Peter Ghyssaert, Jasper Mikkers, Hasso Krull

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Zie ook alle tags voor Peter Ghyssaert op dit blog.

 

Zelfportret met ezelskaakbeen

Lang wachtte hij in een feestzaal waar de regen door het
dakgebinte druppelde,
lang meende hij de stem te horen van de liefste die hem zocht,
hem, een man door kou voltooid.

Maar niemand kwam. Wat was en is, schuift
als een ezelskaakbeen in de jongste dag
om er ontbloot en onderzocht te worden; iemand heeft

zich niet zo bij elkaar dan dat hij, zonder struikelen
en steeds het woord herhalend dat hij zocht,
een naam waarvoor geen uitgang bestaat –

de zaal verlaat.

 

Stilleven met geweer en tinnen kroes

De kunstenaar verschuift met meesterhand
de grendels van de kleuren op het schil-
derij, zodat de afgebeelde tinnen
kroes en het geweer niet meer bestaan
in werkelijkheid, alleen nog op het doek.
De artistieke kolf bloeit in een woud
van droge korenbloemen en een druiven-
tros vertilt zich aan het handvat van
de tinnen kroes. Nu wachten wij maar op
het donderend geweerschot van een lelijk
echt geweer dat deze vastgeverfde
pose afbreekt en de kleuren vochtig
laat verzamelen op de bodem van
de lijst, tot meesterhanden hen naar boven
verven, in een nieuw stilleven.

 

Cameo

Het meisje in een hoes van licht,
spiertjes en haren doet het goed
naast haar opgesteven grootvader:
ze is al wandelend een kiekje van hen beiden,
prent het zonlicht voorgoed schattigheid in:
nooit zal het hier op deze plaats nog strak,
onaangedaan schijnen.

Ze heeft een eigen bed en een geheim;
’s avonds sterven ouders uit haar hoofd,
’s morgens leert ze snel haar naam, kent
aan de ontbijttafel kleuren hun complement toe,
halsstarrig rangschikkend.

Nu gaat ze, losgekoppeld, wandelen
over het stralend plein, haar wereld.
Een ouderling schreeuwt een bevel dat smelt;
schemer hinkelt langs de schaduwpaadjes
van de boomtakken tot voor haar voeten
en maakt kennis.

 

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)

 

De Nederlandse schrijver en dichter Jasper Mikkers werd geboren in Oerle op 3 januari 1948. Zie ook alle tags voor Jasper Mikkers op dit blog.

 

Gedachten over de onsterflijkheid

III

Ik stond wéér op en ging aan mijn tafel
op zolder zitten. “Het zijn de kleine dingen,”
dacht ik, “die de onsterfelijkheid bezingen,
onsterfelijkheid in de knop.” Ik rukte een rafel

van mijn mouw, het was diep nacht.
En ik dacht: “Een leeg doosje lucifers
is eigenlijk net een klein vers
met een heel heelal aan vracht”.

Een potloodstompje lachte idioot en zacht.
Ergens ritselde er een medalje.
“De onsterfelijkheid is net een raar kavalje”,

dacht ik, “op vier wielen en met een schuiftrompet
als stuur”. Ik ging terug naar bed.
Op mijn tafel stond een potje met vet.

 

HET BLAUWE UUR

er waait geen wind, geen auto rijdt
pannen kleven dieprood aan het dak
de kamperfoelie wacht
vogels hurken op een tak

is de hemel niet te diep

het lichaam voelt alsof het zich niet overgeven kan
aan niet weten of gevoelens vast genoeg van stof zijn
om de nacht te overleven, niet weten wat verwateren
van vorm en lijn in ons verricht, wat aan dromen
wordt gevonden in het donker

is dit zweven in nietszeggendheid of in ontroering

is dit hetzelfde blauw als dat we zien als we wakker worden
in de vroege ochtend en de tuin inlopen, na de ergste kou
op blote voeten lopen door het gras
blauw schittert in de druppels dauw in webben tussen takken
we onze dromen achterlaten als een kudde runderen die teruggaat
naar een bos, hun koppen worden flets, hun oogglans flauw

worden wij gewaarschuwd of gerustgesteld
tot iets aangespoord

het blauwe uur verdwijnt
een wandelaar die na lang aarzelen en kijken achterom de hoek omslaat

er is niets benoemd, geen vraag beantwoord

 

Jasper Mikkers (Oerle, 3 januari 1948)

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

Nu meteen, nu meteen zou ik iemand

Nu meteen, nu meteen zou ik iemand
anders willen worden. Kan dat? Ik weet het niet. Ik
hoor stormgebulder, een trein doet de spullen
op tafel schudden, dan is het over. Ben ik nu
 
veranderd? Nee. Waarschijnlijk niet. Ik open
het raam, de sneeuw valt naar binnen,
een verandering, ik drink een glas sinaasappelsap
met een extract van grapefruitzaadjes
 
en mijn gezicht raakt gevlekt, rood bespikkeld.
Was dat een verandering? Ik kijk in de spiegel,
echt, nu heb ik een heel ander gezicht.
Ik ben een ander mens. Zo wil ik niet zijn.
 
