In Memoriam Hella Haasse

In Memoriam Hella Haasse

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse is gisteravond in haar woonplaats Amsterdam na een kort ziekbed overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie het bericht op Trouw.nl ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

Uit: De scharlaken stad

“Soms dreef onhoudbaar verlangen naar frisse lucht hem naar buiten. Hij liep rond door de straten van Florence zonder te weten waar hij zich bevond of wat er om hem heen gebeurde. Hij hoorde klokken luiden, merkte de gloed van avond- of ochtendhemel op, hij had het koud of warm, hij herkende de vertrouwde omtrekken van bepaalde gebouwen. Een enkele maal ging hij welbewust naar een plek buiten de stadsmuren, in de richting van Fiesole, of voorbij San Miniato, om de brede golvende lijnen van het landschap in zich op te nemen. Zijn lichaam, zijn handen vonden een ogenblik rust. Maar nooit en nergens rust voor zijn gedachten. Zijn lichaam, zijn handen, slaven in dienst van de slaven die Julius’ mausoleum zouden schragen. Zijn geest vluchtte in visioenen van het werk waar hij nu naar verlangde als naar de eeuwige gelukzaligheid zelf.- het Medici-monument in San Lorenzo. Wat hij niet had kunnen vinden vóór hij naar Rome ging, de zin en dus de uiteindelijke vorm van die compositie, zag hij nu voor zich met bovenaardse helderheid. Een antwoord op de roep die jaren lang in hem weergalmd had, Adam sta op. Uit het leven over het geheim van de dood heen opstaan naar de eeuwige waarheid. Opstaan uit de kerker die het lichaam is, opstaan uit de macht van het onverbiddelijke lot, opstaan uit de dwang van ruimte en tijd, naar het waarachtige leven van de ziel. Het bestaan op aarde, een droom. Daarna, het verwonderd wakker worden in de dag, in de helderheid van de wereld der ideeën.”

Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Back (in your love)

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are runnin’ round
tryin’ to get underneath my chamber door
anything I can think of
won’t seem to be enough

when I smell the stench
of your sweatstained sheet
and I see this french chick lickin’ my speed
friends with your daddy & your dog
it won’t seem to be enough

when the snow is wettin’
my old wooden chair
and the crabs are paddin’& runnin’ around
in my pubic hair
anything I can think of
won’t seem to be enough

damn this cruel November
days shift into nights
I wish I could remember
how you drifted from my sight
anything I can think of
won’t seem to be enough

when all my old sollicitors
come around, only have needles for a pay
and all me brand-new visitors
only have spoons to give away
anything, anything
won’t seem to be enough

all my precious pleasures
she took away with all her charms
and all my solitary treasures
made a strainer of my arms
friends with your daddy & your dog
that won’t seem to be enough

when the wind is crawlin’
at my basement floor
and the rats are tryin’
to get underneath my chamber door
anything I can think of
never seems to be enough

 

(Tekst: Pé Hawinkels, Muziek: Herman Brood)



Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

Cover van een Hawinkels bundel

Lees verder “Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno”

Miguel de Cervantes, Ingrid Noll, Colin Dexter, Akram Assem, Lanza del Vasto

De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

 

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

„De vreemde verwarring zijner begrippen bracht hem tot het nog vreemder voornemen, om tot vermeerdering van zijn roem en tot heil der wereld een dolend ridder te worden, in ridderlijke wapenrusting het land door te trekken en even zoo groote heldendaden te verrichten, als waarvan hij in de oude romans gelezen had. Zijne verbeelding spiegelde hem met levendige kleuren de ongehoorde avonturen en gevaren voor de oogen, door welker heldhaftig bestaan hij zich een onvergankelijken roem verzekeren moest. Door de kracht van zijn arm zag hij zich zelf reeds tot machtig keizer gekroond, en hij meende, dat het hem althans zeker gelukken moest een koningskroon te veroveren, gelijk al verschillende dolende helden dat in den ouden tijd hadden gedaan. Hij gaf zich meer en meer aan deze streelende gedachten over en achtte nu eindelijk den tijd gekomen, om zijn dolzinnig besluit ten uitvoer te brengen.

