Maria Barnas, Rita Dove

De Nederlandse schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas werd geboren in Hoorn op 28 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Maria Barnas op dit blog.

 

De zeis

Het vlakke land ritselt. Boomwortels graaien
naar houvast in de lucht, een zucht tegen het raam.
De trein sleurt een landschap achter zich aan.

Het weiland wordt als klittenband van een koffer
gescheurd, omheiningen losgerukt
en in zijn binnenzak een zeis.

Struiken leeggeschud, het snellende bermgras
doorzocht. De wolken proppen een haperende
hemel in zijn keel. En de bochten kermen.

Maar het ligt niet aan de heuvels
of aan het aangewakkerde meer dat bonkt
van bloed achter de slapen.

De zeis schrijft ik ben de noten kwijt.
Hoe kan ik ze vinden in een land
dat zichzelf niet horen kan?

Hij verfrommelt een tas waar een paradijs
op staat met strepen. Zijn vingers bloeden
een zwarte bloem. Elk blad een harde eis.

 

Waar de dichter leest

De bladertooi in het hoofd van de dichter
is bonter en voller dan die van de windstille
boom die verstrekkend staat te branden
in het raam en ik kan zeggen dat ons weten

niet tegen branden is opgewassen.
De woordenstruik krijgt geen ruimte
waar de dichter leest en de wind
in dit land waar geen wind waait

maakt de zaal licht ontvlambaar.
(Wat knikken de koppen van slaap.)
Zet de kleurige kelken op het behang

Die stromen in de dichter als tranen
Met tuiten in lichterlaaie. Kan het raam nu open?
Straks missen we het zuchtje.

 

Moeders

Ze houdt het dienblad als rand van een kwijnende
wereld vast en stapt langzaam in het licht
waar zij met donkervloeiende contouren blijft staan

en thee schenkt. Haar lichaam verstilt om het stromen.
Ik kijk. Zij kijkt me aan. Recht in een oog
dat zich onmiddellijk terugtrekt. Schaduwen

vluchten over het huis dat mij kan onthouden.
Boomtoppen wenken in een weifelend
woud waarboven wolken razen. Er is kalmte

die toeneemt terwijl het donker wordt en koud.
Ik zwaai als een verlatende moeder.
Zij zwaait nog harder.

 

Maria Barnas (Hoorn, 28 augustus 1973)

 

De Amerikaanse schrijfster en dichteres Rita Frances Dove werd geboren op 28 augustus 1952 in Akron, Ohio. Zie ook alle tags voor Rita Dove op dit blog.

 

November voor beginners

Sneeuw zou de makkelijkste
uitweg zijn – die zachter wordende
lucht als een zucht van verlichting
omdat het eindelijk is toegestaan
om te zwichten. Geen dobbelstenen.
We stapelen twijgen om te verbranden
op glinsterende plekken
maar de regen geeft niet op.

Dus we wachten af, kweken
stemming, maken muziek
van verval. We zitten
in de geur van het verleden
en staan op in een licht
dat al verdwijnt.
We hebben in het geheim pijn,
leren een duister

vers of twee in ’t Duits
van buiten.
Als de lente komt
beloven we de dwaas
te spelen. Giet,
regen! Zeil, wind,
met je lading citers!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Rita Dove (Akron, 28 augustus 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e augustus ook mijn blog van 28 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 28 augustus 2019 en ook mijn blog van 28 augustus 2018 en ook mijn blog van 28 augustus 2016 deel 2.

Tom Lanoye, Walter Helmut Fritz

De Belgische dichter, schrijver en vertaler Tom Lanoye werd geboren te Sint-Niklaas op 27 augustus 1958. Zie ook alle tags voor Tom Lanoye op dit blog.

