Micha Hamel, Hans Arnfrid Astel

De Nederlandse dichter, componist en dirigent Micha Hamel werd geboren in Amsterdam op 8 juli 1970. Zie ook alle tags voor Micha Hamel op dit blog.

 

Woensdag

Herinner je die zwembadmiddagen.
Erotische voorzetten bij volleybal, geknoei
met fietssleuteltjes, bovenstukjes.
Het kolderieke puberlijf aan de kledinghaak
afgegeven – voor enkele uren vervangen door een andere
blasfemische nepmachine,
de imaginaire borstkas gevuld met Olympus –

kijk ik vol ontzag op
van het plexiglazen chloor
naar u,
stoïcijnse reiger van beton
piramidetop van woensdagse stoerheid,
snijpunt aller Tarzannen:

Hoge duikplank

Achteloos raken grotere jongens de meisjes aan
(daarna: gestolen gympies, onverrichter zake naar huis)

 

Zondag

Wie met tedere hockeystick gemaand wordt
zich van de velden te verwijderen en nu achter
de hekken kijkt naar de film die hij op zijn kamer
had willen draaien, broedt zich huiswaarts spoedend
op een zieke wraak die hij zijn medeleerlingen
aan kan doen door met puisterige horrorkop
voor een hunner slaapkamerramen te verschijnen,
een liefdesbrief in de hand.

De gedempte foep van de tennisbal lanceert geen
gedachte dan die aan een grootse toekomst zonder begin.

Elk sportgeluid stoort omdat het afleidt van de
heilige sfeer van de zondag, die uitsluitend voor een
groots en tranengolvend zieden is gereserveerd.

Duidelijk is dat het verschiet ver achter mij ligt, en terecht
concluderen mijn met lome tegenzin negens halende hersens:

De jeugd valt nooit iets te verwijten. Immers bezit zij feilloze antennes
voor de onvervulbaarheid van de beloftes die gedaan zijn door de generaties
die gedurende de achterliggende jaren gevolmachtigd waren de wereld
te verzadigen met de werkelijke resultaten van hun zijn.

Ferm kerf ik het mes in mijn wang.

 

Stilleven

Vaas vol bloemen
Dode haas, roemer.

Een schilderij voor boven je bed.

Het is een soort testbeeld,
doen alle kleuren het, doen
mijn ogen het nog vandaag?

Zo’n schuimende zeeslag is toch wat anders.

Hoe oefent een acrobaat zijn dodensprong?
Drie keer mis en dan pas raak. Waarom
is de gymzaal dan niet bezaaid met dode turners?

Vóór de fotografie was er geen
stilstaand beeld, een schilder moest het uit de tijd vissen
een
forel uit de rivier.

 

Micha Hamel (Amsterdam, 8 juli 1970)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

De hommels op de paarse bloemen
van de bieslookstengel in de tegelkieren
zuigen honing uit de bloemkleur .
De koperetsers bijten graag insecten.
Onder het vergrootglas zag ik een hommel;
de dood had hem al in het hart gestoken.
De dode hommel met gekruiste poten.
Van alle kanten kan ik hem bekijken.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e juli ook mijn blog van 8 juli 2020 en eveneens mijn blog van 8 juli 2019 en ook mijn blog van 8 juli 2017 deel 2.

