbij kwam,
vertelde Lotte dat ze onregelmatig ademt
als ze slaapt.

Ik vroeg haar of ze hem weleens mist.
Ze zei dat dit niet meer was dan punten
die ten opzichte van elkaar zijn verschoven:

‘Alles wat dichtbij ligt lijkt sneller te gaan.
Het wordt trager naarmate je verder gaat,
totdat het langzaam aan de horizon raakt
waar alles stilstaat.’

Ze zei dat hij, met hoe ver hij was gegaan,
inmiddels zo goed als dood moest zijn.

 

ALS JE MAAR VAAK GENOEG SCHIET, RAAK JE WEL IETS

Op de meeste foto’s van ons vijven verdwijnt er een arm net langs de lens,
met achter ons een of ander evenement: niemand schiet platen op normale
dagen. We doen iets met onze haren, dragen onze beste kleren en staan in
poses die we van bandfoto’s hebben afgekeken: twee kijken vooruit, een naar
rechts, weer twee naar beneden. We schoten alles analoog, raakten zelden
wat we zochten.

Ik bewaar de mislukte afdrukken: waarop we vage vlekken zijn, waarop alles
over- of onderbelicht is, waarop niks vastligt. Het zijn foto’s waarvan we
slechts kunnen vermoeden wat het precies was dat we onderbraken om ze te
maken.

Ontwikkelen vergt een donkere kamer en de juiste chemicaliën.

 

Dennis Gaens (Susteren, 30 november 1982)

 

De Chinees-Amerikaanse dichter Arthur Sze werd geboren op 1 december 1950 in New York. Zie ook alle tags voor Arthur Sze  op dit blog.

 

TER ERE VAN JOU

Ter ere van jou presenteert een man een zeebaars
met groen zeewierdraad vastgebonden op een zwartgelakt bord.

‘Oh’ gaat het door de zaal:
je weet niet goed wat er te gebeuren staat.

Je kunt door een telescoop turen naar de volle
stralende maan tegen de diepzwarte ruimte,

van de Bay of Dew naar de Sea of Nectar kijken,
maar nee, dit fraaie benoemen is een uitvlucht.

Wat zijn van jagers die op een zondagmiddag
met lege handen huiswaarts rijden de gedachten?

Hun begrip van eer zou kunnen samenvallen
met jouw begrip van wreedheid? De schuine

lichtbaan van de dalende zon is een mes
dat wil en daad scheidt in oneindig dunne

en lucide laagjes. Je kijkt naar het zeebaarsoog
helder en stralend. De kieuwen lijken te bewegen

o zo lichtjes. De zeebaars ruikt
naar dromen, maar dit is geen droom. ‘Oh,

wat een heerlijkheid’ gaat het door de zaal,
en de staart van de zeebaars plots flapt. Hij

bloedt en flapt, bloedt en flapt terwijl
de gastheer het ene na het andere laagje glanzende sashimi snijdt.

 

Vertaald door K. Michel

 

Arthur Sze (New York,1 december 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e november ook mijn blog van 30 november 2018 en eveneens mijn blog van 30 november 2016 en ook mijn blog van 30 november 2014 deel 2 en eveneens deel 3.

Mario Petrucci, George Szirtes

De Engelse dichter en schrijver Mario Petrucci werd geboren op 29 november 1958 in Londen. Zie ook alle tags voor Mario Petrucci op dit blog.

 

MISS PATIENCE MUFFET

Afternoons in his study I squat
at the mahogany cabinet. Papa and his
rows of plump bodies. One a bruised
grape – another a spotted sultana engorged
in brandy. Some are a meeting of legs
and little else. Bristled tarantulas
light as bird-bone. Diamond-backs.
The Widow’s orange hourglass.
Once, I caught him. Late with a woman –
eight limbs akimbo. Two upturned faces.
Our days spiral out from morning’s
brown-paper packets: India, Indonesia,
Australia, Tasmania. I run scissors
round the edges – plop the drowsy knots
into glass. Then the muff of chloroform.
Formaldehyde. Sulfide of hydrogen. Which
asphyxiant? They kill so differently.
How he’ll wince if legs claw, snap – bit
his lip to a leech of milk when one slipped
up my skirt. I giggled. Kept it alive a week.

