Jevgeni Petrov, Laurens Jan van der Post, Emily Carr

De Russische schrijver Jevgeni Petrov werd geboren in Odessa op 13 december 1903. Zie ook alle tags voor Jevgeni Petrov op dit blog.

Uit: The 12 Chairs (Vertaald door John Richardson)

“It appeared that she had not. Nor had the galoshes been washed. Ippolit Matveyevich disliked his mother-in-law. Claudia Ivanovna was stupid, and her advanced age gave little hope of any improvement. She was stingy in the extreme, and it was only Ippolit Matveyevich’s poverty which prevented her giving rein to this passion. Her voice was so strong and fruity that it might well have been envied by Richard the Lionheart, at whose shout, as is well known, horses used to kneel. Furthermore, and this was the worst thing of all about her, she had dreams. She was always having dreams. She dreamed of girls in sashes, horses trimmed with the yellow braid worn by dragoons, caretakers playing harps, angels in watchmen’s fur coats who went for walks at night carrying clappers, and knitting-needles which hopped around the room by themselves making a distressing tinkle. An empty-headed woman was
Claudia Ivanovna. In addition to everything else, her upper lip was covered by a moustache, each side of which resembled a shaving brush.
Ippolit Matveyevich left the house in rather an irritable mood. Bezenchuk the undertaker was standing at the entrance to his tumble-down establishment, leaning against the door with his hands crossed. The regular collapse of his commercial undertakings plus a long period of practice in the consumption of intoxicating drinks had made his eyes bright yellow like a cat’s, and they burned with an unfading light.
“Greetings to an honoured guest!” he rattled off, seeing Vorobyaninov.
“Good mornin’.”
Ippolit Matveyevich politely raised his soiled beaver hat. “How’s your mother-in-law, might I inquire? ” “Mrr-mrr,” said Ippolit Matveyevich indistinctly, and shrugging his shoulders, continued on his way.
“God grant her health,” said Bezenchuk bitterly. “Nothin’ but losses, durn it.” And crossing his hands on his chest, he again leaned against the doorway.”

 
Jevgeni Petrov (13 december 1903 – 2 juli 1942)

Lees verder “Jevgeni Petrov, Laurens Jan van der Post, Emily Carr”

William Drummond

De Schotse dichter William Drummond werd geboren op 13 december 1585 in Hawthornden, in de buurt van Edinburgh. Drummond was de eerste gerenommeerde dichter in Schotland die er bewust voor koos om te schrijven in het Engels. Hij was ook de eerste die de canzone, een middeleeuwse Italiaanse of Provençaalse metrische vorm, in het Engels gebruikte. Drummond studeerde aan Edinburgh en bracht een paar jaar in Frankrijk, waar hij in Bourges en Parijs rechten studeerde. Na de dood van zijn vader in 1610 werd hij eerste laird van Hawthornden en vestigde hij zich op zijn landgoedHawthornden, ruilde het recht in voor de literatuur en leefde het leven van een beschaafde en vrij man in goede doen. Er zat een bepaalde natuurlijke terughoudendheid in zijn karakter, maar Drummond had veel vrienden, waaronder de dichters Michael Drayton en Sir William Alexander en de toneelschrijver Ben Jonson. Drummond bewerkte en vertaalde gedichten uit het Frans, Italiaans en Spaans, in aanvulling op het lenen van dergelijke Engels dichters als Sir Philip Sidney. Behalve “Poems”(1614, 1616) en “Flowres of Sion” (1623) Drummond schreef “Forth Feasting” (1617), een gedicht om het bezoek van James I aan Schotland te vieren, en hij was blijkbaar de auteur van “Polemo-Medinia inter Vitarvam et Nebernam”, een macaronisch stuk dat Schots en Latijn met elkaar vermengt. Zijn proza geschriften omvatten royalistische politieke pamfletten; De geschiedenis van Schotland, uit het jaar 1423 tot het jaar 1542 (1655); en “A Cypresse Grove”, een meditatie over de dood en veranderlijkheid.

Change should breed Change

New doth the sun appear,
The mountains’ snows decay,
Crown’d with frail flowers forth comes the baby year.
My soul, time posts away;
And thou yet in that frost
Which flower and fruit hath lost,
As if all here immortal were, dost stay.
For shame! thy powers awake,
Look to that Heaven which never night makes black,
And there at that immortal sun’s bright rays,
Deck thee with flowers which fear not rage of days!

