The Evening Of The Visitation (Thomas Merton), Walt Whitman

 

Bij Maria Visitatie

 

Maria Visitatie door Domenico Ghirlandaio, 1491

 

The Evening of the Visitation

Go, roads, to the four quarters of our quiet distance,
While you, full moon, wise queen,
Begin your evening journey to the hills of heaven,
And travel no less stately in the summer sky
Than Mary, going to the house of Zachary.

The woods are silent with the sleep of doves,
The valleys with the sleep of streams,
And all our barns are happy with peace of cattle gone to rest.
Still wakeful, in the fields, the shocks of wheat
Preach and say prayers:
You sheaves, make all your evensongs as sweet as ours,
Whose summer world, all ready for the granary and barn,
Seems to have seen, this day,
Into the secret of the Lord’s Nativity.

Now at the fall of night, you shocks,
Still bend your heads like kind and humble kings
The way you did this golden morning when you saw God’s
Mother passing,
While all our windows fill and sweeten
With the mild vespers of the hay and barley.

You moon and rising stars, pour on our barns and houses
Your gentle benedictions.
Remind us how our Mother, with far subtler and more holy
influence,
Blesses our rooves and eaves,
Our shutters, lattices and sills,
Our doors, and floors, and stairs, and rooms, and bedrooms,
Smiling by night upon her sleeping children:
O gentle Mary! Our lovely Mother in heaven!

 

Thomas Merton (31 januari 1915 – 10 december 1968)
De Eglise Saint-Pierre in Prades, Frankrijk, de geboorteplaats van Thomas Merton

 

De Amerikaanse dichter Walt Whitman werd geboren op 31 mei 1819 in Westhills, Long Island, New York. Zie ook alle tags voor Whalt Whitman op dit blog.

 

Te denken aan tijd

[8]

Langzaam bewegende zwarte lijnen gaan onophoudelijk over de aarde,
De noorderling wordt gedragen en de zuiderling wordt gedragen… en zij aan de Atlantische kust en zij aan de Pacific, en zij daartussenin, en door het hele land van de Mississippi… en over de hele aarde.

De grote meesters en de kosmos zijn goed als ze gaan… de helden en weldoeners zijn goed,
De bekende leiders en uitvinders en de rijke eigenaars en de vromen en voornamen mogen goed zijn,
Maar er is een groter belang dan dat… er is een precies belang van alles.

De onuitroeibare horden van de onwetenden en slechten zijn niet niets,
De barbaren van Afrika en Azië zijn niet niets,
Het gewone volk van Europa is niet niets… de Amerikaanse inboorlingen zijn niet niets,
Een zambo of een voorhoofdloze Crowfoot of een Camanche is niet niets,
De geïnfecteerden in het immigrantenziekenhuis zijn niet niets… de moordenaar of de valse persoon is niet niets,
De eeuwige opeenvolging van oppervlakkige mensen is niet niets als zij gaan,
De hoer is niet niets… de bespotter van godsdienst is niet niets als hij gaat.

Ik zal gaan met de rest… we hebben voldoening:
Ik heb gedroomd dat we niet zoveel zullen veranderen… en ook de wet van ons is niet veranderd;
Ik heb gedroomd dat helden en weldoeners onder de huidige en oude wet zullen vallen,
En dat moordenaars en dronkaards en leugenaars onder de huidige en oude wet zullen vallen;
Want ik heb gedroomd dat de wet waaronder ze nu vallen genoeg is.

En ik heb gedroomd dat de voldoening niet zoveel veranderd wordt… en dat er geen leven is zonder voldoening.
Wat is de aarde? wat zijn lichaam en ziel zonder voldoening?

Ik zal gaan met de rest,
We kunnen niet op een gegeven moment worden stopgezet… dat is geen voldoening;
Om ons een goed ding of een paar goede dingen te laten zien voor een eindige periode – dat is geen voldoening;

Het kan niet anders of wij zijn van het onvernietigbare ras van de besten, ongeacht tijd.
Zo niet zouden al deze dingen slechts wederkeren tot as van mest;
Als maden en ratten ons zouden beëindigen, dan wantrouwen en verraad en dood.

Wantrouw je de dood? Als ik de dood zou wantrouwen zou ik nu moeten sterven,
Denk je dat ik vriendelijk en goedgekleed zou kunnen lopen naar vernietiging?

Vriendelijk en goedgekleed loop ik,
Waarheen ik loop kan ik niet definiëren, maar ik weet dat het goed is,
Het hele universum maakt duidelijk dat het goed is,
Het verleden en het heden maken duidelijk dat het goed is.

Hoe mooi en perfect zijn de dieren! Hoe perfect is mijn ziel!
Hoe perfect de aarde, en het kleinste ding op aarde!
Wat goed genoemd wordt is perfect, en wat zonde wordt genoemd is even perfect;
De planten en mineralen zijn allemaal perfect… en de onpeilbare stromen zijn perfect;
Langzaam en zeker zijn ze hiertoe gekomen, en langzaam en zeker zullen ze nog verder gaan.