But he’s going. Doctor says he’s to stick
to pap. The same as them – those
sots of hair that toboggan the bathtub
then tickle for air between my palms.
Each day his lips are laid with more
purple eggs. Tonight the jaws dribble
and botch at what I bring him. Whey,
soft balls of curd. But he can’t
eat – says the pain, the pain is
sucking him out. Patience, he whispers.
I take the largest wad of cotton,
step up to the bottle. Twist
the stopper from its slender brown
neck. In the water of his eyes

my hair is a clot of spiders.

 

THE ROOM

(Chernobyl, 1986)
This hospital has a room

for weeping. It has no crèche.
No canteen. No washroom queue.

Only this queue for weeping.
No lost property booth. No

complaints department. Or
reception. No office of second

opinion. Of second chances. Its sons
and daughters die with surprise

in their faces. But mothers
must not cry before them. There is

a room for weeping. How hard
the staff are trying. Sometimes

they use the rooms themselves. They
must hose it out each evening.

The State is watching. They made
this room for weeping. No remission –

no quick fixes. A father wonders
if his boy is sleeping. A mother

rakes her soul for healing. Neighbours
in the corridor – one is screaming

It moved from your child to mine.
More come. Until the linoleum

blurs with tears and the walls
are heaving. Until the place can’t

catch its breath – sour breath
of pine. And at its heart

this room.

 

Mario Petrucci (Londen, 29 november 1958)

 

De Britse dichter en schrijver George Szirtes werd geboren op 29 november 1948 in Boedapest. Zie ook alle tags voor George Szirtes op dit blog.

 

AANKOMST

Tenslotte kwamen we aan bij de stad der stilte,
enorm, met hoge muren, haar woeste stoplichten
versprongen in paniek, straten waren bedekt
met dikke dekens. Het was een plek zonder deuren, een reeks
bewegende monden.
Hun ogen spraken uiteraard boekdelen,
dikke naslagwerken. Er was weinig licht om te lezen.
Hun witte handschoenen fladderden voor hen
met grotesk dansende vingers.

Er stond geschreven dat dit alles zo moest zijn.
Hun denk-misdaden, hand-misdaden, hart-misdaden
stonden in lange lijsten genoteerd.
Agenten trokken gezichten of wezen naar plakkaten.
De magistraten sliepen in het park.
NIET STOREN, zeiden de borden.
GEEN LASTIGE VRAGEN STELLEN.

De rest ging door met voeden en opvoeden.
Ze plantten tongen op de begraafplaats,
weelderige struiken van stilte.

 

Vertaald door Rob Schouten

 

George Szirtes (Boedapest, 29 november 1948)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e november ook mijn blog van 29 november 2018 en eveneens mijn blog van 29 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Erwin Mortier, Alexander Blok

De Vlaamse dichter en schrijver Erwin Mortier werd geboren in Nevele op 28 november 1965. Zie ook alle tags voor Erwin Mortier op dit blog.

 

Dichterliebe

Wij zijn toch eedgezworenen, wij
hachelijke druïden van het ongevormde?

Staan wij niet met één been in elk denkbaar
voorgeborchte, in de beate zaligheid

van wat ontbreekt?

Wij hebben toch trouw beloofd – de volheid
der lettergrepen steeds weer te bevolken

met de meest oorspronkelijke stilte?

Wij weten toch goed genoeg dat in de tekens
slechts een spoor rest

van het primordiale tumult?

Hoort ons dan niet de eeuwige ruis toe,
die Ene echo nimmer te laten sterven

in de stomme tucht der woorden?

