Stephen Fry, Charles Wright

De Engelse komiek, schrijver, acteur en presentator Stephen John Fry werd geboren in Londen op 24 augustus 1957. Zie ook alle tags voor Stephen Fry op dit blog.

Uit: Troy

“Troy. The most marvellous kingdom in all the world. The Jewel of the Aegean. Glittering Ilium, the city that rose and fell not once but twice. Gatekeeper of traffic in and out of the barbarous east. Kingdom of gold and horses. Fierce nurse of prophets, princes, heroes, warriors and poets. Under the protection of ARES, ARTEMIS, APOLLO and APHRODITE she stood for years as the paragon of all that can be achieved in the arts of war and peace, trade and treaty, love and art, statecraft, piety and civil harmony. When she fell, a hole opened in the human world that may never be filled, save in memory. Poets must sing the story over and over again, passing it from generation to generation, lest in losing Troy we lose a part of ourselves.
To understand Troy’s end we must understand her beginning. The background to our story has many twists and turns. A host of place names, personalities and families enter and exit. It is not necessary to remember every name, every relationship of blood and marriage, every kingdom and province. The story emerges and the important names will, I promise, stick.
All things, Troy included, begin and end with ZEUS, the King of the Gods, Ruler of Olympus, Lord of Thunder, Cloud-¬Gatherer and Bringer of Storms.
Long, long ago, almost before the dawn of mortal history, Zeus consorted with Electra, a beautiful daughter of the Titan Atlas and the sea nymph Pleione. Electra bore Zeus a son, DARDANUS, who travelled throughout Greece and the islands of the Aegean searching for a place in which he could build and raise his own dynasty. He alighted at last on the Ionian coast. If you have never visited Ionia, you should know that it is the land east of the Aegean Sea which used to be called Asia Minor, but which we know as Turkish Anatolia. The great kingdoms of Phrygia and Lydia were there, but they were already occupied and ruled over, so it was in the north that Dardanus settled, occupying the peninsula that lies below the Hellespont, the straits into which Helle fell from the back of the golden ram. Years later JASON would sail through the Hellespont on his way to find the fleece of that ram. The lovestruck Leander would swim nightly across the Hellespont to be with Hero, his beloved.
The city Dardanus established was called – with little imagination and less modesty – Dardanus, while the whole kingdom took on the name Dardania.** Following the founder king’s death, Ilus, the eldest of his three sons, ruled – but he died childless, leaving the throne to his brother, the middle son, ERICHTHONIUS.”

 

Stephen Fry (Londen, 24 augustus 1957)

 

De Amerikaanse dichter Charles Wright werd geboren op 25 augustus 1935 in Pickwick Dam, Tennessee. Zie ook alle tags voor Charles Wright op dit blog.

 

Wegpiraten

Mijn reiskleren verlichten de middag.
Ik ben al heel lang onderweg
terug naar het verleden,
Die onverzoenlijke stad.
Iedereen wil met me mee, zo lijkt het, en ik laat ze.
Bloemen langs de weg drijven me tot het uiterste,
libellen
Zweven als lapus lazuli, daar, net buiten bereik.

Smalle weg, brede weg, wij allemaal erop, ongelukkig,
Onrustig, zeven meter tekort aan onsterfelijkheid
En nog een meter te kort om niet lang te leven.
Beter om in het hoge gras te gaan zitten
en naar de wolken te kijken,
Om onze gezichten naar de hemel op te heffen,
Aangezien – voor de meesten van ons – het leven een constante vergissing was.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Wright (Pickwick Dam, 25 augustus 1935)

 

Zie voor de schrijvers van de 24e augustus ook mijn blog van 24 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 24 augustus 2019 en ook mijn blog van 24 augustus 2018.

Serhiy Zhadan

De Oekraïense dichter, romanschrijver, essayist en vertaler Serhiy Viktorovych Zhadan werd geboren op 23 augustus 1974 in in Starobilsk, in het gebied Loehansk. Hij studeerde af aan de H.S. Skovoroda Ulusal Pedagoji Üniversitesi (Nationale Pedagogische Universiteit)  in Charkov.  Van 2000 tot 2004 doceerde hij Oekraïense en wereldliteratuur. Sindsdien werkt hij als freelance schrijver. Zijn carrière begon in 1990 en zijn gedichten brachten een revolutie teweeg in de Oekraïense poëzie: ze deden de stijl van de Oekraïense avant-gardeschrijvers uit de jaren twintig zoals Semenko of Johanssen herleven.  Zhadan publiceerde  12 dichtbundels en 7 romans, en won meer dan een dozijn literaire prijzen. In maart 2008 kwam de Russische vertaling van zijn roman “Anarchy in the UKR” op de shortlist van de Nationale Bestsellerprijs. Zhadan heeft poëzie vertaald uit het Duits, Engels, Wit-Russisch en Russisch, van dichters als Paul Celan en Charles Bukowski. Zijn roman “Anthem of Democratic Youth” is bewerkt voor het toneel en uitgevoerd in het Ivan Franko Nationaal Academisch Drama Theater in Kiev. Sinds 2004 werkt hij samen met Yara Arts Group van La MaMa Experimental Theatre in New York, waar hij bijdroeg aan de shows: “Koliada: Twelve Dishes” (2005), “Underground Dreams” (2013-2014), “Hitting Bedrock” (2015 ) en “1917-2017: Tychyna, Zhadan en de honden,” (2016-2017). Zhadan werkte samen met de in Kharkiv gevestigde muziekband Luk. De meeste van Luk’s Oekraïens-talige liedjes bevatten teksten gebaseerd op werken van Zhadan (met name het eerste album Tourist zone is gebaseerd op Zhadans toneelstuk Merry Christmas, Jesus Christ). Zhadans actieve betrokkenheid bij de Oekraïense politiek begon tijdens zijn studententijd en is gedurende de verschillende politieke crises in Oekraïne voortgezet. Sinds 2014 heeft Zhadan talloze bezoeken gebracht aan de frontlinies van de oostelijke Donbas-regio die betrokken zijn bij gewapende conflicten met Russische separatisten. In februari 2017 was hij medeoprichter van Serhiy Zhadan Charitable Foundation om humanitaire hulp te bieden aan frontliniesteden.