 

Madrigal

Like the Idalian queen,
Her hair about her eyne,
With neck and breast’s ripe apples to be seen,
At first glance of the morn
In Cyprus’ gardens gathering those fair flow’rs
Which of her blood were born,
I saw, but fainting saw, my paramours.
The Graces naked danced about the place,
The winds and trees amazed
With silence on her gazed,
The flowers did smile, like those upon her face;
And as their aspen stalks those fingers band,
That she might read my case,
A hyacinth I wish’d me in her hand.

 
William Drummond (13 december 1585 – 4 december 1649)
Portret door Abraham van Blijenberch, 1612

Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne, Ahmad Shamlou

De Iraans – Nederlandse schrijver Kader Abdolah (pseudoniem van Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani) werd geboren in Arak op 12 december 1954. Zie ook alle tags voor Kader Abdolah op dit blog.

Uit:Papegaai vloog over de IJssel

“Het klm-vliegtuig vloog boven Amsterdam, je hoorde dat de wielen van het vliegtuig uitgeklapt werden.
Het was donker geweest buiten, na urenlang in de wolken gevlogen te hebben, was er nu opeens een zee van kleurrijke lichtjes te zien beneden.
Het dove meisje zat naast haar vader bij het raam.
‘Kijk eens naar beneden, heel veel mooie lichtjes, zie je dat?’ gebaarde hij naar zijn dochter.
De vader was bezorgd, bang dat ze bij de douane gearresteerd en teruggestuurd zouden worden. Tijdens de landing voelde hij de pijn van de druk op zijn oren, en de spanning verhevigde de pijn nog. Hij drukte met zijn beide handen op zijn oren.
Toen het vliegtuig geland was, hielpen de stewardessen het meisje met haar kleine rugzak. In stilte leefden ze met de vader mee, alsof ze wisten dat er hun straks een hoop ellende te wachten stond.
‘Een goede reis verder,’ zeiden ze allemaal.
Met een koffer in zijn ene hand, en zijn dochters hand in de andere liep hij met de andere passagiers naar buiten. Net na de slurf stonden een paar veiligheidsagenten met een hond, ze controleerden steekproefsgewijs de paspoorten. Een scherpe pijn schoot door de rug van de man. Als ze hem naar zijn paspoort zouden vragen dan zou hij dat niet kunnen tonen en dan zouden ze hem zonder pardon op hetzelfde vliegtuig terug zetten.
Hij ging langzamer lopen, pakte zijn dochtertje van de grond en nam haar op zijn arm. Met de andere hand pakte hij de koffer weer op. Een hond snoof aan zijn koffer en liep door naar de volgende passagier. De stewardessen kwamen tevoorschijn met hun trolleys, ze liepen tussen de agenten en de vader door zodat de man verder kon lopen. Een paar seconden later verdween de man met zijn dochtertje in de massa van passagiers.”

 

 
 Kader Abdolah (Arak, 12 december 1954)

Lees verder “Kader Abdolah, Susanna Tamaro, Sophie Kinsella, Gustave Flaubert, John Osborne, Ahmad Shamlou”

Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher, Janko Ferk

De Italiaanse schrijver Andrea De Carlo werd geboren in Milaan op 11 december 1952. Zie ook alle tags voor Andrea De Carlo op dit blog.

Uit: Sie und Er (Vertaald door Maja Pflug)

