Édouard Louis

De Franse schrijver Édouard Louis werd geboren als Eddy Bellegueule op 30 oktober 1992 in Hallencourt, Somme, in het noorden van Frankrijk, wat tevens de achtergrond is van zijn eerste roman “En finir avec Eddy Bellegueule” (in het Nederlands verschenen met als titel “Weg met Eddy Bellegueule”). Louis groeide op in een arme familie: zijn vader, een fabrieksarbeider, werd wegens zijn langdurige zware lichamelijke werk invalide, arbeidsongeschikt en werkloos; zijn moeder had af en toe werk in de ouderenzorg. De familie moest leven van de bijstand. De armoede, het racisme, het alcoholisme en de afschuw van zijn homoseksualiteit waarmee Louis tijdens zijn jeugd werd geconfronteerd, zijn de voornaamste onderwerpen van zijn literaire werk. Intellectueel is hij sterk geïnspireerd door de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Hij was de eerste van zijn familie die naar de universiteit ging en in 2011 werd hij toegelaten op de École Normale Supérieure in Parijs. In 2013 veranderde hij zijn naam officieel naar Édouard Louis. In 2016 verscheen zijn tweede roman, “Histoire de la violence” (“Geschiedenis van geweld”). Het boek begint met de beschrijving van een maniakale schoonmaakactie in de vroege ochtend na kerstavond 2012. De schoonmaakwoede wordt veroorzaakt doordat hij ’s nachts bijna is vermoord, bestolen en verkracht door Reda, een jongen met wie hij vlak daarvoor nog een leuke avond heeft doorgebracht. Édouard Louis probeert de oorzaken van het geweld te begrijpen en keert daarvoor terug naar het verleden van zijn aanvaller Reda, zijn jeugd en de armoede waarin hij leefde, en ook op het koloniale verleden van Frankrijk. Een Nederlandse toneelbewerking van de roman verscheen in 2022, gemaakt door Abdel Daoudi. In 2018 publiceerde hij zijn derde autobiografische roman, “Qui a tué mon père” (“Ze hebben mijn vader vermoord”). Het is een hommage aan zijn vader en een aanklacht tegen het kapitalisme en de politieke elite die de lagere klassen de rekening laat betalen van hun beleid. In 2020 schreef toneelregisseur Ivo van Hove een toneeladaptatie van het werk in de vorm van een monoloog door acteur Hans Kesting. In 2021 verscheen “Combats et métamorphoses d’une femme” (“Strijd en metamorfose van een vrouw”), een roman over het leven van zijn moeder. In 2022 verscheen “Changer: Méthode” (“Veranderen: methode”), een autobiografie in de vorm van twee fictieve brieven, aan zijn vader en aan zijn beste vriendin

Uit: De geschiedenis van geweld (Vertaald door Reintje Ghoos  en Jan Pieter van der Sterre)

“Dus een paar uur na hetgeen op de kopie van de aanklacht die ik in vieren gevouwen in een la bewaar poging tot doodslag wordt genoemd, vertrok ik van huis en liep de trap af.
Ik stak in de regen de straat over om mijn lakens op negentig graden te gaan wassen in de wasserette beneden, op minder dan vijftig meter van mijn huisdeur, mijn rug gebogen onder een al te onhandige, te zware zak wasgoed en mijn benen bogen door onder het gewicht ervan.
Het was nog niet helemaal licht. De straat was leeg. Ik was alleen en ik liep, mijn voeten gleden weg, ik hoefde maar een paar stappen te doen en toch telde ik ze, want ik had haast: nog maar vijftig stappen, hup, nog maar twintig stappen en je bent er. Ik ging sneller lopen. Uitkijkend naar de toekomst waarin deze scène op de een of andere manier zou worden teruggekoppeld naar, toegewezen aan, herleid tot het verleden, dacht ik ook: over een week zul je zeggen: Zozo, alweer een week geleden dat het is gebeurd, en over een jaar zul je zeggen: Alweer een jaar geleden dat het is gebeurd. De ijskoude regen, geen slagregen maar uiterst fijne, piepkleine, vervelende druppeltjes, drong in de stof van mijn schoenen, het water verspreidde zich door de zolen en de stof van mijn sokken. Ik had het koud – en ik dacht: hij zou terug kunnen komen, hij zal terugkomen, nu ben ik veroordeeld tot zwerven, hij heeft je veroordeeld tot zwerven. In de wasserij zag ik de kleine, gedrongen beheerder van de zaak. Zijn borst stak boven rijen machines uit. Hij vroeg of het goed met me was en ik antwoordde, zo grimmig als ik kon: Nee. Ik wachtte op zijn reactie. Ik wilde dat hij reageerde. Hij deed geen moeite er meer van te weten te komen, hij haalde zijn schouders op, hij keek om, hij ging zijn smalle kantoortje binnen, dat verborgen lag achter de droogautomaten, en ik verfoeide de man omdat hij me geen vragen stelde.
Met de schone lakens liep ik terug naar huis. Op de trap zweette ik. Ik maakte het bed weer op, het leek nog steeds doortrokken van Reda’s geur, dus ik stak kaarsen aan, brandde wierook; dat was niet genoeg; ik nam luchtverfrissers, deodorant, allerhande eaux de toilette die ik voor mijn laatste verjaardag had gekregen, allerhande eaux de cologne en besprenkelde daarmee de lakens, ik waste de slopen met zeep, hoewel ik ze net had gewassen, het weefsel spuwde het zeepwater uit in de vorm van kleine trosjes van samenklittende belletjes.“

 

Édouard Louis (Hallencourt, 30 oktober 1992)

Matthias Zschokke, Harald Hartung, Michel van Stratum

De Zwitserse dichter, schrijver en filmmaker Matthias Zschokke werd geboren op 29 oktober 1954 in Bern. Zie ook alle tags voor Matthias Zschokke op dit blog.