Ik wil veranderen. Nu, dadelijk, nu meteen
wil ik heel anders worden. De storm gaat
liggen. Er rijdt geen enkele auto. Ben ik
veranderd? Ik weet het niet. Waarschijnlijk niet erg.

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 

Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2019 en ook mijn blog van 3 januari 2017 en eveneens mijn blog van 3 januari 2016 deel 1, deel 2 en deel 3.

Nyk de Vries, David Shapiro

De Nederlandse dichter Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook alle tags voor Nyk de Vries op dit blog.

 

Call Me by Your Name

Je was al weg toen ik opgroeide. Lang
wist ik niet eens je naam.

Je vader zag ik weleens schoffelen. Je
moeder zag ik soms de SRV-wagen
binnengaan.

Pas veel later, nu ongeveer een jaar
geleden, hield ze me staande halverwege
de Zomerweg.

Ze zei – inmiddels oud en grijs: ‘Jongen,
ik sprak over van alles, maar over het
belangrijkste hield ik me stil.

Waarom liet ik me niet horen? Waarom
fietste ik eromheen? Was ik bang voor
consequenties? Was het gewoon een
andere tijd?

In die jaren hingen er hier in het dorp
geen regenboogvlaggen.

Ik zou wensen dat ik het toen had
gedurfd, dat ik met mijn jongen had
gepronkt, zoals je moeder later deed
met jou.’

Het was maar een kort gesprekje, maar
elke keer als ik sinds die middag een
gekleurde vlag zie hangen, denk ik aan
jou – mijn onbekende buurjongen.

En natuurlijk soms aan je schoffelende
vader in de tuin.

Maar het meest denk ik aan degene die
het symbool vermoedelijk het meest
nodig had gehad, bij de kassa in de SRV-
wagen of bij een gesprekje op straat.

Een verhaal wordt pas een verhaal als
het kan worden verteld.

Ja, het meest en het vaakst denk ik
aan je moeder.

 

Veel liever

veel liever heb ik
dat je me raakt met een woord

me scherp zegt waar het op staat

dat je de zaak op de spits drijft
finaal de draak met me steekt

veel liever

dan dat je
de nacht ingaat en – tot spijt
van alles en iedereen –
jezelf verliest
in een daad

die je nooit weer
intrekken kan

 

Geluk

waar haar moeder is geboren

in dat kleine huis
in de Stellingwerven

of veel zuidelijker
op die krappe kamer
met zicht op de bergen

zegt het iets?

over haar kansen
over het geluk dat ze zal vinden
over het geld dat ervoor moet worden neergelegd
over de ruimte die ze zichzelf
toe durft te staan

natuurlijk kun je zeggen, wat is een kans eigenlijk?

en wat is geluk?

pas veel later
als ze zelf achterom begint te kijken
zal ze het weten

verwachting
die op de een of andere manier
een pad vindt

 

Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor David Shapiro op dit blog.

 

Na de poëzie

Ik wil dat mijn zoon krachtig en rijk wordt door de wetenschap.’ – Rimbaud

Nu ik de poëzie heb opgegeven,
De gast van poëzie,
Gecontroleerde poëzie,
Of beter gezegd de poëzie mij heeft opgegeven,
Mijn pion tot koningin heeft gemaakt, hoe groen is mijn pion,
Of beter gezegd de poëzie stierf in mijn schoot,
Welke schoot dan ook, als een waardeloze minnaar
In een andere taal, en ik
Een Luddiet met een laptop op schoot

En nu mijn zoon subtiel
En kwaadaardig is als een god welke god dan ook.
En de dogmatische wereld beschrijdt
Alsof het een tennisbaan is

Trekken de wolken voorbij, bijna onmenselijk
Als voorbijgangers de bergen als
Kerken en de kerken als bergen
Mooi en onvertaalbaar loopt
Een vrouw langs het park als een straat
Of een schreeuw of een dubbel en driedubbel
Verlies van betekenis, en ik bedank welk niets
Dan ook dat we daadwerkelijk aanbidden, om niets
Te veranderen en het belangrijkste: om de wereld
Met rust te laten, grotendeels ongeïnterpreteerd
Voor het natte wegdek
Waarop hij zijn gedichten mag krassen.

