Alma Mathijsen, Günter Grass

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Bewaar de zomer

`Neem plaats. Je weet wat er nu staat te gebeuren? Ik hoef dat niet meer uit te leggen? Goed zo. Ga maar 11:4:en op de behandelstoel. Laten we gelijk van start gaan. Nu volgt een heel klein prikje, op die manier kan ik je gegevens aflezen. Je snapt dat we niet heel veel tijd hebben? Je ouders zijn op dit moment, hier noemen we dat, bezig. Nog heel even geduld, niet schrikken. Je locatie. Eens kijken. We hadden vanochtend een glitch in het systeem; als het goed is, is die inmiddels verholpen. Maar het zou kunnen dat sommige zoekacties iets langer duren. Ah, juist. Je wordt in 1984 geboren in Nederland, het op vijf na gelukkigste land ter wereld, een rijk land, in de top twintig, de voorzieningen zijn allemaal redelijk tot goed op orde, geen grote alarmbellen hier.
Eens verder kijken, je zou geboren worden in Amsterdam, dat is de hoofdstad. Criminaliteitscijfers zijn redelijk hoog, vergeleken met de rest van het land. Al vraag ik me af of je daar last van zult krijgen, dat weten we natuurlijk nooit. We kunnen geen voorspellingen doen, ik kan je slechts de getallen geven. Je ouders wonen op het Molenpad, een straat verstopt tussen de Prinsen- en Keizersgracht. Erg mooi, wel aan de kleine kant. Ze zijn allebei geboren in Limburg, en voor hun twintigste naar de hoofdstad verhuisd. Je moeder werkt aan de universiteit, ze doceert Nederlands. Je vader is violist en speelt bij verschillende orkesten, hij heeft moeite een baan vast te houden. Ze zullen je Nederlands leren, een logge taal, als ik zo vrij mag zijn. Mijn superieuren hebben me er laatst op aangesproken, ik mag niet meer zo oordelen, maar dat is net wat ik zo plezierig vind aan dit werk. Al goed. Jij zult met een harde g praten, omdat je opgroeit in het noorden, al zullen je ouders de zachte g aanhouden. Maakt weinig uit, maar toch leuk om te weten. Dit soort opmerkingen moet ik dus laten. Dan iets bepalends, je geslacht. Ik zou je willen zeggen dat het weinig uitmaakt, maar dat is helaas niet zo. Ach jade wordt geboren met een vagina. Spijtig, daar kom ik later nog wel even op terug. Eens even in de genen kijken, ik zie astma, daar valt wel mee te leven, excuus, ik zal proberen geen oordelen te vellen, daar moeten wij ons verre van houden. Alles opdat je een weloverwogen keuze kunt maken. Astma dus, slechte ogen, het is uiteraard nog niet gezegd dat je die dan ook krijgt. Ik zie schizofrenie in de familie, een oom, ik zie ook down, nog een oom, kanker, meervoudig kanker, allemaal ooms, suikerziekte, hoge bloeddruk, zwaarlijvigheid, tja, ik zal geen oordeel vellen. Eens even kijken naar hun relatie, ze zijn getrouwd, dat hoeft weinig te zeggen. Al lange tijd samen, o, het eerste keuzemoment lag al zeven jaar terug. Je zou de eerstgeborene zijn, en waarschijnlijk ook de laatste, aangezien de moeder nu negenendertig is. Ik ben verplicht je ervan op de hoogte te stellen dat op voorgaande keuzemomenten andere potentiëlen een negatief oordeel hebben geveld. Toch wil ik je geen richting op sturen. Levensgedrag. Je vader drinkt veel, rookt ook erg veel, hij lijkt ermee te kunnen functioneren, al zal het voor jou, vooral het meeroken, in je latere leven wat complicaties geven.”

 

Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

De vesting groeit

Ligt braak aan ’n kraaienzwerm ten prooi het land.
De mol plant zich er voort, loops langs de hekken
zie je verdacht vaak vreemde honden trekken.
Er dient betaald: klinkende munt, contant.

Zo rijk en onbeschut heeft angst temidden van
de rest een bouwwerk uitgezweet naar plan.
Als vesting laat Novemberland geen kieren
voor negers, Roma, joden, arabieren.

Oostwaarts dient Polen ons als grensgebied;
historie die ons grif te binnen schiet.
We hadden altijd lol in burchtcreaties,
in linies leggen of een muur oprichten
en tegen vestingkolder, waanzin, kampfrustraties
hielp steeds het broodzakje met Hölderlin-gedichten.

 

Vertaald door Matthias Rozemond

 

Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2021 en ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

