Hans van de Waarsenburg, Ernest Farrés

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Johannes (Hans) Paul Richard Theodorus van de Waarsenburg werd geboren in Helmond op 21 juli 1943. Zie ook alle tags voor Hans van de Waarsenburg op dit blog.

 

Bahía Blanca (Argentinië)

Je danst om de dorst te behoeden
Het golvend haar en geur die vergaat
Een horizon voor het grijpen
Een hut die kantelt in het hoofd
Ademloos herhaal ik de namen
Van de havensteden als gebeden
Kijk ik over je schouder mee
Het orkest dat speelt, je ogen:
Mijn vader danst een tango

Het was in Bahía op een terras
– een tango danst men niet in Wenen –
De bandoneón, de zon, je werd als was
Het bijschrift is vervaagd, verdwenen

Het ongeluk in je hand, het glas
Dat je hief, je oog dat het poeder
Zag breken, sigarettenrook en lipstick
De voile van het geheugen schudt de muziek:
Mijn vader danst een tango.

 

ik zie haar nog wel eens

ik zie haar nog wel eens
blond en aangepaste lippenstift
verkreukeld perkament van dichtbij

een vrouw met bontjas in een bus
tas dichtbij haar
lippen dicht op elkaar want je weet
nooit wat er kan gebeuren

de ogen vosachtig wantrouwend
achter de kooi van een modieuze bril

dan zit ze op de bank en praat
ratelend uit een oud plakboek
en kijkt me aan

haar buik is leeg
de eierstokken reeds lang verwijderd

een koude oorlog heb ik daar vertoefd
en moet toen reeds, in ’43, afscheid
hebben genomen.

 

Rimpel

Hij pakt zijn oude handen vast. Een rimpel naar de dood.
Nooit meer wordt hij groot. Nooit meer wacht zij om de hoek.
Ieder woord raakt zoek. Alles was, is waar gebleven? Wend
De steven nu voorgoed en paai de gondelier. Drink wijnen.
Slurp het gistend bier. Stil de honger in de maag. Want
Op de
kaaien liggen rood, de taaie haken van de dood.

 

Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)

 

De Catalaanse dichter Ernest Farrés i Junyent werd in Igualada geboren op 21 juli 1967. Zie ook alle tags voor Ernest Farrés op dit blog.

 

Positieve aspecten aan het verstrijken van de tijd

Door haat hebben we de waardering
geleerd. Door de klappen
leerden we de dialoog.

Door de fouten die we hebben gemaakt
bereikten wij de trefzekerheid, door de onttovering
de vrolijkheid.
De afstand
heeft ons dichter bij elkaar gebracht en de regen
heeft ons in onverschrokken
voetgangers veranderd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Ernest Farrés (Igualada, 21 juli 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2022 en ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Tess Gallagher

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Tess Gallagher werd geboren op 21 juli geboren in 1943 in Port Angeles, Washington als dochter van houthakker en havenarbeider Leslie Bond en tuinvrouw-moeder Georgia Bond. Ze studeerde bij dichter-intellectueel Theodore Roethke aan de Universiteit van Washington en behaalde zowel een bachelor- als een masterdiploma in Engels. Ze deed ook mee aan de Iowa Writers’ Workshop, waarbij ze films maakte. In november 1977 ontmoette Gallagher schrijver Raymond Carver op een schrijversconferentie in Dallas, Texas, en hun relatie had een grote invloed op haar literaire werk, waaronder het helpen bij het redigeren en publiceren van zijn geschriften. Vanaf januari 1979 woonden Carver en Gallagher samen in El Paso, Texas, in een geleende hut nabij Port Angeles, Washington, en in Tucson, Arizona. In 1980 verhuisden de twee naar Syracuse, New York, waar Gallagher was benoemd tot coördinator van het creatief schrijven programma aan de Syracuse University; Carver gaf les als professor op de afdeling Engels. Ze kochten gezamenlijk een huis in Syracuse. In de daaropvolgende jaren werd het huis zo populair dat het echtpaar buiten een bord moest ophangen met de tekst “Writers At Work” om met rust gelaten te worden. In 1988, zes weken voor zijn dood, trouwden Carver en Gallagher in Reno, Nevada. Tot Gallaghers vele onderscheidingen behoren een beurs van de Guggenheim Foundation, de National Endowment for the Arts Award en de Maxine Cushing Gray Foundation Award.

 

Red Poppy

That linkage of warnings sent a tremor through June
as if to prepare October in the hardest apples.
One week in late July we held hands
through the bars of his hospital bed. Our sleep
made a canopy over us and it seemed I heard
its durable roaring in the companion sleep
of what must have been our Bedouin god, and now
when the poppy lets go I know it is to lay bare
his thickly seeded black coach
at the pinnacle of dying.

