Martin Reints

De Nederlandse dichter en essayist Martin Reints werd geboren op 5 april 1950 in Amsterdam. Hij studeerde Nederlands in zijn geboortteplaats. Sinds 1970 publiceert Martin Reints gedichten in literaire tijdschriften. in 1981 verscheenn zijn poëziedebuut “Waar ze komt daar is ze”. Zijn tweede bundel “Lichaam en ziel” uit 1992 werd bekroond met de Herman-Gorter-Prijs en voor de essaybundel “Nacht- en dagwerk” (1998) kreeg hij de J. Greshoff-Prijs. “Tussen de gebeurtenissen” (2000) werd genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, evenals “Ballade van de winstwaarschuwing” (2005). “Lopende zaken” verscheen in 2010, in 2012 gevolgd door “Schuifwanden”.

Grasmaaier

De gedachten gaan hun gang,
maar niet hun eigen gang

zoals een grasmaaier die voor je uit gaat
als je erachteraan loopt

nu je niet kunt slapen
wacht je:
tot wat er in je hoofd gebeurt zijn eigen vlucht gaat nemen

val je niet in slaap
of je kunt niet in slaap vallen

of: kun je je niet in slaap laten vallen
wat is het

je laat je voeten zwaar worden,
je benen, je hele lichaam
tot het zo zwaar is dat het door het bed lijkt te zakken waar je in ligt

of waar je op ligt
wat is het, nachtelijke grasmaaier

wat, tot je lichaam er niet meer is
of tot het licht begint te worden.

 

De mei van Gorter

Het is een ding met muziek erin
dat deel uitmaakt van mijn wereld:

op een plank staande of liggende op een schrijftafel
en soms op een hoofdkussen of zoals nu
opengeslagen naast de vuilnisbak op mijn balkon –

een papieren ooievaar kan niet vliegen
en wolken zijn mij geen kamelen in de lucht
en mijn huis is ook geen rots
bezocht door Griekse of Germaanse goden

is het mei in mijn agenda,
zo is het mei op mijn balkon –

het is een hemels ding

het is mijmering,
aankondiging van dreigende waanzin
is het en er is weidsheid en zonlicht in
en toch ook wel onzin.

 
Martin Reints i(Amsterdam, 5 april 1950)

 

Vítězslav Hálek

De Tsjechische dichter, schrijver en journalist Vítězslav Hálek werd geboren op 5 april 1835 in Dolínek Mělníka. Hálek behoorde samen met Jan Neruda, Jakub Arbes, Adolf Heyduk en Rudolf Mayer tot de vertegenwoordigers van de zogenaamde Májovci, (de mei school), waarmee een nieuw tijdperk van de Tsjechische literatuur begon en waarvan hij de woordvoerder was. Hij schreef al gedichten als leerling van het Praagse gymnasium. Na voltooiing van zijn studie aan de filosofische faculteit van de Karelsuniversiteit in Praag wijdde hij al zijn tijd aan de literatuur en journalistiek. Het zwaartepunt van zijn werk lag bij de lyrische poëzie. Zijn bundesl “Avendliederen” (Večerní písně) en “In de natuur” (V Prirode) behoren tot de fundamenten van de Tsjechische poëzie van de 19de eeuw. Realistisch waren vooral zijn verhalen en novellen, die draaiden om Praagse thema’s en dorpsverhalen, maar ook zijn journalistieke werk. Als redacteur van de Nationale Krant (Národní listy) schreef hij honderden politieke artikelen, literaire feuilletons, theaterkritieken en reisverslagen. Hij was bij de eerste “Mei Almanak” (1858) betrokken en bewerkte zijn eigen jaarboeken. Hálek was mede-redacteur van de tijdschriften “Bloemen” (Květy) en “Lumír”. Hij was actief in de discussiegroep van kunstenaars (Umělecká Beseda), het centrum van het culturele en sociale leven van zijn tijd. Na zijn dood viel de groep van Májovci uiteen.

Eveningsongs

1.
The spring came flying from afar;
With fresh desires all’s teeming;
All things pressed forward to the sun-
So long all had been dreaming!

The finches flew out of their nest
And children from their bowers,
And on the meadows sweetest scents
Breathe countless little flowers.

Young leaves press their way from the twigs
And from birds’ throats their voices,
And in the heart with budding love
The youthful breast rejoices.

2.
I am the knight from the old tale
Who proudly to the far world rode
To see the lass who’s like a rose
And to discover her abode.

Who would behold her-said her fame-
Would by a ban at once be struck;
His heart would be rent from his breast,
Or he would change to be a rock.