A. F.Th. van der Heijden, Katha Pollitt

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Mooi doodliggen

.“Het gebouw van de Verenigde Naties deed me altijd al aan een staande grafsteen denken, maar nu er wolkflarden langs de blauwe lucht joegen, leek de zerk ook nog eens over te hellen om me in z’n trage val te verpletteren. De wind tilde de vlaggen van de aangesloten landen hoog op, en wond ze dan weer klapperend om hun mast. Ik probeerde me met een hoofdschudden van het gezichtsbedrog te ontdoen, maar bleef in trance naar de wolkenkrabber staan kijken, waarvan de scharnierende beweging zich niet zomaar liet wegredeneren.
Zelfs binnen nog, in de vergaderzaal van de Veiligheidsraad, waarde de duizeling door mijn hoofd, en was er de suggestie dat ik me in een langzaam kapseizend gebouw bevond. Ik stelde me aan. Ondertussen zochten mijn ogen de verlichte bordjes van de nooduitgangen. Een holle zerk, dat was een grafsteen op een koopje – die de wereld nog duur kon komen te staan.
‘Zo, Haandrikman, op jacht naar foto’s?’ Een Vlaamse collega, die ik wel vaker bij zulke gelegenheden trof. ‘Je verkoopt ze voor grof geld, begrijp ik.’
‘Door omstandigheden, Camiel, ben ik toegetreden tot de schrijvende pers.’
‘Ach ja, natuurlijk. Je zit ze op de hielen, ik weet het. Voor welke krant?’
‘Algemeen Nederlands Persbureau. Zeg, heb jij Moerasjko hier ergens gezien?’
‘Help me op weg, Natan.’
‘Grigori Moerasjko. Vrij lange man. Eeuwige stoppelbaard… bovenop kaal. Russisch journalist. Luis in de pels van het Kremlin.’
‘Standplaats Kiev,’ herinnerde Camiel zich nu. ‘Niet gezien.’ De zaal vulde zich met publiek, en ook het persvak raakte snel vol. Nog steeds geen Grigori.
‘Hij zou zeker komen,’ zei ik. ‘Hij volgt alles rond MX17. Hij heeft materiaal aangedragen voor dat rapport van vanmiddag…’ ‘Misschien is hij beducht voor de lijfwachten van de Russen,’ zei Camiel. ‘Je weet wat er toen in Washington gebeurd is.’
‘Dan ken je Grigori slecht… voor de duvel niet bang.’

‘Enfin, hij is vorig jaar toch ook, na al die bedreigingen, van Moskou naar Kiev gevlucht?’
Net op dat moment verzocht de voorzitter iedereen plaats te nemen. Ik keek nog eens het journalistengedeelte rond: geen Grigori. Camiel spoedde zich naar zijn laptop. De delegaties van de verschillende landen gingen zitten. De Russen en de Nederlanders zaten niet meer dan vier, vijf stoelen van elkaar af. Beter voor het drama als ze buren waren geweest. Ik lette goed op onze minister van Buitenlandse Zaken, die zo meteen het woord zou voeren. Een tengere man. Donkerblauw pak, hardroze stropdas. Het magere, ingevallen gezicht grauw van de zenuwen.
Ik was hier eerder: voor de eerste keer in juli 2014, bij de veelbesproken toespraak van de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, kort na de ramp. De man probeerde de laatste ogenblikken van de 298 slachtoffers aanschouwelijk te maken, dus ook die van mijn ouders. Hoe ze elkaar ten afscheid nog in de ogen gekeken hadden, vingers ineen klauwend. Hij sprak vlekkeloos Engels, daar niet van, maar dat gaf nou juist iets vals aan de redevoering.”

 

A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste, critica en feministe Katha Pollitt werd geboren op 14 oktober 1949 in New York. Zie ook alle tags voor Katha Pollit op dit blog.

 

Lunaria

Nu ik helemaal
klaar ben met de lente
ongebreideld in paars
en gerafelde bladeren

en ook met de zomer
zijn grote groene manen
die opkomen door
de ademloze lucht

bleek stoffig als
de vleugels van Luna
zou ik graag willen stuiten op
oktobers kou

zoals de zilveren maanplant
Eerlijkheid
die zijn donkere zaden
richting winter draagt

een papieren lantaarn
van binnen verlicht
en schijnend op
de gevallen blaadjes.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Katha Pollitt (New York, 14 oktober 1949)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten van der Graaff, E. E. Cummings

De Nederlandse dichter en schrijver Maarten van der Graaff werd geboren op 14 oktober 1987 in Dirksland. Zie ook alle tags voor Maarten van der Graaff op dit blog.

 

Het zijn deze trends

Om zich te ontdoen van
geloven in vergadering
van diepe aarde
om zich te ontdooien naar
het lot van de dobbelsteen
zal worden gecodeerd
staat u mij toe een laatste keer
te denken aan het nageslacht opdat zij niet significant verpieteren
met startersnonchalance

Wij schrijven Apocalyps. Ze zeggen dat binnenkort de regering valt
of in ieder geval ontspant.
Nooit vertrouwd raken met iemand. Nooit een hand geven.
Honderdduizenden metaforen voor het leven als toekomstige pausen
beijveren zich.
Het zijn deze trends: huiduitslag en onverteerbare dagen.

 

Naar bed

Ik verlang en vrees
wildernissen
of een verzamelde vlucht
als patiënt van de macht.

Leven in groepen die niet onderzocht worden.
Bevroren grotten pigmentloos koraal
in een kom vol sneeuw.
Ik deins terug.

Mijn ondergang moet naar bed. Ik ook. Wij zijn moe.
Mijn stedelijke omgeving moet
op slot.