My shaggy ponies heard the shallow snapping of silk
but grazed on down the hillside, their prayer flags
tearing at the void-what we
stared into, its cool flux
of blue and white. How just shaking at flies
they sprinkled the air with the soft unconscious praise
of bells braided into their manes. My life

simplified to “for him” and his thinned like an injection
wearing off so the real gave way to
the more-than-real, each moment’s carmine
abundance, furl of reddest petals
lifted from the stalk and no hint of the black
hussar’s hat at the center. By then his breathing stopped
so gradually I had to brush lips to know
an ending. Tasting then that plush of scarlet
which is the last of warmth, kissless kiss
he would have given. Mine to extend a lover’s right past its radius,
to give and also most needfully, my gallant hussar,
to bend and take.

 

Choices

I go to the mountain side
of the house to cut saplings,
and clear a view to snow
on the mountain. But when I look up,
saw in hand, I see a nest clutched in
the uppermost branches.
I don’t cut that one.
I don’t cut the others either.
Suddenly, in every tree,
an unseen nest
where a mountain
would be.

 

Refusing Silence

Heartbeat trembling
your kingdom
of leaves
near the ceremony
of water, I never
insisted on you. I admit
I delayed. I was the Empress
of Delay. But it can’t be
put off now. On the sacred branch
of my only voice – I insist.
Insist for us all,
which is the job
of the voice, and especially
of the poet. Else
what am I for, what use
am I if I don’t
insist?
There are messages to send.
Gatherings and songs.
Because we need
to insist. Else what are we
for? What use
are we?

 

Tess Gallagher (Port Angeles, 21 juli 1943)

Arie Storm, Paul Violi

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Schrijf je ook gedichten? Over mijn entree in de Nederlandse literatuur

“The ugly fact is books are made out of books,’ is een uitspraak van de Amerikaan Cormac McCarthy. McCarthy is de auteur van op het eerste gezicht spannende, pretentieloze avonturenboeken, die echter bij een wat meer diepgaande lezing geraffineerd gestructureerde intertekstuele bouwsels blijken te zijn.
De overtuiging van McCarthy is ook de mijne: de roman is voor zijn bestaan afhankelijk van eerder geschreven boeken. De drive voor een schrijverschap valt dan ook nergens anders te vinden dan in de door de schrijver in kwestie geschreven teksten, die in perspectief dienen te worden gezien met andere teksten. Of om Umberto Eco te parafraseren: boeken praten altijd over andere boeken).
Als schrijver heb ik, net als iedereen, last van gewone, alledaagse beslommeringen. Mijn persoonlijke ervaring is dat die dagelijkse beslommeringen geneigd zijn zich om te vormen en in te passen in het verhaal, de roman, waar ik op dat moment aan bezig ben. Ook de werkelijkheid beschouw ik kortom als een vorm van fictie – materiaal dat ik kan gebruiken voor een boek. Dit beïnvloedt op een niet geringe wijze mijn omgang met de mensen uit mijn directe omgeving. Ik wil niet beweren dat ik sterk aan het vereenzamen ben, maar zonder consequenties is mijn houding niet. Niemand wil deel uitmaken van een fictie, en helemaal niet als die fictie werkelijkheid is, zoals Paul Auster opmerkt in het slotdeel van The New York Trilogy: The Locked Room.
Aan de andere kant heeft dit praktisch beleden schrijverschap ook zo zijn voordelen: niemand wil ongunstig in een boek worden afgeschilderd, dus iedereen is aardig tegen mij. Hoewel hier uitzonderingen te noteren zijn. Tot nu toe ben ik nog maar één keer werkelijk fysiek aangevallen door iemand die zich in mijn debuutroman Hémans duik ongunstig geportretteerd meende te zien. Deze persoon kwam overigens in mijn boek helemaal niet voor. En ook verder komen er nergens in Hémans duik werkelijk bestaande mensen voor. Door de dagelijkse werkelijkheid in een roman op te nemen en om te toveren in literatuur, is ze niet langer die onversneden dagelijkse werkelijkheid. Hémans duik is dan ook geen sleutelroman, zoals wel gesuggereerd is (zie verderop). De erin opgevoerde personages zijn van papier, en niet van vlees en bloed.
Misschien valt uit wat ik schrijf wél het beste op te maken wie ik werkelijk ben. ‘Schrijvers verkeren minder makkelijk in de werkelijkheid van het leven,’ constateerde Hella Haasse in een interview met haar in Opzij (december 1995). Als je gelooft in de macht van boeken, dan overheerst dat al het overige en wordt je leven er heel klein naast.”

 

Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

Toonbankman

Wat zal het zijn?

Rosbief op rogge, met tomaat en mayo.

Wat wil je erop?

Een schepje mayonaise.
Peper maar geen zout.

Komt voor elkaar. Rosbief op rogge.
Wil je er sla op?

Nee. Alleen tomaat en mayo.

Tomaat en mayo. Komt voor elkaar.
…Zout en peper?

Geen zout, alleen een beetje peper.