O mijn ziel! als ik besef van je heb heb ik voldoening,
Dieren en planten! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening,
Wetten van de aarde en lucht! als ik besef van jullie heb heb ik voldoening.

Ik kan mijn voldoening niet definiëren… toch is het zo,
Ik kan mijn leven niet definiëren… toch is het zo.

 

Vertaald door Ilja Leonard Pfeijffer

 

Walt Whitman (31 mei 1819 – 26 maart 1893)


Zie voor nog meer schrijvers van de 31e mei ook mijn blog van 31 mei 2020 en eveneens mijn blog van 31 mei 2019 en ook mijn blog van 31 mei 2017 en ook mijn blog van 31 mei 2015 deel 2.

Oscar van den Boogaard, Elizabeth Alexander

De Nederlandse schrijver Oscar van den Boogaard werd geboren in Harderwijk op 30 mei 1964. Zie ook alle tags voor Oscar van den Boogaard op dit blog.

Uit: Het verticale strand

“Lucy vindt zichzelf niet sarcastisch, haar leven is dat. Morgen is het haar vijfentachtigste verjaardag maar daar is ze vanavond niet mee bezig, zij vindt dat een mens fuik moet zijn, en jarig-zijn is een absoluut toegeven aan sentimentaliteit. Ze wil niet meegesleept worden door tedere en weemoedige gevoelens als door een modderstroom Ze wil niet idealiseren, ze hoeft niet gerustgesteld te worden, ze wil de wereld zien zoals die is. Zij meent dat haar man en dochter aan sentimentaliteit ten onder zijn gegaan. Lucy verzucht vaak: ‘Komt dit allemaal in één hemel?’ (‘dit’ zijn de mensen op straat of op de televisie en soms zelfs de mensen in haar huis), hoewel ze helemaal niet in de hemel gelooft — daar vindt ze zichzelf langzamerhand te oud voor, voor veel dingen vindt ze zichzelf te oud, ook voor een aantal beperkingen die ze zichzelf vroeger heeft opgelegd. Ze bedoelt met dat komt-dit-allemaal-in-één-hemel: ik zal blij zijn als ik straks van jullie allemaal ben verlost. Want hoewel ze zichzelf geen sentimentaliteit toestaat, gelooft ze in de verlossing. De verlossing is het definitief loskomen van alle sentimentaliteit in de wereld.
Aan de overkant van de straat ziet ze door de verrekijker het meisje op de stoeprand, lang donker haar over de schouders, een kort spijkerrokje, een laag uitgesneden topje, lichtblauwe baret. Hoe oud zou ze zijn, veertien, vijftien jaar? Haar benen liggen gestrekt voor haar op straat, een beetje uit elkaar, ze draagt een wit onderbroekje, het glinstert. Lucy weet waar de mensen in deze wereld aan denken, vroeger wist ze dat niet, maar nu weet ze alles. Ze kijkt beter naar die glittertjes, de Eiffeltoren in zilveren pailletten en gouden lovertjes, de Eiffeltoren, daar had Lucy op haar tiende verjaardag met haar moeder op gestaan en met haar eigen dochter toen die tien werd, hopend daarmee op een traditie die van Gloria aan Riche zou worden doorgegeven, maar Gloria wilde niet met haar dochter naar Parijs, ze wilde nooit meer naar Parijs, zij gingen naar Londen, een foto op het nachtkastje gemaakt op Piccadilly Circus getuigt daar nog van, moeder en dochter, wat zijn ze bleek, hebben ze niet geslapen of zijn ze nog steeds zeeziek van de boottocht? Lucy kijkt nog eens goed, een Eiffeltoren op het onderbroekje, daaronder de donkere haartjes kort geschoren misschien. Naast het meisje staat een andere figuur, vormeloos en leeftijdloos, in een sweater met capuchon. Hij balanceert op de rand van de stoep, maakt een sprong, als een kat, gaat naast haar zitten, legt een arm om haar heen. Het meisje trekt haar topje recht, legt haar handen gekruist op haar borsten. Ze kijken allebei recht voor zich uit. Ze wachten op iemand of ze verbergen zich of ze zijn moe van het draaien, schommelen, en schudden. Misschien laten deze jonge mensen zich wel betoveren door de blauweregen.”

 

Oscar van den Boogaard (Harderwijk, 30 mei 1964)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Alexander werd geboren op 30 mei 1962 in New York. Zie ook alle tags voor Elizabeth Alexander op dit blog.

 

Herfstpassage

Over lijden, dat echt is.
Over de mond die nooit sluit,
de lucht die de mond droogt.

