H.H. ter Balkt, William Carlos Williams

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Willie is

Willie is vegetariër behalve dat zij vis lust,
en ook koekjes lust zij nog liever; op
haar staatsiebezoeken aan de huizen (zij steekt
dan haar reuzeleuke staart uit) verkrijgt zij

relatiegeschenken in de vorm van liefdespoëzie,
kopjes visbouillon, kippevleugels en vleugjes
water; zij kan ook ‘de eekhoorn’ doen, dat is
op haar achterpoten staand iets wiegen in

haar voorpootjes, bijvoorbeeld een noot; zij is
zeven jaar en diep gelovig, zo gelooft zij harts-
tochtelijk in de uitvinding van de dikbilmuis.

en in laag vliegende vogels, sloom als baksteen,
vlug als de bliksem is slaap haar elixer: zij
slaapt in hoekjes knus als een 12de-eeuwse hemel.

 

Judaspenning I

God zij met ons’ (Het Geld)

Judasdollar, hoei, valse judaspenning!
Jij verscholen groen stuk vergif, munt
voor t kruis, na lange verregende jaren,
Judaspenning, vind ik jou hier terug…

Rokend ging scheep in de avond de boom-
gaard met de witte bank, zo vredig, en
opgeschoten onder het alleroudste
appelras de gesjochte Judaspenning,

je hauw: lichtschuw verstekeling onder
de heggen: mint armste grond, steekt
zijn kop op waar dichte duisternis rond-
tolt op de bloedakkers onder de maan.

 

Judaspenning II

Zekere Judas verried een zekere Joshua
in een boerenbongerd, voor een zakvol
zilverstukken, lijkt daarom Judaspenning
op zilver en vat hij post in boerentuinen?

Brandende zon buigt hem om, de maanzieke;
de smadelijk vernoemde, hij die de zon verried
voor de maangelijkende munt die als de lamp
licht uitzendt van een andere straling.

Christendom eindigt als Judas, bungelend
aan de boom; Judaspenning daaronder, rinkelt
met zijn geldbuidel, wuift zwakjes, verbannen
naar duistere gronden, de verhangene uit.

 

H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Aux Imagistes

Ik was geloof ik nooit zo verrukt
Als nu van jullie,
O door vorst gebeten bloesems
Met jullie vleugels die zich ontvouwen
Tegen de afgunstige zwarte takken.

Bloei gauw en maak wat van de zonneschijn.
De twijgen spannen tegen jullie samen!
Moet je ze horen!
Ze houden jullie van achter vast!

Wegvliegen zullen jullie niet,
hetzij vleugel na vleugel, gebrekig,
En toch –
Zelfs zij
Hebben niet de eeuwigheid.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e september ook mijn blog van 17 september 2020 en evenens mijn blog van 17 september 2018.

Julia Donaldson

De Engelse schrijfster en dichteres Julia Donaldson werd geboren op 16 september 1948 in n Hampstead, London. Als kind schreef ze toneelstukken en choreografeerde ze dansen, die zij en haar jongere zus Mary uitvoerden. Donaldson studeerde drama en Frans aan de Universiteit van Bristol. Daarna werkte ze in de uitgeverij en als docent. Uiteindelijk begon ze liedjes te schrijven voor de kindertelevisie. Een van deze liedjes, “A Squash and a Squeeze”, werd haar eerste boek. Donaldson schreef vervolgens enkele van de best verkochte prentenboeken van het Verenigd Koninkrijk. Ze werkte vaak samen met illustrator Axel Scheffler. “The Gruffalo” (1999) gaat over een muis die roofdieren afschrikt met verhalen over een wezen genaamd de Gruffalo. Het boek verkocht wereldwijd miljoenen exemplaren en werd in tientallen talen vertaald. “The Gruffalo’s Child”, een vervolg, kwam uit in 2004. Een heks en haar kat maken een ritje op een bezemsteel in “Room on the Broom” (2001). “The Snail and the Whale” (2003) gaat over de avonturen van een slak die op de staart van een walvis rijdt. Donaldson schreef ook boeken voor oudere kinderen en tieners, evenals een aantal toneelstukken. In 2011 werd ze benoemd tot Member of the British Empire (MBE), een hoge Britse eer. Donaldson was van 2011 tot 2013 kinderlaureaat van het Verenigd Koninkrijk.

 

I Opened a Book

I opened a book and in I strode
Now nobody can find me.
I’ve left my chair, my house, my road,
My town and my world behind me.