Thought I to myself, possibly
For clemency there might be room.
I ventured out and for my sin-
Became a bard by rigid doom.

3.
The humming of the trees has ceased,
Their leaves breathe calmly, neatly;
The bird is dreaming its fair dream
So quietly, so sweetly.

The heavens’ stars have all come out,
All things rest in calm gladness,
But in the breast the sorrow wakes
And in the heart the sadness.

The fragrant blossom’s pretty cup
Receives dew in its centre-
My God, and I, too, feel that dew
In mine eyes gently enter.

 

Vertaald door Joseph Stybr

 
Vítězslav Hálek (5 april 1835 – 8 oktober 1874)

In Memoriam Wim Brands

In memoriam Wim Brands

De Nederlandse dichter, journalist en presentator Wim Brands is maandag op 57-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam overleden. Dat maakte de VPRO bekend. Wim Brands werd geboren in Brummen op 29 maart 1959. Zie ook alle tags voor Wim Brands op dit blog.

 

Ze hangt als een lege boodschappentas

Ze hangt als een lege boodschappentas
aan mijn arm en ik bedenk me
wat er met haar
uit mijn leven verdwijnt: Buisman,
een stoof, de theemuts.
Niets houdt haar trouwens
nog warm.
Bevelend wijst ze naar de supermarkt
en vraagt me wat ik zie: ik noem
een naam.
Nee idioot, dat is de overkant
en hoe komen wij daar?
Ik wil haar nooit meer ontstemmen,
zeg me hoe.
Maak je maar klaar,
we zullen moeten zwemmen.

 

Ik sta op en ga naar het vliegveld

Ik sta op en ga naar het vliegveld,
verlies mezelf in een massa bij Aankomst.
Seattle: 9:30, Hanoi: 9:20. Ik kies.
En praat met een arrivé. Over het noodweer
boven zee, de uiteindelijk voorspoedige
vlucht.
Ik ben vrolijk als het moet, klaag
desgewenst mee.
Na een half uur ga ik terug en sta
op tijd aan het bed.
Waar kom je vandaan?
Ik heb boodschappen gedaan.
Kijk, een vingerhoed en een zoutvaatje.
Handig als we gaan.

 
Wim Brands (29 maart 1959 – 4 april 2016)

Maya Angelou, Hanneke Hendrix, E. L. James, Marko Klomp, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim, Edith Södergran

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Phenomenal Woman

Pretty women wonder where my secret lies.
I’m not cute or built to suit a fashion model’s size
But when I start to tell them,
They think I’m telling lies.
I say,
It’s in the reach of my arms
The span of my hips,
The stride of my step,
The curl of my lips.
I’m a woman
Phenomenally.
Phenomenal woman,
That’s me.

I walk into a room
Just as cool as you please,
And to a man,
The fellows stand or
Fall down on their knees.
Then they swarm around me,
A hive of honey bees.
I say,
It’s the fire in my eyes,
And the flash of my teeth,
The swing in my waist,
And the joy in my feet.
I’m a woman
Phenomenally.
Phenomenal woman,
That’s me.

Men themselves have wondered
What they see in me.
They try so much
But they can’t touch
My inner mystery.
When I try to show them
They say they still can’t see.
I say,
It’s in the arch of my back,
The sun of my smile,
The ride of my breasts,
The grace of my style.
I’m a woman

Phenomenally.
Phenomenal woman,
That’s me.

Now you understand
Just why my head’s not bowed.
I don’t shout or jump about
Or have to talk real loud.
When you see me passing
It ought to make you proud.
I say,
It’s in the click of my heels,
The bend of my hair,
the palm of my hand,
The need of my care,
‘Cause I’m a woman
Phenomenally.
Phenomenal woman,
That’s me.

 

 
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

Lees verder “Maya Angelou, Hanneke Hendrix, E. L. James, Marko Klomp, Marguerite Duras, Robert Schindel, Michiel van Kempen, Bettina von Arnim, Edith Södergran”

Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

Liefdesdans voor twee

Ik voel je zachte adem
strelend op mijn huid
plagerig verlokkend
passie straal je uit

Zwoele kussen dwalen
fladderend en traag
mijn lichaam is betoverd
beantwoordt stil je vraag

We zoeken in elkaar
verleidelijke troeven
en in ons samenzijn
kun je ook liefde proeven

In verstrengeling gebonden
steeds hoger op de tree
de hemel binnen bereik
liefdesdans voor twee

 

Verspreking

Door een verspreking viel ik uit het raam.
Op straat liepen gedachten te hoop,
zij bogen zich over het neergedaald lichaam
en zochten een gat in het hoofd.