Over het wonderbaarlijk stervende lichaam,
zijn groen en paars.
Over de schoonheid van het haar zelf.

Over de oogverblindende peuter:
“Zoals aubergine”, zegt hij,
als je ‘groente’ zegt,

“Chrysanthemum” tegen “Bloem”.
Over het lijden van zijn grootmoeder, groter
dan verdwenen wolkenkrabbers,

Septembers courgette,
andere dingen te groot. Voor haar glorie
die erbij hoort,

glorie van de wake voor volwassen kinderen,
gemeenschappelijke trouw, glorie
van het lichaam dat zelfs werkt

als het uit elkaar valt, het lichaam
die zelfs geen koorts meer kan maken
maar toch brandt

bloemrijk en helder en prachtig
terwijl het dooft, terwijl het krimpt,
terwijl het verandert in iets anders.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Elizabeth Alexander (New York, 30 mei 1962)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e mei ook mijn blog van 30 mei 2020 en eveneens mijn blog van 30 mei 2019 en ook mijn blog van 30 mei 2017 en ook mijn blog van 30 mei 2015 deel 2.

Eduard Escoffet, Linda Pastan

De Catalaanse dichter, schrijver en vertaler Eduard Escoffet werd geboren op 29 mei 1979 in Barcelona. Zie ook alle tags voor Eduard Escoffet op dit blog.

 

holz im herz (fragment)

holz im herz
holz im hirn
holz in den gedärmen

es gibt eine art der erregung, die jene toilette für die drei nicht zu eng werden lässt. es kostet sie mühe, die tür ins schloss zu kriegen, und jene art der erregung. jene art energie, im geldbeutel zu kramen, jene art des zweifels bei der wahl des fahrscheins und jene art der notwendigkeit, irgendwie behilflich zu sein oder schnell mal pinkeln zu gehen. wie die wüste voranschreitet und form annimmt am ende, um dann zu verschwimmen, während der körper die form verliert. alle drei in ein paar sekunden. es ist so gut wie nichts, doch es bricht die stille. die wüste erscheint weiter.

holz im herz
holz im hirn
holz in den gedärmen

die landstraße: die gestrichelte linie verschwimmt in der reise, die zum kopf hinführt. eine postkarte als reisezeuge. er hat eine tasse kaffee bestellt und lässt den kugelschreiber auf dem tisch liegen. vielleicht führt der kaffee ab, vielleicht folgt er schon zu viele stunden seinen füßen, er betritt die toilette und ist jetzt wirklich allein: der koffer wartet draußen. zuerst das eine und dann das andere: er schaut in den spiegel oder entleert sich. was auf der postkarte nicht stehen wird. er schaut sich noch einmal im spiegel an, während er sich die hände wäscht. er bedankt sich. es gibt eine gestrichelte linie, die die straßen einer stadt durchkreuzt: karten und pläne, die ihn nie allein lassen. er packt zu und hat den kopf voll.

ganz wie schiffszimmerleute
sehen wir jetzt das holz, das die notwendigkeit zerfurcht
wir schreiben holz
wir heißen holz
wir geben holz
wir geben holz das schon kein holz mehr ist

holz im herz
holz im hirn
holz in den gedärmen

 

Vertaald door Roger Friedlein

 

Eduard Escoffet (Barcelona, 29 mei 1979)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

De gelukkigste dag

Het was begin mei, geloof ik,
een moment van seringen of kornoelje
als er zoveel beloften worden gedaan
dat het nauwelijks uitmaakt of er een paar worden gebroken.
Mijn moeder en vader zweefden nog steeds
op de achtergrond, een deel van het landschap
zoals de huizen waarin ik was opgegroeid,
en als ze later zouden worden afgebroken
was dat iets dat ik wist

maar niet geloofde. Onze kinderen sliepen
of speelden, de jongste zo nieuw
als de nieuwe geur van de seringen,
en hoe had ik kunnen vermoeden
dat hun wortels ondiep waren
en gemakkelijk verplant zouden worden.
Ik had niet eens vermoed dat ik gelukkig was.
De kleine irritaties die als zout zijn
op een meloen waren waar ik bij stilstond,
hoewel ze in werkelijkheid gewoon

het fruit zoeter maakten.
Dus we zaten op de veranda
in de koele ochtend, nippend
aan hete koffie. Achter het nieuws van de dag…
stakingen en kleine oorlogen, ergens een brand…
kon ik de kruin van je donkere hoofd zien
en dacht niet aan openbare vuurzeeën
maar hoe het zou voelen op mijn blote schouder.
Als iemand de camera toen kon stoppen…
als iemand de camera maar kon stoppen
en me vragen: ben je gelukkig?
misschien had ik gemerkt
hoe de ochtend scheen in de weerspiegelde
kleur van de seringen. Ja, had ik kunnen zeggen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e mei ook mijn blog van 29 mei 2021 en ook mijn blog van 29 mei 2019 en ook mijn blog van 29 mei 2018 en eveneens mijn blog van 29 mei 2016 deel 2.

