Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, David van Reybrouck, Barbara Bongartz, Tomas Venclova

De Nederlands-Turkse schrijver, columnist en journalist Murat Isik werd geboren in Izmir op 11 september 1977. Zie ook alle tags voor Murat Isik op dit blog.

Uit: Verloren grond

“Mijn moeder ondernam de klim naar het plateau toen ze ongeveer zeven maanden zwanger was van mij. Mijn vader had haar hand vastgepakt en haar eindeloos gesmeekt in het dorp te blijven, omdat het onmogelijk goed kon zijn voor een hoogzwangere vrouw om een zware klim te ondernemen en de ijle lucht op honderden meters hoogte in te ademen. Hij had zelfs toegezegd haar op het warmste moment van de dag, tijdens de verzengende hitte van twee uur ’s middags, koelte toe te wuiven.
‘Lieve Asme, ik zal mijn werk onderbreken en met een waaier naast je bed staan,’ had hij met zachte stem gezegd, ‘tot de zon ondergaat en je rustig in slaap valt.’
Maar mijn vader kon het ook toen niet winnen van haar koppigheid. ‘Waar heb je het over, Selim? Deze hitte wordt nog mijn dood. Mijn kleren plakken aan mijn lijf en ik heb het gevoel dat mijn keel wordt dichtgedrukt. Ik sterf nog liever tijdens de klim dan dat ik een dag langer hier blijf.’
Ik verdenk mijn moeder ervan dat ze niet zozeer de hitte van het dorp ontvluchtte, maar vooral onder geen beding haar jaarlijkse hoogtepunt wilde missen. Ondanks aandringen van mijn vader weigerde ze op de rug van een ezel te gaan zitten en volbracht ze de klim met verrassend gemak. Slechts één keer, halverwege de tocht, nam ze zuchtend plaats op een rots om op adem te komen. Ze dwong door haar volhardendheid zelfs respect af bij de mannen die hen vergezelden en kreunden van de zware spullen en voorraden die ze als pakezels omhoog sjouwden.
De mannen zetten de tenten op, die in sommige gevallen zo groot waren dat er vier gezinnen in pasten en de hoogvlakte het aanzien van een kamp gaven. De vrouwen verbleven tijdens de hete periode zo’n twee maanden in afzondering van de mannen op de yayla en hoefden zich slechts te bekommeren om de kleine kinderen. Het was voor hen de tijd van het jaar waarin ze eindeloos konden roddelen, terwijl ze onafgebroken zonnebloempitten kraakten en bittere thee dronken onder de sterrenhemel.”

 

Murat Isik (Izmir, 11 september 1977)

Lees verder “Murat Isik, D.H. Lawrence, Eddy van Vliet, David van Reybrouck, Barbara Bongartz, Tomas Venclova”

Andre Dubus III

De Amerikaanse schrijver Andre Dubus III werd geboren op 11 september 1959 in Oceanside, California als zoon van de schrijver Andre Dubus, Andre Dubus III groeide op in molen steden in de vallei van de Merrimack rivier langs de grens van Massachusetts-New Hampshire met zijn drie broers en zussen:. Suzanne, Jeb en Nicole. Hij begon met het schrijven van fictie op de leeftijd van 22 jaar, een paar maanden na zijn afstuderen aan de Universiteit van Texas in Austin met een Bachelors Degree in de sociologie. Om in zijn levensonderhoud te voorzien werkte hij als timmerman, barman, schoonmaker, en als een soort reclasseringswerker. Zijn eerste gepubliceerde short story, “Forky,” werd gepubliceerd door Playboy toen Dubus 23 jaar oud was. Dubus’ roman “House of Sand and Fog” (1999) was finalist voor de National Book Award vormde de basis voor een voor de Academy award genomineerde film met dezelfde naam. Zijn in 2011 verschenen memoires “Townie” vertelt over het opgroeien in armoede in Haverhill nadat zijn ouders waren gescheiden,over straatgevechten, en uiteindelijk boksen, en gaat uitgebreid in op zijn relatie met zijn vader. Zijn essay ‘Bloed, Root, Knit, Purl” verscheen in de bloemlezing “Knitting Yarns: Writers on Knitting” in 2013. Als lid van het PEN American Center was Dubus panellid voor de National Book Foundation en de National Endowment for the Arts. Hij doceerde schrijven aan de Harvard University, Tufts University, Emerson College en de Universiteit van Massachusetts Lowell, waar hij full-time verbonden is met de faculteit. Dubus ‘werk is opgenomen in The Best American Essays 1994, The Best Spiritual Writing 1999 en The Best of Hope Magazine. Hij ontving o.a. een Guggenheim Fellowship, de National Magazine Award voor fictie, en de Handkar Prize.