Uit: Alles moet weg

‘Beste Soo,
Ik kan vrijdag niet naar Gent komen. Niet kwaad worden. Ook de komende weken en maanden zal ik maar weinig kunnen komen. Sorry. Het gaat om iets heel belangrijks, ik krijg het druk. Ik heb je niet willen bellen of schrijven zolang ik niet zeker wist dat het zou doorgaan, het is zo’n maf plan. Maar alles is veel beter gelukt dan ik gehoopt had, morgen vertrek ik, dus nu kan ik het vertellen. Maar kop dicht, Soo. Mijn ouders mogen er niets over te weten komen. Toch niet onmiddellijk. Laten ze zich maar eens flink zorgen maken als ze van die boot stappen en thuiskomen, het kan me geen kloten schelen. Met hun gezeur altijd.
Ik zal beginnen met het begin. Ken je Stef van Doorslaer? Eerste licentie geschiedenis, een kalf van hier tot ginder. Haar tot op zijn schouders, dik gat, pappige kop, en weer of geen weer, hij loopt altijd rond in een blauw T-shirtje dat aan zijn lijf is vastgekoekt. Ken je ‘m? Je moet hem kennen. Hij stinkt een uur in de wind. Van die bloeddoorlopen ogen heeft hij. Misschien is dat van de drank. En hij rolt zijn sigaretten zelf. Dat zulke mensen nog bestáán.
Enfin, op de dag van ons eerste examen, dat van Lippens, dat jij ’s middags moest doen, zit ik om een uur of elf in de Studentenresto koffie te drinken en aan het tafeltje achter mij hoor ik opeens die Van Doorslaer tekéér gaan! Ik denk: goed zo, die baviaan heeft waarschijnlijk een spectaculair slecht examen gedaan. Verkeerde spiekbriefjes bij zich, of hij is er door de prof uitgeflikkerd omdat zijn das vloekte met de kleur van zijn T-shirt… Ik wil er het fijne van weten dus ik spits mijn oren, een beetje achterover leunend, quasi voortlezend in mijn krant…
En Soo, geloof het of niet, hij had het over geld. Dat stuk mongool had de nacht ervoor op straat een aktentas gevonden met honderdvijftigduizend frank erin. Geen adres erbij, geen identiteitskaart, niets. Alleen een zwarte aktentas met honderdvijftigduizend ballen, in briefjes van duizend. En hij wist niet wat hij ermee moest doen, de sukkelaar. Het geld houden durfde hij niet, het naar de politie brengen durfde hij nog veel minder. Hij zat zich daar toch op te winden over de politie! Ze zouden hem ondervragen alsof hij het geld had gestolen en het terugbracht uit wroeging. Ze zouden nooit geloven dat hij het zomaar had gevonden. En hij had al eens last gehad, met de rijkswacht, die hadden hem bij een betoging opgepakt, hij zat sindsdien in hun computer, werd geschaduwd, zijn walk-man werd afgeluisterd, patati patata… Dat soort mensen denkt dat ze staatsgevaarlijk zijn omdat ze ooit pamfletten hebben uitgedeeld aan het station van Sint-Pieters.”

 

Tom Lanoye (Sint-Niklaas, 27 augustus 1958)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

Schrift en tegenschrift

Als we schrijven,
laten we het ook vandaag ook doen

levend in een provisorische staat –
met een veder
uit de vleugels van Icarus,
het tegenschrift volgend
dat uit planten, dieren, mensen
bestaat uit het verval dat
alle wording is aangeboren,
uit stenen en golven, de grote
ondernemingen van het landschap
en het labyrint waarin
elke weg kan uitmonden.

 

Vertaald door Frans  Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e augustus ook mijn blog van 27 augustus 2019 en ook mijn blog van 27 augustus 2018 en ook mijn blog van 27 augustus 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Laura van der Haar, Walter Helmut Fritz

De Nederlandse dichteres Laura van der Haar werd geboren in Groningen in op 26 augustus 1982. Zie ook alle tags voor Laura van der Haar op dit blog.