Ad Zuiderent

De Nederlandse dichter en criticus Ad Zuiderent werd geboren in ’s-Gravendeel op 28 mei 1944. Zie ook alle tags voor Ad Zuiderent op dit blog.

 

Artis Natura Magistra

Je mag kiezen.

De merel tussen de vier schoorsteenpijpjes
(gisteren op de kapotte dakpan van het huis achter);
of Syntagma Musicum in het Stedelijk:
O Clemens, O Pia, Ostende;

ogen

door de nevel die druppels of door het verhaal
van het aangeschoten nijlpaard in Tsjaad
dat al drie mensen uit hun prauwen geworpen,
doormidden gebeten;
planteneter; insektenvermaler.

Je mag kiezen.

Opgeprikt tussen vlinders o.a.;
of doormalen op stof tussen je kiezen.

 

Lucht

Nu geen duister opdaagt klemt
midzomerschemer als een helm om de gletsjer
in de verte in de uitspanning aan de oever
hangen toeristen rond verhalen van de gids

‘Tot ver voorbij de top lijkt hij verroest
ter herinnering aan Wodans luchtkasteel
zoekt soms een waaghals resten van het slot
metaalschilfers geven de vuilwitte kleur’

Dan drinkt men frisdrank bijna ritueel
met fakkels en gezangen voor de sfeer
verlaat de boot de droge wal

Wie weet waardoor de gletsjer smelt
ruïnes komen bloot als na de eerste ijstijd
stroomt het meer vol de sfeer verdwijnt
een witte golf van staal verheft hen
geen reiziger blijft overeind

 

Aarde

………((dank zij Simon Troelstra)

Om bij de aardpiramiden te komen
hebben de mannen van Otta een bontleren
muts op hun hoofd en in hun schouders
drukt de stenen bepakking het waarmerk

Bewegen zij even verschikt in de bossen
daarboven Peer Gynt de wolken zodat stof
stolt tot gegoten metaal en de keien
als lijm om het lichaam druipen

Te laat letten zij op het weer
opkomend water uit de bergbeken
trekken zij smoelen van geesten
staan strak als richtingaanwijzers van het dal
naar de hoogvlakte denkbeeldig bewegend

Om bij de mannen van Otta te komen
hebben de aardpiramiden hun deksteen
verwijderd rollen gruizen plumpuddingen
rondom gestileerde trollen van steen

 

Ad Zuiderent (’s-Gravendeel, 28 mei 1944)

 

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Alfabetlied

Als een trein bestaande uit 26 goederenwagons
sleept het alfabet zo’n zware lading
over het spoor, zo’n vreemde,
boeiende combinaties

dat het ons de adem beneemt, vol bewondering
over een wereld, opgebouwd uit woorden
en zinnen zo veel
als de zonsondergangen en sneeuwval

die hun mysteries vertonen
voor onze verstrooide ogen.
Nu leren we hoe alfabetten van genen
kwallen en rozen produceren

en het ingewikkelde brein
dat de taal uitvond – toen een gedicht
schreef dat als een kort briesje
over ons heen zweeft en weg is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e mei ook mijn blog van 28 mei 2019 en ookmijn blog van 28 mei 2017 deel 2 en ook mijn blog van 28 mei 2016.

Linda Pastan

De Amerikaanse dichteres Linda Pastan werd geboren op 27 mei 1932 in New York. Zie ook alle tags voor Linda Pastan op dit blog.

 

Alphabet Song

Like a train made up of 26 boxcars,
the alphabet drags such a heavy cargo
down the tracks, such strange,
compelling combinations

that we are left breathless, admiring
a world constructed of words
and sentences as much
as the sunsets and snowfalls

which perform their mysteries
before our distracted eyes.
Now we learn how alphabets of genes
produce jellyfish and roses

and the intricate brain
that invented language—then wrote
a poem which like a brief breeze
wafts over us and is gone.

 

Jump Cabling

When our cars touched
When you lifted the hood of mine
To see the intimate workings underneath,
When we were bound together
By a pulse of pure energy,
When my car like the princess
In the tale woke with a start,
I thought why not ride the rest of the way together.

 

Shadblow

Because the shad
are swimming
in our waters now,

breaching the skin
of the river with their
tarnished silvery fins,

heading upstream
straight for our tables
where already

knives and forks gleam
in anticipation, these trees
in the woods break

into flower–small, white
flags surrendering
to the season.

 

Wat we willen

Wat we willen
is nooit eenvoudig.