Komt voor elkaar. Geen zout.
Je wilt tomaat.

Ja. Tomaat. Geen sla.

Geen sla. Komt voor elkaar.
…Geen zout, toch?

Juist. Geen zout.

Komt voor elkaar. Augurk?

Nee, geen augurk. Alleen tomaat en mayo.
En peper.

Peper.

Ja, een beetje peper.

Juist. Een beetje peper.
Geen augurk.

Juist. Geen augurk.

Komt voor elkaar.
Volgende!

Rosbief op volkoren, alstublieft,
Met sla, mayonaise en een middenstuk
Van biefstuk tomaat.
De sla uitgespreid, als je wilt,
In een Beaux Arts-afgeleide van klassieke acanthus,
En de rosbief, dun gesneden, gevouwen
In een arrangement met meerdere lagen
Dat Bragdonische pretenties schuwt
Of enig idee van goddelijke geometrische projectie
Wat dat betreft, maar gewoon
Een setting voor de tomaat biedt
Om een medaillon te vormen met een dot
Mayonaise als fleuron.
En – hoe eclectisch dit ook mag klinken –
Als mayonaise kan ook worden gebruikt
Langs de korst in een Vitruviaanse rol
En als een guirlande onder het medaillon,
Dan zou dat tof zijn.

Je bedoelt zoals in de kathedraal St. Pierre in Genève?

Ja, maar de slinger lijkt meer op die onder de rozet
In het Koninklijk Paleis te Amsterdam.

Komt voor elkaar.
Volgende!

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2020 en eveneens mijn blog van 20 juli 2019 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Anna Enquist, Ghayath Almadhoun

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

La folia

Wanhoop zit wijdbeens aan de keukentafel.
Als ik haar, moede werkster, bezig laat
komt van mijn dagprogramma niets terecht.
Zij maakt een wind van onrust in het huis
zodat papieren vliegen, koude in de gangen
staat. Uit kast en laden haalt zij tover
en geplakt verdriet van vroeger, zonder
dat ik wil. ‘Als u vandaag de buitenboel
eens deed,’ zeg ik, verkleed als held. Haastig
sluit ik de deur waar ik dan duizelig
en hijgend tegen leun. Hoe lang nog tot ik
hand in hand met haar verdwijn, uitzinnig
dansend boven het ontvlamde veld?

 

Oud

Ze moeten dankbaar zijn, de dag
prijzen, die stille voortgang van
grijze ogenblikken. Ze moeten

stoppen met zeuren. Stapvoetse
saaiheid van de uren omhelzen,
een smalle toekomst bejubelen.

Met innige vreugde de kinderen
op zondag in de tuin zien zitten,
de rimpels tellen in hun wangen.

 

Vlagvertoon

De kapper klakt met zijn tong bezorgd
boven ons spiegelbeeld, de huisarts
pit ons als oude aardappels. Wijsheid

smeren ze over onze wangen, ze vinden
ons mild. Zetten hun kind achteloos
op een trillende schoot. Ze zijn blind.

Kijk toch: de naam van de bloem
ontglipt de geopende mond, we roepen,
gekraakt door verlies, zachtjes om hulp.

Genoeg! Grijp de noodvaan, hijs
de alarmvlag – maar uit de mouw komt
een vleug van lavendel, een zakdoek.

 

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

De Zweeds – Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in Damascus. Zie ook alle tags voor Ghayath Almadhoun op dit blog.

Bloedbad

Het bloedbad is een dode metafoor die mijn vrienden opeet. Hij eet ze zonder zout. Mijn vrienden waren dichters en werden correspondenten met grenzen. Ze waren moe en ze werden heel erg moe. ‘Ze steken ’s ochtends met lichte tred de brug over’ en sterven buiten de beschermde zone. Ik observeer ze met mijn nachtkijker en volg de warmte van hun lichamen in het donker. Kijk, ze vluchten van het bloedbad en weer terug, en geven zich over aan die enorme massage. Het bloedbad is hun natuurlijke moeder, maar de massaslachting is niet meer dan een klassiek gedicht, geschreven door intellectuele generaals met pensioen. Massaslachtingen passen niet bij mijn vrienden, want dat zijn georganiseerde, collectieve acties en collectieve acties herinneren hen aan de linkse beweging die hen in de steek heeft gelaten.

Het bloedbad wordt vroeg wakker, baadt mijn vrienden in koud water en bloed, wast hun ondergoed en maakt brood en thee voor ze klaar. Dan leert het hun iets over de jacht. Het bloedbad is aardiger voor mijn vrienden dan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Het heeft een deur voor hen geopend, toen alle deuren gesloten waren, en hen bij hun naam genoemd, toen de nieuwsuitzendingen zochten naar het aantal slachtoffers. Het bloedbad is het enige dat hun asiel heeft verleend, zonder naar hun achtergrond te kijken. Het is niet geïnteresseerd in hun economische positie en wil niet weten of ze intellectuelen waren, of dichters. Het kijkt naar de wereld vanuit een neutrale invalshoek. Het heeft dezelfde dode trekken als zij, en de namen van hun achtergebleven weduwen. Het loopt net als zij langs akkers en buitenwijken en doemt net als zij plotseling op in een ingelaste nieuwsuitzending. Het bloedbad lijkt op mijn vrienden, maar het bereikt de afgelegen dorpen en de scholen van de kinderen altijd eerder dan zij.