I’m wearing the cloak, I’ve slipped on the ring,
I’ve swallowed the magic potion.
I’ve fought with a dragon, dined with a king
And dived in a bottomless ocean.

I opened a book and made some friends.
I shared their tears and laughter
And followed their road with its bumps and bends
To the happily ever after.

I finished my book and out I came.
The cloak can no longer hide me.
My chair and my house are just the same,
But I have a book inside me.

 

Nut Tree

Small, brown, hard, round,
The nut is lying underground.

Now a shoot begins to show.
Now the shoot begins to grow.

Tall, taller, tall as can be,
The shoot is growing into a tree.

And branches grow, and stretch and spread
With twigs and leaves above your head.

And on a windy autumn day
The nut tree bends, the branches sway,

The leaves fly off and whirl around,
And nuts go tumbling to the ground: Small, brown, hard, round.

 

Julia Donaldson (Londen, 16 september 1948)

Breyten Breytenbach, William Carlos Williams

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook alle tags voor Breyten Breytenbach op dit blog.

Uit: Dog Heart. A Memoir

“It is early summer when we drive over to Bonnievale for the annual cheese and wine festival. Bright sheets of sunlight on the hills, flowers along the road bunching their colours, the jacaranda trees stained a pale purple. Then fields of shade like bruised mouths when loose-fitting clouds race before the sun and light’s throat suddenly grows deep.
On our way the four of us—Adam and his red-haired lady friend Mercy (who doesn’t know that she is coloured), my wife Lotus and I—visit the Van Loveren wine farm, upriver, towards Ashton, to taste their cabernet sauvignon. We tongue the elixir around our mouths, then load several boxes in the boot of the car. One of the Retief brothers, estate owners, comes and goes with cap tilted over a crooked smile and trousers hanging on for dear life and decency just below the bulging belly, to keep pouring from a full bottle.
A fragrant garden shades the back of the wine cellars. Jeanne Retief, the materfamilias, says: Yes, but who tamed the land? Who dug the irrigation channel and brought vines to this soil? Now the government paints us as intruders, but did they who were here before us ever plant a single tree? She knows. For fifty years or more she has been looking after every bush and shrub greening this unexpected paradise. She marked each major event by planting a sapling and bestowing upon it an appropriate name. Her eyes are two ancient tortoises hiding under the weathered stone of her face. Verwoerd, there (she points), soughing with birds; the fir is called Republic, it grew fast; King George needs a lot of water, a thirsty bugger; D. F. Malan was a shaggy palm tree, but he got blown over in the big wind; a rather rakish young Mandela, he will still grow in stature, of that you may be sure. The clouds need company.
In the main street we stop before cousin Aletta’s shop where lady’s drawers and buttons and spools of thread and millinery and daintily printed bales of cloth can be seen through the glass front. The road surface has not been upgraded in fifty years. This is the town where I was born, those were the humpbacked hills riding the skyline in sombre procession, like old songs, and further back the same mountain range is still blocking off the interior. The badlands beyond the escarped blue horizon is known as Moordenaarskaroo, a dry inner heart where murderers and robbers and escaped slaves and runaway soldiers could find refuge. To be devoured by sun. The Breërivier: wide and soft and afloat with silvery clouds. The road which snakes along the green banks to slither through the agglomeration is called Boesmanspad. White settlers pen off a first farm near the river crossing—Boesmansdrift. Later comes the project to build a village.”

 

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Die puristen

Heerlijk! al dat geëssentieel,
als een oester zonder schelp,
fris en zacht van smaak, om op te
slokken, om op te bijten en op te slokken.

Of nog beter, een brein zonder
schedel. Ik weet nog hoe iemand
tijdens onze snijles er een
van driehoog liet neerkomen op
een orgelman in Pine Street.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor de schrijvers van de 16e september ook mijn blog van 16 september 2021 en ook mijn blog van 16 september 2020 en eveneens mijn blog van 16 september 2019 en ook mijn blog van 16 september 2018.

Chimamanda Ngozi Adichie, William Carlos Williams

De Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie werd geboren op 15 september 1977 in Enugu. Zie ook alle tags voor Chimamanda Ngozi Adichie op dit blog.