Zijn eerste werk was, dat hij aan het opknappen en schoonmaken van eene overoude, door een zijner voorzaten gedragen wapenrusting ging, welke hij uit een donkeren hoek van de rommelkamer had opgeschommeld. In ’t zweet zijns aanschijns wreef hij er met een wollen lap en puimsteen de roestvlekken af, en hij was innig voldaan, als hij na uren poetsen weer een deel van het harnas goed glad en blank had gekregen. Eerst toen hij hiermee eindelijk klaar was, bemerkte hij tot zijn niet geringe schrik, dat nog een zeer belangrijk stuk aan zijne uitrusting ontbrak: de helm namelijk.

Deze ongelukkige omstandigheid bracht hem in de grootste verlegenheid en gaf hem veel kommer en zorg. In de hoop van den ontbrekenden helm op te sporen, haalde hij in de rommelkamer alles onderstboven, doch vond niets dan een oude stormkap, die bij de overige wapenstukken volstrekt niet paste en vroeger denkelijk aan den een of anderen geringen voetknecht had toebehoord. Desniettemin was hij met die vondst niet weinig ingenomen en wist zijne scherpzinnigheid zeer spoedig middelen te vinden, om de stormkap in een behoorlijken, schoon al niet prachtigen helm te herscheppen. Hij nam bordpapier, waarvan hij met veel moeite en getob de benedenhelft van den helm knutselde, hechtte die aan de stormkap, verfde alles staalkleurig en kreeg zoo een ding, dat wel nagenoeg het fatsoen van een ridderlijk hoofddeksel had.“

 

Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)

Standbeeld op de Place d’Espagne, Brussel

Lees verder “Miguel de Cervantes, Ingrid Noll, Colin Dexter, Akram Assem, Lanza del Vasto”

Ellis Peters, Ben Greenman, Prosper Mérimée, Thijs Zonneveld

De Engelse schrijfster Ellis Peters werd op 29 september 1913 als Edith Pargeter geboren in Horsehay. Zie ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: The Confession of Brother Haluin

„…December came in with heavy skies and dark, brief days that sagged upon the rooftrees and lay like oppressive hands upon the heart. In the scriptorium there was barely light enough at noon to form the letters, and the colors could not be used with any certainty, since the unrelenting and untimely dusk sapped all their brightness.

The weather-wise had predicted heavy snows, and in midmonth they came, not with blizzard winds, but in a blinding, silent fall that continued for several days and nights, smoothing out every undulation, blanching all color out of the world, burying the sheep in the hills and the hovels in the valleys, smothering all sound, climbing every wall, turning roofs into ranges of white, impassable mountains, and the very air between earth and sky into an opaque, drifting whirlpool of flakes large as lilies. When the fall finally ceased, and the heavy swags of cloud lifted, the Foregate lay half buried, so nearly smoothed out into one white level that there were scarcely any shadows except where the tall buildings of the abbey soared out of the pure pallor, and the eerie, reflected light made day even of night, where only a week before the ominous gloom had made night of day.“


Ellis Peters (28 september 1913 – 14 oktober 1995)

Lees verder “Ellis Peters, Ben Greenman, Prosper Mérimée, Thijs Zonneveld”

Albert Vigoleis Thelen, Francis Turner Palgrave, Rudolf Baumbach, Noël Laflamme, Waclaw Berent, Agnolo Firenzuola

De Duitse schrijver en criticus Albert Vigoleis Thelen werd geboren in Süchteln op 28 september 1903. Zie ook mijn blog van 28 september 2007 en ook mijn blog van 28 september 2008 en ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2009 en ook mijn blog van 28 september 2010.

 

