Erfenis (Ted van Lieshout), David Guterson

 

Bij 4 mei (Dodenherdenking)

 


Oorlogsmonument in Raalte

 

 

Erfenis

Ooit was de wereld in zwart en wit
en van dat verre vroeger bleven beelden
bewaard vol bergen aangeharkte mensen
die vier poten hadden gekregen van de dood,
en uitgewoonde ogen. Ze zagen niet eens
dat ze bloot waren en op elkaar gestapeld,

schaamden zich niet voor hun onverschilligheid,
maalden niet om manieren, bekommerden zich
niet om wie thuis wachtte op een teken van leven.

Ik huilde van schrik; ik erfde hun tranen,
want er moet íemand om ze blijven geven,
nu de wereld in kleur is en in mij ging bestaan.

 


Ted van Lieshout (Eindhoven, 21 december 1955)
Oorlogs- en bevrijdingsmonument in Eindhoven

 

De Amerikaanse dichter en schrijver David Guterson werd geboren op 4 mei 1956 in Seattle. Zie ook alle tags voor David Guterson op dit blog.

 

Het verlaten van de Bardos

Het is een moment van spijt,
Ouders te vinden.
Je wordt wakker in het oude rijk.

Werd je wil geëerbiedigd?
Stel je voor dat alle geliefden in de bewuste nacht
God zagen aan Zijn verre kust.

Je valt erin. Met schuim bedekt, dicht opeen,
Die twee happen naar adem als vissen op een dek
En keren terug naar hun lakens en de geopende deur.

Zo ben je weer gebonden
Met je last, maar zonder staf.
Liefde, jij vreemdeling, is je weg terug.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


David Guterson (Seattle, 4 mei 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 4e mei ook mijn blog van 4 mei  mijn blog van 4 mei 2019 deel 2.

Erik Lindner, Erich Fried

De Nederlandse dichter en schrijver Erik Lindner werd geboren op 3 mei 1968 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Erik Lindner op dit blog.

Uit: 51 manieren om de liefde uit te stellen

“Karmele haalt de sleutel uit het slot en loopt de winkel binnen, houdt de klapdeuren open en laat de honden vrij. Het is het lunchuur, haar vader is gaan zwemmen. De honden lopen met haar mee naar buiten, ze springen tegen haar op en likken haar handen. Ze sluit af, steekt het plein over en gaat de straat in die uitkomt bij de haven. Hier is het stukken lichter dan in de oude stad, de baai kromt tot aan de bergen op het einde. Een eilandje ligt midden in de baai, op de kustlijn met de uitlopers aan beide kanten. De honden rennen heen en weer, houden telkens stil om even ergens aan te snuffelen, ze blaffen naar de laagvliegende meeuwen. Karmele loopt langzaam over de kade. Ze draagt een witte blouse en een ruimvallende lange rok. Achter haar tekent de Monte Urgull zich af, de berg op het schiereiland. Er staat een Jezus-beeld op de top met een antenne op zijn rug. De haven op dit uur is rustig, her en der dobberen aangemeerde vissersboten. De twee honden liggen hijgend op hun zij op de kade. Kerkklokken klinken op uit de binnenstad. Karmele is gaan zitten, heeft een been opgetrokken en steunt met haar arm op haar knie, haar andere been hangt over de rand van de kade boven het water. Ik weet niet wat ze denkt, zelfs niet of ze vrolijk is of niet, ik weet alleen dat ze zolang ze thuis is hier elke dag zit.
De stad aan de baai is een klein labyrint. Ik kan er een tekening van maken met naast het schiereiland een windroos in zee, twee dwarsstreepjes voor de toegangen naar het centrale plein, de huizenblokken volgekrast. Ik kan met mijn vinger door de plattegrond van straten gaan. De berg op het schiereiland wordt omcirkeld door een grote lus, erbinnen kringelen hoogtestrepen. Links begint onder de haven de lange baai, die beslaat een kromming waarvoor het blad niet groot genoeg is. Aan de overkant van het kanaal dat naast het schiereiland uitmondt in zee, zijn de straten veel breder en lopen naar het station waar de trein uit het binnenland aankomt en omkeert naar de grens, niet ver in het noorden, bij de uitlopers van de bergen.
Aan de ene kopse kant van het plein is een terras, aan de andere kant de bibliotheek. De balkons aan de lange kanten zijn op alle etages genummerd. Daar is een sjabloon voor gebruikt, de cijfers zijn identiek en lijken op die van een typmachine.”

