In Memoriam Edward Albee

In Memoriam Edward Albee

 De Amerikaanse toneelschrijver Edward Albee is op 88-jarige leeftijd overleden. Edward Albee werd geboren op 12 maart 1928 in Washington DC. Zie ook alle tags voor Edward Albee op dit blog.

Uit: Who’s Afraid of Virginia Woolf?

„GEORGE. Well. just stay on your feet, that’s all These people are your guess, you know, and…
MARTHA. I can’t even see you I haven’t been able to see you for years…
GEORGE. if you pass out, or throw up, or something…
MARTHA. I mean, you’re a blank, a cipher…
GEORGE. and try to keep your clothes on. too. There aren’t many more sickening sights than you with a couple of drinks in you and your skirt up over your head…
MARTHA : …..a zero………
GEORGE. . . . your heads I should say . .. (The fiontdoorbell chimes.)
MARTHA: Party! Party!
GEORGE. Murderously) I’m really looking forward to this, Martha…
MARTHA. (Same) Go answer the door.
GEORGE. (Not moving.) You answer it.
MARTHA. Get to that door, you. (He does not move.) I’ll fix you, you…
GEORGE. (Fake-spits.) To you (Door chime again.)
MARTHA. (Shouting… to the door.) C’MON IN! (To George, between her teeth.) I said, get over there!
GEORGE. (Moving toward the door.) All right, love whatever love wants. Isn’t it nice the way some people have manners, though, even in this day and age? Isn’t it nice that some people won’t just come braking into other people’s house: even if they do hear some subhuman monster yowling at ’em from inside…?

 

 
Scene uit de film van Mike Nichols met o.a. Richard Burton en Elizabeth Taylor (1966)

 

MARTHA. FUCK YOU! (Simultaneously with Martha’s last remark, George flings open the font door. Honey and Nick are framed in the entrance. There is a brief silence then…)
GEORGE. (Ostensibly a pleased recognition of Honey and Nick, but really satifaction at having Martha’s explosion overheard)
Ahhhhhhhhh!
MARTHA. (A little too loud… to cover) HI! Hi, there…c’mon in!
HONEY and NICK. (Ad lib.) Hello, here we are hi… (Etc.)
GEORGE. (Very matter-off-factky) You must be our little guests.
MARTHA. Ha, ha, ha, HA! Just ignore old sour-puss over there. C’mon in, kids give your coats and stuff to sour-puss.
NICK. (Without expression.) Well, now, perhaps we shouldn’t have come.
HONEY. Yes… it is late, …and…
MARTHA. Late! Are you kidding? Throw your stuff down anywhere and c’mon in.
GEORGE. (Vaguely walking away) Anywhere . .. furniture, floor doesn’t make any difference around this place.
NICK. (To Honey) I told you we shouldn’t have come.
MARTHA. (Stentorian) I said c’mon in! Now c’mon!”

 

 
Edward Albee (12 maart 1928 – 16 september 2016)

Bewaren

In Memoriam Elie Wiesel

In memoriam Elie Wiesel

De Amerikaans Joodse schrijver en Holocaust-overlevende Elie Wiesel is op 87-jarige leeftijd overleden. Elie Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Elie Wiesel op dit blog.