Uit: Het wolfgetal

‘Kijk jij weleens naar je kutje?’ In het licht van de zaklamp is Vikki’s mond een nog gemenere kloof, alsof het linkerdeel er in één keer afgerukt is, rats als een pleister. Er zit nog maar een klein restje lip, dat rafelend overgaat in de volle rechterhelft van haar mond. ‘Wat lach je nou?’
Alsof ik het woord ‘kutje’ nooit eerder gehoord heb inderdaad. ‘Iedereen doet dat hoor. Heb je een spiegel? Geef eens een spiegel.’ Vikki trekt haar onderbroek omlaag en ik moet mijn wang tegen de houten vloer drukken om goed te kunnen kijken, maar als ik al iets zie weet ik nog niet hoe het nou zit. Het ziet er ongeveer hetzelfde uit als bij mij, een slordig mondje in een minder slordig mondje, frommelig als Vikki’s echte mond.
‘Nee o nee shit!’ Ze slaat haar hand voor haar mond. ‘Omdat ik zo zit het spijt me zo sorry…’ En terwijl ze nog een paar keer sorry jammert pletst er een brede straal over mijn spiegeltje. Ronddwarrelend stof vermengt zich in de lichtbundel met Vikki’s pies, het zweeft op dezelfde manier, mistig. Haar plas verzamelt zich heel even binnen de rand van het spiegeltje en gutst dan over de vloerplanken, trekt een donkere baan over het ronde tapijt en loopt door tot aan de muur met mijn Boomerang-kaarten. ‘Snel pak dan iets!’ Op haar hurken kijkt ze om zich heen, beduusd, alsof ze nu pas doorheeft dat er bij haar van onderen iets gebeurd is, er tikken nog twee druppels op mijn spiegeltje, vrolijk wel, pok-ploink gaat het, licht en snel.
Het enige binnen handbereik is mijn opgevouwen pyjama met de drukknoopjes. Vikki veegt zichzelf ermee af en hinkend met haar onderbroek rond haar enkels dept ze de spiegel droog en dan de houten vloer, daarna boent ze driftig het geknoopte tapijt. Schoner wordt het er allemaal niet van, maar nu ze zo op haar knieën zit kan ik wel haar kutje echt goed zien.
‘Ik denk toch niet dat ik hier kan slapen,’ verkondigt ze ineens, alsof ze er ook al helemaal zeker van is.
‘Hoezo niet?’ Mijn stem schiet omhoog als limo door een rietje. Ze mag niet nu al weg.
‘Slaap jij hier wel goed dan?’ Met wijdopen mond kijkt ze me aan, wat er door die halve lip veel te expres uitziet, en mikt de natte pyjamaprop in de hoek. Ze veegt haar handen af aan het beddengoed en trekt dan pas haar onderbroek omhoog, hij is van hetzelfde blauw als de letters van de Bram Ladage, met aan de bovenkant rafelend elastiek. ‘Het zit hier tjokvol!’
‘Tjokvol wat?’ vraag ik en praat er direct weer overheen, want Vikki’s moeder heeft een gave, die kan geesten naar zich toe halen of zoiets, waar mijn ouders de slappe lach om hadden toen ze dachten dat ik ze niet kon horen.

 

Laura van der Haar (Groningen, 26 augustus 1982)

 

De Duitse dichter en schrijver Walter Helmut Fritz werd geboren op 26 augustus 1929 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Walter Helmut Fritz op dit blog.

 

Elpenor

Elpenor, geen held,
te kort gekomen en zwijgzaam,
vroeg in de Hades dan toch:
Waarom toch
zullen we nooit te weten komen, wat dit
alles moest betekenen
Waarom toch
komt het ons zo vaak voor
alsof we zijn verwisseld
Waarom toch
is het leven zo’n daad van geweld –
vroeg en hoorde
de echo van zijn vragen
en beleefde opnieuw
het rumoer van de metgezellen,
het ontwaken uit zijn dronkenschap,
de val van het dak van het huis.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Walter Helmut Fritz (26 augustus 1929 – 20 november 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e augustus ook mijn blog van 26 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 26 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Martin Amis, Charles Wright

De Engelse schrijver Martin Amis werd geboren op 25 augustus 1949 in Cardiff, South Wales. Zie ook alle tags voor Martin Amis op dit blog.