Er duwde een vraag op mijn voorhoofd, zo
scherp dat mijn ogen begonnen te lopen.
Ieder gezicht ging voor mij open
en toonde hetzelfde verschrikkelijk woord.

Ik wist dat mijn status van dichter vebood
het mee te nemen, de taal in naar boven.
Daar hingen intussen, bezorgd, de genoten
en trokken mij aan mijn tong weer omhoog.

 

Impasse

Zo vond de vrouw haar man, de dichter:
gehurkt in het bad, het hoofd geklemd
tussen de knieën, alleen met zichzelf,
het oude vlees, de verschrompelde stichter

van haar geluk. Zij zag hoe gebogen,
hoe naakt en menselijk buiten de taal.
De warmte wolkte, vrede zong uit de kraan.
Dit, dacht zij, kon hij dit maar verwoorden…

Hij zag haar niet, rook zijn zweet,
keek naar zijn lid in het stijgende water.
Het water was heter dan hij kon verdragen.
Hij haatte. De vrouw had hij lief

 
Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

Lees verder “Charles Ducal, Adriaan Jaeggi, Frederik van Eeden, Peter Huchel, Arlette Cousture, Pieter Aspe, Karel N.L. Grazell”

Edward Everett Hale, Johanna Walser, Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus

De Amerikaanse schrijver Edward Everett Hale werd geboren op 3 april 1822 in Roxbury, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Edward Everett Hale op dit blog.

Uit: The man without a country

“I have reason to think, from some investigations I made in the Naval Archives when I was attached to the Bureau of Construction, that every official report relating to him was burned when Ross burned the public buildings at Washington. One of the Tuckers, or possibly one of the Watsons, had Nolan in charge at the end of the war; and when, on returning from his cruise, he reported at Washington to one of the Crowninshields,—who was in the Navy Department when he came home,—he found that the Department ignored the whole business. Whether they really knew nothing about it, or whether it was a “Non mi ricordo,” determined on as a piece of policy, I do not know. But this I do know, that since 1817, and possibly before, no naval officer has mentioned Nolan in his report of a cruise.
But, as I say, there is no need for secrecy any longer. And now the poor creature is dead, it seems to me worth while to tell a little of his story, by way of showing young Americans of to-day what it is to be
A MAN WITHOUT A COUNTRY.
Philip Nolan was as fine a young officer as there was in the “Legion of the West,” as the Western division of our army was then called. When Aaron Burr made his first dashing expedition down to New Orleans in 1805, at Fort Massac, or somewhere above on the river, he met, as the Devil would have it, this gay, dashing, bright young fellow, at some dinner-party, I think. Burr marked him, talked to him, walked with him, took him a day or two’s voyage in his flat-boat, and, in short, fascinated him. For the next year, barrack-life was very tame to poor Nolan. He occasionally availed of the permission the great man had given him to write to him. Long, high-worded, stilted letters the poor boy wrote and rewrote and copied. But never a line did he have in reply from the gay deceiver. The other boys in the garrison sneered at him, because he sacrificed in this unrequited affection for a politician the time which they devoted to Monongahela, sledge, and high-low-jack. Bourbon, euchre, and poker were still unknown. But one day Nolan had his revenge.”

 
Edward Everett Hale (3 april 1822 – 10 juni 1909)
Borstbeel door  Henry Hudson Kitson, 19e eeuw

Lees verder “Edward Everett Hale, Johanna Walser, Washington Irving, Josef Mühlberger, George Herbert, Bodo von Hodenberg, Friedrich Emil Rittershaus”

Bert Bakker

De Nederlandse dichter, schrijver en uitgever Bert Bakker werd geboren in Huizum (Leeuwarden) op 3 april 1912. Bakker schreef een aantal letterkundige studies, twee romans, poëzie en kinderboeken. In WO II was hij betrokken bij het verzet en werkte hij mee aan het illegale Vrij Nederland. Na de bevrijding werd hij enig directeur van de uitgeverij Bert Bakker. In 1953 richtte hij het maandblad Maatstaf op, waarvan hij tot 1969 redacteur was. Als uitgever bij Bert Bakker/Daamen had hij veel succes met de reeks Ooievaar Pockets waarvan er in eerste instantie 199 verschenen. Nadat in 1972 de laatste Ooievaar van bovengenoemde serie verscheen, werd in april 1991 een nieuwe reeks Ooievaars op stapel gezet. De serie begon met de nummers 266 tot en met 305, daarna is men doorgegaan met een serie ongenummerde Ooievaars.