„Die Autobahn verpestet seine Gedanken nur noch mehr. Das ständige Beschleunigen und Bremsen und Spurwechseln, die rasche Verlagerung der Aufmerksamkeit nach vorn und seitlich und nach hinten im Rückspiegel, die Vorwegnahme idiotischen oder off en kriminellen Verhaltens seitens der anderen Autofahrer – alles zerrt an seinen Nerven.
Das Verdeck seines grünen, vierzehn Jahre alten Jaguars xjs Cabrio knattert im Gegenwind, als würde es gleich aufgehen, abreißen und ihn ungeschützt dem anhaltenden Regen aussetzen. Es ist ein Jaguar aus der schlechtesten Periode, mit einer kantigen Linienführung, die nichts zu tun hat mit den schönen fl ießenden Formen der sechziger Jahre und auch nichts mit dem rationaleren und lineareren Design der jüngeren Modelle. Wahrscheinlich hat er ihn deshalb gekauft : weil er ihm irgendwie verkehrt vorkam. Jetzt fährt er allerdings zu schnell für das nicht sonderlich stabile Chassis, das Gaspedal zu drei Viertel durchgedrückt, die Tachonadel zittert unentschieden zwischen 140 und 150, die Reifen verlieren gelegentlich die Bodenhaft ung wegen der riesigen Pfützen und des schlechten Zustands der Aufhängung.
Ab und zu nimmt er einen Schluck Wodka aus der Flasche auf dem Beifahrersitz: Er schraubt den Verschluss mit einer Hand auf und wieder zu und wirft sie zurück auf ihren Platz. Ständig drückt er auf die Repeat-Taste des cd-Players, um noch einmal I Cover The Waterfront von
John Lee Hooker in einer Studioaufnahme zusammen mit Van Morrison abzuspielen, aber auch auf höchster Lautstärke kommt die Musik kaum an gegen das Trommeln des Regens und das Schlagen des Verdecks und das Dröhnen des Motors und das Rollen der Reifen und das vielfältige Zischen und Sausen der Zugluft , die durch alle Ritzen des alten Jaguars dringt.“

 

 
Andrea De Carlo (Milaan, 11 december 1952)

Lees verder “Andrea De Carlo, Naguib Mahfouz, J.C. van Schagen, Paul Rigolle, Ludwig Laher, Janko Ferk”

Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Jorge Semprún, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson werd geboren op 10 december 1830 in Amherst, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Emily Dickinson op dit blog.

 

The sun kept setting, setting still

The sun kept setting, setting still;
No hue of afternoon
Upon the village I perceived,—
From house to house ’t was noon.

The dusk kept dropping, dropping still;
No dew upon the grass,
But only on my forehead stopped,
And wandered in my face.

My feet kept drowsing, drowsing still,
My fingers were awake;
Yet why so little sound myself
Unto my seeming make?

How well I knew the light before!
I could not see it now.
’T is dying, I am doing; but
I ’m not afraid to know.

 

Sleep is supposed to be

Seep is supposed to be,
By souls of sanity,
The shutting of the eye.

Sleep is the station grand
Down which on either hand
The hosts of witness stand!

Morn is supposed to be,
By people of degree,
The breaking of the day.

Morning has not occurred!
That shall aurora be
East of eternity;

One with the banner gay,
One in the red array,—
That is the break of day.

 

Ik had ernaar verlangd

Ik had ernaar verlangd altijd
En toen het zover was
Had van wat werd tentoongespreid
De wijn wel wat aparts

Op tafels had ik het zien staan
Verlangend en verloren
Daarbinnen waar de weelde was
Die mij niet toebehoorde

In plaats van brood in overvloed
Waar kruim niets weg van heeft
Had de natuur mij steeds gevoed
Met wat er overbleef

Het deed me zeer, die rijkdom daar
Het was me alles vreemd
Een bosbes voelt zich zo op straat
Niet op zijn plaats, ontheemd

En ook bleek het verlangen weg
Verlangen was alleen
Bedoeld voor wie nog buiten was
En binnen dan verdween

 

Vertaald door Ans Bouter

 
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Standbeeld in Spartanburg, South Carolina

Lees verder “Emily Dickinson, Karl Heinrich Waggerl, Jorge Semprún, Nelly Sachs, Gertrud Kolmar”