Uit: Experience

`If two tigers jumped on a blue whale, could they kill it?’
`Ah, but that couldn’t happen, you see. If the whale was in the sea the tigers would drown straight away, and if the whale was …’
`But supposing they did jump on the whale?’
… `Oh, God. Well, I suppose the tigers’d kill the whale eventually, but it’d take a long time.’
`How long would it take one tiger?’
`Even longer. Now I’m not answering any more questions about whales or tigers.’
`Dad.’
`Oh, what is it now, David?’
`If two sea-serpents …’
How well I remember those vastly stimulating chats. My tigers weren’t just ordinary tigers, either: they were sabre-toothed tigers. And the gladiatorial bouts I dreamed up were far more elaborate than I Like It Here allows. If two boa constrictors, four barracuda, three anacondas and a giant squid … I must have been five or six at the time.
In retrospect I can see that these questions would have played on my father’s deepest fears. Kingsley, who refused to drive and refused to fly, who couldn’t easily be alone in a bus, a train or a lift (or in a house, after dark), wasn’t exactly keen on boats — or sea-serpents. Besides, he didn’t want to go to Portugal, or anywhere else. The trip was forced on him by the terms and conditions of the Somerset Maugham Award — a `deportation order’ he called it in a letter to Philip Larkin (`forced to go abroad, bloody forced mun’). He won the prize for his first novel, Lucky Jim, published in 1954. Twenty years later I would win it too.
The Rachel Papers appeared in mid-November, 1973. On the night of 27 December my cousin, Lucy Partington, who was staying with her mother in Gloucestershire, was driven into Cheltenham to visit an old friend, Helen Render. Lucy and Helen spent the evening talking about their future; they put together a letter of application to the Courtauld Institute in London, where Lucy hoped to continue studying medieval art. They parted at 10.15. It was a three-minute walk to the bus stop. She never posted the letter and she never boarded the bus. She was twenty-one. And it was another twenty-one years before the world found out what happened to her.”

 

Martin Amis (Cardiff, 25 augustus 1949)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Stilleven op een luciferdoosje

Het hart is kouder dan het oog.
De waakzamen, de heiligen,
Weten dit, geen afkorting naar de hemel,
Een enkele hondenhaar kan de wind splijten.

Als je een grote gemoedsrust wilt,
Moet je hard werken en een lange weg gaan.

Niet piekeren over het verleden.
De wereld is zonder appendices,
Geen boodschap, geen naam.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e augustus ook mijn blog van 25 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 25 augustus 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Stephen Fry, Charles Wright

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: More Fool Me

“So I now must consider how to present to you this third edition of my life. It must be confessed that this book is an act as vain and narcissistic as can be imagined: the third volume of my life story?
There are plenty of wholly serviceable single¬-volume lives of Napoleon, Socrates, Jesus Christ, Churchill and even Katie Price. So by what panty¬-dribbling right do I present a weary public with yet another stream of anecdote, autobiography and confessional?
The first I wrote was a memoir of childhood, the second a chronicle of university and the lucky concatenation of circumstances that led to my being able to pursue a career in performing, writing and broadcasting. Between the end of that second book and this very minute, the minute now that I am using to type this sentence, lies over a quarter of a century of my milling about on television, in films, on radio, writing here and there, getting myself into trouble one way or another, becoming a representative of madness, Twitter, homosexuality, atheism, annoying ubiquity and whatever other kinds of activity you might choose to associate with me.