Terug

’t Wordt al gezocht en weergevonden:
dezelfde tuin onder dezelfde lucht,
hetzelfde hart, waarmee ik was verbonden
vóór mijn verraad en heimelijke vlucht.

Het is er nog; het is altijd gebleven.
Alles is weer, zooals het vroeger was.
De berken wiegen en de bloemen beven
en prachtig schijnt de zon over het voorjaarsgras.

En gij, hoe vreemd, wilt mij opnieuw ontvangen,
opnieuw mijn hoofd verbergen in uw schoot.
Zoo laat mij, láát mij dan, en merk uit mijn verlangen
hoe onuitsprekelijk het was en groot.

 

Regenlied

Vaak ligt zij stil en luistert naar den regen,
Die recht en ruischend langs haar venster stroomt.
Zij weet dan niet meer of zij waakt of droomt,
En of de boomen stilstaan of bewegen.

Het is zoo vreemd: dit onophoudelijk zingen.
Altijd hetzelfde lied – Voorbij haar open raam.
Het waait naar binnen en het raakt haar aan.
Het maakt zichzelf vertrouwd met alle dingen.

Zoo duurt het door – Zoo zal het lang nog duren.
Zij weet, dat zij het niet ontkomen kan,
Vóórdat zij sterven gaat – En dan
Zal het nòg bij haar zijn – tot in haar laatste uren.

Maar als zij eindelijk afscheid heeft genomen
En door een engel zacht is weggeleid,
Zal er het ééuwig zingen komen,
Waartoe dit haar heeft voorbereid.

 
Bert Bakker (3 april 1912 – 19 september 1969)

In Memoriam Lars Gustafson

In Memoriam Lars Gustafson

De Zweedse dichter en schrijver Lars Gustafsson is op 79-jarige leeftijd overleden. Lars Gustafsson werd geboren in Västeras, op 17 mei 1936. Zie ook alle tags voor Lars Gustafsson op dit blog.

Elegie over een dode labrador

in twee verschillende werelden: de mijne,
meest letters, een tekst die door het leven loopt,
de jouwe voornamelijk gebeuren. Je bezat een kennis
die ik dolgraag bezeten zou hebben: het vermogen
gevoel, lust, haat of liefde
als een golf door je hele lichaam te laten gaan,
van je neus tot je staartpunt, het onvermogen
om het bestaan van de maan te accepteren.
Bij volle maan huilde je steeds luid naar haar op.
Je was een beter gnosticus dan ik. En je leefde
zodoende voortdurend in het paradijs.
Je had de gewoonte al springend vlinders te vangen
en ze op te peuzelen, iets dat sommige mensen weerzinwekkend vonden.
Ik stelde dat immer op prijs. Waarom
kon ik er geen lering uit trekken? En deuren!
Voor gesloten deuren ging je liggen slapen,
vast overtuigd dat vroeg of laat degene moest komen
die de deur open zou doen. Je had gelijk.
Ik had ongelijk. Ik vraag me af, nu deze lange
woordloze vriendschap voorgoed voorbij is,
of ik mogelijkerwijs iets kon dat jou
imponeerde. Je vaste overtuiging dat
ik het was die het onweer opriep
telt niet mee. Dat was een vergissing. Ik denk
dat mijn geloof dat de bal bleef bestaan
ook wanneer hij achter de bank verscholen lag
je ergens een idee gaf van mijn wereld.
In mijn wereld lag het meeste verscholen
achter iets anders. Ik noemde je ‘hond’.
Ik vraag mij vaak af of je mij beschouwde
als een grotere, meer lawaai makende ‘hond’,
of als iets anders, voor altijd onbekend,
dat is wat het is, bestaat in de eigenschap
waarin het bestaat, een fluitje
door het nachtelijke park waarop je
gewend was terug te keren zonder eigenlijk
te weten waarnaar. Over jou, over
wie je was, wist ik niet meer.
Je zou kunnen zeggen, vanuit dit wat objektievere
standpunt: We waren twee organismen.
Twee van deze plekken waar het universum
in zichzelf verstrikt raakt, kortstondige, komplexe
proteïnestrukturen, die steeds ingewikkelder
moeten worden om te overleven, tot alles
uiteenspringt en weer eenvoudig wordt, de knoop
ontward, het raadsel vervlogen. Je was niets dan
een vraag gericht aan een andere vraag
en geen van beiden bezat andermans antwoord.

