Ricardo Domeneck

De Braziliaanse dichter, beeldend kunstenaar en criticus Ricardo Domeneck werd geboren op 4 juli 1977 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Ricardo Domeneck op dit blog.

 

LETTER TO THE FATHER

Now that my lord
more closely resembles a hunk
of meat with two eyes
turned toward the dark ceiling
from the gurney where likely
you will not die alone
only because not even able
to swallow your saliva
yourself in the company
of this tube alone
that feeds you
I ask myself
if mother’s ban
against confessing
to my lord the amorous habits
of my mucous membranes
is still in place
and if indeed you would love me
the less you knew about
how much rubbing they’d already had
that did not befit them
biological or religious
-ly and also if
you would want for your boyess
the death you wished
on so many of my kind
when they appeared on screen
on Globo Record
Manchete or SBT
which always constituted
your umbilical connection
to tradition
and if indeed you would
make come upon them
great destruction
by the violence
of your raging slurs
typical of a macho man
born in a remote town
in this country of machos
remote and broken
in their false pride
believing that a father
is he who crams
refrigerators full and does
not let the table want for
food to nourish
the same mucous membranes
in which your blood
but not your God
runs thick
and now in this broken gurney
your brain all veins
like rivulets bent on
running
outside the lines
if my lord
knew how
I’d stained the patriarchs’
table with deceit
I still ask myself
if you would welcome
me as meekly
as you accept a kiss
on the forehead from
your boyess
who is nothing more
than your own image
and likeness inverted
a mirror such
as reflects opposites
of gender and religion
or the cartoon
from my childhood
of a Hall of Justice
where on a screen
you could watch a world gone wrong
and if the Father and father
indeed scorn
one created by the norms
of Biology and Religion
yet later corrected
after flaunting the laws
the Father and the father
impose on us in the science
of being all of us flawed
on this Earth where procreating
is so common
it brings pleasure
not at all and I look at
my lord
with these pupils
that maybe never
reflect the Father
but now see the father
I
also a hunk
of meat
with two eyes
ask forgiveness
in silence
for at least I can
say there is no more time
and nevertheless
and even still
and although
and yet
for conflicted fear
of possibly shaking
a rudimentary system
of foundation
holding up this house
holding up this room
holding up this borrowed
hospital
bed
I once again
choose
silence

 

DE DOOD OP TERMIJN
voor Francis Bley

De eerste keer dat ik doodging
vroeg ik mijn vriend stamelend of
je die dood op termijn overleeft
en mijn vriend, al geschoold
in doodgaan, antwoordde: ja,
die overleef je, je loopt brandend
door de slaapkamer en duikt verkoold
op in de tuin, de mousseline plakt
aan je huid, de huid zelf net mousseline,
maar je leeft nog, je bent nog meer hier
dan aan gene zijde, als je het vocabulaire
van dat als schulden toenemende verlies
niet alleen hebt leren lezen
maar ook psychisch verwerken.

Precies, dat zou als troost moeten dienen,
zoals Persephone’s lente terugkeert
uit de onderwereld, en vissen terugkeren
naar vervuilde rivieren en walvissen naar zeeën
vol plastic, en zelfs de zon naar de Noordpool
na een nacht die maanden duurt.
Zelfs al voelt dit aan als een straf.

De meest excentrieke beeldspraak
werd reeds gebruikt voor die koppigheid.
Het meest freakerige vermaak.
Almodóvar en zijn coma tussen de stieren,
Duras en de loten in de bodem van Hiroshima.
Wat een lef! Of je overleeft?

Ja, je overleeft.
De Zonnegod stapt weer in zijn wagen.
Christus verrijst, Dom Sebastião keert
weer. De zeekomkommer, de staart van de
hagedis, de arm van de zeester, enz. enz.

En Hiroshima werd daadwerkelijk herbouwd.
De bomkraters in Berlijn werden gedicht.
Afzonderlijke levens, collectieve levens
die opstaan uit de puinhopen
van zowel liefde als oorlog.
Zelfs als zeebevingen de aarde verzilten.
Wat een lef hebben wij toch, wat een lef.
De stugheid van onze longen. Van ons hart.

 

Vertaald door Harrie Lemmens

 

Ricardo Domeneck (São Paulo, 4 juli 1977)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2020 en eveneens mijn blog van 4 juli 2019 en ook mijn blog van 4 juli 2017 en ook mijn blog van 4 juli 2014 en ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Christopher Kloeble, Christine Lavant

De Duitse schrijver Christopher Kloeble werd op 3 juli 1982 geboren in München. Zie ook alle tags voor Christopher Kloeble op dit blog.