Ivo Victoria, Hans Arnfrid Astel

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Alles is oké

Ik heb lasagne meegebracht. Meestal arriveer ik rond het middaguur, zodat we samen kunnen lunchen, en ze in principe nog niet meer dan één glas gedronken heeft. Bij binnenkomst begin ik op haar verzoek met een korte rondgang door het appartement. Als een parodie op een derderangsdetective beweeg ik me door de flat. Til mijn voeten hoog op – mijn knieën raken bijna mijn neus. Hou met grote ogen mijn wijsvinger voor mijn lippen. Open hier en daar een kast, of til de hoek van een tapijt op en stel met een knipoog vast dat de inbrekers zich ook daar niet hebben verstopt.
Dan trekt ze haar mond scheef en zegt: manneke, ge kunt nooit weten.
(Ik ben geen detective, ik ben de inbreker.)
Haar appartement is een overzichtstentoonstelling van meubels en voorwerpen uit haar leven, en dat van ons gezin en mijn jeugd, die het huis waarin ik ben opgegroeid weer tot leven wekt; het huis dat ze na de dood van mijn vader heeft verkocht. De lage servieskast, waarvan de scherpe hoeken zich op de ooghoogte van een vierjarige bevinden en waarop de buste staat die mijn grootvader van haar liet maken in het eerste oorlogs jaar. Dezelfde korte haren, dezelfde lege blik. Een buffetkast met dubbele klapdeuren in donker, gelakt hout waarvan de linker een stel aperitiefglazen en flessen sherry, port of Pineau des Charentes bewaakt terwijl de rechterdeur een muur van kleine laden en opbergvakken verbergt die mysterieus en beloftevol ogen. Ooit zal deze kast een groot geheim prijsgeven; wie weet zal ik daar haar befaamde dagboeken terug vinden waarover ze aan de telefoon zo geheimzinnig kon fluisteren.
In de slaapkamer staat het ouderlijk bed, zoals ik dat altijd heb gekend, strak opgemaakt. Als twintigjarige heb ik er één keer dronken seks in gehad, met een getrouwde vrouw uit de buurt. De kamer die haar bureau en computer delen met de al even nutteloos geworden boekenkast is opgeruimd en stofvrij. Ook het stapelbed in de krappe logeerkamer, waar mijn vrouw en ik slapen wanneer we hier blijven overnachten, ziet er altijd onberispelijk uit.
Het rondje eindigt in de keuken. Aan de deur van de koelkast hangen krantenknipsels en recepten, en foto’s van mensen die ik niet ken maar van wie ik bij de eerste aanblik onmiddellijk kan zeggen of ze leven of dood zijn. Er is iets wat verandert in foto’s zodra de persoon die erop afgebeeld staat overlijdt. Het is mij al vaker opgevallen. De ene keer kijken ze blij verrast in de cameralens, alsof ze kunnen zien dat de toekomst nog diverse glorierijke gebeurtenissen voor hen in petto heeft waarop ze niet meer gerekend hadden, en bij een volgende bezoek is er iets onbegrijpelijks veranderd in hun ogen; hun blik is door een onzichtbare kracht gebroken en berustend staren ze voor zich uit in het besef dat ze een herinnering zijn geworden.

 

Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

De Duitse dichter Hans Arnfrid Astel werd geboren in München op 9 juli 1933. Zie ook alle tags voor Hans Arnfrid Astel op dit blog.

 

Het kerkhof rond de veldsteenkerk
is opengelaten voor de levenden.
De oude bomen schenken hun schaduw
aan de jonge moeders met hun kinderwagen.
Ik zit op de bank, en onzichtbaar
zit naast me de Opgestane.
Hij leent me zijn naam voor de tijd
dat ik me hem nog kan herinneren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Hans Arnfrid Astel (9 juli 1933 – 12 maart 2018)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2020 en eveneens mijn blog van 7 juli 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Miquel Bulnes, Marius Hulpe

De Nederlandse schrijver Miquel Bart Ekkelenkamp Bulnes werd geboren op 6 juli 1976 in Bloomington, Indiana (Verenigde Staten van Amerika). Zie ook alle tags voor Miquel Bulnes op dit blog.

Uit: Monstrum

“Den Haag, november 2021

Vanaf de achtentwintigste verdieping van de kantoorflat kijkt Estyr uit over het centrum van de stad. Het regent hard en het water klettert tegen de ramen. Vele meters onder haar lijken de parapluutjes zich zelfstandig voort te bewegen door het Haagse labyrint. In de verte, waar het wolkendek is opengebroken, heeft zich een regenboog gevormd. Voor de zekerheid is ze een kwartier te vroeg gekomen. Terwijl ze door de wachtruimte ijsbeert – ze is er alleen – laat ze in gedachten de mogelijke knelpunten en gevoeligheden de revue passeren. Waar zouden deze mensen aanstoot aan kunnen nemen? Waar zouden ze een risico in kunnen zien? Haar voorbereiding was vooral lichamelijk. De afgelopen week heeft ze meer gesport en is ze op tijd gaan slapen. Fysieke fitheid is de belangrijkste conditie voor mentale fitheid. Het gesprek zo meteen is cruciaal – althans, het is de laatste horde. Alle sollicitatiegesprekken verliepen vlekkeloos en de baan is geknipt voor haar. Nee: zij is geknipt voor de baan – dat moet ze uitdragen. Dit onderzoek is een formaliteit, als de lijst met items die je moet afvinken om de instapkaart voor een vliegreis te verkrijgen. Een veiligheidsdeur met elektrisch slot gaat open en in de deuropening verschijnt een atletische dame van een jaar of veertig. Ze wenkt Estyr. `Mevrouw Bosvelt, wilt u zo vriendelijk zijn mij te volgen naar de vergaderzaal?’ De vrouw is groot en grof van gestalte, maar verder is alles aan haar klein: haar handen, haar lippen, haar neus, haar oren, haar tanden. Haar steile rossige haar wordt bijeengehouden door een zilveren clip. Ze oogt ontstemd, of misschien slechts verveeld; haar mondhoeken hangen en maken haar mond tot een naar beneden gericht halvemaantje. Met ferme pas gaat ze Estyr voor door een brede met spots verlichte gang. De deuren van de kantoren aan weerszijden zijn dicht. Door de ruitjes van matglas zijn de aanwezigen onherkenbaar. Aan het einde van de gang gaat de vrouw een vergaderzaal binnen. De ruimte is een meter of zeven diep en heeft een laag systeemplafond. Aan de muur hangt een bedieningspaneel met drukknoppen en met groene en rode ledlampjes. In het midden staat een grote ovale tafel die plaats biedt aan zeker twaalf personen. Er staan vier stoelen aangeschoven en drie microfoons opgesteld. Op een van de stoelen zit een man van omstreeks zestig jaar, onderuitgezakt achter een ingeplugde laptop. Hij heeft wit uitgedund haar en een baard van een week. Zijn blauwe jasje heeft te veel schoudervulling. Verder draagt hij een wit overhemd, een oranje stropdas en een kakikleurige chino. Zijn schoenen zijn zwartleren instappers. Hij schuift iets rechter op en volgt Estyr met zijn blik. `Neemt u alstublieft plaats,’ zegt de vrouw. Ze wijst naar een van de stoelen tegenover de man en gaat zelf naast hem zitten, achter een laptop en een blocnote op na-formaat. ‘Mijn naam is Patricia Meyer en ik ben beleidsadviseur bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.’ `En ik ben Jacob Verkade,’ stelt de man zich voor. ‘Ik werk voor de AIVD: Hij toont zijn pasje. Op de foto heeft hij halflang kastanjebruin haar en draagt hij een bril met een vliegeniersmontuur.”