 

PADDENSTOELEN VAN DE DONBAS

In de lente verzinkt de Donbas in de mist, en de zon verstopt zich achter de heuvels.
Want je moet deze plaats kennen,
je moet weten met wie je afspraken maakt.

Het was een arbeider van een voormalig pompgebouw,
een kerel gehavend door de alcohol.
“Wij, arbeiders van het pompgebouw”, zei hij toen we kennismaakten,
“werden altijd als de elite van het proletariaat beschouwd, ja man, de elite.
Indertijd, toen alles naar de kloten ging, waren er heel wat
die de moed lieten zakken. Maar niet zo de werkers
van het pompgebouw, ha nee, wij niet.
We brachten de onafhankelijke mijnwerkersbonden samen,
bezetten drie gebouwen van een voormalige fabriek
en begonnen daar paddenstoelen te kweken.”

“Hoezo paddenstoelen?”, vroeg ik ongelovig.
“Ja. Paddenstoelen. We wilden cactussen met mescaline kweken, maar bij ons
in de Donbas, gedijen cactussen niet goed.”

“Weet je wat het belangrijkste is, wanneer je paddenstoelen kweekt?
Het belangrijkste is high te zijn, maat, zo is dat – high zijn is het belangrijkste.
En óf we high waren, geloof me, ook nu nog trouwens, misschien omdat
we ten slotte toch de elite van het proletariaat zijn.

“Nou, en dus bezetten we die drie gebouwen en zaaiden daar onze paddenstoelen uit.
Nou, en daar had je dan de arbeidsvreugde, dat schouder-aan-schoudergevoel,
je kent dat wel het dronken makende gevoel van arbeidsprestaties.
En het belangrijkste: iedereen tript! Iedereen, zelfs zonder paddenstoelen!”

“De problemen begonnen al een paar maanden later. Het is hier een zware
wijk, dat heb je zelf gezien, onlangs staken ze nog een tankstation in de fik,
maar de politie rolde ze ter plaatse op, ze hadden zelfs geen tijd
om te tanken, zo erg waren ze erop gebrand om vlammen te zien.
En toen was er die brigade die ons kwam lastigvallen, die onze paddenstoelen
meenam, beeld je eens in. Ik denk dat in onze plaats om het even wie
was bezweken, zo gaat dat dan – iedereen bezwijkt,
ieder in overeenstemming met zijn sociale status.”

“Maar wij kwamen samen, en we dachten: oké, paddenstoelen, dat is oké,
maar het gaat niet om de paddenstoelen, en evenmin om het schouder-aan-schoudergevoel,
en zelfs niet om het pompgebouw, hoewel dat een argument was.
We dachten gewoon: kijk straks komt onze oogst op en groeien
onze paddenstoelen, ze zullen groeien en, om zo te zeggen, aren schieten,
en wat zullen we onze kinderen vertellen, wanneer we hun in de ogen kijken?
Er zijn gewoon van die dingen waar je verantwoordelijk voor bent, waar je
niet zomaar even de brui aan geeft.
Kijk jij bent verantwoordelijk voor jouw penicilline
en ik voor de mijne.”

“In één woord, we gingen gewoon vechten op de paddenstoelenplantage. Daar
hakten we hen in de pan. En terwijl zij vielen op de warme harten van de paddenstoelen,
dachten wij:

Alles wat je met eigen handen maakt, werkt voor jou.
Alles wat je door je eigen geweten laat gaan, klopt
op de maat van je hartslag.
We bleven op deze grond, opdat het voor onze kinderen niet ver
zou zijn om onze graven te bezoeken.
Dit is ons eiland van vrijheid,
het verruimde bewustzijn
van de landbouw.
Penicilline en Kalasjnikov: twee symbolen van strijd,
de Castro van de Donbas leidt partizanen
door de mistige paddenstoelenplantages
tot aan de Zee van Azov.”

“Weet je”, zei hij me, “’s nachts wanneer iedereen in slaap valt,
en de donkere aarde de mist opzuigt,
voel ik zelfs in mijn dromen, hoe de aarde om de zon beweegt,
luister ik, luister ik hoe ze groeien:

de paddenstoelen van de Donbas, de onhoorbare chimera’s van de nacht,
oprijzend uit leegte, groeiend uit steenkool,
terwijl de harten stilstaan, als liften in nachtelijke gebouwen,
groeien de paddenstoelen van de Donbas, groeien ze terwijl ze niemand
die ontgoocheld of verloren is van weemoed laten sterven,
want, mijn beste, zolang we samen zijn,
wordt er gewoeld in deze grond
en vindt men in haar warme binnenste
het zwart van de dood,
het zwart van het leven.”