Cornelia Funke

De Duitse schrijfster en illustratrice Cornelia Funke werd geboren in Dorsten op 10 december 1958..Zij studeerde onderwijskunde aan de Universiteit van Hamburg en daarna gaf ze een tijdlang les. Dankzij het diploma dat Funke voor illustreren had, werd ze ook gevraagd om boeken te illustreren. Zo kreeg ze het idee om zelf boeken te schrijven. Funke kreeg zowel voor “De dievenbende van Scipio” als voor “Hart van Inkt” een Zilveren Griffel. Beide boeken werden verfilmd (als The Thief Lord en Inkheart). “Web van Inkt” en “Nacht van Inkt” zijn deel twee en drie van de Inkheart-trilogie. Haar internationale doorbraak kwam in 2002 toen haar al in 2000 in Duitsland verschenen boek “De dievenbende van Scipio” in de VS gepubliceerd werd en daar vele maanden op de Amerikaanse bestsellerlijsten stond. De ontdekking van dit boek voor de Engels-sprekende wereld leidt Funke op “Clara” terug, een tweetalig opgegroeid meisje dat zich bij de uitgever van Harry Potter, Barry Cunningham, erover beklaagd dat ze haar favoriete boek.niet kon delen met haar schoolvrienden in Engeland De neef van Funke schreef vervolgens een ruwe vertaling in het Engels, op basis waarvan het contract met de Engelse uitgever werd gesloten. Inmiddels is dit boek vertaald in 23 talen.

Uit: Herr der Diebe

“Goldene Höhle« hatte Bo die Basilika getauft, als Prosper mit ihm zum ersten Mal hineingegangen war. Aber die goldenen Mosaiken von Engeln, Königen und Heiligen, die Wände und Decken schmückten, leuchteten nur zu bestimmten Stunden, wenn das Sonnenlicht hoch oben durch die Kirchenfenster fiel. Jetzt war alles dunkel. Und die Bilder, zusammengefügt aus Tausenden von glitzernden Glassteinen, verschluckte das Dämmerlicht, das die riesigen Gewölbe füllte. Helligkeit und Wärme waren draußen auf dem Platz geblieben, als gäbe es sie nicht mehr.
Zögernd gingen die drei Jungen den breiten Mittelgang entlang, ihre Schritte hallten auf dem steinernen Boden. Über ihren Köpfen wölbten sich die goldenen Kuppeln, deren Pracht die Dunkelheit verhüllte. Zwischen den hohen marmornen Säulen, die sie trugen, fühlten sich die Jungen so käferklein, dass sie unwillkürlich näher zusammenrückten. Das Dämmerlicht um sie her war getränkt mit Stille, mit flüsternden, wispernden, andächtig raunenden Stimmen und dem Schaben von Schuhsohlen auf kaltem Stein.
»Wo sind denn die Beichtstühle?«, flüsterte Mosca und blickte sich unbehaglich um. »Ich bin noch nicht oft hier drin gewesen. Ich mag keine Kirchen. Sie sind mir unheimlich.«
»Ich weiß, wo s
ie sind«, sagte Scipio und schob sich die Maske wieder übers Gesicht. Selbstsicher, wie einer der Führer, die den Reisegruppen die Wunder der Basilika zeigten, schritt er den anderen beiden voran. Die Beichtstühle standen etwas abseits, im Seitenschiff der großen Kirche. Der erste auf der linken Seite unterschied sich in nichts von den übrigen, ein Kasten aus dunklem Holz, verhängt mit dunkelroten Vorhängen, mit einer Tür in der Mitte, durch die der Priester in den engen Verschlag schlüpfen konnte. Dort nahm er dann Platz auf einer schmalen Bank und legte sein Ohr an ein kleines Fenster, durch das ihm jeder, der wollte, seine Sünden zuflüstern konnte, um sie sich so von der Seele zu schaffen.“

 
Cornelia Funke (Dorsten, 10 december 1958)

In Memoriam Ralph Giordano

In Memoriam Ralph Giordano

De Duitse schrijver en journalist Ralph Giordano is in de nacht van dinsdag op woensdag op 91-jarige leeftijd overleden. Ralph Giordano werd op 20 maart 1923 in Hamburg geboren. Zie ook alle tags voor Ralph Giordano op dit blog.