 

Miquel Bulnes (Bloomington, 6 juli 1976)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

bericht van de visser

ich bin auf dem grund allein.
Hans M. Enzensberger

buiten, in het gammele bootje, zijn pijp
stoppend, houdt de visser het gewaagde uitzicht
op de ruige kliffen, het zanderige hart
van de aeonen: kom op vertel me
waarom ik hier sta, voor gek,
met de pijp in mijn mond,
voor de krijtrots:

de gloed sist zo mooi
in het houten gebint, in de hand als een
slijpsteen. de oude taken
heb ik laten schieten.
volg mij! Laten jullie ook
alles varen!
laten we van rol wisselen, al sinds lange tijd
vang ik geen vis meer:

rond om mij wil de razende zee
klinkende vergelding, ik merk het, en voor mij
geselt de menigte de reling; daarom
mompel ik keer op keer
mompel in de roestige spreekbuis:

SOS! SOS! olie ontdekt! Ik herhaal: olie
klokklok veel olie gevonden, ja!, echt waar!
vaart uit, jullie allemaal
tot aan de rietrand van de riffen,
zoals jullie ze achterlieten.
het is heel heel belangrijk
dat iedereen komt!
piep piep –
piebibiepiep –
piep –

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn blog van 6 juli 2020 en eveneens mijn blog van 6 juli 2019.

Jacob Groot, Marius Hulpe

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Groot werd geboren op 5 juli 1947 in Venhuizen (West-Friesland). Zie ook alle tags voor Jacob Groot op dit blog.

Het huis met de pilaren

Die mij, zoals ik zelf, ontvielen,
of die hier bij mij is; die dwaal-
de en stierf, of de herder der zielen:
ik zit te denken aan allemaal.

Vraag maar, maar vraag maar
niet meer of ik bij je ben.
Pas in mijn avond wordt alles waar:
zelfs jij; kijk maar naar binnen.

De oude stemmen om de haard.
Het zelfde vensterraam. De brink.
De zee die ons alsmaar herhaalt.
O, werelden waarin ik wegzink.

 

De tulpen

In een verscholen hart is toevlucht
voor dit licht, dat traag lag geronnen
en nu wild breekt op de vrucht
die branden zal in rijen lampionnen –
de tulpen staan geschilderd in de lucht.

Zo innig, zo verblindend zichtbaar
gemaakt binnen de stille ramen:
voor een briesje een draagbaar,
maar de stormwind roept ze toch liever samen:
hoor het geluid van tulpen langs elkaar.

Eén tulp is wonderlijk – neem heel veel
tulpen, dichte wolken op de grond; zet
messcherp daglicht op hun keel,
en laat ze regelrecht vlammen van hun bed:
gewonnen grootheid in een oud gareel.

 

Voor het begin van de poëzie

Je hoort het nieuws van een ondergang maar je weet niet
of het oud is, of gelogen, omdat ze willen dat de schoonheid
donker wordt, of geen waarheid proeven, en alles bij elkaar
breng je door uiteen te vallen in steeds grotere gehelen die je,

gebogen over tafel, lijmt tot een plakplaatje. Eerst komen
de sterren, dan volgt het blauwste duister, het lover praalt
boven de dieren des velds, en tenslotte falen de veelbelovendste
woorden in de armen der lippen. Daarna, in de allerlaatste

plaats, is het de beurt aan ons, in de allereerste plaats aan wie zich
jou wil noemen uit naam van een mond. Meer kun je nooit doen:
de holte van het heelal is vergelijkbaar met de woning van de tong:

net zo ruim als ze, gevoed door de kelder van de keel, zich gaan laat,
zolang haar riem zich strekt, ontrolt ze en raakt aan met haar taal
wat ze los slaat en haar los slaat, wat haar los laat, tot ze los laat.