Uit: Paarse hibiscus (Vertaald door Hankie Bauer)

“Vanaf die keer dat mijn broer Jaja niet ter communie was gegaan en papa zijn zware misboek door de kamer slingerde en de beeldjes op de bovenste plank van de vitrinekast verbrijzelde, begon het bij ons thuis allemaal fout te lopen. We waren net thuisgekomen uit de kerk. Mama legde de frisgroene palmtakken die nat waren van het wijwater op de eettafel en ging vervolgens naar boven om zich te verkleden. Ze zou de palmtakken later tot wat slordige kruisen in elkaar vlechten en ze naast de foto van ons gezin in zijn gouden lijst aan de muur hangen. Daar zouden ze tot de volgende Aswoensdag blijven hangen, als we ze naar de kerk zouden brengen om ze tot as te laten verbranden. Papa, in een lange, grijze mantel net als de andere oblaten, hielp ieder jaar met het uitdelen van de as. Zijn rij vorderde het minst snel omdat hij heel hard met zijn in de as gedoopte duim op alle voorhoofden drukte om er een volmaakt kruisteken op te maken en ieder woord van ‘as zijt gij en tot as zult gij wederkeren’ met evenveel nadruk en betekenis uitsprak. Papa zat tijdens de mis altijd in de voorste kerkbank, op de punt bij het middenpad, met mama, Jaja en ik naast zich. Hij ging als eerste
ter communie. De meeste mensen knielden niet neer bij het altaar met de blonde, levensgrote Maagd Maria er vlak naast, om de heilige hostie te ontvangen, maar papa wel. Hij kneep zijn ogen altijd zo stijf dicht dat zijn gezicht ervan vertrok en dan stak hij zijn tong zo ver mogelijk naar buiten. Naderhand ging hij weer op zijn plaats zitten en keek hoe de congregatie massaal op het altaar afliep, met de handpalmen gestrekt en tegen elkaar aan gedrukt, als een schoteltje dat je zijdelings vasthoudt, precies zoals pater Benedict hun dat had geleerd. Hoewel pater Benedict al zeven jaar lang pastoor was in de St.-Agneskerk, noemden de mensen hem nog steeds ‘onze nieuwe pastoor’. Dat waren ze misschien niet van hem blijven zeggen als hij geen blanke was geweest. Hij zag er nog altijd even nieuw uit. De kleur van zijn gezicht, de kleur van gecondenseerde melk en van een opengesneden zuurzak, was in de vreselijke hitte van zeven Nigeriaanse harmattans niet bruin geworden. En zijn Engelse neus was nog altijd even smal en geknepen, die neus die maakte dat ik me bezorgd had afgevraagd, toen hij pas in Enugu was aangekomen, of hij wel voldoende lucht kreeg. Pater Benedict had het een en ander veranderd in onze parochie. Zo stond hij er bijvoorbeeld op dat het credo en het kyrie alleen in het Latijn werden uitgesproken; onze taal, het Igbo, was onaanvaardbaar. En het handgeklap diende ook tot een minimum te worden beperkt, om de plechtige sfeer van de mis niet te verstoren. Maar offerandegezangen in het Igbo stond hij wel toe; hij noemde ze inheemse gezangen en als hij ‘inheems’ zei, krulden zijn smalle, rechte lippen zich bij de mondhoeken omlaag en vormden zo een omgekeerde u.”

 

Chimamanda Ngozi Adichie (Enugu, 15 september 1977)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Die puristen

Heerlijk! al dat geëssentieel,
als een oester zonder schelp,
fris en zacht van smaak, om op te
slokken, om op te bijten en op te slokken.

Of nog beter, een brein zonder
schedel. Ik weet nog hoe iemand
tijdens onze snijles er een
van driehoog liet neerkomen op
een orgelman in Pine Street.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e september ook mijn blog van 15 september 2021 en ook mijn blog van 15 september 2020 en eveneens mijn blog van 15 september 2018 en ook mijn blog van 19 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Jenny Colgan, William Carlos Williams

De Schotse schrijfster Jenny Colgan werd geboren op 14 september 1972 in Prestwick, Ayrshire. Zie ook alle tags voor Jenny Colgan op dit blog.