Uit: Auf Reisen

„Dann natürlich das Goethehaus. Schon nur das Entree, in das er sich eine so genannt italienische Treppe hat einbauen lassen, eine Art Behindertenrampe mit extrem niedrigen Stufen, über die er den Besuchern entgegengleiten oder -schweben konnte. Wer Schauspieler kennt, weiss, welch magischer Ort eine Treppe für sie ist; ein Auftritt über die Treppe ist das schönste Geschenk, das man einem Showstar machen kann. Goethe war Theatermann. Das ganze Haus ist durchinszeniert mit sicherem Gespür für Effekt – angefangen beim viel zu grossen Junokopf im Salon, dem die Aufgabe zukommt, den ankommenden Gast zu überwältigen, was er bravourös schafft.
Alles stellt Kunstsinn dar, Süden, Überfluss, Grosszügigkeit, souveräne Nonchalance, doch alles ist Bühnenbild, Requisit. Die griechisch-römischen Plastiken sind Kopien aus Gips (zum Teil angemalt, damit sie Bronze spielen können). Die italienischen Malereien sind ebensowenig Originale; ein Herr Meyer aus Stäfa hat sie in Goethes Auftrag in Italien abgemalt. Alles ist ein bisschen eng, behelfsmässig.
Das sind auch die herzöglichen Schlösser, Rumpelschlösschen, in denen Marmor prinzipiell nur gemalt vorkommt und Fussböden aus einfachen Brettern zusammengenagelt sind; Parkett ist ein seltener Luxus; Statuen – darunter so zauberhafte wie “Die Frierende” im Schloss Tiefurt – konnte man sich nur als Nachbildungen aus Papiermaché leisten. Ein ganzes kleines Fürstentum, alles andere als vermögend, das sich streckt nach hehrer Grösse, Freizügigkeit, Offenheit, Lebensideal. Klassik nicht als Erhabenheit, keine kalte Pose, kein erklommener Gipfel, nichts Erreichtes, sondern etwas Geträumtes, etwas heiss Ersehntes. Das wusste ich nicht; es hat mich für sich eingenommen.
Die Parkanlagen, die das Stadtschloss, die Sommersitze und das Städtchen offen miteinander verbinden, ohne Mauern, die das Fliessen stören, die morschen Villen, die später dazugekommen sind, die Ilm, die sich frei durchschlängelt, die Schwäne darauf, die Rostbratwürste an den Strassen (unbedingt vom Holzkohlengrill), das Café am Frauentor (unbedingt thüringische Schmandtorte), das Neue Museum (unbedingt), die Pension im Haus der Frau von Stein, verwunschen wie Dornröschens Schloss, in der schon Marlene Dietrich wohnte, als sie noch Geigenvirtuosin werden wollte und in Weimar Unterricht nahm – das alles ist zutiefst deutsch, schwermütig, mit dem innigen Wunsch nach Heiterkeit, melancholisch zum Umarmen.
Dummerweise fiel eine Nacht meines Aufenthalts auf den Eröffnungstermin von “Weimar Kulturstadt Europas”, zu dem alle Hotels ausgebucht waren. Ich musste den “Amalienhof” verlassen. In der Tourist-Information am Markt sitzen jedoch kompetente Leute, die mich umgehend in einer Privatpension (“Gisela”) unterbrachten, einer Gründerzeitvilla in der Nähe des Nietzschehauses, wo ich die Beletage mit Erkerzimmern, Bad und einer geräumigen Terrasse über der Altstadt zugeteilt kriegte (die Inneneinrichtung vielleicht etwas kühn, aber die Lage, die Ruhe, der Raum lassen das vergessen).“

 

Matthias Zschokke (Bern, 29 oktober 1954)

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog.

 

Oliedruk (1973)

Bij de waterleidingvijver het dunne
laagje water op het ijs: ik zie
altijd een andere foto de
goedkope oliedruk

boven het bed van mijn ouders: een vijver
zoals deze zwart met water-
rozen en in de bekranste boot
vlezige engelen

rozige konten die driftig
springen als voor de spiegel
iemand die zich op de foto over de rand van de boot
buigt naar het water

waar lichtjes trillen van zoveel
muziek en dan is het al zijn beurt
om te springen en in de
zak zoals de andere

kinderen springt hij en valt en bespeurt
war gras of haar, blijft voor zijn gevoel
jaren liggen of gaat als
vreemdeling voorbij.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Harald Hartung (Herne, 29 oktober 1932)

 

De Nederlandse dichter en schilder Michel van Stratum werd geboren in Goirle op 29 oktober 1970. Zie ook alle tags voor Michel van Stratum op dit blog.