Uit: Home made in India

„Neu-Delhi, Dezember 2012. Im Garten tummeln sich zweihundert Hochzeitsgäste, aber der Bräutigam fehlt: ich. Mein aufgeregtes Zappeln macht es Jaswant, unserem Fahrer, nicht leicht, meinen Turban zu binden. Gegen meine Nervosität schenkt er mir sein charismatisches Lächeln. Das setzt er in den meisten unserer Konversationen auf. Manchmal bedeutet es: »Ich warte im Wagen.« Manchmal:
»Keine Ahnung, was du versuchst zu sagen.« (Mein Hindi-Vokabular beschränkt sich auf alles, was mit Essen zu tun hat.) Und jetzt gerade: »Halt still, sonst sitzt der Turban schief.«
Als Jaswant fertig ist, trete ich vor den Spiegel: Der Mann in dem weiß leuchtenden Sherwani aus roher Seide erinnert kaum an den pausbäckigen Bub, der früher täglich über das Kopfsteinpflaster der Königsdorfer Hauptstraße zur Bäckerei Reindl radelte, um ein paar Pfennige gegen saure Drops zu tauschen.
Ich bin mir nicht sicher, ob der Bub und der Mann dieselbe Person sind. Ich weiß nur, Indien und eine Tochter Delhis haben viel damit zu tun, dass aus dem einen der andere geworden ist.
Draußen erwartet mich einer dieser nebligen Morgen, bei denen man nie weiß, ob man die Sonne am selben Tag nicht nur spüren, sondern auch sehen wird.
Der Turban sitzt erstaunlich fest, mein Herz klopft zwischen den Schläfen. Ich blicke mich nach meiner zukünftigen Frau um, kann sie nirgends entdecken. Anstatt in ihre Arme zu fallen, werde ich von Verwandten und Freunden der Familie in die Arme genommen, denen ich noch nie begegnet bin. Bisher habe ich kaum zwei Monate in Indien verbracht. Frauen zupfen meinen Schal zurecht, Männer klopfen mir auf die Schulter und alle beglückwünschen mich zu meiner Festkleidung. Ich bevorzuge sie gegenüber einer Lederhose. Als Tölzer Sängerknabe habe ich hinreichend oft bayerische Tracht bei volkstümlichen Konzerten getragen, um zu wissen, wie hartnäckig Wollstrümpfe kratzen und in die Kniekehlen schneiden.
Da lenkt ein Gast alle Aufmerksamkeit auf sich. So kann ich unbeobachtet den Turban lockern. Erst danach stelle ich fest: Der neue Gast trägt einen Hochzeits-Sari. Für einen Augenblick verfliegt all meine Nervosität aus Vorfreude auf die Heirat mit Saskya.
»Chalo, Christopher!«, ruft ein nicht blutsverwandter Onkel, der mich zum Rest der Familie führt und mir mit einem Augenzwinkern versichert, ich werde das schon hinbekommen.
Also ziehe ich meine Schuhe aus und setze mich neben meine nach Jasmin duftende Braut ans obere Ende des Mandap, ein Pavillon aus Holz und Blumen, in dem die Zeremonie abgehalten wird. Der Priester, alias Pandit, begrüßt die Familie und es geht los. Den Turban spüre ich nicht mehr. Nur, wie fest Saskya meine Hand drückt.“

 

Christopher Kloeble (München, 3 juli 1982)

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

De zonnebloem straalt helder door de tijd

De zonnebloem straalt helder door de tijd,
laat op de middag wordt de maankop groter -,
’t gebraakte vlas des avonds keurt de losser,
de nacht weeft stil het naadloos zware kleed.

Als zwarte kruisen vluchten door het rood
de laatste vogels – bevende gedachten! –
’t geliefde voorhoofd slaapt in doornenranken,
en in de poel bewaakt de maan de dood.

Haast elke harteklop wordt hamerslag!
Arm werktuig, tot wiens kwelling uitgevonden?
Uit lauwe dromen treden strenge stonden
en vragen kort, wie spons en edik wenst.

Ben je er nog, van wie dit alles komt?
De morgenster straalt van je mooiste zwijgen.
De zonnebloem moet zich in vrieskou nijgen,
naadloze pijn omkleedt hem die bemint.

Een dwaalvogel valt op de maankop aan,
gekroonde beker vol van duistere woorden.
Verworpen vlas naait nu tot bleke boorden

het naakte hart. In ’t dorp kraait schril een haan.