Uit: Wintereiland (Vertaald door Els van Son)

“Op Mure, een eilandje hoog boven de noordelijkste kust van Schotland, halverwege op weg naar IJsland (of de Noordpool zou je soms denken als de wind uit het westen komt), is het in de winter ’s ochtends lang donker.
Als er geen wolken zijn en de zon schijnt, dan is het er prachtig; ongelofelijk puur en helder met een strakblauwe hemelkoepel, maar in de winter zijn de nachten er heel, heel lang.
Honden malen er natuurlijk niet veel om of het donker of licht is. Ze weten alleen wanneer het ongeveer tijd is om op to staan en te beginner aan hun zware dagelijkse taken: snuffelen, bedelen om eten en op onderzonk uitgaan naar mmm, wat stinkt daar zo lekker?’
Natuurlijk is het geen noodzaak om een hond te hebben als je op Mure woont, maar er is ook geen enkele reden om geen hond te willen. Zo denken alle Murianen erover. Mure is tenslotte veilig, er rijden maar weinig auto’s, en de auto’s die er rijden, kunnen sowieso niet hard op de landweggetjes vol hobbels en kuilen.
Voor een hond is Mure heerlijk: er zijn spannende velden om doorheen te rennen en stranden en baaien om te zwemmen, eindeloos veel takken die je in je bek kunt nemen, zeerobben om tegen te blaffen, schapenpoep om lekker in te rollen, en talloze andere honden om mee te spelen. Bovendien hoef je er bijna nooit aan de lijn, mag je in de pub mee naar binnen en zijn er heerlijk warme vuren om uitgestrekt voor te gaan liggen als je moe bent van alle avonturen. Kortom: Mure is een paradijs voor honden.
En niet alleen voor honden. Ook de meeste mensen vinden het een heerlijke plek.
De meeste honden slapen in een schuur, waar ze tevreden indommelen op het zachte hooi, terwijl de warmde koeienadem over hun flanken strijkt en ze af en toe — als er een schaap hun dromen binnen danst — even met hun poten trekken. Zo ook op de boerderij van de MacKenzies, die op een kleine heuvel Iag, vlak bij de zuidelijkste punt van het eiland, in het verlengde van de dorpsstraat met een rij felgekleurde roze, gele en blauwe winkeltjes, die een vrolijk tegenwicht vormden voor de donkere winterhemel.
Alleen voor Bramble. de oudste schaapsherdershond die al jaren met pensioen was werd een uitzondering gemaakt: iedereen was dol op hem en niemand misgunde hem zijn plekje in de keuken —zo dicht bij het vuur als mogelijk was zonder vlam te vatten. Hij snurkte en snoof luidruchtig in zijn slaap en stond altijd vroeg op, Iets wat Flora, die ook op de boerderij woonde, belachelijk vond.”

 

Jenny Colgan (Prestwick, 14 september 1972)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Riposte

Liefde is gelijk water of de lucht
mijn stadsmensen;
zij reinigt, en verdrijft de kwalijke gassen.
Zij is gelijk poëzie ook,
en om dezelfde redenen.

Liefde is zo kostbaar
mijn stadsmensen
dat ‘k ze als ik jullie was
achter slot en grendel zou bewaren
gelijk de lucht, de Atlantische Oceaan of
gelijk poëzie!

 

Vertaald door Ludo Abicht

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e september ook mijn blog van 14 september 2020 en eveneens mijn blog van 14 september 2018 en ook  mijn blog van 14 september 2017 en ook mijn blog van 14 september 2015.

Tõnu Õnnepalu, William Carlos Williams

De Estische dichter, schrijver en vertaler Tõnu Õnnepalu werd geboren op 13 september 1962 in Tallin. Zie ook alle tags voor Tõnu Õnnepalu op dit blog.

UIt: Acre (Vertaald door Adam Cullen)

“I realized I was very far from home on the very first morning there, in a suburb of Toronto, when I woke up (which had happened several times already because my internal clock read midday) and heard the birds singing outside. Why they should sing in August, I didn’t know, but they were. The birdsong was familiar and yet, it was entirely foreign. As if familiar birds weren’t singing right. As if they’d suffered some kind of a stroke and had forgotten how to sing. Or had studied under the wrong masters. Or had studied under some kind of bizarre masters—the type who want to do everything differently, to pursue something new. Modernists of some sort. For the birds were singing backwards—that was the first word that came to mind when I heard them. I’ve grown a little used to it by now. It no longer shocks me, and neither do they really sing much anymore. Now, it’s mainly the chittering of red squirrels coming from the forest. At first, I couldn’t even figure out whether it was a bird or a beast making the noise. These American red squirrels are chipper little animals. The first time I saw them scurrying after one another, I thought they were babies. Mini-squirrels. Then, there are the darling tiny chipmunks that are like stuffed animals forgotten in the woods and come to life. Riina mentioned that she’s spotted a flying squirrel a few times here, too (which the expatriate Estonians curiously call lendavad oravad instead of simply lendoravad), and even fed it from the palm of her hand. Riina spent her childhood summers here by the lakes but now lives far away in Tallinn. Tallinn lies at an immeasurable distance from this place, at any rate. In another world.
The one bird in Canada’s forests (leaving waterbirds aside) that is the same from here to Iceland—and even to England, Hiiumaa, Moscow, and Irkutsk—is the raven. A pan-boreal species. Its cries echo across the belt of northern forests and tundra circling the entire globe. To the Indians, at least to a few (those in the forest, of course), it was a mythical bird, creator of the world.
Yet on the whole, America is wrong. You feel it here with every step and all the time. I’m amazed that visitors to America never mention it. They talk as if what’s here is almost something ordinary, even something European. But it’s not. Not in the very least. Of course, you do encounter European-style people who speak nearly the same language, and the British Queen is the country’s formal ruler. The Bible is read in churches and Shakespeare is played in theaters. But it’s all false. Just as false and misplaced as expatriate Estonian folk dance and the way they recite the poems of Juhan Liiv. Sincere, absolutely sincere, sincere and cute, but inevitably false. Out of place. America as a whole is set in the wrong place.”