 

Thuiskomst

Ik heb een fiets er is altijd iets mis
hier
kun je veranderen? Ik lijkt te vervagen slaap
de hele zomer
per dag masturbeer ik mij donkerder
wordt betaald

beweging: sublieme verplichting
maar willekeurig
ik wilde mij openbaren als oude mol
nu is het te laat voor alles

draaikont van een
hoofd van een levende
ik
nog nieuw in de wereld buiten
maar koud als sluipkanker
loop tegen lijf

sommige mensen die koolstofmonoxide inademen
rijden in paniek richting ziekenhuis
halverwege vergeten ze waarom ze in een auto zitten
en keren terug

 

Maarten van der Graaff (Dirksland, 14 oktober 1987)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Edward Estlin Cummings werd geboren in Cambridge, Massachusetts op 14 oktober 1894. Zie ook alle tags voor E. E. Cummings op dit blog.

 

& A (1925)

IV

Neem bijvoorbeeld dit:

als aan de kleur van middernacht
die meer is dan duister (die
mij en Parijs is en alles)
de lichte
regen
gebeurt hevig en prachtig

en (staande aan een raam
dit uur van de nacht)
voel ‘k me zomaar
hevig volledig bewust van de regen of liever
van Iemand die vaardig gebruik maakt van daken en straten
voor een denkbaar en prachtig geluid:

als een (misschien) klok in de levende koelte
heel zwak slaat en als ten laatste
door zo delicate regengebaren

een kleur breekt, die ochtend is, O ’t is niet vreemd dat

‘k (aan de rand van de dag) zonder twijfel
een miljoenste gedicht maak dat niet totaal aan
jou zal voorbijgaan; of als ‘k in ieder geval, vrouw,
een van de duizend zeiven die jouw glimlach zijn schep.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

E. E. Cummings (14 oktober 1894 – 3 september 1962)
Portret door Ioannis Mouhasiris, 2011

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e oktober ook mijn blog van 14 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Colin Channer, Jeet Thayil

De Jamaicaanse schrijver Colin Channer werd geboren op 13 oktober 1963 in Kingston. Zie ook alle tags voor Colin Channer op dit blog.

 

HOW LONG COULD I’VE BEEN WEIGHTLESS?

After the smooth up-pull the car dove fish-efficient
in the tractor-trailer’s wake. By then the thick wheel

cuts had tapered down the long, curved grade then vanished,
leaving undulations in the drifts.

All the way from Montreal through French-toned 
Vermont we’d held to, mostly all alone, 

through night-time Massachusetts, the Berkshires 
rhythmic now, the rise and fall of roadways

lunglike, up and down, the black outside squelching
with each splat. The snow fell lazy-seeming 

but the mass had force to it, a will thrust like those 
of sea currents, and in the down rush the car’s 

back end began to flex. The side-muscling
came in series, ripples, quivers, pulse,

and I was in it counter steering while
the coffee spilled in the careening 

into, through, and out of, what the frost-dimmed
lights could see: all murk then,

the whole world untrustworthy, murk and 
splat, and splat and speed, and ridges:

the wheel backlit by dials,
the fingers and their grips

the road itself a reef and I was skidding, skidding,
tread and road unbonded into flight.

How long could I’ve been weightless?
Does it matter now? 

I reach now to recall what flew by me:
trees in kelp shadow, gelid embankments 

snow shoals, formations of a world
so much like ours, just under water,

glimpse of where we’re headed
by degree. 

Four wheels on the snow again,
clutching, shifting, easing down

compression bracing on
momentum’s rush I saw it:

deep snow swashed in fan pattern
to the breadth of the road

the white rig turned over,
red stamp on the side of 

it: strike of harpoon. What fluke 
of luck had saved me? Which flake

launched me to air/water,
racing my breathing, slowing me down?

 

Colin Channer (Kingston, 13 oktober 1963)

 

De Indiase dichter, schrijver, librettist en muzikant Jeet Thayil werd geboren op 13 oktober 1959 in Kerala. Zie ook alle tags voor Jeet Thavil op dit blog.

 

DE TWEE MILLENNIA

Uiteindelijk was er maar zo weinig voor nodig om ons de das om te doen:
het denkbeeldige gebruik van brandstof,
de vage grammatica van een bepaalde groep logici,
steekpenningen
voor de sterksten onder ons.
Wie kon deze in koor verheven stemmen weerstaan? ‘
Reizen verdiept niets,’
zei de Grote Martelaar, ‘alleen je bruine kleur.’
Het was het officiële standpunt.
elke avond om zes uur
zonder reclameonderbreking uitgezonden.
De tijd voor lyriek was voorbij.
Ook – die van kussen, beeldhouwen, coq au vin, de tango,
en andere soorten gedrag
die te gewoon zijn om te worden genoemd.
Zij hadden G_D aan hun zijde;
wij hadden angst.
Wat maakt het uit, had je kunnen zeggen.
Ik hield een natte vinger in de wind.
Afhankelijk van wie er won
schoor ik me wel of niet.