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2020 en eveneens mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Die Kunst des Müßiggangs

„Der Hintergrund jener morgenländischen Kunst, der uns mit so großem Zauber fesselt, ist einfach die orientalische Trägheit, das heißt der zu einer Kunst entwickelte, mit Geschmack beherrschte und genossene Müßiggang. Der arabische Geschichtenerzähler hat, wenn er am spannendsten Punkt seines Märchens steht, immer noch reichlich Zeit, ein königliches Purpurzelt, eine mit Edelsteinen behängte gestickte Satteldecke, die Tugenden eines Derwisches oder die Vollkommenheiten eines wahrhaft Weisen bis in alle Einzelheiten und Kleinigkeiten zu schildern. Ehe er seinen Prinzen oder seine Prinzessin ein Wort sagen läßt, beschreibt er uns Zug für Zug das Rot und den Linienschwung ihrer Lippen, den Glanz und die Form ihrer schönen weißen Zähne, den Reiz des kühn flammenden oder des schämig gesenkten Blickes und die Geste der gepflegten Hand, deren Weiße untadelhaft ist, und an welcher die opalisierenden, rosigen Fingernägel mit dem Glanze kleinodbesetzter Ringe wetteifern. Und der
Zuhörer unterbricht ihn nicht, er kennt keine Ungeduld und moderne Lesergefräßigkeit, er hört die Eigenschaften eines greisen Einsiedlers mit demselben Eifer und Genusse schildern, wie die Liebesfreuden eines Jünglings oder den Selbstmord eines in Ungnade gefallenen Veziers. Wir haben beim Lesen beständig das sehnsüchtig neidische Gefühl: Diese Leute haben Zeit! Massen von Zeit! Sie können einen Tag und eine Nacht darauf verwenden, ein neues Gleichnis für die Schönheit einer Schönen oder für die Niedertracht eines Bösewichts zu ersinnen! Und die Zuhörer legen sich, wenn eine um Mittag begonnene Geschichte am Abend erst zur Hälfte erzählt ist, ruhig nieder, verrichten ihr Gebet und suchen mit Dank gegen Allah den Schlummer, denn morgen ist wieder ein Tag. Sie sind Millionäre an Zeit, sie schöpfen wie aus einem bodenlosen Brunnen, wobei es auf den Verlust einer Stunde und eines Tages und einer Woche nicht groß ankommt. Und während wir jene unendlichen, ineinander verflochtenen, seltsamen Fabeln und Geschichten lesen, werden wir selber merkwürdig geduldig und wünschen kein Ende herbei, denn wir sind für Augenblicke dem großen Zauber verfallen — die Gottheit des Müßiggangs hat uns mit ihrem wundertätigen Stabe berührt. Bei gar vielen von jenen Unzähligen, welche neuerdings wieder so müde und gläubig an die heimatliche Wiege der Menschheit und Kultur zurück pilgern und sich zu Füßen des großen Konfutse und des großen Laotse niederlassen, ist es einfach eine tiefe Sehnsucht nach jenem göttlichen Müßiggang, die sie treibt. Was ist der sorgenlösende Zauber des Bacchus und die süße, schläfernde Wollust des Haschisch gegen die abgrundtiefe Rast des Weltflüchtigen, der auf dem Grat eines Gebirges sitzend, den Kreislauf seines Schattens beobachtet und seine lauschende Seele an den stetigen, leisen, berauschenden Rhythmus der vorüberkreisenden Sonnen und Monde verliert?“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Een man loopt naar het werk

De dageraad is een hoedanigheid die gelegd is over
de snelweg zoals de zichtbare
herinnering aan de oceaan die dit allemaal
honderd miljoen jaar geheim hield.
Ik beweeg niet en ik sta niet stil.
Ik ben slechts iets dat de wind treft en opklaart,
en ik voel mezelf vervagen als de lucht,
heel Ohio een leeg geworden spiegel.
Mijn jas houdt me vast. Mijn ritssluiting
knalt op mijn gitaar. Heer God sta me bij
aan het meer na de dienst bij Frigidaire
als ik stop met lachen en proef hoe nat het bier
is in mijn mond, en plotseling de ware
bruiloft herken van doortocht en aankomst waarvoor ik ben uitgenodigd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Een wereld

Tot leven komen bewerken en monteren
een wereld van het begin hard en mistig
veel later een oude beschaving monumenten
niet als herinnering maar als buiging
naar een tijd zelf de onmeetbare tijd
niet gericht zoeken maar dwalen
om de rivieren planten bergen dieren
heen draaien vliegen wandelen
halt houden op een plek landschap
laten woekeren rusten vergaan.