 

Jacob Groot (Venhuizen, 5 juli 1947)

 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

zonsopgangen op scholen in neukölln

aanlokkelijke rijen aan het hek, spits
& niet levensonbedreigend traliewerk,
jullie leggen hem elke dag vast, de domme
haat van het asfalt, de woede in de lucht,
de snijdende stilte in het hart van de straat:
jullie leggen het eerste woord, de blik, de adem
vast: er zal hier niet veel meer gaan,
hier wordt het waarschijnlijk spoedig opgeblazen:
jullie wisten ‘t. het traliewerk? waarvoor. & wie
moet daar nog naar binnen. . . ja wie
wil missen wat er gaat komen? wie
zou niet graag willen zien. wat een angst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

Zie voor de schrijvers van de 5e juli ook mijn blog van 5 juli 2019 en eveneens mijn blog van 5 juli 2018 en ook mijn blog van 5 juli 2017 en mijn blog van 5 juli 2013 en mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Ricardo Domeneck, Christine Lavant

De Braziliaanse dichter, beeldend kunstenaar en criticus Ricardo Domeneck werd geboren op 4 juli 1977 in São Paulo. Zie ook alle tags voor Ricardo Domeneck op dit blog.

 

The Poet’s Hollywood Dreams

1-

I’d like a script
in which an Estonian army
conspires to stone
Gertrude Stein
& I plato(o)nic at salvation
to the sound of the Rolling Stones.

2-

I’d like science fiction
with Winnie-the-Pooh in coitus
& I in an act of humachine
mixegenation uterize automatons
struck with Sisyphean cramps
to the sound of Sonic Youth.

3-

I’d like a cartoon
in which a tsunamic infection
in franchises devastates amygdalas
from Poughkeepsie to Rangoon
& I shaman develop the vaccine
to the sound of Maysa & Björk.

4-

I’d like an epic porn
from Rob Lowe to Rock Hudson
all hunks and hulks of Hollywood
in rows in collars on all fours
& I’m mixed up in a harem to 8 ½
to the sound of “I’m a slave for U.”

5-

I’d like a western
once again waiting for the barbarians
to invade the Occident
& I a monk copy & paste
to save Oz & Dante from oblivion
to the sound of Portishead.

 

Ricardo Domeneck (São Paulo, 4 juli 1977)

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Het zonnewiel ging aan mij voorbij …

Het zonnewiel ging aan mij voorbij,
Ik lig diep in de tulpenkelk van de nacht
en tel de gele meeldraden van de sterren,
waarvan er één duidelijk naar beneden hangt.

De anderen blijven en ik val in slaap
om het heilige getal pas in een droom te zien,
ervóór te vermoeden welk woord het bedoelt,
voordat de hand van de Vader het dooft.

Misschien maakt een vroege vogel me wakker
en de banaan maan hangt uiterst teer,
en steeds meer afnemend in het appelgroen?
Dan vallen getal en zin uit mijn verstand.

Dan was het gezwoeg van deze droom voor niets.
De donkere tulp opent langzaam zijn bloemblaadjes
en laat de morgenster aan mijn hart vragen
hoe ver het kwam voordat de vogel schreeuwde.

O oud antwoord – nog steeds even angstig -:
Ik stond op het voorplein – iemand keek me aan –
het getal was groot, waarin ik mezelf herkende,
als zwarte meeldraad in de rode kelk.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Portret door Alfons Niex, z.j.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2020 en eveneens mijn blog van 4 juli 2019 en ook mijn blog van 4 juli 2017 en ook mijn blog van 4 juli 2014 en ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Franz Kafka, Christine Lavant