 

Vertaald door Frans Roumen    

 

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2023 en ook mijn blog van 2 januari 2019 en ook mijn blog van 2 januari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Wünsche zum neuen Jahr (Peter Rosegger), Margaret Avison

 

 

Een winterlandschap met schaatsers op een bevroren rivier door Fredrik Marinus Kruseman, 1867

 

Wünsche zum neuen Jahr

Ein bisschen mehr Friede und weniger Streit.
Ein bisschen mehr Güte und weniger Neid.
Ein bisschen mehr Liebe und weniger Hass.
Ein bisschen mehr Wahrheit – das wäre was.

Statt so viel Unrast ein bisschen mehr Ruh.
Statt immer nur Ich ein bisschen mehr Du.
Statt Angst und Hemmung ein bisschen mehr Mut.
Und Kraft zum Handeln – das wäre gut.

In Trübsal und Dunkel ein bisschen mehr Licht.
Kein quälend Verlangen, ein bisschen Verzicht.
Und viel mehr Blumen, solange es geht.
Nicht erst an Gräbern – da blühn sie zu spät.

Ziel sei der Friede des Herzens.
Besseres weiß ich nicht.

 

Peter Rosegger (31 juli 1843 – 26 juni 1918)
De Gölkkapelle bij Krieglach, de geboorteplaats van Peter Rosegger

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Canadese dichteres en schrijfster Margaret Avison OC werd geboren op 23 april 1918 in Galt, Cambridge, Ontario. Zie ook alle tags voor Margaret Avison op,dit blog.

 

Nieuwjaarsgedicht

De kersttwijgen worden knapperig en de naalden rammelen
Langs de vensterbank.
Een eenzame parel
Uit de ketting die vorige week op de party was gevallen
Ligt in de glimmende sneeuw-verlichte puurheid
Van de ochtend, op de vensterbank naast hen.
En al het meubilair dat er statig en gastvrij in
Rondging toen deze kamers vol waren
Met parfums, bont en zwart-zilveren
Gekriskras van seizoensgebonden gesprekken, valt terug
In zijn vroegere grootsheid.
Ik herinner me
Annes rozenzoete aantrekkingskracht en de stijve ernst
Waar de kou zo weinig vat op heeft;
Ik merk het vreemd aantrekkelijke doodshoofd en de gekruiste beenderen op
Spreeuwen en mussen vertrokken en namen de korst mee,
En de lange zwenking van de winterwind
Die zijn boog gladstreek van de donkere Arcturus naar beneden
Naar de geblokkeerde hoek van de opgehoogde binnenplaats,
En de stille vensterbank.
Stil en zuiver plezier
Is het dat je, als mens, dit ontspannen,
Bewoonbare interieur op de ruimte hebt veroverd,
Dat rustig het licht weerspiegelt
Van de sneeuw, en van het nieuwe jaar.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Margaret Avison (23 april 1918 – 31 juli 2007)
Galt, Cambridge, Ontario, de geboorteplaats van Margaret Avison

 

Zie ook alle tags voor nieuwjaar op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook mijn blog van 1 januari 2023 en ook mijn vier blogberichten van 1 januari 2019.

Oudejaar (Willem de Mérode), W. S. Merwin

 

 

Magie van oudejaarsavond door Liubov Samoilova, 2017

 

Oudejaar

Hoe vaak zijt Gij dit jaar
niet tot ons hart gekomen
met leed en met geluk
met ziekten en met pijn,
maar ook: hoe vaak hebt Gij
verdriet en kwaal genomen
en deed uw stil bezoek
ons stil en zalig zijn!

En nu ’t is middernacht!
O, mocht de wereld wijken
met de omzwaai van de tijd.
Daal, hemel, tot ons neer,
wij laten de aarde los,
om zelf niet te bezwijken.
Ontruk ons aan ons zelf
en houd ons vast o Heer!

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
De Andreaskerk in Spijk, de geboorteplaats van Willem de Mérode

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler William Stanley Merwin werd geboren in New York op 30 september 1927. Zie ook alle tags voor W. S. Merwin op dit blog.

 

Aan het nieuwe jaar

Met wat een stilte eindelijk
verschijn je in de vallei
je eerste zonlicht dat naar beneden reikt
om de toppen van een paar hoge bladeren
aan te raken die niet bewegen
alsof ze niets gemerkt hebben
en je helemaal niet kennen
dan roept de stem van een duif
van ver weg op zichzelf
in de rust van de ochtend

dus dit is het geluid van jou
hier en nu, of iedereen
dit hoort of niet dit is
waar we met ons leven zijn beland
onze kennis zoals die is
en alles wat we zoal hopen
onzichtbaar voor ons
onaangeroerd en nog steeds mogelijk

 

Vertaald door Frans Roumen

 

W. S. Merwin (30 september 1927 – 15 maart 2019)
Oud & Nieuw in New York

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Peter Buwalda, Norbert Hummelt

De Nederlandse schrijver, journalist en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Brussel op 30 december 1971. Zie ook alle tags voor Peter Buwalda op dit blog.