 

CREATUUR VAN DE NACHT

Creatuur van de nacht
Eenzaam samengebracht

Hij gelooft niet meer
Maar dartelt en spartelt
Opgetogen, ingetogen
Al zijn sporen verbrand

Door
De onstuimigheden

Van zijn éigen beloofde land…

 

Michel van Stratum (Goirle, 29 oktober 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3

Evelyn Waugh, István Kemény

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“We drove round the front into a side court–“Everything’s shut up. We’d better go in this way”–and entered through the fortress-like, stone-flagged, stone-vaulted passages of the servants’ quarters–“I want you to meet Nanny Hawkins. That’s what we’ve come for”–and climbed uncarpeted, scrubbed elm stairs, followed more passages of wide boards covered in the centre by a thin strip of drugget, through passages covered by linoleum, passing the wells of many minor staircases and many rows of crimson and gold fire buckets, up a final staircase, gated at the head, where at last we reached the nurseries, high in the dome in the centre of the main block.
Sebastian’s Nanny was seated at the open window; the fountain lay before her, the lakes, the temple, and, far away on the last spur, a glittering obelisk; her hands lay open in her lap and, loosely between them, a rosary; she was fast asleep. Long hours of work in her youth, authority in middle life, repose and security in her age, had set their stamp on her lined and serene face.
“Well,” she said, waking; “this is a surprise.”
Sebastian kissed her.
“Who’s this?” she said, looking at me. “I don’t think I know him.”
Sebastian introduced us.

Anthony Andrews (Sebastian) en Jeremy Irons (Charles) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

“You’ve come just the right time. Julia’s here for the day. She was up with me nearly all the morning telling me about London. Such a time they’re all having. It’s dull without them. Just Mrs. Chandler and two of the girls and old Bert. And then they’re all going on holidays and the boiler’s being done out in August and you going to see his Lordship in Italy, and the rest on visits, it’ll be October before we’re settled down again. Still, I suppose Julia must have her enjoyment the same as other young ladies, though what they always want to go to London for in the best of the summer and the gardens all out, I never have understood. Father Phipps was here on Thursday and I said exactly the same to him,” she added as though she had thus acquired sacerdotal authority for her opinion.
“D’you say Julia’s here?”
“Yes, dear, you must have just missed her. It’s the Conservative Women. Her Ladyship was to have done them, but she’s poorly. Julia won’t be long; she’s leaving immediately after her speech, before the tea.”
“I’m afraid we may miss her again.”
“Don’t do that, dear, it’ll be such a surprise to her seeing you, though she ought to wait for the tea, I told her, it’s what the Conservative Women come for. Now what’s the news? Are you studying hard at your books?”
“Not very, I’m afraid, Nanny.”

 

Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

De Hongaarse dichter en schrijver István Kemény werd geboren op 28 oktober 1961 in Boedapest. Zie ook alle tags voor István Kemény op dit blog.

 

Kunststof

Ineens was de kunststof er.
Hoewel niemand die uitgevonden had.
Tenminste honderd Duitse

wetenschappers met gekamde
Baarden hadden het uitgevonden of helemaal niemand,
Kunststof had geen ouders.
Het groeide in tehuizen op.
Niemand die het ooit echt liefhad.
Het was slecht, lichtgebouwd en het stonk
Als het brandde. We gebruikten het als boodschappentas.
Als luchtballon, als bijna alles.
Maar wij verdedigden het niet
Als iemand erop schold
Uit wraak is het nooit van huis weggelopen
Het grijnsde naar ons vanuit de doornstruiken.
En hielden wij het in de schemering voor doodshoofden
Dan bracht het schande over de dood.
Bij gelegenheid… maar die gelegenheid
Deed zich nooit echt voor. Nooit.

 

Vertaald door Mischa Andriessen

 

István Kemény (Boedapest, 28 oktober 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Zadie Smith, Sylvia Plath

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog.