Zijn wij dan niet langer de poortwachters naast
de definitie, de verwaande zwijgers?

Wij schrijven toch diep in de nacht, in de baar-
moederhals, in het uur der spoken, en wij schrijven

toch ook in de middag het blakend skelet,
in de botte al te zonverlichte zondvloed?

Komt ons dan niet de drift tot verstomming toe?
Zijn wij van spreken niet het schrale sacrament

(beschonken profeten, kalkoenen gods,
van de Boeddha de wankelmoedige paladijnen)?

Geldt onze trouw niet langer het monsterverbond
het stilzwijgend akkoord

tussen het dolle gewoel der dingen
en de sluimer waar de tong in wil verdrinken

als bij wijze van spreken, zeer zeker bij wijze
van spreken, de forel in de fonkelende stroom?

Ach, sliep in de wereld alles maar even glashelder
als katten en jonge meisjes.

 

Te deum laudamus

Majesteit telt zijn dochters in de krant.
Ondertussen schikt zijn gade boeketten
(zij is romantisch,

houdt dus van rozen, en in de sixties
borsthaar in wijd open hemden, toen droeg zij
kettinkjes om haar enkels).

De oude strijders zijn dood, de nieuwe
nog lang niet verhakkeld. IJzig hangt
de vrede in de kransen.

Nergens lopen in onderdanen
nog foetussen mank. Rolstoelen
scheren op veilingen hoge

toppen bij verzamelaars.
Alleen de episcopaten grijnzen

blijvend beaat het Aanschijn
Gods, de Wijsheid, Maria en meringue.

 

Al die puinen op onze aarde

Tenochtitlan, Aleppo, Carthago, Nagasaki en de vergeten Incasteden,
Nineve, de piramiden van Koesj en het Ur der Chaldeeën,

waar onverlaten ooit hun vingers
in leem hebben geduwd en het schrift ontdekten.

Babel, waar de legoblokjes van al onze talen uit een hemeldoos vielen
op de speelgoedvloer van onze beschaving.

We schreven eerst om magazijnen op voorraad te houden,
zegt de traditie.
En toen kwam Gilgamesj, en al het andere.

Schrijven als doelbewust misbruik van rekenmethoden,
lang geleden, in natte klei, ergens in Sumer.

Dat bevalt me wel.

 

Erwin Mortier (Nevele, 28 november 1965)

 

De Russische schrijver en dichter Alexander Blok werd geboren op 28 november 1880 in St. Petersburg. Zie ook alle tags voor Alexander Blok op dit blog.

 

Nacht, straat, lantaarn, drogisterij

Nacht, straat, lantaarn, drogisterij,
een wereld voos en afgestompt.
Een kwart eeuw gaat misschien voorbij –
dit alles blijft. Geen mens ontkomt.

Je sterft – en weer hetzelfde wacht,
met alle dingen als ze waren:
nacht, ijzig water in de gracht,
drogisterij, straat, en lantaren.

 

Vertaald door Jean Pierre Rawie

 

Alexander Blok (28 november 1880 – 7 augustus 1921)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e november ook mijn blog van 28 november 2020 en eveneens mijn blog van 28 november 2018 en eveneens mijn blog van 28 november 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

In Memoriam Hans Magnus Enzensberger

 

In Memoriam Hans Magnus Enzensberger

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger is vorige week donderdag, 24 november, op 93-jarige leeftijd overleden. Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

Der Unverwundbare

In der Wissenschaft der Unterlassung
hat er es weit gebracht.
Blutrünstig die Verbrechen,
die er nicht beging,
endlos die Heerschar der Fehler,
die er vermieden hat.
Passende bemerkungen,
ungeschwängerte Mädchen
säumen seinen Weg.
Seine Geruchlosigkeit
ist atemberaubend,
sein Leumund
macht jede chemische Reinigung brotlos,
er ist weiß, er niest nicht,
er segnet uns, ist gesegnet.
andere Lebenszeichen
von seiner Seite
sind nicht zu befürchten.
Warzenlos verschwindet er
in seinem eigenen Foto.