Uit: Morris — Die Geschichte einer Freundschaft

„Er wußte, daß diese Novembertage den ersten vernichtenden Schlag gegen die jüdische Existenz in Deutschland bedeuteten. Er sagte mir das, als ich ihn an dem Unglückstag nach Hause, zur Grindelallee, begleitete. Mit merkwürdiger Stimme meinte er zu mir: “Dabei bleibt es nicht, dabei bleibt es so sicher nicht, wie ich jetzt neben dir gehe. Es war eine Probe, wie weit sie es treiben können, mehr nicht …” Er hatte da so etwas Furchtbares geäußert, etwas, das alles Unausdenkbare in sich schloß, daß ich mich wie in einem Gefängnis fühlte, aus dem es kein Entrinnen mehr gab, dessen dicke Mauern der menschlichen Kraft und dem menschlichen Willen Hohn spotteten, obwohl ich selbst von diesem aufkommenden Riesenschatten nicht bedroht war. Ich sah zu Morris hoch. Trotzdem ich erst fünfzehn Jahre alt war, wuchs in mir plötzlich ein großes Gefühl, ein Erkennen für die jahrtausendealte Tragik jenes schwer leidenden Volkes, als dessen Repräsentant mir nun Morris erschien. “Kann ich helfen?” fragte ich ihn, um mich in der nächsten Sekunde der Lächerlichkeit meiner Worte zu schämen. “Uns kann niemand mehr helfen, wenn uns nicht schnell geholfen wird”, erwiderte Morris sinnend. “Einzelne in Deutschland können vielleicht einzelnen Juden helfen. Aber die Masse der Juden ist verloren, wenn nicht sehr bald Gegenmaßnahmen getroffen werden.”
Später erkannte ich, wie wahr er gesprochen hatte. Damals jedoch wußte ich nicht recht, was er meinte. Krieg? Meine Vorstellungen von Krieg waren nebelhaft und verschwommen, bargen bei meiner Unwissenheit keine Schrecken in sich. Während wir weitergingen, dachte ich über jedes Wort nach. Halb verschleiert, gleichsam umschrieben mit lautlosen Worten, kündigte mir Morris etwas Entsetzliches an: nänilich die Vernichtung, die physische Vernichtung von Menschen, weil sie einer bestimmten Rasse angehörten” Wenn ich mich heute in jene Stunde zurückversetze, dann fällt mir ein, daß ich dies schon damals nicht bezweifelte, nachdem ich selbst die Masse gesehen hatte, die des Mordes und der Plünderung Zeuge gewesen war, ohne Widerstand zu leisten.“

 
Ralph Giordano (20 maart 1923 – 10 december 2014)

Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Michael Krüger, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton

De Nederlandse schrijver Thomas Verbogt werd op 9 december 1952 geboren in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Thomas Verbogt op dit blog.

Uit: Kleur van geluk

 ‘Het was echt zo.’
Dat zeiden we later zo nu en dan als we het over ons eerste gesprek hadden: ‘Het was echt zo.’
In de beginjaren van onze vriendschap hadden we het er nooit over. Misschien dachten we dat we het hadden verzonnen.
We waren elkaar weleens tegengekomen, maar kenden elkaar niet. Een gezamenlijke vriendin had gezegd dat het goed was als we eens zouden praten. Hij schreef verhalen en ik ook, de vriendin vond dat bijzonderder dan wijzelf, maar wie weet deed het ons goed als we eens samen over ons werk spraken.
Als ik naar hem toe fiets vraag ik me af wat er over mijn verhalen te zeggen valt. Zelf vind ik ze goed, maar ik weet dat ze nog beter kunnen worden. Misschien weet hij hoe dat moet. Zijn verhalen ken ik niet.
Het is de namiddag van een zomerse dag. Het is stil in de stad. Hij woont in een wijk die de Indische buurt wordt genoemd.
Hij heeft een smalle kamer in het huis waar hij met zijn moeder en zus woont. Zijn vader is kort daarvoor overleden.
Hij wijst me naar de enige stoel op die kamer, een gehavende fauteuil. Zelf gaat hij op het bed zitten. Tussen ons in staat een kleine tafel waarop hij twee beugelflessen bier zet. Er ligt een geel boek, een aflevering van het literaire tijdschrift Randstad. Hij wijst ernaar en zegt dat er verhalen van Jorge Luis Borges in staan. Ik ken die schrijver niet. Hij pakt het tijdschrift, slaat het open en begint een verhaal voor te lezen, ‘De ooggetuige’. Aan zijn stem merk ik dat het geen lang verhaal kan zijn.
Ineens steekt hij een vinger omhoog. ‘Hier gaat het om,’ zegt hij. ‘Indertijd was er een dag die de laatste ogen uitdoofde die Christus zagen; de slag van Junín en de liefde voor Helena stierven met de dood van een mens.”