 

Nature morte

Stil leven is niet dood
de vruchten blijven altijd
kleuren en gloeien in het licht
druiven willen steeds geplukt
appels vragen om een beet
citroenen om een mes

maar de schedels om contemplatie
we zetten de tijd niet stil
het brood wordt gegeten
we zien de perzik bederven
of uitgezogen worden door een wesp
de dode wijfjesvink ligt op haar rug.

 

Berlijn. Een winterreis

9. Hotel

Je wast je borsten ook al is het water koud
ik begrijp het niet: hoe kun je schrijven
naar de ander: ik voelde me zo gelukkig
de hele dag, ik voelde dat je van me hield
en zeggen: dat heeft niets met jou te maken?

Sneeuw bedekt de auto
hij kan op de divan slapen
of tussen de deuren staan
we kunnen de kamer ook vol
leggen met zachte matrassen

en waarom niet in bed
één bed is breed genoeg voor twee
personen, al slaap jij liever
in de breedte en je slaapt rustiger
je kunt ook ergens anders slapen.

De dubbelzinnigheid van het bed
zet zich voort in de wand
recht tegenover het hoofdeind
boven het crème kleurige schot
ijsbloemen in een vast patroon.

Ramen open op de kou van buiten
sneeuwstraten naar het centrum
en hij minutenlang schreeuwend
midden op het kruispunt alleen
tot eindelijk een auto stopt.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

STIEKEM KUSSEN

ik wil zeggen dat
vergeving doorgaat met

verdelen, dat hoop
resulteert in hoop,

en meer, maar natuurlijk
zeg ik wat wordt

gezegd wanneer men in deze donkere
gang jou

tegenkomt, en poten
je betasten en aanvallen, liefdes

affaires, snelle leugens en jij
zegt het terug en wij

strompelen verder, zoals
elk paar losgeslagen

marionetten zou doen, elk stel
kadavers onlangs losgesneden

van de steiger
in de afgelegen gangen

van wat het ook is
dat ons houdt nu overeind houdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Czeslaw Milosz, Thomas Frahm

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

Uit: Mijn katholieke opvoeding (Vertaald door Gerard Rasch)

“Slechts twee persoonlijkheden traden echt op de voorgrond. Beiden oefenden grote invloed uit en voerden onderling strijd om ons voor zich te winnen. Ze waren voorbestemd ons voor altijd te vergezellen, buiten het tijdsverloop. Toen ik op de universiteit De toverberg van Thomas Mann las, ontdekte ik dat dat boek over hen ging – als we de twist tussen de jezuïet Naphta en de humanist Settembrini belangrijker achten dan de geschiedenis van Hans Castorp. Ik kan er niets aan doen dat ik zulke literaire portretten geef. De werkelijkheid is soms verzot op zulke tegenstrijdigheden die uit boeken lijken gehaald. Onze Naphta had een rond, kwijnend jongensgezichtje, hij had ponyhaar en bewoog zich als een nederige dienaar van God, vaak met neergeslagen ogen. Je kon aan hem op geen enkele wijze zien waar en hoe hij geleefd had, voor hij priester werd, op het platteland of in de stad, in een aristocratische of een plebejische familie. In dit opzicht had hij weinig gemeen met andere priesters die we kenden. Een paar van hen verborgen onder hun soutane een wild en bewogen verleden als soldaat of vechtersbaas. Anderen werden gekenmerkt door de traagheid en hoekigheid van de bewoners van het platteland. Onze catecheet was waarschijnlijk grootgebracht in de schaduw van het kerkportaal, was altijd schichtig met gevouwen handen weggeglipt tussen de vergulde versieringen van de altaren. Als hij de zoon van een koster was dan was zijn uiterlijk geheel in overeenstemming met zijn afkomst.
De emoties van een felle, brandende ziel bewogen zijn onaanzienlijke lichaam. Dat kon je zien aan de bittere voren om zijn mond, de harde, blauwe blik onder zijn opgeslagen oogleden, de donkere blos van zijn geremde toorn. Het liefst was hij inquisiteur. Aan het trillen van een spier van het gezicht, aan de wijze waarop je het hoofd boog kon hij de bliksemschicht van een lasterlijke gedachte aflezen. Hij leefde in die dimensie waar onafgebroken waakzaamheid en spanning verplicht zijn, waar men elke seconde op een aanval van de duivel verdacht moet zijn. De zonde was niet alleen een overtreding van de geboden. De zonde vertakte zich; al nam ze de vorm aan van schijnbaar onschuldige spelletjes, ze reikte dieper en dieper. De Hamster (zo hadden we zijn naam verdraaid) hield er niet van dat we op de binnenplaats voetbalden; hij zag hierin een voorbode van onze naderende volwassenheid en dan móést de duivel wel zegevieren. Een zwaarder wordende stem in de tijd van de mutatie riep een reflex van walging in hem op, sigarettenrook beschouwde hij als een materieel teken van de aanwezigheid van de vijand: de sekse. Hij was aardig voor kinderen, maar toen we pubers werden en veranderden, demonstreerde hij met zijn gedrag in de klas dat hij met gevallen wezens te maken had.”