Uit: Gewapende conflicten

“Heb ik wijlen Rinus Michels goed begrepen als ik zeg dat Hard Gras “op een bepaalde wijze” een tijdschrift over oorlog is? Mooi zo. Dan gaat het volgende verhaal “op een bepaalde wijze” over voetbal. Een en ander speelt zich af rond mijn stage op de sportredactie van het Algemeen Dagblad, late pruikentijd, ik denk vijftien jaar geleden alweer. Behalve een slecht midden en een slecht einde heeft het ook een bijzonder slecht begin, dat samenvalt met het opdienen van de artisjokken. De twee inheemse struiken werden op grote witte borden uitgeserveerd, woeste flora waarover Van Teeffelen en ik nauwelijks heen konden kijken. Behalve een plas artisjokkenbloed lag er niets omheen, geen roosje puree, geen terp van rijst, niks. Net als de anderen aan de lange tafel pakten we ons bestek. Van Teeffelen zei dat die van mij op een asperge uit Tsjernobyl leek, waarna hij zijn mes onder de basis van zijn eigen plant stak en hem iets opliftte. “Misschien zit er een brochure bij,” zei hij. “Een stappenplan, of zo.”
“Ik heb deze vriend niet besteld uit journalistieke nieuwsgierigheid,” zei ik. Weet de keuken dat?” Van Teeffelen pulkte aan een van de schubben, wreef met duim en wijsvinger over een uiteinde. Ik waarschuwde dat het ding misschien vlees at. “Rubber,” zei hij. Van Teeffelen was Gert-Jan van Teeffelen, een van de negentien studenten met wie ik in 1997 de Post-Doctorale Opleiding Journalistiek in Rotterdam volgde, een drilcursus verslaggeving voor pas afgestudeerde academici. Al vijf maanden speelden we onder leiding van twee gedetacheerde Volkskrant-verslaggevers, Theo en Yvonne, krantje in de kelder van het Dijkzigt Ziekenhuis, een betonnen langwerpig fundament dat we de “duikboot” noemden. Intensieve dagen, die begonnen met een redactievergadering aan zo”n tafel vol koffiekannen en asbakken, waarna wc de straat op werden gestuurd om “nieuws te garen”.
“Garen” is in dezen wel een goed woord. Ik herinner me van die uitstapjes vooral het windvangen op de Erasmusbrug, wanneer we met z”n tweeën naar de rechtbank moesten, de muur van wind op dat tuienmonster, het oogtranen, de nietigheid die me er overviel. Op die brug wist ik al dat ik het ging afleggen tegen mijn concurrent, die vaak rechten had gestudeerd, wat geen nadeel is voor een rechtbankverslaggever, en anders in zijn binnenzak een vouwfiets had zitten waarmee hij sneller dan ik terug in de duikboot zou zijn en me nog net niet op pantoffels zou verwelkomen (Buwalda, kom binnen, ik wist niet dat jij een pruik droeg, haha, hij zit los op je hoofd,” of iets anders begaans), met in zijn hand een print van het nieuwsbericht dat hij snel-snel had zitten tikken en aan Theo of Yvonne ging laten lezen terwijl ik er verwaaid naast stond. Gaar? Na zulke ochtenden was ik zo gaar als rollade uit oma”s Creuset-pan. Maar nu was het feest. Het theoriegedeelte van de PDOJ zat erop, we waren bijeen in dat restaurant om te vieren dat de stages gingen beginnen, en dus keken alle kinderen blij, ikzelf misschien het meest van iedereen. Al voor de artisjokken was de sfeer uitgelaten. Nogal luidruchtig had ik zitten vertellen dat ik eigenhandig geregeld had dat ik op de Sport ging stagelopen, en niet bij de Boeken, en dat ik daar heel tevreden over was. Van Teeffelen moest naar De Telegraaf, de nachtmerrie van zijn vader, zei hij, waarna hij uitvoerig schetste hoe zijn pa, van wie hij geld leende, hem ging vermoorden. “Daarom vertel ik het hem pas achteraf, denk ik,” zei hij.”

 

Peter Buwalda (Brussel, 30 december 1971) 

 

De Duitse dichter en schrijver Norbert Hummelt werd geboren op 30 december 1962 in Neuss. Zie ook alle tags voor Norbert Hummel top dit blog en ook mijn blog van 24 juni 2009.