Uit: Intimations

“Just before I left New York, I found myself in an unexpected position: clinging to the bars of the Jefferson Market Garden, looking in. A moment before I’d been on the run as usual, intending to exploit two minutes of time I’d carved out of the forty-five-minute increments into which, back then, I divided my days. Each block of time packed tight and levelled off precisely, like a child prepping a sandcastle. Two ‘free’ minutes meant a macchiato. (In an ideal, cashless world, if nobody spoke to me.) In those days, the sharp end of my spade was primed against chatty baristas, overly friendly mothers, needy students, curious readers – anyone I considered a threat to the programme. Oh, I was very well defended. But this was a sneak attack . . . by horticulture. Tulips. Springing up in a little city garden, from a triangle of soil where three roads met. Not a very sophisticated flower – a child could draw it – and these were garish: pink with orange highlights. Even as I was peering in at them I wished they were peonies.
City born, city bred, I wasn’t aware of having an especially keen interest in flowers – at least no interest strong enough to forgo coffee. But my fingers were curled around those iron bars. I wasn’t letting go. Nor was I alone. Either side of Jefferson stood two other women, both around my age, staring through the bars. The day was cold, bright, blue. Not a cloud between the World Trade and the old seven-digit painted phone number for Bigelow’s. We all had somewhere to be. But some powerful instinct had drawn us here, and the predatory way we were ogling those tulips put me in mind of Nabokov, describing the supposed genesis of Lolita: ‘As far as I can recall, the initial shiver of inspiration was somehow prompted by a newspaper story about an ape in the Jardin des Plantes, who, after months of coaxing by a scientist, produced the first drawing ever charcoaled by an animal: this sketch showed the bars of the poor creature’s cage.’ I’ve always been interested in that quote – without believing a word of it. (Something inspired Lolita. I’m certain no primates were involved.) The scientist offers the piece of charcoal expecting or hoping for a transcendent revelation about this ape, but the revelation turns out to be one of contingency, of a certain set of circumstances – of things as they happen to be. The ape is caged in by its nature, by its instincts, and by its circumstance. (Which of these takes the primary role is for zoologists to debate.) So it goes. I didn’t need a Freudian to tell me that three middle-aged women, teetering at the brink of peri-menopause, had been drawn to a gaudy symbol of fertility and renewal in the middle of a barren concrete metropolis . . . and, indeed, when we three spotted each other there were shamefaced smiles all round.”

 

Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

Gestoken

Met blote handen reik ik de raten aan.
De man in het wit glimlacht, met blote handen,
Onze keurige schone kaphandschoenen van kaasdoek,
De keel van onze polsen dapper lelieblank.
Hij en ik

En tussen ons in wel duizend propere cellen,
Acht raten vol met kleine gele kopjes,
En de korf zelf: een theekop,
Wit, versierd met roze bloemen.
Met tederste zorg heb ik haar in glazuur gezet,

Denkend ‘Zoetheid, o zoetheid’.
De broedcellen, grijs als versteende schelpen,
Beangstigen me, zo oud zien ze eruit.
Wat koop ik hier, wormstekig mahonie?
Is er wel een koningin?

Als er een is, dan is ze oud,
Gescheurde shawls haar vleugels, het lange lijf
Kaal, het dons versleten –
Arm, naakt, erbarmelijk zelfs.
Ik sta in een rij

Van gevleugelde, heel gewone vrouwen,
Honingwerksters.
Ik ben geen werkster
Al heb ik jaren stof gegeten
En borden gedroogd met mijn dikke bos haar.

En mijn vreemdheid zien verdampen,
Blauwe dauw uit gevaarvolle huid.
Zullen ze me haten,
Deze vrouwen die maar jachten,
Hun enige nieuws het ontbloeien van de kers, de klaver?

Het is bijna gebeurd.
Mijn wil regeert.
Dit hier is mijn honingapparaat,
Dat zonder nadenken zijn werk zal doen
En opengaan, in het voorjaar, als een nijvere maagd

Om de romige pluimen af te schuimen
Zoals de maan de zee afschuimt, om zijn ivorig stuifsel.
Een derde kijkt toe.
Met de bijenhandelaar, met mij, heeft hij niets te maken.
Nu is hij verdwenen

In acht grote sprongen, zondebok op de vlucht,
Daar ligt zijn slof, daar nog een,
En daar de witlinnen zakdoek
Die hij droeg inplaats van een hoed.
Hij was zoet,

Het zweet van zijn arbeid een regen
Die de aarde dwingt vruchten te dragen.
De bijen vonden hem,
Klonterden als leugens om zijn lippen,
Verwrongen zijn gezicht.

Ze dachten dat het hun dood wel waard was, maar ik
Heb een ik terug te winnen, een koningin.
Is ze dood, slaapt ze?
Waar is ze geweest
Met haar leeuwerood lijf, haar vleugels van glas?

Nu vliegt ze
Angstwekkender dan ooit, een rood
Litteken in de lucht, een rode komeet
Boven de machine die haar had gedood –
Het mausoleum, het wassen huis.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maartje Wortel, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: Dennie is een star