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Ouder worden

Ogen droog. Droog ook de huid.
Binnenkort is je lichaam het papier,
waarop jouw leven staat.

Maar niet elke rimpel is een karaktertekening.
Niet elke traanzak diep tragisch.
Niet al het vlees slap van nobele melancholie.

Voor een levensdoel Is weerstand nodig.
Opstand die niets onberoerd laat,
alles vastgrijpt en op zo’n manier samenbalt,

dat pijn en hartstocht je verslaan,
uit droge ogen grote tranen opwellen
en je papieren lichaam oplost in een lied,

waarvan jij eerder de tekst bent dan dat je de tekst slechts kent.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2020 en eveneens mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: De ontdekking van Rome

‘We willen graag allebei het lunchmenu,’ zei Marcel Houtsma, en klapte de kaart dicht. ‘Schenkt u daar een meursault bij. Doet u maar twee glazen, want er moet straks nog gewerkt worden.’
‘Het spijt me, meneer, maar de meursault gaat tegenwoordig uitsluitend per fles. Wel heb ik voor u een heerlijke…’
‘Doet u dan toch maar een flesje,’ interrumpeerde Houtsma. ‘Vriendelijk dank,’ voegde hij er nog aan toe, om aan te geven dat de huishoudelijke details wat hem betreft zo wel voldoende geregeld waren. Hij nam zijn leesbril af, klipte die in de borstzak van zijn jasje en richtte zich tot zijn tafelgezelschap: ‘Zo, en nu eerst het belangrijkste. Hoe is het met Babette en met de aanstaande meester in de rechten Hugo?’
Ze zaten in de erker van brasserie Rivière, het tweesterrenrestaurant van hotel Des Pays-Bas. Aangezien het hotel gebouwd is in de bocht die de Amstel bij binnenkomst van de oude stad maakt, kun je vanaf dit tafeltje naar twee kanten een eind over het water uitkijken, wat de plek iets royaals geeft. Vandaar dat Edgar en Marcel er graag zo nu en dan afspraken voor een lunch, om hun oude vriendschap op peil te houden en een beetje bij te praten over de dingen van de wereld.
‘Babette gaat prima, en ze is onvermoeibaar,’ meldde Edgar, en vouwde zijn servet over zijn bovenbenen uit. ‘Af en toe doet ze nog wel eens iets voor Hilversum, maar wat ze de laatste tijd aangeboden krijgt is vaak dezelfde soort rollen, dus houdt ze zich steeds meer met haar koor bezig.’
‘En Hugo?’
Vanuit zijn ooghoek zag Edgar hoe de ober aan het zijtafeltje routineus de zojuist aan Marcel getoonde wijnfles aan het openen was, waarbij zijn ellebogen als gekortwiekte vleugels op en neer wipten. ‘Jaaa, die doet nu zijn master. Hij neemt daar alle tijd voor. En gelijk heeft-ie. Maar op een gegeven moment zal hij toch het mooiste beroep ter wereld willen gaan uitoefenen.’ Na een korte pauze voegde Edgar nog toe: ‘Het zou kunnen dat hij zijn leerjaren in de praktijk eerst op een ander kantoor wil doormaken, voordat hij bij ons op de oude familiegrond komt werken.’
‘Verstandig,’ reageerde Marcel, en proefde het slokje van de wijn dat voor hem was ingeschonken. ‘Uitstekend,’ zei hij zonder aarzelen, waarop de ober de beide glazen vulde en op de zijtafel de fles in een koeler stak. Met een vlotte beweging knoopte hij een gestreken wit servet om de flessenhals heen. Intussen proostten de vrienden met een nauwelijks zichtbare hoofdknik.
‘Heerlijk. En jij,’ vroeg Edgar, ‘waren jullie met de jaarwisseling nog in Frankrijk, of gaan jullie later in het voorjaar nog?’