 

Vertaald door Eric Metz

 

Serhiy Zhadan (Starobilsk, 23 augustus 1974)

Koos Dijksterhuis, Charles Reznikoff

De Nederlandse schrijver, journalist en dichter Koos Dijksterhuis werd geboren op 23 augustus 1962 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Koos Dijksterhuis op dit blog

 

Piano forte

Ik zakte laatst voor het klavierexamen
men had mijn instrument onklaar gemaakt
en daardoor was ik van de wijs geraakt
de toetscommissie zou zich moeten schamen

Ik kampte onontkoombaar met problemen:
men mag een pianist geen toets afnemen!

 

Geklop

Hoor wie klopt daar kinderen
Hoor wie klopt daar kinderen
Hoor wie klopt daar, is ’t de zwarte knecht?

Nee, die is ontslagen
Al die hamerslagen
Zijn afkomstig van de zwarte specht.

 

Brand meester

Vier doden en een boel vakantiepech
Zou u wel zuidwaarts gaan met zoveel bosbrand?
Stel dat ineens een nieuwe vuurzee losbrandt!
Maar daar wuift het bestuur uw zorgen weg

Het meeste vuur, stelt men gerust, bedaarde,
bezoek dus zeker de verschroeide aarde.

 

Koos Dijksterhuis (Amersfoort, 23 augustus 1962)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Winterschetsen

III

Vanuit het midden van het zwembad
in de betonnen bestrating een fontein
van keurige stralen; de wind verstrooit ze
over het water. De slordige bomen
laten hun bladeren op de betonnen tegels vallen.

IV

Langs de platte daken onder ons raam,
in de ochtendzon,
las ik de handtekening van de regen van afgelopen nacht.

V

De squadrons, pelotons en regimenten
van verlichte ramen,
kortstondig onder de Avondster –

feest, jij die de brug oversteekt
deze koude schemering
op deze honingraten van licht, de gebouwen van Manhattan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)
Cover

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e augustus ook mijn blog van 23 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 23 augustus 2018 en ook mijn blog van 23 augustus 2016 en ook mijn blog van 23 augustus 2015 deel 2.

Griet Op de Beeck, Charles Reznikoff

De Vlaamse schrijfster en columniste Griet Op de Beeck werd geboren in Turnhout op 22 augustus 1973. Zie ook alle tags voor Griet Op de Beeck op dit blog.

Uit: Let op mijn woorden

“Van achter het raam keek Lise naar haar vader. Het was nacht. Niks bewoog. Haar moeder sliep, Lise had haar gesnurk gehoord tot op de gang. En hij zat daar, in de veranda, een schim in het donker. Hij nam een trek van zijn sigaret, de as lichtte op, oranjerood, de kleur van warmte. Hij hield een glas wijn in zijn hand en staarde naar de tuin. Het glas was groot, te groot bijna om nog wijnglas te mogen heten, maar het was het zijne, niemand anders mocht het gebruiken. Lise wist dat hij het vulde, leegdronk en opnieuw vulde voor hij ermee tevoorschijn kwam. Haar vader wist dat zij het wist, en dat hij erop kon vertrouwen dat ze het niet zou verklappen aan haar moeder. Ze vroeg zich af waarom hij de lamp niet had aangestoken_ Waarom hij naar buiten keek terwijl er niks te zien viel. Of hij nadacht over iets moois of iets vervelends, over iets wat verschoof of iets wat bleef Of hij nog droomde en waarvan dan. Hoe hij vroeger was geweest. Haar vader hield alleen van vragen als ze gingen over iets wat buiten hem lag, geschiedenis, de schone kunsten, talen zoals ze niet meer werden gesproken. De dingen zoals ze waren geweest, de dingen die controleerbaar waren. Hij legde zijn smeulende sigaret in de asbak, witte rook kringelde ongeïnteresseerd omhoog, hij nam een slok Er zat een verpakking om hem heen, dacht Lise, een beschermlaagje tussen hem en de wereld.
Ze wou dat hij omkeek Ze wou dat ze hem wilde vertellen wat er was gebeurd. Tot nu toe had ze gezwegen als de stenen, maar ze vroeg zich af hoelang het nog zou duren voor ze het moest opbiechten. Het was al bijna twee weken geleden dat ze het hadden uitgesproken, Evy en Sanne, zomaar, opeens, alsof ze weer op de lagere school zaten: dat ze geen vriendinnen meer wilden zijn. Sanne had met een vinger in haar haar gedraaid, zoals altijd wanneer ze nerveus was, maar Evy had het onbewogen meegedeeld, zakelijk bijna. Sindsdien liep Lise zich de kop te breken over wat ze anders had moeten doen, ook al had dat geen enkele zin. Evy en Sanne keken haar niet eens meer aan wanneer ze elkaar kruisten_ Ze was alleen nu. Opgejaagd wild dat tijdens pauzes ronddwaalde in de gangen van de school waar leerlingen dan eigenlijk niet mochten komen. Want wie in zijn eentje buiten stond, verdween niet in de massa, zoals Lise had gehoopt, maar werd een uitslaande brand, een smeulend wrak, een instortend gebouw, iets wat ongewild de aandacht zoekt. En dat wil niemand van vijftien zijn. Zij alvast niet. Zat er maar een afstandsbediening aan het leven, met een vooruitspoelknop. Over twee jaar en zeven maanden zou ze geneeskunde gaan studeren. Als ze in de eerste kandidatuur niet zou slagen, moest ze weer thuis komen wonen van haar ouders, en ergens in de buurt een opleiding volgen, dat hadden ze haar al op het hart gedrukt. Ze hoopte maar dat ze intelligent genoeg was. Haar vader had een IQ van 156, dat had ze op zijn Mensa-getuigschrift gelezen, het hare lag zeker lager.”