“Op een dag zei iemand die ik heel serieus neem — en dat komt niet zo vaak voor, ik neem om te beginnen mensen die zichzelf serieus nemen al niet serieus en iedereen neemt zichzelf vandaag de dag serieus —tegen mij: Jij leeft niet in de tijd, Ted. Je leeft ook niet in de realiteit. Maar, zei ze, dat is logisch. Want wie niet in de tijd kan leven, kan ook niet in de realiteit leven. Ik weet niet wat tijd betekent, zei ik. Dus ik snap eigenlijk niet goed wat je nu bedoelt. Ik keek naar de vrouw. Ze had zachte, half dichtgeknepen ogen en ze sprak met haar handen, of eigenlijk met haar vingers. Alsof ze met onzichtbare balletjes tussen haar vingertoppen speelde. Sommige mensen hebben dat, die kunnen spelen met wat ze willen. Jij kijkt alleen maar terug of vooruit, zei ze. En dat zijn altijd momenten die er niet zijn. Ze keek me veelbetekenend aan. Het viel me op dat haar ogen er waterig uitzagen, bijna doorzichtig, alsof ze van aquarelverf waren. Verder toonde ze erg veel gelijkenis met Loes Luca. Daar moest ik niet te lang bij stilstaan, want anders dacht ik alleen nog maar aan Loes Luca. Het is typisch menselijk, zei de vrouw met de aquarelogen. Wat? vroeg ik. Om te knoeien, met tijd en realiteit. Ik dacht aan knoeien en zag kleuren voor me die door elkaar heen liepen als een uitgewreven vlek en dat was precies zoals ik me al tijden voelde. Vaak kon ik er niet van slapen en dacht ik alleen maar: ik ben een vlek, een vlek waar niemand iets van kan maken. Ik vroeg me af hoe de ene mens — hoe betrouwbaar en intelligent die ook overkomt — kan weten wat andere mensen wel of niet kunnen, hoe ze in elkaar zitten en handelen, denken, voelen. Ik dacht eigenlijk dat er niets anders op zat dan knoeien, maar ik zei: Ja. Alsof ik haar begreep. Soms denk ik dat iemand anders gelijk geven hetzelfde is als je begrepen voelen. Je knikt en er ontstaat een verstandhouding. Maar het is de schijn van een verstandhouding, want ik weet niet of ik ooit het gevoel heb gehad dat ik iemand echt begreep als kon ik er niet van slapen en dacht ik alleen maar: ik ben een vlek, een vlek waar niemand iets van kan maken. Ik vroeg me af hoe de ene mens — hoe betrouwbaar en intelligent die ook overkomt — kan weten wat andere mensen wel of niet kunnen, hoe ze in elkaar zitten en handelen, denken, voelen. Ik dacht eigenlijk dat er niets anders op zat dan knoeien, maar ik zei: Ja. Alsof ik haar begreep. Soms denk ik dat iemand anders gelijk geven hetzelfde is als je begrepen voelen. Je knikt en er ontstaat een verstandhouding. Maar het is de schijn van een verstandhouding, want ik weet niet of ik ooit het gevoel heb gehad dat ik iemand echt begreep als ik knikte, dat betekent dus dat ik niet kan weten of iemand mij ooit echt begrepen heeft. Ik denk niet dat ik daar de enige in ben. Sommige mensen voelen zich begrepen door God of door een natuurverschijnsel als de zee, een berg, een dier, een zwart gat. Maar door andere mensen?”

 

Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

Een glas wijn

Precies zoals de ondergaande zon
de helling van de tuin scheert,

precies zoals een duif
die op stok gaat probeert te zingen
en eindigt met gekreun,

precies zo als het piepen
van iemands automatische autoslot
sterft in een stel
kleine echo-naschokken,

duikt uit de menigte
een welgevormde hand van wolken op
van luchtige niemendalletjes die van de wind
de hele dag over ons heen mochten tuimelen
en wijst de weg

naar zijn eigen verval
maar niet voordat
een laatste zonlicht-huivering weg
stroomt over onze tuinvloer

zo gestaag, zo langzaam
dat hij je alles laat zien wat je moet weten
over dit glas dat ik naar je ophef,

zijn open oog,
genoeg om het hele gewicht van de hemel te dragen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Elif Shafak, Peter Rühmkorf

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Het eiland van de verdwenen bomen (Vertaald door Manon Smits)

“Lang geleden lag er helemaal aan het uiterste puntje van de Middellandse Zee een eiland zo mooi en blauw dat de vele reizigers, pelgrims, kruisvaarders en handelaren die er verliefd op werden er ofwel nooit meer weg wilden, of probeerden het met henneptouwen helemaal mee terug te slepen naar hun eigen land. Mythen, misschien. Maar mythen bestaan om ons te vertellen wat de geschiedenis is vergeten. Het is vele jaren geleden dat ik dat oord ontvluchtte aan boord van een vliegtuig, in een koffer van soepel zwart leer, om nooit meer terug te keren. Sindsdien is Engeland mijn nieuwe land, waar ik tot groei en bloei ben gekomen, maar er gaat geen dag voorbij dat ik er niet naar verlang om terug te zijn. Om thuis te zijn. In mijn moederland. Het moet nog steeds daar liggen waar ik het heb achtergelaten, rijzend en dalend terwijl de golven breken en schuimen op de ruige kustlijn. Op het kruispunt van drie continenten – Europa, Afrika, Azië – en de Levant, die uitgestrekte, ondoordringbare regio die volledig is verdwenen van de huidige landkaarten. Een landkaart is een tweedimensionale weergave met willekeurige symbolen en geschetste lijnen die bepalen wie onze vijanden moeten zijn en wie onze vrienden, wie onze liefde verdient en wie onze haat, en wie onze pure onverschilligheid. Cartografie is een andere naam voor verhalen die worden verteld door winnaars. Verhalen verteld door verliezers, daar is geen naam voor.
Dit is zoals ik het me herinner: gouden stranden, turquoise wateren, heldere luchten. Elk jaar kwamen er zeeschildpadden aan land om hun eieren te leggen in het rulle zand. De middagwind bracht de geur van gardenia, cyclaam, lavendel, kamperfoelie. Vertakkende slierten blauweregen klommen omhoog tegen witte muren, reikend naar de wolken, hoopvol zoals alleen dromers kunnen zijn. Als de nacht je huid kuste, zoals hij altijd deed, rook je de jasmijn in zijn adem. De maan, die daar dichter bij de aarde is, hing met zijn vriendelijke schijnsel boven de daken en wierp een zachte gloed over de smalle steegjes en geplaveide straatjes. Maar helaas waren er donkere schaduwen naar binnen gedrongen in het licht. Fluisteringen van wantrouwen en samenzwering ruisten door de duisternis. Want het eiland was in twee delen gespleten: het noorden en het zuiden. In beide delen heerste een andere taal, een ander alfabet, een andere herinnering, en als de eilanden gingen bidden, was dat zelden tot dezelfde god. De hoofdstad was opgedeeld door een scheidslijn die er dwars doorheen kliefde, als een houw door het hart. Langs die lijn – de grens -stonden vervallen huizen doorzeefd met kogelgaten, lege binnenplaatsen vol littekens van granaatinslagen, dichtgetimmerde winkels die waren ingestort, sierlijke poorten die scheef hingen aan kapotte hengsels, luxueuze auto’s uit een ander tijdperk die stonden weg te roesten onder lagen stof… Wegen waren versperd door rollen prikkeldraad, stapels zandzakken, vaten vol beton, antitankgrachten en wachttorens. Straten eindigden abrupt, als onafgemaakte gedachten, onopgeloste gevoelens. Soldaten stonden op wacht met machinegeweren, als ze niet patrouilleerden; jonge, verveelde, eenzame mannen uit verschillende delen van de wereld, die maar weinig hadden geweten van het eiland en de ingewikkelde geschiedenis voordat ze ineens in die onbekende omgeving werden gestationeerd.“