 

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Out of Social Media

Mijn oude leren wandelschoen
heb ik met wat aarde opgevuld
en hem op het balkon gezet.
Nu groeit er gras in, en zie:
ook een paar weidebloemen.

Dat verandert niets aan de loop van de wereld
maar mijn zintuigen hebben een reden
wanneer op het web worldwide de shitstorms woeden,
niet te luisteren en niet te kijken

omdat analoge wandelaars en grazers
zo zachtjes en zo langzaam zijn
dat wie even niet kijkt,
in een oogwenk weinig overbodigs
van grote nutteloosheid
voor eens en altijd mist.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2020 en eveneens mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Sophie Hannah, Thomas Frahm

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

You Won’T Find A Bath In Leeds

From the River Cam and the A14
To the Aire and the tall Ml,
We left the place where home had been,
Still wondering what we’d done,
And we went to Yorkshire, undeterred
By the hearts we’d left down South
And we couldn’t believe the words we heard
From the lettings agent’s mouth.

He showed us a flat near an abbatoir
Then one where a man had died
Then one with nowhere to park our car
Then one with no bath inside.
With the undertone of cheering
Of a person who impedes,
He looked straight at us, sneeering,
‘You won’t find a bath in Leeds’.

‘We have come to Leeds from Cambridge.
We have heard that Leeds is nice.
A bath is seen in Cambridge
As an integral device,
So don’t tell me that a shower
Is sufficient to meet my needs,’
I said. I received a glower
And ‘You won’t find a bath in Leeds’.

He fingered a fraying curtain
And I said, ‘You can’t be sure.
Some things in life are uncertain
And that’s what hope is for.
One day I might meet Robert Redford
At Bristol Temple Meads.
I’ve found baths in Bracknell and Bedford
And I might find a bath in Leeds.’

He replied with a refutation
Which served to increase our pain
But we didn’t head for the station
Or run for a rescue train,
Though we felt like trampled flowers
Who’d been set upon by weeds.
We told him to stuff his showers
And we would find a bath in Leeds.

Some people are snide and scathing
And they try to undermine
Your favourite form of bathing
Or the way you write a line.
At night, while you’re busy praying
That your every plan succeeds,
There are killjoys somewhere saying,
‘You won’t find a bath in Leeds’.

A better definition
Might be reading all of Proust,
But the concept of ambition
Has been radically reduced.
While the London wits are burning
Their cash in the Groucho club,
In Yorkshire we’re simply yearning
To locate an enamel tub.

I win, Mr Bath Bad Tidings.
I have not one bath but two.
En-suite in the sweet West Ridings
And no bloody thanks to you.
I may never run fast, or tower
Over Wimbledon’s top seeds
Or hit sixes like David Gower
But I have found a bath in Leeds.

 

Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Gevonden voorwerpen

De straat is een ongesorteerd magazine.
Wat erin komt of eruit gaat – niemand weet het
noch wanneer de volgende levering komt.

Van bijna alles bestaan er slechts unieke exemplaren.
Aan het einde van mijn arm pas
worden ze – second hand?
Nee, second hand wordt vriendelijk weggegeven
en niet weggegooid, dus:
Afval!

Maar wat het ongeduld van het consumentenafval,
dat is het geluk van de oogvingers van de dichter.
Ongecensureerd betasten en ontvangen ze,
wat, vrijgelaten uit het nuttige detentiecentrum,
eindelijk vrij is, niets meer te moeten zijn,

alleen (als het wil)
die wens misschien die
mijn lieve, deze goed verstopte fee,
altijd op de vlucht voor mensen,
het hoort fluisteren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

Lucille Clifton

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

A Dream of Foxes

fox

who
can blame her for hunkering
into the doorwells at night,
the only blaze in the dark
the brush of her hopeful tail,
the only starlight
her little bared teeth?

and when she is not satisfied
who can blame her for refusing to leave,
Master Of The Hunt, why am i
not feeding, not being fed?

 

the coming of fox

one evening i return
to a red fox
haunched by my door.

i am afraid
although she knows
no enemy comes here.

next night again
then next then next
she sits in her safe shadow

silent as my skin bleeds
into long bright flags
of fur.

 

dear fox

it is not my habit
to squat in the hungry desert
fingering stones, begging them
to heal, not me but the dry morninngs
and bitter nights.
it is not your habit
to watch, none of this
is ourrs, sister fox.
tell yourself that anytime now
we will rise and walk away
from somebody else’s life.
any time.