Uit: Night

“There are no Kabbalists in Sighet,” my father would often tell me.
He wanted to drive the idea of studying Kabbalah from my mind. In vain. I succeeded on my own in finding a master for myself in the person of Moishe the Beadle.
He had watched me one day as I prayed at dusk.
“Why do you cry when you pray?” he asked, as though he knew me well.
“I don’t know,” I answered, troubled.
I had never asked myself that question. I cried because … because something inside me felt the need to cry. That was all I knew.
“Why do you pray?” he asked after a moment.
Why did I pray? Strange question. Why did I live? Why did I breathe?
“I don’t know,” I told him, even more troubled and ill at ease. “I don’t know.”
From that day on, I saw him often. He explained to me, withgreat emphasis, that every question possessed a power that was lost in the answer …
Man comes closer to God through the questions he asks Him, he liked to say. Therein lies true dialogue. Man asks and God replies. But we don’t understand His replies. We cannot understand them. Because they dwell in the depths of our souls and remain there until we die. The real answers, Eliezer, you will find only within yourself.
“And why do you pray, Moishe?” I asked him.
“I pray to the God within me for the strength to ask Him the real questions.”
We spoke that way almost every evening, remaining in the synagogue long after all the faithful had gone, sitting in the semidarkness where only a few half-burnt candles provided a flickering light.
One evening, I told him how unhappy I was not to be able to find in Sighet a master to teach me the Zohar, the Kabbalistic works, the secrets of Jewish mysticism. He smiled indulgently. After a long silence, he said, “There are a thousand and one gates allowing entry into the orchard of mystical truth. Every human being has his own gate. He must not err and wish to enter the orchard through a gate other than his own. That would present a danger not only for the one entering but also for those who are already inside.”
And Moishe the Beadle, the poorest of the poor of Sighet, spoke to me for hours on end about the Kabbalah’s revelations and its mysteries. Thus began my initiation. Together we would read, over and over again, the same page of the Zohar. Not to learn it by heart but to discover within the very essence of divinity.
And in the course of those evenings I became convinced that Moishe the Beadle would help me enter eternity, into that time when question and answer would become ONE.”


Elie Wiesel (30 september 1928 – 2 juli 2016)

 

In Memoriam Henk Hofland

In Memoriam Henk Hofland

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland is dinsdagochtend overleden. Hij is 88 jaar oud geworden. Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook alle tags voor Henk Hofland op dit blog.

Uit: Tegels lichten

“Van Troelstra is de waarneming afkomstig, dat na de invoering van het algemeen kiesrecht de bourgeoisie zich van de democratie en het parlementarisme heeft afgekeerd en ook in Nederland sympathie heeft gekregen voor een beetje dictatuur. In mei 1940 stond het er met de Nederlandse democratie niet uitstekend voor, zoals ook toen al vaak werd vastgesteld. Maar de kritiek kwam van twee kanten. Er was een sociaaldemocratische en vrijzinnig liberale minderheid, die via de parlementaire democratie naar emancipatie streefde. En er was een niet geringe, zelfbewuste minderheid die vond dat er al meer dan genoeg werd geëmancipeerd, dat al veel te veel mensen hun neus in de publieke zaak staken, en dat de parlementaire democratie dit hinderlijke proces alleen maar bevorderde, zodat een manier moest worden gevonden om in te grijpen (typische term uit de notabele woordenschat). De eerste vorm van kritiek wilde zichzelf versterken met behulp van de parlementaire methoden; de tweede wilde ook een versterkte positie, maar ten koste van het democratische systeem.
In mei 1940 werden daarom de critici van de eerstgenoemde soort van een probleem verlost: de democratische procedures werden opgeheven. Voor de anderen ontstond min of meer per mirakel het praktische vraagstuk van het wegen en grijpen der nieuwe kansen.
Het morele onderzoek dat hierop betrekking heeft, is nog altijd in volle gang, maar komt in dit verhaal niet voor. Vandaar dat hierna geen sprake zal zijn van goed of fout gedrag, collaboratie, onverzoenlijkheid, vaderlandsliefde, landverraad, enz. Het gaat er meer om, een verschijnsel in de Nederlandse politiek te beschrijven dat niet tot de oorlog is beperkt, maar dat voor 1940 ook al bestond en dat na 1945 zijn invloed op het Bestel onverzwakt heeft behouden. Dat is misschien niet de sympathie van de ‘bourgeoisie’ van Troelstra voor ‘het kleine beetje dictatuur’. Het is meer het gevoel of het besef dat heerst bij menig bestuurder, autoriteit, politicus, directeur en magistraat, zijn natuurlijk inzicht, dat hij en zijn gelijken het onvervreemdbare monopolie hebben om te bekokstoven. We hebben niet te doen met een kwaadwillig potentatisme, maar met het voortdurend nemen van ‘rustige, weloverwogen beslissingen’, gedekt door de magie der geheimhouding en een passende gelegenheidsideologie.”