 

vroege lente

mijn kind was ziek. slechts één nacht lag het met hoge koorts.
nu ziet het viooltjes waar er nog geen zijn. de lentestormen
zijn nog niet voorbij e. de wind rukt aan de tonnen op het erf.

vreemde dingen zijn in zijn waaien. Ik moet me over de viooltjes
buigen, beveelt mijn kind. het weet nog niets van
mijn rug e. dat we ingesloten zijn. wij luisteren naar de radio

e. spelen kaart. de ekster op het dak. mijn kind wint.
nu moet ik stil zijn want mijn kind zingt liedjes. ik moet
een ander zijn e. dat zou ik wel willen. mij zelf wil die dag niets

lukken. daarna kijken we een uur tv… e. vroeger stond ik
zelfs een keer in de tuin. daar was een gouden regen, het was in mei. op
op een foto kijk ik bekommerd… dan kijken we naar maan e.

avondster. we zitten onder de vlierbes e. wachten. e. komen
dan de gierzwaluwen e. jagen elkaar tot onder de nok e. is dan
wat mij beklemd verdreven, dan wuif ik, dan wuif ik.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Norbert Hummelt (Neuss, 30 december 1962

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Stefan Brijs, Vesna Lubina

De Vlaamse schrijver Stefan Brijs werd geboren op 29 december 1969 in Genk. Zie ook alle tags voor Stefan Brijs op dit blog.

Uit: Andalusisch logboek

“De eerste minuten van het nieuwe jaar brengen amper vuurwerk. Boven het bergdorp Comares gaan welgeteld drie pijlen de lucht in, die een mager spoor van licht achterlaten, niet eens een knal geven. In een verlaten huis aan de overkant van de vallei viert een aantal jongeren de overgang met luide muziek. Hun vuurwerk om middernacht beperkt zich tot enkele sterretjes, die nog geen minuut lang branden. Spanje heeft geen traditie van vuurwerk op oudejaarsavond. Hier wordt geluk afgesmeekt, geen ongeluk verjaagd, ook niet nu er cruciale tijden aanbreken. Het nieuwe jaar begint immers met veel politieke onzekerheid. Het land staat op een kantelpunt: niet alleen wil de deelstaat Catalonië zich losscheuren van Spanje, ook heeft voor het eerst sinds het einde van de dictatuur – na de dood van generalissimo Franco in 1975 – geen van de twee traditionele machtspartijen ook maar bij benadering een absolute meerderheid bij de nationale verkiezingen gehaald. De voorbije dertig jaar hebben afwisselend de socialisten van de PSOE en de conservatieven van de PP geregeerd, al dan niet met steun van wat kleinere partijen met een handvol zetels. Nepotisme, cliëntelisme, corruptie, zowel de PSOE als de PP maakte zich er schuldig aan, tot in de hoogste echelons. Momenteel staat de zus van de huidige koning Felipe vi terecht wegens gesjoemel met subsidies – de naam van de huidige conservatieve premier Mariano Rajoy is al een paar keer gevallen in deze zaak. Door de komst van twee volkspartijen, Podemos en Ciudadanos, is het politieke landschap sinds kort hertekend, de eerste haalde 65 van de 350 zetels, de tweede 4o. De PP klokte af op in zetels, de PSOE Op 9o. Er zal een brede consensus moeten worden gevonden om een meerderheid van 176 zetels in het parlement te kunnen halen. Caos, lees ik in de kranten daags na de verkiezingen van zo december. Chaos, zegt ook de technicus die mijn gastank komt inspecteren en naar wiens mening over de verkiezingen ik informeer. Dit valt me op: met iedereen kun je een gesprek over politiek hebben zonder dat er meteen wordt gesneerd naar de politici. Dit heet geen chaos, zeg ik, dit heet democratie. Partijen zullen concessies moeten doen en rekening houden met minderheden. Water bij de wijn doen. Een spreekwoord dat gelukkig ook in het Spaans bestaat: Echar agua al vino. De technicus heeft zijn twijfels over de haalbaarheid van een compromis. Over drie maanden kunnen we opnieuw naar de stembus, zegt hij. De berichten in de media geven hem voorlopig gelijk Niet één partij is bereid een andere tegemoet te komen, ook niet Podemos of Ciudadanos. Bij de socialisten wordt de voorzitter door zijn partijgenoten zelfs openlijk op het matje geroepen omdat hij de eerste stap wilde zetten. En bij de conservatieven klampt de premier zich vast aan zijn stoel, hoewel zijn vertrek mogelijkheden tot een coalitie biedt. Vooralsnog smaken de druiven zuur.”

 

Stefan Brijs (Genk, 29 december 1969)

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse dichteres Vesna Lubina werd geboren in 1981 als dochter van Bosnische immigranten in Witten. Zie ook alle tags voor Vesna Lubina op dit blog.

 

Verslag uit het stedelijke Mesozoïcum

Ik ben gestopt met overpeinzen hoeveel
voorbij en op de vrachtwagen ligt,
die ’s ochtends arriveert. De subvolkeren

opgeladen, onder de hoeven
de voorgangers.