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit: Das Urteil

„Das bedeutete aber nichts anderes, als daß man ihm gleichzeitig, je schonender, desto kränkender, sagte, daß seine bisherigen Versuche mißlungen seien, daß er endlich von ihnen ablassen solle, daß er zurückkehren und sich als ein für immer Zurückgekehrter von allen mit großen Augen anstaunen lassen müsse, daß nur seine Freunde etwas verstünden und daß er ein altes Kind sei, das den erfolgreichen, zu Hause gebliebenen Freunden einfach zu folgen habe. Und war es dann noch sicher, daß alle die Plage, die man ihm antun müßte, einen Zweck hätte? Vielleicht gelang es nicht einmal, ihn überhaupt nach Hause zu bringen — er sagte ja selbst, daß er die Verhältnisse in der Heimat nicht mehr verstünde — und so bliebe er dann trotz allem in seiner Fremde, verbittert durch die Ratschläge und den Freunden noch ein Stück mehr entfremdet. Folgte er aber wirklich dem Rat und würde hier — natürlich nicht mit Absicht, aber durch die Tatsachen — niedergedrückt, fände sich nicht in seinen Freunden und nicht ohne sie zurecht, litte an Beschämung, hätte jetzt wirklich keine Heimat und keine Freunde mehr, war es da nicht viel besser für ihn, er blieb in der Fremde, so wie er war? Konnte man denn bei solchen Umständen daran denken, daß er es hier tatsächlich vorwärts bringen würde?
Aus diesen Gründen konnte man ihm, wenn man noch überhaupt die briefliche Verbindung aufrecht erhalten wollte, keine eigentlichen Mitteilungen machen, wie man sie ohne Scheu auch den entferntesten Bekannten machen würde. Der Freund war nun schon über drei Jahre nicht in der Heimat gewesen und erklärte dies sehr notdürftig mit der Unsicherheit der politischen Verhältnisse in Rußland, die demnach also auch die kürzeste Abwesenheit eines kleinen Geschäftsmannes nicht zuließen, während hunderttausende Russen ruhig in der Welt herumfuhren. Im Laufe dieser drei Jahre hatte sich aber gerade für Georg vieles verändert. Von dem Todesfall von Georgs Mutter, der vor etwa zwei Jahren erfolgt war und seit welchem Georg mit seinem alten Vater in gemeinsamer Wirtschaft lebte, hatte der Freund wohl noch erfahren und sein Beileid in einem Brief mit einer Trockenheit ausgedrückt, die ihren Grund nur darin haben konnte, daß die Trauer über ein solches Ereignis in der Fremde ganz unvorstellbar wird. Nun hatte aber Georg seit jener Zeit, so wie alles andere, auch sein Geschäft mit größerer Entschlossenheit angepackt. Vielleicht hatte ihn der Vater bei Lebzeiten der Mutter dadurch, daß er im Geschäft nur seine Ansicht gelten lassen wollte, an einer wirklichen eigenen Tätigkeit gehindert, vielleicht war der Vater seit dem Tode der Mutter, trotzdem er noch immer im Geschäfte arbeitete, zurückhaltender geworden, vielleicht spielten — was sogar sehr wahrscheinlich war — glückliche Zufälle eine weit wichtigere Rolle, jedenfalls aber hatte sich das Geschäft in diesen zwei Jahren ganz unerwartet entwickelt, das Personal hatte man verdoppeln müssen, der Umsatz hatte sich verfünffacht, ein weiterer Fortschritt stand zweifellos bevor.“

 

Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)
Standbeeld in Praag

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Zeg me een woord en ik trap je

Zeg me een woord en ik trap je
een bloem uit het cement,
omdat ik van zwakte krachtig ben geworden
en van zinloos wachten,
magneten in alle zintuigen.
Natuurlijk zul je moeten verschijnen!
Boven het station trilt de lucht
en de zwermen duiven wachten op
de doorbraak van grote vreugde.
Het licht is zachtjes neergedaald op de rails,
weg van het haar van de meisjes
en uit de ogen van mannen.
ik ben opgehouden met huilen
opgehouden ook met wachten op het wonder,
omdat er altijd maar één ding gebeurt
in de groei van mijn zwakheid,
die opstijgt en opstijgt boven de duiven
en neerdaalt in zwarte fonteinen,
waar ook overdag nog zichtbaar zijn
de verborgen sterren.
Daar veranderen dag en nacht niet,
daar beneden verlang je nog steeds ononderbroken
naar de zachte bloem van mijn wil.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Standbeeld in de tuin van het Skulpturenhaus Hortensia in Bad Gams

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2020 en eveneens mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Hermann Hesse, Denis Johnson