Uit: Die Insel des zweiten Gesichts

„Ringsum hatte sich die graue Schicht der Nacht gehoben, als wir das Achterdeck betraten, unausgeschlafen, wie aus der Naht getrennt, leicht fröstelnd in der Brise, die den Kimm reinfegte und uns bald schon das Schauspiel der näher rückenden Steilküste Mallorcas bot. Am Vorabend hatte eine Trübung des Himmels den in jedem Reise­handbuch anempfohlenen letzten Blick auf die ins Meer versinkende Kette des sagenhaften Monsalwatsch verwehrt. Nun wurden wir reich­lich entschädigt, und ich um so mehr, je weniger mich die Land­schaft, das Schöne in der Natur als ihr großes Los zu fesseln vermag. Denn daß mir die Welt so hin und wieder durch ihre Laterna magica eine berühmte Ansichtskarte in ihrer vorbildlichen Form vor die Augen stellt, ist nicht mehr als billig, sehe ich es von dem Standpunkte eines Beobachters, der sein Dasein immer noch nicht als eine kleine Ver­gnügungsreise mit Plaid und Parapluie auffassen kann. Ich bin kein Parvenu, ich wüßte ja nicht einmal, woraus und woran ich empor­kommen könnte; aber so an der Reling neben Beatrice stehend, hatte ich alles an mir von einem eitlen Fant, der das, was ihm da geboten wird, schon tausendmal schöner und erhabener gesehen hat. Gesehen aber hatte ich in meinem Leben fast noch nichts. Ein paar Reisen in Deutschland, der Tschechoslowakei, in Holland und in der Schweiz, zu mehr hatte es nicht gelangt. Doch wäre das schon übergenug gewesen, hätte ich nicht ständig meine Augen nach innen gerichtet gehalten, auf die Landschaft meiner selbst. Da gab es fürwahr nicht viel zu besichtigen, verglichen mit der Loreley, den Tulpenfeldern in Lisse, dem Hradschin oder einem Luzerner Gletscherschliff mit Er­klärungen von Professor Heim. Bei meiner Gletschermühle hätte auch der eingeschwätzteste Cicerone mit einem Mund voller Zähne dagestanden, denn da bot sich nur der Anblick einer Schlackenhalde, aus der freilich nie ein Escorial würde entstehen können.“

 


Albert Vigoleis Thelen (28 september 1903 – 9 april 1989)

In 1935 op Palma de Mallorca

Lees verder “Albert Vigoleis Thelen, Francis Turner Palgrave, Rudolf Baumbach, Noël Laflamme, Waclaw Berent, Agnolo Firenzuola”

Irvine Welsh, Kay Ryan, Josef Škvorecký, Esther Verhoef, Christian Schloyer

De Schotse schrijver Irvine Welsh werd geboren op 27 september 1958 in Leith, Edinburgh. Zie ook mijn blog van 27 september 2008 en ook mijn blog van 27 september 2009 en ook mijn blog van 27 september 2010.

 

Uit: Skagboys

“The copper stares at us in utter contempt. Nae wonder; aw he sees in front ay um is this mingin cunt, twitchin n spazzin oan this hard seat in the interview room. -Ah’m oan the program, ah tell um. -Check if ye like. Ah’m aw seek cause they nivir gied us enough methadone. They sais they hud tae fine-tune ma dosage. Check wi the lassie at the clinic if ye dinnae believe us.

-Boo-fucking-hoo, he sais, a mean expression oan his face. -Why am I not tearing up on your behalf, my sweet, sweet friend?

This cunt has cold black eyes set in a white face. If he didnae huv a dark pudding-basin haircut and his neb wis bigger, he’d be like one ay Moira and Jimmy’s budgies. The other polisman, a louche, slightly effeminate-looking blonde boy, is playing the benign role. -Just tell us who gives you that stuff, Mark. Come on pal, give us some names. You’re a good lad, far too sensible tae get mixed up in aw this nonsense, he shakes his heid and then looks up at me, lip curled doon thoughfully, -Aberdeen University, no less.

-But if ye check yi’ll find that ah’m oan the program…at the clinic likes.

-Bet these student birds bang like fuck! In they halls ay residence. It’ll be shaggin aw the time in thair, eh pal, the Pudding Basin Heided Cunt goes.

-Just one name, Mark. C’mon pal, begs Captain Sensible.

-Ah telt ye, ah say, as sincerely as ah kin, -ah see this boy up at the bookies, ah jist ken him as Olly. Dinnae even know if that’s his right name. Gen up. The staff at the clinic’ll confirm-

-Ah suppose prison’s like the halls ay residence, apart fae one thing, Pudding Basin goes, -no much chance ay a ride thair. At least, he laughs, -no the sort ay ride ye’d want, anywey!”