 

Griet Op de Beeck (Turnhout, 22 augustus 1973)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Winterschetsen

I

Nu die zwarte grond en struiken –
scheuten, bomen,
elke twijg en elk takje – plotseling wit zien van de sneeuw,
en de aarde helderder wordt dan de lucht,

ontkrult die ingewikkelde struik
van zenuwen, aders, slagaders—
mezelf –
zijn geknoopte bladeren
naar de stralende lucht.

Op deze beboste heuvel,
Bevlekt met sneeuw, hoor ik
alleen de smeltende sneeuw
van de twijgen vallen.

II: Metro

In stalen wolken
op het geluid van de donder
zoals de oude goden:
onze hemel, cement;
de aarde, cement;
onze bomen, staal;
in plaats van zonneschijn,
een licht dat geen schemering heeft,
noch ochtend noch avond,
alleen middag.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e augustus ook mijn blog van 22 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 22 augustus 2019 en ook mijn blog van 22 augustus 2016 en ook mijn blog van 22 augustus 2015 deel 1 en ook deel 2.

X. J. Kennedy, Charles Reznikoff

De Amerikaanse dichter, schrijver, vertaler en bloemlezer X.J. Kennedy werd geboren in Dover, New Jersey op 21 augustus 1929. Zie ook alle tags voor X. J. Kennedy op dit blog.

 

B Negative

You know it’s April by the falling off
In coughdrop boxes-fewer people cough-
By daisies’ first white eyeballs in the grass
And every dawn more underthings cast off.

Though plumtrees stretch recovered boughs to us
And doubledecked in green, the downtown bus,
Love in a season–so your stab-pole tells—
Beds down, and buds, and is deciduous.

Now set down burlap bag. In pigeon talk
The wobbling pigeons flute on the sidewalk,
Strut on the breeze and click leisurely wings
As if the corn they ate grew on a stalk.

So plump they topple where they try to stand,
They peck my shoelaces, come to demand
Another sack, another fifteen cents,
And yet—who else will eat out of my hand?

It used to be that when I laid my head
And body with it down by you in bed
You did not turn from me nor fall to sleep
But turn to fall between my arms instead

And now I lay bifocals down. My feet
Forget the twist that brought me to your street-
I can’t make out your face for steamed-up glass
Nor quite call back your outline on the sheet.

I know how, bent to a movie magazine,
The hobo’s head lights up, and in its screen
Slow-motioning white hands undo a bra
And no director interrupts the scene:

I used to purchase in the Automat
A cup of soup and fan it with my hat
Until a stern voice from the change-booth crashed
Like nickels-Gentlemen do not do that.

Spring has no household, no abiding heat,
Quickens no bud from branches of concrete.
Spring warms me less than winter, that lays down
The soft conclusive evidence of feet.

The springer spaniel and the buoyant hare
Are half at home reclining in mid-air
And thinking it looked easy, once I tried
But couldn’t set a foot for long up there.

The subway a little cheaper than a room,
I browse the News—or so the guards assume-
And cautious, snuggled under comic sheets,
I hurtle in a mileaminute womb.

Down streets that wake up earlier than wheels
The routed spirit flees on dusty heels
And in the soft fire of a muscatel
Sits up, puts forth its fingertips, and feels

Down streets so deep the sun can’t vault their walls,
Where one-night wives make periodic calls,
Where cat steals stone where rat makes off with child
And lyre and lute lie down under three balls,

Down blocks in sequence, fact by separate fact,
The human integers add and subtract
And in a cubic room in some hotel
You wake one day to find yourself abstract

And turn a knob and hear a voice: Insist
On Jiffy Blades, they’re tender to the wrist
And brinked on plateglass chasms, lift the sash
And hurry down to see if you exist.

I know how, lurking under trees by dark,
Poor loony stranglers out to make their mark
Reach forth shy hands to touch some woman’s hair —
I pick up after them in Central Park.

 

X.J. Kennedy (Dover, 21 augustus 1929)

 

De Amerikaanse dichter Charles Reznikoff werd op 30 augustus 1894 in New York geboren. Zie ook alle tags voor Charles Reznikoff op dit blog.

 

Een groep verzen

I.
De hele dag heeft de stoep zwart gezien
Van de regen, maar in onze warme felverlichte
Kamer, godzijdank,
Bleef ik tegen mezelf zeggen,
En zonder een woord te zeggen,
Amen, heb je geantwoord.

II.
Vanuit mijn raam kon ik de maan niet zien,
En toch scheen zij:
Het erf tussen de huizen –
Sneeuw erop –
Een rechthoek de duisternis.