Het bloedbad is een dode metafoor die uit de televisie komt en mijn vrienden opeet, zonder ook maar één snufje zout

 

Vertaald door Djûke Poppinga

 

Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2020 en eveneens mijn blog van 19 juli 2019 en mijn blog van 19 juli 2017 en ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Steffen Popp, Judith Beveridge

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

Den Toten des Surrealismus

               Wer mit den Dingen zusammenstößt,
               wird es derselbe sein, der sie harmonisiert?
               Das ist es wohl, was mich traurig macht.
               Hugo Ball

I

Draußen ist’s still, kein Tank von Shell
im Resonanzbereich meines Lauschens
kein Atom bricht ab
fällt in den Schacht, kein deprimiertes Organ
probt den Verrat und die Lilie
                  vor mir im träumenden Glas –

dieses Gewächs meiner Sehnsucht auch
schneuzt sein Arom nur semiotisch
ohne Geräusch in die entsetzliche Nacht!

Draußen ist’s still, der leere Parkplatz
Schubumkehr des Glücks und eine winzige
                                             Akademie  
fern dräut Asien
ein Horn des Poseidon, mit Güterzügen …

So kommt nun die Welt über den Winter!
Die Zwiebeln liegen auf dem Tisch
die Apparate des Wunders kreisen …

Aber der Schnee ist nicht mehr gotisch
eine wunschlose Erzform, ein hellblau
                                           getakteter Geiger
nein, er ist grau
und labbrig, die Abraumetage des Frühlings
ach –

und nur die untersten Schnee-Engel
halten sich noch an den Tankstellen
vermummt und marxistisch
in ihren winddichten Anoraks.


II

Draußen ist’s still, es schlafen Berg und Tal
reglos die Stadt, das Elend der Sprengwerke

ihr langsames Feuer vereinfacht den Raum
die Herzensgebrechen der Trainer
                                           Balkonpflanzen

und in den Meeren der Wal
und im Gefrierfach der Aal
Delikatessen, am Rand meiner Schwäche
ruhet die Liebe auch, ein Ghetto Rosen –

die großen Betonkörper winkeln das Licht
wo meine Hand liegt
                 ein Joch für Nachtfalter
und die Gedichte gehn über den Schnee
in kleinen Schritten …

Die toten Surrealisten
rumoren unecht im Grundstock der Wälder
kauen den Sternklee in diese Nacht
trockene Seekoffer, Schneeklima –

hinter dem Elend der Bäume
leuchtet die Heimat
die Elemente erfinden sich, meine Geliebten
liegen im Streit und zerfallen

aufsteht der Mond, von seinem Sitz
da sein gelber Mund
dort seine Beine, die schleifen.

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

GRAS

De hele ochtend zwaaien rietsnijders
met hun armen bij de rivier.

De hele ochtend hoor ik ze balanceren
onder de perfectie van die bogen.

Een koude cirkel van geluid pikt de maan
op in de glinstering van elk blad.

Elke slag komt binnen op de zekerste
golf; elk mes bereikt mijn hart

in een regelmatig ritme. Wie zijn deze
mannen die gras maaien? De hele dag, zweeft de maan,

zichzelf onbekend, als een vogel;
en er is ook een geluid in de wind

van vele onbegrijpelijke dingen.
Deze rivier gaat verder. En de hele dag,

heb ik geluisterd, vastgehouden tussen de aarde
en de lucht, wensend dat ik ook mijn werk

mee kon nemen, de kou in; wensend
dat ik ook precisie kon vinden tussen

onweegbare liedjes; hier waar
de rivier afbuigt, hier waar de maan

sterft, hier waar de wind wervelt –
en hier, waar de mannen in evenwicht zijn –

dan hun absolute hoeveelheden maaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Tsead Bruinja, Martin R. Dean

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

Zin in braderie

troep kijken
troep kopen

waarom schrijft niemand

we verlangen naar een psychedelische erotische filmhemel
waarin we perfecte lichamen mogen uitkiezen
per standje een aparte set spieren
inclusief atletisch uithoudingsvermogen

dan weer een neger
dan weer een chinees
te zijn

door de week en in het weekend een dagje alleskoopparadijs
waarbij steeds nadat we denken aan de limiet van onze goldcard beland te zijn
er weer krediet blijkt op te staan

krediet dat voelt als een beloning
dat voldoening geeft aan het uitgeven

een hemel waarin we geen ruimtegebrek hebben
voor onze aankopen

waarom plakken we achter eerlijkheid een aangeharkte schijndroom
en geen geile lava van zelfverheerlijking

paddestoelenliften
waarop we elkaar tijdens het neuken
eindeloos omhoog krikken

dit is geen terechtwijzing
dit is geen terechtwijzing
dit is geloof

grote woorden waar we bang voor moeten zijn

dacht het niet

roep de macht uit over je eigen woordenboek
voel je niet schuldig als je de agenten
een grote mond geeft

neem de verantwoordelijkheid voor je geluk
geen gevangenen

zoek je eye candy
dan krijg je

this site is still under construction

 

Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

De Zwitserse schrijver Martin R. Dean werd geboren op 17 juli 1955 in Menziken Aargau. Zie ook alle tags voor Martin R. Dean op dit blog.

Uit: Warum wir zusammen sind

“Irma liebte diese Stunde zwischen Tag und Nacht, in der von den Dingen ein geheimnisvolles Licht ausging. Matti war nach zwei Runden auf dem Eis mit der Schwiegermutter nach Hause gegangen, und in der Zwischenzeit war Evelyne eingetroffen. Im Eisprinzessinnenkleid stand sie neben ihr, die sich in ihrem eleganten Hosenanzug gerade etwas steif vorkam. Sie war es gewöhnt, dass die kokette Evelyne sie ausstach. Marc hatte einmal gesagt, dass man ihre Sinnlichkeit entdecken musste, während Evelyne die ihre verschwenderisch verströmte.
Bei den Vogels ist Feuer unterm Dach, sagte Evelyne und zündete sich eine Zigarette an. Vergnügt blies sie Wölkchen in die kalte Luft. Annette hat rausgekriegt, dass Anatol ein Verhältnis mit dem kroatischen Hausmädchen hat.
Kaum zu glauben, sagte Irma.
Manchmal ist er einfach am Nachmittag mit ihr im Schlafzimmer verschwunden, wenn Annette nicht da war.
Und wie hat Annette reagiert?
Annette hätte sich am liebsten in ihrem Atelier eingeschlossen und einfach weitergemalt. Es ist ja auch nicht das erste Mal, dass Anatol fremdgeht.
Die Frau ist mir ein Rätsel, sagte Irma.
Ich glaube, jetzt ist ihr doch der Kragen geplatzt. Aber es wäre schade, wenn sie heute Abend nicht dabei wären. Haben sonst alle zugesagt?
Finn kommt, sagte Irma. Mit Bea. Sie wusste, dass Evelyne einmal in den hageren Finn verliebt war, der seit Jahren an einer Dylan-Biografie arbeitete. Wahrscheinlich stieg ihr Puls noch immer, wenn sie ihn traf.
Und Axel bringt seine neue Flamme mit, ergänzte Irma.
Axel lässt nichts anbrennen, lachte Evelyne.
Selbst Moritz und Mila sind mit von der Partie.
Ich frage mich, ob bei denen immer noch alles so harmonisch ist, sagte Evelyne. Wenn’s da mal kracht, möchte ich nicht dabei sein. Neulich habe ich Mila mit einem anderen Mann in einem Restaurant gesehen.“

 

Martin R. Dean (Menziken, 17 juli 1955)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juli ook mijn blog van 17 juli 2021 en ook mijn blog van 17 juli 2020 en eveneens mijn blog van 17 juli 2019 en ook mijn blog van 17 juli 2017 en eveneens mijn blog van 17 juli 2016 deel 2.

Zij zoekt naar manieren om te blijven (Janine Jongsma), William Irwin Thompson

 

Dolce far niente

 

Stilleven met bloemen door Ottmar Elliger, 1673

 

Zij zoekt naar manieren om te blijven

Ze draagt de laatste mode
en natuurlijk haar dure nieuwe hakken
Het platinablonde haar zit strak in de plooi
haar make-up is perfect, business as usual, let’s go!

Het huis is verlicht en zegt welkom
Ze gaat rond met exquise hapjes:
– een amuse van pure liefde
– spiesjes vol entertainment
– toast belegd met wilskracht
op een bedje van ‘vier het leven’

Ze lacht en proost met haar man
knipoogt stralend naar haar jongens
het leven staat haar zo goed

Ze danst naar de keuken voor een glas champagne
op het aanrecht zit een man in doktersjas
Ze sleept hem aan zijn haren naar buiten
en smijt hem bij de vuilnis
Stapt elegant over hem heen en zegt:
ik doe niet aan diagnoses

Want de dood knipt ze hoogstens uit een boeket
dat ze vanavond kreeg, gooit het dorre blad weg
maar bewaart het kaartje, bewaart altijd het kaartje

 