Vertaald door Bernlef

 
Lars Gustafsson (17 mei 1936 – 3 april 2016)

Thomas Glavinic, Ed Dorn, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Jonas-Komplex

„Wer wir sind, wissen wir nicht. Beim letzten Durchzählen kam ich  auf mindestens drei Personen, die jeder von uns ist. Erstens die, die  er ist, zweitens die, die er zu sein glaubt, und drittens die, für die ihn die anderen halten sollen.
Als ich aufwache, geht es mir so elend, dass ich mit keinem der drei etwas zu tun haben will.
Ich bin zu Hause. Im Fernseher läuft das Neujahrskonzert. Ohne Ton. An der Wand hat sich jemand Notizen gemacht. Überall im Zimmer liegt Geschenkpapier. Neben mir liegt eine Frau. Ich kenne sie. Sie heißt Ina. Ich frage mich bloß, was sie da macht. Immerhin hebt und senkt sich ihr Brustkorb.
Ich versuche mich an den Sex zu erinnern. In meinem Gehirn, oder was ich dafür halte, finde ich keine Bilder davon. Vielleicht besser so.
Ich erlaube mir eine kurze Zimmerinspektion. Dem Zustand meiner Kleidung nach hatte ich eine verlustreiche Auseinandersetzung mit einem Autobus. Die Konföderiertenflagge in der Vase mit der undefinierbaren Flüssigkeit verbreitet eine gewisse Revolutionsstimmung, die mir unlieb ist. Aus den Notizen an der Wand werde ich erst recht nicht schlau, es geht um irgendeinen Bären und einen Peter. Die Schrift erinnert mich an meine.
Mir ist dieses Jahr schon jetzt nicht ganz geheuer.
Als ich meinen Körper nach Anzeichen von Gewalt absuchen will, läutet es an der Tür. Eine Sekunde Pause, dann wird wieder geläutet. Und das dritte Läuten hört gar nicht mehr auf. Es hört einfach nicht mehr auf. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet. Es läutet.“

 

 
Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

Lees verder “Thomas Glavinic, Ed Dorn, Émile Zola, György Konrád, Anneke Claus, Anne Waldman, Casanova, Hans Christian Andersen, Roberto Arlt”

Edgar Hilsenrath, George Fraser, Hoffmann von Fallersleben, Johann Gleim, Pierre Zaccone, Pietro della Valle, Zwier van Haren, Joanna Chmielewska, Brigitte Struzyk

De Joods-Duitse schrijver Edgar Hilsenrath werd geboren in Leipzig op 2 april 1926. Zie ook alle tags voor Edgar Hilsenrath op dit blog.

Uit: Das Märchen vom letzten Gedanken

“Niemand kann dich hören, Thovma Khatisian”, sagte der Märchenerzähler, “denn deine Rede ist stumm. Aber ich habe dich gehört.”
“Hast du auch seinen Schrei gehört den Schrei des türkischen Ministerpräsidenten als er ins Bodenlose fiel?”
“Den hab ich auch gehört.”
“Ich habe den türkischen Ministerpräsidenten noch einmal getroffen”, sagte ich zum Märchenerzähler.
“Wann?”
“Vor einigen Sekunden.”
“Und wo?”
“Im großen Sitzungssaal des Vereinten Völkerwissens. Es war während der üblichen Vollversammlung.
Er saß neben dem Regierungsvertreter, unauffällig und abseits. Wie ich erfuhr, war er nicht mehr Ministerpräsident, sondern Archivar beim Vereinten Völkergewissen, offiziell gewählt von allen vertretenen Nationen. Als er mich sah, verließ er seinen Platz und ging hinunter ins Archiv. Ich folgte ihm. Ich suche die armenische Akte, sagte ich. Es handelt sich um einen Bericht über den vergessenen Völkermord. Den vergessenen Völkermord? Ja. Und wann soll der stattgefunden haben? Im Jahre 1915. Das ist schon sehr lange her. Wir haben jetzt das Jahr 1988. Ja, sagte ich. Sehen Sie, sagte er.
Und dann führte er mich zum Aktenschrank. Er sagte: Unser Aktenschrank hat keine Schranktür. Es sind offene Regale, für jedermann zugänglich, denn wir haben keine Geheimnisse. Dann zeigen Sie mir, wo ich die armenische Akte finden kann. Das geht leider nicht, sagte er, denn eine so alte Akte wie die armenische ist längst verstaubt, so sehr verstaubt, daß sie unauffindbar geworden ist. Dann rufen Sie Ihre Putzfrau und veranlassen Sie, daß die Akte entstaubt wird.“

 

 
Edgar Hilsenrath (Leipzig, 2 april 1926)

Lees verder “Edgar Hilsenrath, George Fraser, Hoffmann von Fallersleben, Johann Gleim, Pierre Zaccone, Pietro della Valle, Zwier van Haren, Joanna Chmielewska, Brigitte Struzyk”