 

Tõnu Õnnepalu (Tallin, 13 september 1962)

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

De laatste woorden van mijn engelse grootmoeder
1920

Naast haar op een tafeltje
vlak bij het gore, slonzige bed
stonden wat vuile borden
en een glas melk –

Rimpelig en bijna blind
lag ze te snurken
wakkerschrikkend om op
boze toon eten te eisen,

Geeme iets te eten –
Ze laten me verhongeren –
Ik voel me best ik ga niet
naar het ziekenhuis. Nee, nee, nee

Geef me iets te eten
Laat mij je naar het ziekenhuis
brengen, zei ik,
en wanneer je weer goed bent

kun je doen wat je wilt.
Ze glimlachte, Ja
eerst doe jij wat jij wilt en
dan kan ik doen wat ik wil –

Oh, oh, oh! riep ze
toen de broeders haar
op de draagbaar tilden –
Noemen jullie dit

‘t iemand naar de zin maken?
Haar geest was helder nu –
O jullie denken slim te zijn
jullie jongelui,

zei ze, maar ik zeg jullie
jullie weten niets.
Toen vertrokken we.
Onderweg

passeerden we een lange rij
iepen. Ze keek er een tijdje naar
door het raam van de
ziekenwagen en zei,

Wat zijn al die
wazige dingen daarginds?
Bomen? Nou, ik hoef ze
niet meer en draaide haar hoofd opzij.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

William Carlos Williams (17 september 1883 – 4 maart 1963

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e september ook mijn blog van 13 september 2020 en eveneens  mijn blog van 13 september 2018 en ook mijn blog van 13 september 2015 deel 1 en ook deel 2.

Chris van Geel, Werner Dürrson

De Nederlandse dichter en tekenaar Christiaan Johannes van Geel werd geboren op 12 september 1917 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Chris van Geel op dit blog.

 

Duif in het nauw

Een duif die tussen bomen
een kleine plek uitkiest
tolt dralend om zijn as
en komt spiralend neer.

De charme van zijn dalen stijgt
als hij gebrek aan ruimte heeft.

 

Lentekou

Er is niets dan de wind.
De tuinen zijn doorzichtig,
men ziet hun achterkanten leven.
Geen mist, geen regen,
alleen de wind, een dunne strakke wind
aanhoudend over door jong gras omhooggetilde,
omvergegroeide dorre bladeren.
De bomen zijn nog zonder glinstering,
oud, zonder knop.
Herinneringen weggestreken,
een voorhoofd onder pas gewassen
en in een doek gewonden haar.
Zij weigeren te wiegen
in een zo dunne wind
bedrieglijk als in een tijdperk van de rede
doen zij zich gelden in het volle licht en afgewend.

Het regent ’s middags druppels warmte,
reddende scherpe stukken warmte in hard licht verstrooid.

 

Weidevogels

Afzonderlijk en los en in een nieuw verband –
een donker dienblad is het land waarin
de scherven zijn verborgen.

Hun roep, niet uit het veld te slaan,
klinkt uit het nachtelijke gras
dat nog niet toe aan groeien is,
hoog en verfijnd.

Het vriest, het vriest bijna, de grond is nat,
alleen die ene stem is over, overal gehoord,
de variant van treffen, vallen en van breken,
gefascineerd herhaald.

De maan hangt laag zich te bewijzen,
komt zin en zoet gehoor, hun ene noot
in zwijgen tegemoet.