We bewegen tussen de dingen
we dachten dat we wilden:
een gezicht, een kamer, een open boek
en deze dingen dragen onze naam-
nu willen ze ons.
Maar wat we willen verschijnt
in dromen, gekleed in vermommingen.
We vallen voorbij,
onze armen uitstrekkend
en in de ochtend
onze armen doen pijn.
We herinneren ons de droom niet,
maar de droom herinnert ons.
Het is er de hele dag
zoals een dier er is
onder de tafel,
zoals de sterren daar zijn
zelfs in de volle zon.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Linda Pastan (New York, 27 mei 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e mei ook mijn blog van 27 mei 2020 en eveneens mijn blog van 27 mei 2019 en ook mijn blog van 27 mei 2018 deel 2.

Ascension day (Michael Symmons Roberts), Maxwell Bodenheim

 

Bij Hemelvaartsdag

 

De Hemelvaart van Christus. Glas-in-loodraam in de Saint Joseph Catholic Church in Somerset, Ohio

 

Ascension day

In the Blue Lobster Café backyard,
the head chef – arms outstretched –
bears what looks like a body,

but conjures six cook’s shirts,
hot-laundered, pegged out,
dripping in a drench of sun.

As they dry, their half-hearted
semaphore becomes
more urgent, untranslatable.

Sex and death are in the air
this May morning: pollen and spent
blossom on an aimless breeze;

crab-backs, prawn skins, clams,
black-violet mussel shells,
all reek in sun-baked bin-sacks.

 

Michael Symmons Roberts (Preston, 13 oktober 1963)
De St Walburgiskerk in Preston, Lancashire

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Maxwell Bodenheim werd geboren op 26 mei 1892 in Hermanville, Mississippi. Zie ook alle tags voor Maxwell Bodenheim op dit blog.

 

Merkteken van je stem

Merkteken van je stem, een dageraad
Die kleine gebaren op mijn voorhoofd laat vallen,
Terwijl sluimergedachten in mijn hoofd opkomen
En koddig en verward terugzwaaien.
Pijn heeft geschertst met de wervelende nacht
En beide verdwijnen als een onuitsprekelijk gebed,
Dus, maak van je stem een dageraad
Die kleine gebaren op mijn voorhoofd laat vallen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Maxwell Bodenheim (26 mei 1892 – 6 februari 1954)
Hier met zijn tweede echtgenote Ruth Fagin rond 1952

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e mei ook mijn blog van 26 mei 2021 en ook mijn blog van 26 mei 2020 en eveneens mijn blog van 26 mei 2019 en ook  mijn blog van 26 mei 2018.

Egyd Gstättner, Theodore Roethke

De Oostenrijkse schrijver en essayist Egyd Gstättner werd geboren op 25 mei 1962 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Egyd Gstättner op dit blog.

Uit: Wiener Fenstersturz

„In einer Sekunde werde ich tot sein. Die Hölle, aus der ich flüchte, ist gestern endgültig und unwiderruflich losgebrochen. Aber dass diese Hölle auch Wien zerfressen würde, das war seit Tagen, seit Wochen, seit Langem schreckliche Gewissheit und seit Jahren absehbar. Ausweg gab es jetzt keinen mehr. Gestern ist das Land untergegangen. Gestern ist sein Kanzler der Gewalt gewichen und hat sich im Radio von seinem Volk verabschiedet. Aber eigentlich ist gestern mit dem Land auch die Welt untergegangen. Mein ganzes erwachsenes Leben, vorn allerersten Jahr des Jahrhunderts weg, lebte ich fast vierzig Jahre lang in dieser Wohnung und war hier so zu Hause, wie man nur zu Hause sein kann: meine Höhle im dritten Stock. Diese Wohnung war die Kommentierzentrale der Welt, der Anfang und das Ende jeden Tages. Die Möbel hatte ich von meinen Eltern übernommen; das heißt: von meinem Vater. Das war mein Reich, und in diesem kleinen Reich war Platz. für alle Reiche aller Zeiten dieser Welt gewesen. Ich hatte es in diesen vierzig Jahren vielleicht manchmal dumpf gefühlt, aber doch nie wirklich daran gedacht, dass eine Wohnung im dritten Stock zu einer Falle werden kann, einer tödlichen Falle, aus der es im Fall des Falles kein Entkommen gehen würde. Jetzt war die Falle ganz plötzlich zugeschnappt. Jetzt war mir der Fluchtweg abgeschnitten. Wohin hätte ich auch flüchten sollen? Flüchten wollen? Zürich, Paris, London, New York? Die Exzesse der amerikanischen Bürokratie, mit denen die Amerikaner die unglücklichen Opfer in ihrem Nett. unerfüllbarer Bedingungen zu Tode zappeln lassen? Oder gar Richtung Osten?  Schwermütig herumsitzen und auf den Tod warten wie Ovid am Schwarzen Meer? Hör mir auf! Alles nichts. Kufstein eine Zeit lang vielleicht. Aber Dauerlösung wäre Kufstein auch keine gewesen. Alles außerhalb dieser Wohnung war Blödsinn. Ich hörte Hermines Schrei. Ich schaute nach. Ich sah die beiden feisten Burschen in ihren so-Uniformen nur einen Augenblick. Ich schloss ganz ruhig die Bibliothekstür hinter mir und verschwand ins angrenzende Schlafzimmer. Eine Frage von Sekunden jetzt. Seneca! Wenn ich wenigstens im Arbeitszimmer gewesen wäre, wo ich die Phiole liegen gelassen hatte. Als ich die vul-gären Stimmen draußen im Stiegenhaus hörte, war mir schlagartig klar gewesen, was zu tun war. Mein Todesurteil! Sechzig Jahre, zwei Monate, fünfundzwanzig Tage, plötzliches Todesurteil, Voll-streckung: Sofort. Rettungsversuch, Unsinn. Ein letztes Mal würde ich meine Wohnung verlassen! Mein Reich! Meine Welt. Alles ging jetzt ganz schnell. Alles spielte sich in wenigen Augenblicken ab. Die Straßenschuhe hatte ich noch an. Ich band den Haus-mantel zu, kippte den Slibowitz, den ich mir eben eingeschenkt hatte, in einem Zug hinunter, schritt zum Fenster, öffnete es, kletterte aufs Fensterbrett, stützte mich mit beiden Armen ab und schaute auf die nächtliche Semperstraße hinunter. Ich wollte nicht sterben. Ich war feig.“