Uit:Townie

“On the other side of the river was Bradford. It’s where a lot of Jocks at the high school lived, the kids who wore corduroys and sweaters and looked clean. It’s where houses had big green lawns. It’s where the college was where pop taught. It’s where he lived in an apartment building with Theo Metrakos and his friend Dave Supple, a writer too.
Since leaving our mother, Pop had lived in a few places, but we rarely saw them and never slept there. Years later I would hear my father say the divorce had left him dating his children. That still meant picking us up every Sunday for a matinee and, if he had the money, an early dinner somewhere. For a few years now he was taking us to church too. He’d pull up in his rusted-out Lancer and drive us to Mass at Sacred Hearts in Bradford Square. The five of us would walk down the aisle between the crowded pews, Jeb and I with our long hair, Suzanne in her tight hip- huggers, Nicole in her brace she now wore for scoliosis, Pop one of the only men in church not wearing a jacket or tie. He refused to put money in the collection basket, too. Many times I’d hear him say, “You think Jesus ever wore a [expletive] tie? Did Jesus spend money on buildings?”
One night, when we were still living at the doctor’s house, I heard Mom on the phone trying to convince Pop that he should start taking out each of us one at a time, that he was never going to know us as individual people if he didn’t.
I don’t know if I cared then about that or not, but a cool sweat broke out on my forehead just thinking about being alone with Pop. I’d never been alone with him. What would I say? What would we talk about? What would we do?
When Mom got off the phone, she said, “I can’t believe it. Your father says he’ll be too shy with each of you. He’s scared of his own kids!”
This made me feel better and worse, but every Wednesday night he’d drive up to the house and take one of us back to his apartment across the river. It was on the third floor of an old brick building covered with ivy.”

 

 
Andre Dubus III (Oceanside, 11 september 1959)

Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver, Eddy Pinas

De Franse schrijver van Russische afkomst Andreï Makine werd geboren in Krasnojarsk op 10 september 1957. Zie ook mijn blog van 10 september 2010. en eveneens alle tags voor Andreï Makine op dit blog.

 

Uit: The Life of an Unknown Man (Vertaald door Geoffrey Strachan)

 “This happiness rendered absurd men’s desire to dominate, to kill, to possess, thought Volsky. For neither Mila nor he possessed anything. Their joy came from the things one does not possess, from what other people had abandoned or scorned. But, above all, this sunset, this scent of warm bark, these clouds above the young trees in the graveyard, these belonged to everybody!”

(…)

“All of this seemed equally trifling to him now. And when he thought again about the world of free people, the difference between it and the miseries and joys of this place seemed minimal. If three tiny fragments of tea leaf chanced to fall into a prisoner’s battered cup, he relished them. In Leningrad during the interval at the opera a woman sipped champagne with the same pleasure. Their sufferings were also comparable. Both the prisoner and the woman had painful shoes. Hers were narrow evening shoes which she took off during the performance. The prisoner suffered from what they wore in the camp, section of tyres into which you thrust your foot wrapped in rags and fastened with string. The woman at the opera knew that somewhere in the world there were millions of beings transformed into gaunt animals, their faces blackened by the polar winds. But this did not stop her drinking her glass of wine amid the glittering of the great mirrors. The prisoner knew that a warm and brilliant life was lived elsewhere in tranquility but this did not spoil his pleasure as he chewed those fragments of tea leaf….”