 
Henk Hofland (20 juli 1927 – 21 juni 2016)

In Memoriam Benoîte Groult

In Memoriam Benoîte Groult
 

De Franse feministische schrijfster Benoîte Groult is gisteren op 96-jarige leeftijd overleden. Dat heeft haar familie bekendgemaakt. Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook alle tags voor Benoîte Groult op dit blog.

Uit: Mon évasion

« Ce ne serait sans doute pas inintéressant de le savoir et c’est indispensable pour les psychanalystes face à des patients qui souffrent de leur enfance comme d’une plaie qui ne veut pas se refermer. Autrefois on se passait très bien d’enfance. Elle n’occupait pas la place primordiale dans une exis-tence.
Elle n’occupera pas non plus une place primor-diale dans ce livre. Car je n’ai aucun procès à ins-truire, aucune rancune à assouvir, aucune excuse à invoquer pour expliquer que je n’aie pas été une surdouée ou un de ces cancres magnifiques que tant d’écrivains se vantent d’avoir été. L’éducation qu’on me donnait, en revanche, les personnes qui me la dis-pensaient jettent un éclairage indispensable pour comprendre comment je suis devenue cette adoles-cente timorée et incapable d’exploiter ses dons, alors que tant de fées s’étaient penchées sur mon berceau.
J’étais une gentille petite fille avec de très grands yeux bleus un peu fixes, une frange de cheveux châ-tains bien raides et une bouche trop charnue pour l’époque et que je laissais souvent ouverte, ce qui me donnait un air débile qui désolait ma mère. Comme elle n’était pas femme à se désoler mais à agir, afin de me rappeler de mimer cette bouche en cœur qui était à la mode pour les filles dans les années 30, elle me soufflait en public, dans un chuchotement que je jugeais tonitruant : « Pomme, Prune, Pouce, Rosie ! »
Je ne lui ai jamais répondu « Zut Maman ! ». Je devais bien être débile quelque part… Docile, je ras-semblais mes deux lèvres pour qu’elles ressemblent à celles de ma sœur qui étaient parfaites. Comme tout le reste de son être aux yeux de ma mère. Ah ! se dit le psy, l’air connu de la jalousie !
Eh bien non, même pas. J’aimais ma petite sœur, de quatre ans ma cadette et, en tout cas, je ne l’ai jamais haïe. Je l’ai à peine torturée, de bonnes grosses bri-mades bien innocentes. Après tout, je n’avais jamais prétendu adorer ma mère comme elle. Il est donc normal que maman préférât le genre de beauté de Flora et l’attachement passionné qu’elle lui a d’ail-leurs voué toute sa vie.”

Benoîte Groult (31 januari 1920 – 20 juni 2016)

 

C. Buddingh’-Prijs voor Marieke Rijneveld

C. Buddingh’-Prijs voor Marieke Rijneveld

Het beste Nederlandstalige poëziedebuut van het afgelopen jaar is geschreven door de Nederlandse dichteres en schrijfster Marieke Rijneveld. Voor haar bundel Kalfsvlies kreeg ze donderdag de C. Buddingh’-Prijs. Rijneveld nam de prijs in ontvangst op het Poetry International Festival in Rotterdam. Marieke Rijneveld werd geboren in Nieuwendijk in 1991. Zie ook alle tags voor Marieke Rijneveld op dit blog.

 

Hol genoeg om een echo te verbergen

We mochten geen vragen stellen maar wel antwoorden bedenken, mama huilde
veel in de tijd dat we nog geen meter waren en ze ons leerde dat de dood een echo
had die nasuisde tot ver in je trommelvliezen, vergat steeds om mijn koude
handen in mijn broekzakken te steken, ze niet tot vuist te maken maar plat

zoals ik ze op de glasplaat van de kist van mijn broer liet vallen als twee
vochtige zeesterren, de zee zich ineens boven onze hoofden bevond
iemand had de vloer weggeschoven en niet meer teruggelegd zei opa die
mijn angsten tot duiven vormde: om ze tam te maken

moest ik ze van kop naar staart aaien en één keer in de week loslaten in
het weiland achter de stal, toekijken hoe ze wegvlogen maar in de nacht tikten ze
weer met hun snavels tegen het slaapkamerraam, belde hij in paniek de loodgieter
uit de straat omdat er gaten in zijn kleinkinderen zaten, ze lekten liters tranen.