 

Die Scheisse

Immerzu höre ich von ihr reden
als wäre sie an allem schuld.
Seht nur, wie sanft und bescheiden
sie unter uns Platz nimmt!
Warum besudeln wir denn
ihren guten Namen
und leihen ihn
dem Präsidenten der USA,
den Bullen, dem Krieg
und dem Kapitalismus?
Wie vergänglich sie ist,
und das, was wir nach ihr nennen,
wie dauerhaft!
Sie, die Nachgiebige
führen wir auf der Zunge
und meinen die Ausbeuter.
Sie, die wir ausgedrückt haben,
soll nun auch noch ausdrücken
unsere Wut?
Hat sie uns nicht erleichtert?
Von weicher Beschaffenheit
und eigentümlich gewaltlos
ist sie von allen Werken des Menschen
vermutlich das friedlichste.
Was hat sie uns nur getan?

 

De instrumenten

Oogschaartje, mergepen, amniohaak –
je hoort het niet graag.
Zelfs de chirurgen passen ervoor op
om ons de steekbeitel te laten zien,
dat zou te hard zijn, de curettagelepel,
dat zou niet beleefd zijn, de hersenspatel
en de leverhaak. Alleen als het pijn doet
in de spoedeisende hulp vertrouwen we ons
met gesloten ogen toe aan de penisklem,
aan de bloedschepper. Dan ja!
Gezegend, zeggen ze, nu ineens,
zijn jullie, vulvaspreider en botrasp,
onze enige hoop
vlak voor de ziekenzalving.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Magnus Enzensberger (11 november 1929 – 24 november 2022)

Im Advent (Karl Rudolf Hagenbach), Nicole Brossard

 

Bij de eerste zondag van de Advent

 

Christkindlmarkt auf dem Oberen Stadtplatz von Deggendorf door Peter Jaru, 2012

 

Im Advent

Horch! was klirrt an Thür und Fenstern,
Horch! was rieselt durch den Wind?
Seid nur ruhig, vor Gespenstern
Fürchtet sich kein frommes Kind;
Nur der Englein Flügelrauschen
Hört es wachend und im Traum,
Nur dem Christkind gilt sein Lauschen
Mit dem schönen Weihnachtsbaum.

Christkind naht aus stillen Tritten
Morgens, Abends, für und für,
Horchet auf der Kinder Bitten
Draußen vor der Stubenthür;
Was es ihnen möge bringen
Schönes, Gutes allerlei,
Doch es fragt vor allen Dingen,
Wer da gut und artig sei?

Ferne merkt es die Gedanken,
Leise hört es jedes Wort,
Da wo Linnen ist und Zanken,
Schleicht es bang und traurig fort;
Aber wo mit holden Scherzen
Kinder froh beisammen sind,
Ach, da freut sich deß von Herzen
Das verborg’ne Weihnachtskind;

Freuet sich dem Fest entgegen,
Wie die Kinder alle thun,
Kann auch dieser Freude wegen
Nimmer rasten, nimmer ruhn,
Fliegt in heiligem Entzücken
Himmelaus und Himmelan,
Bis es alle Welt beglücken,
Alle Kinder segnen kann.

Wollen denn des Kindleins warten,
Warten, hoffen, früh und spät,
Bis das Wünschen aller Arten
Reichlich in Erfüllung geht,
Bis du wirklich uns erscheinest,
Christkind! in dem Strahlenkranz,
Jung und Alt im Chor vereinest
Um des Baumes Lichterglanz!