 


Irvine Welsh (Edinburg, 27 september 1958)

Lees verder “Irvine Welsh, Kay Ryan, Josef Škvorecký, Esther Verhoef, Christian Schloyer”

Ignace Schretlen, Louis Auchincloss, William Empson, Bernat Manciet, Edvard Kocbek

De Nederlandse dichter, schrijver, kunstenaar en huisarts Ignace Schretlen werd geboren in Tilburg op 27 september 1952. Al tijdens zijn gymnasiumtijd manifesteerde zich bij hem een grote belangstelling voor muziek, literatuur en fotografie. Ofschoon hij op al deze gebieden actief is geweest of nog actief is, ging hij in Nijmegen geneeskunde en filosofie studeren om uiteindelijk te kiezen voor een loopbaan als huisarts in ‘s-Hertogenbosch (1984-2002). Over het Franstalige lied publiceerde hij tientallen artikelen en drie bundels. Zijn interesse voor tekeningen en schilderwerken van kinderen resulteerde in de oprichting van de Stichting “Kijk op Krabbels”. Als beeldend kunstenaar exposeerde hij op vele plaatsen, waaronder enkele musea. Op medisch gebied kreeg Schretlen vooral bekendheid als auteur van kritische publicaties, waaronder het boek Anatomie van het gevoel (dagboek van een co-assistent), geschreven onder het pseudoniem van Alexander van Es. Vanaf 1971 verschenen van hem verhalen in bloemlezingen en bundels. In 2007 verscheen een selectie uit zijn poëzie en aforismen onder de titel „Een onvermoede bocht“.

 

Onder vrienden

1

Je treft hen op een bergweg en

nooit aan zee, noch op een ladder

ze tekenen geen rechte lijnen en

weten dat cirkels niet bestaan

halverwege raken ze verweesd

in wolken die de verte bedekken.

2

Kennen planten een moment van sterven

hoe gaan dieren dood en hoe wij

wie heeft ons tot dit tempo opgejaagd

wij weken ons los van vlees en bloed

nooit zullen wij onze moedertaal verleren

onze onbekende metgezel begrijpen

3

Allengs verworden ze tot contouren

lossen op of trekken zielloos weg

wat valt er nu nog op het laatst te leren

anders dan dat hun zwijgen vele talen kent?

 

Ignace Schretlen (Tilburg, 27 september 1952)

Lees verder “Ignace Schretlen, Louis Auchincloss, William Empson, Bernat Manciet, Edvard Kocbek”

T. S. Eliot, Bart Chabot, Luís Fernando Veríssimo,Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2010 en eveneens alle tags voor T. S. Eliot op dit blog.

 

Uit: Little Gidding (Fragment)

I

Midwinter spring is its own season
Sempiternal though sodden towards sundown,
Suspended in time, between pole and tropic.
Whem the short day is brightest, with frost and fire,
The brief sun flames the ice, on pond and ditches,
In windless cold that is the heart’s heat,
Reflecting in a watery mirror
A glare that is blindness in the early afternoon.
And glow more intense than blaze of branch, or brazier,
Stirs the dumb spirit: no wind, but pentecostal fire
In the dark time of the year. Between melting and freezing
The soul’s sap quivers. There is no earth smell
Or smell of living thing. This is the spring time
But not in time’s covenant. Now the hedgerow
Is blanched for an hour with transitory blossom
Of snow, a bloom more sudden
Than that of summer, neither budding nor fading,
Not in the scheme of generation.
Where is the summer, the unimaginable
Zero summer?

If you came this way,
Taking the route you would be likely to take
From the place you would be likely to come from,
If you came this way in may time, you would find the hedges
White again, in May, with voluptuary sweetness.
It would be the same at the end of the journey,
If you came at night like a broken king,
If you came by day not knowing what you came for,
It would be the same, when you leave the rough road
And turn behind the pig-sty to the dull facade
And the tombstone. And what you thought you came for
Is only a shell, a husk of meaning
From which the purpose breaks only when it is fulfilled
If at all. Either you had no purpose
Or the purpose is beyond the end you figured
And is altered in fulfilment. There are other places
Which also are the world’s end, some at the sea jaws,
Or over a dark lake, in a desert or a city—
But this is the nearest, in place and time,
Now and in England.

 

T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)

Lees verder “T. S. Eliot, Bart Chabot, Luís Fernando Veríssimo,Thomas van Aalten, Christoph W. Bauer”

Mark Haddon, William Self, Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Edwin Keppel Bennett, Joseph Furphy

De Engelse schrijver Mark Haddon werd geboren op 26 september 1962 in Northampton. Zie ook mijn blog van 26 september 2010

 