 

de komst van vos

op een avond kom ik terug
naar een rode vos
gehurkt bij mijn deur.
ik ben bang
hoewel ze weet
dat geen vijand hier komt.
de volgende nacht weer
dan de volgende dan de volgende
ze zit in haar veilige schaduw
stil terwijl mijn huid bloedt
in lange heldere vlaggen
van bont.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Elisabeth Büchle, Lucille Clifton

De Duitse schrijfster Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zie ook alle tags voor Elisabeth Büchle op dit blog.

Uit: Die Erbin des Bernsteinzimmers

„Prolog
1837 — Zarskoje Selo
WILHELM »Freiheit« war nach Wilhelms Auffassung etwas, was innerhalb eines eng gesteckten Rahmens stattfand. Dabei war dem Fünfzehnjährigen bewusst, dass die Begrenzungen seines Lebens durchaus enger waren als noch vor fünf Jahren. Zugleich aber bedeutend weiter als jene, mit denen die meisten anderen Menschen im russischen Reich leben mussten. Für den Sohn eines deutschen Kochs, der von der Zariza Alexandra Fjodorowna höchstpersönlich nach St. Petersburg beordert worden war, war es nun mal vorgesehen, dass er in die Fußstapfen seines Vaters trat.
Also lemte Wilhelm, die exquisitesten Speisen zuzubereiten, sowohl in überschaubaren als auch in ausufernden Mengen. Man brachte ihm bei, die Beiköche und Küchenhilfen anzuleiten und sie gelegentlich auch zurechtzuweisen, damit er einst eine gesicherte Anstellung als erster Koch der Zarenfamilie einnehmen konnte. Dabei interessierte es niemanden, dass Wilhelm den Geruch von heißem Fett hasste. Und dass er stets dagegen ankämpfte, sich nicht zu übergeben, sobald ihm das in die Nase stieg, was sein Vater und die Zarenfamilie den »delikaten Duft eines perfekt zubereiteten Fischgerichts« nannten.
Wahre Freiheit würde für Wilhelm bedeuten, nicht tagein, tagaus in der Küche stehen zu müssen, um den Anforderungen von Zar Nikolaus I. gerecht zu werden, vor allem aber denen seines Vaters. Wie gern würde er wieder zur Schule gehen.
Schließlich gab es noch so viele wunderbare Geheimnisse zu ergründen, die ihm nun wohl für immer verschlossen bleiben würden.
Das laute Bellen eines Hundes, dem sich ein tiefes, grollendes Knurren entgegensteilte, ließ Wilhelm erschrocken den Kopf heben. Er hatte seine Pause dazu genutzt, sich im Lustgarten des Katharinenpalasts herumzudrücken. Versteckt hinter Schatten spendenden Baumen und hohen Hecken war er gedankenverloren von einer Statue zur nächsten spaziert und halte sich wieder einmal seinen unerfüllbaren Träumen hingegeben. Er hatte Traumschlösser erbaut, die größer waren als jene, in denen die Zarenfamilie abwechselnd wohnte, und die täglich von der Realität eingerissen wurden.
Da er hier keinesfalls erwischt werden wollte, spickte Wilhelm vorsichtig an einer Strauchreihe vorbei. Was er sah, brachte sein Herz zum Stolpern.
Ein großer dunkelbrauner Hund, vermutlich der eines Gastes, bedrohte das verwöhnte Windspiel von Zarewna Olga. Dem Tier troffen Sabberfäden aus dem Maul, dann schnappte es mit seinen langen, spitzen Zähnen boshaft zu. Der wendige kleine Windhund entzog sich dem Angriff durch eine schnelle Drehung, war allerdings nicht bereit, das Feld zu räumen. Vielleicht weil er zu verspielt war, vielleicht aber auch, weil er wie die Zarensprösslinge um seinen Wert und seine Freiheiten wusste. Nur dass man das dem zotteligen Angreifer nicht gesagt hatte…
Ohne über die Folgen nachzudenken, stürzte Wilhelm hinter der Hecke hervor und klatschte mehrmals kräftig in die Hände, da er die Aufmerksamkeit des angriffslustigen Tieres auf sich lenken wollte. Dann packte er den nun einigermallen verwirrt dreinblickenden Kater im Nacken und zerrte ihn von Olgas Schoßhündchen fort, das erneut watend kläffte, als hätte es selbst den Sieg über den unfreundlichen Artgenossen errungen.“

 

Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Vos

Wie
kan haar kwalijk nemen dat zij hunkert
in de deuropeningen ’s nachts,
de enige gloed in het donker
de borstel van haar hoopvolle staart,
het enige sterrenlicht
haar kleine ontblote tandjes?

en wanneer ze niet voldaan is
wie kan het haar kwalijk nemen dat ze weigert te vertrekken,
Meester van de jacht, waarom geef ik
geen voedsel, word ik niet gevoed?