 

 

Andreï Makine (Krasnojarsk, 10 september 1957)

Lees verder “Andreï Makine, Franz Werfel, Paweł Huelle, Mary Oliver, Eddy Pinas”

C. O. Jellema, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez, Cesare Pavese

De Nederlandse dichter, essayist en germanist C. O, Jellema werd geboren op 9 september 1936 in Groningen. Zie ook alle tags voor C. O. Jellema op dit blog.

 

Zomernacht

Doe nu eens even die gedachten dicht van je.
Denk nu eens liever niet na over morgen.
Kijk niet steeds weer die bosrand van gisteren
na. Bramenplukker die je bent zoals vroeger
maar nu. Maak even geen onderscheid tussen
een wie en hoezo en de kans op anders.

Doe in je hoofd uit de lamp, hoor wat er is,
ademt en ritselt, kwaakt in de kikkers.
Leef met je lichaam van nachtwind de koelte.
Geeuw je een gat in het hart en proef het
zo rood als het sap van de bramen. Wees langzaam
door vogels gezonden het wordende licht.

 

De verborgen wegen zijn het mooist

(H.N.Werkman)

De wegen waarlangs de gedachten komen
met het beeld dat je draagt van jezelf in de dingen,
de wegen waarlangs het herinnerde opdaagt,
waarlangs je herkent wie er niet meer zijn;
de wegen waarlangs de uren voorbijgaan,
die van niemand de uren, je werkt aan de wens
wat uit woorden te maken, in de slaap van de woorden
ontwaak je: zo heet het geluk;

de wegen waarlangs je nog ’s winters het koolzaad
ziet bloeien, de bijen hoort gonzen, de zon
op je huid voelt, een lentedag leeftocht –
in het blijvend verbeelde ben je hier;

de wegen waarlangs je de wereld ontvluchten kunt
met je wetende hand op het witte papier,
je raadt wat er staat, maar hoe het te maken
dat het er staan zal, zelf zo ver te komen

daarginds waar het waar is, naar het woord: dat in ’t hart
der kunstvaardigen wijsheid gelegd werd te maken
alles in opdracht –

kijk, mooi hoe een weg in zijn bocht wordt verborgen,
dan ruik in de berm van vers maaigras de geur.

 

Thomas, genaamd Didymus

4.
Dit is ons brood. Die dood. Daarvan bestaan.
Neem. Eet. Van dag tot dag. Wat ik vergat
wanneer je naast me lag. Beeldspraak is dat.
Ik droeg je immers en je blijft voortaan

als ik het gras opschrijf, schaduw bewaar
voor lettergrepen. Ieder ding bevat
een woord voor taal. Je ging wel maar ik had
verdwijning al tot voorraad opgespaard:

herinnering, je bent er weer, een late
namiddag en de zon schijnt, het is zomer,
de blaren leggen schaduw op het gras –

ik slaap nog net niet, denk, er vallen gaten –
dan lichaamloos door beelden weggenomen:
die eeuwigheid duurt voort in wat ooit was.

 

C. O. Jellema (9 september 1936 – 19 maart 2003)

Lees verder “C. O. Jellema, Leo Tolstoj, Gentil Th. Antheunis, Gaston Durnez, Cesare Pavese”

Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Siegfried Sassoon, Eduard Mörike

De Duitse dichter en schrijver Clemens Brentano werd geboren op 8 september 1778 in Ehrenbreitstein. Zie ook alle tags voor Clemens Brentano op dit blog.

 

 

An dem Feuer saß das Kind

 

An dem Feuer saß das Kind,

  Amor, Amor,

  Und war blind;

Mit dem kleinen Flügel fächelt

In die Flamme er und lächelt,

Fächle, lächle, schlaues Kind!

 

Ach, der Flügel brennt dem Kind,

  Amor, Amor

  Läuft geschwind!

»O, wie mich die Glut durchpeinet!«

Flügelschlagend laut er weinet,

In der Hirtin Schoß entrinnt

Hülfeschreind das schlaue Kind.