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Narziß und Goldmund

„Der Abt behandelte den Jüngling mit größter Sorgfalt, mit größter Rücksicht, hatte um ihn Sorge als um einen seltenen, zarten, viel-leicht allzu früh gereiften, vielleicht gefährdeten Bruder. Der Jüngling nahm jeden Befehl, jeden Rat, jedes Lob des Abtes mit vollkommener Haltung entgegen, widersprach niemals, war nie verstimmt, und wenn das Urteil des Abtes über ihn richtig und sein einziges Laster der Hochmut war, so wußte er dies Laster wunderbar zu verbergen. Es war gegen ihn nichts zu sagen, er war vollkommen, er war allen überlegen. Nur wurden wenige ihm wirklich Freund, außer den Gelehrten, nur umgab seine Vornehmheit ihn wie ei-ne erkältende Luft. »Narziß«, sagte der Abt nach einer Beichte zu ihm, »ich bekenne mich eines harten Urteils über dich schuldig. Ich habe dich oft für hochmütig gehalten, und vielleicht tat ich dir damit unrecht. Du bist sehr allein, junger Bruder, du bist einsam, du hast Bewunderer, aber keine Freunde. Ich wollte wohl, ich hätte Anlaß, dich zuweilen zu tadeln; aber es ist kein Anlaß. Ich wollte wohl, du wärest manchmal unartig, wie es junge Leute deines Alters sonst leicht sind. Du bist es nie. Ich sorge mich zuweilen ein wenig um dich, Narziß.« Der Junge schlug seine dunklen Augen zu dem Alten auf. »Ich wünsche sehr, gnädiger Vater, Euch keine Sorge zu machen. Es mag wohl sein, daß ich hochmütig bin, gnädiger Vater. Ich bitte Euch, mich dafür zu strafen. Ich habe selbst zuzeiten den Wunsch, mich zu strafen. Schickt mich in eine Einsiedelei, Vater, oder laßt mich niedere Dienste tun. «»Für beides bist du zu jung, lieber Bruder«, sagte der Abt. »Überdies bist du der Sprachen und des Denkens in hohem Grade fähig, mein Sohn; es wäre eine Vergeudung dieser Gottesgaben, wollte ich dir niedere Dienste auftragen. Wahrscheinlich wirst du wohl ein Lehrer und Gelehrter werden. Wünschest du dies nicht selbst?« »Verzeiht, Vater, ich weiß über meine Wünsche nicht so sehr genau Bescheid. Ich werde stets Freude an den Wissenschaften haben, wie sollte es anderssein? Aber ich glaube nicht, daß die Wissenschaften mein einziges Gebiet sein werden. Es mögen ja nicht immer die Wünsche sein, die eines Menschen Schicksal und Sendung bestimmen, sondern anderes, Vorbestimmtes. «
Der Abt horchte und wurde ernst. Dennoch stand ein Lächeln auf seinem alten Gesicht, als er sagte: »So-viel ich die Menschen habe kennenlernen, neigen wir, zumal in der Jugend, alle ein wenig dazu, die Vorsehung und unsere Wünsche miteinander zu verwechseln. Aber sage mir, da du deine Bestimmung vorauszuwissen glaubst, ein Wort darüber. Wozu denn glaubst du bestimmt zu sein?« Narziß schloß seine dunklen Augen halb, daß sie unter den langen schwarzen Wimpern verschwanden. Er schwieg. »Sprich, mein Sohn«, mahnte nach langem Wartender Abt. Mit leiser Stimme und gesenkten Augen begann Narziß zu sprechen. »Ich glaube zu wissen, gnädiger Vater, daß ich vor allem zum Klosterleben bestimmt bin. Ich werde, so glaube ich, Mönch werden, Priester werden, Sub-prior und vielleicht Abt werden. Ich glaube dies nicht, weil ich es wünsche. Mein Wunsch geht nichtnach Ämtern. Aber sie werden mir auferlegt wer-den.« Lange schwiegen beide.“

 

Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Portret door Sergio Paul Ianniello, z.j.

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

Vespers

De handdoeken rotten en doen me walgen op dit vochtige
schiereiland waar ze mist hebben uitgevonden
en drugsmisbruik en het licht leerden te vervagen,
waar mijn hoogwaardige en diep gezonken hart
huilde omdat ik nooit meer je beroemde knieën
zal kunnen kussen in een kamer, die schemerig
gemaakt werd door een sjaal over een lamp te gooien.
Dingen worden prachtig radicaal in het donker:
de zeilboten in de baai varen weg;
de provincies van de werkelijkheid
krioelen op de zee; de schemering , nu teder,
bedient de omgevallen parkeerplaatsen –
de zonsondergang onmiddellijk op de spatborden,
herinnering en vrede. . . de greep van chaos. . .

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)
In de jaren 1980

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2020 en eveneens mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog. Remco Ekkers overleed op 4 juni jongstleden op 79-jarige leeftijd.

 

Berlijn. Een winterreis

  1. Egyptisch museum I

Het Egyptisch echtpaar zit
drieduizend jaar saamhorig
rechtop, hun armen om
elkanders middel naast
echtpaar uit Giza, 5e dynastie
hun beeld onscherp, op de rug
gezien, haar hand rust nog
steeds losjes op zijn schouder
pas in de spiegeling scherp
bezonken kijkend door de tijd
zien ons niet meer lopen.

Ik sta er achter
neem ze via glas
met mijn eigen spiegeling.

In de schouwburg zat je met je heup
tegen zijn heup en het wond je op?

Egyptisch museum II

Ik begreep het niet
die foto tegen de muur
van mijn kamer toen
je achttien was
je zat op de dijk
niet eens en profil
wegkijkend naar de zee
trots, de hals van Nefertite
toch zacht en warm.