III.
Tussen de hopen baksteen en gips ligt
Een stalen balk, zelf tussen het afval.

IV.
Roerloos tussen daken, hun rook tussen de wolken,
Fabrieksschoorstenen – onze ceders van Libanon.

V.
Wat doe je in onze straat tussen de auto’s,
Paard?
Hoe gaat het met je neven, de centaur en de eenhoorn?

VI.
Aan wie van onze bezoekers ik de grootste hekel heb, weet ik niet:
De stille kevers of deze luidruchtige vliegen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Charles Reznikoff (30 augustus 1894 – 22 januari 1976)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e augustus ook mijn blog van 21 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 21 augustus 2019 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 en ook mijn blog van 21 augustus 2016 deel 2.

Anneke Brassinga, Li-Young Lee

De Nederlandse dichteres, schrijfster en vertaalster Anneke Brassinga werd geboren in Schaarsbergen op 20 augustus 1948. Zie ook alle tags voor Anneke Brassinga op dit blog.

 

Slak

Leeg is hij gebaar van lopen,
naijlend leven
de lijn door hem gegroeid.
Hijzelf ontkwam, verlost.
Rest deze sterrenhemel,
opgerold gedicht.

 

Warnsborn

Kan ik ter wereld zijn gekomen
in deze zee van bomen? Een raam
tussen de takken, pannendak
rijst onpeilbaar hoog ten hemel,
omkruind. Geen tuin; bos
kruipt waar ik niet gaan kan.

Laat me verdwijnen. Ik weet niet
meer hoe het was, maak alles tot
het eerst geziene: zon door blad
op muren, het lonkend pad dat blijft
omzwerven de vensters zonder in-
zicht, overwoekerd geboortegraf.

 

Landgoed II

De dreven liggen blank
lippen dreven klanken uit
de eend kust me het oor
als hij op water landt. In gras
bespat met rag en licht
laat ik mijn muggen varen
botsend als sterren, lariks-
appels, alles dat veel is.

Gevechten woeden
tussen kauwen en spechten
wie weet wat ik wil, wie
geeft overhand? Ik kan niets
dan tot mij nemen, laten bekomen
tot het weer gaat, misschien
om weer te keren. Avond
schenkt me zich trouw.

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 20 augustus 1948) 

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Samen eten

De forel in de stoomkoker is
gekruid met reepjes gember,
twee takjes groene ui en sesamolie.
We zullen hem met rijst eten als lunch,
broers, zus, mijn moeder die
het zoetste vlees van de kop zal proeven,
terwijl ze hem tussen haar vingers houdt,
behendig, zoals mijn vader weken
geleden deed. Toen ging hij liggen om
te slapen als een besneeuwde weg,
die door dennen slingert, ouder dan hij,
zonder enige reiziger, en verlaten door niemand.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e augustus ook mijn blog van 20 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 20 augustus 2019 en ook mijn blog van 20 augustus 2017 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Jonathan Coe, Li-Young Lee

De Engelse schrijver Jonathan Coe werd geboren op 19 augustus 1961 in Birmingham. Zie ook alle tags voor Jonathan Coe op dit blog.

Uit: Meneer Wilder en ik (Vertaald door Otto Biersma)

“Zeven jaar geleden stond ik op een winterochtend op een roltrap. Het was een van de roltrappen waarmee je van de perrons van de Piccadilly Line op station Green Park op straatniveau komt. Als je ooit op een van die roltrappen hebt gestaan, weet je wel hoe lang ze zijn. Het duurt ongeveer een minuut om van beneden naar boven te komen, en voor een ongeduldig ingestelde vrouw als ik is een minuut stilstaan veel te lang. Hoewel ik die ochtend niet echt haast had, begon ik al gauw omhoog te lopen. Ik passeerde de stilstaande passagiers aan de rechterkant – met de gedachte ‘Ik mag dan bijna zestig zijn, maar ik kan het nog steeds, ik ben nog steeds fit’ – tot ik, op ongeveer driekwart van de weg omhoog, niet verder kon. Een jonge moeder stond aan de rechterkant en links van haar, hand in hand, stond haar dochter, een meisje van een jaar of zeven, acht. Ze had blond haar en droeg een rood regenjasje met capuchon waardoor ze een beetje leek op het meisje dat verdrinkt in het begin van Don’t Look Now. (Ik associeer alles met films, ik kan er niets aan doen). Er was niet genoeg ruimte om me langs haar te wurmen, en bovendien wilde ik het schattige tafereel van verbondenheid tussen een moeder en haar kind niet verstoren. Dus wachtte ik tot ze boven aan de roltrap waren, en keek ik hoe het meisje zich klaarmaakte om eraf te springen. Zelfs van achteren zag ik hoe ze zich voorbereidde, haar ogen waren ongetwijfeld gefixeerd op de bewegende treden voor haar, de spieren in haar kleine ledematen gespannen en vervolgens, toen het moment was aangebroken, volgde de plotselinge krachtsexplosie bij de sprong en landde ze veilig en wel op terra firma, waarna ze, ongetwijfeld opgelucht en uitgelaten vanwege haar hoogstandje, twee huppelpasjes maakte, nog steeds hand in hand met haar moeder die daardoor lichtelijk naar voren werd getrokken. En waarschijnlijk door die huppelpasjes, meer dan door wat dan ook, sloeg mijn hart een keer over, hapte ik even naar adem en keek ik vol verwondering en verlangen toe hoe de moeder en haar dochter in de richting van de poortjes liepen. Ik moest meteen aan mijn eigen dochters denken, Francesca en Ariane, die allang niet meer klein waren, en hoe voor hen, toen ze zeven of acht waren, simpelweg lopen soms niet genoeg was, het voelde vermoedelijk te gewoontjes en te saai om de diepe vreugde van het bewegen tot uiting te brengen, hun pas ontdekte besef van hun plek in de fysieke wereld, waardoor ook zij soms op een willekeurig moment opeens begonnen te huppelen of te springen, waarbij ze mij meetrokken, elk aan een hand, en soms begon ik ook te huppelen, om ze bij te houden en te laten zien dat ik net als zij kon genieten van de wereld, een genot dat mijn middelbare leeftijd nog niet uit me had gezogen.”