 


Erik Lindner (Den Haag, 3 mei 1968)

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Erich Fried op dit blog.

 

Oefeningen met het oog op een wonder

Voor de lege bouwplaats
met gesloten ogen wachten
tot het oude huis
er weer staat en open is

Naar het stilstaande uurwerk
zo lang kijken
tot de secondewijzer
zich weer beweegt

Aan je denken
tot de liefde
voor jou
weer gelukkig mag zijn

Het opwekken
van doden
is dan
heel eenvoudig

 

Vertaald door Harry Gielen

 


Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e mei ook mijn blog van 3 mei 2022 en ook mijn blog van 3 mei 2020 en eveneens mijn blog van 3 mei 2019 en ook mijn blog van 3 mei 2017 en mijn blog van 3 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Rob Waumans, Gottfried Benn

De Nederlandse schrijver Rob Waumans werd geboren in Alkmaar op 2 mei 1977. Zie ook alle tags voor Rob Waumans op dit blog.

Uit: Oevers

“Daar is de rivier. Ze staken hem deze vakantie regelmatig over bij hun tochtjes naar de bergen, naar dorpjes en het zwemmeer. Toch is hij verrast. Het water stroomt geruisloos maar razendsnel. Op het pad staat hij even stil. Vanwege de kracht waarmee het ijsblauwe water in westelijke richting naar de veertien kilometer verderop gelegen hydraulische krachtcentrales dendert, verwacht hij geraas, maar het enige dat hij hoort zijn koolmezen, lijsters en de alarmroep van een merel. Uit zijn keel ontsnapt een lage bromtoon, als uiting van tevredenheid. Het onlangs geasfalteerde pad doet hem aan de fietspaden in eigen land denken. Hij komt in beweging, stroomopwaarts, in de richting van de besneeuwde toppen die door de zon feloranje kleuren. De vogels, het water, de afwezigheid van mensen, de kalme tred en het pad dat recht als een schietlood voor hem ligt, zouden hem moeten ontspannen, maar dat lukt nauwelijks.
Elf dagen geleden waren ze op de kleine camping gearriveerd. Onmiddellijk nadat Luc de auto bij de tent had geparkeerd, trok Boaz – de oudste – zijn step uit de achterbak en reed erop weg om de camping te verkennen. Rik sjorde een tas uit de achterbak, sleepte hem naar de tent en probeerde daarna een plastic krat met boodschappen uit de auto te tillen. Luc kon niet voorkomen dat een fles wijn op het grindpad uiteenspatte. Hij bleef kalm, wat hij als een bescheiden overwinning beschouwde. Rik vertrok daarna ook op zijn step, maar pas nadat Luc met een zwarte marker het nummer van de staanplaats op zijn handje had geschreven en hem een paar ijkpunten in de buurt van hun tent – het doucheblok, de zendmast – had aangewezen. Luc veegde de scherven bij elkaar, haalde de rest van de bagage uit de auto, zette de tassen met kleding in de slaapruimtes en ruimde het keukentje in. Van de zes blikjes Heineken zette hij er vier in de koelkast en twee in de vriezer. Deze safaritent was kleiner dan die bij voorgaande vakanties. Dit jaar had hij via een andere reisorganisatie geboekt en hij had nu al spijt dat hij van zijn routine was afgeweken.”

 


Rob Waumans (Alkmaar, 2 mei 1977)

 

De Duitse dichter en schrijver Gottfried Benn werd geboren in Mansfeld op 2 mei 1886. Zie ook alle tags voor Gottfried Benn op dit blog.

 

Chopin

Niet erg vlot in het gesprek,
meningen vormden niet zijn sterkste zijde,
meningen praten om de zaken heen,
wanneer Delacroix theorieen ontwikkelde
werd hij onrustig, terwijl hij op zijn beurt
niets zinnigs kon zeggen over de nocturnen.

Zwakke minnaar;
schaduw in Nohant
waar George Sands kinderen
zijn pedagogiese adviezen
in de wind sloegen.