I am making the assumption that in picking up this book you know more or less who I am. I am keenly aware – how could I not be? – that if one is in the public eye then people will have some sort of view. There are those who thoroughly loathe me. Even though I don’t read newspapers or receive violent abuse in the street, I know well enough that there are many members of the British public, and I daresay the publics of other countries, who think me smug, attention¬-seeking, false, complacent, self-regarding, pseudo-¬intellectual and unbearably irritating: diabolical. I can quite see why they would. There are others who embarrass me charmingly by their wild enthusiasm; they shower me with praise and attribute qualities to me that seem almost to verge on the divine.
I don’t want this book to be riddled with too much self¬-consciousness. There is a lot to say about the end of the 1980s and early 1990s, and you may find the way I go about it to be meandering. I hope a chronology of sorts will emerge as I bounce from theme to theme. There will inevitably be anecdotes of one kind or another, but it is not my business to tell you about the private lives of others, only of my own. I consider myself incompetent when it comes to the business of living life.
Maybe that is why I am committing the inexcusable hubris of offering the world a third written autobiography. Maybe here is where I will find my life, in this thicket of words, in a way that I never seem to be able to do outside the bubble I am in now as I write. Me, a keyboard, a mouse, a screen and nothing else. Just loo breaks, black coffees and an occasional glance at my Twitter and email accounts. I can do this for hours all on my own. So on my own that if I have to use the phone my voice is often hoarse and croaky because days will have passed without me speaking to a single soul.
So where do we go from here?
Let’s find out.”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Addendum

Onder de steen ademt de hagedis,
Zijn tong 3 semafoor
In de knipperende duisternis;

Diep in de ribben van de eikenhouten kooi
Verschijnt de uil als een nieuwe maan;

Balancerend op het dak van de rivierbedding
Komt de vis, die denkt op te stijgen, in verzet,
Bang dat deze slok eindeloos zal zijn…

——————

Noch het flikkeren van de steen,
Noch het oog van de uil,
Noch de regenboog langs de visflank
Zal de weg wijzen.

Maar daar, waar het vuur rijpt
(Waar het vuur rijpt als een bron),

Zal het pad opengaan, de Engel wenkt,
En wij zullen volgen. Want licht is alles.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Koos Dijksterhuis, Wolfgang Hilbig

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Koos Dijksterhuis op dit blog.

 

God der Wrake

Voor oorlog maakt de Heer zich altijd vrij
Hij steunt zijn door hemzelf beloofde land
En helpt Hezbollah onderwijl een hand
Die hebben immers Allah aan hun zij?

De vrede is voorlopig niet nabij
Daarvoor kiest God helaas te veel partij

 

Mijn hemel

Ik ben uw God, Ik ben de God der wrake
Ik hoop dat u Mijn tien geboden weet
En dat u ze frequent met voeten treedt
Zodat Ik fijn amok met u kan maken

Ik zend u met plezier een serie plagen
Ik maak u ziek, Ik slacht uw zonen af
En mocht u voor de tien geboden slagen
Heb Ik voor u Mijn allerergste straf

U wordt, indien u zich onthoudt van zonden
Zonder pardon de hemel ingehaald
Die plek bereikt u louter zwaar geschonden
Ik pers u door het oogje van de naald

Voorwaar, het is zoals Ik u vertel:
Mijn hemel is nog erger dan de hel

 

Lamsvlees

Het was rond zessen dat ik bij haar kwam
voor haar befaamde chili con rollade
con ossehaas, gehakt en karbonade
con spek en kip en worst; ik vrat me lam

Het viel me zwaar, al smaakte het niet vies
want wat is chili sin lamlendespies?

 

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbich op dit blog.

 

Aqua alba

Ach de hele tuin overspoeld door de maan –
en scholen vissen langs de weg
licht als veren als trillende lichtmessen.
Ze kennen de weg, ze kennen de troost
van saamhorigheid.
En de witte hortensia’s bloeien de hele nacht –
zelfs wanneer de maan zijn afgrond afdaalt
ze blijven schijnen: wit en groen als fosfor
en watergeesten
wanneer de vissen door het hek ontsnappen
hebben eindelijk een thuis hier in deze bloei.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 23 augustus 2018 en ook mijn blog van 23 augustus 2016 en ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.