Bij dit opkomen van fossielen,
tussen de getuigen van oude conserven,
het ontdoen van graten

bekende haviken tijdens hun vlucht
en de namen die ik had,

onderzoek ik de spinnenbeet in de middag
onder de vochtige zon
een geritsel in de kratten met droge thee.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Vesna Lubina (Witten, 1981)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2018.

Engelbert Obernosterer, Alexander Gumz

De Oostenrijkse schrijver Engelbert Obernosterer werd geboren op 28 december 1936 in St. Lorenzen im Lesachtal, Kärnten. Zie ook alle tags voor Engelbert Obernosterer op dit blog.

Uit: Auch Krawattenträger sind Naturereignisse

„Bisher habe ich mich mit der Einschätzung meines Aussehens selbstgefälligerweise an den Fotos meiner mittleren Jahre orientiert und bin damit ganz leidlich über die Runden gekommen. Gewiss, es gibt ebenmäßigere, imposantere, sympathischere Anordnungen von Augen, Nase und Mund; im Großen und Ganzen schien aber auch meine Gesichtsausstattung auf einen Menschen hinzuweisen. Gestern habe ich mich davon verabschieden müssen. Ich habe nämlich das Foto eines seriösen Porträtfotografen bekommen: eine detail- und nuancenreiche Aufnahme. Schrecklich! Das ist die Wende, ist der Abschied von der alten Selbsteinschätzung. Wo einmal das Menschliche für einige Zeit seine Zelte aufgeschlagen hatte, da herrscht nun ein Zer-bröseln, Zerklüften und Erodieren von gleicher Sachlichkeit wie auf dem Mauerstein des Hintergrundes. So wie ich beim Blick auf irgendeinen Ausschnitt der nordafrikanischen Wüste nicht sehe, welchem Land dieses Geröll zuzuordnen ist, sehe ich auch in diesem beiläufig herumliegenden Nasentrumm, der seitlich davon abwärts verlaufenden Einfurchung und den umliegenden Buckeln und Mulden nicht, dass das etwas mit meinem Namen zu tun haben sollte. Das Foto lässt mir, wie ich mich bisher selber gesehen habe, keine Chance. Ein kreuz und quer zerfurchtes Gelände, ein ständiges Hoch-Tief als Ergebnis des Geschiebes, das früher einmal mit glatter Haut überspannt war, nun aber die Abdrücke der darunter herrschenden Spannungen ans Tageslicht kommen lässt. Alles zusammen lese ich als eine Dokumentation und Summe dessen, was in mir im Laufe der Jahre vorgegangen sein mag, wovon ich das meiste, um meine Mitmenschen nicht zu erschrecken, unter die Decke einer glatten Visage zu kehren versucht habe. Wie das Foto zeigt, ist mir das nicht gelungen; aus hundert Unebenheiten hebt es nun sein Medusen-haupt aus der Dunkelheit. Schön ist so etwas wahrlich nicht! Aber wahr! In diesem Sinne begrüße ich die Offenlegung meiner bisher notdürftig verdeckten inneren Vorgänge.
Im Ganzen fühle ich mich einigermaßen normal und unauffällig, zumindest war das in den mittleren Jahren der Fall. Kann natürlich sein, dass ich seither es verabsäumt habe, meine Begriffe den laufenden Veränderungen, insbesondere den Folgen des unvermeidlichen Abbaus der Kräfte anzugleichen. Diese Befürchtung befällt mich eines Morgens, als, von den Händen auseinandergehalten, einen Moment lang der geweitete Bund der Hose vor mir aufklafft, in deren Röhren ich hineinsteigen soll. Was für eine befremdend hässliche, unappetitliche, abstoßende Grube dieser Gesäßbehälter, ein unförmiger Krater, den sich die im Laufe der Jahre angefallenen Bestände hier ausgebeult haben! Der Spiegel verschont mich auch nicht vor dem Anblick meines Bauches, dieser hässlich sich nach vorne wölbenden Kalotte. Von ihr aus betrachtet, hockt sie durchaus daseinsfreudig auf meinem Becken und verlangt knurrend und ohne Rücksicht auf das sich bietende Gesamtbild unbarmherzig wieder nach Stärkung, diese selbstsüchtig gewordene Akkumulation.“

 

Engelbert Obernosterer (St. Lorenzen, 28 december 1936)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

Na de free jazz

alleen al de hoge verwachtingen. aan onze voeten
zwarte kliffen. uitgehongerde onderzeeërs.

de vegetatie speelt daarop tegen zichzelf,
tegen de ganzenpas van de foto’s die we van haar maken.

hoe lang duurt het voordat de branding
de kustweg neemt, de eerste tent?

aan de haven gelooft niemand meer in de werking
van free jazz.

tochtoch! wij zweren en deinen
tegen elkaar leunend in de wind,

smeren roest op onze enkels, doen snel
een paar zaken: zeelucht

en vislijn. dan klim jij op mijn schouders,
zingt richting de vissen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn blog van 28 december 2018 en ook mijn blog van 28 december 2015 en eveneens mijn blog van 28 december 2014 deel 2.