 

Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Rühmkorf werd geboren op 25 oktober 1929 in Dortmund. Zie ook alle tags voor Peter Rühmkorf op dit blog.

 

Iets unieks

Wie vraagt zich nooit af: is dat het leven?
Wie denkt nooit eens: is dan dit het wezen?
Word je wakker, is het al voorbij.
Niks beleefd dan al wat schrijvers schreven,
zie je, dat ben jij.

En je denkt misschien: ik ga ten onder,
naar de afgrond, tot je schrik –:
Eentje uit de grote grijze massa,
hooguit door wat lapwerk ietsje bonter,
zie je, dat ben ik.

Eensklaps komt er dan, terwijl je wandelt,
lucht in het verdichte, barst het ei,
dat van hoed tot schoenen vonken springen:
Die heel eigen slinger, dat wat ongerichte,
dat een tikje zonderlinge,
iets unieks, dat niks of niemand nog verandert:
zie je, dat ben jij.

 

Vertaald door Judy Elfferich

 

Peter Rühmkorf (25 oktober 1929 – 8 juni 2008)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2018 en ook  mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.

Onno Kosters, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Flashback

Robinson, tien jaar terug, met zijn zwager (ex-
zwager) in het holst van de stad: ramen.
Knappe jongen die hem weg krijgt hier,
altijd wat te zien, een veelkleurig taalspel
uit de glanzende monden van kwispelende meisjes.
Robinson in de peepshow business,
glitter en schittering, glamour en geld wat er blinkt
in het rood van de wallen:
neonromantiek.

Maar ’s morgens vroeg weer Robinson
die met zijn blote jatten in een lapje walgend ingedroogde kwakjes van de vloer bikt,
Terwijl zijn zwager (ex-zwager) potverterend, pierewaaiend, baliekluivend
aan de Costa rond flaneert.

En dan die uren die hij maakt,
alsof zijn werkplek zich ook nog eens
onder zijn ogen manifesteert;
weken van een etmaal op, een etmaal bekaf, nee
langs deze staanders is geen uitzicht te behalen,

geen eerzucht te beleggen.
Consultant erbij en dan met het hele MT naar de hei,
survivallen in Donegal (waar langgerekte paarse en roze en rode wolken
voor een paar rotcenten zich ’s avonds op hun krolst
in het watervlugge ellenbrede strand wentelen:
neonromantiek),
canyonnen in Wales (waar een waterval hem
als een spons uit handen glijdt,
zijn val versnelt,
hij het
nog nooit zo koud had na zijn blackout in het blacklight van de kloof:
neonromantiek),
analyse, mediation, therapie, maar if it’s broken,
don’t fix it.
Carrièreswitch. Robinson

die eruit stapt, via via een wijk hosselt, en dan nog een.

Hoe hij hier neerstreek, in dit gat
aan de voet van een gevel
aan de rand van de stad.
Zonder vrouw (ex-vrouw), met een kind
dat doet denken aan het kind van de man tweehoog voor.
some of us never take risks, or take a chance,
for fear
of what we might lose.
Zijn evenbeeld. Zijn steracteur.

 

Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Om stil een wijkplaats voor mijn leed te vinden

Om stil een wijkplaats voor mijn leed te vinden
Alom ik zoek – doch heb er geen gevonden.
Uw beeld, geliefde, omzweeft mij te aller stonde,
Terwijl al ’t naadre in nevel gaat verzwinden.