Griet Op de Beeck, Wolfgang Hilbig

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Griet Op de Beeck op dit blog.

Uit: Gezien de feiten

“Het inzicht was vers, het dampte nog. Olivia trok haar zwarte jurk recht en keek naar haar dochter. De ogen gezwollen, de neus rood rond de vleugels van al dat gewrijf met papieren zakdoekjes, een likje gemist snot glanzend bij haar bovenlip, Roos had het moeilijk, Olivia wou dat ze iets kon doen. Roos greep haar arm, haakte in en troonde haar mee door het gangpad. De kist verdween
de lijkwagen in, en zij bleven achter in de tochtige hal van de kerk.
Het was Roos die vond dat mensen ná de dienst de kans moesten krijgen om te condoleren. Olivia had het liever vooraf zien gebeuren, maar ze wilde er ook geen punt van maken. Ze liet zich gewillig omhelzen door nichten die ze in geen jaren had gezien, schudde handen met mensen van wie ze de naam niet kende, tolereerde tranen van wandelclubleden van wie ze wist dat ze Ludo niet konden uitstaan en luisterde minzaam naar adviezen van zestigplussers die beweerden te weten wat het was. Zelfs Carmen, die haar met een door prozac geïnspireerde glimlach wist te melden dat een fijne serviceflat in een rusthuis nemen de ideale manier was om niet alleen te hoeven zijn, stond ze manhaftig te woord. Het hoorde er nu eenmaal bij. En Roos had het zo moeilijk.
‘Ik weet echt niet hoe ik verder moet,’ zei ze, ‘zo zonder papa.’
Olivia kneep haar ogen dicht, knikte instemmend en legde een hand op haar dochters rug.
Roos had de locatie gekozen voor de koffietafel. Vier lange rijen tegen elkaar geschoven tafels op rode stenen vloeren, en dan de hunne dwars aan het hoofd, in zwierige bochten gedrapeerde gordijnen, een vals plafond met een tegelpatroon en aan de muren toepasselijk neutrale aquarellen van vergezichten. En in dat kader aten honderdzevenendertig genodigden zoals het in de brochure stond: een broodassortiment wit en bruin, met pistolets en sandwiches met boter, vier stuks per persoon, en divers beleg: kaas, gerookte en gekookte ham, kippenwit, fricandon, gehakt. Er was koffie en thee naar believen en de zaal en de bediening waren inbegrepen. En dat voor zeventienenhalve euro per persoon, plus de vier euro extra voor taartjes: confituur, frangipane en rijst. Roos vond dat geen geld, voor het afscheid van haar vader. Voor Olivia was het een pittige rekening, maar zij ging niet lastig doen.”

 

Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)

 

De Duitse dichter en schrijver Wolfgang Hilbig werd geboren in Meuselwitz op 31 augustus 1941. Zie ook alle tags voor Wolfgang Hilbig op dit blog.

 

Berlijn. Ondermaans

De tijd is teruggekeerd naar Berlijn
en de oplichters paraderen in de Oranienburger Strasse
en wijzen naar de lucht om middernacht: de tijd
is terug uit ballingschap.

De hele stad in de boeien van zilvergrijze magie
de volle maan rolt: en wij de marionetten van zijn licht —
Onwerkelijkheden die ons briljant informeren.
Wij en de doden
……..slenteren over schaduwlgreppels
we verlenen elkaar nog een laatste keer onsterfelijkheid.
O dit fel gloeiende stof tussen de investeringsruïnes
en wat voor april zo kort voor het derde millennium!
We willen niet meer blijven tellen

het groene water in de oude gebouwen brandt langzaam op.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Wolfgang Hilbig (31 augustus 1941 – 2 juni 2007)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 22 augustus 2019 en ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.