Troosten was toen nog als inparkeren, het is meten en weten en toch schat je het
vaak te krap in, blijf je zoeken naar de juiste plaats, een omhelzing heeft soms
ook meerdere rondjes om elkaar heen nodig. Op tafel stonden theeglazen
gevuld met jenever, vreemde wijsvingers roerden door de ijsklontjes er klonk vrolijk

gerinkel terwijl de dood nog een klap moest maken zoals antwoorden een paar
seconden de tijd nodig hebben om te landen in hoofden van publiek, waren
wij hier het publiek of hadden we andermans broekzakken nodig om de warmte van
een lichaam te voelen, ik pakte een wijsvinger en opende mijn mond, roer maar dacht

ik nog laten we doen alsof we elkaar beet willen pakken maar we steeds van elkaar
wegglippen, terugtrekken betekende dat de klap niet bij iedereen hetzelfde
binnenkwam, zij niet hol genoeg waren om de echo te verbergen.

Naast de dominee stond de tandarts, de enige man in ons leven die oog had
voor alles wat we voor onze kiezen kregen en begreep dat ‘s nachts onze oren in
zeeschelpen veranderden waarin we niet de zee hoorden suizen maar de dood
broer steeds weer in ons hart naar boven kwam gedreven.

 

 
Marieke Rijneveld  (Nieuwendijk, 20 april 1991)

In Memoriam Peter Shaffer

In Memoriam Peter Shaffer

 

De Britse toneelschrijver Peter Shaffer is maandag op 90-jarige leeftijd in Ierland overleden. Peter Shaffer werd geboren op 15 mei 1926 in Liverpool.  Zie ook alle tags voor Peter Schaffer op dit blog.

Uit: Equus

„DYSART Me?
HESTHER I mean, to hospital.
DYSART Now look, Hesther. Before you say anything else, I can take no more patients at the moment. I can’t even cope with the ones I have.
HESTHER You must.
DYSART Why?
HESTHER Because most people are going to be disgusted by the whole thing. Including doctors.
DYSART M AY I REMIND YOU I SHARE THIS ROOM WITH TWO
HIGHLY competent psychiatrists?
HESTHER Bennett and Thoroughgood. They’ll be as shocked as the public.
DYSART T HAT ‘ S AN ABSOLUTELY UNWARRANTABLE STATEMENT .

 
Scene uit een opvoering in Londen, 2012

 

HESTHER O H , THEY ‘ LL BE COOL AND EXACT . A ND
UNDERNEATH they’ll be revolted, and immovably English. Just like my bench.
DYSART Well, what am I? Polynesian?
HESTHER You know exactly what I mean!……
(pause) Please, Martin. It’s vital. You’re this boy’s only chance.
DYSART Why? What’s he done? Dosed some little girl’s Pepsi with Spanish Fly? What could possibly throw your bench into two-hour convulsions?
HESTHER He blinded six horses with a metal spike.
A long pause.
DYSART Blinded?
HESTHER Yes.
DYSART All at once, or over a period?
HESTHER All on the same night.“

 

 
Peter Shaffer (15 mei 1926 – 6 juni 2016)

Fintro Literatuurprijs 2016 voor Hagar Peeters

Fintro Literatuurprijs voor Hagar Peeters

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hagar Peeters heeft de eerste Fintro Literatuurprijs gewonnen met haar debuutroman “Malva”. De prijs is de opvolger van de Gouden Boekenuil en wordt nu voor het eerst gewonnen door een vrouw. De lezersjury koos voor “De onderwaterzwemmer” van P.F. Thomése. Hagar Peeters werd geboren in Amsterdam op 12 mei 1972. Zie ook alle tags voor Hagar Peeters op dit blog.