 

Vertaald door Jabik Veenbaas

 

Jeet Thayil (Kerala, 13 oktober 1959)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e oktober ook mijn blog van 13 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

NoViolet Bulawayo

De Zimbabwaanse schrijfster NoViolet Bulawayo (pseudoniem van Elizabeth Zandile Tshele) werd geboren op 12 oktober 1981 in Tsholotsho, Zimbabwe en ging naar de Njube High School en later naar de Mzilikazi High School voor haar A-levels. Ze voltooide haar universitaire opleiding in de Verenigde Staten, studeerde aan het Kalamazoo Valley Community College en behaalde een bachelor- en masterdiploma in het Engels aan respectievelijk Texas A&M University-Commerce en Southern Methodist University. In 2010 voltooide ze een Master of Fine Arts in creatief schrijven aan de Cornell University, waar haar werk werd erkend met een Truman Capote Fellowship. In 2011 won ze de Caine-prijs met haar verhaal “Hitting Budapest”, dat was gepubliceerd in de Boston Review van november / december 2010 en het openingshoofdstuk werd van haar debuutroman uit 2013. “We Need New Names” was opgenomen in de shortlist van de Man Booker Prize 2013, waarmee Bulawayo de eerste zwarte Afrikaanse vrouw en de eerste Zimbabwaan was die op de shortlist voor de prijs stond. Ze won onder meer de Etisalat Prize for Literature en de Hemingway Foundation/PEN Award. In 2011 werd gemeld dat ze aan een memoiresproject was begonnen. Bulawayo zat tussen 2014 en 2018 in de raad van toezicht van het pan-Afrikaanse literaire initiatief Writivism. Haar tweede roman “Glory”, gepubliceerd in 2022, is geïnspireerd door George Orwells Animal Farm en gaat over een natie die op de rand van een revolutie staat.  Ze schreef meer dan drie jaar aan het boek, waarin Bulawayo het basisactivisme op de voet volgde dat verandering eiste in landen als Soedan, Algerije, Oeganda, Eswatini en de Verenigde Staten, waar de Black Lives Matter-beweging een grote vlucht nam. Bulawayo werd in 2014 door het tijdschrift New African uitgeroepen tot een van de 100 meest invloedrijke Afrikanen. Haar debuutroman, “We Need New Names”, stond op de shortlist voor de Booker Prize 2013, en haar tweede roman, “Glory”, stond op de shortlist voor de Booker Prize 2022, waardoor ze “de eerste zwarte Afrikaanse vrouw was die tweemaal op de Booker-lijst verscheen”.

Uit: We Need New Names

“We are on our way to Budapest; Bastard and Chipo and Godknows and Sbho and Stina and me. We are going even though we are not allowed to cross Mzilikazi Road, even though Bastard is supposed to be watching his little sister Fraction, even though mother will kill me dead if she found out; we are just going. There are guavas to steal in Budapest, and right now I’d rather die for guavas. We didn’t eat this morning and my stomach feels like somebody just took a shovel and dug everything out.
Getting out of Paradise is not so hard since the mothers are busy with hair and talk, which is the only thing they ever do. They just glance at us when we file past the shacks and then look away. We don’t have to worry about the men under the jacaranda either since their eyes never lift from the draughts. It’s only the little kids who see us and want to follow, but Bastard just wallops the naked one at the front with a fist on his big head and they all turn back.
When we hit the bush we are already flying, scream-singing like our voices will make us go faster. Sbho leads: Who discovered the way to India? and the rest of us rejoin, Vasco da Gama! Vasco da Gama! Vasco da Gama! Bastard is at the front because he won country-game today and he thinks that makes him our president or something, and then myself and Godknows, Stina, Sbho, and finally Chipo, who used to outrun everybody in all of Paradise but not anymore because somebody made her pregnant.
After crossing Mzilikazi we cut through another bush, zip right along Hope Street for a while before we cruise past the big stadium with the glimmering benches we’ll never sit on, and finally we hit Budapest. We have to stop once though, for Chipo to sit down because of her stomach; sometimes when it gets painful she has to rest it.
When is she going to have the baby anyway? Bastard says. Bastard doesn’t like it when we have to stop doing things because of Chipo’s stomach. He even tried to get us not to play with her altogether.
She’ll have it one day, I say, speaking for Chipo because she doesn’t talk anymore. She is not mute-mute; it’s just that when her stomach started showing she stopped talking. But she still plays with us and does everything else, and if she really, really needs to say something she’ll use her hands.
What’s one day? On Thursday? Tomorrow? Next week?
Can’t you see her stomach is still small? The baby has to grow.
A baby grows outside of the stomach, not inside. That’s the whole reason they are born. So they grow into adults.
Well, it’s not time yet. That’s why it’s still a stomach.
Is it a boy or girl?
It’s a boy. The first baby is supposed to be a boy.”

 

NoViolet Bulawayo (Tsholotsho, 12 oktober 1981)

Stefaan van den Bremt, Robert Fitzgerald

De Vlaamse dichter en essayist Stefaan van den Bremt werd geboren in Aalst op 12 oktober 1941. Zie ook alle tags voor Stefaan van den Bremt op dit blog.

 

Dood Punt

Ik schuil in taal. Woorden
rijzen rechtopstandig op de blinde
speerpunt van mijn zinnen.
Ik folter en aanbid ze
in een afgoddelijk gericht.
Ik breek hun schaal.
Ik kerf een totempaal
tot hun gekarteld teken.

De dag verzuilt.
De tijd staat heidens stil.
De zon telt koppensnellend zijn trofeeën.
Ik wordt een opgezet dood dier.
Ik ben niet hier. Dit is
mijn stoffelijke overschot.
Ik tuimel in een valkuil
in de wolken.