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2020 en eveneens mijn blog van 26 juni 2019 en ook mijn blog van 26 juni 2018 en ook mijn blog van 26 juni 2017 en eveneens mijn blog van 26 juni 2016 deel 2.

Jakub Małecki, Lucille Clifton

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Saturnin (Vertaald door Karol Lesman)

“Mijn moeder draagt anderhalve kilo zon in een grote blauwe stoffen tas met witte strepen en ik dribbel naast haar voort, ongeduldig, met een pijnlijke kaak. Mijn huid is zongebruind en heeft de kleur van koffie met melk, dat zegt opa tenminste. Het is de gelukkigste dag van mijn leven. Mama zei dat als ik het trekken van twee kiezen dapper zou verdragen, zij voor mij zou kopen wat ik maar wilde. Ik begrijp heel goed dat de formulering ‘wat ik maar wilde’ in feite de afkorting is van ‘wat ik maar wilde, maar, laat ons zeggen, tot een bedrag van vijftien zloty’, maar dat maakt geen enkel verschil, want ik kan me niet voorstellen wat je zou kunnen willen voor meer dan vijftien zloty. Ik wilde natuurlijk anderhalve kilo zon. Ik zou nooit in één keer meer dan één verpakking op kunnen, maar omdat ik het gevoel had dat met de declaratie van mijn moeder zich de gelegenheid zou voordoen om meteen een voorraadje in te slaan, besloot ik tot een poging dit uit te proberen. Dus kochten wij vanille, chocola en toffee. Zo nu en dan opspringend dribbelde ik naast mijn moeder voort en probeerde het probleem van welk ijsje met welke smaak ik na thuiskomst als eerste zou opeten op te lossen. Ik weet de naam niet meer van die ijsjes, het staat me alleen nog bij dat de bekertjes gemaakt waren van hard plastic en dat er een lachend zonnetje op het etiket stond. Op de grafiek van mijn leven zouden die, de verpakkingen van ijsjes en allerlei snoep, alle belangrijke momenten aanduiden. Prestaties, successen, nederlagen en moeilijkheden. Uitdagingen, beroepen, ziektes en verrassingen. Soms denk ik dat ik niet meer zal achterlaten dan dat zinledige spoor van verpakkingen van producten met een hoog suikergehalte. Nu ben ik dertig en volgens mij is er niets meer over van dat jongetje dat rond zijn moeder op straat liep te huppelen. Het is 2014, ik ben werkzaam als vertegenwoordiger en woon in Warschau. Mensen als ik noemen ze ‘single; maar ik ben niet single, ik ben gewoon eenzaam. Vandaag is het dinsdag, vanavond kijk ik voetbal en voor het slapen ga ik zoals altijd nog even op internet. Nu sta ik op mijn balkon en zie hoe mijn buurman, meneer Andrzejczak met een spons zijn auto wast.
Geduldig dompelt hij de spons in een rood emmertje met schuim en vervolgens brengt hij die plotseling omhoog tot boven de motorkap, duidelijk bang om een druppel op het beton te morsen. Misschien is hij de laatste persoon op aarde die nog zoiets doet: zijn auto wassen voor zijn flat. Ik zwaai naar hem van boven het droogrek met uitstaande vleugels —waarvan er één een tijdje geleden is verbogen, ik zou het eindelijk eens moeten vervangen; maar op de een of andere manier kom ik er maar niet toe — en hij zwaait terug, rechtopstaand, alsof ik me niet op een balkon bevind maar in een trein die op het punt staat het station te verlaten, en dan belt mijn moeder. Ik neem op, terwijl ik eerst nog even een T-shirt recht hang en een sok corrigeer die van een stang dreigt te vallen, terwijl de zon in mijn nek en op mijn schouders brandt.”

 

Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

Een droom van vossen

in de droom van vossen
is er een veld
en een optocht van vrouwen
schoon als brave kinderen
geen hol in de wereld
omringd door honden
geen pels samengeklonterd bloederig
op de grond
alleen een mooie tijd
van eerbare vrouwen die
zonder angst of schuld of schaamte
veilig door de overvloedige velden stappen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.