X.J. Kennedy, Charles Reznikoff

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog.

 

Japanese Beetles

1 The Minotaur’s Advice

Unravel hope, but be not by it led
Or, back outside, you’ll still hang by a thread.

2 Teutonic Scholar

Twelve hefty tomes his learning demonstrate.
Now earth squats on him like a paperweight.

3 Translator

They say he knows, who renders Old High Dutch,
His own tongue only, and of it not much.

4 To a Now-type Poet

Your stoned head’s least whim jotted down white hot?
Enough confusion of my own, I’ve got.

5 Advice to an Anthologist

Extoll those bards whose very names are lost.
Like not too well the living. That kind cost.

6

Time is that dentist fond of sweet desserts
Who, drill in hand, says, Stop me if this hurts.

7

Here lies a girl whose beauty mad Time stay.
Shovel earth in. We haven’t got all day.

8 Parody: Herrick

When Vestalina’s thin white hand cuts cheese,
The very mice go down upon their knees.

 

X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Winterschetsen

l
Nu dat zwarte grond en struiken-
scheuten, bomen,
elk twijgje en takje- plotseling wit van sneeuw zijn,
en de aarde lichter wordt dan de lucht,

spreidt die warrige struik
van zenuwen, aders,
slagaders-mezelf-
zijn omgekrulde bladeren uit
naar de stralende lucht.

Op deze beboste heuvel,
bevlekt met sneeuw, hoor ik
alleen de smeltende sneeuw
van de twijgen vallen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 21 augustus 2019 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 deel 2.

Anneke Brassinga, Li-Young Lee

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Jardin des Plantes

Grootheden van zeer klein kaliber: flits
van de kantjil als de wind zo gejaagd.
De zwarte panter gaapt zijn kort bestek
van messen bloot, alsof natuurlijke dood
niet allang was bedacht.

Ik sta als Orpheus voor de nacht,
een schim, kantjil in een panterpupil.

 

Een zee ach zonder water

Een zee ach zonder water
waaraan ik me ontwring
als aan een natte rok…
is dat al
een te zwaar bestaan?
Niets is zo waar.
Wie draagt me daar
die vreselijke vrijheid in?
Wat moet ik in dat naakte
licht, onzienlijk?
Liever blijf ik
tierend ten ondergaan.

 

Kom

Stenen hebben een hart van brand.
De tweede regel is verdampt
in wind zo hard dat ik in elke hand
een steen moet dragen
staand op de kraterrand.
De eerste regel ging verloren
in mist boven de weg, rook-
slinger door het land.
Vuurslag, geweld van vallen.

Ontelbaar maal toeval, gestapeld
wegwijzer naar meer, verder, altijd
dezelfde afval van stenen en verzen.
Wie de weg volgt, over puin klimt
groeit met de berg bij elke stap.
Wie afdaalt van de kraterrand
zeult met gemis aan binnenkant.
Kom waar wind stil ligt:
ik laat mijn stenen waaien.

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Kussen

Er is niets dat ik daaronder niet kan vinden.
Stemmen in de bomen, de ontbrekende pagina’s
van de zee.

Alles behalve slaap.

En de nacht is een rivier als brug over
de sprekende en luisterende banken,

een fort, onverdedigd en ongeschonden.

Er is niets dat er niet onder past:
fonteinen verstopt met modder en bladeren,
de huizen van mijn jeugd.

En de nacht begint als de vingers van mijn moeder
de draad loslaten
die ze hebben vastgemaakt en losgemaakt
om de zoom van ons rafelige verhaal aan te raken.

De nacht is de schaduw van mijn vaders handen
die de wekker zet voor het weer opstaan.

Of is de wekker ontrafeld, zijn de cijfers gevlucht?