Mariella Mehr, Alexander Gumz

De Zwitserse dichteres en schrijfster Mariella Mehr werd geboren op 27 december 1947 in Zürich. Zie ook alle tags voor Mariella Mehr op dit blog.

Uit: Daskind

„Hat keinen Namen, Daskind. Wird Daskind genannt. Oder Kleinerbub, obwohl es ein Mädchen ist. Wenn den Frauen im Dorf danach zumute ist, wird es Kleinerbub genannt, oder Kleinerfratz, zärtlich. Auch Frecherfratz, wenn Daskind Bedürfnisse hat, oder Saumädchen, Härchen, Dreckigerbalg. Hat keinen Namen, Daskind. Darf nicht heißen. Darf niemals heißen, denn dann könnte keine der Frauen im Dorf, der danach zumute ist, Daskind Kleinerbub nennen oder Frecherfratz, zärtlich, gierig. Oder Saumädchen, Hürchen oder Dreckigerbalg, wenn Daskind Bedürfnisse hat. Wer sagt schon Saumarie, Hurenvreni, Dreckrosi. Gewiss könnte man das sagen, aber es ist zu aufwendig, zu umständlich, sich des Namens des Kindes zu erinnern. Also, Daskind. Daskind spricht nicht, hat nie gesprochen. Schweigt düster. Schreit und tobt gelegentlich, anstatt zu sprechen. Hat nur eine Luftsprache, die Dörfler Dörfler nennt oder Frauen, Männer, Näherin, Schwestern, wenn es Nonnen sind, Herrpfarrer, Sigrist. Totengräber, Coiffeur, Polizist, Gemeindepräsident, Abdecker, Pflegevater, Pflegemutter und den Pensionisten im Pflegehaus: Denpensionisten. Ein Knecht. Beim Großbauern ganz in der Nähe verdingt. Mit immergrünem Gesicht im Grünenzimmer, so nennt die Pflegemutter den Raum neben der Kammer des Kindes, weil dort im Winter die Geranien lagern und die Wände des Zimmers lindgrün gestrichen sind. 3 Daskind jetzt auf dem roten Sofa im Wohnzimmer. Über dem Scheitel des Kindes der leidende Christus am Kreuz. Silbern leuchtend auf dunklem Holz. Das lange Silberhaar um den silbernen Kopf und einrahmend das silberne Lächeln, den silbernen Tod. Silberblut quillt aus dem silbernen Herzen, Silberherz stirbt. Stirbt immerzu. Wie kann einer, denkt Daskind, immerzu sterben. Ohne Groll. So ist das Leben des Kindes im Hause Idaho, umsorgt von Derfrau und Demmann — Pflegemutter und Pflegevater —, ein Silbertodimmerzu. Im Beisein der Silbereltern, des Silbervaters, der Silbermutter: Die winken dem Sterben des Kindes zu, lachen es an und strafen es silbern, wenn nicht der Kleinefratz, zärtlich, sondern Daskind, Derfrechefratz, Dassaumädchen, Hürchendreckigerbalg Bedürfnisse äußert, die der Kleinefratz, zärtlich, nicht äußert. Dass zum Beispiel nachts die Tür der Kammer des Kindes offen stehe, damit sich Daskind nicht so ganz alleine fühlt. Dass das Licht brenne im Korridor, bis Daskind schläft. Dass man ihm die Angst nimmt vor der Nacht und dem Immergrünen im Grünenzimmer.“

 

Mariella Mehr (Zürich, 27 december 1947)

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Alexander Gumz werd geboren op 19 december 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Gunz op dit blog.

 

de kerel in het vliegpak

vreest zijn doelen. het is niet duidelijk wie hem opvangt
na de sprong. en wie trekt zijn wenkbrauwen op?

Gevels verdampen voor hem in de mist. ergens
hangt als een naald, een schijnwerper.

het geluid van vuistslagen blijft aan zijn oren plakken,
maakt zich niet druk over de dichtheid van zijn spieren.

Wie op het punt staat te vliegen, hoort hij, moet weten
dat de wind hem kan vergeten.