 

Jonathan Coe (Birmingham, 19 augustus 1961)

 

De Amerikaanse dichter Li-Young Lee werd geboren op 19 augustus 1957 in Jakarta, Indonesië. Zie ook alle tags voor Li-Young Lee op dit blog.

 

Een verhaal

Verdrietig is de man die om een verhaal wordt gevraagd
en kan er geen bedenken.

Zijn zoontje van vijf wacht op zijn schoot.
Niet hetzelfde verhaal, Baba. Een nieuw.
De man wrijft over zijn kin, krabt aan zijn oor.

In een kamer vol boeken in een wereld
van verhalen kan hij zich niet één
herinneren, en al snel, denkt hij, zal de jongen
zijn vader vaarwel zeggen.

De man leeft al ver vooruit, hij ziet
de dag dat deze jongen zal gaan. Ga niet!
Luister naar het alligatorverhaal! Nog een keer het engelenverhaal!
Je houdt van het spinnenverhaal. Je lacht om de spin.
Laat me het vertellen!

Maar de jongen pakt zijn overhemden in,
hij is op zoek naar zijn sleutels. Ben jij een god,
schreeuwt de man, dat ik stom voor je zit?
Ben ik een god die nooit mag teleurstellen?

Maar de jongen is hier. Alsjeblieft, Baba, een verhaal?
Het is eerder een emotionele dan een logische vergelijking,
een aardse in plaats van een hemelse,
die stelt dat de smeekbeden van een jongen,
opgeteld bij de liefde van een vader stilte is.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Li-Young Lee (Jakarta, 19 augustus 1957)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e augustus ook mijn blog van 19 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 19 augustus 2019 en ook mijn blog van 19 augustus 2017 deel 2.

Marc Degens, Ted Hughes

De Duitse schrijver Marc Degens werd geboren op 18 augustus 1971 in Essen. Zie ook alle tags voor Marc Degens op dit blog.

Uit: Abweichen (Der Büchermörder)

„Auf dem Weg in die Masuren lernt ein Tramper aus der DDR im Sommer 1978 in Warschau eine Rucksacktouristin kennen, die, wie sie sagt, aus Frankfurt am Main kommt. Die zwei reden über die verschiedenen Staatssysteme, doch das Gespräch ist unaufrichtig und wird von den eigenen Rollenerwartungen beherrscht. Am Ende lädt sie ihn in ihr Zelt ein, Alkohol fließt, er vergewaltigt sie. Am anderen Morgen erwacht der Tramper elend: »Felizitas schlief noch, friedlich: zufrieden. Leise suchte ich meine Sachen zusammen. Angst dabei, sie würde mich auf der Flucht erschießen. Geradezu selbstgefällig, wie sie da lag, flüchtig mit einem Schlafsack bedeckt. Dummer Bunditourist! Tourist wie fast alle! : Politiker werfen noch fliehend Bomben: ich brauchte Westgeld. Ich brauchte es nicht, doch so einfach weggehen, das kann kein Sieger! Ihre Umhängetasche. Ihre Briefmappe. Ihr …: blauer Personalausweis! Blau wie meiner, ausgestellt in Potsdam. Felizitas Kannegießer, Juri-Gagarin-Allee.«
Die vierzehnseitige Geschichte »Fliehend Bomben« von Detlef Opitz ist eine der verstörendsten Erzählungen über die Befindlichkeiten zwischen Ost- und Westdeutschen vor dem Mauerfall. Der Autor wurde 1956 in Steinheidel im Erzgebirge geboren, lebte als Schriftsteller ohne Werk in der DDR, und verdiente seinen Lebensunterhalt als Bibliothekstechniker, Buchhändler, Kellner, Puppenspieler, Verkäufer und Briefträger. Die Geschichte »Fliehend Bomben« wurde bereits Anfang der achtziger Jahre geschrieben, erschien aber erst 1990 mit weiteren Erzählungen und Kurztexten in Detlef Opitz’ Prosadebüt »Idyll« im Mitteldeutschen Verlag. Über die vergeblichen Mühen, seine Texte zuvor in der DDR erscheinen zu lassen, gibt nicht nur das Nachwort, sondern auch der im Buch abgedruckte, aberwitzige, knapp vierzigseitige Auszug aus dem mehrjährigen Briefkrieg zwischen Opitz und verschiedenen Behörden der DDR Auskunft. Es ist ein unfaßbares und unfreiwillig komisches Dokument aus einer Kunst und Künstler zerstörenden Zeit, die Opitz sogar eine Verurteilung wegen »gesellschaftlichen Mißverhaltens« einbrachte.
1996, rechtzeitig zum 450. Todestag des Reformators, erschien im Göttinger Steidl Verlag Opitz’ Romanerstling, die Martin-Luther-Phantasie »Klio, ein Wirbel um L.«. Es ist ein knapp 200 Seiten langer, wild zusammengeflunkerter Biographie-Entwurf voll derbem Spott und wüsten Zoten und einem ebenso umfangreichen, gelehrig-dreisten Anmerkungsapparat mit vielen Anspielungen auf Schriftstellerkollegen und Seitenhieben auf die Nachwende-Gegen-wart.“

 

Marc Degens (Essen,  18 augustus 1971)

 

De Engelse dichter en schrijver Ted Hughes werd geboren op 17 augustus 1930 in Mytholmroyd, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Ted Hughes op dit blog.