Janine Jongsma (Boxmeer, 1965)
Het Maasziekenhuis in Boxmeer

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

VIER IN DE OCHTEND

Het universum krioelt van ongezien leven:
engelen en djinn en spirituele gidsen.
Zoals het teveel in een stilstaande vijver,
dit abces van het Absolute
is obsceen corpulent
in elk hoekje en gaatje,
oksel en kruis
van de Grote Moeder
van donkere energie en donkere materie
zien wij niet meer
dan de ziektekiemen in onze ingewanden die ons zien,
omdat het geen ziektekiemen zijn
maar neuronen van een groter brein
waarin een ik slechts een orgaan is,
of liever een kunstmatig opgedrongen
membraan willekeurig getrokken
te midden van een massa interactieve
moleculaire poorten met ionen
die komen en gaan wanneer ze willen
zonder aan mij te denken.
Wilden wisten dit ooit
en konden het voelen als jeuk
buiten het bereik van krabben.
Christelijke missionarissen noemden het animisme
en probeerden het uit hen te slaan,
en brachten bustehouders mee om borsten te bevatten,
en bijbels om geesten te bevatten,
maar in nachten dat ik niet kan slapen,
word ik wakker om iets dat de klok
markeert als drie of vier,
met mijn geest krioelend en kriebelend
van buitenaardse kosmologieën
van reizen door andere sterrenstelsels
en ik word wakker en weet meer dan ik ben.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

William Irwin Thompson (16 juli 1938 – 8 november 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Richard Russo, Steffen Popp

De Amerikaanse schrijver Richard Russo werd geboren op 15 juli 1949 in Johnstown, New York. Zie ook alle tags voor Richard Russo op dit blog.

Uit: Ergens anders (Vertaald door Kees Mollema)

“Toen een vriendin van mij een paar jaar geleden op de New York State Thruway een bord passeerde waarop CENTRUM VAN DE LEERVERWERKENDE INDUSTRIE stond te lezen, meende ze leedverwerkende te zien staan en dacht ze: dat is vast waar Russo vandaan komt. Ze had gelijk. Ik kom uit Gloversville, een paar kilometer verder naar het noorden, in de uitlopers van de Adirondacks; een plaatsje waarover je gemakkelijk grappen kunt maken, tenzij je er woont, zoals sommige familieleden van mij. Het stadje is niet altijd onderwerp voor grappen geweest. In de gloriejaren werden negen van de tien paar chique handschoenen die in de Verenigde Staten werden verkocht daar gemaakt. Aan het einde van de negentiende eeuw waren ambachtslieden uit heel Europa erheen getrokken en tientallen jaren produceerden ze handschoenen die tot de beste van de wereld werden gerekend. In die tijd bestond er een gilde van handschoensnijders en je moest, net als mijn grootvader van moederskant, eerst twee of drie jaar als leerling werken. De belangrijkste gereedschappen van een volleerde handschoensnijder zijn zijn ogen, zijn ervaring met dierenhuiden en zijn verbeelding. Het was mijn grootvader die me mijn eerste lessen in de kunst gaf — al betwijfel ik of hij dat zelf zo zou hebben verwoord — door uit te leggen hoe je uit een onvolmaakte huid iets kunt maken wat werkelijk goed en mooi is. Nadat de huiden zijn gelooid, maar nog vóór ze bij de snijder belanden, worden ze gerold, geborsteld en afgewerkt tot ze glad en uniform zijn, maar natuurlijke huiden bevatten onvermijdelijk onvolkomenheden. De echte vakman, zo legde hij me uit, werkt om die onvolkomenheden heen en bedenkt hoe hij ze weg kan werken in de natuurlijke plooien of naden van een handschoen. Elke huid stelde je voor problemen die een creatieve oplossing vereisten. Een handschoensnijder moest niet alleen zo veel   mogelijk handschoenen uit een huid kunnen halen, maar tegelijkertijd het aantal onvolkomenheden zien te minimaliseren. In Fulton County werd al leer gelooid, waarbij de bast van de Canadese den werd gebruikt, voordat de Verenigde Staten zich van Engeland afscheidden. Gloversville en het nabijgelegen Johnstown produceerden niet alleen handschoenen, maar allerlei lederwaren: schoenen, jassen, handtassen en meubilair. Toen mijn grootvader van vaderskant, die uit het Italiaanse Salerno kwam, hoorde hoeveel ambachtslieden naar deze plek waren gegaan, trok hij naar het noorden, in de hoop er de kost te kunnen verdienen met de verkoop van handgemaakte schoenen. In New York nam hij de trein naar Albany, ging toen naar het westen tot aan het gehucht Fonda aan het Barge Canal, vanwaaruit hij de goederenspoorlijn volgde naar Johnstown in het noorden, waar ik enkele decennia later werd geboren.”

 

Richard Russo (Johnstown, 15 juli 1949)

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog en ook mijn blog van 18 juli 2010.

 

Gibraltar

daarheen (Goethe)


Ken je, liefste, de haat,
bomen, de Spaanse muur,
ken je de eilanden, de kruisvaarders
in hun eenmanstorpedo’s –

liefste, vergeef me, ik wilde naar Golgotha
maar in de linnenkast
lag alleen een gele revolver (dus ik ging niet).