  1. Dahlem

Lucas Granach de Oude schildert
op lindenhout de Jungbrunnen
hij laat de oude vrouwen strompelend
komen, met kruiwagens desnoods
laat ze zich ontkleden, voorzichtig
glijden in het water tot de grens
krom en vervallen, daarna verjongd
met strak vel klimmen ze er uit
worden ontvangen door stralende
mannen die de nieuwe kleren
wijzen in een rode tent waarna
in het open veld een vrolijk maal
ze klaarmaakt voor de liefde.

 

Remco Ekkers (1 juli 19414 juni 2021)

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

Uit het raam kijken gedicht

De geluiden van het verkeer
sterven boven het achtergazon weg
om weer op te duiken in de lage
verte

De stemmen, opgestegen, van
de buurt kunnen die toonhoogte
niet houden
en zwakken even af, beginnen
opnieuw.

Evenzo gaat mijn ademhaling omhoog
en omlaag terwijl ik naar buiten kijk
uit het raam van het appartement
nummer drie in deze sloppenwijk,
hopend op woede of verdriet.

Ze komen niet meer
naar mij toe. Hoe kan ik iets
betreuren? Het is allemaal
zo correct, zo zeer
als het hoort, nu

schuiven de naderende cumulus
wolken, onheilspellend,
uit elkaar, ze zijn als de
gordijnen, golvend,
zwenkend vanaf het hoogste punt
van hun inbreuk op de kamer.
Als ik nu leef,
is het slechts

om in dit alles te zijn,
alles mogelijk te maken.
Ik ben blij om
eindelijk een deel
van zo’n mechanisme te zijn. ik was
er tenslotte niet zo dol op
om te leven, en daar komt
in mij, als ik zie
hoe weinig leuk ik het vond
om een man zijn, een grote vreugde.

Kijk uit onze verbazingwekkend
heldere ramen voor de avond valt.
Het is bijna alsof
de wereld blauw is
met een beetje smeerolie,
zoals zij glanst.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Czeslaw Milosz, Thomas Frahm

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

Uit: Mijn katholieke opvoeding (Vertaald door Gerard Rasch)

“Gedurende de acht jaar dat ik op school ging, begon elke dag met een gebed en het lied ‘Wanneer de morgenstond aanbreekt’.1. Alle klassen verzamelden zich dan samen met de leraren op de lange, brede gang. Alleen de weinig talrijke andersdenkenden waren vrijgesteld: joden, karaïeten, mohammedanen, Grieks-katholieken en protestanten. Ik denk dat ze, buiten de gemeenschap staand, zich enigszins voor schut voelden gezet.
Waskaarsen en witte kleren bij de eerste communie, de geur, de blauwe walm van wierook, het schitteren van het misgewaad en de monstrans, het rommelen van de maagholte wanneer je nog nuchter uit de kerk kwam, de opwinding van de herkregen reinheid. De lijst van de zonden gaf aanleiding tot misverstanden, vooral in de rubriek ‘onreinheid’. Als ik daar het voortbrengen van onsmakelijke geluiden uit mijn achterste onderbracht, dan kon ik door de spijlen van de biechtstoel opmerken dat de pastoor op een rare manier ineenkromp en zich op zijn lippen beet, hetgeen betekende dat ik ontactisch was geweest. Maar al die plichten en rituelen kon ik niet abstract benaderen, ze handhaafden zich op eigen kracht, alsof ze tot de orde van de natuur hoorden. Juist daarom waren ze zo sterk en lieten zo lang hun sporen in me achter.
Het godsdienstonderwijs dat in het begin niet meer was dan het vertellen van geschiedenissen uit de bijbel, werd gaandeweg een ernstige zaak. Het cijfer dat de godsdienstleraar gaf, had een beslissende invloed op het eindrapport. Van leerlingen die hij verdacht van anarchistische en opstandige neigingen, eiste hij meer en meer. De disciplines waarin hij onderwees deden qua niveau echter nauwelijks onder voor wat men op het klein seminarie moest leren. Met die intellectuele verwikkelingen kreeg ik te maken in een tijd dat het in mijn hoofd al wemelde van syllogismen.
De katholieke doctrine is erg moeilijk, omdat ze zogezegd geologische lagen bezit. De naïeve vragen en antwoorden van de catechismus geven aanvankelijk geen aanleiding te vermoeden dat hun verhouding tot hetgeen achter hen schuilgaat min of meer beantwoordt aan de verhouding van een plant met het kokende centrum van onze planeet. Maar nauwelijks heb je de opperhuid afgestroopt, of je stoot al op de valstrikken die geleerde geesten daar voor elkaar hebben opgesteld. De jeugdige ontdekkingsreiziger probeert zich soms als een gevangen haas uit de val te bevrijden. En deze beproeving wordt absoluut niet makkelijker, wanneer er twee gesloten systemen op elkaar botsen, die schijnbaar immuun voor elkaar zijn: het religieuze systeem strijdt met het wetenschappelijke dat pas in de renaissance zijn aanspraken begon te formuleren.”