 

Het vlees is gewillig, maar de poëzie is zwak

1.
Ik kan niet zeggen dat ik ongelukkig ben
als ik je hoor lachen in de kamer naast die
waarin ik zit te schrijven, als ik bedenk:
wij eten samen aan één tafel,
wij slapen samen in één bed
en soms zijn we dat-raad-je-wel.
Nee, ik kan niet langer zeggen dat ik
ongelukkig ben. Je lachen doet mijn pen
haperen, wanneer zij wil vervallen in een
variatie op een dichterlijke nostalgie.
Natuurlijk is er méér dan één manier
om klaar te komen. Maar daarvoor is
een vrijer ritme nodig dan het
voorgeschreven metrum van de
poëzie.

2.
Misschien kunnen wij wel zeggen
dat wij gelukkig zijn, alsof dit
vanzelfsprekend was in deze tijd.

 

Stefaan van den Bremt (Aalst, 12 oktober 1941)
Portret door Sandra van den Bremt

 

De Amerikaanse dichter, criticus en vertaler Robert Stuart Fitzgerald werd geboren op 12 oktober 1910 in Springfield, Illinois. Zie ook alle tags voor Robert Fitzgerald op dit blog.

 

De herinnering aan bloemen

Gelukzaligheid in de lucht
Het snijden van bloemblaadjes, helder levend
Op puur licht, onbestendige dauw.
Dit is het concept van de roos
En zingend ochtend
Kristal boven witte kiezelstenen in het zwembad.

Jij die het je herinnert,
Weet dat de geest groeit als schuim op vlak water
Opgejaagd door staal en wind;

En loop in de schemering op plaatsen zonder huurders
Terwijl je de aarzelingen van gevallen bladeren beluistert;
Betreed de mistige ruimtes die zijn opgedroogd door de zomer,
Violet en goud van de stervende herfst,
Sluiers van zonsondergangslicht gemorst dromend in duisternis
Over de stammen van bomen.
Je zult de winter niet vrezen,
Afmetingen in de lucht zullen je niet benauwen,
Verdriet, noch opeenvolging van dagen.

Als je wilt, neem dan deze andere lieftalligheid op:
Bleke vrouwen weelderig gekleed
Wandelen langzaam in de tuinen,
In het herfstbos, In de avondlucht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Robert Fitzgerald (12 oktober 1910 – 16 januari 1985) 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e oktober ook mijn blog van 12 oktober 2018 en ook mijn blog van 12 oktober 2017.

Daniel Falb, Christoph Peters

De Duitse dichter en schrijver Daniel Falb werd geboren op 11 oktober 1977 in Kassel. Zie ook alle tags voor Daniel Falb op dit blog.

 

beide dimensionen der gleichförmigkeit

beide dimensionen der gleichförmigkeit, deren ebene von Zisternen eingekerbt ist, in die hinein das tätigsein abläuft: physiologisch die dankbarkeit des karten- und würfelspiels. kaninchen der pik sieben, zutiefst besorgt nimmt sie den illusionismus zur kenntnis, zaubert den hut. es könnte der eindruck entstehen, die Vorstellung verstoße gegen naturrecht.

zum verschwinden gebracht worden ist: eine zersägte Jungfrau, ein nickendes haupt, ein plexus samt enthaltenem gedanken. sieh, die applikation auf ihrem engen kostüm, die haut ihrer oberarme, metallisch, o-orange. das verderben soll nicht willkürlich auf uns kommen, sondern wie seligkeit geregelt, als herauskaufen der arbeitskraft aus dem ansonsten ganz

sich selbst überlassenen kinder-geschöpf. versprach doch das programm die abschaffung des verschwindenlassens, als ingewahrsamnahme der straffälligkeit aus dem ansonsten ganz sich selbst überlassenen kinder-geschöpf: du merkst nicht, was fehlt. ich träume, zu hause zu sein, mit meinen kindern, jedes ein teil von mir. mohammad, vergiss mich nicht. …………

 

den phasenübergang hätten wir

  1. den phasenübergang hätten wir gerade verpasst. vom kristall zum flüssig-
    kristall, ein blinzeln. eine schmelze, nämlich die topologien und ländereien,
    in denen wir gebogen liegen.
  2. und wie sie geplant sind. jene hundertschaften von partnern, die nur aus
    lippen und haut bestünden.
  3. die anordnung der kleinen käfige wäre in perspektivischer darstellung aus-
    zuführen. überflüssiges ließen wir weg.
  4. dasjenige, das wir die augen nannten und das sich auf allen gliedmaßen
    unkontrolliert und kreisförmig vermehrte.
  5. und dasjenige, das hier als die knochen oder doch als gesteil fungierte, den
    intelligenten einkaufswagen. unser Warenkorb sackte entsprechend schnell
    in sich zusammen.
  6. gleichwohl wollten wir sicherheit bekommen für das tier, lagen formlos und
    gerötet im bettenstudio.
  7. aus den tissues, eben dem flüssigen gewebe und den kleenex formierte sich
    so bereits ein neues objekt. eine qualität, die sich mehrdimensional erhob,
    indem wir aufstanden und zum kühlschrank gingen.
  8. das alles nahm wie unsere freundschaft nur wenige raumelemente ein, zu-
    mal meine stimme selbst dazu gehörte.

 

leven op een bedrijvencomplex

leven op een bedrijvencomplex. de bron die in zichzelf terugspoelt…….. het hart
betaalt de lever.

says the infant, weldra ga ik sterven…… stop de steeds weer opduikelende clowns in
de grond.