 

Egyd Gstättner (Klagenfurt, 25 mei 1962)

 

De Amerikaanse dichter Theodore Huebner Roethke werd geboren in Saginaw, Michigan op 25 mei 1908. Zie ook alle tags voor Theodore Roethke op dit blog.

 

Onkruidwieder

Onder de betonnen bakken,
Hakkend in zwarte harige wortels, –
Die wulpse apenstaarten hangend uit afvoergaten, –
Spittend in het zachte puin eronder,
Webben en wildgroei,
Larven en slakken en scherpe staken,
Of trekkend aan varenkrullen,
Groene dikke spiralen, als druipende winde,
De hele dag rukkend aan averechts leven:
Wat een vernedering! –
Terwijl alles boven mijn hoofd bloeit,
Lelies, zachtroze cyclamen, rozen,
Hele zeeën schitterend en ongeschonden, –
En ik in die stinkboel van onkruid,
Kruipend op handen en voeten,
Springlevend in een glibberig graf.

 

Vertaald door Ria Loohuizen

 

Theodore Roethke (25 mei 1908 – 1 augustus 1963)
Portret van Theodore Roethke door Mike Nease in de Blue Moon Tavern in Seattle, waar de schrijver in de jaren 50 en 60 vaak kwam.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e mei ook mijn blog van 25 mei 2020 en eveneens mijn blog van 25 mei 2019 en ook mijn blog van 25 mei 2017 en ook mijn blog van 25 mei 2015 deel 2.

Michael Chabon, Joseph Brodsky

De Amerikaanse schrijver Michael Chabon werd geboren op 24 mei 1963 in Washington. Zie ook alle tags voor Michael Chabon op dit blog.

Uit: The Amazing Adventures of Kavalier and Clay

IN LATER YEARS, holding forth to an interviewer or to an audience of aging fans at a comic book convention, Sam Clay liked to declare, apropos of his and Joe Kavalier’s greatest creation, that back when he was a boy, sealed and hog-tied inside the airtight vessel known as Brooklyn, New York, he had been haunted by dreams of Harry Houdini. “To me, Clark Kent in a phone booth and Houdini in a packing crate, they were one and the same thing,” he would learnedly expound at WonderCon or Angoulême or to the editor of The Comics Journal. “You weren’t the same person when you came out as when you went in. Houdini’s first magic act, you know, back when he was just getting started. It was called ‘Metamorphosis.’ It was never just a question of escape. It was also a question of transformation.” The truth was that, as a kid, Sammy had only a casual interest, at best, in Harry Houdini and his legendary feats; his great heroes were Nikola Tesla, Louis Pasteur, and Jack London. Yet his account of his role—of the role of his own imagination—in the Escapist’s birth, like all of his best fabulations, rang true. His dreams had always been Houdiniesque: they were the dreams of a pupa struggling in its blind cocoon, mad for a taste of light and air.
Houdini was a hero to little men, city boys, and Jews; Samuel Louis Klayman was all three. He was seventeen when the adventures began: bigmouthed, perhaps not quite as quick on his feet as he liked to imagine, and tending to be, like many optimists, a little excitable. He was not, in any conventional way, handsome. His face was an inverted triangle, brow large, chin pointed, with pouting lips and a blunt, quarrelsome nose. He slouched, and wore clothes badly: he always looked as though he had just been jumped for his lunch money. He went forward each morning with the hairless cheek of innocence itself, but by noon a clean shave was no more than a memory, a hoboish penumbra on the jaw not quite sufficient to make him look tough. He thought of himself as ugly, but this was because he had never seen his face in repose. He had delivered the Eagle for most of 1931 in order to afford a set of dumbbells, which he had hefted every morning for the next eight years until his arms, chest, and shoulders were ropy and strong; polio had left him with the legs of a delicate boy. He stood, in his socks, five feet five inches tall. Like all of his friends, he considered it a compliment when somebody called him a wiseass. He possessed an incorrect but fervent understanding of the workings of television, atom power, and antigravity, and harbored the ambition—one of a thousand—of ending his days on the warm sunny beaches of the Great Polar Ocean of Venus. An omnivorous reader with a self-improving streak, cozy with Stevenson, London, and Wells, dutiful about Wolfe, Dreiser, and Dos Passos, idolatrous of S. J. Perelman, his self-improvement regime masked the usual guilty appetite. In his case the covert passion—one of them, at any rate—was for those two-bit argosies of blood and wonder, the pulps. He had tracked down and read every biweekly issue of The Shadow going back to 1933, and he was well on his way to amassing complete runs of The Avenger and Doc Savage.”