 

Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)
Illustratie door Andrea Ventura

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Crash

Onze liefde duurt nu drie weken,
20 beluren en bedraagt
ongeveer 300 euro.

Ik heb je aan de telefoon in slaap gewiegd,
je eenzame, lange haar
getroost en overal kusjes
achtergelaten om de weg naar huis te vinden,
van geurstof tot geurstof terug
op mijn wanhopige vlucht naar het zuiden.

Maar bij het tiende lied dat je voor me zong
ben ik gecrasht
op deze zeestraat net voor Sicilië.
Blind en verdoofd –
geen pijn bij deze klap.

Een verschil
tussen vliegen en zwemmen
kan ik je nu
ook niet meer noemen.

Ik heb je nog nooit gezien, mijn lief.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e mei ook mijn blog van 30 juni 2020 en eveneens mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 10 mei 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Een huis in Engeland

“Jarenlang heb ik geleefd in het frustrerende besef dat een mens om gezond en fit te blijven acht uur slaap nodig heeft, een derde deel van een etmaal, waarvan de beide overige gelijke delen aan werken en zogenaamde ‘vrije tijd’ worden besteed. Dit moet wel lariekoek zijn, want al decennialang kom ik aan nachtrust niet veel verder dan de helft, en die vier of vijf uur slaap per nacht sprokkel ik in twee of drie stukken bij elkaar. De kern van het probleem is: het lukt me niet mijn geest uit te zetten. Ook – of juist – wanneer ik ga liggen, blijft die onbeheersbaar doormalen, zoals twee molenstenen over elkaar heen draaien. Als er niks tussen gegooid wordt in de vorm van belevenissen, indrukken, gesprekken of lectuur, malen die twee stenen zich onherroepelijk tegen elkaar kapot. Tenzij ik onverwijld opsta. Dat doe ik dan, maar niet altijd. Om halfzes de werkdag laten beginnen is goed te doen, maar om vier uur? Om drie uur? Soms blijf ik liggen, ook al is dat een even hulpeloze als hopeloze toestand, waarin de keten van associatieve gedachten steeds weer uitkomt bij dezelfde onoplosbare, want meestal voorbije kwesties. Sommige daarvan zijn groot (liefde, dood, scheiding, ziekte, gemis), andere dikwijls te futiel voor woorden (een vervelende ontmoeting, een slechte aankoop, een scherpe mailwisseling, een onterechte factuur). Groot of klein, zodra ik uit bed stap verdampen deze kwesties direct, en vervluchtigt de stroom van nutteloos gepieker. Wat gebeurt er in liggende toestand binnen het menselijk brein, een mechaniek dat overdag zoveel beter gehoorzaamt aan de wensen van de ‘hoofdbewoner’? Afwisselend heb ik geprobeerd mijn probleem op te lossen door helemaal niet meer op de wekker te kijken, door te slapen met het raam wijd open, door ’s avonds laat geen koffie of thee of alcohol meer te drinken of door nog een late avondwandeling te maken. Ik heb valeriaandruppels ingenomen, warme melk met honing gedronken, zelfs een keer een bananensmoothie geprobeerd. Wat je op internet en van goedbedoelende vrienden en kennissen al niet aan tips krijgt: Bachbloesems, melatonine, sint-janskruid, kamillethee. Het haalde allemaal niks uit. Alleen chemische slaaptabletten, die heb ik nooit aangedurfd. Dan zou ik mijn bewustzijn uit handen geven, zonder te weten op welk moment en in welke conditie ik het weer terugkrijg. Nachtrust was in mijn kinderjaren zoiets vanzelfsprekends. Het ritme van overdag actief zijn en ’s nachts uitrusten verliep zonder enige moeite, als een uitvergrote versie van het menselijke in- en uitademen. En nog heerlijker dan in mijn eigen kinderbed thuis sliep ik vroeger in het huis van mijn Engelse grootouders van vaderskant, Oa en Oma Roosje genaamd. Hun huis stond – het staat er nog steeds, maar zoals ik het heb gekend is het sinds tientallen jaren verdwenen – in Kew, in het Engelse graafschap Surrey, een voorstadje van Londen, deel uitmakend van de gemeente Richmond upon Thames.”

 

Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Protestant in het aardbeienveld

Je leest als bezeten
tussen de rijen,
maar daar was al de schoffel
en de grondige hand van de boer.

De vruchten liggen op stro,
klaar om te plukken.
Vriendelijk krabbelen diertjes,
die je kent van videoclips,
door strookjes uit zon en schaduw.

Je zoekt tevergeefs naar uitlopers.
snoeien, of woekeren –
waar dan ook op gericht,
is hetzelfde voor iemand als jij

met droog neusslijmvlies,
bij wie zelfs in de mond
geen water samenstroomt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2020 en eveneens mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.