Ken je de zee, sporen van vrijpostigheid
in schuim, liefste, in schuim
ken je dat land, zijn verwrongen arm
ligt zwaar in de rondte, onder de hongerige lucht
doelloze wind
sporen van wol, daarin warmte en stof.

Hoe graag zou ik met je vertrekken
met jou, liefste, willen wonen onder citroenen:
als niet Gibraltars elementen
heftig door mijn tragische aderen  
vloeiden, en die van iedere spoorloze kaap
manische ogen, zonder oogleden –

mijn hart is een gravin omringd door verplegers
aan de rand van de stad, liefste
                        blèren de huurpiano’s!

 

Vertaald door Alfred Schaffer en Gregor Seferens

 

Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juli ook mijn blog van 15 juli 2020 en eveneens mijn blog van 15 juli 2019 en ook mijn blog van 15 juli 2017 deel 2.

Rien Vroegindeweij, Jürgen Becker

De Nederlandse dichter en (toneel)schrijver Rien Vroegindeweij werd geboren in Middelharnis op 13 juli 1944. Zie ook alle tags voor Rien Vroegindeweij op dit blog. 

 

De krant bij de hand

Daar ligt veertig treden laag de ochtendkrant
Te wachten. Opgevouwen wereldnieuws in het portaal
Terwijl ik langzaam en nieuwsgierig de trap afdaal
Door de brievenbus het weer bekijk, met in mijn hand

De krant – hetgeen mij vandaag al weer te weten staat –
Lezend en langzaam weer terugkeer op mijn schreden
Als een moegestreden heerser over veertig treden
Het nieuws over een ver land waar men geweld begaat

Een foto van een doorgeschoten vluchteling. Een ongeluk
Ergens is de mooiste vrouw van het hele land gekozen
Een man zijn hart en longen werden getransplanteerd

Voor de vierde keer. En morgen verkoopt men stuk
Voor stuk en niet in blikken maar in kartonnen dozen
Zijn armen en benen, die worden vandaag geamputeerd

 

Zoekaktie

Politiemannen kammen de hele woonwijk uit en
militairen zullen helpen zoeken naar het kind.
De spanning van de ouders of men het vindt.
De corpsen kunnen naar hun vrije weekend fluiten.

Het kind zit intussen rustig bij een oom en tante,
die van het drama, dat zich afspeelt, niets weten.
Ze vermoeden wel iets bij het avondeten,
maar omdat het kind er is, lezen ze die dag geen krant.

Eens was ik hoofdpersoon van grootscheepse aktie.
Dat ik zelf aan het zoeken was, dat wist men niet.
‘k Zat met een meisje verborgen op het havenhoofd.

Om het verschil in sexe te bestuderen, had ik beloofd
aan niemand iets te zeggen, anders deed ze het niet.
Ik verraadde, ’t bijna. O ’t scheelde maar een fraktie.

 

Maatstaf

hierbij retourneren wij u
de ons enige tijd geleden
ter publikatie gezonden bijdrage

wij stellen het op prijs
dat u uw werk aan ons hebt
willen voorleggen

tot opname van uw bijdrage
in een van de komende nummers
hebben wij echter niet kunnen
besluiten

onze beslissing is niet altijd
het gevolg van een negatieve beoordeling
van een inzending

de redakties van andere literaire
tijdschriften hebben op dit moment
wellicht
ruime mogelijkheden tot publikatie

las de dichter smorgens na het ontbijt
en piekerde boven zijn krant met welke
maatstaf wordt gemeten bij het toekennen
van subsidie aan de aardappelboeren.

 

Rien Vroegindeweij (Middelharnis, 13 juli 1944)

 

De Duitse dichter en schrijver Jürgen Becker werd op 10 juli 1932 in Keulen geboren. Zie ook alle tags voor Jürgen Becker op dit blog.

 

TUINKRONIEK

Bomen snoeien, onttakken: zulke maatregelen
blijven niet zonder gevolgen. Je ziet nu wie
de honden over de weilanden drijft. wie halt houdt
en de ramen inspecteert. De reeën
trekken zich in het dichte bos terug. Was het

de zin van de hele actie? Je ziet, nu
ademen de viooltjes opgelucht. Tevoorschijn komt
het blauw van de hortensia. Herkenbaar wordt het gezicht
van de veldsteen. De schaduwzone ligt onthuld;
verlaten schuilplaatsen, lege verzetshaarden.

 

Vertaald door Frans Roumen

Jürgen Becker (Keulen, 10 juli 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juli ook mijn blog van 13 juli 2020 en eveneens mijn blog van 13 juli 2019 en ook mijn blog van 13 juli 2016 en ook mijn blog van 13 juli 2014 deel 1 en ook deel 2.