Geen vriendenkring vermag mij meer te binden
En eenzaamheid verdrage’ alleen gezonden.
Zoo ‘k peins, doorvlijmt gedachte’s pijl de wonden
En, zwerf ik droomend, klaag ik ’t alle winden.

En zal ik ooit van deze pijn genezen,
Zoo toon me uw liefde en ’t zal mijn hart verzaden,
Want gij slechts faalt mijn ziel, verkoren wezen.

Ik liefde meengen vriend en werd verraden.
Doch zal de wereld lezen in deez bladen
Dat u ik gaf de voorkeur boven dezen.

 

Vertaald door Hélène Swarth

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Grafmonument van August Graf von Platen in het park van de Villa Landolina in Noto, Sicilië

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Michel van der Plas, Masiela Lusha

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

 

Het gaat niet over

Het gaat niet over. Het woont ergens tussen
keel en knie. Soms is het lastige pijn,
soms een warme inval. Het wil een kussen
en een boot. Het dreint; het kan teder zijn.

Nu strijkt het met fijne vleugeltjes tegen
mijn hart, straks steekt het opeens doornen uit.
Of het begint in mijn schouders te wegen,
een loden sireneachtig geluid.

Konden wij leven zonder het te voelen;
een rivier zijn zonder zee te bedoelen;
vrolijk veranderen, onaangeraakt.

Of het desnoods houden, maar ermee leven
als met een koorts en het die naam niet geven
die het omhulsel voorgoed naamloos maakt.

 

Leven

is bezig zijn met dood te gaan. Is leren
roerloos te liggen in een mooi misschien.
Afscheid nemen van stappen die niet keren.
Vier drie twee keer elkander nog maar zien.

Schrijven Kom bij me, maar er zelf uit lezen
Daar ga ik dan. Met het hart op de hand
de spiegel nog verklaren niets te vrezen,
en er, ontzet, ook niets in zien, niemand.

Dan zitten, kouder leren liggen, samen
met niets. Geen post meer krijgen. En een naam
doorstrepen op verjaarskalenders. Namen.

O ja denken. En Toen. Eindeloos omdraaien,
en weten dat dat kloppen aan het raam
de wind is die waar hij het wil gaat waaien.

 

Het paard

’s Nachts, langzaam en geluidloos, als een grote
vlek op de mist, stapte het door de heg
en stond, van brons, op vastberaden poten
adem te halen midden op de weg.

Doodstil en recht, als om te vergelijken.
Meer dan zijn lichaam; dromend dier niet meer,
maar gretig luisteren, hongerig kijken,
alles verwachtend: vleugels, zee, onweer.

Daar draafde het weg, kiezend of uitverkoren?
driftige vrijheid, trappelend begin;
binnen de nevels al, maar nog te horen:
een raadselachtig eindigende zin,
maar weerklank in oneindigheid beschoren.
Ik stond aan ’t raam en hield mijn adem in.

 

Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

Noem ons vrouwen

Al jullie mannen…
Wat zit er in jullie vuisten?

In jullie ogen,
Tong,
& Verstand?

Jullie godenbendes
Bieden druppels van het leven aan,
& wij vrouwen
Dragen het,
Bakken het
& doorstaan het
Tot het verandert in
Een zaadje van de hemel.

Dat we met onze mond voedden,
Streelden met ons bloed,
& we luisterden naar zijn borrelende liedjes
van het leven
Door onze huid.

Jullie buiken,
Welke lounge-goden van de man,
Van veranderende passie
& woede,

Kunnen nooit het gewicht
van een schelp muteren
In een ademend wezen zo krachtig
Als jezelf.

Het is ons geschonken,
want een man zijn
is kracht overbrengen,

Maar een vrouw zijn,
Is koesteren
& dit en meer aanreiken
Op een aparte schaal en onszelf,
& soms, op jou.

Dus noem ons vrouwen,
& onthoud wie we zijn

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.

Aravind Adiga

De Indiase schrijver Aravind Adiga werd geboren in Madras op 23 oktober 1974 als kind van dr. K. Madhava Adiga en Usha Adiga. Hij groeide op in Mangalore en ging naar de Canara High School en de St. Aloysius High School, waar hij in 1990 succesvol examen deed. Nadat hij met zijn familie naar Sydney was geëmigreerd, bezocht hij de James Ruse Agricultural High School. Daarna volgde hij een studie Engelse literatuur aan de Columbia-universiteit, New York, die hij in 1997 afrondde als salutatorian (academische titel voor de op twee na beste student van het collegejaar). Hij studeerde vervolgens aan het Magdalen College in Oxford. Sindsdien werkt hij als journalist in Azië. Op het moment leeft hij in Mumbai. Adiga begon zijn journalistieke carrière als financieel journalist bij de Financial Times, het tijdschrift Money en de Wall Street Journal. Hierna kwam hij in dienst bij TIME, waar hij gedurende drie jaar correspondent was voor Zuid-Azië, voordat hij ten slotte verderging als freelancer. Gedurende deze freelance periode schreef hij zijn debuutroman “De witte tijger”. Voor “De witte tijger” kreeg hij in 2008 de Man Booker Prize.