Longziekte met een verloop
dat langdurig is,
vol bloedingen en vorming van littekens;
stille dood
in tegenstelling tot een dood
met pijnparoxismen
of door geweersalvo’s:
men schoof de vleugel (Erard) voor de deur
en Delphine Potocka
zong in het laatste uur
voor hem een viooltjeslied.

Hij reisde naar Engeland met drie vleugels:
Pleyel, Erard, Broadwood,
speelde ’s avonds voor twintig guineas
een kwartier lang
bij de Rothschilds, de Wellingtons, in Strafford House
en voor talrijke Kousebanden;
grauw van vermoeidheid en doodsbesef
keerde hij terug
op de Square d’Orleans.

Toen verbrandde hij zijn schetsen
en manuskripten,
vooral geen restanten, fragmenten, notities,
die vormen van verraderlijke inkijk –
en tenslotte zei hij:
‘Mijn pogingen zijn voltooid naarmate
het mij mogelijk was.’

Iedere vinger moest spelen
met de kracht die bij zijn bouw past,
de vierde is de zwakste
(slechts siamees met de middelvinger).
Als hij begon lagen ze
op e, fis, gis, b, c.

Wie ooit bepaalde preludes
van hem hoorde,
in buitenhuizen of
in een bergdorp
of vanuit open verandadeuren,
bijvoorbeeld uit een sanatorium,
zal dat moeilijk vergeten.

Komponeerde nooit een opera,
geen enkele symfonie,
alleen deze tragiese progressies
vanuit artistieke overtuiging
en met een kleine hand.

 

Vertaald door Huub Beurskerns

 


Gottfried Benn (2 mei 1886 – 7 juli 1956)

 

Zie voor de schrijvers van de 2e mei ook mijn blog van 2 mei 2022 en ook mijn blog van 2 mei 2021 en ook mijn blog van 2 mei 2018 en ook mijn blog van 2 mei 2017 en ook mijn blog van 2 mei 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Ehre der Arbeit (Ferdinand Freiligrath), Aleksander Wat

 

Bij 1 mei

 


The History of Labour door Maureen Scott, 1975

 

 

Ehre der Arbeit

Ehre der Arbeit
Wer den wucht’gen Hammer schwingt;
Wer im Felde mäht die Ähren;
Wer ins Mark der Erde dringt,
Weib und Kinder zu ernähren;
Wer stroman den Nachen zieht;
Wer bei Woll’ und Werg und Flachse
Hinterm Webestuhl sich müht,
Daß sein blonder Junge wachse: –

Jedem Ehre, jedem Preis!
Ehre jeder Hand voll Schwielen!
Ehre jedem Tropfen Schweiß,
Der in Hütten fällt und Mühlen!
Ehre jeder nassen Stirn
Hinterm Pfluge! – Doch auch dessen,
Der mit Schädel und mit Hirn
Hungernd pflügt, sei nicht vergessen!

 


Ferdinand Freiligrath (17 juni 1810 – 18 maart 1876)
Het centrum van Detmold, de geboorteplaats van Ferdinand Freiligrath

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau. Zie ook alle tags voor Aleksander Wat op dit blog.

 

Voor het zelfportret van Dürer in Weimar
(in twee variaties)

1

Je lichaam kleurt groen van schrik,
wanneer je ’s nachts wakker wordt. Om het angst waardig tegemoet
te treden,
ga je naakt voor de spiegel staan, met de kaars in de hand.
Elke vezel van je lichaam
bezwijmt van afgrijzen,
siddert van angst.
Wat vreselijk om ’s nachts je spiegelbeeld tegen te komen,
wanneer het je ’s nachts wekt: ‘Kom,’ roept het, ‘kom, ventje.’
En vervolgens zonder poespas: ‘En nu terug!’
Als een korporaal tegen een recruut, die van het slagveld weg dacht te
komen.
Vruchteloos.
De kachels zijn al opgestookt. De rookt stijgt hemelwaarts.
‘Terug,’
beveelt de korporaal. En jij weet: terug nergens heen.
Naar het niets.
Dat een kluwening van doodschrik is
waarvan het haar de oerarchaïsche Medusa te berge rijst.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 


Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e mei ook mijn blog van 1 mei 2021 en ook mijn blog van 1 mei 2020 en eveneens mijn blog van 1 mei 2019 en ook mijn blog van 1 mei 2016 deel 1 en deel 2 en eveneens deel 3.