Milena Moser

De Zwitserse schrijfster Milena Moser werd geboren op 13 juli 1963 in Zürich als dochter van de psycholoog en fictievertaler Marlis Pörtner, geboren Bindschedler (1933 tot 2020), en de schrijver Paul Pörtner. Haar jongere broer Stephan Pörtner is ook schrijver. Nadat ze de middelbare school had afgerond, voltooide ze een stage als boekverkoper en schreef vervolgens voor Zwitserse omroepen. Ze schreef ook boeken, maar kon er geen uitgever voor vinden. Daarom richtte ze Krösus Verlag op, waar het boek “Die Putzfraueninsel“ werd gepubliceerd. Dit werd een bestseller en Peter Timm bewerkte het voor de bioscoop. In 1998 verhuisden Milena Moser en haar gezin voor acht jaar naar San Francisco. Terug in Zwitserland richtte ze samen met Sibylle Berg en haar toenmalige agent Anne Wieser een ‘schrijfschool’ op. In haar ‘schrijfstudio’ in Aarau gaf ze schrijfcursussen voor amateurs, en als ‘schrijfcoach’ begeleidde ze schoolklassen bij het schrijven van een gezamenlijk werk. In 2015 verhuisde Milena Moser opnieuw naar de VS. Ze kocht een huis in Santa Fe (New Mexico), waar ze aanvankelijk alleen woonde. Daar wijdt de succesvolle auteur zich weer volledig aan het schrijven. Sinds mei 2020 is ze voor de derde keer getrouwd met de Mexicaanse kunstenaar Victor-Mario Zaballa. Ze is moeder van twee zoons uit haar eerste twee huwelijken.

Uit: Der Traum vom Fliegen

„Sofia war im Sitzen eingeschlafen, auf dem breiten Bett in ihrem Zimmer, das mit Zierkissen, Nackenrollen und Stofftieren übersät war, mit Büchern, Zeitschriften, ihrem Laptop, ihrem Smartphone. Während der Pandemie war ihr Studium erst unterbrochen und dann zum Fernstudium umfunktioniert worden. Doch davon wollte sie sich nicht aufhalten lassen. Seit sie ein Kind war, wusste Sofia, was sie wollte. Fliegen. Sie wollte fliegen.
Sie wollte ins All. Schon während der Mittelschule hatte sie zielstrebig darauf hingearbeitet, zusätzliche Kurse in Physik und Mathematik belegt, frühzeitig abgeschlossen und sich daraufhin sofort beim renommierten Massachusetts Institute of Technology in Boston für einen Studienplatz in Raumfahrttechnik beworben. Sie war nicht nur aufgenommen worden, man hatte ihr sogar ein Stipendium angeboten.
Sie war eine der Besten ihres Jahrgangs. Gewesen. Denn in letzter Zeit schlief sie immer wieder ein, mitten in einer Recherche oder sogar einer Videovorlesung. Während des Lockdowns hatte sie das Zeitgefühl verloren und sich daran gewöhnt, nicht länger als zwei, drei Stunden am Stück zu schlafen, dafür immer wieder. Egal, ob es Tag war oder Nacht. Das konnte sie ohnehin nicht mehr klar voneinander unterscheiden. Als der Campus wieder geöffnet wurde, entschied sie sich, das Fernstudium vorläufig weiterzuführen. Die Vorstellung, so weit von zu Hause weg zu sein, ihr Zimmer mit anderen zu teilen, die sie nicht kannte, dieselbe Vorstellung, die sie jahrelang mit Vorfreude erfüllt hatte, überforderte sie jetzt. Sie traute sich nicht mehr zu, ihr Zimmer zu verlassen, ihr Haus, ihre Straße, ihre Stadt.
Als sie aufwachte, war es dunkel. Neumond, erinnerte sie sich. Ihr Papa Santiago hatte beim Abendessen darüber gesprochen. Er glaubte an den Einfluss der Sterne auf sein Befinden und las so viele Horoskope, dass er immer irgendwo etwas Tröstliches fand.
Sofia setzte sich auf. Der Nachthimmel vor ihrem Fenster übte eine seltsame Anziehungskraft auf sie aus. Sie ging zum Fenster und schob es auf. Ihr Haus am oberen Ende der Nevada Street grenzte an den Bernal Heights Park. Sofias Zimmer ging auf den Park hinaus, dahinter sah sie die Lichter der Bay Bridge glitzern. An besonderen Feiertagen formierten sich die Lichter zu Mustern, zu Herzen oder Sternen, manchmal auch zu Buchstaben.
Und dann kauerte sie plötzlich auf dem Fensterbrett. Ohne darüber nachzudenken, war sie auf ihren Schreibtisch geklettert und durch die Fensteröffnung geschlüpft. Nun stand sie auf dem Dachvorsprung und breitete die Arme aus. Sie überlegte nichts.“

 

Milena Moser (Zürich, 13 juli 1963)