Uit: Malva

“Mijn naam is Malva Marina Trinidad del Carmen Reyes, voor mijn vrienden hier Malfje; Malva voor alle anderen. Ik kan ter zelfrechtvaardiging melden dat ik die naam natuurlijk niet zelf heb bedacht. Dat is gedaan door mijn vader. Je kent hem wel, de grote dichter. Zoals hij zijn gedichten en zijn dichtbundels titels gaf, zo gaf hij mij een naam. Maar nooit noemde hij die in het openbaar. Mijn eeuwige leven begon na mijn dood in 1943 in Gouda. Mijn begrafenis telde een handjevol mensen. Heel anders dan de begrafenis van mijn vader, dertig jaar later in Santiago de Chile.
Op een manier waaraan Sokrates nog een puntje had kunnen zuigen, ontsliep mijn vader in het Santa Mariaziekenhuis in Santiago nadat bij hem de hysterie was gesmoord die hem had bevangen na het aanhoren van zo veel mensonterend onrecht dat hij, die altijd vriendelijk en kalm was geweest, en zelfs onder de meest bloedstollende omstandigheden het hoofd koel had gehouden, ontstak in tirades en wanhopig geschreeuw, kortom: tekeerging als een bezetene, maar daar was al de dokter in witte jas geweest die hem met een kalmeringsinjectie tot rust had gebracht, en de zoete slaap waarin hij vervolgens was gegleden, maakte een ellenlange uitglijder en werd een glijbaan waaraan maar geen einde kwam, zo voelde mijn vader onder in zijn buik hoe hij de heerlijke afdaling inzette terwijl hij in werkelijkheid aan het opstijgen was tot de regionen van het hiernamaals, waarin ik hem nog lang niet zal aantreffen maar waar hij zich wel degelijk moet bevinden want het hiernamaals is groot en bovendien was hij zo dood als een pier, wat de artsen de volgende dag eensluidend vaststelden aan de hand van zijn gestaakte polsslag en gegeven het onmiskenbare feit dat ook zijn ogen gesloten bleven en er niets maar dan ook niets meer aan hem bewoog; nog geen zuchtje wind ging er door die ledematen, die stokstijf bleven alsof zonsverduistering en hartje winter in één klap en op hetzelfde moment waren ingevallen.
Ik rekte deze zin opzettelijk om gedurende het verstrijken ervan mijn vader de tijd te geven op zijn gemak het leven te verlaten en de dood binnen te treden.
Ik rekte deze zin opzettelijk om gedurende het verstrijken ervan mijn vader de tijd te geven op zijn gemak het leven te verlaten en de dood binnen te treden.
Het verlies was aan zijn weduwe Matilde Urrutia. Zij boog voor de dode, kuste zijn handen, tastte op de grond naast het bed naar de uit zijn hand gegleden vulpen, vond die uiteindelijk toen ze al op haar knieën zat en haar armen uitstrekte tot onder het bed, waarna zij de verpleegster mopperend om een bezem verzocht om het ding naar zich toe te bewegen, ze stak hem achter haar rechteroor onder een nonchalant vallende haarlok, olijke, onverbeterlijke Patoja, en nam zich voor er later zijn eigen herinneringen mee af te schrijven, en daarna ook die van haarzelf aan hun leven samen.”