Gebouwen hebben maar een korte levensduur.
Vinden de wolken boven je geen huis,

dan ze lichten rood op. alleen beveiligingscamera’s
kijk dan nog toe. noem het noodlot,

Noem het zwaartekracht: zijn vleugels worden vandaag
uitgeschakeld. maar wees niet bang.

hij heeft altijd zijn spraakvervormer bij zich,
codeert zelf wat hem verlost.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Alexander Gumz (Berlijn, 19 december 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn blog van 27 december 2018 en ook mijn blog van 27 december 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Bäume leuchtend (Johann Wolfgang von Goethe), Joseph Brodsky

 

 

Weihnachtsfeier in der Familie Leibl door Fritz Schider, ca. 1874

 

Bäume leuchtend

Bäume leuchtend, Bäume blendend,
Überall das Süße spendend.
In dem Glanze sich bewegend,
Alt und junges Herz erregend –
Solch ein Fest ist uns bescheret.
Mancher Gaben Schmuck verehret;
Staunend schau’n wir auf und nieder,
Hin und Her und immer wieder.

Aber, Fürst, wenn dir’s begegnet
Und ein Abend so dich segnet,
Dass als Lichter, dass als Flammen
Von dir glänzten all zusammen
Alles, was du ausgerichtet,
Alle, die sich dir verpflichtet:
Mit erhöhten Geistesblicken
Fühltest herrliches Entzücken.

 

Johann Wolfgang von Goethe (28 augustus 1749 – 22 maart 1832)
Kerstmarkt in Frankfurt am Main, de geboorteplaats van Johann Wolfgang von Goethe

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

De ster van Bethlehem

In het kille jaargetij, in een streek meer aan warmte gewend
dan aan kou, meer voor vlakten dan voor bergen bestemd,
werd het kindeke geboren om Heiland te zijn.
Sneeuw stoof op, zoals dat ’s winters gaat in een woestijn.

Alles in de stal leek hem reusachtig groot: de moederborst,
de drie wijzen, de geschenken door hen hierheen getorst,
de gele damp uit de neusgaten van de ezel en de os.
Hij was slechts een stip, zo goed als de ster dat was.

Van verre, vanuit de diepten van het oneindig heelal,
keek de ster langs verspreide wolken naar de stal,
aandachtig en strak. En dit fonkelend licht
was de blik van de Vader, op het kind in de kribbe gericht.

 

Vertaald door Peter Zeeman

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)
Kerstmis in St. Petersburg, de geboorteplaats van Joseph Brodsky

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e december ook mijn blog van 26 december 2018 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Kerstavond (Job Degenaar), Ingo Baumgartner

 

 

Aankondiging aan de herders door Govert Flinck, 1639

 

KERSTAVOND

Het is niet de mars van de kalender
die een nieuwe geboorte inluidt
het zijn de beijsde klanken
van het carillon

niet het gedreun van een zware truck
maar zijn zacht gerinkel in de glazenkast
niet het licht dat de nacht om zeep brengt
maar de kaars die het donker bijlicht

niet de manen van de allene
ezel, maar hun verneveling
in de schemer en het kind
dat hem nog even aait

het is de sneeuwvlok die het water
raakt, de geur van dennen in een stad
de geopende deur van het dichte huis
de roep van klokken in de stille nacht

 

Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)
Kerstsfeer op het Bagijnhof in Dordrecht. Dubbeldam hoort sinds 1970 bij Dordrecht.

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ingo Baumgartner werd op 24 december 1944 in Oberndorf an der Salzach geboren. Zie ook alle tags voor Ingo Baumgärtener op dit blog.

 

Stille Nacht

Der Gitarre Saiten schwingen,
vorerst zaghaft angeschlagen.
Noch kein feierliches Klingen,
manche Töne schwächeln, klagen.

Bald jedoch ist festgelegt,
was den Reim begleiten wird,
was die ganze Welt bewegt,
weil es ungemein berührt.

Männer aus dem Volk verbinden
Trosteswort mit sanfter Note,
fortan freudiges Verkünden,
erdenweit als Friedensbote.

Aus der Leute Sorgental
hebt ein Lied die Zuversicht,
wie es da zum ersten Mal
stille, heil’ge Nacht verspricht.

 

Santcta nox

Die Tannen, die Fichten, die Weite der Felder,
sie tragen nicht Last sondern hüllende Pracht.
Als Blickfang gefallen sie, eifrige Melder
der Christen so stimmungsvoll heiligen Nacht.

Verschieden sind Glauben verkündende Lehren,
ein Ja oder Nein kennt die Schöpfungsidee.
Doch fühlt jeder Mensch auf der Welt ein Begehren
nach Freude und Licht in des Seins Odyssee.

So feiern die Völker verschiedene Feste
der Ankunft versprochenen Heiles zur Ehr.
Versammelt euch fröhlich und ladet die Gäste,
es dringt von den Wolken schon Harfenklang her.

 

Ingo Baumgartner (24 december 1944 – 16 juli 2015)
De Stille Nacht kapel in Oberndorf, de geboorteplaats van Ingo Baumgartner.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e december ook mijn blog van 24 december 2021 en ook mijn blog van 24 december 2018 deel 1 en eveneens deel 2.