 

Michael Chabon (Washington, 24 mei 1963)

 

De Russisch-Amerikaanse dichter en schrijver Joseph Brodsky werd op 24 mei 1940 in Leningrad (het huidige St.Petersburg) geboren als Iosif Brodski. Zie ook alle tags voor Joseph Brodsky op dit blog.

 

Dido en Aeneas

De grote man keek door het raam,
Maar voor haar eindigde de wereld met de zoom
Van zijn brede Griekse tuniek
Die door de rijkdom van zijn plooien leek op een
Stilstaande zee.
………….Maar hij
Keek door het raam en zijn blik was op dit moment
Zo ver van deze plaats dat zijn lippen
Verstarden als een schelp waarin
Geruis verborgen ligt, en de horizon was in zijn drinkbeker
Onbeweeglijk.
……Maar haar liefde
Was niet meer dan een vis, die misschien in staat was
Achter zijn schip aan in zee te duiken,
De golven te doorklieven met een soepel lichaam
En hem zo misschien in te halen, maar hij,
Hij stapte in gedachten al aan land.
En de zee werd tot een zee van tranen.
Maar, zoals men weet, begint er juist op het moment
Van de wanhoop altijd een gunstige wind
Te waaien. En de grote held
Verliet Carthago.
……………………Zij stond
Voor de brandstapel die door haar soldaten
Onder de stadsmuur werd aangestoken
En zag hoe in het mistige schijnsel van de brandstapel
Dat beefde tussen vuur en rook
Carthago geluidloos uiteenviel

Lang voor de profetie van Cato.

 

Vertaald door Kees Verheul

 

Joseph Brodsky (24 mei 1940 – 28 januari 1996)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e mei ook mijn blog van 24 mei 2020 en eveneens mijn blog van 24 mei 2018 en ook mijn blog van 24 mei 2015 deel 2.

Jan Baeke, Jane Kenyon

De Nederlands dichter Jan Baeke werd geboren in Roosendaal op 23 mei 1956. Zie ook alle tags voor Jan Baeke op dit blog.

 

Boerenzomer

Ik was gaan kijken of het toonde:
de stand van de zon, zwaluwen onder de dakgoot.

Moeilijk te zeggen.
Al die lege schuren. Overal land

begon dit landschap te zijn
en veel daarin
wat niet hersteld kan worden.

Niet alleen hierheen gekomen
maar ook ingehaald
was ik

een akker naar dit hoofd gedragen
om voor die akker te zijn geweest.

Dit liep uit op zand en stenen
en ik lag daar
tot de regen kwam.

Niemand die zich kan herinneren
wat nog opgeraapt kan worden
en met zorg gedroogd.

 

Ik bel mijn moeder

Ik hoor gerommel in de keuken
artillerievuur, zwaar verkeer vanuit het centrum.

Ik bel mijn moeder op het nummer
waarop ze voor haar dood bereikbaar was en
ze neemt op.

Hoe gaat het? Het gaat goed, zegt ze.
Ik wil haar vragen of ze weet hoe de zorg om
wat er buiten gebeurt vanbinnen werkt.

Ach jongen, de dingen gebeuren omdat
we niet weten hoe ze werken.

Het is goed geluid te vermijden, zegt ze.
Dingen die niet kunnen
zouden geen geluid moeten maken.

 

De boodschap van dit alles

Moeder hangt haar jas over de keukentrap.
Dit is de man met de schouders
die ik liefheb, dit is de juiste lengte
torenhoog.

Dit zijn haar woorden
de man in haar stem
de melk in de pan
het brood op tafel.