 

Heptonstall

Zwart dorp van grafzerken.
Schedel van een idioot
Wiens dromen sterven daar
Waar hij geboren werd.

Schedel van een schaap
Wier vlees wegsmelt
Onder haar eigen spanten.
Alleen vliegen verlaten haar.

Schedel van een vogel,
De grote plattegronden
Leeggezogen tot hechtnaden
Op gebarsten vensterbanken.

Leven probeert.

Dood probeert.

Het steen probeert.

Alleen regen geeft nooit op.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)
Standbeeld van Ted Hughes door Jane Robbins in Mexborough. Het beeld toont een jeugdige Hughes als leerling aan de Mexborough Grammar School.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e augustus ook mijn blog van 18 augustus 2018 en ook mijn blog van 18 augustus 2017 en ook mijn blog van 18 augustus 2016 en ook mijn blog van 18 augustus 2013 deel 1 en ook deel 2.

Elsa Morante

De Italiaanse schrijfster Elsa Morante werd geboren in Rome op 18 augustus 1912. Morante begon in de jaren dertig met het schrijven van korte verhalen en publiceerde haar eerste boek in 1941, een verzameling verhalen getiteld “Il Gioco Segreto”. In datzelfde jaar huwde ze de cineast en schrijver Alberto Moravia. Samen met haar echtgenoot vluchtte ze aan het einde van de oorlog (ze waren beide joods) naar het zuidelijke platteland van Italië. Die gebeurtenis is ook kenmerkend voor haar verdere werk. Enkele van haar boeken zijn verfilmd. Haar laatste roman, “Aracoeli”, verscheen in 1982, drie jaar voor haar dood. Morante stond bekend als een onorthodoxe Italiaans auteur. Gedurende haar schrijfcarrière stond ze erom bekend dat ze tegen vele heilige huisjes schopte. In haar beroemdste roman bijvoorbeeld, “De Geschiedenis”, laakt ze de ideologieën van haar landgenoten tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Uit: Leugens en tovenarij (Vertaald door Manon Smits)

“Het is nu al twee maanden geleden dat mijn adoptiemoeder, mijn enige vriendin en beschermster, is gestorven. Toen zij me na het verlies van mijn beide ouders in huis nam en adopteerde, stond ik net aan het begin van mijn meisjestijd; vanaf dat moment (meer dan vijftien jaar geleden) hebben we altijd bij elkaar gewoond. Het bericht over haar dood heeft zich inmiddels door haar hele kennissenkring verspreid; en nu er allang een eind is gekomen aan de toevallige bezoekjes in de eerste dagen, van mensen die het nog niet wisten en haar wilden komen opzoeken, meldt zich niemand meer bij dit oude appartement waar ik alleen ben achtergebleven. Amper een week na de begrafenis heeft ook ons enige dienstmeisje, dat sinds kort bij ons werkte, met een smoesje haar ontslag ingediend, waarschijnlijk omdat ze niet goed tegen de verlatenheid en de stilte kon binnen onze muren, waar voorheen altijd bezoek en geroezemoes was. En hoewel de erfenis van mijn beschermster me in staat stelt om in enige welstand te leven, wil ik geen nieuwe hulp aannemen. Sinds enkele weken leef ik dus teruggetrokken hierbinnen, zonder dat ik nog een menselijk gezicht zie, behalve dat van de huisbewaarster, die de opdracht heeft me mijn boodschappen te brengen; en dat van mezelf, weerkaatst in de vele spiegels van mijn woning. Af en toe, terwijl ik doelloos door de kamers dwaal, komt mijn spiegelbeeld me plotseling tegemoet; eerst krijg ik een schok bij het zien van een schim die zich door deze doodse eenzame wateren beweegt, en dan, als ik besef dat ik het ben, blijf ik roerloos naar mezelf staan staren, alsof ik een kwal aanschouw. Ik bekijk die tengere, nerveuze figuur in haar gebruikelijke vaalrode jurk (ik heb niets met rouwkleding), de zwarte vlechten die op haar hoofd prijken in een ouderwets, slordig kapsel, haar ziekelijke gezicht met de tamelijk donkere huid, en de grote, gloeiende ogen, die elk moment betoveringen en verschijningen lijken te verwachten. En dan vraag ik me af wie is die vrouw? Wie is die Elisa? Niet zelden wend ik mijn gezicht af van de spiegel, zoals ik als kind ook al deed, in de hoop dat ik zodra ik opnieuw kijk een heel andere ik weerspiegeld zal zien; want nu mijn tweede moeder is gestorven, de enige die me graag complimentjes gaf en me zelfs mooi vond, komt mijn aloude haat jegens mijn eigen persoon weer bij me op, en neemt met de dag toe. Toch moet ik toegeven dat die vertrouwde persoon er weliswaar niet erg beminnelijk uitziet, maar ook niet zedeloos of onfatsoenlijk. Het vuur in haar ogen, zo zwart als die van een halfbloed, heeft niets ordinairs; ze heeft nu eens de rusteloze levendigheid die je kunt aantreffen in de ogen van een wilde jongen, nu eens de mystieke vastberadenheid van een denker. Dat vormloze wezen met de naam Elisa kan het ene moment overkomen als een kinderlijk oudje en dan weer als een in de groei geknakt kind, maar uit al haar trekken, dat valt niet te ontkennen, spreekt haar schuchterheid, haar eenzaamheid en haar fiere kuisheid.”