Hagar Peeters (Amsterdam, 12 mei 1972)

 

Lees verder “Fintro Literatuurprijs 2016 voor Hagar Peeters”

Libris Literatuur Prijs 2016 voor Connie Palmen

Libris Literatuur Prijs 2016 voor Connie Palmen

De Libris Literatuur Prijs 2016 is maandagavond naar Connie Palmen gegaan voor de roman “Jij zegt het.” In ‘Jij zegt het’ wordt de noodlottige liefde beschreven tussen de dichters Ted Hughes en Sylvia Plath. Behalve een cheque ter waarde van 50.000 euro ontving Connie Palmen een bronzen legpenning, die haar werd uitgereikt door minister Jet Bussemaker. De andere genomineerden waren Alex Boogers met ‘Alleen met de goden’, Joke van Leeuwen met ‘De onervarenen’, Inge Schilperoord met ‘Muidhond’, P.F. Thomése met ‘De onderwaterzwemmer’ en Thomas Verbogt met ‘Als de winter voorbij is’ Connie Palmen werd op 25 november 1955 geboren in Sint Odiliënberg. Zie ook alle tags voor Connie Palmen op dit blog.

Uit:Jij zegt het

“Ze was onvermoeibaar, mijn van energie stuiterende bruid. Zodra ze thuis was, de colleges voor de volgende dag had voorbereid, had gekookt, gebakken, geboend en gewassen, ging ze achter de typemachine zitten om ons werk uit te typen, van een begeleidend schrijven te voorzien en de wereld in te sturen. Sinds we weer dicht bij elkaar waren, kon ik nauwelijks de stroom aan poëtische ideeën en invallen bijhouden, schreef elke dag, het ene gedicht na het andere. Zij hield meticuleus een dagboek bij, zat een leven op de hielen dat pas geleefd was zodra ze het had beschreven, verstuurde wekelijks brieven aan haar moeder en soms aan haar broer, werkte moeizaam aan een roman, en maakte zo nu en dan een gedicht. Naast Shakespeare en Yeats lazen we vooral de eigen gedichten hardop aan elkaar voor, leverden waar nodig commentaar, schaafden ze bij, lazen ze opnieuw voor.
In de eerste winter van ons huwelijk kwamen – naast de talloze afwijzingen die op haar het effect hadden van een rode lap op een stier en een nog woedendere scheppingsdrift losmaakten – de eerste lofzangen binnen, toezeggingen van gerenommeerde tijdschriften, verzoeken om meer werk, en een bescheiden extra inkomen.
Soms was de nacht al begonnen als we, moe van het geconcentreerde werken, bij het ouijabord gingen zitten, de toppen van onze wijsvingers op het glas legden, en eens wat geesten uitnodigden om het ingespannen denkwerk over te nemen, ons te inspireren, te laten huiveren of aan het lachen te maken. Het wachten op beweging is als vissen, spannend en ontspannend tegelijkertijd. Gebeurt er iets? Beweegt er iets onder het oppervlak? Is er leven dat ik nog niet zie, maar zich kenbaar maakt zodra het toehapt? Wat komt er aan het licht?
De eerste keer dat ik met mijn bruid achter het bord zat, pen en papier bij de hand, en we na de invitatie aan de ether of aan ons onderbewuste – Is er iemand? – een poosje wachtten, en toen het omgekeerde glas opeens naar ‘ja’ zagen schuiven, keek ze me met wantrouwige ogen aan. Ze geloofde het niet. Ze verdacht me ervan dat ik het uit ongeduld naar de linkerhoek duwde. Ik ontkende. Als we al iets doen, doen we het samen, dat is de magie van de vermenging.”

 
Connie Palmen (Sint Odiliënberg, 25 november 1955)

Thijs Zonneveld, Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning

 

Dolce far niente (Bij de Giro D’Italia in Nederland)

 

 
De Giro D’italia in Nijmegen

 

Uit: De Giro is honderdduizend keer mooier (Column)

“Vanwege de roze leiderstrui, want mooi roze is niet lelijk.
Vanwege Coppi.
Vanwege Bartali.
Vanwege de spaghetti, die de komende drie weken níet als één natte klomp in een pan wordt opgediend.
Vanwege de achtenveertig haarspeldbochten van de Stelvio.
Vanwege de Zoncolan, een berg zo steil dat je hoogtevrees krijgt als je achterom kijkt.
Vanwege de Gazzetta dello Sport, de enige krant die je dochter van twee ook mooi vindt (‘Oeeeeehhhh, roze!’).
Omdat er geen Bocht Zeven is, waar stomdronken carnavalssupporters in wortelpakken bier over renners smijten.
Omdat er geen zeshonderd ploegen zijn die van elke etappe een massasprint willen maken.
Omdat voor de televisie hangen op een regenachtige dinsdagmiddag in mei veel leuker is dan tv kijken bij vijfentwintig graden in juli.
Omdat er voor deze wedstrijd geen bedrijfstoto is die wordt gewonnen door de koffiejuffrouw die nooit naar wielrennen kijkt.
Vanwege de rondemissen.”