 

Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Dürrson werd geboren op 12 september 1932 in Schwenningen am Neckar. Zie ook alle tags voor Werner Dürrson op dit blog.

 

Na het werk

De zomerdag flakkerde zonder vogels
boven de helling. De landweg maakt een bocht
rond de hut.

Stil in zijn schaduw
staat de boer verwrongen als een boom
tussen de bomen.

In zijn kamer groeit
gras. Brokkelen de muren af. Dürers
afgesneden handen
bidden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Werner Dürrson (12 september 1932 – 17 april 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e september ook mijn blog van 12 september 2020 en eveneens mijn blog van 12 september 2018 en ook mijn blog van 12 september 2015 deel 2.

David van Reybrouck, Mary Oliver

De Vlaamse dichter, schrijver en wetenschapper David Van Reybrouck werd geboren in Brugge op 11 september 1971. Zie ook alle tags voor David van Reybrouck op dit blog.

Uit: De kolonisatie van de toekomst

“Tegen het eind van deze lezing zullen er naar schatting zes á zeven soorten zijn uitgestorven. Een tropische salamander, een glimmende kever, een onopvallend korstmos, een vogel, een varen, een vis — het kan van alles zijn. Na duizenden of zelfs miljoenen jaren te hebben bestaan zullen ze het komende uur niet overleven en onherroepelijk van de aardbodem verdwijnen. Tegen middernacht kunnen het er al 70 zijn. Morgen rond deze tijd zullen we ongeveer op 150 soorten zitten. En wanneer volgend jaar de siste Huizinga-lezing wordt uitgesproken, kan de teller op ss.000 uitgestorven soorten staan. Nee, niet staan, maar voortrazen, onophoudelijk, want we zitten midden in de zesde grote uitstervings-golf die onze planeet ooit gekend heeft, de eerste echter die door menselijk handelen werd veroorzaakt. De vorige vond 65 miljoen jaar geleden plaats, toen de dinosauriërs door een meteorietinslag massaal het loodje legden. Tot 55.000 soorten per jaar: dit getal is geen apocalyptisch visioen van enkele ecologische fundi’s, maar een schatting afkomstig van de internationale Convention on Biological Diversity, een multilateraal verdrag tussen 196 landen.’ Volgens de recentste wetenschappelijke berekeningen van het IBPES, het VN-panel voor de biodiversiteit, dreigt van de acht miljoen levende soorten er één miljoen uit te sterven binnen één of enkele generaties. Het gaat om een voorzichtige schatting’ Op Mauna Loa, een wetenschappelijk onderzoeksstation op 3400 meter hoogte op Hawaii, werd dit jaar in april een co:-concentratie van 420 parts per million (ppm) gemeten. Het cijfer zegt de meeste mensen niks, maar het gaat wellicht om het belangrijkste nieuwsfeit van dit jaar. Stek u zich onze atmosfeer voor als een zwembad met daarin één miljoen donker- en lichtblauwe ballen: dat zijn de moleculen zuurstof en stikstof. In dat blauwe ballenbad zie je hier en daar ook een knalrode bal. Ze zijn niet talrijk, slechts enkele honderden, maar ze zijn verschrikkelijk heet, ze blijven heel lang heet en warmen daardoor heel het zwembad op. Dat zijn de co2-moleculen. Welnu, 420 rode ballen op een miljoen blauwe is alarmerend hoog. Manna Loa is een onherbergzame vulkaan, een hellend maanlandschap van steen dat uitkijkt over de Stille Oceaan. Het is ook de plek waar al sinds maart 1958 dagelijks waarnemingen van de atmosfeer worden gedaan, de langste reeks op aarde. Drieënzestig jaar geleden, bij het begin van de waarnemingen, bedroeg het co2-gehalte nog maar 315 ppm. Vandaag 420. Het is ongelooflijk snel gegaan: van 315 naar 420 rode ballen in minder dan een mensenleven, dat is gigantisch als je beseft dat we de voorbije achthonderdduizend jaar, met al zijn barre ijstijden en warme tussenijstijden, hooguit tussen de 170 en 300 ppm schonunelden.
Het grote wee-rapport dat afgelopen augustus verscheen, gebaseerd op meer dan veertienduizend wetenschappelijke publicaties, liet er geen twijfel meer over bestaan. De aarde warmt snel op en dat komt door de mens. Gletsjers en poolkappen zijn kleiner dan ze de voorbije duizenden jaren waren, het zeeniveau is in drieduizend jaar niet zo snel gestegen en de co2-concentratie is de hoogste van de voorbije twee miljoen jaar.”