 

Elsa Morante (18 augustus 1912 – 25 november 1985)

Herta Müller, Ted Hughes

De Duitse schrijfster Herta Müller werd geboren op 17 augustus 1953 in Nitzkydorf, Roemenië. Zie ook alle tags voor Herta Müller op dit blog en ook mijn blog van 17 augustus 2010.

Uit: Niederungen

„Auf allen Bildern war Vater mitten in einer Geste erstarrt.
Auf allen Bildern sah Vater so aus, als ob er nicht mehr weiterwusste. aber Vater wusste immer weiter. deshalb waren alle diese Bilder falsch. Von den vielen falschen Bildern, von allen seinen falschen Gesichtern war es kalt geworden im Zimmer. Ich wollte mich vom Stuhl erheben, aber mein
Kleid war an dem Holz festgefroren. Mein Kleid war durchsichtig und schwarz. Wenn ich mich rührte, knirschte es.
Ich saß darin wie in Glas gegossen. ich erhob mich und berührte Vaters Gesicht. es war kälter als die Gegenstände in dem Zimmer. draußen war es Sommer. die Fliegen ließen im Flug ihre Maden fallen. Das Dorf zog sich neben dem breiten Sandweg hin. er war heiß und braun und brannte einem mit seinem Glimmer die Augen aus.

Der Friedhof war aus Geröll. Auf den Gräbern lagen große Steine.
Als ich auf den Boden sah, merkte ich, dass meine Schuhsohlen nach oben gekehrt waren. ich war die ganze Zeit über auf meinen Schnürsenkeln gegangen. Sie lagen lang und dick hinter mir. an den Enden ringelten sie sich ineinander.
Zwei kleine wankende Männchen hoben den Sarg vom Leichenwagen und senkten ihn mit zwei zerriebenen Stricken ins Grab. der Sarg schaukelte. ihre arme und ihre Stricke wurden immer länger. Das Grab war trotz der Trockenheit mit Wasser gefüllt.
Dein Vater hat viele Tote auf dem Gewissen, sagte eines der betrunkenen Männchen.
Ich sagte: er war im Krieg. Für fünfundzwanzig Tote hat er eine Auszeichnung bekommen. Er hat mehrere Auszeichnungen mitgebracht.
In einem Rübenfeld hat er eine Frau vergewaltigt, sagte das Männchen. Zusammen mit vier anderen Soldaten. Dein Vater hat ihr eine Rübe zwischen die Beine gesteckt. Als wir weggingen, hat sie geblutet. es war eine Russin. Nach her nannten wir noch wochenlang alle Waffen Rübe.
Es war Spätherbst, sagte das Männchen. Die Rübenblätter waren schwarz und zusammengeklappt vom Frost.
Dann trug das Männchen einen dicken Stein auf den Sarg.
Das andere betrunkene Männchen sprach weiter:
Im neuen Jahr gingen wir in einem deutschen Städtchen in die Oper. Die Sängerin sang so schrill, wie die Russin geschrien hatte. Wir verließen der Reihe nach den Saal.“

 

Herta Müller (Nitzkydorf, 17 augustus 1953)

 

De Engelse dichter en schrijver Ted Hughes werd geboren op 17 augustus 1930 in Mytholmroyd, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Ted Hughes op dit blog.

 

Pibroch

De zee schreeuwt met haar nietszeggende stem
Die haar doden en levenden eender bejegent,
Wellicht verveeld door de komst van de hemel
Na zoveel miljoenen nachten zonder slaap,
Zonder bedoeling, zonder zelfmisleiding.

Steen idem dito. Niets in dit Universum
Zit zozeer in zichzelf gevangen als een kiezel.
Geschapen voor de zwarte slaap. Zich heel soms
Heel even bewust van de rode vlek van de zon,
En dan weer dromend dat ze de foetus van God is.

Over het steen stormt de jagende wind
Die in staat is zich met niets te vermengen,
Zoals het gehoor van het blinde steen zelf.
Of omdraait, alsof de geest van het steen
Een fantasie van richtingen kwam betasten.

Terwijl ze van de zee drinkt en de rots eet
Zwoegt een boom om bladeren te groeien –
Een uit de ruimte gevallen oude vrouw
Onvoorbereid op deze omstandigheden.
Ze klampt zich vast omdat haar hoofd volkomen leeg is.

Minuut na minuut, eeuwigheid na eeuwigheid
Neemt niets af of groeit niets aan. En dit is
Noch een mislukte variant noch een gelukt probeersel.
Dit is waar de starende engelen doorheen gaan.
Dit is waar alle sterren zich neerbuigen.

 

Vertaald door Peter Nijmeijer

 

Ted Hughes (17 augustus 1930 – 28 oktober 1998)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e augustus ook mijn blog van 17 augustus 2021 en ook mijn blog van 17 augustus 2019 en ook mijn blog van 17 augustus 2016 en ook mijn blog van 17 augustus 2014 deel 2.