 

Und die Hirtin hilft dem Kind

  Amor, Amor,

  Bös und blind.

Hirtin, sieh, dein Herz entbrennet,

Hast den Schelm du nicht gekennet?

Sieh, die Flamme wächst geschwind,

Hüt dich vor dem schlauen Kind!

 

 

 

Juni 1834. Aus einem Briefe nach Karlsbad

 

Was heiß aus meiner Seele fleht,

Und bang in diesen Zeilen steht

Das soll dich nicht betrüben

Die Liebe hat es ausgesäet

Die Liebe hat hindurchgeweht,

Die Liebe hat’s getrieben

 

Und ist dies Feld einst abgemäht,

Arm Lindi durch die Stoppeln geht,

Sucht Ähren, die geblieben,

Sucht Lieb, die mit ihr untergeht,

Sucht Lieb, die mit ihr aufersteht,

Sucht Lieb, die ich mußt lieben!

 

 

 

Annonciatens Bild

 

Am Hügel sitzt sie, wo von kühlen Reben

Ein Dach sich wölbt durchrankt von bunter Wicke,

Im Abendhimmel ruhen ihre Blicke,

Wo goldne Pfeile durch die Dämmrung schweben.

 

Orangen sind ihr in den Schoß gegeben

Zu zeigen, wie die Glut sie nur entzücke,

Und länger weilt die Sonne, sieht zurücke

Zum stillen Kinde in das dunkle Leben.

 

Der freien Stirne schwarze Locken kränzet

Ihr goldner Pomeranzen süße Blüte,

Zur Seite sitzt ein Pfau, der in den Strahlen

 

Der Sonne, der er sehnend ruft, erglänzet.

Mit solchen Farben wollte das Gemüte

Von Annonciata fromm ein Künstler malen.

 

 

 

Clemens Brentano (8 september 1778 – 28 juli 1842)

Lees verder “Clemens Brentano, Wilhelm Raabe, Siegfried Sassoon, Eduard Mörike”

Perikles Monioudis, Frederic Mistral, Ludovico Ariosto, Grace Metalious

De Zwitserse schrijver Perikles Monioudis werd geboren op 8 september 1966 in Glarus. Zie ook alle tags voor Peikles Monoudis op dit blog en ook mijn blog van 8 september 2010.

 

Uit: Freulers Rückkehr

 

“Ich komme stets um sechs rein, Herr Freuler.«

»Um sechs? Sie sind ein Held.« Freuler schaltete die neue Espressomaschine ein und löffelte Kaffeepulver in den Kolben.

»Ist Ihnen ein gewisser Moser bekannt, Herr Doktor? Heinrich Moser, der Industrielle aus Schwanden?« Freuler überlegte. Seit er wieder im Glarnerland lebte, seit ein paar Tagen also, war es ihm bereits mehrmals begegnet, dass er Menschen aus einer vergangenen Zeit wiedersah, ohne dass er sich an ihren Namen oder an den Zusammenhang zu erinnern vermocht hätte, aus dem sie ihm bekannt waren.

Vorgestern hatte er umgekehrt einen alten Schulfreund beim Namen begrüßt, ohne sich dessen Namen, nachdem er in der Bankstraße vorbeigegangen war, erneut vergegenwärtigen zu können.

Wenn wir wüssten, was wir alles wissen, dachte er wie- der. Das war der Lieblingssatz seiner Frau. Sie hatte Freuler oft unerbittlich genannt, sogar streng. Auch wenn sie ihn für sein heiteres Gemüt geliebt hatte.

»Heinrich Moser? Der war zu meiner Zeit noch nicht hier.«

»Er wurde heute früh in seiner Villa tot aufgefunden.«

So schnell hatte Freuler seinen ersten Einsatz nicht erwartet. Er schaltete die Kaffeemaschine aus.“

 

 

 

Perikles Monioudis (Glarus, 8 september 1966)

 

Lees verder “Perikles Monioudis, Frederic Mistral, Ludovico Ariosto, Grace Metalious”

Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson

De Nederlandse schrijver Anton Haakman werd geboren op 7 september 1933 in Bussum. Zie ook alle tags voor Anton Haakman op dit blog.