 

David van Reybrouck (Brugge, 11 september 1971)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De Zwaan

Heb jij hem ook gezien, de hele nacht ronddrijvend op de zwarte rivier?
Heb je hem ’s ochtends gezien, opstijgend in de zilverachtige lucht –
Een armvol witte bloesems,
Een perfecte beweging van zijde en linnen terwijl hij leunde
in de gebondenheid van zijn vleugels; een sneeuwbank, een veld van lelies,
Met zijn zwarte snavel in de lucht bijtend?
Heb je hem gehoord, zoemend en fluitend?
Een schelle donkere muziek – zoals de regen die tegen de bomen klettert – als een waterval
Die de zwarte richels afsnijdt?
En heb je hem, tenslotte, gezien, net onder de wolken –
Een wit kruis dat door de lucht stroomt, zijn voeten
Als zwarte bladeren, zijn vleugels als het uitgestrekte licht van de rivier?
En voelde je in je hart hoe het met alles te maken had?
En heb jij ook eindelijk door waar schoonheid voor dient?
En heb je je leven veranderd?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e september ook mijn blog van 11 september 2021 en ook mijn blog van 11 september 2020 en eveneens mijn blog van 11 september 2018 en ook mijn blog van 11 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Tezer  Özlü

De Turkse schrijfster Tezer Özlü  werd geboren op 10 september 1943 in Simav. Daar bracht zij haar jeugd daar door en in Ödemiş en Gerede, waar haar ouders werkten. Ze verhuisde naar Istanbul toen ze 10 jaar oud was en ging naar de Oostenrijkse meisjesschool (Avusturya Lisesi) zonder haar diploma te halen. In 1961 ging ze naar het buitenland en liftte vervolgens in 1962-1963 door Europa. Ze trouwde in 1964 met acteur en schrijver Güner Sümer, die ze in Parijs ontmoette. Samen vestigden ze zich in Ankara. In deze periode, toen Sümer werkte bij het Ankara Arts Theatre (AST), werkte Özlü als vertaler Duits. In het seizoen 1963-64 bij AST speelde ze in Brendan Behan’s Gizli Ordu (Secret Army), geregisseerd door Sümer. Later verliet ze Sümer en vestigde zich in Istanbul, waar ze tussen 1967 en 1972 af en toe werd behandeld in de psychiatrische klinieken van verschillende ziekenhuizen. Ze schreef over haar jeugdervaringen en haar ervaring met de behandeling in Çocukluğun Soğuk Geceleri (gepubliceerd in een Engelse vertaling door Maureen Freely in 2023 als Cold Nights of Childhood). In 1968 trouwde ze met de regisseur Erden Kıral en in 1973 werd hun dochter Deniz geboren. Nadat ze Kıral had verlaten, ging ze in 1981 met een beurs naar Berlijn. Ze ontmoette Hans Peter Marti, een in Zwitserland geboren kunstenaar die in Canada woonde, en trouwde met hem in 1984, waarna ze zich in Zürich vestigde. Ze stierf daar op 18 februari 1986 aan borstkanker en werd begraven in Aşiyan Mezarlığı in Istanbul. Özlü werd gespeeld door Yelda Reynaud in de film “Yolda” van haar ex-man Erden Kıral, waarin ze gebeurtenissen beschrijft tijdens de opnames van de film Yol.

Uit: De kille nachten van de jeugd (Vertaald door Hanneke van der Heijden)