Uit: The Curious Incident of the Dog in the Night-Time

„My name is Christopher John Francis Boone. I know all the countries of the world and their capital cities and every prime number up to 7,057.
Eight years ago, when I first met Siobhan, she showed me this picture
[sad face]
and I knew that it meant ‘sad,’ which is what I felt when I found the dead dog.
Then she showed me this picture
[smiley face]
and I knew that it meant ‘happy’, like when I’m reading about the Apollo space missions, or when I am still awake at 3 am or 4 am in the morning and I can walk up and down the street and pretend that I am the only person in the whole world.
Then she drew some other pictures
[various happy, sad, confused, surprised faces]
but I was unable to say what these meant.
I got Siobhan to draw lots of these faces and then write down next to them exactly what they meant. I kept the piece of paper in my pocket and took it out when I didn’t understand what someone was saying. But it was very difficult to decide which of the diagrams was most like the face they were making because people’s faces move very quickly.
When I told Siobhan that I was doing this, she got out a pencil and another piece of paper and said it probably made people feel very
[confused face]
and then she laughed. So I tore the original piece of paper up and threw it away. And Siobhan apologised. And now if I don’t know what someone is saying I ask them what they mean or I walk away.“

 


Mark Haddon (Northampton, 26 september 1962)

Lees verder “Mark Haddon, William Self, Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini, Edwin Keppel Bennett, Joseph Furphy”

Andrzej Stasiuk, Carlos Ruiz Zafón, William Faulkner, Rebecca Gablé

De Poolse schrijver en letterkundige Andrzej Stasiuk werd geboren op 25 september 1960 in Warschau. Zie ook mijn blog van 25 september 2008 en ook mijn blog van 25 september 2009 en ook mijn blog van 25 september 2010.

 

Uit: Hinter der Blechwand (Vertaald door Renate Schmidgall)

“Diese Stadt deprimierte mich, aber ich wußte, ich würde keine bessere finden. Ich betrachtete die Taxifahrer, die den ganzen Tag am Marktplatz standen, und spürte, daß ich im Grunde ein Glückspilz war. Ich hatte noch nie gesehen, daß einer von ihnen mit einem Kunden weggefahren wäre. Stundenlang standen sie da, redeten, gingen dann zu ihren Kutschen, lasen Zeitung, lösten Kreuzworträtsel: Fluß in Afrika, drei Buchstaben, erster “N”, letzter “L”, dann kehrten sie wie- der zu den anderen zurück, zu ihrem Gerede darüber, welches Auto wieviel auf freier Strecke verbrauchte und wieviel in der Stadt, daß die Juden die arabischen Ölfelder gekauft und jetzt das russische Gas im Auge hätten, also würde sich in ein, zwei Jahren gar nichts mehr lohnen, auch das Rumstehen in der Sonne und im Staub würde sich nicht mehr lohnen, nichts, nie mehr, in Ewigkeit amen. Das war der Refrain dieser Stadt: “Es lohnt sich nicht.” Außer Stehen und Warten versuchten sie gar nichts, es hätte sich schließlich nicht gelohnt. Ja, diese Angst des Bauern, daß er wie ein Idiot dasteht, daß man ihn anpißt, daß die Wirklichkeit ihn nach Strich und Faden verarscht, hing über der Stadt wie eine Dunstglocke. Nur regloses Abwarten gab den Leuten das Gefühl von Sicherheit. Sie standen neben ihren Kutschen, klopften ihnen aufs Dach und öffneten die Türen, um die Fürze rauszulassen. Sie waren mir ein Trost. Verächtlich betrachteten sie den rostenden Ducato, wenn ich vorsichtig zwischen ihre herausgeputzten Mercedes rollte, die sie aus dem Reich angeschleppt hatten und mit denen sie in fünf Jahren fünftausend Kilometer fuhren. Ich glitt mit meiner nie gewaschenen Spaghettikiste an den fetten, auf Hochglanz polierten Hintern der deutschen Schrottwagen vorbei, und an der Ecke beim Tabakladen, wo wir uns gewöhnlich verabredeten, hielt ich Ausschau nach meinem Partner. Dort gab es die billigsten Zigaretten in der Stadt, dort deckte er sich ein. Ich fuhr ganz langsam, er lief mit und sprang herein, fiel auf den Sitz, holte Luft und fragte:

“Hast du getankt?”

“Halb”, erwiderte ich. “Für mehr hat’s nicht gereicht.”

“Das heißt?”
“Für circa vierhundert Kilometer, knapp die Hälfte.” “In Mariafalva ist heute große Kirchweih.”

 


Andrzej Stasiuk (Warschau, 25 september 1960)

Lees verder “Andrzej Stasiuk, Carlos Ruiz Zafón, William Faulkner, Rebecca Gablé”