Er is niets dat daar niet zijn thuis heeft gevonden:
afgedankte vleugels, verloren schoenen, een gebroken alfabet.
Alles behalve slaap. En de nacht begint

bij de eerste onthoofding
van de jasmijn, zijn verleidelijke geur
eindelijk verlost van begrafeniskleren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 20 augustus 2019 en ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

 Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Middle England

“Prevents accidents, I suppose,” said Benjamin. His father grunted sceptically. Benjamin turned on the radio, tuned as usual to Radio Three. He was in luck: the slow movement of Faure’s Piano Trio. The melancholy, unassuming contours of the melody not only seemed a fitting accompaniment to the memories of his mother that were filling his mind today (and, presumably, Colin’s), but also seemed to mirror, in sound, the gentle curves of the road, and even the muted greens of the landscape through which it carried them. The fact that the music was recognizably French made no difference: there was a commonality here, a shared spirit. Benjamin felt utterly at home in this music. “Turn that racket off, can’t you?” Colin said. “Can’t we listen to the news?” Benjamin let the last thirty or forty seconds of the movement play out, then switched to Radio Four. It was the PM programme and immediately they were plunged into a familiar world of gladiatorial combat between interviewer and politician. In one week’s time there would be a general election. Colin would vote Conservative, as he had done in every British election since 1950, and Benjamin, as usual, was undecided, except in the sense that he had decided not to vote. Nothing they were likely to hear on the radio in the next seven days would make any difference. Today’s big story seemed to be that the prime minister, Gordon Brown, fighting for re-election, had been caught on microphone describing a potential supporter as “a sort of bigoted woman,” and the media were making the most of it. “The prime minister has shown his true colours,” a Conservative MP was saying, gleefully. “Anyone who expresses these legitimate concerns is simply a bigot, in his view. And that’s why we can never have a serious debate about immigration in this country.” “But isn’t it true that Mr. Cameron, your own leader, is every bit as reluctant—” Benjamin turned the radio off without explanation. For a while they drove in silence. “She couldn’t stand politicians,” Colin said, bringing some subterranean train of thought to the surface, and not needing to specify who he meant by “she.” He spoke in a low voice, thick with regret and repressed emotion. “Thought they were all as bad as each other. All on the fiddle, every one of them. Fiddling their expenses, not declaring their interests, holding down half a dozen jobs on the side…” Benjamin nodded, while remembering that in fact it was Colin himself, not his late wife, who was obsessed with the venality of politicians. It was one of the few subjects on which this habitually taciturn man could become talkative, and perhaps it would be better to let this happen now, to stop him from being distressed by more painful thoughts. But Benjamin rebelled against the idea.”

 

 Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Alleen eten

Ik heb de laatste jonge uien van het jaar geplukt.
De tuin is nu kaal. De grond is koud,
bruin en oud. Wat is er nog over van de dagvlammen
in de esdoorns in de hoek van mijn
oog. Ik draai me om, een rode kardinaal verdwijnt.
Bij de kelderdeur was ik de uien,
drink dan uit het ijzige metalen kraantje.

Eens, jaren geleden, liep ik naast mijn vader
tussen de afgewaaide peren. Ik kan me niet herinneren
wat we zeiden. We hebben misschien in stilte gewandeld. Maar
ik zie nog steeds hoe hij naar links boog – een hand steunend
op de knie, en krakend een rotte peer op tilde en
voor mijn ogen hield. Daarin draaide een horzel
waanzinnig rond, geglazuurd in langzaam, glinsterend sap.

Het was mijn vader die ik vanmorgen
vanuit de bomen naar me zag zwaaien. Ik riep
hem bijna, totdat ik dichtbij genoeg kwam
en de schop geleund zag staan, waar ik hem had
achtergelaten, in de flikkerende, diepgroene schaduw.

De witte rijst stoomt, bijna klaar. Zoete doperwtjes
gebakken in uien. Garnalen gestoofd in sesam
olie en knoflook. En mijn eigen eenzaamheid.
Wat wil ik, een jonge man, nog meer.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.