….dit individu dient een kudde te zijn die, op haar trek, andere lijven begon af te
grazen. compagnons die te werk gaan volgens het piramidemodel.

hoeveel maaltijden kun je vanavond tot je nemen…… zonder bedolven te worden
onder eigen vorderingen. de hoogbegaafden onder de slachtoffers.

landschappen van verwachting……….. te bekijken als voortuin. we herkennen er de
bosbrand in en het grondwater eronder.

de hoogglans ervan is hun didactiek……… een federale wet regelt de rest. hoe vaak
kun je vanavond gaan slapen. a thousand years.

 

Vertaald door Ton Naaijkens

 

Daniel Falb (Kassel, 11 oktober 1977)

 

De Duitse schrijver Christoph Peters werd geboren op 11 oktober 1966 in Kalkar. Zie ook alle tags voor Christoph Peters op dit blog.

Uit: Dorfroman

„Nachdem der Gastpräsident, -general oder -könig, meist in Begleitung seiner Frau, die hinter ihm aus der Luke tritt, gemessenen Schrittes die breite Treppe aus dem Flugzeug hinuntergestiegen ist, schüttelt er dem Gastgeber, der neben dem Rollfeld mit einer großen Zahl seiner Minister, Untergebenen und Fotografen wartet, ausgiebig die Hand. Anschließend gehen sie gemeinsam durch ein Spalier von Soldaten, die in schmucken Uniformen, wie mit dem Lineal gezogen, dastehen, ihre Gewehre auf Kommando vorstrecken, in die Luft stoßen oder auf den Boden stampfen. Manche der Präsidenten, Generäle und Könige haben eine schwarze Hautfarbe, hauptsächlich in Afrika. Auch in Amerika gibt es viele Schwarze, dort sind sie aber meist Sportler. Sie laufen in großen Stadien um die Wette, spielen Korbball oder tragen Boxkämpfe aus. Der berühmteste von ihnen heißt Cassius Clay. Mein Vater hat mich einmal nachts aus dem Bett geholt und auf den Schoß genommen, damit ich Cassius Clay nicht verpasse, denn er ist der beste von allen Boxern. Ich glaube schon, dass Schwarze gut boxen können, sie haben größere Muskeln als wir, obwohl auch mein Vater einen sehr dicken Bizeps hat, den er mich manchmal fühlen lässt, damit ich weiß, wie stark er ist, und dass ich keine Angst haben muss, weder vor Einbrechern noch vor den Leuten von der Baader-Meinhof-Bande und auch nicht vor dem Krieg. Ich bin erst ein Mal echten Schwarzen begegnet. Das war in Calcar, wo mein Vater und ich Werkzeug kaufen wollten — er einen Fuchsschwanz, ich eine Laubsäge —, da kamen uns zwei schwarze Soldaten auf der Straße entgegen. Sie sprachen in einer Sprache, die wir nicht verstanden, und spazierten durch die Stadt, als wäre es das Normalste der Welt. »Kick ou dat aan: Da he chey twey ganze Schwatte«, sagte mein Vater, und wir staunten beide. Allerdings waren sie von der Farbe her viel weniger schwarz, als die Fernsehbilder einem vorgaukeln wollen. Sie hatten sich die Haare auf dem Kopf abrasiert, und ihre Haut glänzte wie weiche Bronze. Neben den Präsidenten, Generälen und Königen werden auch häufig Ölscheichs gezeigt, wenn sie aus Flugzeugen steigen, Hände schütteln und Soldatenreihen abschreiten. Sie herrschen im Nahen Osten. Diese Gegend wird zwar »nah« genannt, ist in Wirklichkeit aber doch auch so weit entfernt, dass man ein Flugzeug nehmen muss, wenn man ihre Länder besuchen will.“

 

Christoph Peters (Kalkar, 11 oktober 1966)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e oktober ook mijn romenu blog van 11 oktober 2018 en ook  mijn blog van 11 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 11 oktober 2015 deel 2.

Menno Wigman, Tadeusz Różewicz

De Nederlandse dichter en vertaler Menno Wigman werd geboren in Beverwijk op 10 oktober 1966. Zie ook alle tags voor Menno Wigman op dit blog.

 

Tot de bodem

Een kroeg bezoeken en naar glazen grijpen,
je geest, een luchtballon, van zandzakken bevrijden,
steeds hoger stijgen en blijmoedig verder hijsen,
de hoogste tijd, een nieuwe kroeg, je geld, je jas,
zo dweil je door de koude voorjaarsnacht en pist,
je bent een man of niet, schuimkringen in de gracht.

Ik las dat de politie bij elk waterlijk
(het gaat om meer dan vijftig doden in drie jaar)
sinds kort meteen naar open gulpen kijkt.
Hoe drank een vloek over de grachten verft.
Hoe water ’s nachts naar mensen grijpt.

Een flits van speelgoed, stranden, tuinen en tv.
Naar kades klauwen, in je kreten stikken, rond
die luchtbel, rond je hoofd, een engel die niet komt,
o de gestorven zomers in je mond.

 

Oropax

Zolang die beesten van hierboven in hun scheve
liefde blijven wonen, grendel ik mijn oren af.
Wat een valse oorlog druipt er uit hun bek!
Maar ook wanneer ze soms – zoals dat gaat –
alsnog in bed… Ik kan het niet meer horen.