Uit: Herfsttaferelen

“Het seizoen is geopend. Sint Maarten hebben we gehad, Sint Nicolaas werpt dreigend zijn schaduw vooruit, en dan krijgen we ook nog het kerstfeest en Oud en Nieuw, dagen van Jamin en wild en gevogelte en bezinning.

Het jachtseizoen is open. De man die in de altijd gure Sint Maartensavond eerst bijna onhoorbaar gezang heeft gehoord en ver weg wiebelende lichtjes heeft gezien, betreedt een huiskamer vol kinderen en hoort het kraken onder zijn lompe, nu al winterse laarzen. Met een schok komt hij tot het besef dat hij op een kinderziel trapt. Pepernoten zijn het die daar kraken – nu al, en een koetjesreep, een bounty. Want de kinderen hebben op kranten op de vloer tableau gemaakt, na de grote jacht op snoep.

Tableau: gerangschikte groep van het op een jachtpartij geschoten wild. Tableau maken, het is altijd een schilderachtige gebeurtenis geweest waarvan het resultaat doorgaans niet werd geschilderd en ook niet noodzakelijk hoeft te worden gefotografeerd.

Het schouwspel heeft iets van een tableau vivant: een groep mensen beeldt, onbeweeglijk als een wassenbeeldengroep, een historisch tafereel uit. Napoleon zet zichzelf de keizerskroon op het hoofd. Yje Wijkstra schiet vier veldwachters neer; roerloos, en toch niet voor de eeuwigheid bedoeld. Wanneer het doek valt maken de spelers snel een paar kniebuigingen om uit hun verstijving te geraken.

Het tableau is een ongeschilderd stilleven, en tegelijk een groepsfoto waar geen camera aan te pas komt. Nature morte, tableau vivant. Leven en dood te zamen niet-vereeuwigd. Herfst. “

 

Anton Haakman (Bussum, 7 september 1933)

Lees verder “Anton Haakman, Edith Sitwell, Willem Bilderdijk, Jenny Aloni, Michael Guttenbrunner, Margaret Landon, Henry Morton Robinson”

Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Alice Sebold, Julien Green, Jessica Durlacher

De Schotse schrijver Christopher Brookmyre werd geboren op 6 september 1968 in Glasgow. Zie ook mijn blog van 6 september 2010 en eveneens alle tags voor Christopher Brookmyre op dit blog.

 

Uit: Bedlam

 

This is not the end of the world, Ross told himself.

He closed his eyes as a low hum began to sound around him, heralding the commencement of the scan. The effect was more white-out than black-out, the reflective tiles filling the room with greater light than the fine membranes of his eyelids could possibly block.

He should look upon all of it as a new start; several new starts, in fact. Yes: multiple, simultaneous, unforeseen, unwanted and utterly unappealing new beginnings. Welcome to your future.

As he lay on the slab he conducted a quick audit of all the things that had gone wrong in the couple of hours since he’d stepped off his morning bus into a squall of Scottish rain and a lungful of diesel fumes on his way to work. He concluded that it wasn’t a brain scan he needed: it was a brain transplant. Nonetheless, as the scan-heads zipped and buzzed above him, for the briefest moment he enjoyed a sense of his mind being completely empty, an awareness of a fleeting disconnection from his thoughts, as though they were a vinyl record from which the needle had been temporarily raised.

‘Hey Solderburn, are we clear?’ he asked, keeping his eyes closed just in case.

There was no reply. Then he recalled the capricious ruler of the Research and Development Lab telling him to bang on the door if there was a problem, so he deduced there was no internal monitoring.

He opened his eyes and sat up. It was only a moment after he had done so that he realised the tracks and scan-heads were no longer there. He did a double-take, wondering if the whole framework had been automatically withdrawn into some hidden wall-recess: it was the kind of pointless feature Solderburn was known to spend weeks implementing, even though it was of no intrinsic value.”