Hoe dit alles de keuken verruimt.
Hoe kinderen de minuten tellen.

Moet dan de betekenis nog worden opgezocht
als de lucht over de messen waait
en moeder rokend in de keuken staat
als een braambos, als de slag bij Waterloo?

De boodschap van dit alles is eenvoudig:
er is altijd een reden een keuken te bedenken
maar meer nog

zie hoe alles wordt vervangen

de meld, het brood
het goede van de messen in de keuken
en het langzaam uitdijende fornuis.

 

Jan Baeke (Roosendaal, 23 mei 1956)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het uitpraten met melancholie

2. FLESSEN

Tryptizol, Ludiomil, Doxepine,
Desipramine, Prozac, Lithium, Xanax,
Wellbutrin, Parnate, Nardil, Zoloft.
De gecoate ruiken zoet of hebben
geen geur; de poederige ruiken
naar het scheikundelab op school
waardoor ik mijn adem inhield.

3. SUGGESTIE VAN EEN VRIEND

Je zou niet zo depressief zijn
als je echt in God zou geloven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e mei ook mijn blog van 23 mei 2020 en eveneens mijn blog van 23 mei 2019.

Erik Spinoy, Jane Kenyon

De Vlaamse dichter en schrijver Erik Spinoy werd geboren op 22 mei 1960 in Sint-Niklaas. Zie ook alle tags voor Erik Spinoy op dit blog.

 

Krokodilvormige mummie

(I)
De eeuwenoude, bruin geworden neteldoek
van schemerlicht versluiert de vitrines en
de sarcofagen. Je moet derhalve diep voorover
buigen en je ogen vlakbij het beschot,

de glasplaat, brengen. Pas dan, na die
beweging – de oogbol van een laborant
die neerdaalt naar zijn microscoop – valt
er te onderscheiden. Zoeven zag je van Egyptisch

aardewerk de diggelen en die dan weer
verspreid, verweerd – niet meer te
lijmen. Wat voor je ligt, zijn
scherven van een onherstelbare krokodil.

Wat voor een wezen werd gehouden
is, zoals een schijndeur in
het graf van farao’s, ontmaskerd door
te veel oprechtheid en benadering.

 

Een openbaring

Hoe klemt de deur
tot hij opengaat, zuigend
Wij hijgen,
zinken.

De niet blijde of droeve intrede in
wellicht een kamer,
waar voorwerpen vallen en
niet klinken op

de uitgestrekte vloer.
Zwart stikt er in
Wit. Zeer zeer
Wit.

Er zijn geen gasten en
ze zwijgen. Hoe
ze zwijgen.

 

Electrocutie

Een masker dringt zich op. Zijn mond
aanvaardt de zilversmaak en oud en als
de waarheid wordt hij: het zwijgen opgelegd,
een mantel omgeslagen. Afgezworen.

Stralend als de derde god. Een stang
werd in zijn kruis geboord, een kroon
van draad en snaren opgezet. Verblekend
wacht hij op de stroomstoot. De voltooiing

En hij verliest controle. De bliksem,

De beving vertrapt de tempel
van de leugen. Maar hij (nu koud en zuiver
als alleen de dood) daalt naar de kelder
van de geest. Zo diep in het huis, zo diep

De trappen afgestegen. Een duizeling
bevangt hem van geluk. Alles,
het slapeloze bed, het hangen
zonder wurgen, het zal weldra

Afgelopen zijn.

 

Erik Spinoy (Sint-Niklaas, 22 mei 1960)

 

De Amerikaanse dichteres en vertaalster Jane Kenyon werd geboren op 23 mei 1947 in Ann Arbor, Michigan. Zie ook alle tags voor Jane Kenyon op dit blog.

 

Het uitpraten met melancholie

1. UIT DE KINDERKAMER

Toen ik werd geboren, wachtte je
achter een stapel linnen in de kinderkamer,
en toen we alleen waren, ging je bovenop mij
liggen en perste
de gal van verwoesting in elke porie.

En vanaf die dag maakte
alles onder de zon en de maan
me verdrietig – zelfs de gele
houten kralen die schoven en draaiden
langs een staaf aan mijn wieg.

Je hebt me geleerd te bestaan zonder dankbaarheid.
Je hebt mijn manieren tegenover God verpest:
“We zijn hier gewoon om op de dood te wachten;
de geneugten van de aarde worden overschat.”

Ik bleek alleen van mijn moeder te zijn,
leefde tussen blokken en katoenen hemdjes
met drukknopen; tussen rode blikken lunchboxen
en rapportkaarten in lelijke bruine cassettes.
Ik was al van jou – de anti-drift,
de verminker van zielen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jane Kenyon (23 mei 1947 – 22 april 1995)

 

Zie voor meer schrijvers van de 22e mei ook mijn blog van 22 mei 2020 en eveneens mijn blog van 22 mei 2018.