En terwijl ik met mijn Oropax het hele pand
tot zwijgen dwing, schraap ik wat restjes
liefde bij elkaar en vraag me af hoe goed
ik at toen ik nog honger had. Ach,

laat hem barsten, breek haar botten,
maar bespaar me dat toneel. Al was het maar
omdat ik dagelijks het noodweer moet vergeten

dat tussen deze muren heeft gewoed.
Ik denk dat ik alleen weet hoe het moet.

 

Ergens was het zomer

Duizend geuren en geluiden geleden,
lang voor ik als een keizer
uit mijn moeder werd gesneden en druipend
aan het licht werd uitgeleverd,
hoorde ik een stem mijn komst bespreken.

Dat ik blond zou zijn en Mark zou heten,
Birthe, Lies of Bart, niets stond
nog vast. Maar buiten hing een rode zon
te bloeden, er droop een geur van
bang geluk uit de seringen en de avondkrant

zag wit van Vietnam. – Ik weet van niks.
Ik heers en zeil en schop
in mijn volmaakt gevoerde envelop.
Nooit val ik samen met een naam.
Nooit spoel ik panisch in het daglicht aan.

 

Menno Wigman (10 oktober 1966 – 1 februari 2018)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

je leeft dus toch te lang als je gedichten schrijft

een dorre kracht overschaduwt
de gebieden van de taal

in een hoek liggen
op een krant tot moes gekookte gedichten
linguistische
didactische
patriottische
religieuze en andere

wat is de Weg terug
naar het dichterschap
na het verlaten van de wereld
na het heengaan
een hopeloze
reis

je leeft dus toch
te lang als je gedichten schrijft

verloren tussen de kletsers,
in het nachtelijk duister, kunnen we
de schijn van licht,
die hun gepraat vergezelt, slechts haten.

de woorden vallen onderweg
en de lange mars
naar de dood van de dichter
filosoof priester en nar
duurt voort
een marteling van taal
rad in de leegte
boeken slaan we open
op toevallige plaatsen
al kletsend hebben we de waardigheid
en ernst van de dieren verloren

verstoren de harmonie
tussen ding en woord
dat is de nieuwe liefde
die het hart niet ontroert
noch de zon noch de sterren
dat is de nieuwe poëzie
woorden zijn veranderd in woorden
en ‘de mogelijkheden van de mens’
zijn onbegrensd

het voorhoofd bedekt
met doodszweet
keren we terug naar ons vernielde huis
zoeken leven in de graven

boven ons
staat aan een vuile hemel
de zon
als een grote gele luis

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e oktober ook mijn blog van 10 oktober 2021 en ook mijn blog van 10 oktober 2018 en ook mijn blog van 10 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 10 oktober 2015 deel 2 en eveneens deel 3.

Herman Brusselmans, Tadeusz Różewicz

De Vlaamse schrijver Herman Brusselmans werd geboren in Hamme op 9 oktober 1957. Zie ook alle tags voor Herman Brusselmans op dit blog.

Uit: Problemen die er geen zijn (De laatste ondergang)

“Irma liep van het station naar huis. Noch in haar tas noch in haar jaszakken vond ze haar sleutels. Er kon niemand de deur voor haar opendoen: haar man woonde met z’n nieuwe vriendin in een ander dorp, haar zoon Sören was verkast naar Oostenrijk, en haar dochter Cindy was de dag ervoor overleden. Irma bedacht dat de sleutels tijdens haar gang van het station naar huis uit haar tas of jaszak moesten gevallen zijn. Ze voelde nogmaals, en vond een gat in de linker jaszak. Ik steek m’n
sleutels toch altijd in de rechterjaszak? dacht ze. Ze voelde een derde keer, en ook in de rechterjaszak zat een gat.
Misschien heb ik ze uitzonderlijk, voor één keer, toch in de linker jaszak gestoken, dacht ze. Hoe dan ook was ze haar sleutels kwijt. Was het de moeite om speurend, met de ogen naar de grond, de weg van het huis naar het station af te leggen? Misschien wel. Ze keek voor alle zekerheid nog maar ’ns in haar tas, maar nee, geen sleutels.
Ze begon aan de tocht van haar huis naar het station, inderdaad met haar ogen naar beneden gericht. Af en toe keek ze voor zich uit, om te vermijden dat ze ergens tegenaan zou lopen. Toch liep ze ergens tegenaan, een ijzeren paal waarop vanboven het verkeersbord alleen parkeren voor gehandicapten was bevestigd. De klap kwam harder aan dan de grootste pessimist voor mogelijk had gehouden. Irma sloeg achterover, met een bloedende wond in haar voorhoofd. Ze wilde werktuigelijk meteen recht klauteren, maar dat mislukte. Bovendien zag ze alles dubbel, ook het gezicht dat boven haar verscheen. ‘Wat deed je toch?’ vroeg een vrouwenstem.
‘M’n dochter Cindy is dood,’ zei Irma, en ze voelde dat ze begon te huilen.
‘En daarom liep je tegen die paal?’ vroeg de vrouw, die hoogblond was.
‘Nee, omdat ik m’n sleutels kwijt was,’ zei Irma, waar- na ze snikkend het bewustzijn verloor. De hoogblonde vrouw belde de ambulancedienst. Er waren nog meer mensen rond Irma’s tafereel komen staan. ‘Hoe is het gebeurd?’ vroeg een man die een minipoedel aan de lijn had.
‘Ze keek naar beneden,’ zei de hoogblonde vrouw, ‘en botste tegen deze paal omdat ze haar sleutels kwijt is.
Haar dochter Cindy is dood.’
‘Mijn dochter heet ook Cindy,’ zei een dikke vrouw.”