 

 

 

Christopher Brookmyre (Glasgow, 6 september 1968)

Lees verder “Christopher Brookmyre, Jennifer Egan, Aart G. Broek, Alice Sebold, Julien Green, Jessica Durlacher”

Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer

De Nederlandse dichter en schrijver Marcel Möring werd geboren in Enschede op 5 september 1957. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en alle tags voor Marcel Möring op dit blog.

 

Uit: Louteringsberg.

 

“Becky was vijf toen we hier kwamen wonen. Het liep tegen het einde van de jaren tachtig en hoewel onze verhuizing naar een afgelegen huis op een heuvel te midden van uitgestrekte bossen het begin van iets nieuws betekende, was het tegelijkertijd een afsluiting.
Het huis had bijna tien jaar leeggestaan. Tijdens de bezichtiging had de makelaar, een kettingrokende vvd’er in blazer en grijze flanellen pantalon, ons druipend van scepsis rondgeleid in wat een halve ruïne leek. Op het dak lagen zeilen tegen het inregenen, er waren deuren weg, de trap was een wrak en overal hing de gronderige geur van schimmel en nat hout. We volgden de makelaar door de vertrekken, helemaal naar boven, waar het middengedeelte van de kap op de vloer van de zolder was gestort en de lichtblauwe lentelucht door de kieren van de dekzeilen zichtbaar was.
‘Van wie is het?’ vroeg ik, toen we weer beneden waren, in wat ooit een salon moest zijn geweest, maar door de laatste eigenaar blijkbaar als bibliotheek was gebruikt.
‘Een Amerikaan,’ zei de makelaar met tegenzin.
Ik keek hem vragend aan, maar hij leek er niet veel voor te voelen om het onderwerp diepgaander te behandelen.
‘En hij is…?’
‘…terug naar Amerika.’
We liepen naar buiten, waar onze auto’s tegen de bosrand stonden te wachten, zijn groene Jaguar en mijn oude rode Volvo station.
‘De vraagprijs is te hoog,’ zei ik. ‘Ik zal een bod uitbrengen.’ De makelaar meesmuilde.
‘Luister eens,’ zei ik. ‘Voor iemand die hier een aardige courtage aan over kan houden ben je niet erg enthousiast.’

 

 

 

Marcel Möring (Enschede, 5 september 1957)

Lees verder “Marcel Möring, Herman Koch, Jos Vandeloo, Peter Winnen, Margaretha Ferguson, Heimito von Doderer”

Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright

De Nederlandse schrijfster Helga Ruebsamen werd op 4 september 1934 geboren in Batavia, in Nederlands lndië. Zie ook alle tags voor Helga Ruebsamen op dit blog en ook mijn blog van 4 september 2010.

Uit: De Indische kamer

“Zo kregen de dingen een bestaan dat veel langer duurde dan in werkelijkheid en kreeg mijn eigen minieme tropenverleden er hier in Holland nog eens zevenenveertig jaren bij. In de vorm van verhalen vol vuur en duisternis, over dingen die gisteren gebeurd hadden kunnen zijn, als ze al ooit gebeurden.
Aan wat er gisteren en vandaag feitelijk geschiedde, leende mijn moeder haar oor liever niet. Nu en Heden waren er slechts om te verduren. Vroeger en Toen! Toen had men echt geleefd. Ik luisterde er de eerste jaren naar zoals ik als klein kind had geluisterd naar de sprookjes van Andersen en Moeder de Gans.
Mijn moeder begin met: ‘Ik herinner mij’, in plaats van met: ‘Er was eens’, maar verder was er geen verschil, alle verhalen of herinneringen hadden een eigen toon, een kleur, een stemming. Er waren opgetogen en sombere verhalen bij, dramatische en grappige, rooskleurige en zwarte en bittere, zure en giftige ook.
Misschien is het wel jammer dat de foto’s er op een gegeven ogenblik bij zijn gehaald.”

 

Helga Ruebsamen (Batavia, 4 september 1934)

Lees verder “Helga Ruebsamen, Antonin Artaud, René de Chateaubriand, Constantijn Huygens, Richard Wright”