Uit: The White Tiger

“Mr. Premier,
Sir.
Neither you nor I speak English, but there are some things that can be said only in English.
My ex-employer the late Mr. Ashok’s ex-wife, Pinky Madam, taught me one of these things; and at 11:32 p.m. today, which was about ten minutes ago, when the lady on All India Radio announced, “Premier Jiabao is coming to Bangalore next week,” I said that thing at once.
In fact, each time when great men like you visit our country I say it. Not that I have anything against great men. In my way, sir, I consider myself one of your kind. But whenever I see our prime minister and his distinguished sidekicks drive to the airport in black cars and get out and do namastes before you in front of a TV camera and tell you about how moral and saintly India is, I have to say that thing in English.
Now, you are visiting us this week, Your Excellency, aren’t you? All India Radio is usually reliable in these matters.
That was a joke, sir.
Ha!
That’s why I want to ask you directly if you really are coming to Bangalore. Because if you are, I have something important to tell you. See, the lady on the radio said, “Mr. Jiabao is on a mission: he wants to know the truth about Bangalore.”
My blood froze. If anyone knows the truth about Bangalore, it’s me.
Next, the lady announcer said, “Mr. Jiabao wants to meet some Indian entrepreneurs and hear the story of their success from their own lips.”
She explained a little. Apparently, sir, you Chinese are far ahead of us in every respect, except that you don’t have entrepreneurs. And our nation, though it has no drinking water, electricity, sewage system, public transportation, sense of hygiene, discipline, courtesy, or punctuality, does have entrepreneurs. Thousands and thousands of them. Especially in the field of technology. And these entrepreneurs — we entrepreneurs — have set up all these outsourcing companies that virtually run America now.
You hope to learn how to make a few Chinese entrepreneurs, that’s why you’re visiting. That made me feel good. But then it hit me that in keeping with international protocol, the prime minister and foreign minister of my country will meet you at the airport with garlands, small take-home sandalwood statues of Gandhi, and a booklet full of information about India’s past, present, and future.
That’s when I had to say that thing in English, sir. Out loud.”

 

Aravind Adiga (Madras, 23 oktober 1974)

Lévi Weemoedt, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.

 

Kraantje Lek

‘k Was dertien als de eerste grijze haren
door ’t korte kuifje braken: moeder in paniek!
Wat was er in haar broekeman gevaren!
‘Wat heb je dan gegeten? Ben je ziek?’

Ach moedertje! met vijf was ik volwassen.
Zat op mijn tiende volop in de overgang.
‘k Had vrouw en kind verloren; wist allang
niet meer waarop ik nog moest vlassen.

En slechts om ú en vaatje niet te schokken
bleef ik het ventje dat zo vrolijk in zijn blokken-
doos en spoortrein op kon gaan.

Maar ik proefde al de pit van het bestaan!
En daarom rolde er achter moeders rokken
uit ’t pijpje van mijn broek een stille traan.

 

Antiloop

Als het startschot viel bij de aanvang van mijn leven,
kwam ik aarzelend en neerslachtig uit de blokken,
want ik wist dat er geen goud viel te vergeven
en ik hoopte dat de meet maar snel zou lokken.

Klonk er hier en daar gejuich van de tribune:
het verstomde waar ik wenend langs kwam sjokken.
En op ?t smeken om wat gunst van Vrouw Fortuna
sloeg een regen neer van kussentjes en sokken.

Ach! Door wie moest ik mij niet laten passeren,
spottend nagewuifd door kunstbenen, kar of kruk,
die mijn eigen loopstijl niet konden waarderen.

Door het hele veld van sintelbaan verstoten,
is het tijd dat ik mijn chronometer druk?
en dàn ?t pistool waarmee ?k voorgoed word weggeschoten!

 

VLAARDINGS ROEM

Geen haringbuis, geen kotter en geen botter,
geen logger en geen stoomfiets, ach! geen fluit
zag ik vanavond op de stroom.

‘k Zat aan de Doodsrivier. Slechts een condoom
dreef goedgemutst het zeegat uit.

 

Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

Ode

Warm en licht schemert in Rome de winternacht.
Kom jongen, wij er door; kom, arm in arm,
druk vleiend je gebruinde wang
tegen mijn blonde kop.

Je bent een straatjongen, maar wat je zegt
is mij veel liever dan verwaand gezwets.
Het lispelen van je romeinse lippen,
zangerig toverwoord.

Maar alsjeblieft, fluister geen woord van dank!
Hoe kon ik, zonder verkocht te zijn
je wimpers nat zien worden?
Dan: de pracht van je oog.

Had Bacchus dat gezien, hij had
jou gekozen in plaats van Ampelos,
jou als steun voor ’t wankel evenwicht
van zijn heerlijke lijf.

Voor altijd heilig is de plaats waar ik
je ontmoette, gewijd de berg Janiculus,
gewijd het kalme mooie klooster,
het altijd groene plein.

Van daar wees je me punten in de grote stad,
je noemde kerk, paleizen en ruïnes
en het kleine schip, met volle zeilen
door de stroom meegevoerd.

 

Vertaald door Hans Warren

 

August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Monument voor August Graf von Platen-Hallermünde in Ansbach

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2021 en ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.