 

Herman Brusselmans (Hamme, 9 oktober 1957)

 

De Poolse dichter en schrijver Tadeusz Różewicz werd geboren in Radomsko op 9 oktober 1921. Zie ook mijn blog van 9 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Tadeusz Różewicz op dit blog.

 

nu

vroeger
waakte ik
elk ogenblik
kon de poëzie me overvallen
ik rende tot ik buiten adem was
het beeld achterna dat zich bewoog

nu
laat ik de gedichten lopen
weg van mij
verpieteren vergeten
versterven

geen stap
nader tot hun verwerkelijking

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

Tadeusz Różewicz (9 oktober 1921 – 24 april 2014)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e oktober ook  mijn blog van 9 oktober 2018 en ook mijn blog van 9 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 9 oktober 2016 deel 2.

Alexis de Roode, Arne Rautenberg

De Nederlandse dichter Alexis de Roode werd geboren op 8 oktober 1970 in Hulst. Zie ook alle tags voor Alexis de Roode op dit blog.

 

Zaterdag

Eigenaardig. De laatste tijd
bekruipt mij de sensatie dat ik een ziel heb.
Buiten is het donker en binnen brandt een lichtje.
Er is muziek en poëzie en een meisje dat door de kamer danst,
niet alleen in de kamer, maar ook in mij.
Ik zou zelfs naar kantoor kunnen gaan.

Ach… er waren tijden dat ik tienermoeders keek op MTV.
In die tijd draaide ik muziek, om het even welke muziek.
En als mijn vriendin danste, zag ik haar uit mijn ooghoeken.
En de poëzie die ik schreef, was bitter en overspannen.
Maar vandaag, terwijl de dag wordt vol geregend,
heb ik mijn leven teruggevonden.

Mijn ogen hebben weer ogen gekregen.
Van mijn buitenste naar mijn binnenste oren
sijpelen gefluisterde, troostrijke boodschappen door.
Verrukkelijk. Kijk eens hoe ik hier zit,
met al mijn kleine en grote misdaden.

Nu ik weer een ziel heb, is het onmogelijk
om te falen. Vandaag zoek ik de hele dag
naar het juiste woord voor de beweging
van grote loofbomen in wind, vergeefs als altijd,
maar met een oneindig vertrouwen.

 

Zondagochtend

De hele lege dag
staat de auto achter het huis te wachten.
Morgen moet ik naar kantoor om deze tijd.
De auto staat klaar.
Hij wacht op mij.
Mijn vriendin verbiedt mij aan morgen te denken.
Vandaag ben je vrij.
Deze vrijheid, deze hele dag van vrijheid
is mij contractueel toegekend.
Ik zou heel even in de auto kunnen gaan zitten.
Op het koele leer. En de radio aanzetten.
Om te voelen hoe het is naar mijn werk te rijden,
zonder dat ik naar mijn werk rijd.
Ik voer mijn plan uit.
Dit is nochtans de vrijheid waar ik recht op heb.
Dit is vrijheid.
Ik streel het stuur, draai het raampje open.
Wacht een uur.

 

Contract

Ik ben vandaag in dienst getreden van het goede,
met inzet van al mijn beperkte middelen,
om de wereld tot een betere planeet te maken.

Ik ga er werk van maken, de verbeterde schepping,
de fouten die Darwin en God hebben gemaakt,
de inborst van de mens afwerken,
bewustzijn in het productieproces brengen.

Het wordt tijd haar eindelijk eens op te graven,
onze betovergrootmoeder, de Deugd.
Die kinderachtige verheerlijking
van de ondeugd, lekker stout,
het heeft nu lang genoeg geduurd.

Wij gaan dineren in een bos
met een ingehuurde beroemdheid
en schrijven ieder drie ideeën op
om de wereld te veranderen.

Niemand weet waar het heen gaat;
wij gaan daar orde in aanbrengen.

Omdat ik voor het goede ga werken, is mijn salaris enorm.

 

Alexis de Roode (Hulst, 8 oktober 1970)

 

De Duitse dichter, schrijver en kunstenaar Arne Rautenberg werd geboren op 10 oktober 1967 in Kiel. Zie ook alle tags voor Arne Rautenberg op dit blog.

 

ter hoogte van de sneeuwklokjes

tussen winter en lente
wordt iets zacht tussen
adelaar en merel komt
een gezang in gang tussen
vernietigen en vernietigd worden
ligt een bewustzijn onder
fijne ribspanning op de bank

blijf gewoon naar je kijkbuis kijken
de weersvoorspelling valt tegen
terwijl de schoenen drogen
de gedachte aan het kopen
van zonnebrandcrème dwaalt nog vergeten
rond terwijl jij naar het bloembed
staart en telt

de maanden dagen uur
totdat de klok wordt teruggezet
sneeuwklokjes zijn de egels
van de bloemen tussen de konijnen
van de jaren: aanwezig al en jij bent het ook
staart naar de grond
luistert naar de hemel

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Arne Rautenberg (Kiel, 10 oktober 1967)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e oktober ook mijn blog van 8 oktober 2018 en ook mijn blog van 8 oktober 2017`.