 

 
Thomas Verbogt (Nijmegen, 9 december 1952)

Lees verder “Thomas Verbogt, Gioconda Belli, Michael Krüger, Joe McGinniss, Wolfgang Hildesheimer, Anna Gavalda, Ödön von Horváth, John Milton”

Jamal Ouariachi, Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, Jim Morrison, Hervey Allen

De Nederlandse schrijver Jamal Ouariachi werd geboren in Amsterdam op 8 december 1978. Zie ook alle tags voor Jamal Ouariachi op dit blog.

Uit: Vertedering

“Iemand had een mand met kittens langs de kant van de weg gezet. Rossige, grijs-witte, cyperse. Wie deed zoiets? Op een bedrijventerrein nog wel, waar de vindkans minimaal was. Waarom geen advertentie geplaatst? Kittens, gratis af te halen.
Hij keek om zich heen. Een vrachtwagen passeerde hem en stopte een eindje verderop met veel gepuf bij een kubusvormig kantoorgebouw, dat sprekend leek op het gebouw waar hij zelf werkte. De chauffeur toeterde, sprong naar buiten en opende de laadklep. Vanuit een zijingang van het gebouw kwam een oranje vorkheftruck op de vrachtwagen afgereden. Het laden en lossen nam een aanvang. Volle pallets eruit, lege pallets erin.
Wandelaars zag je hier zelden, zelfs niet vandaag, nu het zulk mooi lenteweer was, tweeëntwintig graden, flink wat warmer dan normaal voor de tijd van het jaar. In deze buurt recreëerde men binnen, in bedrijfskantines. Geen picknickers of hondenuitlaters op het grasveldje waar de mand stond. Het enige doel van het gras was om het braakliggende terrein tussen de kantoorgebouwen de schijn van bestemming te verlenen. Slechts uit conventie was het grasveld afgezoomd met een keurige strook trottoir.
Hij stapte op het gras, zijn knieën knakten toen hij bij de mand neerhurkte. Op een dag als deze verwachtte je te midden van zoveel groen de kruidige lucht van plantenlust, maar hij rook niets. Het gras had net zo goed kunstgras kunnen zijn.
Zeven waren het er. Zeven hompjes dons, elk ter grootte van een vuist. De mand was stevig en groot, gemaakt van gevlochten riet. Ruim genoeg voor zeker nog eens zeven katjes. Toch lagen déze zeven dicht tegen elkaar aan op een grote, Schots geruite deken.
Ze zagen er schoon uit. Als vanzelf ging zijn hand naar het dons om te aaien. Toen hij een van de kittens optilde, een rossige, voelde hij de ribbetjes over zijn vingers rollen.”

 
Jamal Ouariachi (Amsterdam, 8 december 1978)

Lees verder “Jamal Ouariachi, Louis de Bernières, Bill Bryson, Mary Gordon, Delmore Schwartz, Jim Morrison, Hervey Allen”

Advent (Marijke Hanegraaf)

Bij de tweede zondag van de Advent

 

 
De annunciatie door Paolo de Matteis, 1712

 

Advent

Ze stond bij coffeeshop The Doors en Stubbe’s Haring
en onverwacht kuste de avondwind de laatste bloemen
van de venter. Een vrouw werd kind; warrelend blad
de carrousel, het slagwerk blik en plastic bekers.

Ze keek omhoog. Daar, op het herenhuis zag ze
de engel Gabriël, in blauw nog wel, zijn gouden
vleugels in de laatste zon een groet.

Vanaf de overzijde wiegde een hijskraan stuntelig
zijn tegenwicht; kon hij maar buigen. Geen zon
voor hem, hij had zijn eigen licht.

‘Dag,’ zei ze tot de reuzen van dit moment;
de ritselende grond leek een seconde lang gezegend.
De wind ging liggen, nu viel de nacht en Gabriël
verdween, alleen de hijskraan  hield de wacht.

 

 
Marijke Hanegraaf (Tilburg, 6 maart 1946)
Tilburg in winterse sferen.

 

Zie voor de schrijvers van de 7e december ook mijn vorige twee blogs van vandaag.