“Mijn vader heeft ooit als gymleraar gewerkt, zijn fluitje heeft hij nog. Voordat hij ’s ochtends zijn wijde streepjespyjama uitdoet blaast hij op dat fluitje. ‘Als je zo treuzelt, wat heb je dan in het leger te zoeken? Vooruit, opstaan. Opstaan!’
Hij schalt en commandeert.
Ik word wakker, het begint net licht te worden, ik lig in Süms armen. Ik vraag me af wat het huis voor mijn vader met het leger te maken heeft. Hij wil in het leven thuis een militaire discipline. Dat is duidelijk. Als hij het geld had, dan huurde hij misschien nog wel soldaten in die bij de deur op een bazuin konden blazen… Die liefde van mijn vader, van Turkse mannen van zijn generatie, voor het leger en de militaire dienst…
We zijn nu niet meer in de provincie. Grote houten huizen met daartussen boomgaarden, dat is iets van de stille stadjes daar. En die stille stadjes zijn iets van de jaren vijftig. Esentepe, de bloeiende krokussen die we er plukten, geel en paars onder de smeltende sneeuw, de hoge dennenbomen, het is allemaal een abstracte kinderdroom. Op heldere zomerdagen ren ik met mijn spillebenen de helling op… De koele bries van de golven tegemoet…
De boulevard die in Saraçhane begint loopt door tot aan Edirnekapı, met in het midden een breed voetgangersgedeelte met hoge platanen. Aan weerskanten van het voetgangersdeel rijden de trams met hun rode en groene wagons. In sommige gebouwen aan de boulevard zit een winkel, er zijn een paar bankfilialen. Ongeveer halverwege is er een brede zijstraat met kinderkopjes, die uitkomt in Çarşamba. De tweede straat links heeft een doodlopende steeg, een straatje met een bocht naar rechts, daar staat ons huis. Dat we ons in deze wijken van Istanbul vestigen, waar branden vroeger de huizen in de as hebben gelegd, een plek waar mijn vader als kleine jongen nog heeft gespeeld, vervult hem met een geluk dat wij niet kunnen bevatten.
Wanneer ik ’s avonds tegen mijn moeder aan kruip, bescherm ik me tegen de kou en tegen de eenzaamheid. Op winterochtenden lopen we naar onze school buiten het provinciestadje, met gebogen hoofd tegen de sneeuwstorm in. Mijn handen zitten vol kloven van de kou, ze bloeden. De hellingen waar ’s zomers de koeienmest te drogen wordt gelegd zien spierwit.”

 

Tezer  Özlü (10 september 1943 – 18 februari 1986)

Theo Olthuis, Mary Oliver

De Nederlandse dichter en schrijver Theo Olthuis werd geboren in Amsterdam op 10 september 1941. Zie ook alle tags voor Theo Olthuis op dit blog.

 

Gehoorsafstand

Zondagochtend,
voorjaarswind
langs mijn balkon
met uitzicht op
de oude linde
en het massieve pand
van Petrus en Paulus.

In de kerk
gepland gezang.
Vanuit de boom
spontaan een lied.

 

Verwondering blijft

Als in een lichtflits
bijna elke dag opnieuw
zomaar weer even dat moment,
komend als vanzelf.
Hier te kunnen zijn,
te mogen zijn op deze planeet
tussen al die sterren in de ruimte.
Wel bijzonder
en zover begrepen
niets meer of minder
dan gewoon een wonder.

Met ergens in het achterhoofd
de dood als blindganger
het leven vierend,
waarin van dag tot dag
boven in het brein,
onmetelijk magazijn,
zelfs de kleinste dingen
zich verzamelen,
Duurzaam en houdbaar
tot onzekere datum,
die niet kan worden overschreden
en mooi dat ik dat weet.

 

Het hele landje

Het hele landje
met vijver en al
geborgen tussen
strippenkaart
munten en papier
waar ik ook ben
achter dof plastic
blijft ze rennen
oren plat
staart zwierend
zand stuift op
zonder terugval

 

Theo Olthuis (Amsterdam, 10 september 1941)

 

De Amerikaanse dichteres Mary Oliver werd geboren op 10 september 1936 in Maple Heights, Ohio. Zie ook alle tags voor Mary Oliver op dit blog.

 

De reis

Op een dag wist je eindelijk
wat jij had te doen, en begon,

hoewel de stemmen rond je
hun slechte advies bleven schreeuwen,

hoewel het hele huis begon te schudden

en hoewel je de oude trek aan je enkels voelde.

“Heel mijn leven” riep elke stem.
Maar je stopte niet
Jij wist wat jij had te doen

Ondanks dat de wind met haar stijve vingers
Peuterde aan de fundamenten en
Die anderen verschrikkelijk zwaarmoedigheid klonken.

Het was al laat genoeg,
een wilde nacht
En de weg vol met gevallen takken en stenen.

Maar beetje bij beetje
Met hun stemmen achter je
Begonnen de sterren
te branden door het wolkendek
en er was een nieuwe stem
Die je langzaam begon te herkennen als de jouwe
Die je gezelschap hield
terwijl je dieper en dieper
de wereld in trok.

Vastbesloten
Het ene ding te doen dat je kon doen,
vastbesloten het enige leven te redden dat je kan redden

 

Vertaald door Walter Berghoef

 

Mary Oliver (10 september 1935 – 17 januari 2019)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e september ook mijn blog van 10 september 2020 en eveneens mijn blog van 10 september 2018 en ook mijn blog van 10 september 2017 deel 2..