 

 
Thijs Zonneveld (Sassenheim, 28 september 1980)

Lees verder “Thijs Zonneveld, Willem Elsschot, Almudena Grandes, Christoph Marzi, Edgar Cairo, Volker Braun, Robert Browning”

400e sterfdag William Shakespeare, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel

400e sterfdag William Shakespeare

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog. William Shakespeare is vandaag precies 400 jaar geleden overleden.

Uit: Sonnets

I

From fairest creatures we desire increase,
That thereby beauty’s Rose might never die
But, as the riper should by time decease,
His tender heir might bear his memory.
But thou, contracted to thine own bright eyes,
Feed’st thy light’s flame with self-substantial fuel,
Making a famine where abundance lies.
Thyself thy foe, to thy sweet self too cruel.
Thou that art now the world’s fresh ornament
And only herald to the gaudy spring,
Within thine own bud buriest thy content
And, tender churl, mak’st waste in niggarding.
Pity the world, or else this glutton be:
To eat the world’s due, by the grave and thee.

 

XVIII

Shall I compare thee to a summer’s day?
Thou art more lovely and more temperate:
Rough winds do shake the darling buds of May,
And summer’s lease hath all too short a date:
Sometime too hot the eye of heaven shines,
And often is his gold complexion dimm’d;
And every fair from fair sometime declines,
By chance, or nature’s changing course, untrimm’d;
But thy eternal summer shall not fade
Nor lose possession of that fair thou ow’st;
Nor shall Death brag thou wander’st in his shade,
When in eternal lines to time thou grow’st;
So long as men can breathe or eyes can see,
So long lives this, and this gives life to thee.

 

XVIII

U vergelijken met een zomerdag?
Neen, lieflijker en zachter nog zijt gij:
De meiwind striemt de knoppen slag op slag
En o, de zomer vliedt te snel voorbij.

Soms worden wij door ’t hemelsoog verschroeid
En dikwijls is zijn gouden gloed verduisterd;
Al ’t schone heeft zijn tijd dat het niet bloeit,
Door ’t wislend kansspel der natuur ontluisterd.

Uw zomertijd zal echter nooit vergaan
Noch zich ontdoen van ’t schone in u verkregen;
Nooit zal de dood zijn schaduw om u slaan,
De toekomst groeit ge in eeuw’ge verzen tegen:

Zolang als er nog iemand ziet en hoort,
Leeft ge in mijn verzen met mijn verzen voort.

Vertaald door W. van Elden

 

XVIII

Zal ik je meten met een zomerdag?
Jij bent lieflijker en kent meer maat.
Storm beukt wat ik in Mei als knopjes zag;
te snel verliest de zomer zijn mandaat.

Soms schijnt het oog des hemels veel te heet;
vaak is zijn gouden teint van korte duur;
en al wat glanst verliest ooit toch het kleed
ontluisterd door het lot of de natuur.

Jij bent de zomer die voor eeuwig straalt,
en nooit verloren gaat jouw gouden schijn;
nooit grijnst de dood dat je in zijn schaduw dwaalt,
daar jij tijdloos doorleeft in eeuwige lijn.

Zo lang de mens kan ademen, ogen zien,
Zo lang leeft dit, en dus jij bovendien.

Vertaald door Jan Jonk

 
William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Shakespeare in Leicester Square, Londen

Lees verder “400e sterfdag William Shakespeare, Andrey Kurkov, Pascal Quignard, Peter Horst Neumann, Halldór Laxness, Christine Busta, Adelheid Duvanel”