 

Karl Rudolf Hagenbach (4 maart 1801 – 7 juni 1874)
Kerstmarkt op de Münsterplatz in Basel, de geboorteplaats van Karl Rudolf Hagenbach

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

Steden na de ramp

als de stilte overstroomt
het licht voor en na de ramp
steden met de wind in hun haren
omdat je graag rechtop staat om
onder de bruggen het water van de snelle stroom en de levendige bron
te zien rollen door de tijd als in je borstkast
dan zie je ze van ver terugkomen
Paul Celan en Virginia Woolf
die haastig voortisnellen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e november ook mijn blog van 27 november 2021 en ook mijn blog van 27 november 2018 en eveneens mijn blog van 27 november 2017.

Luisa Valenzuela, Nicole Brossard

De Argentijnse schrijfster Luisa Valenzuela werd geboren op 26 november 1938 in Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Luisa Valenzuela op dit blog.

Uit: The Journey (Vertaald door Pablo Baler and Matt Losada)

She spent days trying to get in touch with Bolek by phone. She had no idea how she gave her master class at the Anthropological Association with such galloping anguish. On automatic pilot, of course. Friday at noon she opted for a decisive step. She called the Tel Aviv company and rented a car in order to pick him up at Creedmoor, that grand psychiatric institution. She arrived in one hour; that is, a bit before one, caught Bolek outside his sancta santorum , or better said, his lunatic lunaticorum, and I’ll have him give me some explanations that cannot be given over the phone. He leaves me insulting messages; he is about to get into a plane without even telling me and to top it all off he doesn’t return my calls. It’s too much. No one plays with me. Going by car would cost almost the same reasonable price as going to Kennedy, she had calculated, and she was not wrong. Now she is at home hurrying to get ready. She intends to send the car away at the door of Creedmoor as one who burns her own bridges. She can’t find the map with the directions, in desperation overturns a pile of papers on the kitchen counter, as an answer to her desperation the blessed map appears and she can finally set sail. She tells the driver Take the Triborough to LaGuardia airport and follow Grand Central Parkway to Union Turnpike, exit 22. The second exit, not the first one, eh? since it’s chaotic around here and if you get distracted for a second you get lost forever. Parallel lines do intersect, that is true, and the most dramatic part of it is that once they intersect they start irremissibly moving away from each other, and suddenly you take a street right next to another one and a bit further on you find yourself miles away from your destination. The driver is an unflappable guy. He’s only interested in exact directions. Maybe he thinks his passenger is going to the mental hospital to check herself in by her own will and he’d rather take no chances. His silence protects him, like the thick bullet-proof Plexiglas taxi drivers have on the back of their seats, with a tiny slot for the cash. It’s true that if she had to check herself in—none of us is exempted from having a breakdown—she would fight with her last speck of reason to not be committed by someone else. She would sign her own sentence; she knows the mechanics of it because one time she attended the drama of some old, poor parents who could not free their own daughter from a certain psychiatric institution for the simple reason that they had signed her in themselves. All this is very complex and it’s not to the point, except to define the strange laws governing the confinement of the insane, the pseudo-insane and the mentally disturbed in this part of the planet.”

 

Luisa Valenzuela (Buenos Aires, 26 november 1938)

 

De Canadese dichteres en schrijfster Nicole Brossard werd geboren op 27 november 1943 in Montreal (Quebec). Zie ook alle tags voor Nicole Brossard op dit blog.

 

Steden met hun oesters

zout op de wangen, daar hou ik van
deze smaak van intieme materie die voedt
gedachten, viooltjes, wijn, blote schouders van zomeravonden
in Sète, Sitges en in de hele Memramcook-vallei
het hoofd boven de stilte
Ik kan mezelf onderdompelen in de oester en het heldere zeezout

grijs, roze of zonder vuur
steden schoongeveegd door het ochtendgloren
overgevlogen als mijnenvelden
met antwoorden ver weg begraven
die lijken op fantoompijn omgeven door
blauwe bloemblaadjes van een middag
steden in het heden zonder afscheid te nemen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Nicole Brossard (Montreal, 27 november 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e november ook mijn blog van 26 november 2018 en eveneens mijn blog van 26 november 2017 deel 1 en eveneens deel 2.